Ode aan Brussel

Deze galerij bevat 2 foto's.

Is het een mooie stad? Hooguit voor de helft. Word je overal vriendelijk bediend? Nee, op sommige plekken is het humeurigheid troef en zijn de prijzen belachelijk. Is het een aangename stad voor voetgangers en fietsers? Niet echt, want als je niet kijkt waar je je voeten neerzet, struikel je beslist over losse stoeptegels en … Lees verder

Zen zonder zen-activiteiten?

Overpeinzing op de dinsdagmorgen.

Yoga om in balans te komen, meditatie om in contact te komen met je onderbewustzijn, magnetisme om je geblokkeerde energiebanen te openen, stiltewandelingen op blote voeten om je hoofd leeg te maken, bewustzijnstherapie om te komen tot je kern van vrijheid, coaching om jezelf in je kracht te zetten, intuïtief schilderen om je creativiteit te laten opbloeien, tai chi tao om één te worden met het universum, lachtherapie om negatieve gedachten uit te bannen, natuurlijke oliën voor rust in je hoofd en stenen die gecombineerd met bepaalde kruiden een helende werking hebben voor zo ongeveer alles.

Mijn tijdlijn op Facebook loopt er vol mee. En dat is best wel grappig, want ik sta totaal niet open voor dit soort dingen. Terwijl ik het vaak heel goed kan vinden met de mensen die werken in deze ‘branche’ (er is natuurlijk niet echt een verzamelnaam voor wat ik hierboven allemaal noem). Goede vriendinnen en zakenrelaties zijn yogadocent of tai chi adept en gaan af en toe op stilteretraite in een klooster. Dat verklaart de berichten op mijn tijdlijn.

Is mijn hoofd vol, dan ga ik een stuk hardlopen of baantjes zwemmen. Zijn mijn hoofd en agenda overvol, dan krijg ik buikpijn, huil ik een keer en zeg ik vervolgens een paar activiteiten af, zoals te lezen was in mijn vorige blog. Heb ik geen inspiratie, dan helpt het meestal om te brainstormen met mijn mede-flexwerkers of om even mijn oordopjes in te doen en naar fijne muziek te luisteren.

Mooi dat we allemaal op een andere manier voor onszelf zorgen. Wat doen jullie om je zen te voelen?

Iets met een vork en te veel hooi

Chaos

“Nanotechnologie, wat weet je daarvan?”
“Niets.”
“Kun je er een stuk over schijven, voor een projectplan waar miljoenen mee gemoeid zijn?”
“Ja hoor, geen probleem.”

“Dat interview vanmiddag, dat is met zes mensen tegelijk. Kan zijn dat ze af en toe door elkaar heen praten, want iedereen is heel enthousiast over de bouwplannen.”
“Maakt niet uit, ik zorg dat ik van iedereen een mooie quote krijg.”

“Crisiscommunicatie, wat denk je daarvan?”
“Lijkt me spannend, maar ik denk dat ik het wel kan.”

Over het algemeen ben ik geen stresskip en raak ik niet snel in paniek. Ik zeg ja op iedere opdracht en doe mijn uiterste best om alles wat me wordt verteld foutloos en lekker leesbaar op (digitaal) papier te zetten. In mijn vorige blog omschreef ik mijn werksituatie als ‘ongelofelijke luxe’.

Hard werken combineerde ik tussen augustus en april met een veeleisende verbouwing en sindsdien met een tjokvol sociaal leven. De afgelopen weken was ik meer avonden niet dan wel thuis.

Ineens, of misschien toch niet zo heel erg ineens, is de grens bereikt. Of erger, ik denk dat ik er al overheen ben gegaan. Maandag reed ik huilend van een opdrachtgever terug naar huis. Niet omdat het interview slecht ging. Niet omdat de koffie slecht was. Ook niet omdat ik zo’n hekel aan autorijden heb. Wel omdat ik op dat moment zeker wist dat ik niet de kwaliteit kon leveren die ik wilde.

Dat doet pijn. Vanaf dat moment zit er een knoop in mijn maag en onrust in mijn hoofd.
Is het al bijna vakantie?

Op dit moment #4

Laat maar komen die zomer

Blij met: de ongelofelijke luxe van opdrachtgevers die mij weten te vinden, ook tijdens de rustige zomermaanden. De beslissing om me volledige op mijn eigen bedrijf te storten en geen klussen in loondienst of via een uitzendbureau meer aan te nemen, was één van de beste beslissingen ooit. Tot aan de vakantie eind september zit ik gebakken. Vanaf vandaag ga ik sowieso twee dagen in de week voor de gemeente Landgraaf werken. Een uitdagende klus, want er speelt van alles in die gemeente en daar komt veel (creatieve, effectieve, overtuigende) communicatie bij kijken.

Balen van: ons eeuwige uitstelgedrag. De leuke jongen uit de trein en ik (vooral ik) moeten nog van alles regelen. Qua verzekering, pensioenopbouw en tig klussen in huis. Maar omdat we allebei meer dan 40 uur in de week werken, komt dat er niet van. Geen ramp, tot het te laat is en ik ineens arbeidsongeschikt raak en daar niet voor verzekerd ben of zo.
Ook kleinere dingen die wel leuk zijn, stellen we uit, zoals het boeken van een hotel tijdens Brussels Summer Festival en het regelen van de vakantie in september.
Het meest onhandige is dat we nog steeds geen auto hebben gekocht, terwijl met het openbaar vervoer naar de gemeente Landgraaf en van daaruit soms naar de verschillende dorpskernen moeten niet te doen is (of in ieder geval veel tijd kost). *Zucht*.

Genieten van: ons huis. We wonen er nu dik drie maanden en als ik ’s ochtends mijn ogen open doe, denk ik nog regelmatig: ‘wat een heerlijk ruime kamer is dit toch’. Het ontbijten aan de bar waar dan net de zon op schijnt, is ook zo’n geluksmomentje. Het vrije uitzicht aan de voorkant. De nabijheid van open veld. Gisteravond zette ik de achterdeur open en hoorde ik krekels. Vakantiegevoel in eigen tuin, wat wil je nog meer?

Ook aan het genieten van: de leuke jongen uit de trein. We maken tijd voor elkaar, proberen elke pauze samen naar buiten te gaan. We hangen geregeld samen aan de bar, gaan veel naar het theater en besluiten soms spontaan om ergens te gaan eten.
Dat we lang niet alles samen doen, is ook genieten. Laatst was ik op een festival in Tilburg, hij op een festival in Valkenburg. Allebei een eigen leven, dat is absolute noodzaak.

Aan het lezen in: Chicago Loop van Paul Theroux. Of eigenlijk niet, want ik heb het na drie hoofdstukken opgegeven. Ik lees de meest bizarre thrillers waarin allerlei gruwelijkheden voorbij komen en dan lukt het me blijkbaar toch om iets van sympathie op te brengen voor de hoofdrolspelers. Parker Jagodo, de hoofdpersoon in Chicago Loop, stond me vanaf de eerste bladzijde zwaar tegen. De man heeft een succesvol bedrijf, is getrouwd met een fotomodel waarmee hij net een kind heeft gekregen en bewoont een riant appartement. En het is een zeikerd eerste klas. Vooral over eten. Hij vindt alles ongezond wat anderen in hun mond stoppen en laat iedereen waarmee hij aan tafel zit weten dat de dood nabij is vanwege zo veel vet, zout, suiker… En hij is zo vies van viezigheid dat hij moet overgeven als hij een haar op zijn bord ontdekt. Wat een vermoeiende vent.  

Aan het kijken naar: Broadchurch seizoen drie. Of nou ja, de leuke jongen uit de trein is zo lief om alle afleveringen op te nemen. De eerste drie hebben we achterelkaar gekeken en we gaan verder als we weer tijd hebben. Aangezien de Tour de France is gestart en behalve de etappes zelf ook de Avondetappe en Vive le Vélo gekeken moeten worden door het lief, is die tijd er voorlopig niet. Maar oh wat vind ik rechercheur Ellie Miller en inspecteur Alec Hardy heerlijke karakters. Vooral als ze elkaar gedrag weer eens totaal niet begrijpen. Het ziet er naar uit dat in dit seizoen niet alleen de volwassenen, maar ook de kinderen aardig ontsporen.
Ook begon ik aan The Newsroom met daarin een aantal fascinerende hoofdpersonen die elkaar zwaar op de zenuwen werken. Ik geloof dat aflevering vier de laatste was die ik heb gezien en toen kwam het er niet meer van.

Onder de indruk van: de theatervoorstelling Pinkpop. Prachtig hoe alle rollen naadloos in elkaar overlopen. Mooie beelden op de achtergrond en fijne muziek. Dikke pluim voor Toneelgroep Maastricht.

Eten: die supersonische oven die ik per se in de keuken wilde hebben, die staat helaas vooral mooi te wezen. Ik maakte er een dorade in klaar, een ovenschotel met witlof en een quiche. Alle drie erg goed gelukt, dat dan weer wel. We zijn de laatste tijd vooral van het ‘koud koken’.

Sporten: op 10 juni liep ik de tien kilometer tijdens Maastrichts Mooiste, bij zo’n 33 graden. Het was afzien. Daarna deed ik een paar weken helemaal niets aan sport. Tot ik het erg zonde begon te vinden van het abonnementsgeld voor de sportschool. Ook het baantjes zwemmen is weer opgepakt. Gisteren voor het eerst sinds MM weer gaan hardlopen. Het ging verbazingwekkend goed.

Waar houden jullie je dit zomerseizoen zoal mee bezig? Wat lezen jullie? Waar kijken jullie naar? En welk recept moet ik echt eens uitproberen in mijn supersonische oven?

 

 

Mascaravlekken en stofzuigermuziek

simple plan013. Ooit barstte ik er in huilen uit tijdens een groot studentenfeest. Het was een maand of twee na het overlijden van mijn papa. Er ontstond kortsluiting in mijn hoofd, omdat ik zo’n leuke avond had. Ik stond te dansen op één van mijn favoriete plekken omgeven door bier en joligheid terwijl mijn verdriet nog zo vers was. Ik maakte mascaravlekken op het hippe hemd van mijn vriend.

013 was lang mijn tweede thuis. Oké, naast Polly, Extase, Cul de Sac en Paradox. In de periode 1998 – 2004 gaf ik er wekelijks mijn studiefinanciering uit. Het knusse maandagavondprogramma in de kleine zaal ‘Jodium prikt maar voorkomt erger’, waar mijn lieve, maffe vriendin M bij betrokken was. Het 013-café, waar in de luisterpalen altijd obscure cd’s zaten. Nadat ik de grote koptelefoon afzette, ging ik niet zelden tot aankoop over. Bij Tommy uiteraard.

En dan de grote zaal waar ik ontzettend veel hoorde en zag. Niet te vatten in één genre of ander hokje. Van een en bak gitaarwoede bij Roadrage (Ill Niño, Spineshank en Chimaira, in mijn wereld ‘stofzuigmuziek’) tot Stef Kamil Carlens in een mintgroene jurk bij een optreden van Zita Swoon. Van Hoobastank tot Khaled. An Pierlé op haar skippybal. Het oh zo foute Wrestleblast V (iets met showworstelen en metal, vanwege die vriend uit de eerste alinea, die toen stiekem al mijn ex was). En nog veel meer.

Toen ik Tilburg in 2004 met pijn in mijn hart verliet, werden de bezoeken aan 013 minder. Maar als ik nog eens in de trein stapte voor een portie muziek in Kruikenzeikerstad, was het telkens een hoogtepunt. In 2010 bijvoorbeeld, toen de leuke jongen uit de trein er de Clash of the Coverbands won met zijn fijne band Robinson. Al ben ik daar uiteraard niet helemaal objectief over 😉

Afgelopen week was ik er weer. Bij Simple Plan, een band die ik nooit zelf uitgekozen zou hebben. Poppunk is volgens de hokjes het genre waar dit onder valt. Iets te simpele muziek naar mijn smaak. En toch moest ik bijna weer huilen, omdat ik blij was. Want ik stond daar op één van mijn favoriete plekken mét mijn zusje en mijn broertje. De laatste keer dat we iets met ons drieën deden, kon ik me niet herinneren. Het was zo mooi om te zien hoe ze allebei meezongen en –dansten. Die dikke grijnzen op hun gezicht en de uitroep ‘dit is mijn lievelings’. Om het met Mastercard te zeggen: onbetaalbaar.

Sorte des Jahres

Schogetten

Zoals ik in mijn liefdesverklaring op Valentijnsdag al eens schreef, hebben de leuke jongen uit de trein en ik allebei onze eigenaardigheden. Wat hij van iemand krijgt óf wat hij heel erg lekker vindt, mag nóóit op. Zo heeft hij nog een doos Merci chocolade uit 2012, een neusje uit 2013 en een caramelframboostoffee van de laatste vakantie in Frankrijk, om maar wat dingen te noemen.

Laatst had Yildiz de Schogetten Knusper Mais strategisch bij de kassa liggen. We zijn nogal verwend qua chocolade, dus normaal vallen we in deze categorie niet voor Duitse makelij. Maar de verpakking zag er uitnodigend uit en bleef zomaar aan onze vingers plakken. De smaak was direct favoriet bij de leuke jongen uit de trein. Waardoor er één laatste blokje moest blijven liggen tot het einde der tijden.

Bij Yildiz waren de Schogetten inmiddels niet meer te krijgen. Toch durfde ik dat laatste blokje op te eten. Ik zou immers in Aken gaan winkelen met mijn mama en verwachtte daar een nieuw voorraadje in te slaan. Dan kwam er vanzelf een nieuw laatste blokje. Aber, ich schaffte es nicht. Waar ik ook naar binnen ging in Aken, nergens te vinden…

Online vond ik Poolse, Oekraïense en Amerikaanse webshops die de repen verkochten, voor bizarre bedragen en alleen te betalen met Paypall of Creditcard. En die heb ik niet. Dus stuurde ik met de moed der wanhoop (ik overdrijf graag) een e-mail naar Schogetten zelf. In mijn beste Duits.

De sales manager van de Benelux antwoordde mij in het Nederlands. Hoe leuk het was dat we fan waren van de Schogetten taste of the year 2017. Als ik mijn adres doorgaf, zou hij een paar repen opsturen. Wauw, een tien met een griffel voor klantenservice. Dikke duim omhoog, dankjewel.

Niet goed in niets doen

2016-04-21 13.18.22Niets doen. Momenteel heb ik er nauwelijks tijd voor (zie deze blog), maar ook als ik de tijd wel heb, lukt het me niet. Zo heerlijk als de leuke jongen uit de trein een dag niets doen vindt, zo compleet Gallisch (is dat een Limburgse uitdrukking?) word ik ervan.

In de trein zitten en uit het raam staren, daar was ik vroeger best goed in. Nu beantwoord ik mijn e-mails, werk een verhaal uit, of laat het stormen in mijn hoofd over de LinkedIn updates en Facebook berichten die ik moet plaatsen. En ineens wordt het station omgeroepen waar ik eruit moet.

Op het toilet lees ik mijn e-mails, tijdens het tandenpoetsen bedenk ik de titel voor een blog en tijdens het ontbijten lees ik de krant (en dat is vragen om knoeien, want eigenlijk kan ik geen twee dingen tegelijk).

Is het stil, dan ga ik praten. Over mezelf. Ook als dat totaal niet ter zake doet. Een slechte eigenschap voor een (bedrijfs)journalist, want juist na een stilte komt vaak het beste antwoord van de geïnterviewde.

Lonkt een leeg weekend, of zelfs maar een leeg dagdeel, dan moet ik iets afspreken met vrienden die ik al zó lang niet gezien heb. Of ik moet iets doen voor mijn werk of het huis, om dat vervelende schuldgevoel achteraf te voorkomen. Oh ja en sporten, dat moet ook. Sowieso iedere zondag, liefst vaker.

Afgelopen zaterdag was het weer bonanza. Het weekend was nog niet helemaal dichtgetimmerd. De leuke jongen uit de trein en ik zaten samen op het bankje in onze voortuin. We zaten gewoon te zitten en zeiden niet zo veel. Ik hield het ongeveer een half uur vol. Toen begon het onkruid pijn te doen aan mijn ogen en moest ik de boel om gaan spitten.

Op vakantie, in de zon aan de rand van een zwembad, lukt het me wel om wat te staren, te lezen, soms even mijn ogen dicht te doen. Voor een dag, misschien twee. Dan moet ik op ontdekkingstocht. De omgeving verkennen, dingen eten die ik nooit eerder proefde en met locals praten om te horen waar ik echt naartoe moet.

Herkenbaar? En hoe goed is het voor je om af en toe niets te doen?

Hier en hier is het in ieder geval een feest der herkenning.

Dat heb ik weer

Kleine Weerd
Foto: Beeldbank Rijkswaterstaat

Donderdagavond onder de douche bij het zwembad:
“Moeten we een melding doen van huiselijk geweld, of ga je ons nu vertellen dat je tegen een deur bent aangelopen?”
“Het was een paard.”
“Wow, mishandeld door je huisdier.”
“Ehm ja, zoiets.”

Donderdagochtend, in kekke sportoutfit in de buitenlucht:
S en ik lopen hard (niet zo heel hard, maar het is zeker geen slenteren), want we zijn goed bezig. Die 10 kilometer in juni gaan we met gemak nailen. “Hee kijk, er staan beestjes”, roep ik enthousiast, vlak voordat we natuurgebied Kleine Weerd betreden. Die beestjes zijn magere paarden met klittende manen en een hoop stront in hun staart, maar verder zien ze er wel lief uit. Ze lopen op het pad waar wij overheen willen rennen. We gaan van het pad af om ze met een ruime boog in te halen. Ze komen ons achterna. We krijgen een hartverzakking. Eén paard steigert en kletst met een hoef tegen mijn bovenbeen. We gaan er vandoor.

Ik heb al heel wat blauwe plekken opgelopen in mijn leven (een verbouwing van een maand of acht wil wel helpen), maar deze slaat alles, zowel in omvang als in het aantal kleurschakeringen. In tegenstelling tot paaltjes en stoepranden die ik wel eens over het hoofd zie en de tafelhoeken en deurposten waar ik dagelijks mee bots omdat ik mezelf smaller inschat dan de werkelijkheid, heeft dit exemplaar bijzonder weinig met mijn eigen lompigheid te maken, vind ik. En toch overkomt mij dit en niet iemand anders…

blauwe plek

Droefenis

Sinds ik mag stemmen (ik werd 18 in 1998) kleurde ik altijd een bolletje rood bij PvdA, GroenLinks, of D66. Toen ik studeerde; toen ik een goede baan, een mooi appartement en een auto had; toen ik minder dan het minimum loon verdiende met een nul uren contract bij een callcenter en daarnaast vijf sollicitatiebrieven in de week schreef; toen ik stage liep bij de Nederlandse ambassade in Brussel en gisteren – inmiddels zzp’er.

Omdat iedereen die in Nederland woont mee mag profiteren van ‘onze’ welvaart. Omdat iedereen die in Nederland woont gelijke kansen moet krijgen. Omdat vluchtelingen welkom zijn. Omdat de Europese Unie -ondanks de idioterie van op twee plekken vergaderen, bureaucratie en gebrekkige communicatie – een goede zaak is. Omdat investeren in onderwijs belangrijk is. En omdat iedereen, ook in de volgende generaties, recht heeft op schone lucht, schoon water, bloemetjes in de tuin, vogeltjes in de lucht en wilde dieren in het wild.

Ik woon in een stad waar het in de meeste wijken goed gaat. Een stad met weinig werkeloosheid en veel voorzieningen. Een stad met een groot cultureel aanbod. Een studentenstad. Maar in tegenstelling tot Nijmegen, Amsterdam, Utrecht, Wageningen… werd hier de PVV het grootst.

Een stad waar we net een huis kochten.

Oh Maastricht.
Oh feest van de democratie.

 

 

 

Op dit moment #3

img_9296.jpg
Ik lijd aan verbouwingsdementie en verhuizingsvergeetachtigheid. Ervan overtuigd dat ik vanmorgen het toiletpapier in de supermarkt had laten staan, ben ik een nieuw pak gaan halen. De leuke jongen uit de trein pakt net een zak chips uit de voorraadkast en vraagt: ‘Wat doet dat pak toiletpapier hier?’ Oh, daar had ik het dus neergezet. 

Genieten van: sneeuwklokjes en krokussen en de eerste blaadjes aan de frambozenstruik die al is verhuisd. In de tuin bij het nieuwe huis en in het grote grasveld voor onze deur steken vrolijke voorjaarskleuren de kop op.
Na een hoop stress over deuren zonder glas, verdwenen laminaat en levertijden die dubbel of driedubbel zo lang zijn als beloofd, kan ik ook weer genieten van het nieuwe huis. Het laminaat is prachtig, het donkergroen op de muren perfect en de metrotegeltjes -we kregen de verkeerde, maar dat pakte goed uit- passen precies bij die geverfde muur. De badkamer waarvan iedereen in het begin voorzichtig zei ‘Ehm, aparte tegels’ is écht heel erg mooi.

Blij met: Lieke Schrijft. Ja, nog steeds. Ik huur alweer een jaar een flexplek bij de WERKplaats en dat heeft me veel goeds gebracht. Ik werk er veel harder dan thuis en snoep er veel minder. Eén voor één weten de andere huurders me te vinden voor een tekst. Het interview met mijn ‘collega’s’ is het best gelezen artikel (tot nu toe) dat ik schreef voor Thuis in Maastricht.
Van mijn trouwe opdrachtgevers krijg ik steeds meer verantwoordelijkheden, waar klinkende titels bij horen zoals community manager. Soms is het vertrouwen zo groot dat de opdrachtgever niet eens meer naleest wat ik geschreven heb. ‘Zet maar online!’ Spannend, soms zelfs een beetje eng, maar het gaat goed en daar word ik heel blij van.

Aan het luisteren naar: muziek uit mijn ouderlijk huis. Verbazingwekkend hoe veel ik nog mee kan zingen. Melancholie en genieten liggen dicht bij elkaar. En oude liedteksten passen verrassend goed bij de actualiteit.
Tussen de bedrijven door luister ik naar de politieke debatten. Dat komt mijn gemoedsrust niet ten goede. Ik maak me zorgen over 15 maart en daarna.

Aan het lezen in: niets. Vanmorgen las ik Going Home van Doris Lessing uit. Ik heb ontzettend lang over dit dunne boekje gedaan, dat ik las in het Engels. Ik kon er slecht van slapen, had er af en toe buikpijn van en riep soms hardop ‘Nee!’
Ja, ik wist dat kolonisten verschrikkelijke dingen uitvraten, maar ik had geen idee hoe alles wat krom was, recht werd gepraat. Ik was in de veronderstelling dat apartheid en onderdrukking nergens erger waren dan in Zuid-Afrika, maar Zuid-Rhodesië (nu Zimbabwe) was een even grote hel. De machthebbers waren er alleen iets ‘slimmer’ in de naamgeving van wetten en regels, waardoor ‘Europa’ rustig bleef slapen.
Over het boek: in maart 1956 keert journalist, communist en activist Doris Lessing na zeven jaar afwezigheid terug naar Zuid-Rhodesië, waar ze is opgegroeid. Ze reist zeven weken door Brits Centraal-Afrika en probeert zo veel mogelijk mensen te interviewen. Met haar communistische opvattingen en haar hekel aan de colour bar is ze een ongewenste verschijning (restricted person) voor de blanke machthebbers.
Het volgende boek dat ik ga lezen, is weer gewoon een detective/thriller van Anne Holt.