Mag ik je ogen lezen?

De leuke jongen uit de trein staat al een eeuwigheid in de Duitse supermarkt. En gelijk heeft hij. Hij kan niet kiezen uit de bijzondere smaakjes Schweppes die we in Nederland niet hebben. Ik sta buiten de winkel, bij de speeltoestellen in het sfeerloze overdekte winkelcentrum in Aken. (Hoe mooi een stad ook is, winkelcentra, brrrrr). Aan mijn voeten een tas vol tandpasta, bodylotion en andere belachelijk goedkope producten uit de DM. Lang leve wonen in de grensregio en voordelig inkopen doen.

Met ferme pas komt ze op me af. Ik wil niet denken wat ik denk, maar doe dat toch. Ik voel wantrouwen. Ze is klein en heeft lang, donker haar. Ze draagt een strakke jurk en goudkleurige sieraden. Haar uiterlijk doet me denken aan de vrouwen in Brussel die bedelen met een gedrogeerd kind op schoot. Aan de meisjes die me in Barcelona probeerden wijs te maken dat ik mijn ring had laten vallen in de hoop dat ik me zou bukken en zij mijn zakken konden rollen. Ik wil dit niet denken. Ik wil mensen niet op basis van hun uiterlijk in een hokje zetten. Maar het is bizar hoe mijn hoofd soms werkt.

Ze staat voor me en kijkt me aan. Een vriendelijke blik. Maar ik ben nog steeds op mijn hoede.

“Mag ik je ogen lezen?”

Ik stamel in mijn beste Duits dat dat niet hoeft en dat ik waarschijnlijk toch niet alles ga begrijpen wat ze zegt.

“Ik wil je toch wat zeggen. Het is positief. Je bent een krachtige vrouw.”

“Dankjewel”, zeg ik. En speur over haar heen de winkel in om te kijken waar de leuke jongen blijft.

“Jij bent iemand die heel goed aanvoelt of mensen deugen of dat ze slecht zijn. Je bent sterk. Maar de laatste twee jaar gaat het zozo.”

De laatste zin onderstreept ze door een golfbeweging te maken met haar hand.

Ze geeft me nog een compliment voor de kleurrijke rok die ik aanheb en loopt weg.

Niets aan de hand dus. Wantrouwen voor niets. Dus ik vraag me af of ze gelijk heeft. Zo goed voel ik mensen blijkbaar niet aan. En wat was twee jaar geleden dan de aanleiding voor ‘zozo’?

Plaats een reactie