I sog to the max

Ik ben een RAMP. Ja inderdaad, met hoofdletters. Er zijn al boeken volgeschreven over soggen. Het is een geliefd onderwerp van columns en blogs. Het begrip wordt zelfs uitgelegd op Wikipedia. Maar toch moet ik het even kwijt: aaaaaaargh!!!

In tijden dat ik dringend aan de studie moet, is de wasmand nooit vol en de vaatwasser nooit leeg. Het is helemaal niet nodig -en zo lang het dit weer blijft ook totaal nutteloos- om onkruid uit te trekken of het terras te vegen, toch doe ik het. Het is complete onzin om al naar het milieuperron te lopen terwijl onze 'verzamelbak' nog maar half vol is, toch is het deze dagen een geliefd wandelingetje. Ik vind sporten hartsikke leuk, maar zo overdreven vaak als ik nu ga, heeft nog maar weinig met leuk te maken. En ineens vind ik het nodig om uitgebreide rituelen uit te voeren in de badkamer: insmeren, opmaken, mijn haar kammen (!!) en die ene dwarse wenkbrauwhaar uittrekken.

Als ik eenmaal in de bieb zit, dan gaat het wel. Behalve internet is er weinig afleiding. Maar de bieb gaat om 17.00 uur dicht. Dus. 

Advertenties

Weekendje weg

Eens in de zoveel tijd ga ik met vrienden en daar de vrienden van een weekendje weg. Vrienden van vrienden die ik zonder die vrienden nooit zou zijn tegengekomen, laat staan dat ik er vrienden mee zou zijn geworden. 

De mannen zijn gemakkelijk, die worden gewoon een paar jaar jonger in zo'n weekend. Flauwe moppen, boeren en scheten, wekkers verstoppen onder je bed, met bierdopjes schieten en uren klooien met barbecue en vuurkorf. Voorop lopen met wandelen. Heuvels op en af rausen met een mountainbike. Instinctief gedrag. Dat kan ik aan. Althans voor een weekend.

De vrouwen -op vriendin J na- zijn zo avontuurlijk als een deurpost. Het liefst hangen ze het hele weekend op de bank met hun man. Dat buiten de zon schijnt en de omgeving waar we logeren prachtig is, lijkt ze te ontgaan. Ze willen spelletjes doen, een tijdschrift lezen uit de categorie 'damesblad', of praten over dingen waar ik niets mee heb zoals trouwen en op vakantie gaan met de caravan. Als ze na minutenlang overleg (dat in mijn beleving steevast uren lijkt te duren) toch besluiten mee naar buiten te gaan, houden ze het na één rondje op de fiets, of één omgevallen boomstam op het bospad voor gezien. Kan ik weinig mee.

Toch ga ik mee. Iedereen is aardig en de ingrediënten (chips, bier, vlees) zijn uitstekend. Het is heerlijk dat iedereen op zo'n weekendje volledig zichzelf is en doet waar hij/zij zin in heeft. Ook vriendin J -sinds het weekend beter bekend onder de naam Alphavrouwtje- en ik. Vraag dat maar aan het veteranenelftal dat in het huisje naast ons logeerde…

Slecht gefrituurde bitterballen opwarmen op de barbecue?!?      

Blinde kip

Ik was eigenlijk alweer vergeten dat ik zo nachtblind ben als een kip, toen ik afgelopen weekend, midden in de nacht, in een heftige onweersbui, knallende regen en striemende wind in de auto stapte om mezelf en mijn lief veilig thuis te brengen vanaf Dusseldorf. Dat ik sowieso al geen held ben in de auto, en in het afgelopen jaar nooit verder ben gereden dan naar mijn mama of de Gamma hielp ook al niet.

Klamme handjes, verhoogde hartslag, lichte paniek. Mijn verstand weet dat ik het bord met 'Ausfahrt' links voorbij ga rijden, immers ik rijd vlakbij de nauwelijks zichtbare middenstreep. Mijn ogen zeggen tot vlak voor het bord, dat ik er recht doorheen ga rijden. Lichtweerkaatsing van een lantaarnpaal op de weg, wordt door mijn ogen geregistreerd als een obstakel waarvoor ik de neiging heb om te remmen. Van een onderbroken streep zie ik hooguit twee 'witjes', dus dat ik ruim van te voren zie dat er een bocht aankomt, nee…

De leuke jongen uit de trein en ik zijn veilig thuis gekomen. Misschien moet ik eens langs een opticien. En kippen gaan niet voor niets op stok zodra het donker wordt. 

Azijnpisser zegt sorry

Boodschap: ik ben een azijnpisser, een muggenzifter en een zwartkijker. Daar wil ik hier en nu absoluut SORRY voor zeggen: sorry!!! 

Oorzaak: in de afgelopen weken ben ik hard om mijn oren geslagen door mensen met als motto 'Het is niet goed of het deugt niet'. Mensen die me dierbaar zijn. 

Gevolg: huilen op de brede linkerschouder van de leuke jongen uit de trein.

Overpeinzing: ik wil andere mensen, zeker mensen die me dierbaar zijn, inclusief mezelf, niet verdrietig maken.

Conclusie: ik moet ophouden met het negatieve van dingen inzien. 

En dus: als iemand te laat komt, moet ik niet meer denken "Hij/zij is de afspraak vergeten, omdat hij/zij mij niet belangrijk vindt", maar ik moet denken "Hij/zij heeft vast een briljant excuus om te laat te komen." Blijde boodschappen over bruiloften en zwangerschappen moet ik verwelkomen als een blijde boodschap. Geen "Zou je dat nu wel doen?" of "Gaan we nu nooit meer samen op stap?", maar "Hartelijk gefeliciteerd!"

Dus.

Twee dingen:
1. wat de Nederlandse taal betreft blijf ik absoluut een muggenzifter;
2. klagen blijft mijn hobby. Zeker zo lang mijn scriptie niet geschreven is en er nog een bar met geneeskundekoffie en goed gezelschap bestaat.  

Het kan altijd erger

Elke zomer denk ik dat het niet erger kan. Dat het dieptepunt qua ordinaire kleding, blote gestriemde vetrandjes, spierwitte benen en onbegrijpelijke mode is bereikt. Niet dus.

Zelf doe ik mijn best om de rest van de bevolking geen ademnood of verschoven nekwervels te bezorgen.
Om mijn volle, ronde, West-Afrikaans aandoende achterwerk een beetje uit het zicht te houden, draag ik meestal lange shirts, jurkjes of in elk geval niet te strakke broeken.
Om mijn weelderige boezem niet te veel in het oog te laten springen, zoek ik uren (soms dagen, weken, maanden… aaaargh!) naar de perfecte en enigszins camouflerende bh.
En mijn witte benen gaan eerst een paar uur in de zon in de veilige beschutting van mijn balkon, voordat deze onder een rokje in het openbaar verschijnen.

Het zou fijn zijn als meer mensen rekening zouden houden met hun medemens. Zo zag ik in de afgelopen weken al voorbij komen: rubber laarzen onder een kort zomerjurkje, een blubberbuik in een paarskleurig latex topje en enorme bovenbenen in een jeansbroekje dat zo kort was afgeknipt dat behalve bubbelige benen ook de broekzakken er onderuit kwamen.

Brrrrrr.

Of moet ik deze wandelende modeflaters bewonderen omdat ze aantrekken waar ze zin in hebben en zich nergens voor schamen?

DSCN0300

Charisma? Alles behalve!

Haar haar was dood. Zoals dat alleen kan na te veel verf en te veel krul- dan wel stijltang. Haar huid was slecht. Zoals dat alleen kan door het te veel nuttigen van allerlei genotsmiddelen. Haar truitje te strak. Haar rokje te kort. Daartussenin plaats voor een vetrolletje op links en een vetrolletje op rechts. Haar oorbellen groot en goudkleurig. De blik in haar ogen dof.

Drie keer raden welk woord er op haar rug was getatoeëerd.

De naam van haar lief? Nee.
De naam van haar kind? Nee.
Haar eigen naam? Ook niet.

Er stond een woord dat perfect haar grootste (zichtbare) gebrek uitdrukte: charisma. Of zou ze eigenlijk Charissa heten en had de tatoeëerder haar verkeerd verstaan?

'Hoe laat is het?'

Ze belt minimaal twee keer per dag naar het callcenter waar ik werk. Niet om naar een adres of telefoonnummer te vragen, zoals de andere bellers, maar naar de tijd. Ze klinkt schel en gehaast als ze haar enige vraag stelt: 'Hoe laat is het?' Ze is niet zomaar tevreden met het antwoord. Als ik zeg dat het 9 uur 30 is wil ze weten of het écht precies half tien is. Als ik daar niet zelfverzekerd genoeg op antwoord, dan vraagt ze het gewoon nog een keer.

Vorige week probeerde ik haar uit te leggen dat ze niet naar de goede dienst belt om de tijd te vragen. 'Wij' hanteren een starttarief van x80 1,26 en kosten daarna nog 27 cent per minuut; twee keer per dag bellen is dus best een dure hobby. Bovendien weet ik de exacte tijd niet, want de klok die op het werk aan de muur hangt, loopt niet gelijk met de kerklokken, mijn horloge, mijn telefoon, of de tijdsindicatie rechtsonder in beeld op het computerscherm.

Ze raakte volledig van slag. Wilde niet luisteren. Herhaalde met steeds meer paniek in haar stem 'Hoe laat is het?' Ik ben absoluut geen deskundige, maar het labeltje dwangneurose durf ik er wel op te plakken. Voortaan geef ik weer gewoon de tijd door die op mijn computer staat. Al durf ik niet uit te sluiten dat ik nog eens een totaal verkeerde tijd doorgeef. Ik ben stiekem wel benieuwd naar haar reactie. 

Aaaaaargh wereldpolitiek

Boos, opstandig en humeurig word ik ervan.

Waarom sturen "we" vliegtuigen bemand door in groen en kaki gehulde mannen en vrouwen naar Libië? Waarom sturen "we" geen (goedbedoeld?) geweld naar Zimbabwe, Noord-Korea, Ivoorkust of Wit-Rusland? Het wil er bij mij niet in dat het alleen met olie van doen heeft. Maar waarom dan? Omdat de bevolking van Libië zelf de eerste stap heeft gezet en dat toevallig zichtbaar was? Omdat "we" geen zin meer hebben om de desbetreffende dictator met zijn eeuwige grijns, Arafat-sjaal en zonnebril te ontvangen op onze feestjes? Ik bedoel, hij komt altijd met zo'n enorm gevolg en wil dan ook nog ergens een tent opslaan.

Sowieso die hele no-fly zone. Israël en Palestina lijken me zeer goede kandidaten voor zo'n maatregel, maar daar gebeurt het niet. Israël hoeft zich sowieso niet aan VN-resoluties te houden. Omdat?

Economische sancties. Ook zoiets. Wie bepaalt dat? En waarom? Voor zover ik de verhalen ken, worden de armen er armer van en hebben de rijke stinkers nog wel een bankrekening of drie achter de hand op de Kaaimaneilanden.

En waarom komt er pas een wapenembargo nadat "we" eerst goed geld verdiend hebben aan de verkoop en levering van alle mogelijke soorten vernietigingsapparaten? Omdat het er zo vervelend uitziet op televisie dat een demonstrant door een geweer van Westerse makelij door zijn hoofd wordt geschoten?

Politici die vandaag verontwaardigd zijn over Kadhafi, bakten gister nog zoete broodjes met hem of een andere dictatoriale despoot en gaan morgen met boter op hun hoofd op de koffie bij de volgende goede buur of verre vriend.

En ik doe niets. 
 

Een wonderlijk staaltje communicatie

"Bel dan even!" roept de leuke jongen uit de trein altijd als één van mijn conversaties in oeverloos heen en weer mailen of doodse stilte dreigt te verzanden. Dit keer was ik hem voor. Ik belde Opdrachtgever X van Communicatiebureau Y. 

Opdrachtgever X behandelt zijn (freelance) medewerkers doorgaans niet volgens de heersende fatsoensnormen. Hij verslijt hoofdredacteuren en vormgevers alsof het papieren zakdoekjes zijn. Gemaakte afspraken met de één, belanden automatisch in de prullenbak bij de ander. Staat er de ene maand een duidelijke kop boven mijn artikel, de volgende keer is het totaal onleesbaar. Dan zit er weer een nieuwe stagiaire van de kunstacademie die zijn gang mag gaan. Communicatie daar doen ze niet aan bij Communicatiebureau Y. Eindredactie gebeurt doorgaans ook niet. Dus toen ik per ongeluk één keer de eerste versie van een artikel in plaats van de laatste naar het bureau stuurde, kwam die er ongewijzigd in. Compleet met halve zinnen en foutief gespelde namen. Opdrachten komen sowieso altijd rijkelijk laat binnen, een dag of drie voor de deadline. Bovendien betaalt Opdrachtgever X niet bijzonder veel en meestal pas ná de betalingstermijn.

Opdrachtgever X heeft mij al verschillende keren gevraagd, op het smeken af, om zijn hoofdredacteur te worden. Waarvoor ik dan vriendelijk bedankte: "Ik schrijf liever."

Waarom ik zo graag voor Communicatiebureau Y schrijf, ondanks alles? Omdat de interviews die ik mag doen en de verhalen die ik mag vertellen zo ontzettend leuk zijn. En omdat het egostrelend is telkens de coverstory te schrijven.

Maar wat bleef het stil de laatste tijd. Dus in plaats van te mailen en te sms'en en tegen de leuke jongen uit de trein te klagen dat ik geen opdrachten meer kreeg, pakte ik de telefoon. De nieuwe hoofdredacteur aan de lijn (nummer 5 of 6 in twee jaar tijd) sprak de legandarische woorden: "Ik wist helemaal niet dat jij bestond. Voor het volgende nummer zijn alle artikelen al verdeeld."

Blijkbaar ben ik ontslagen.

Had ik al gezegd dat bij Communicatiebureau Y niet gecommuniceerd wordt?

Erbij horen

Erbij horen. Ik was daar nooit zo goed in. Dat de gabbers niets van mijn moesten weten, dat vond ik prima. Maar dat ik niet stoer genoeg was voor de alto's, niet slim genoeg voor de stuudjes, en mijn ouders niet rijk genoeg voor de kakkers; dat deed soms wel een beetje zeer. Oh middelbare schooltijd…

Daarna ging het steeds beter. Tijdens journalistiek deed ik nog wel eens mijn best om bij mijn tutorgroepje in de smaak te vallen, maar hoe ouder ik werd, hoe meer ik gewoon ik was. Mensen moeten mij maar nemen zoals ik ben. Met die instelling ben ik ook aan mijn huidige studie begonnen. Het resultaat: ik heb er fantastische mensen leren kennen voor verukkelijke klaagsessies bij grote bekers slagroom en koffie :-) 

Maar die houding keert zich soms ook tegen mij. Ik ben volledig mezelf als ik met de vrienden van de leuke jongen uit de trein op stap ben. Waarschijnlijk is dat precies de reden waarom ik me in die groep soms weer voel als dat onhandige meisje dat als laatste werd gekozen bij de gymles.