Laat de limonade nu maar knallen

brown leather wallet using blue steel clap

Foto door Pixabay op Pexels.com

Ik ben niet de meest verantwoordelijke persoon als het om geld gaat (de leuke jongen uit de trein rolt met zijn ogen als hij dit leest). Meer geld uitgeven dan er binnenkwam was lange tijd gebruikelijk. Heb ik leuke dingen met dat geld gedaan? Zeker! Vele legendarische feestjes, culinaire maaltijden en adembenemende reizen staan nog op mijn netvlies gebrand. Geen spijt.

Maar dat kon niet eeuwig blijven duren. Dus werd ik soort van volwassen. Vooral dankzij de leuke jongen uit de trein heb ik meer overzicht en minder gat in mijn hand. Ik werk keihard om ervoor te zorgen dat de omzet van mijn bedrijf blijft stijgen, zonder dat evenredig meer uitgeef. Een echte geldheld zal ik nooit worden -ik kan al eens schrikken van een blauwe envelop- maar een heuse mijlpaal is bereikt.

Studieschuld afgelost!

Dat ene jaar dat ik maximaal leende bij de overheid om mijn studie communicatie- en informatiewetenschappen door te komen met een klein cateringbaantje, heb ik gisteravond tot op de laatste cent afgelost. Een paar maanden geleden betaalde ik de twee jaar collegegeld terug die de leuke jongen uit de trein voorschoot. Over dat voorschieten, deed hij niet moeilijk, want “met twee diploma’s op zak zou ik het grote geld binnentrekken.”

Dat grote geld kwam er nooit. Maar ik leef inmiddels wel het leven dat bij grote mensen hoort. Met verantwoordelijkheidsgevoel en een spaarrekening. Met een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een werkplek buiten de deur. Met een gezamenlijke bankrekening waarop we beiden een even groot bedrag storten. Met soms een tikkeltje meer chaos en rondslingerende bonnetjes dan me lief is. Maar ook met een dubbele stijgende lijn: meer klanten en meer winst.

Proost

Dat grote geld durf ik niet meer te beloven. Rijk ga ik niet worden, dat heb ik inmiddels wel in de gaten. Voldoende verdienen om leuk van te leven, lukt heel aardig. Toch schiet de leuke jongen uit de trein nog wel eens iets voor als de nood aan de man is (zoals onlangs na enige miscommunicatie met de Belastingdienst). Vanavond proosten wij op blij en schuldenvrij (we laten de hypotheek even buiten beschouwing). Dat proosten doen we heel volwassen en verantwoordelijk met een glas limonade. Ik heb ‘pieperdienst’.

Studieschuld

Papadag #15

Gisteren was het zestien jaar geleden dat jouw hart op een ijskoude maandag stopte met kloppen. Ieder jaar rond jouw sterfdag schrijf ik iets. Vorig jaar schreef ik je een brief vol mooie herinneringen. Dit jaar worstel ik met de invalshoek. Heb ik alles al gezegd?

Dat jij dood bent, is niet meer waar ik mee opsta en naar bed ga. Ik kan over je praten zonder tranen. Naar ‘jouw’ muziek luisteren zonder mijn adem in te houden. Foto’s van vroeger kijken en lachen om de gekke bekken die je trekt. Maar je zit vaak in mijn hoofd. Als ik aan je denk, is dat meestal in vragende vorm. “Wat zou papa ervan vinden dat…?”

Als ik nieuwe muziek hoor, probeer ik in te schatten of je het had kunnen waarderen. Als ik ergens ga eten, raad ik soms wat jij van de menukaart zou kiezen. Maar ja, herinneringen aan het verleden bieden geen garanties voor de toekomst. Zou je nog leven, had je misschien een heel andere smaak ontwikkeld. Luisterde je nu misschien naar metal en bestelde je salades?

Ik mis je nog steeds. En soms keihard. Omdat ik denk dat sommige conflicten nooit zouden zijn ontstaan. Jij zou ze met je gevoel voor humor en talent voor relativeren geen kans geven. Omdat ik denk dat je soms mijn kant zou kiezen. Uit de grond van mijn hart: wat zou ik jouw steun soms goed kunnen gebruiken.

Maar kleine meisjes worden groot. Ook zonder jou. -x-

old photos in the wooden box

Foto door Kaboompics .com op Pexels.com

Nu al goede voornemens

DSCN3058Met het verkeerde been uit bed. Tranen met tuiten nog voordat ik een uur wakker was. Ik dacht in vraagvorm. En van de ene vraag kwam de andere.

In hoeverre moet je voor anderen zorgen als je daarmee jezelf vergeet? In hoeverre moet je voor jezelf zorgen als je daarmee de ander vergeet? Kan voor iemand zorgen ook iemand verlaten zijn? Kun je ooit weten hoe veel pijn je een ander doet? Kun je de pijn van een ander überhaupt echt voelen? Hoe vaak krijgen opmerkingen in je hoofd een lading van jaren mee? Hoe vaak trek je verkeerde conclusies? Waarom ben ik de ene persoon dankbaar die tegen me zegt dat ik iets verkeerd doe, dat iets me niet goed staat, of dat ik iets niet goed heb geregeld? Terwijl ik boos word op een andere persoon die precies hetzelfde zegt?

Het is niet de bedoeling om van mijn blog iets zwaars te maken. Daar is mijn leven veel te leuk voor. Met honderden dingen om dankbaar voor te zijn, zoals de liefde van de leuke jongen uit de trein, de warmte van de beste vriendinnen van de hele wereld, de vrijheid van het freelancebestaan en de luxe van een eigen huis. Maar de maand december weegt dit jaar zwaarder dan ooit. En – zoals ik twee blogs geleden al schreef – de leuke jongen uit de trein dreigt het haasje te worden. Ik ben onaardig tegen hem en soms zelfs gemeen. Zoals altijd helpt het om dingen op te schrijven. Soms alleen voor mezelf, soms hier. Iets met een ego. En misschien heeft iemand er iets aan?

Vicieuze cirkels, zwelgen en soms schrikken van mijn eigen gedachten. Iets waar één wandeling met een coach – wat heel fijn was – niets aan verandert. Iets waar ik in 2019 mee af ga rekenen. Dat beloof ik plechtig aan mezelf. En aan de leuke jongen uit de trein.

blur bokeh bright burnt

Foto door john paul tyrone fernandez op Pexels.com

Brief aan mijn nichtje #19

assorted gift boxes on red surface

Foto door George Dolgikh op Pexels.com

Lieve stuiterbal,

Dit weekend kwamen de cadeaus van Sinterklaas en oh wat moest je lang wachten om ze open te maken. Dat mocht pas als iedereen er was en de leuke jongen uit de trein en ik namen de tijd. Ik had namelijk bijzonder lang nodig om de zwarte schmink uit mijn oren te poetsen vanwege mijn eigen uitstapje met Sinterklaas (sjjjjjt!).

Toen we eindelijk binnen waren, mocht je één pakje openmaken en daarna moest je eten. Ik was onder de indruk dat je dat gewoon deed. Ik was ook onder de indruk van hoe goed je al leest, al had je geen geduld voor het hele gedicht.

Na het eten ging je los. De pakjes werden redelijk woest van hun papier ontdaan en bij alles wat tevoorschijn kwam, gilde je harder. Precies op de toonhoogte waarvan trommelvliezen scheuren. “Kijk!!!”

Het computerspelletje van Frozen was het populairst. Ver na bedtijd zat je nog bij de leuke jongen uit de trein op schoot te ‘bliepen’. Soms met een frons op je voorhoofd als er iets niet lukte en soms met een heuse drama act als er game over in je beeld verscheen.

Gelukkig mochten we je wel nog even storen voor een afscheidskus toen we naar huis gingen.

Veel plezier met al je cadeaus.

Dikke kus,
Lieke

Opgravingen

Deze blog gaat een beetje beeldsprakerig en vaag zijn, waarvoor sorry.

Het verleden tikt steeds vaker op mijn schouder. “Hallo hier ben ik!” Maar als ik dan achterom kijk, zie ik mist.

Mijn werkweek begon met een wandeling. Ik wandelde zij aan zij met een coach. Omdat ik na 38 jaar en een beetje nog steeds niet weet hoe ik met sommige mensen en hun gedragingen om moet gaan. Sterker nog, wat die mensen doen heeft een steeds grotere invloed op mij. Wat ik vroeger schouderophalend naast me neerlegde, raakt me nu in mijn hart.

Iedere nacht lig ik een beetje langer wakker. Ik ben nochtans een goede slaper.

Tijd voor actie, want hoe langer dingen onuitgesproken blijven borrelen, hoe groter de bom die ontploft. Grote kans dat de leuke jongen uit de trein dan het haasje is en dat wil ik niet. Dus al wandelend luchtte ik mijn hart. Over zwijgen om de lieve vrede te bewaren. Over zwijgen uit angst. En over verwachtingen waar ik nooit aan kan voldoen.

“Was dat vroeger ook al zo?”, vroeg de coach. “Weet je nog wanneer dat begon?”

Heel veel dingen ben (of lijk?) ik vergeten. “Geen idee”, moest ik vaak antwoorden. Of “ik denk dat ik het toen normaal vond.”

Vanavond gaan we borrelen met ‘mensen van vroeger’. De vragen kriebelen in mijn buik, branden op mijn lippen, zetten zich vast in mijn nek. Het verleden tikt straks niet op mijn schouder, maar kijkt me aan.

“Was dat vroeger ook al zo?”, zal ik vragen. “Weten jullie waarom?”

Schiet ik er iets mee op om te gaan graven? Misschien niet. Maar een mens moet al eens uit zijn cocon stappen. Ik en een coach, dat was al een hele grote stap. Misschien brengen de antwoorden begrip waardoor ik beter kan accepteren. Ik ga niemand kunnen veranderen, hooguit mezelf.

Het wordt sowieso een gezellige avond. Ik ben al in de stemming. Sommige dingen kan ik me nog verrassend goed herinneren. In de verborgen laatjes in mijn hoofd liggen hele stapels teksten en deuntjes opgeslagen en ik blijk nog een heel eind te komen met meezingen: van de Alfabetmars van Bert & Ernie tot ‘A, B, C, is dat niet knap’ van Dikkertje Dap. Eén en al vrolijkheid.

Behalve De Lek. Dat blijft een tranentrekker. Nu nog meer dan toen. Toen mijn papa er nog was.

En soms zaten we te rusten op een hek
Zo met achter ons de koeien
En voor onze neus de schepen
En we zeiden niks omdat we
Dan elkaar zo goed begrepen
En m’n vader nam zo af en toe een trek
Want m’n vader rookte altijd zware sjek

Platen

Onhandig

Ik ben Lieke en ik ben onhandig.

Onhandig klinkt iets vriendelijker dan lomp, wat zo’n vijf jaar geleden de titel van één van mijn blogs was.

board game business challenge chess

Foto door Pixabay op Pexels.com

Mijn onhandigheid beperkt zich niet alleen tot struikelen, verdwalen, te laat komen wegens totaal gebrek aan logische- & logistieke vaardigheden, in de knoop zitten met kabels, huishoudelijke blunders, iets kwijtraken, of tegen een deurpost/tafel/kast aanlopen. Onhandig ben ik met volle overgave: Overweldigend Onhandig.

Twee weken geleden wilde ik zo onopvallend mogelijk aanschuiven bij een vergadering die al een tijdje bezig was. Ik moest een stoel meenemen, wat het onopvallend binnenkomen sowieso al iets lastiger maakte. Maar het had nog gekund, want alle ogen waren op dat moment gericht op het scherm. Dan moet je dus niet met die stoel tegen de glazen deur aanlopen…

Ik ben iemand die in een lawaaiige ruimte luidruchtig meekletst en die dan net op vol volume iets sufs zegt als de muziek even stopt.

Ik ben iemand die snel associeert en daardoor stappen overslaat waardoor het voor een ander totaal hak-op-de-tak is wat ik vertel en ik een ongeïnteresseerde gesprekspartner lijk.

Ik ben iemand die op een feestje heel enthousiast iemand op zijn schouder tikt. Draait die iemand zich om, blijkt het een totale onbekende te zijn.

Ik ben iemand die altijd verkeert gokt met kussen. Ik gok op de verkeerde wang of op het verkeerde aantal. Met botsende hoofden of vol op de mond als gevolg.

Ik ben iemand die even moet broeden om met een grappige opmerking een duit in het zakje te doen. Heb ik eindelijk iets bedacht, blijkt het zakje al vol. Waardoor mijn grapje met veel lawaai op de grond klettert.

De leuke jongen uit de trein is een knoeierd bij het eten, maar verder is hij nooit onhandig. Hij plaatst krachtige one liners in ieder gesprek, weet de beste oplossing voor ieder logistiek probleem en de keren dat hij in de afgelopen 10,75 (!) jaar botste, struikelde of viel kan ik op de vingers van één hand tellen.

Niet iedereen kan de olifant in de porseleinkast zijn.

 

Op dit moment #9

Herfst 18 2Genieten van: de kleuren in de lucht als ik ’s ochtends naar ‘kantoor’ rijd, fiets of wandel. De kleuren van de blaadjes ook. De geur van de herfst (rottende bladeren en stoofpotjes). De paddenstoelen die overal tevoorschijn komen in de tuin, naast de bloemen die nog steeds dapper stand houden.

Blij met: de leuke jongen uit de trein en zijn goede ideeën. Sinds de zomer staan we om 6 uur op in plaats van om half 7. Dat half uur extra levert heel veel op, zoals extra energie, mooie luchten, stille straten en op kantoor zijn voordat de rest arriveert. De leuke jongen is bovendien mijn logistieke held en de beste kok voor comfort food ooit. En hij weet precies wanneer ik daar behoefte aan heb. Hij belde net om te vragen of ik nog kleingeld heb voor koffie, hoe lief is dat?

Ook blij met: de lampjes boven de eettafel. We hebben iets moois en unieks, dankzij mijn schoonvader. Had ik al eens gezegd dat die man alles kan? De transformatie der slakommen. Mangohout, mooi spul!

En nog meer om blij mee te zijn: dat ik in juli solliciteerde in Hasselt, terwijl ik eigenlijk niet aan de voorwaarden voldeed. Dat ik daar werd aangenomen. Dat ik daar nu schrijf en schrijf en nog meer schrijf omringd door fijne mensen ‘met een hoekje af’.

Balen van: de klussen die de leuke jongen uit de trein en ik laten liggen. Niet een paar dagen of een paar weken, maar tot het echt niet anders meer kan en zelfs nog langer. Zodat we deze winter weer met handdoeken voor de schuifpui moeten klooien (enkel glas in aluminium) en moeten duimen dat de ketel niet uitvalt (geen onderhoudscontract). Iets opwarmen in de magnetron gaat ook al weken niet meer, sinds de glasplaat in tientallen stukken uit elkaar sprong. Hoe moeilijk kan het zijn?

Aan het lezen in: Amsterdam – Stockholm van Arne Dahl. Ik lees alles van Dahl, net als dat ik alles las van Mankell. Vanaf de eerste bladzijde alweer verkocht. Ik verheug me bij het opstaan al op het naar bed gaan, want dan mag ik weer.
Dat gold overigens ook voor het boek dat ik vorige week uit las, Purple Hibiscus van Chimamanda Ngozi Adichie. Ik voelde zó mee met de vijftienjarige Kambili die haar godsdienstwaanzige vader bewondert, zelfs nadat hij haar het ziekenhuis in slaat.

Aan het luisteren naar: fijne muziekjes. In dit jaargetijde ben ik gevoelig voor akoestisch en melancholie. Denk aan Gregory Page, Gorki, Joe Jackson, Absynthe Minded en Eels. Op dit exacte moment klinkt Kommil Foo uit mijn laptop. Het voordeel van in mijn eentje een flexplek bemannen.

Sporten: Watblief? Ik veranderde van sportschool, maar zag die nog niet vaak van binnen. Zwemmen houd ik iets beter vol.

Beren op de weg: hebben nog steeds het uiterlijk van blauwe enveloppen. Financieel blijf ik een domme doos. Ik had al lang mijn administratie beter kunnen regelen. Ik weet al zo’n 10 jaar dat er aan het eind van ieder kwartaal BTW betaald moet worden. Ik wist ook heus wel dat de definitieve aanslag van 2017 nog niet binnen was… tot ie binnen kwam en me alsnog verraste. Ik ben al jaren mijn bankrekening in verschillende potjes aan het verdelen… in mijn hoofd. Vorig jaar was ik te laat om een deel van mijn geld in een groenfonds te stoppen en ook dit jaar was het fonds alweer gesloten toen ik eindelijk ging kijken.
En dan zijn er nog de klanten (gelukkig een minderheid) waar ik graag voor schrijf, maar die altijd veel te laat betalen. Ik zou veel strenger moeten zijn. Voorschotten moeten vragen. In 2019 wordt alles beter…

Om tegenop te zien: de maand december. De maand van opzitten en pootjes geven. Mijn familie (inclusief moi) is slecht in afspreken. Waar we wel goed in zijn: vage opties lanceren, niemand voor het hoofd willen stoten, ervan uitgaan dat de ander al op de hoogte is, of erop gokken dat de ander tussen de regels doorleest. Daardoor blijven dingen zoals sinterklaas, kerst en nieuwjaar zweven en sluimeren tot iemand een knoop doorhakt over een datum, plaats en tijd. Zo voelt het altijd als ‘gedoe’. Als we eenmaal bij elkaar zijn, wordt er goed gegeten, veel gelachen en is het knus en gezellig.
Er is nog zo veel meer in december. Alle ‘activiteiten’ zijn leuk als ik er eenmaal aan deelneem. Maar de weg ernaar toe, het gedoe… Het is veel. Te veel. Is het al bijna januari?

Om naar uit te kijken: onze reis naar Canada in het najaar van 2019. We weten ongeveer wanneer we gaan en dat we in ieder geval in Vancouver beginnen. De leuke jongen uit de trein en ik zijn goed in samen op vakantie zijn. We zijn het erover eens dat we liever een plek grondig verkennen dan voortdurend onderweg te zijn om zo veel mogelijk plaatsen en bezienswaardigheden af te vinken. Onderdompelen, dwalen, verwonderen, ontdekken, proeven en juist ook de minder gelikte plekken bezoeken. Het wordt sowieso fantastisch.

Herfst 18

Een paar euro

18.00 uur. Tankstation langs de Kempische Steenweg in Hasselt. Ik heb getankt en wil betalen. Een magere, onrustige vrouw met een blonde paardenstaart staat voor me.

“Bedankt hè, saluukes.”
“Mevrouw, u heeft niet betaald. Onvoldoende saldo.”
“Djuh, nee toch, dat is niet mogelijk.”
“Jawel mevrouw, kijkt u maar.”
“Ah ja, laat u dit lot dan maar weg.”

De mevrouw pint opnieuw.

“Nog steeds onvoldoende saldo.”
“Ah ja, ik heb vanmiddag op het werk iets te drinken gekocht, dat zal het zijn. Laat u het pakje kauwgom dan ook maar weg.”

De mevrouw pint opnieuw.

“Mevrouw, dit gaat niet goed. We kunnen niet bezig blijven.”
“Jawel, laat dat wedformulier dan ook weg. Ik houd alleen het kraslotje.”
“Echt waar?”
“Ja, nu gaat het lukken, ik weet dat.”

De mevrouw pint opnieuw. Het lukt. Ze vertrekt. En ondanks alles wenst ze de meneer achter de balie een fijne avond.

“Jaja, u ook”, mompelt de meneer. Hij rolt eerst met zijn ogen en laat zijn hoofd vervolgens theatraal op de balie rusten. Daarna spreidt hij zijn handen ten hemel. “Dat is toch niet normaal. Het ging om een paar euro!” Hij is even stil, terwijl ik mijn pincode intoets. Daarna zegt hij “Sorry voor het wachten.”

“Ik had geen haast”, antwoord ik bedremmeld.

Ik dacht dat ik een financiële rotdag had, door een groot bedrag dat met spoed richting Belastingdienst moest (eerste brief gemist of nooit gekregen, dat laat ik in het midden). Ik had het bedrag niet op mijn lopende rekening staan en moest bij de leuke jongen uit de trein aankloppen. Daar baalde ik van, want ik wil zo graag “zelfstandig” zijn.

Nu had ik geen medelijden meer met mezelf, maar met de blonde mevrouw. Met een leeg gevoel en een volle tank reed ik naar huis.

gasoline station during night time

Foto door Markus Spiske temporausch.com op Pexels.com

Ik vergeet van alles

Vergeten

We sloten de vakantie af met vrienden in de kroeg gevolgd door belachelijk veel sushi thuis voor de televisie. Perfect dus. We begonnen de eerste werkweek met lange dagen en een tikkeltje stress. In mijn geval ongeveer 150 ongelezen e-mails en twee deadlines op de eerste vrijdag. Dat ging best goed. E-mails beantwoord waar nog nodig, deadlines gehaald, facturen gestuurd en nieuwe opdrachten ingepland voor de komende weken. Maar ondertussen is mijn hoofd sinds die eerste maandag een zeef voor alle dingen die niet 100% werkgerelateerd zijn. Het is nu dag twee van week twee en er komt nog geen verbetering in.

Precies een week geleden, stond ik voor de pinautomaat en moest ik serieus lang nadenken voor mijn code me te binnen schoot. En alsnog toetste ik eerst de code in van de pinpas die in mijn portemonnee zat en niet van de pinpas in het apparaat. Zaterdag wist ik zeker dat ik mijn zonnebril bij me had voor een dagje winkelen in Hasselt. Maar die lag nog op de keukentafel. Gisteren wist ik zeker dat ik mijn telefoonoplader in mijn tas had gedaan. Ook die bleek nog op tafel te liggen. Bovendien ging ik een koffie afrekenen die ik al had betaald. En vanmorgen ontdekte ik dat ik in plaats van mijn pieper, mijn mapje met pasjes op mijn nachtkastje had liggen. Ik zou het ding wel gehoord hebben, want daar gaat ie hard genoeg voor, maar toch…

Nog even en mijn sleutels liggen in de koelkast en de kaas in de boekenkast. Iemand een verklaring waar mijn zeefhoofd vandaan komt? Hebben jullie ook wel eens vergeetachtige periodes? En wat helpt? Ik word langzaam gek van mezelf.

Ik hartje eten

Toen ik werd geboren, woog ik nog geen twee kilo. Ik was twee maanden te vroeg, kwetsbaar en nog niet helemaal af. Ik werd bijgevoederd door mijn neus. Binnen een jaar ‘lag ik op schema’ en sinds de laatste klas van de basisschool hoor ik bij de dikste helft. De oorzaak was nooit weinig beweging (buitenspelen, fietsen, turnen, zwemmen, dansen, fitness, badmintonnen…), maar altijd te veel eten.

Wat smerig was, werd lekker

Dat ik graag eet, is een understatement. Zoet, hartig of een combinatie van de twee. Het is niet zo dat ik vanaf het begin een alleseter ben, maar wel een veeleter. Sommige producten heb ik leren waarderen. Als kind lustte ik geen kaas en geen champignons, twee ingrediënten die ik nu in bijna ieder gerecht stop. Erwten uit blik of pot, zeker als daar ook worteltjes bij zaten, vond ik niet te hachelen. Mijn eerste kop koffie vond ik smerig, net als mijn eerste glas bier. Soms heb ik wel eens spijt dat ik heb doorgezet…

Proberen

Ik ben nooit bang voor eerste keren. En ben ik ‘elders’, dan pas ik me aan lokale gebruiken aan. Gefrituurde insecten, gefermenteerde groenten, gekookte muskusrat, gegrilde kippenpoot (en dan bedoel ik echt de poot en niet het vlees) en huisgestookte palmwijn. Ik proef bijna alles. Al is het soms met mijn ogen dicht. Kluiven, pulken, alleen de rechterhand gebruiken, ik vind het allemaal prima.

Vetrandjes

Er zijn een aantal dingen die ik liever niet (meer) in mijn hoofd stop. Omdat mijn toenmalige baas op een duur etentje trakteerde, proefde ik ooit foie gras. Vies! En wegens zielig voor de beestjes, hoef ik het ook niet te leren eten. Oesters blijven voor mij happen zeewater met glibber. En wegens belachelijk duur, hoef ik die ook niet te leren eten. Aan schapenvlees hoort geen huid meer te zitten. Geitenvlees is alleen te doen als het bijna van het bot valt. Vetrandjes aan koteletten, of aan boterhammenvlees, daar blijf ik van gruwelen.

Staart

Op de foto bij deze blog staat een van de smerigste dingen die ik ooit at. De saus ging nog wel, maar het vlees dat aan deze staart zat, kokhalzen, brrrrr.

Benin_staartBen jij een avontuurlijke eter? Wat lust je echt niet? Wat zou je nooit proberen en waar ben je juist heel benieuwd naar?