Alleen reizen. Waarom zou je?

In september hadden de leuke jongen uit de trein en ik een heerlijke vakantie. Mooi weer in eigen land. We wandelden. Borrelden. Verkenden Rotterdam nog een beetje verder dan de eerste keer dat we er waren. Zaten in een jacuzzi, ingebouwd in het dek van ons drijvende tiny house. Aten Afghaans. Lieten ons ontroeren en onderwijzen in Fenix.

Helaas was de timing volkomen ruk, bleek na de vakantie. De hoeveelheid e-mails en bijbehorende nieuwe opdrachten was in mijn afwezigheid nog nooit zo hard gegroeid als deze keer (en ja, dat zei ik vorig jaar ook). Sinds het gewone leven weer begon, maak ik werkweken van meer dan 40 uur, schiet mijn vrije woensdagochtend er bij in, sla ik soms zelfs mijn ochtendwandeling over en lig ik nog steeds niet op schema. Met andere woorden, ik ben alweer heel hard toe aan vakantie. Meer dan toen ik in september die vakantie nog voor de boeg had. Waarheen en met wie? Dat maakt me niet zo veel uit. Met de leuke jongen is fijn. Met vriendinnen is fijn. Met mezelf is fijn.

***
“Ik durf niet. Ga ik daar echt in mijn eentje aan de bar zitten? Die man in de hoek ziet eruit alsof hij mensen haat. Ik verveel me. Ik wil niet terug naar mijn hotel. Nu nog ergens alleen naar binnen lopen, is dat verstandig? Zo te zien hebben sommige mensen al wat veel gedronken. Wat gaan ze denken als ik daar met mijn boek ga zitten?”

Ik reis regelmatig alleen. Maar dat wil niet zeggen dat het alleen maar leuk is. In Kralendijk liep ik soms drie rondjes langs dezelfde bars voordat ik ergens durfde te gaan zitten. In Frankfurt was ik soms ronduit bang als ik in het donker terugliep naar mijn hotel. In Nice had ik een dag de pest in, omdat het daar regende terwijl in Maastricht de zon scheen. Dus laat ik lekker negatief beginnen met een paar redenen om vooral niet alleen op reis te gaan:

  • Je gaat jezelf hoe dan ook minstens één keer keihard tegenkomen.
  • Er zijn dagen dat je alleen tegen jezelf praat plus tegen de persoon aan de kassa of in de bediening.
  • Er zijn eenzame momenten, omdat je iets bijzonders ziet of meemaakt, maar dat niet met iemand kan delen.
  • Je legt minstens één keer een te lange afstand af zonder dat je onderweg iets moois tegenkomt. Althans dat geldt voor mensen die geografisch gehandicapt zijn, zoals ik.
  • Met je linkerbeen, met je rechterbeen, of met je verkeerde been; je komt er niet onderuit, je stapt regelmatig uit je comfortzone.
  • Je moet alles zelf bedenken en uitzoeken, ook als je zin hebt om een dag geen beslissingen te nemen.

Gelukkig kan ik daar heel veel goede redenen tegenover zetten om vooral wél je rugzak vol te stoppen en te vertrekken.

  • Je hoeft met niemand rekening te houden. Je bepaalt zelf hoe laat je opstaat, wat je eet, waar je naartoe gaat.
  • Je schopt je schoenen uit en gooit je jas neer waar het jou uitkomt (als je een appartement of huisje hebt, in een hostel is dat natuurlijk geen goed idee). Als je geen zin hebt om je tas of koffer uit te pakken, doe je het lekker niet.
  • Je zintuigen staan scherper. Je luistert gesprekken af die je anders niet zou horen (kun je niets aan doen als je ergens alleen zit!). Je ziet details die je in gezelschap nooit zouden opvallen. Je neemt de tijd om mooie foto’s te maken.
  • Je maakt in je eentje makkelijker contact met nieuwe mensen. Zelfs als je dat eng vindt. In Kralendijk was er bij mijn hotel een koffiebar met een schommelstoel aan de straat. Daar zat ik vaak met een kop koffie. Regelmatig kwam er iemand naast me zitten en dan kletsen de onbekende en ik over waar we vandaan kwamen en wat we nog gingen doen. Of waar we het lekkerst hadden gegeten.
  • Zonder zweverig of als een goeroe te willen klinken; je leert jezelf beter kennen als je alleen op reis bent (niet normaal hoeveel dingen je uit gewoonte doet of vanwege een bepaalde rolverdeling zonder er bij stil te staan wat je echt wil) én je leert je grenzen verleggen.

Als ik vertel dat ik alleen wegga, krijg ik vaak te horen ‘dat zou ik ook wel willen, maar dat durf ik niet’. Zo lang je dat tegen jezelf zegt, ga je het natuurlijk nooit doen. Dus denk eens om! Stop met jezelf vertellen dat je niet durft en bedenk welke kleine stap je kunt zetten om te beginnen. Je hoeft niet meteen wekenlang naar de andere kant van de wereld. Begin met een weekendje weg in eigen land of net over de grens. Begin desnoods met een dag alleen naar een museum, pretpark of andere bestemming als je nog niet toe bent aan een nacht alleen.

Zelf vind ik ergens in mijn eentje gaan eten de eerste dagen altijd een ding. Zelfs nu ik weet dat het went en dat niemand me gek aankijkt. Ik maak me de eerste dagen altijd zorgen wat andere mensen van me vinden. Dat ze denken dat ik zielig of eenzaam ben. Terwijl het andere mensen geen bal interesseert dat ik ergens alleen zit. Ze merken het op en gaan verder met hun leven. Ik neem altijd een boek of een schrijfblok en een pen mee naar een restaurant. Om lege tijd te vullen, maar ook om te voorkomen dat ik zinloos ga scrollen op mijn telefoon. Daar ben ik immers nog nooit gelukkiger van geworden, waar dan ook. Horecapersoneel om tips vragen waar je in ‘hun’ stad of regio echt naartoe moet, levert altijd leuke gesprekken én goede tips op. Die kan ik dan meteen noteren.

Het is me één keer overkomen dat ik mijn moed bij elkaar raapte en alleen een restaurant binnenstapte waar ik heel benieuwd naar was en vervolgens te horen kreeg dat er ‘om economische redenen geen tafels waren voor één persoon’. Dat vond ik stom en ik eindigde bij de frituur er tegenover. Ontelbare andere middagen en avonden had ik juist een heerlijke tijd op de plek waar ik alleen zat. Soms kwam mijn boek of schrijfblok er helemaal niet aan te pas. Alleen een museum bezoeken, vind ik altijd leuk. Alleen een strandwandeling maken ook.

Lang verhaal kort, als je graag een keer alleen weg wil, of als je simpelweg niemand hebt die met je mee wil naar die ene bestemming: ga! Laat je niet tegenhouden door het feit dat alleen reizen (net als samen reizen) niet altijd over rozen gaat. Niets is alleen maar leuk. Begin desnoods klein om te oefenen, maar doe het en ga!

Meer lezen hoe ik dat doe en wat voor avonturen ik beleef als ik alleen op pad ga? Lees deze blog over Frankfurt: Alleen reizen, begin er (niet) aan! | Ja, nee, misschien, bij buien. Of deze over Bonaire: Bonaire | Ja, nee, misschien, bij buien.

***
Binnenkort een weekendje Breda en een weekendje Brussel op het programma. Die eerste met vriendinnen, die tweede met de leuke jongen. Ik kijk ernaar uit. Voor me, myself and I heb ik nog geen plannen gemaakt. Voor de eerstvolgende ‘workaction’ wel, in april 2027. Ik heb dus AB-SO-LUUT NIETS te klagen over weekendjes en weekjes weg. Ik ben een ontzettende bofkont.

Maar ik moet die vakanties volgend jaar toch anders aanpakken, in ieder geval onze zomervakantie. Ik was nog nooit zo snel zo moe en tegelijkertijd zo opgefokt na een vakantie als deze keer. Echt niet normaal met wat voor opgejaagd rotgevoel ik probeer alles op tijd af te krijgen. Had ik op sommige dingen al voor de vakantie nee moeten zeggen? Ja! Had ik bepaalde niet-werkgerelateerde afspraken anders moeten plannen? Ja! Gaat het schrijven van deze blog van kostbare werktijd af? Ja!

Maar het is wat het is, dus mouwen opstropen, lange dagen maken en stukjes van het weekend opofferen tot ik de vakantie weer te boven ben. En van de volgende vakantie opnieuw keihard genieten.

Dromen van een avondje ‘bomen’

Het contact met het grootste deel van mijn familie is niet bestaand. Met sommige familieleden was ik nooit heel hecht. Met andere familieleden was het juist dikke mik met gezamenlijke verjaardagen, logeerpartijtjes, concerten en vakanties.

We zijn allemaal volwassen en hebben ons eigen leven. Het is wat het is en meestal heb ik er vrede mee. Bij een volgend feest van de leuke jongen uit de trein en mezelf weet ik dat ik mijn familie niet hoef uit te nodigen. En de leuke jongen uit de trein, mijn vrienden, mijn directe familie en mijn schoonfamilie zijn de leukste mensen op de wereld. Of in ieder geval in mijn wereld. Ik ben een gezegend mens.

Het enige dat ik echt jammer vind aan het ‘ontbreken’ van familie, is dat ik geen herinneringen kan ophalen, aanvullen of vergelijken.

Dat potje Monopolie in dat vakantiehuisje in Cadzand waar ik boos van tafel liep omdat ik vond dat mijn teamgenoot (papa) te veel huisjes en hotels kocht, hoe liep dat af? Wonnen we toch? Of wonen mijn oom en mijn nicht? Of mijn tante en mijn andere nicht? Was dat ook de vakantie waar we dat grote zandkasteel bouwden of was dat in een andere herfstvakantie?

Waarom was de snijbonenstamppot van oma zo lekker? Was er een geheim ingrediënt? Was ik het enige kleinkind dat zo graag op haar opklapbed sliep waar je de veren in de matras voelde? Welk kaartspel deden we ook alweer en liet oma ons dan winnen? Wiens wafels lijken qua smaak het meeste op die van oma? Won mijn oom ieder jaar knuffels voor ons op de kermis in Beegden of was dat maar één keer?

Die biggitjes die onder het prikkeldraad door de weg op liepen, was dat in Oostenrijk of tijdens een andere gezamenlijke vakantie? Was dat dezelfde boerderij als waar ze ook die zwarte hond hadden of gooi ik dan weer twee vakanties door elkaar?

Weet mijn nicht nog hoe we opgevouwen zaten in de bus naar Londen en dat we daar aankwamen voordat de eerste metro reed? Waar hebben we toen gezeten tot we naar ons hotel konden? Dronk ik toen al koffie en hielp dat om wakker te blijven? Hoe redde ik mij daar met mijn beroerde Engels? Liet ik haar het woord voeren?

Heb ik mijn nicht ooit verteld hoe blij ik was dat zij de scooter bestuurde in Kreta? Hoe zijn we toen aan de andere kant van die kloof gekomen? Was ik moe of was mijn conditie toen nog hartstikke goed? Ik weet het niet meer. Ook geen idee hoe ons hotel er ook alweer uitzag. Of was het een appartement?

Het zou tof zijn eens een avond te met ooms, tantes, nichten en neven te ‘bomen’ over vroeger. Om te ontdekken of we ons hetzelfde herinneren en of we de gaten in elkaars geheugen kunnen opvullen.

Maar de bomen groeien rustig verder, zeker nu ze eindelijk weer wat water hebben.

En we maken allemaal nieuwe herinneringen. Alleen niet meer met elkaar.

***
Mijn nichtje en neefje gun ik wat mijn zusje en ik en in mindere mate mijn broertje vroeger hadden. Dat ooms en tantes voelen als mensen om te vertrouwen. Dat nichtjes voelen als vriendinnen om er ook vriendinnendingen mee te doen. Bijvoorbeeld de koeien melken bij de achterbuurman om 6 uur ’s ochtends… Wat een tijd was dat, haha.

Voetbal met vrienden

Ik heb niets met voetbal en lag er vorige week geen seconde van wakker dat Nederland verloor. Maar nu ‘het toernooi’ bezig is, denk ik wel veel terug aan vroeger. Mijn ouders waren de allerleukste en allerenthousiastste gastvrouw en -heer als mijn vrienden voetbal kwamen kijken.

Mijn mama verzorgde ons goed met frisdrank, chips en de beste plekken op de bank. Mijn papa voorzag het voetbal van grappig commentaar.

Mijn vrienden woonden niet in de buurt. Ze moesten van Amby, Meerssen, Berg en Schimmert naar Brommelen fietsen. En dit was in de tijd dat we allemaal nog op stroeve, zware fietsen reden met aanlopende dynamo’s. Geen Swapfiets en al helemaal geen e-bike. Maar ze deden het heel graag in oranje shirts en vol goede moed, mede dankzij mijn ouders.

En ik juichte hard mee voor iedere ‘Nederlandse goal’, want wat was het gezellig.

Mijn examenfeest hoorde trouwens ook bij de beste feestjes van dat jaar.

Dankjewel mam en pap!

We liegen over onszelf

Ze verkondigen online en in het echte leven dat ze duurzaam en maatschappelijk verantwoord bezig zijn. Ondertussen vliegen ze iedere vakantie de halve wereld over, kopen ze meer nieuwe kleding en spullen in een maand dan een ander in een jaar, is hun lievelingseten iets met veel vlees, halen ze koffie in een wegwerpbeker, en hebben ze er geen moeite mee een bestelling te doen bij Temu of Ali.

Hele volksstammen staan er zo in. Zelf ben ik niet veel beter. Al heb ik nog nooit iets bij een kinderhandjes inzettende en chemische troep verkopende webshop aan de andere kant van de wereld besteld. En zit er meestal een koffiebeker in mijn tas.

Ik leerde erover tijdens mijn studies en de verschillende cursussen die ik volgde: we gedragen ons lang niet altijd naar onze overtuigingen. Houding en gedrag liggen niet altijd op één lijn. We praten veel dingen goed voor onszelf. We negeren informatie die onze overtuigingen tegenspreekt (confirmation bias). En we doen ons vaak beter voor dan we zijn.

Maar er is een type mens dat nog een stap verder gaat. Dat vind ik razend interessant. Fascinerend zelfs.

Dit type mens voelt zich moreel superieur en wijst je graag met opgeheven vingertje op zijn gelijk. Hij begrijpt niet dat een ander liever ergens anders woont, liever op een andere manier vakantie viert, liever een andere investering doet en ook nog eens op een andere politieke partij stemt. Want hij weet wat het beste is voor de wereld en dus ook voor jou. “Ja maar het is toch veel beter/socialer/duurzamer/voordeliger om net zoals ik…”

Ondertussen ontleent hij zijn moral high ground aan leugens over zichzelf. Ik was laatst getuige van zo’n leugen. Geen grote leugen waar de wereld aan ten onder gaat, maar wel interessant.

Een boomer die vindt dat hij altijd gelijk heeft, vertelde bloedserieus aan een veel jongere kennis dat hij eerst uitdeelt en dan pas aan zichzelf denkt. Nog niet zo lang daarvoor zag ik diezelfde meneer het laatste stuk vlaai pakken zonder te vragen of iemand nog iets wilde hebben.

***

In welk opzicht doe jij je soms beter voor dan je bent? Ken jij ook mensen die altijd gelijk willen hebben én van zichzelf iets beweren dat aantoonbaar gelogen is? Ik zou graag onderzoek naar dat soort mensen doen, maar dan zonder dat ik met ze in discussie moet…

Ik begin: ik doe mezelf vaak beter voor dan ik ben door altijd te roepen hoe ver ik heb gefietst en mijn mond te houden als ik toch een keer de auto pakte. En zakelijk doe ik me georganiseerder voor dan ik ben. Want soms is het meer geluk dan wijsheid als ik ergens ruim op tijd ben.

Dat van die loodgieter

Dat van die loodgieter en die lekkende kraan? Of de schoenmaker met kapotte schoenen? Maak daar communicatieprofessional en communiceren van. Want ik bak er thuis helemaal niets van, van dat communiceren.

Het gaat soms al mis bij goed luisteren. Soms gaat het mis omdat ik zeker weet dat ik iets heb gezegd. Maar ja, als de leuke jongen uit de trein, of mijn vriendinnen, of mijn familie van niets weten, kán het zo zijn dat ik het toch niet heb gezegd. In dat geval staat het soms wel in mijn agenda, maar vergat ik dat blijkbaar te delen. Of ik vergeet in eerste instantie een afspraak te regelen of verplaatsten en in de stress van het omgooien of het (te) laat regelen, laat ik dan die ene mogelijkheid vastleggen die aan de andere kant van de mail/telefoon als optie wordt gegeven. Als ik dan trots vertel dat het alsnog is gelukt, blijkt dat 8 van de 10 keer niet nodig omdat de leuke jongen uit de trein al iets anders heeft geregeld. En de 9e en 10e keer maak ik de situatie zelfs nog erger dan die was.

Voor mijn klanten weet ik het precies en communiceer ik me helemaal suf. Heb je een plan B? Wie moet je absoluut spreken en wie is leuk ‘voor erbij’? Kunnen we een andere invalshoek kiezen om meer mensen te bereiken? Kan iemand uit de doelgroep het nalezen of het wel duidelijk is wat er staat? Heb je iets geregeld voor crisiscommunicatie? Let op, pas publiceren als een evenement of productlancering niet meer mis kan gaan! Enzovoorts, enzovoorts.

Voor mezelf en mijn dierbaren vergeet ik blijkbaar alles wat er als professional wél inzit. Het lukt me regelmatig om chaos te creëren in plaats van duidelijkheid.

Met vandaag een soort ‘Babylonische spraakverwarring ontmoet lapstick’ dieptepunt. Om een afspraak bij de pedicure. Die ik al ooit had verzet. En weer teruggedraaid. Omdat ik niet meer wist dat ik die had verzet. En, en, en…

Fijne werkweek allemaal. Ik ga me maar weer professioneel met communicatie bezighouden…

Dik

Ik ben dik. Al heel lang. Volgens alle (gezondheids)statistieken, tabellen en grafieken heb ik obesitas of zelfs morbide obesitas. In 2025 viel ik best wel veel af, maar het kost me sindsdien bloed, zweet en tranen om onder de 90 kilo te blijven. Ik weet wel hoe het (voor mij) moet: iedere dag wandelen, twee keer in de week sporten, naar alle afspraken binnen de vijftien kilometer op de fiets, na 20.00 uur niets meer in mijn hoofd stoppen en een gezonde lunch meenemen naar mijn werkplek in plaats van te zwichten voor de supermarkt aan de overkant of de bakker om de hoek. Maar me daar altijd aan houden…

In de acht weken dat ik niet mocht fietsen en niet kon sporten vanwege mijn gebroken hand, kwam ik drie kilo aan. Het duurt veel langer dan acht weken om die drie kilo er weer af te krijgen. Ik ben de laatste om mensen te veroordelen die kiezen voor een maagverkleining. Ik snap het helemaal. Ik heb er zelfs respect voor als je als volwassene deze ingrijpende keuze maakt.

Mensen die een operatie “een makkelijke oplossing noemen” of nog erger “een oplossing voor luie mensen” hebben geen idee waar ze het over hebben. Te zwaar zijn, heeft echt niet (alleen) met gebrek aan discipline of doorzettingsvermogen te maken. Allerlei factoren kunnen een rol spelen. Misschien groei je op in armoede en kiezen je ouders voor ongezonde opties omdat die goedkoper zijn. En kom dan nog maar eens van het gewicht af als je eenmaal volwassen bent. Het klinkt misschien als een excuus in de oren van mensen die geen moeite hoeven te doen om slank te blijven, maar je genen en hormonen en weet ik veel wat nog meer, hebben ook nog iets over je lijf te zeggen.

Neem mijzelf en mijn zusje. Ik hoorde op de basisschool al bij de wat stevigere kinderen, terwijl mijn zusje bezorgde blikken kreeg en voortdurend de vraag of ze wel genoeg at. We kregen thuis hetzelfde te eten, we fietsten naar dezelfde school, we deden zelfs dezelfde sport: een soort van turnen in de lokale gymzaal. Ieder vrij moment van de dag maakte ik radslagen en handstanden in de tuin. Toch ging ik 15 kilo zwaarder naar de basisschool dan mijn zusje. Allebei binnen de ‘consultatiebureaulijntjes’, maar de een aan de onderkant en de ander aan de bovenkant.

Kinderen vanaf 13 jaar met ernstig overgewicht kunnen sinds kort onder strikte voorwaarden een maagverkleining krijgen, vergoed uit het basispakket.

Het was overal in her nieuws. Kinderen die dus echt niet binnen de consultatiebureaulijntjes passen. Ik gun het die kinderen dat ze afvallen, zodat ze makkelijker kunnen bewegen en meer kans hebben om gezond oud te worden. Maar het is nogal een ingreep waar je de rest van je leven rekening mee moet houden. En er kunnen allerlei complicaties optreden, zoals galstenen. En auw, auw, auw ik weet hoe pijnlijk die zijn. Kan een 13-jarige de gevolgen van de operatie overzien?

En ondertussen…

Het schoolzwemmen is afgeschaft. Terwijl leren zwemmen superbelangrijk is én zwemmen ook nog eens heel goed is voor je lichaam. Gymlessen op scholen zijn verkort. Ongezonde dingen liggen op ooghoogte in de schappen. Een bakje frambozen is duurder dan een doos frikandellen. Een bakje cherrytomaatjes duurder dan een zak drop. Chips en snoep zijn om de haverklap in de aanbieding. En er zijn nog steeds buurten waar nauwelijks een streepje groen te vinden is, laat staan een plein om te basketballen of te skeeleren.

We zijn bereid om maagverkleiningsoperaties voor minderjarigen te vergoeden, maar niet om te betalen voor preventie? Ik ben geen expert, maar het lijkt me effectiever, gezonder en op termijn goedkoper om BTW op fruit en groenten af te schaffen, om BTW op sportlessen af te schaffen, om toegevoegde suiker in potjes babyvoeding te verbieden, om ongezonde dingen duurder te maken, en om te zorgen dat je in iedere wijk kunt sporten, of op zijn minst veilig buiten kunt spelen…

Wat denk jij?

P.S. Ik denk dat mensen die dik zijn “eigen schuld” vinden, dezelfde mensen zijn die armoede “eigen schuld” vinden.

Vrouwen en mannen en de ongelijke beoordeling waar ik vroeger nooit bij stilstond

Ongelijke behandeling van mannen en vrouwen en ongelijke verwachtingen en standaarden. Langs welke meetlat mannen en vrouwen worden gelegd. De manosfeer en hoe steeds meer landen stappen achteruit zetten als het om gelijkheid gaat. Ik verdiep me er steeds meer in.

Deels omdat ik veel terugkijk op de afgelopen 45 jaar. Mijn midlife crisis misschien?

Deels omdat het er bij verschillende opdrachtgevers veel over gaat, zoals bij Opgroeien in Parkstad. Tijdens Internationale Vrouwendag werd ik ondergedompeld in de verschillen in gezondheidszorg, salarissen, wetenschappelijk onderzoek en nog veel meer. Ik schreef erover voor Ondernemen in Limburg. Bovendien schrijf ik ook veel voor de (geestelijke) gezondheidszorg en blijkbaar moeten er al jongens behandeld worden voor hun schadelijke opvattingen over vrouwen.

Waar ik al terugkijkend versteld van sta:

  • Hoe in de speelgoedboeken die rond Sinterklaas in de brievenbus vielen de poppen en de miniatuur blik-en-vegers voor meisjes waren en de auto’s voor jongens. Terwijl ik veel liever met auto’s speelde. En die gelukkig ook soms kreeg.
  • Hoe het normaal was om moeders met Moederdag iets ‘voor het huishouden’ te geven, terwijl vaders met Vaderdag juist iets kregen voor zichzelf. Mijn vader was best geëmancipeerd. Toch herinner ik me nog een keer dat we op zijn advies nieuwe theelepeltjes kochten voor Moederdag. (Van de andere kant, papa kreeg ook wel eens nieuwe sokken van ons, ook niet echt iets om van te genieten).
  • De vriendenboekjes op de basisschool waarin meisjes op de vraag ‘wat wil je later worden?’ bijna altijd antwoordden met ‘moeder’, terwijl de jongens ‘brandweerman’ of ‘voetballer’ schreven.
  • De tante die vaak tegen me zei dat ik meer moest lachen omdat ik er dan mooier uitzag en die me complimenten gaf toen ze me voor het eerst met make-up zag. Ze was mijn lievelingstante. Ik was geïrriteerd, want ik vond dat ze zelf vaak boos keek, net als alle volwassenen, maar dat zei ik niet. En het compliment over de make-up vond ik gek, omdat mijn mama juist altijd zei dat ik dat ik geen make-up nodig had om mooi te zijn. Pas veel later viel me op dat ‘je moet meer lachen’ of de nog explicietere variant ‘je bent aantrekkelijker als je lacht’ vooral iets is dat tegen meisjes en vrouwen wordt gezegd. Aantrekkelijk voor wie?
  • De opmerkingen over te korte rokjes of te strakke truitjes van mijn mama. Ik weet dat ze het niet slecht bedoelde, dat er ook iets van bescherming in zat. Maar als ik er nu over nadenk, tegen wie moest ik worden beschermd? Tegen jongens en mannen die nooit ergens op werden aangesproken?
  • De rotopmerkingen die ik van klasgenoten kreeg over hoe graag ze aan mijn borsten wilden zitten. Ik was in de brugklas zo ongeveer de enige die al een bh moest dragen en dat heb ik geweten. Ik voelde me ontzettend onzeker over mijn vrouwelijke figuur. De meeste meisjes bleven plat tot ver in de tweede of zelfs de derde klas, dus ik viel buiten de groep.
  • De viezige leraar wiskunde die er alles aan deed om te zorgen dat vooral de meisjes extra bijlessen bij hem volgden. Sowieso met de blik van nu, waren een aantal docenten op de middelbare school niet helemaal in de haak.
  • De chef die bij mijn bijbaantje aan de receptie van een productiebedrijf tegen me zei dat hij me nooit zou aannemen, hoe goed ik ook was, omdat de kans bestond dat ik nog kinderen wilde ‘en dat kostte hem te veel geld en was te veel gedoe’. In plaats van boos te reageren (wat ik wel was) antwoordde ik alleen maar dat ik niet van plan was receptioniste te worden.
  • De baas die zijn trouwring afdeed als hij op stap ging en die één van zijn vrouwelijke medewerkers enorm voortrok in salaris en in de opdrachten die ze kreeg, omdat ze met haar lange blonde haren en hoge hakken ‘helemaal zijn type was’. Hij deed daar niet geheimzinnig over tegen zijn medewerkers, maar natuurlijk wel tegen zijn vrouw.
  • De opmerkingen – van mannen en vrouwen – dat ik natuurlijk de luxe heb van een man met een goede baan en dat ik daarom voor mezelf kon beginnen. Hoewel het zeker heel fijn was (en is) dat de leuke jongen uit de trein een vast inkomen heeft, weet ik hartstikke zeker dat ik ook een succesvol bedrijf had gehad zonder partner. Waarschijnlijk woonde ik dan niet in een koophuis, had ik geld moeten lenen voor mijn auto en moest ik in een magere maand wel eens op een houtje bijten, maar dat overleefde ik wel.
  • De collega bij het reclamebureau die zei dat hij me wel een keer in een ‘nog strakker shirtje’ wilde zien, nadat hij concludeerde ‘dat het bedrijfsshirt in maat XL waarmee ik op de foto moest al lekker strak rond mijn borsten zat’. Alsof het al niet erg genoeg was voor mijn broze zelfvertrouwen dat verder alle collega’s in een S of een M pasten en superelegant op de foto gingen.
  • Mijn vorige huisarts die me niet serieus nam en mijn galstenen afdeed als spierpijn. En de huisarts die ik nu heb en die me evenmin serieus neemt. Al kan ik niet bewijzen dat het komt omdat hij een man is en ik een vrouw ben. Misschien vindt hij iedereen een aansteller.
  • De opdrachtgever die me nooit serieus neemt. Als ik zeg dat ik voltijds werk en niet direct kan springen als hij spring roept, zegt hij ‘hoezo, je hebt toch een eenpersoons bedrijfje, ben je daar echt de hele week druk mee?’ Dat zou hij nooit tegen een mannelijke ondernemer zeggen. Het is dat de opdrachten interessant en de andere teamleden zo leuk zijn…

Het is potverdorie 2026. Ik weet niet of de speelgoedboeken en de Moederdagcadeaus nog zo cliché zijn als in de jaren 80. Maar ik weet wel dat er nog een lange weg te gaan is als het om gelijkheid gaat en om mensen op dezelfde manier beoordelen. Als we niet uitkijken, gaat het ook in Nederland hard de verkeerde kant op. De kranten staan vol verhalen over de schadelijke invloed van de manosfeer. Influencers sporen puberjongens aan om flink te sporten, rijk te worden en zich vooral beter te voelen dan vrouwen.

Lekker hypocriet dat juist de mannen die om het hardst roepen dat vluchtelingen ‘een gevaar voor onze meisjes en vrouwen zijn’, hun vrouwen het liefst thuis in een niet zo gouden kooi opsluiten.

En probeer het maar eens, zonder rijke ouders of goedbetaalde baan, rondkomen van één salaris.

Een nieuwe aflevering in de ‘onhandig’ serie

Mijn laatste blog – althans op deze plek – schreef ik op de verjaardag van de leuke jongen uit de trein. Hij had er zo’n mooie, zonnige dag voor uitgezocht. Wat was ik nog heerlijk onwetend, toen ik die woorden met tien vingers intoetste.

Na een zeer geslaagde avond (dankjewel aan iedereen die er was en aan iedereen die meedeed aan het cadeau) fietsten we samen naar huis. Grote glimlach op ons gezicht. De leuke jongen uit de trein voorop, zoals altijd. Zelfs op een analoge fiets, gaat hij sneller dan ik elektrisch.

Ik ben de eerste om toe te geven dat ik na vier glazen wijn bij het eten en daarna nog twee speciaalbier in onze stamkroeg niet meer nuchter was. Stomdronken was ik ook niet, maar aangeschoten zéker.

Ik dacht dat ik de verjaardagscadeautjes uit mijn fietstas hoorde vallen. Dus ik draaide me om. Of nou ja, de bedoeling was dat ik alleen mezelf omdraaide, maar ik gaf blijkbaar ook een ruk aan mijn stuur. Een fout waar ik tijdens mijn rijlessen vaak op werd aangesproken. “Bij het over je schouder kijken, je stuur recht houden!”

Links van het fietspad stond een steiger, waar ik vol tegenaan botste. Drie vingers werden geplet en geschaafd tussen mijn fietsstuur en de steiger. Mijn pink ging daarbij een andere kant op én schoof ondertussen langs iets scherps. Vraag het met niet. Het bloedde in ieder geval als een dolle.

En dat was het begin van het nagenieten van “joepie, de leuke jongen uit de trein bestaat een halve eeuw”.

Met een taxi naar de huisartsenpost. Een arts die totaal onverschillig was. Hechten was niet nodig. Naar de stand van mijn vingers kijken ook niet. En dat ik ringen om had, zag hij over het hoofd.

Lang verhaal kort en een paar dokters verder. Dankzij de leuke jongen uit de trein kwam er tien dagen later een foto omdat mijn pink nog steeds de verkeerde kant uit wees.

Eén van mijn ringen was ondertussen losgeknipt, de ander na een avond koelen en hooghouden gelukkig in zijn geheel verwijderd. Tranen over mijn wangen, dat wel, want het voelde alsof mijn vinger van mijn hand werd getrokken. En geloof me, ik ben qua lichamelijke pijn geen jankerd. (Emotioneel is een heel ander verhaal en huil ik om zo ongeveer alles).

Op die foto? Een middenhandsbeentje in drie stukjes.

Pas afgelopen donderdag, zeven weken na het feestje, hoorde ik van mijn ergotherapeut dat ik weer mocht fietsen. Gisteren reed ik voor het eerst weer auto. En vandaag gebruik ik – met moeite – mijn pink weer bij het typen.

Wat ik al wist, maar wat afgelopen weken weer extra duidelijk werd:

  • Afhankelijk zijn, vind ik knap lastig. De eerste twee weken kon ik helemaal niets vastpakken met mijn linkerhand, waardoor potten opendraaien of plakjes kaas afsnijden onmogelijk waren. Net als sokken aantrekken en knopen vastmaken. Lang leve broeken met alleen elastiek! Maar niet kunnen rijden en fietsen, vond ik nog veel erger én dat duurde veel langer. De leuke jongen uit de trein was al die tijd een topchauffeur en was onwijs veel tijd kwijt aan die rol.
  • In tijden van ‘nood’, leer je je vrienden beter kennen (en dat vriendin A voortreffelijke ragout maakt).
  • Als je geen hulp vraagt, krijg je die ook niet.
  • Beter een goede buur dan een verre vriend.

Dat ik een kluns ben, wist ik natuurlijk al lang. Altijd wel een vlek of blauwe plek om dat te bewijzen. Maar deze botsing was next level. En zette het woord onhandig extra kracht bij.

Dankjewel aan iedereen die er voor ons was.

Doe voorzichtig, lieve mensen! Geniet van alles wat je zelf kan. Vraag hulp bij wat je niet zelf kan. Maar houd de touwtjes stevig in handen én je handen aan het stuur. Anders zit je voordat je het weet met je handen in het haar.

Xxx

P.S. Niet zelf je haar kunnen wassen en dat dan bij de kapper (de beste én leukste) laten doen, is een geluk bij een ongeluk.

Draaikolk

De leuke jongen uit de trein is jarig vandaag. Hij viert een halve eeuw leven. En wat zoekt hij daar een mooie, zonnige dag voor uit. Vorig jaar gaf de natuur hem het noorderlicht cadeau op zijn verjaardag. Vandaag krijgt hij zon en volop blauwe druif, witte bloesem en uitbundige magnolia. Ik maakte er mooie foto’s van tijdens mijn ochtendwandeling. Dat het voorjaar wel erg vroeg valt, daar hebben we het even niet over.

Meer dan toen hij 49 werd, komt het vandaag binnen dat hij ouder is dan mijn vader ooit werd. Een jaar en twee maanden min één dag ouder, om precies te zijn. Misschien dat die ‘halve eeuw’ toch iets extra’s doet. Maar ook ‘het universum’ confronteert me heel veel met mijn status van halve wees.

Mijn papa’s enige zus overleed in januari. En daarmee overleed de enige nog levende persoon die hem zijn hele leven heeft gekend. Mijn tante waar ik nog maar weinig contact mee had, maar waaraan ik wel hele fijne herinneringen heb. Aan gezellige verjaardagen, kerstdagen, pretparken en vakanties. Ik herinner me haar vooral vrolijk. Mijn tante aan wie ik nu nooit meer kan vragen hoe mijn papa als kind was. Het afscheid was mooi en bracht beelden terug van plekken, dieren en gebeurtenissen waar ik al jaren niet meer aan had gedacht. Ik denk veel aan mijn oom en mijn nicht die haar lang, maar toch te kort, in hun leven hadden.

Vorige week zaten we in het theater. Bertolf vertelde over een liedje dat hij schreef omdat hij zijn schoonmoeder nooit heeft gekend. Waardoor hij de helft van zijn vrouw eigenlijk niet kent. Bij de zin “She says that you might’ve liked me”, kwamen de tranen. De leuke jongen uit de trein lag al drie zinnen eerder in stukken. Ik denk dat ze hadden kunnen lachen samen, de leuke jongen uit de trein en mijn papa. Maar meer nog dan dat hadden ze samen kunnen genieten, van het stiekem een introvert zijn en van het luisteren naar muziek.

En gisteren bij de voorstelling van Nasrdin Dchar die (kort door de bocht) gaat over hoe hij zijn angsten doorgeeft aan zijn dochter, vroeg ik me af of mijn papa zich net zo zou hebben laten meeslepen door het wereldnieuws. Hoe hij er met ons en zijn kleinkinderen over zou praten. En of hij zou worstelen met zijn gevoel van onmacht. Het gekke is dat ik tijdens de voorstelling ook pijn voelde dat ik geen kind heb, terwijl ik tegelijkertijd ontzettend blij was (en ben) dat ik er geen heb. Iets kunnen doorgeven aan de volgende generatie – zelfs als het angsten zijn – vind ik wel iets heel moois.

Ik hoop dat deze tijd in de geschiedenisboeken komt om daarna nooit meer terug te keren. Het georganiseerd vermoorden van Palestijnen. Het bombarderen van een Iraanse meisjesschool, op initiatief van twee machtswellustige kleuters (wat eigenlijk een belediging is voor alle kleuters). En – dichter bij huis – alles wat er nog mis is als het om gelijkheid tussen mannen en vrouwen gaat en hoe het zelfs achteruit gaat. Afgelopen zondag, Internationale Vrouwendag, zat ik in het theater bij een evenement waar schokkende feiten voorbij kwamen over de loonkloof, de gezondheidszorg die vooral van mannen uitgaat en hoe vaak meisjes en vrouwen slachtoffer zijn van geweld en grensoverschrijdend gedrag. En een jaar geleden zat ik op Internationale Vrouwendag in het vliegtuig naast een man die het nodig vond mij te vertellen dat wat hem betreft alle vrouwen die vonden dat ze geen man nodig hadden wel dood mochten. Een man die zich dit jaar waarschijnlijk nog meer gesterkt voelt in zijn opvattingen.

Mijn papa was een feminist, ondanks dat het ook bij ons thuis vanzelfsprekend was dat hij fulltime bleef werken terwijl mama dat in deeltijd deed toen er kinderen kwamen. Hij was de eerste om toe te geven dat een vrouw intelligenter was of een betere leidinggevende. En de eerste die er iets van zou zeggen als een vrouw minder verdiende voor hetzelfde werk.

En ondertussen, terwijl ik veel aan papa denk en aan de verjaardag van de leuke jongen, heb ik het zo ongelofelijk druk qua werk dat ik ’s nachts wakker schrik met losse eindjes in mijn hoofd. Ondanks dat ik tegenwoordig alle losse eindjes direct opschrijf in een app. Ik ben al weken een slechte partner, vriendin, zus en dochter, want ik kom er niet aan toe om die rollen goed uit te voeren. Mijn hoofd lijkt een soort draaikolk.

Maar dat partnerstuk ga ik nu even goed maken.

Genoeg stilgestaan en geklaagd. Het is tijd om het leven te vieren. Om te proosten op de leuke jongen uit de trein. En op nog een halve eeuw voor ons samen. 50 x hoera!

De maand ontploft

Het is bijna kerst.

Vrede op aarde.

Een knoop in mijn maag. Een brok in mijn keel. Lood in mijn schoenen. Geen idee wie die uitdrukkingen ooit heeft verzonnen, maar ze omschrijven doeltreffend wat ik voel.

Between a rock and a hard place past ook wel bij de situatie. Mensen waar ik van houd, zijn verdrietig. En wat ik nu ook doe, beter dan ‘iemand een beetje minder ongelukkig’ wordt het niet.

Ik droeg in mijn leven helaas vaak bij aan ongemakkelijke en ongelijkwaardige verhoudingen. Lang geleden had ik dingen anders moeten doen. Maar ik was een conflictvermijdende schijtluis. En ben dat nog steeds.

Ik was veel te vaak stil, op misschien wat zielig gesputter na. Ik bood te weinig weerwoord. Ik gaf grenzen niet aan, of veel te laat. Ik probeerde iedereen te vriend te houden en heb daarbij mensen beschadigd. Mezelf het meest. Ik vulde in voor anderen. Deed dingen zoals ik dacht dat anderen het zouden willen, zodat ik niets hoefde te vragen. Zodat er vooral geen strijd zou ontstaan. Daarmee maakte ik situaties niet altijd beter. Soms nam ik het niet op voor mensen die absoluut mijn verdediging verdienden.

Ik kwam ook nooit op voor mezelf. Niet tegenover collega’s. Niet bij familie. Niet in relaties.

Ja, die ene keer dat ik zei dat ik geen huisvrouw wilde worden om voor een kind te zorgen dat niet van mij was. Dat was dus meteen einde relatie. En die keer dat een gemeente me drie schalen lager wilde inhuren dan ze hadden betaald voor een eerdere, soortgelijke opdracht. Daar heb ik vriendelijk voor bedankt.

Maar verder is het meestal slikken, inschikken en weer doorgaan. En vervolgens een keuze maken waarvan ik hoop dat die de beste is. Soms de beste voor mij. Soms de beste voor een ander. Nooit de beste voor iedereen. Op de één of andere manier kan ik die optie nooit aanvinken.

En wat ik ook kies. Het ontploft vaak in mijn gezicht.

Meestal in de maand december. Dan is het extra toepasselijk, zo’n ontploffing.