Op dit moment #15

Toen ik nog iedere dag ging wandelen…

Vijf weken geleden zei mijn kuitbeen ‘krak’. Een bot breken, daar heb je lang plezier van, weet ik inmiddels. Het gips is vijf dagen geleden met een dremel en een hoop daadkracht verwijderd, maar lopen zonder krukken gaat nog voor geen meter.

Ik word blij van: alle hulp die ik krijg. Tegelijkertijd word ik er verdrietig van, omdat ik zo veel hulp nodig heb.
Ik word blij van fantastische vriendjes en vriendinnetjes die mij in de afgelopen tijd regelmatig bezochten of “ontvoerden” en me tot aan een terras reden om vervolgens te lunchen of te borrelen. Ze brachten ons zelfgemaakte smakelijkheden, boeken en bloemen. Ze deden boodschappen, stuurden kaartjes, appten en belden.
Ook mijn zusje heeft me een keer ontvoerd op een moment dat ik héél erg toe was aan het verlaten van ons huis. En mijn mama komt wekelijks kijken hoe het met me gaat.
Ik word blij van fantastische schoonouders die ieder weekend komen poetsen en de vieze was mee naar huis nemen. Nadat ik mijn been brak, waren ze sneller uitgerukt dan de brandweer. Ze geven de planten water en vegen de tuin. Ze spreken me bemoedigend toe en herhalen telkens dat ze alles wat ze doen heel graag voor ons doen. Ze zeggen heel hard “dat had toch niet gehoeven”, als we ze een kaartje of een bos bloemen sturen. Terwijl ze veel meer verdienen dan dat, een standbeeld bijvoorbeeld.
Ik word blij van de leuke jongen uit de trein. Hij kan al eens diep zuchten als ik hem weer vraag om iets voor me te pakken terwijl hij net is gaan zitten, maar hij zorgt met veel liefde en geduld voor me. Hij moedigt me aan, houdt in de gaten of ik mijn oefeningen wel doe, en houdt me tegen als ik te veel wil doen (met één kruk lopen in plaats van twee). Hij geeft me een knuffel als ik dat nodig heb en droogt mijn tranen als ik uit frustratie zit te janken. Voordat hij de deur uitgaat, controleert hij minstens drie keer of hij me wel alleen kan laten. Hoe lief is dat? Ik ben dankbaar dat ik samen ben met iemand die de gratie heeft om mijn shitloads aan onhandigheden door de vingers te zien in de naam der liefde. Althans, meestal. Soms krijg ik een doorwrochte preek en een oogrol. Meestal terecht.
Ik word blij van fantastische collega’s die het gezellig vinden als ik op kantoor ben en me daarom ophalen en thuisbrengen. Ze zorgen dat er altijd een gevulde kop koffie op mijn bureau staat en dragen mijn tas. Ze houden deuren voor me open en schuiven een tweede stoel onder mijn ‘puddingpoot’. Ze grappen dat ik door moet lopen en er als een prinses bij zit en dan kan ik alleen maar lachen. Fijne mensen.

Ik word verdrietig van: hoe verschrikkelijk we in deze wereld met elkaar omgaan. Het gescheld op social media. Het geroeptoeter dat we niet meer in een rechtstaat leven. Onze regering die zichzelf op de borst klopt nu we toch wel 100 mensen (ja MENSEN) uit Griekenland naar Nederland halen. Waar 100 andere mensen die zijn gevlucht voor onderdrukking of geweld de dupe van worden. Influencers met slechts een paar hersencellen die roepen dat ze ‘niet meer meedoen’. Mensen die steen en been klagen over hoe de economie naar de klote gaat en onze vrijheid wordt afgepakt. We wonen potverdorie in één van de welvarendste landen van de wereld, dus denk eens na over hoe veel slechter je het had kunnen treffen.

Ik kijk uit naar: lopen op twee benen zonder krukken. Amai, wat kan een mens ergens naar verlangen.

Ik lees: A Gentleman in Moscow van Amor Towles. Aan het begin van het boek wordt graaf Alexander Iljitsj Rostov veroordeeld tot huisarrest in het Metropol Hotel in Moskou. Zijn misdaad? Hij schreef een gedicht. Hij woont op de zolder van het hotel en ontdekt dankzij een super grappig negenjarig meisje dat het hotel veel groter is dan hij dacht. Het is dan 1922 en terwijl de graaf bedenkt in welke toonsoort de veren van zijn bed kraken, passeren revoluties en oorlogen de deur van het legendarische hotel. Heerlijk boek! In vier weken gips las ik overigens nog vier andere boeken. Waaronder een Esther Verhoef en twee Karen Slaughters. Want ja, in tijden van zelfmedelijden werkt niets zo helend als moord en doodslag óf humor.

Ik luister naar: Kink FM, radio 2, Studio Brussel. Ik draai de laatste tijd maar weinig muziek. Deels omdat het zo’n gedoe is om een cd uit het rek te pakken.

Ik kijk naar: La Trêve. Het “avontuur” speelt zich af in het bosrijke Waalse dorpje Heiderfeld. Wanneer de daar opgegroeide inspecteur Yoann Peeters terugkeert naar zijn geboortedorp en nog nauwelijks een doos heeft uitgepakt, wordt hij gevraagd te helpen bij het ophelderen van een moord. De uit Togo afkomstige voetballer Driss Assani wordt gevonden in een rivier. Tijdens de zoektocht naar de dader blijkt dat er heel veel rare snuiters in het dorp wonen, om het zacht uit te drukken. Veel mensen met een voorliefde voor chantage, alcohol en snel geld verdienen spelen een rol in het verhaal. Net als vergiftigde koeien, een in brand gestoken schuur waarbij per ongeluk iemand omkomt, een SM-loods, een broer en een zus die het met elkaar doen en een nazi-museum in iemands slaapkamer… Veel moord en doodslag. Heerlijke serie. Net begonnen aan het tweede seizoen.

Ik werk: twee dagen in de week op kantoor, daar waar die collega’s zo goed voor me zorgen. De andere dagen werk ik thuis. Qua hoeveelheid werk houdt het niet over. Ik ben deze week met drie opdrachten bezig en mag niet klagen, maar zakelijk gezien is 2020 niet om over naar huis te schrijven. Financieel is het een uitdaging om in de zwarte cijfers te blijven, ook vanwege mijn medische kosten. Natuurlijk had ik mijn eigen risico op maximaal staan, ‘want ik heb nooit wat’… Maar zoals ik hierboven ook al eens schreef, ik had het vele malen slechter kunnen treffen.
Ik houd van mijn werk, maak veel leuke dingen mee en ontmoet bijzondere mensen. De onderwerpen gaan nog steeds all over the place. Deze week schreef ik voor het eerst voor de uitvaartsector. En vorige week belde een klant. “In 2017 schreef jij onze webteksten en daar waren we heel tevreden over. Heb je zin en tijd om een folder en een nieuwsbrief voor ons te maken?” Terugkerende klanten, daar word ik blij van.

Hoe is het met jou? Wat lees en luister je? Waar word je blij van?

Pannenkoeken bakken op krukken. Dan zijn ze extra lekker!

“Gaat dat wel op slippers?”

“Gaat dat wel op slippers?”

De leuke jongen uit de trein was nog niet bij het einde van zijn vraag, of ik lag al op de grond.

We sliepen uit. Zagen dat de zon scheen. Pakten onze badlakens en wat te eten en drinken. Stapten in de auto. Togen naar het zwembad in Gulpen. Genoten van prachtig weer en ijskoud water. Aten een ijsje. Bespraken de plannen voor de rest van onze vakantie.

Rond 17.30 uur pakten we ons boeltje bij elkaar en verlieten het zwembad. Door het draaihek aan de zijkant wurmden we ons naar buiten. “Hee, kijk, perfect, de auto staat recht voor de uitgang.” En in plaats van braaf om te lopen naar het begin van de parkeerplaats namen we het grashellinkje naar beneden.

Eén voet bleef staan achter een graspol. De rest van mijn lijf viel een andere kant op. En ik voelde meteen dat het mis was.

Ik kan wel wat hebben qua pijn, maar dit keer stonden de tranen meteen in mijn ogen. (Er zijn legendarische verhalen over mijn pijngrens. Zoals die keer dat ik met een lelijke snee in mijn been thuiskwam en mijn moeder vroeg wanneer dat gebeurd was. Dat was dus een paar uur daarvoor, toen ik mijn been open haalde aan een roestige spijker. Maar ik had geen kik gegeven, vroeg een vriendje om een pleister en ging door met spelen. Daardoor is het wel een bijzonder lelijk litteken geworden…).

De leuke jongen uit de trein zag mij wit wegtrekken en verloor langzaam de hoop dat ik ‘slechts’ mijn enkel had verstuikt. Uren later bij de eerste hulp kwam de bevestiging dat de vakantie compleet om zeep was: “Dat is stuk.”

De vrouw die mijn botten had gefotografeerd, was een vrouw van weinig woorden.

Aan onze drie weken vakantie hoeven we ook niet veel woorden vuil te maken.

De vakantie begon en eindigde op woensdag 19 augustus.

Het kan altijd erger

Elke zomer denk ik dat het niet erger kan. Dat het dieptepunt qua ordinaire kleding, blote gestriemde vetrandjes, spierwitte benen en onbegrijpelijke mode is bereikt. Niet dus.

Zelf doe ik mijn best om de rest van de bevolking geen ademnood of verschoven nekwervels te bezorgen.
Om mijn volle, ronde, West-Afrikaans aandoende achterwerk een beetje uit het zicht te houden, draag ik meestal lange shirts, jurkjes of in elk geval niet te strakke broeken.
Om mijn weelderige boezem niet te veel in het oog te laten springen, zoek ik uren (soms dagen, weken, maanden… aaaargh!) naar de perfecte en enigszins camouflerende bh.
En mijn witte benen gaan eerst een paar uur in de zon in de veilige beschutting van mijn balkon, voordat deze onder een rokje in het openbaar verschijnen.

Het zou fijn zijn als meer mensen rekening zouden houden met hun medemens. Zo zag ik in de afgelopen weken al voorbij komen: rubber laarzen onder een kort zomerjurkje, een blubberbuik in een paarskleurig latex topje en enorme bovenbenen in een jeansbroekje dat zo kort was afgeknipt dat behalve bubbelige benen ook de broekzakken er onderuit kwamen.

Brrrrrr.

Of moet ik deze wandelende modeflaters bewonderen omdat ze aantrekken waar ze zin in hebben en zich nergens voor schamen?

DSCN0300

Aaaaaargh wereldpolitiek

Boos, opstandig en humeurig word ik ervan.

Waarom sturen "we" vliegtuigen bemand door in groen en kaki gehulde mannen en vrouwen naar Libië? Waarom sturen "we" geen (goedbedoeld?) geweld naar Zimbabwe, Noord-Korea, Ivoorkust of Wit-Rusland? Het wil er bij mij niet in dat het alleen met olie van doen heeft. Maar waarom dan? Omdat de bevolking van Libië zelf de eerste stap heeft gezet en dat toevallig zichtbaar was? Omdat "we" geen zin meer hebben om de desbetreffende dictator met zijn eeuwige grijns, Arafat-sjaal en zonnebril te ontvangen op onze feestjes? Ik bedoel, hij komt altijd met zo'n enorm gevolg en wil dan ook nog ergens een tent opslaan.

Sowieso die hele no-fly zone. Israël en Palestina lijken me zeer goede kandidaten voor zo'n maatregel, maar daar gebeurt het niet. Israël hoeft zich sowieso niet aan VN-resoluties te houden. Omdat?

Economische sancties. Ook zoiets. Wie bepaalt dat? En waarom? Voor zover ik de verhalen ken, worden de armen er armer van en hebben de rijke stinkers nog wel een bankrekening of drie achter de hand op de Kaaimaneilanden.

En waarom komt er pas een wapenembargo nadat "we" eerst goed geld verdiend hebben aan de verkoop en levering van alle mogelijke soorten vernietigingsapparaten? Omdat het er zo vervelend uitziet op televisie dat een demonstrant door een geweer van Westerse makelij door zijn hoofd wordt geschoten?

Politici die vandaag verontwaardigd zijn over Kadhafi, bakten gister nog zoete broodjes met hem of een andere dictatoriale despoot en gaan morgen met boter op hun hoofd op de koffie bij de volgende goede buur of verre vriend.

En ik doe niets. 
 

Een wonderlijk staaltje communicatie

"Bel dan even!" roept de leuke jongen uit de trein altijd als één van mijn conversaties in oeverloos heen en weer mailen of doodse stilte dreigt te verzanden. Dit keer was ik hem voor. Ik belde Opdrachtgever X van Communicatiebureau Y. 

Opdrachtgever X behandelt zijn (freelance) medewerkers doorgaans niet volgens de heersende fatsoensnormen. Hij verslijt hoofdredacteuren en vormgevers alsof het papieren zakdoekjes zijn. Gemaakte afspraken met de één, belanden automatisch in de prullenbak bij de ander. Staat er de ene maand een duidelijke kop boven mijn artikel, de volgende keer is het totaal onleesbaar. Dan zit er weer een nieuwe stagiaire van de kunstacademie die zijn gang mag gaan. Communicatie daar doen ze niet aan bij Communicatiebureau Y. Eindredactie gebeurt doorgaans ook niet. Dus toen ik per ongeluk één keer de eerste versie van een artikel in plaats van de laatste naar het bureau stuurde, kwam die er ongewijzigd in. Compleet met halve zinnen en foutief gespelde namen. Opdrachten komen sowieso altijd rijkelijk laat binnen, een dag of drie voor de deadline. Bovendien betaalt Opdrachtgever X niet bijzonder veel en meestal pas ná de betalingstermijn.

Opdrachtgever X heeft mij al verschillende keren gevraagd, op het smeken af, om zijn hoofdredacteur te worden. Waarvoor ik dan vriendelijk bedankte: "Ik schrijf liever."

Waarom ik zo graag voor Communicatiebureau Y schrijf, ondanks alles? Omdat de interviews die ik mag doen en de verhalen die ik mag vertellen zo ontzettend leuk zijn. En omdat het egostrelend is telkens de coverstory te schrijven.

Maar wat bleef het stil de laatste tijd. Dus in plaats van te mailen en te sms'en en tegen de leuke jongen uit de trein te klagen dat ik geen opdrachten meer kreeg, pakte ik de telefoon. De nieuwe hoofdredacteur aan de lijn (nummer 5 of 6 in twee jaar tijd) sprak de legandarische woorden: "Ik wist helemaal niet dat jij bestond. Voor het volgende nummer zijn alle artikelen al verdeeld."

Blijkbaar ben ik ontslagen.

Had ik al gezegd dat bij Communicatiebureau Y niet gecommuniceerd wordt?

Erbij horen

Erbij horen. Ik was daar nooit zo goed in. Dat de gabbers niets van mijn moesten weten, dat vond ik prima. Maar dat ik niet stoer genoeg was voor de alto's, niet slim genoeg voor de stuudjes, en mijn ouders niet rijk genoeg voor de kakkers; dat deed soms wel een beetje zeer. Oh middelbare schooltijd…

Daarna ging het steeds beter. Tijdens journalistiek deed ik nog wel eens mijn best om bij mijn tutorgroepje in de smaak te vallen, maar hoe ouder ik werd, hoe meer ik gewoon ik was. Mensen moeten mij maar nemen zoals ik ben. Met die instelling ben ik ook aan mijn huidige studie begonnen. Het resultaat: ik heb er fantastische mensen leren kennen voor verukkelijke klaagsessies bij grote bekers slagroom en koffie :-) 

Maar die houding keert zich soms ook tegen mij. Ik ben volledig mezelf als ik met de vrienden van de leuke jongen uit de trein op stap ben. Waarschijnlijk is dat precies de reden waarom ik me in die groep soms weer voel als dat onhandige meisje dat als laatste werd gekozen bij de gymles.

 

Even een hapje eten in Brussel

Daar stonden we dan, hartje Brussel, hartje restaurant, onze jassen nog aan. "Ik had gereserveerd", probeer ik in mijn beste Frans, maar Ober haalt zijn schouders op en tikt -zo autistisch als een deurpost- verder op zijn kassa. We kuchen, stoten elkaar aan, schuiven zelf wat tafeltjes aan elkaar. Maken daarmee geen enkele indruk. Ober komt pas als hij zin heeft. Uiteindelijk neemt hij zuchtend onze jassen aan, daarbij lomp tegen stoelen en tafels stotend. Hij verdwijnt ermee met niet al te vaste tred. We speculeren over drugsgebruik of dronkenschap, maar nee, zijn pupillen lijken niet vergroot en hij kijkt eerder boos dan lodderig. Het begin van een memorabele avond. 

Vloekend, steunend en met een enkele onverstaanbare opmerking neemt Zonnig Humeurtje onze bestellingen in ontvangst. Hij is kwaad dat we allemaal iets anders bestellen en schaamt zich er niet voor om dat rechtuit te zeggen. Dat het een kwartier duurt voordat hij vijf voorgerechten in de kassa heeft staan, zegt genoeg. Dat er vervolgens vier uiensoepjes, drie salades, twee paar garnalenkroketten en een carpaccio op onze tafel af komen, zegt alles. Het is helemaal mis met Handige Harry.

Ineens staat hij er weer. Huilend. Met een onsamenhangend verhaal over zijn overleden oma. Het spijt hem allemaal zo.

Terwijl er links van mij intensief gediscussieerd wordt over politiek en er op rechts hardop gedroomd wordt over carrière en toekomst, stapt een kordate vrouw het restaurant binnen. Ze pakt de ober bij zijn schouders en duwt hem richting deur. Zij zal het wel overnemen. Het duurt een paar uur voor ze de boel weer op orde heeft (en al die tijd wachten wij geduldig op ons hoofdgerecht), maar in tegenstelling tot haar vent (?) gaat er bij haar wel een belletje rinkelen bij het woord 'klantvriendelijkheid'. Er wordt gratis, maar niet te zuipen wijn aangeleverd verpakt in excuses.

Pas om half twaalf verlaten we het restaurant. Een goedgevulde maag en een ontuitwisbare herinnering rijker.

Brussel, verrukkelijk vat vol vreemde tegenstellingen. 

 

Ik wil niet trouwen en hoef geen kinderen, help!

Tuurlijk, als je bij elke baby roept "oh wat schattig" en als je begint te kwijlen bij elke witte jurk die voorbij loopt dan moet je het vooral doen, trouwen en kinderen krijgen. Zeker als je al jaren met je partner bent en over opvoeden een beetje dezelfde ideeën hebt. Leuke feestjes altijd, die bruiloften en beschuit met muisjes vind ik nog steeds lekker.

Maar nee, juist mijn bondgenoten, die tot nu toe enkel het woord baby in de mond namen om te klagen over het krijsende geval van de buren, zijn ineens zwanger. En de vriendinnen die het hardst tegen burgerlijkheid aanschoppen en altijd alles anders willen doen dan de rest, zijn inmiddels getrouwd. In een witte jurk. Met een oldtimer, een fotoreportage, een receptie en alles.

Iedere keer brengt de aankondiging van nieuw leven of de uitnodiging voor een bruiloft van een ex-bondgenoot ("nee joh, ik geef niets om trouwen") een kleine schok teweeg. Soms is het zo erg dat ik te verbaasd ben om er een 'gefeliciteerd' uit te gooien, wat ik dan heel onaardig vind van mezelf. 

Dus lieve vrienden, vriendinnen, neefjes en nichtjes (daar gaat er ook ene totaal onverwachts van trouwen, hoorde ik gister): als jullie van gedachten veranderen en ineens de behoefte voelen jullie eeuwige spijkerbroek te verruilen voor strapless jurken met A-lijntjes, waarschuw me dan even. Liefst ruim voor de uitnodiging of het geboortekaartje in de brievenbus steekt. Dan kan ik tot me door laten dringen dat mensen die even hard schreeuwden als ik zelf tóch van gedachten kunnen veranderen. Dan kan ik alvast werken aan de vrede met mezelf dat ik blijkbaar steeds meer alleen kom te staan in het ontbreken van rammelende eierstokken en het niets geven om trouwen. En dan kan ik er welgemeende, enthousiaste felicitaties aan toevoegen. 

Want zoals gezegd, de feestjes zijn fantastisch en van tompoucen met eetbare babyfoto's erop kan ik geen genoeg krijgen.  

spellen is uit de mode

Aaaaargh. Ik blijf me eraan ergeren. Op de gemiddelde werkdag zie ik het zo'n 40 keer per uur in mijn display staan, telkens als ik een telefoongesprek heb beëindigd: beëindigt. Noem me een zeikerd, een zeur of een zaag, maar ik kan het niet laten toch even de volgende vraag te stellen aan iedereen die het lezen wil, of niet lezen wil: is het te veel gevraagd om foutloos te schrijven? 

"Waarom zou ik nadenken?, hoor ik mensen denken als ik bepaalde dingen lees. En als je die mensen dan aanspreekt, krijg je als antwoord: "Je begrijpt toch wat ik bedoel?" Of zoals mijn nichtje zei: "Je moet er maar aan wennen." Misschien word ik oud, sterven mijn hersencellen af, of is het een gebrek aan hipheid, maar ik begrijp er vaak geen bal van. Of het doet op zijn minst pijn aan mijn ogen.

Ik wert zo moe van me vriendin want ze belde me iedere dag toen zij ik dat ik dat vervelent vont en daarom belde ik jouw.

Dit soort zinnen bevolken/bevuilen hyves en facebook. Maar het zal me niet verbazen als ook sollicitatiebrieven of andere serieus bedoelde documenten er tegenwoordig zo uitzien.

Het erge is, op mijn eigen website staan ook nog twee foutjes. Die ik overigens meteen opmerkte na publicatie. Maar ik kan ze zelf niet veranderen, omdat ik het CMS niet snap. Om te eindigen waarmee ik begon: Aaaaargh.

De huisbaas

In Tilburg had ik niet alleen fantastische huisgenoten, maar ook een geweldige huisbaas. Hij stuurde een kaartje als je jarig was. In de kerstvakantie liet hij een kratje bier bezorgen. En hij werkte samen met een klusjesman, die altijd dezelfde week nog langskwam als er iets stuk was. Was repareren te duur, dan kwam er gewoon iets nieuws voor in de plaats.

Een eenmalig gelukje, zo blijkt.

Bij mijn appartementje in Maastricht hoorde een zuurpruim die altijd klonk alsof ik iets onmogelijks van hem eiste. Nooit was er iets dringends genoeg. En om de scheur in de voorgevel moest ik met niet druk maken. Van privacy had hij nog nooit gehoord, hij gebruikte zijn eigen sleutel om binnen te komen en vond niet dat ik op de hoogte moest zijn van zijn komst. Toen ik wegging boorde hij me nog een halve borg door mijn neus, omdat mijn bed een paar dagen was blijven staan.

Telefoontjes, mailtjes en nog meer telefoontjes. Eerst een klein scheurtje. Toen aarzelende druppels telkens als de bovenbuurman in zijn douche stapte. Toen een scheur over de hele breedte van het plafond en daaronder drie emmers om de stortvloet aan water op te vangen. In Brussel schoot pas iemand in actie toen het te laat was. Zwartwerkende Brazilianen plaatsten op verzoek van de huisbaas een provisorisch nieuw plafond. Zonder eerst het lek te dichten dat de oorzaak was van de ellende.

Terug in Maastricht. Een heerlijk huis op een prima locatie en ook nog samen met mijn lief. Tot zo ver niets aan de hand. Trots leidde de huisbaas haar nieuwe huurders rond. Ze kon maar niet genoeg herhalen hoe mooi ze van alles vernieuwd hadden en hoe lang ze bezig waren geweest met schoonmaken. Twee kleine overdrijvingen. Mooi zijn de aangebrachte vernieuwingen niet; haar klusjesman heeft een volledige bus kit geleegd in elke ruimte, zelfs sommige plinten en stopcontacten zitten met kit vast. Schoon was het ook niet; aan de magnetron en de gasfornuis bleef je al vastplakken als je ernaar keek. Maar goed, er lag een vloer, dat maakte veel goed.

Inmiddels is de vaatwasser al drie maanden stuk en worden de 'kleine dingetjes' die nog eens ooit opgelost zouden worden steeds storender. Het is niet van levensbelang dat de bekleding van een aantal keukenkastjes loslaat, het is geen ramp dat er geen knop op de verwarming in de hal zit en we gaan er niet dood aan dat de kap van onze buitenlamp stuk is. En nee, de wereld vergaat niet omdat we met de hand af moeten wassen.

Maar we (en dan bedoel ik vooral de leuke jongen uit de trein) betalen wél de hoofdprijs qua huur. En van alle verbeteringen die we (en dan bedoel ik vooral de papa van de leuke jongen uit de trein) hier in huis hebben aangebracht, wordt de huisbaas alleen maar beter. Ze kan er bij de volgende huurders zo weer honderd euro bovenop gooien.

Mevrouw mr. drs. Huisbaas is beledigd. Ze vindt ons aanstellers en zeurpieten. We moeten er begrip voor hebben dat ze een drukke juridische praktijk heeft en dat ze niet elk moment voor ons klaar kan staan. In de tien jaar dat ze de woning nu verhuurt, heeft ze nog nooit zulke klagers gehad als wij, liet ze vandaag per mail weten. De vaatwasser gaat er komen, schrijft ze, maar alleen als we hem zelf (laten) installeren. Haar klusjesman is onlangs ernstig ziek geweest en kan niet tillen.

Daar kunnen we het weer mee doen.