Op dit moment #13

Liekes boomhutIk kan deze blog op dezelfde manier beginnen als #12. Ik draag twee vesten en een sjaal en heb zojuist mijn petroleumkachel bijgevuld. Met hulp van één van de Werkgebouw-mannen, want mijn vingers waren zo koud dat ik de dop van de brandstoftank niet open kreeg. Schreef ik de vorige keer dat ik nog steeds blij was dat ik De WERKplaats had ingeruild voor Het Werkgebouw, begin ik nu toch langzamerhand schijt te krijgen van de primitieve omstandigheden. Zelfs nu de temperatuur buiten hoger is, blijft mijn ‘chalet’ stervenskoud. Van de kou moet ik vaker plassen dan normaal. Maar het eveneens ijskoude toilet bevindt zich precies aan de andere kant van dit enorme pand. Brrrr.

Blij met: de leuke jongen uit de trein. Ik teer nog steeds op de lieve en mooie woorden die hij tijdens ons 11-11-11 feest sprak. Ik bof ontzettend met zijn inspanningen in ons huishouden in de vorm van wassen, strijken en koken. Ook profiteer ik regelmatig van zijn breng- en haalservice. Bovendien nam hij de laatste tijd veel extra klussen op zijn schouders, vanwege overstromende wasmachines, loslatende kit en andere ellende. Met, zoals gewoonlijk, de onmisbare hulp van zijn papa en zijn broer.
Daarnaast blijft de leuke jongen uit de trein gewoon de allerbeste eindredacteur en de allerbeste persoon om met me mee te denken en mij op het juiste moment een schop onder mijn kont te geven (‘denk aan je back-up, ga eens op zoek naar een andere netwerkvereniging, heb je al gekeken hoe laat de bus vertrekt…’). Zonder hem was mijn leven een stuk chaotischer en mijn werk veel minder professioneel dan het nu is. Lucky me!

Balen van: eerstewereldproblemen. Besluiteloosheid en uitstelgedrag. Ik zou willen dat ik eens wat anders opschreef, maar dit blijft ons grote struikelblok. Een geldbedrag uit 2012 waarvan we iets leuks zouden doen, zit nog steeds in een envelop. Versleten eetkamerstoelen die niet lekker zitten, zijn al twee keer met ons mee verhuisd. De televisie staat al drie jaar op een dressoir dat eigenlijk in de gang hoort te staan. En nu is het ‘project tuin’ in de wachtstand beland. Er is een tekening waar ik blij mee ben. Er is al een paar weken een tekening waar ik blij mee ben. Er is over een paar weken nog steeds een tekening waar ik blij mee ben…
Waar ik ook vreselijk van baalde, was dat ik voluit achterover viel in een leegstaande kleifabriek. Bovenop mijn laptop. Mijn jas moest naar de stomerij, mijn tas naar de schoenmaker en mijn laptop naar de computerhelden die alles kunnen maken. Ik was dus tijdelijk min of meer werkloos.

Genieten van: onverwacht goede “feestjes”. Zoals afgelopen vrijdag. De leuke jongen uit de trein en ik gingen ‘even wat drinken.’ Steeds meer vrienden en bekenden kwamen de kroeg binnen. Ergens na sluitingstijd rolden we naar buiten. De tijd was omgevlogen. De volgende ochtend was ik hees van het lachen en het meezingen.
Om mij heen maken veel mensen carrière en kinderen en daardoor was ik bang dat spontane activiteiten tot het verleden zouden gaan behoren. Die angst was ongegrond. En zo resulteert mijn uitspraak ‘ik wil wel mee naar Faith no More’ ineens in een heel weekend Amsterdam met zes personen. Wat een leuk leven heb ik toch.

Uitkijken naar: carnaval. Vorig jaar had ik wachtdienst vanaf carnavalsmaandag, waardoor het maar een kort feestje werd. Dit jaar kan ik drei daog laank gaan en staan waar ik wil. Iedere dag in een ander pekske. Over carnaval gesproken, daar schreef ik elders een blog over.

Actief bezig met: huppelen. De vrolijke benaming  voor ieder weekend afzien op de hometrainer, loopband en crosstrainer. En sinds kort ook weer op dat verschrikkelijke roeiapparaat (dat schijnt goed voor je lijf te zijn). Gelukkig in goed gezelschap, dat maakt het een stuk draaglijker. De laatste tijd komt er ook weer ritme en regelmaat in het zwemmen waarvoor ik nog steeds naar Beek rijdt, wat eigenlijk een beetje ‘van de zotte’ is. Iedere dinsdag en donderdag maak ik met een ‘Hasselt-collega’ een wandeling van een half uur. Als ik niet te veel afspraken heb, ga ik ook wandelen tijdens de drie ‘Maastricht-dagen’. Met mijn conditie zit het wel goed, maar van al mijn lichamelijke activiteiten zie ik helaas niets terug op de weegschaal. Ik merk ook niets aan mijn kleding, maat 44 zit even strak als altijd. En ja, ik weet perfect hoe dat komt. Ik kan er de vreselijke uitspraak ‘ieder pondje gaat door het mondje’ op loslaten 😉

Aan het kijken naar: Over mijn lijk. De aflevering van afgelopen donderdag helaas nog niet kunnen kijken, maar tot nu toe is het weer een indrukwekkende serie. Wat een ontzettend leuke, spontane mensen die door ‘het onrecht’ getroffen worden. Ontroerend hoe zij ‘de achterblijvers’ proberen te troosten. Mooi om te zien dat ze nog zo veel mogelijk uit het leven halen.
Verder kijk ik vooral naar programma’s die om nieuws/actualiteit draaien. Maar ik keek nog steeds geen enkele volledige aflevering van Op1 of van Jinek sinds de omschakeling. Ik ga DWDD niet missen.

Aan het lezen in: Ali en Nino van Kurban Said. (Dankjewel V. dat je dit boek bij mij achterliet). Ik heb pas twee hoofdstukken gelezen, dus ik kan er nog niet veel over zeggen, maar de schrijfstijl spreekt me erg aan. Het is nu al confronterend, want wat blijk ik verdomd weinig van geografie en geschiedenis te weten.
Het verhaal speelt zich af in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw in Azerbeidzjan. Ali Khan is moslim, voorstander van eerwraak, liefhebber van met zijn handen eten, zoon van een steenrijk edelman, neef van een nog rijkere oom die er vier vrouwen en een aantal eunuchen op na houdt. Ali spreekt Russisch, Tataars, Arabisch en Turks, zit op een Russische school waar de tsaar en de verworvenheden van Europa worden verheerlijkt, maar hij houdt meer van Azië dan van Europa. Hij wordt verliefd op de Georgische, christelijke Nino die naar de nonnenschool gaat, met mes en vork eet en niet van plan is om ooit een sluier te gaan dragen. Benieuwd hoe het verder gaat.

 

We vierden vriendschap, liefde en familie en het was geweldig

Het bedankje dat we blijkbaar af en toe vergaten mee te geven, gezien het grote aantal lollies dat nog over is.

Time flies! Op 25 januari, 11 jaar, 11 maanden en 11 dagen na onze eerste date, gaven de leuke jongen uit de trein en ik een feest om vriendschap en liefde te vieren. Een “wij gaan nooit trouwen, maar blijven wel van elkaar houden” feest. Een feest waarvoor we dezelfde mensen uitnodigden als die we ook uitgenodigd zouden hebben als ik wél had willen trouwen.

Dat werd een confrontatie met het grotendeels ontbreken van familiebanden aan mijn kant, maar ook een bekroning, onderstreping, bevestiging, omhelzing van andere familiebanden en van vele vriendschappen. Wat zijn wij een geluksvogels! Wat hebben wij een prachtige mensen om ons heen! De kroeg was gevuld met vrolijke feestvierders die een goed humeur, de leukste cadeaus, en de liefste kaartjes meebrachten. Ik heb met veel te weinig mensen gepraat (sorry!), maar als ik om me heen keek, zag ik lachende gezichten. Zelf ga ik in ieder geval nog heel lang nagenieten. En mocht ik ergens slechte zin van krijgen, de regen bijvoorbeeld, dan pak ik de kaartjes er gewoon bij. Ik moet direct lachen als ik sommige teksten lees.

Wat hebben we belachelijk veel gekregen. Hele persoonlijke cadeautjes. Hele lekkere cadeautjes ook, waarvan de eerste ingrediënten al zijn opgegeten. De rest van het jaar kunnen we ieder weekend naar de film, de sauna, lunchen, dineren, logeren en naar het tuincentrum zonder geld of pinpas mee te nemen 😀 Er staat nog steeds een bak aarde middenin de woonkamer. Die moet nog uitgegraven op zoek naar muntjes. Een leuk klusje voor komend weekend.

Een speech kon niet ontbreken. Ik sprak eerder bij het overlijden van mijn oma. In datzelfde jaar bij het overlijden van mijn papa. Ik schreef af en toe een speech voor een ander. En nu, eindelijk, een feestelijk moment waarbij ik mijn woorden de zaal ik kon slingeren. Door een heuse microfoon. En ik zei ongeveer dit:

Nee, sorry, Sacha gaat niet zingen.

Dankbaar, dat is het eerste wat ik voel als ik nu om me heen kijk. Dankbaar dat jullie allemaal gekomen zijn om met ons het bourgondische leven en de liefde te vieren. Sommigen van jullie kwamen van ver. Uit Dordrecht, Tilburg, Eindhoven, Weert… G en C zelfs helemaal vanuit Frankfurt. En Amsterdam, Kerkdriel, Utrecht en Veenendaal hadden er graag bij willen zijn.

Dat vrienden belangrijk zijn, wisten we al lang. Maar het organiseren van dit feestje heeft dat nog eens dik en vet onderstreept. Sommigen van jullie moesten zich in allerlei bochten wringen om hier te zijn. Een oppas regelen, andere afspraken verzetten, onderdak regelen voor een hele beestenboel. Jullie hadden het voor ons over en daar zijn we heel blij mee. Vrienden kies je en wij hebben verdomd goed gekozen. En dat geldt andersom natuurlijk ook.

Familie kies je niet… Maar met mijn keuze voor de leuke jongen uit de trein, kwam ik toevallig in een fantastische familie terecht. Bij mijn schoonouders M en S voelde ik me direct thuis. De eerste keer was in 2008, bij de Paasbrunch. Sacha had tussen neus en lippen gevraagd of hij met Pasen iemand mee mocht nemen. Sindsdien mag ik in mijn handjes knijpen.

Sacha’s familie weet hoe je een feestje viert en van het leven moet genieten. Na 11 jaar, 11 maanden en 11 dagen weet ik zeker dat ik niet meer zonder Sacha wil, maar mocht dat toch ooit gebeuren, dan hoop ik dat zijn familie mij nog wil zien. Met wie moet S anders een pilsje drinken?

Daarna bedankte de leuke jongen uit de trein iedereen die zijn handen uit de mouwen stak tijdens het verbouwen van ons huis. Met liefdevolle loftuitingen voor zijn ouders en broer. En toen… smolt ik tot er heel even nog maar een klein plasje overbleef dat in mijn door hem gepoetste laarzen liep. Hij sprak de mooiste en liefste woorden over hoe goed wij ondanks alle verschillen bij elkaar passen. Met de enige juiste slotzin (inclusief gejoel en gejuich van de aanwezigen): “Liefie, wil je alsjeblieft nooit met me trouwen?”

 

Zie het gouden randje

Vanmorgen liep ik naar de supermarkt. En werd verdrietig. Een ijzeren vat dat dienst had gedaan als vuurkorf was achtergelaten op een straathoek met daarin en daaromheen een berg in meer of mindere mate verbrand afval. Ik zag een omgehakt boompje dat pas een paar weken geleden was geplant. Een zwartgeblakerde schutting. Een in brand gestoken container op het milieuperron. Glasscherven op het voetpad bij de begraafplaats. En een soort van krater in de speeltuin.

Waarom? Waarom moeten dingen kapot? Waarom vind je het een goed idee om het nieuwe jaar te beginnen met het maken van een enorme teringbende? En waarom vind je vervolgens dat je dat niet hoeft op te ruimen?

Ik wil het nieuwe jaar potverdorie niet somber beginnen. Ik wil het met Rugter Bregman eens zijn dat de meeste mensen deugen.

Strikje erom

Ik werd in 2019 in ieder geval omringd door mensen die deugen. 2019 was goed voor mij. Een jaar met een strikje erom. Niemand werd ernstig ziek. Niemand ging dood. Ik hield weer een beetje meer van mijn vrienden, waarvan ik een deel al ken ‘sinds de zandbak’. Ik hield weer een beetje meer van de leuke jongen uit de trein. Ik zag een klein stukje van prachtig, indrukwekkend Canada. Mijn bedrijf draaide beter dan ooit; ik zat nooit verlegen om opdrachten of om geld. Als 2020 lijkt op zijn voorganger, mag ik in mijn handjes knijpen. Ik ben een dankbare geluksvogel.

Ik wens iedereen voor 2020:

Mensen bij wie je je veilige voelt en bij wie je onbezorgd kan lachen, dansen en sjtomme kal verkopen.
Mensen bij wie je verdrietig mag en kan zijn, als er iets vervelends gebeurt.
De kracht om het gouden randje te zien van iedere situatie (ik denk nog even na over het gouden randje bij de puinzooi in mijn buurt. De mensen hebben lol gehad zeker?).
De energie om de wereld een beetje mooier te maken.
Meer luisteren en minder roepen.
Meer groen en minder grijs.
Meer hartelijkheid en minder hufterigheid.
Meer omhelzen en minder afstoten.
Meer duurzaam en minder wegwerp.
Meer liefde. Bakken, tonnen, containers vol liefde.

Mijn jaar in boeken

15821485071733116217128934952681Ik las nog nooit zo weinig boeken als dit jaar. Ik begon met het beklemmende boek Diepte van Henning Mankell. Daarna las ik het boek dat ik op kerstavond 2018 kreeg: Het meisje uit de trein van Irma Joubert. Qua stijl niet helemaal mijn ding, maar wel een aangrijpend verhaal.

Serie Q

Dankzij de leuke jongen uit de trein begon ik in maart aan ‘Serie Q’ van Jussi Adler Olsen. Inmiddels ben ik bezig in deel 7. Dat boek krijg ik dit jaar nog net uit.

Serie Q is een meeslepende serie waarin je voortdurend op het verkeerde been wordt gezet. Ik houd van het soort ingewikkelde hoofdpersonen als Carl Mørck. Een intelligente, onaangepaste, soms luie, soms sociaal onhandige rechercheur die zijn bazen tot wanhoop drijft. Bij hem thuis is er voortdurend van alles aan de hand, met een verlamde collega die in zijn woonkamer woont en een lamme tak van een stiefzoon die ‘vergeet’ te vertellen dat hij maandelijks geld van zijn moeder krijgt.

Exen

Carl rekent op het ene moment de grootste crimineel van Denemarken in, het volgende moment gaat hij met hangende pootjes op bezoek bij zijn ex-schoonmoeder, vanwege een deal die hij met zijn ex-vrouw sloot. Die ex-schoonmoeder is een hoogbejaarde, kettingrokende vrouw met een obsessie voor seks. Sinds ze van haar kleinzoon een smartphone kreeg, wil ze vooral naaktselfies maken.

De drie collega’s van Carl zitten ook vol geheimen en obsessies. Genoeg personen met een hoekje af dus, gecombineerd met spanning en af en toe een stevige portie kritiek op politiek en bureaucratie.

Desondanks kom ik niet verder dan 9 boeken in een heel jaar, waar ik andere jaren makkelijk twee boeken per maand las. Dat voelt als een nederlaag.

Wat deed ik in 2019 met mijn vrije tijd? Zat ik al die tijd naar mijn laptop of telefoon te staren? Lag ik te slapen? Deed ik ‘sociale dingen’? Of had ik gewoon minder tijd? Ik weet het eerlijk gezegd niet. Maar het brengt me wel bij één van de weinig goede voornemens voor 2020: meer lezen!

 

 

Papadag #16

15758758054393168228402300884440.jpgLieve papa,

7.44 uur.

Zeventien jaar geleden at ik op dit tijdstip nietsvermoedend een bakje yoghurt of een boterham. Geen idee eigenlijk waar ik destijds mee ontbeet. Misschien zat ik zelfs al in de trein. Ik liep immers stage in Amsterdam. Ik baalde, want het treinverkeer was chaos die dag, dat weet ik nog wel. Een ergernis die later op de dag onbetekenend zou blijken.

Zeventien jaar zonder jou en ik vraag me nog regelmatig af wat jouw mening of keuze zou zijn geweest. Wat zou je bestellen van de menukaart? Hoe hard zou je vloeken naar de tv als Trump in beeld kwam? Je zou je gruwelijk ergeren aan de smartphones en tablets in het straatbeeld, maar misschien zou je inmiddels zelf ook een zaktelefoon hebben? En de Top 2000, zou je die gewaardeerd hebben? Zoals ieder jaar stemde ik op Brown Eyed Girl in jouw plaats.

Wat ik me de laatste weken vooral afvraag, is of de familiebanden nog zouden bestaan als jij nog leefde. Zou ik jouw enige zus en hun enige dochter dan wel nog af en toe zien? Ik had nooit gedacht dat die contacten zouden verwateren. Maar dat zegt misschien vooral iets over mij?

De leuke jongen uit de trein en ik geven in januari een feest. Een feest dat belangrijk voor ons is; we vieren vooral onze liefde voor elkaar. Het is maar goed dat wij nooit gaan trouwen, want de lege bankjes in het stadhuis zouden een droevige aanblik geven. Op 2 mensen na die ik al in geen jaren meer sprak, nodigde ik beide families uit. 21 personen in totaal. Vooralsnog komt er niemand. Zou dat anders zijn geweest als jij nog leefde?

Jij was geen held in het onderhouden van contacten, maar als we ergens op bezoek waren, of anderen waren bij ons, dan maakte jij altijd duidelijk dat je voor mensen klaarstond. Dat ze op je konden bouwen. Jij haalde de kou uit de lucht, voordat we het koud kregen. Met een flauw grapje of een relativerende opmerking zorgde jij ervoor dat dingen werden uitgesproken die anders ongezegd zouden blijven. Een talent dat ik helaas niet van je heb geërfd.

Vanavond proosten Luuk, Loes, mama en ik op jou (in Valkenswaard!). We gaan raden wat jij gegeten zou hebben. We staan misschien even stil bij jouw vermoedelijke kijk op de onvrede in de Nederlandse samenleving en de duistere figuren in onze politiek. Maar daar laten we ons humeur niet door verpesten. We maken er een gezellige avond van. Zoals jij gewild zou hebben.

Liefs,

Lieke

Op dit moment #12

herfst-18-2-e1573558355509.jpgDe petroleumkachel loeit en ik draag twee vesten en een sjaal. Mijn chalet/boomhut in Het Werkgebouw is tussen 8 uur vanmorgen en nu opgewarmd van 4 naar 12 graden. En toch ben ik nog steeds blij dat ik de WERKplaats, waar ik het ook naar mijn zin had, heb verruild voor Het Werkgebouw. De sfeer is hier beter en de omgeving inspirerender.

Genieten van: ganzen die in V-formatie overvliegen, roze en oranje zonsopkomsten, vallende blaadjes in rood en geel. Dat de tijd van stamppot en erwtensoep is aangebroken. Dat Lieke Schrijft goed blijft draaien zonder dat ik aan acquisitie hoef te doen. Mijn omzet komt aan het eind van 2019 een stuk hoger uit dan aan het eind van 2018, terwijl ik dit jaar veel langer vakantie had. Ik ben daar heel dankbaar voor.

Blij met: vriendschappen. Ik vroeg via Facebook aan een vriend of het eten bij de Koreaan lekker was geweest. Resultaat: over twee weken gaan we met op een donderdagavond met 13 smulpapen eten bij de Syriër.
Begin december is het tijd voor de jaarlijkse Sinterkerstborrel met mijn vriendjes van de middelbare school. Vier mannen, waarvan ik er twee maar één keer per jaar zie. We verschillen als dag en nacht van elkaar qua werk, gezinssamenstelling en hobby’s. Toch is het altijd gezellig. Ik kijk ernaar uit!

Balen van: vriendschappen. Meer specifiek, de vriendschappen die op een veel lager pitje staan dan ik zou willen. In veel gevallen ligt het aan mezelf in combinatie met de afstand. Ik kan me er niet toe zetten om naar Eindhoven te rijden of in de trein naar Utrecht te stappen. Terwijl dat toch eigenlijk niet zo heel ver weg is. Waar ik me dan schuldig over voel. Zeker als ik voor mijn gevoel ‘aan de beurt ben’ om te gaan. Ik ga weer wat meer mijn best doen!

In andere gevallen ligt de lage frequentie van elkaar zien aan de weerstand tegen het inschakelen van een oppas, wat afspreken een stuk moeilijker maakt.

Sporten: gaat deze week niet vanwege pieperdienst. Maar verder ben ik goed bezig, al zeg ik het zelf. Wekelijks naar de sportschool waar ik minimaal een uur cardio doe. Iets minder dan wekelijks naar het zwembad voor drie kwartier baantjes trekken. Gisteren begon ik de werkweek met een ochtendwandeling voordat de pieper aan moest. In Hasselt, waar ik twee dagen per week werk als ik geen pieperdienst heb, maak ik in de middagpauze standaard een ommetje met collega’s. Soms stap ik op de heenweg uit de auto in Zutendaal of Genk voor een korte wandeling. En de trappers die in mijn boomhut onder mijn bureau staan, draai ik tijdens de andere werkdagen fanatiek rond. Vooral omdat het helpt om warm te blijven. Het resultaat op de weegschaal valt overigens tegen, maar dat heeft vooral met ‘borrels’ te maken. En met een ruggengraat van elastiek als er in Hasselt weer eens iemand trakteert.

Eten: sinds we terug zijn uit Canada, zijn we best gezond bezig. Minder vlees, meer groente, kleinere porties en nog maar zelden een toetje. Ook proberen we wat vroeger te eten, maar dat blijft een uitdaging. Als je allebei voltijds werkt en moeite hebt met onafgeronde taken, is het al snel 19 uur voor er iets op tafel staat.

Laatst begonnen we onze zondag in de keuken. De leuke jongen uit de trein boog zich over een grote pan zalig zuurvlees en ik bakte een bosvruchtencake.

Voor mijn doen, eet ik tegenwoordig belachelijk veel fruit. Belachelijk veel betekent 1 à 2 stuks per dag. Met tegenzin. Ik geniet tien keer meer van een broodje met kaas dan van een appel. Een zak pepernoten gaat veel gemakkelijker naar binnen dan een bak druiven. Maar ik houd vol! Vandaag staan twee mandarijnen op het menu.

Lezen: Serie Q van Jussi Adler Olsen. De hoofdpersonen zijn fascinerend. Ik heb het zevende en voorlaatste deel bijna uit en heb nog steeds geen idee van de geheimen van hoofdpersonen Assad en Rose. Van de rode draad die door alle boeken loopt, een schietincident waarbij hoofd-hoofdpersoon Carl een collega verloor, heb ik ook nog geen idee wie de dader is en waarom. Dat in tegenstelling tot de series waar we op televisie naar kijken en waarbij de leuke jongen uit de trein en ik soms in de eerste 5 minuten de dader al kunnen aanwijzen.

Kijken: de voorspelbare series waar ik in het vorige punt op doelde zijn de drie varianten van NCIS. Met name de LA-variant wordt steeds ongeloofwaardiger. Hoezo hebben de ‘goeien’ altijd negen levens en gaan de ‘slechten’ meteen tegen de vlakte? In de laatste aflevering, lukte het om binnen drie seconden telefonisch een aanhoudingsbevel van een rechter te krijgen, terwijl die rechter in de rechtszaal met een heel andere zaak bezig was. Alsof het niet al minstens een paar minuten duurt om de zaal te verlaten en te lezen waar je eigenlijk toestemming voor geeft. En toch blijf ik kijken. Gedachten uitschakelen en genieten. The Blacklist volgen we ondertussen al een hele tijd niet meer, omdat de hoofdpersonen op onze zenuwen begonnen te werken. Maar we pakken het vast weer op.

Luisteren: Kink FM (de lijst die nu wordt gedraaid is om van te smullen!), Studio Brussel en Radio 2. Qua cd’s zat ik de afgelopen weken in de jaren 90 verzamelaars (kent iemand The Bigg Buzz cd’s?). Heerlijk!

Leuke dingen om naar uit te kijken: een bezoek aan Fins Lapland in januari met mijn Hasselt-collega’s. Ik vind het eng. Ik ken mijn collega’s niet zo goed. Sommigen kennen elkaar al jaren en gaan ook buiten het werk veel met elkaar om. Waar pas ik in dat plaatje? Maar ik kijk er dus wel naar uit. En dat lijkt me logisch. Met husky’s sleeën door een wonderlijk wit winterlandschap en daarna opwarmen bij een knapperend haardvuur, dat klinkt toch als een droom? Net als gebraden rendiervlees met zure bessen. Of wilde zalm met aardappelpuree. En stel nou dat we het noorderlicht te zien krijgen…

Al met al ben ik een behoorlijk blij ei dus. Ik heb niets te klagen.

Brief aan mijn nichtje #20

Lieve koprolkampioen,

Afgelopen vrijdag bleef je slapen. Dat slaapfeestje begon een tikkeltje dramatisch. Toen je mama wilde vertrekken, klampte je je aan haar vast en rolden de tranen over je wangen. Je wilde haar niet loslaten en je schouders schokten. Na het zwaaien voor het raam lukte het je uiteindelijk om te vertellen wat er was.

“Jullie worden wel eens boos.”

Er brak een stukje van mijn hart en ik vroeg me even af hoe ik hierop moest reageren. Geen idee of ik voor de beste strategie koos, maar het gesprek ging ongeveer als volgt verder:

“Wordt jouw mama nooit boos?”
“Jawel.”
“Wanneer dan?”
“Als ik niet luister.”

Toen de tranenstroom was opgedroogd, begon het feest. Want na het eten gingen we naar de kermis. Dat je op de trampoline zou gaan, stond vast. Er was niemand anders op de trampolines en de jongen die de boel in de gaten moest houden, begon tegen mij te vertellen. In plaats van de gebruikelijk vijf minuten, kreeg je een kwartier voor je luchtacrobatiek. Als jij moe werd en je nog nauwelijks met je voeten aan de trampoline kwam, trok hij aan je benen waardoor je weer hoog de lucht in ging. Na een paar keer ‘ik durf niet’ lukte het je toch om in de lucht koprollen achteruit te maken. “Dat zijn back flips!” Ik vond het knap. Ook dat je eten er niet uitkwam.

Daarna ging je in de vliegtuigjes, die niet zo boeiend waren. De leuke jongen uit de trein die wij vanwege ons ongeduld alleen hadden laten eten, was ondertussen ook aangehaakt. Je kon hem al vliegend een high five geven. Toen ging je eendjes hengelen. Dat was een fluitje van een cent en binnen no time had je de benodigde 7 eendjes in je bakje. Van mij mocht je doorgaan met hengelen, want de mevrouw van de kraam lette toch niet op. Maar toen kwam het haakje van je hengel vast te zitten en trokken we direct de aandacht. Je mocht iets uitkiezen. De kraam hing vol met schattige knuffelbeesten, grote stuiterballen, poppen met lang haar en hoelahoeps met glitter. Tot mijn grote spijt twijfelde je na twee rondjes rond de kraam nog tussen het lichtzwaard en het geweer. Het geweer won, want daar hoefde geen batterij in dus die kon je meteen gebruiken. Tot slot trakteerde de leuke jongen uit de trein nog bij de snoepkraam. Daar twijfelde je niet, het moest en zou een suikerspin worden.

In pyjama op de bank, onder een dekentje en met de leuke jongen uit de trein als kussen, mocht je een dansprogramma afkijken dat tot half elf duurde. Zoals dat hoort bij logeerpartijtjes. Onze hoop dat je dan de volgende ochtend wat langer zou slapen, bleek ijdel. De eerste geluidjes hoorden we om zeven uur. Je ging stilletjes naar de wc, ging nog even terug naar je kamer, maar sloop toen toch onze kamer binnen. Daar bleef je in het donker naast ons bed staan. Tot ik medelijden kreeg en je naar mijn kant wenkte, waar je nog lekker even tegen me aan kroop.

Als ontbijt werkte je achtereenvolgens een croissant, een restje suikerspin en een boterham met pindakaas naar binnen. De rest van de ochtend beweerde je dat je nog honger had, maar ik vond het wel even goed geweest. Terwijl de leuke jongen uit de trein bij zijn ouders ging klussen, maakten wij het speeltuintje in Bunde onveilig. Het leverde me een natte kont op. Toen ik bijna overstag was voor je ‘gehonger’ en bedacht dat ik misschien maar iets te eten bij de supermarkt moest halen, stuurde je mama een berichtje dat ze boven water was en met haar vriendinnen aan tafel zat. Dus daar liepen we snel naartoe. Je vertelde hoe leuk de kermis was en dat je honger had. In sneltreinvaart werkte je vier minisaucijzenbroodjes naar binnen. Daarna ging je spelen terwijl wij natafelden.

Volgens mij zijn we geen enkele keer boos geworden. Pjoew!

Kom je snel weer logeren?

Liefs,
Tante Lieke

Nog even terugblikken op die fantastische reis

Het is maandag, de eerste werkdag van de derde werkweek na die bizar mooie vakantie. Mijn hoofd zit vol moleculaire beeldvorming, elektronenmicroscopie en operationele managementsystemen. De trefwoorden van twee grote opdrachten waar ik nu mee bezig ben. Ik had zin om weer te gaan werken en die zin is nog niet overgegaan. Ik werk met fantastische mensen die mij helpen om onderwerpen waar ik weinig van snap begrijpelijk op papier te zetten. Maar zodra mijn werk het toelaat, dwalen mijn gedachten weer af naar Canada. Of althans, naar dat kleine stukje wat we van dat grote land hebben gezien.

In willekeurige volgorde een paar dingen die ons het meest opvielen aan Vancouver:

  • Vriendelijke en beleefde mensen. Die netjes in de rij wachten voor de bus. Vrolijk goedendag zeggen tegen de buschauffeur bij het instappen en dankjewel roepen bij het uitstappen. Die hun stoel afstaan zodra een ouder iemand of iemand met een stok of rollator in de bus of de metro stapt. Het is ons maar één keer gebeurd dat er al mensen instapten terwijl we de metro nog niet uit waren. Die stukken ongeduld waren geen Canadezen maar toeristen.
  • Vriendelijke en beleefde mensen. Ja, ik zeg het nog een keer maar dan met andere voorbeelden. In iedere winkel vragen hoe het met je gaat en -als het niet te druk is- waar je vandaan komt en hoe je in Canada bent terechtgekomen. En tips geven waar je kan vinden wat je zoekt, ook al is dat bij de concurrent. In de kroeg heb je gemakkelijk aanspraak, ook als mensen nog niet doorhebben dat je een toerist bent. Aan de bar in The Raven (Cathedral Cove) bood iemand ons spontaan een lift terug naar het centrum aan waar we dankbaar gebruik van maakten.
  • De kassières in de supermarkten zijn gemiddeld vele jaren ouder dan in Nederland. In Canada ben je blijkbaar niet te duur zodra je achttien wordt. Bovendien zijn de medewerkers super vriendelijk (ja, ik zeg het nóg een keer) en nemen ze de tijd voor een praatje. Waarover niemand in de rij zich opwindt.
  • Boodschappen doen is een beleving op zich, alleen al door de omvang van de gemiddelde supermarkt. Verhoudingsgewijs zijn flessen frisdrank van twee liter veel goedkoper dan flessen van een liter. Een pot pindakaas van 500 milliliter is maar een paar cent goedkoper dan een pot van een liter. Maar die producten kun je in elk geval nog in een ‘handige’ maat krijgen. Bij veel andere producten zit er niets anders op dan voor groot gaan. Broodjes per 12 in een zak. Blikjes per 24 in een kartonnen doos. Melk in een container van een paar liter. Prima als je in Canada woont in een huis met een grote voorraadruimte. Onpraktisch als je in een Chevrolet Spark (met wifi!) met enkel een rugzak en een klein rolkoffertje van locatie naar locatie trekt op Vancouver Island. De gemiddelde hotelkoelkast is geen match voor de gemiddelde verpakking.
  • Spandex en andere leggings zo ver het oog reikt. Waardoor de ogen van de leuke jongen uit de trein nog wel eens afdwaalden. Dwars door alle lagen van de bevolking en alle leeftijden heen dragen de meeste vrouwen in Vancouver leggings. Van effen zwart tot alle kleuren van de regenboog. En dan niet met een lange bloes of een jurkje eroverheen. De voorkeur gaat naar korte shirts en tops. De meeste vrouwen kunnen het overigens goed hebben. Nergens ter wereld zagen we zo veel sportscholen en yogastudio’s per vierkante meter als in Vancouver.
  • Over kleding wordt sowieso heel anders gedacht. Praktisch gaat in bijna alle gevallen voor mooi. Waar we in Maastricht telkens de grootste lol hebben als we weer iemand op hakken over de kinderkopjes zie struikelen, zagen we in Canada hoogst zelden iemand op hakken. Sneakers, sneakers en nog eens sneakers. Zoals de vrouwen voor leggings kiezen, gaan de mannen voor joggingbroeken en slobberige jeans. Zelfs in het restaurant, in het theater en in de rij voor een grote première op het filmfestival zagen we maar weinig opsmuk.
  • Vlagvertoon. Geen straatbeeld zonder ergens de maple leaf te zien. Op gebouwen en pleinen. Bij monumenten en onderwijsinstellingen. Op vrachtwagens en boten. Zouden ‘wij’ dat ook doen als we zo’n mooie vlag hadden?
  • In sommige opzichten liggen de Canadezen mijlenver op de Nederlanders voor als het om natuur en milieu gaat. Bermen en omheiningen zijn vaak een groen kunstwerk op zich. Parkeerplaatsen, tankstations en winkelcentra zijn omzoomd door goed onderhouden bomen en planten. Veel (openbare) gebouwen hebben een daktuin. Op veel plekken in de stad zijn ‘watertjes’ aangelegd. Van kleine fontein tot grote vijver met waterplanten. Voor de horeca in Vancouver is het de normaalste zaak van de wereld om vooral lokale, biologische producten aan te bieden en een grote keuze vegetarisch of zelfs veganistisch. Om de paar meter staan prullenbakken en dan meestal ook nog drie naast elkaar om de verschillende soorten afval te scheiden. Bij veel bankjes staat een emmertje om sigarettenpeuken weg te gooien.
    Tegelijkertijd worden nog overal gloeilampen gebruikt. Benzine is goedkoop. Huizen zijn niet of nauwelijks geïsoleerd (houten muren, enkel glas). En terwijl er aan wind geen gebrek is, zagen we niet meer dan een handvol windmolens.
  • De back alley. Ik kende het fenomeen alleen uit films, als de plekken waar lijken tussen het vuilnis worden gedumpt en ratten heen en weer schieten. Je voordeur kan prima aan een aangeharkte stoep met bomen en bloembakken liggen terwijl je achterdeur uitkomt op een strook asfalt tussen raamloze muren. Niet altijd lelijk trouwens, graffiti maakt van sommige back alleys bijzondere kunstwerken.
  • Wat zij koffie noemen, vinden wij geen koffie. Zelfs van een grote mok vol koffie kun je de bodem zien. Slappe hap dus.
  • Geen stinkende urinoirs. Geen gezeik dat vrouwen het maar zelf uit moeten zoeken. Je hoeft nergens lang te zoeken voor een openbaar toilet. En die zijn gratis én schoon. De potten hangen heel laag, waardoor ik na een dag wandelen soms maar moeizaam overeind kwam. Tja, je kunt niet alles hebben.
  • De adembenemende natuur.

Kortom, Canada is een totaal ander land dan Nederland.
Ik zou er wel kunnen wonen.

 

Vancouver Island #2

20190921_141449.jpg

Morgen verlaten we het eiland. Terug naar de stad. En dat doet een beetje pijn. Want wat is Vancouver Island bizar mooi. Wat zijn de mensen vriendelijk. En hoe groot is de kans dat ik nog eens terugkom?

De natuur is overweldigend. “Mooi hè?!”, is mijn vaakst uitgesproken volzin van afgelopen week. We zagen twee imposante adelaars zweven boven de baai in Nanaimo. We zagen reusachtige bomen van honderden jaren oud in Cathedral Grove. We zagen de zon verdwijnen achter een grillige bergketen in Port Alberni. En vandaag keken we met ingehouden adem hoe een mamahert met twee jongen een straat overstak in Parksville, terwijl een automobilist geduldig wachtte. Een uur later stonden we weer oog in oog met een hert dat rustig stond te kauwen terwijl we hem/haar fotografeerden.

De grote dieren – eland, walvis, beer – hebben we nog niet gezien. Maar dat kan zomaar nog gebeuren. Onze gastheer in Port Alberni liet ons een filmpje zien van een beer die onder het huis van de buren uit kroop na zijn winterslaap. In de maanden daarvoor had niemand gemerkt dat het dier daar lag, ook de honden en katten niet. De beer had ook geen enkele haast om terug het bos in te gaan. Maf!

Morgen zien we de baai van Nanaimo steeds kleiner worden en de wolkenkrabbers van Vancouver steeds groter. Ik zal alweer geen boek nodig hebben. Kijken, kijken, kijken. Als een blij ei.

20190922_165734.jpg

Vancouver Island

20190917_140304.jpg

We hebben met een ferry de oversteek naar Vancouver Island gemaakt. Prachtig om tussen Horseshoe Bay en Nanaimo (zelfs de plaatsnamen zijn hier mooi!_ de wolkenkrabbers steeds kleiner en het wateroppervlak steeds groter te zien worden. Van Horseshoe Bay naar Nanaimo. Mijn boek is tijdens die anderhalf uur niet uit mijn tas geweest, ik had het te druk met naar buiten kijken.

De stad Vancouver is groen, ‘de overkant’ is nog veel groener. En dat is volkomen begrijpelijk, want het weer in Nanaimo en omstreken is knudde met een rietje. Nat, natter, natst. Dus er zit weinig anders op dan de voortreffelijke etablissementen voor spijs en drank opzoeken.

Misschien huren we morgen een auto om verder te reizen, misschien ook niet… Het is hier ondanks de regen bijzonder goed toeven.

20190917_164717.jpg