Dwalen door Lille

Nee, deze blog is niet gesponsord door de stad in kwestie, evenmin als mijn blogs over Brussel of Parijs. Ik heb gewoon een zéér grote liefde voor steden waar ik Frans mag praten, waar de historie van de kasseien ketst, waar het wemelt van de boekwinkels, waar niet alles is schoongepoetst en waar zoet, hartig en alle soorten drank goed vertegenwoordigd zijn. Daarom togen we naar Lille. En omdat ik niet zo goed ben in de hele vakantie thuisblijven. De leuke jongen uit de trein vindt het gelukkig prima, zo lang we volgend jaar maar naar ‘zijn’ stad Vancouver gaan.

Lille_1

Een beetje geschiedenis

Lille heeft een rijke en bewogen geschiedenis, voor het eerst op schrift vermeld in 1066. Vanwege de ligging tussen Antwerpen, Londen en Parijs werd het snel een belangrijke handelsstad waar de rijken der aarde graag hun gezicht lieten zien. De stad kreeg het zwaar te verduren in beide Wereldoorlogen en kreeg nog eens op zijn kop toen de mijnbouw, textielindustrie en staalindustrie onderuit gingen. Maar door in te zetten op de dienstensector, inclusief het toerisme, ziet het er weer zonnig uit.

Katten en bedelaars

Die zon hadden we sowieso mee op reis, wat alles nóg beter maakte. We logeerden in een buitenwijk met veel hoogbouw, .maar er stonden geen saaie flats. De gevels hadden knallende kleuren en veel balkons hadden mooie houten balustrades. Tussen de flats veel groen en heel veel katten. Zodra wij een voet op ons terras zetten, kwamen nieuwsgierige miauwerds kopjes geven. Overal in de wijk stonden bakjes met brokken en bakjes met water. Een pijnlijk contrast met de vele bedelaars langs de grote weg. Moeders met kinderwagens en kinderen van basisschoolleeftijd klopten op de ramen van de auto’s voor het stoplicht. Zij kregen niets.

Lille_4

Schoonheid

De oude stad, Vieux Lille, is prachtig. Rijkversierde gevels met meer ornamenten dan je in één oogopslag kunt zien. Hoe dichterbij je komt, hoe meer je ontdekt. Zoals charmante houten luiken en indrukwekkende houten deuren met leeuwenkoppen en complexe motieven. Beelden in nissen, inscripties in gevelstenen. La Place du Général de Gaulle, meestal Grand Place genoemd, heeft dezelfde uitstraling als de Grote Markt in Brussel of in Leuven. Sowieso doet de stad heel Belgisch aan. Iedere kroeg schenkt vele Belgische bieren en in de eetcafés staan ‘potjevleesch’ en ‘waterzoï’ op de kaart. Die eetcafés lieten we grotendeels links liggen, want we kozen een avond voor Marokkaans, een avond voor West-Afrikaans en een avond voor thuis op de bank met een zelf samengestelde vlees- en kaasplank.

Schone kunsten

Bij het Palais des Beaux Arts vonden we een portemonnee van een Nederlands meisje. Haar hele leven zat erin, van rijbewijs en autopapieren tot bankpassen, spaarkaarten en identiteitsbewijs. Na wat speurwerk van de leuke jongen uit de trein kreeg hij haar via haar werkplek in Nederland te pakken. In de bijzondere hal van het Palais troffen we elkaar. Ze had haar spullen nog niet gemist, dus ook nog niets geblokkeerd en dankzij ons ging ze haar bus naar Ieper ook nog halen. Wat een mazzel. Ze raadde ons aan vooral de schilderijen te bekijken. Dat deden we. Het waren er veel, ontelbaar veel. Soms twee of drie stuks boven elkaar. De belichting was helaas matig, waardoor we telkens de juiste hoek moesten zoeken om te zien wat op de doeken stond. Na twee uur struinen, begon langzaam kortsluiting te ontstaan door de hoeveelheid kunstwerken. Of zoals de leuke jongen uit de trein het verwoordde: “Error, error, system overload.”

Lille_2

La Gare Saint Sauveur

Eerder die dag liepen we binnen bij La Gare Saint Sauveur. Een eigenzinnig cultureel centrum met een leuke sfeer in en rondom een voormalig station. Een deel van de sporen ligt er nog en de industriële stalen en betonnen constructies van het gebouw zijn goed zichtbaar. Hier kun je met Lego bouwen aan de stad van de toekomst, wandelen door de biologische tuin, naar de film, naar concerten en naar telkens andere tentoonstellingen. Toen wij er waren, was dat een (gratis!) fototentoonstelling over wielrennen en de Olympische Spelen. Er liep super vriendelijk personeel rond, dat graag tekst en uitleg gaf bij het gebouw en de foto’s en ook tonnen geduldige aandacht besteedde aan de vele schoolklassen die binnenkwamen. Op de foto “zie” je het wereldrecord hoogspringen. Het stationsrestaurant met de vrolijk gekleurde stoelen waar we rond lunchtijd de laatste tafel wisten te bemachtigen, is een aanrader zelfs als je geen tentoonstelling gaat bekijken. Ik had beurre blanc aux fruits de la passion bij mijn gebakken zalm. Mjam.

Lille_3

Nog zo veel te zien

We zagen nog veel meer, zoals het gigantische winkelcentrum Euralille (niets gekocht!), de Porte de Paris in het midden van een rotonde en het stadhuis met zijn enorme toren. We zagen ook heel veel niet. Lille heet Lille omdat het op een eiland in de rivier Deule ligt. We hebben die hele rivier niet gezien, evenmin als de haven, die bij de grootste binnenhavens van Frankrijk blijkt te horen. We liepen langs het fotogenieke beursgebouw, maar sloegen het kleurrijke binnenplein over waar regelmatig boekmarkten zijn, schaak wordt gespeeld en tango gedanst. We negeerden het grote park rondom de citadel en we misten de markante marmeren voorgevel van de Notre Dame de la Treille, wat bijna knap is.  Omdat we ons al ongans hadden gekocht bij de reusachtige Carrefour, sloegen we de veel authentiekere Halles de Wazemmes over. Geen van de fonteinen was in werking en de voorgevel van het Palais stond in de steigers.

Hè wat vervelend, nu moeten we nog een keer terug!

Bedankt dat je er was

G was een goede vriend van mijn papa. Ze ontmoetten elkaar op school, waar mijn papa les gaf en hij les kwam geven. Ze waren niet lang collega’s, maar bleven wel altijd vrienden. Ze deelden de liefde voor geschiedenis (en hoe het toch kan dat we maar niet van het verleden leren), muziek, kamperen, vuur (in vuurkorf of open haard), bier en sigaretten. Op andere vlakken waren ze het hartgrondig met elkaar oneens, maar daar kon altijd over gediscussieerd worden. Al veranderden beiden nooit van standpunt.

Als begroeting kusten ze elkaar op de mond. Hun warme begroeting klopte, paste precies in het plaatje. Twee mannen die het niet altijd gemakkelijk hadden met het leven, maar er toch veel van genoten en zich nergens voor schaamden. Wat de buitenwereld dacht, moest die buitenwereld lekker zelf weten.

Mijn papa leerde mij om sociaal te zijn, een eigen mening te hebben en te doen wat ik leuk vind. Ik vermoed dat dat ook ongeveer de dingen zijn die G aan zijn dochter leerde. Een stoere en heldhaftige dochter die gisteren prachtige toespraken hield en een glas Westmalle hief op haar markante, gekke, gepassioneerde, welbespraakte papa.

G legde als afscheid van mijn papa een rode roos bij hem neer. Een verwijzing naar de trouw van mijn papa aan de PvdA? In ieder geval een eerbetoon. Gisteren was G’s afscheid en mijn papa was er niet om hem uit te zwaaien.

Ik weet dat het niet zo is, maar toch zie ik ze samen zitten daarboven. Glimmend van trots op hun dochters die het toch maar mooi voor elkaar hebben. Pilsje in de hand, sigaret in de mondhoek en af en toe de ogen dicht om goed naar de muziek te kunnen luisteren.

De leuke jongen uit de trein en ik dronken na afloop van de bijzonder afscheidsdienst in het Museum aan het Vrijthof een pilsje bij Café de Poort. Ik had eigenlijk zin in koffie, maar G en papa zouden het niet anders gewild hebben. En wat smaakte het goed. Proost, op de papa’s!

Op papa's

 

Kaartenhuizen

kaartenhuis-blog.pngVervelende incidenten met werkgevers die gouden bergen beloofden maar hun afspraken niet nakwamen, hebben mij veel mensenkennis opgeleverd. Collega’s die met zo’n soort baas de beste positie hadden zonder hard te werken, waren eveneens een eye opener. Ook positieve gebeurtenissen waarbij vage kennissen in goede vrienden veranderden, leerden mij veel. Bepaalde karaktertrekken en denkwijzen heb ik tegenwoordig snel in de gaten en mijn eerste indruk van iemand, blijkt vaak juist.

Voor de buitenwereld

Maar soms laat ik me blijkbaar voor de gek houden door het picture perfect life dat vrienden delen via social media en tijdens etentjes en feestjes. Zonder dat ik ooit een barstje zag, gaan twee stellen uit elkaar. Koppels waarvan ik beide ‘helften’ een beetje dacht te kennen. Partners die in mijn beleving voor elkaar waren gemaakt. Gezellige mensen die het leven vierden op festivals en in restaurants, op verre vakanties en in de kroeg om de hoek. Levensgenieters waarover ik regelmatig tegen de leuke jongen uit de trein zei: ‘zo tof wat die twee allemaal doen’.

Bij elkaar horen

Ik vind het verschrikkelijk voor de ‘scheiders’ en hun kinderen. Ik sla armen om schouders, bied schouders om op te huilen en een huis om in te schuilen. Ik deel zakdoekjes uit zo lang de voorraad strekt en geef advies of houd juist mijn mond. Zoals dat in de bepalingen van het vriendschapscontract is vastgelegd.

Maar ik ben me dus ook rotgeschrokken. In mijn hoofd wonen nog een paar koppels die bij elkaar horen zoals krant & ontbijt, gin & tonic, rijstepap & kaneel. Het zal toch niet dat zij ook ineens gaan scheiden?

Hoezo liggen?

Waarom heet het eigenlijk in scheiding liggen? Omdat je leven op dat moment overhoop ligt? Maar ook in dat tweede geval vraag ik me af waarom we het woord liggen gebruiken. Misschien omdat de betrokken het liefst in bed gaan liggen met de deken over hun hoofd?

 

13 dingen die ik leerde voor mijn 38e

Verjaardag

Vandaag word ik 38. Een leeftijd waarvan ik zo ongeveer tot mijn 25e dacht dacht dat ik dan ‘alles voor elkaar zou hebben’. Dikke baan, stationwagen, labrador en tuinkabouter, maar dan anders. Ik heb niet alles voor elkaar. En dat geeft niet.

Er vielen bijzonder veel dingen op hun plek de afgelopen jaren. Ik stopte met alle bijgeneuzel in loondienst en heb daar nog geen seconde spijt van gehad. Ik houd van mijn werk en heb de leukste en trouwste klanten ter wereld. Ik geniet meer en moet minder. Ik heb het leven nog lang niet onder de knie, ben een klager van nature, maar ik leerde in de afgelopen 38 jaar toch best al veel:

  1. Het leven is te kort om te strijken (als de leuke jongen uit de trein niet zou strijken, zou ik altijd ietwat gekreukt de deur uitgaan), groenten in gelijke blokjes of reepjes te snijden, bloem of meel eerst te zeven, een kapsel te hebben dat elke ochtend meer dan twee minuten werk kost, dag- én nachtcrème te gebruiken, mijn benen te scheren in de winter.
  2. Hoe ik me kleed, bepaalt voor een deel hoe ik me voel. En er is een jurkje dat altijd complimenten oplevert.
  3. Een diploma stelt veel minder voor dan wat leraren en ouders ons vroeger wijsmaakten. Dat ik ineens besloot een master te gaan doen, voegde heel veel toe aan mijn leven. Ik leerde bijzondere mensen kennen en ik leerde om beter te leren. Maar het diploma zelf bracht me bijzonder weinig, behalve de opmerking “jij wilt deze baan niet echt, want je hebt universiteit gedaan.”
  4. Het is nooit te laat om ergens mee te beginnen. Een leven lang leren en altijd nieuwsgierig zijn, ik ben daar een voorstander van.
  5. Als een zin begint met “ik wil niet zeuren, maar…” of “als het mijn huis was…” dan volgt er altijd een hoop gezeur. Vermoeiend, zeker als ik zelf heel blij ben met waar die ander commentaar op heeft.
  6. Vrienden zijn onmisbaar. Echte vrienden, mensen die van me houden inclusief mijn complete rariteitenkabinet dat ik uitgebreid aan ze tentoonstel, zijn zeldzaam. Ik heb er een paar gevonden die ik koester, sommige vond ik al een heel leven geleden. Ik raakte gaandeweg ook een aantal vrienden kwijt, sommige verdwenen totaal onverwacht. Reden onbekend. Dat knaagt nog wel eens, maar ik lig er niet meer wakker van.
  7. Het gaat om de kleine dingen. Oh wat was (en ben) ik blij met de grote-mensen-dingen zoals geld op mijn spaarrekening, ons koophuis, onze auto en onze vakanties, maar uiteindelijk zijn het de mooie gesprekken, de welgemeende complimenten, de onverwacht mooie zonsondergangen en de ‘koekjes om de hoekjes’ die het leven extra mooi maken.
  8. Doe je werk graag of ga iets anders doen. Mensen die al jaren met tegenzin naar hun werk gaan, omdat ze blij zijn met de zekerheid, of omdat ze veel geld verdienen, ik ken ze en ik begrijp ze niet. Met werken ben je enorm veel tijd kwijt, dus je kunt er potverdorie maar beter voor zorgen dat je je werk leuk, uitdagend en zinvol vindt. Nee een functie die alleen maar leuk is, bestaat niet, maar met buikpijn naar je werk gaan, is echt niet de bedoeling.
  9. Ik pieker altijd over het verkeerde. Dat waar ik me het meeste zorgen over maak (vaak een telefoontje, ik háát bellen) blijkt altijd mee te vallen, terwijl dingen die ik totaal niet aan zag komen voor ellende kunnen zorgen. Piekeren is tijdverlies. Wat ab-so-luut niet wil zeggen dat ik nooit meer pieker. Was het maar waar.
  10. Ouder worden is confronterend, maar het alternatief is nog veel erger: niet ouder worden. Veel mensen die ik graag zie, zijn inmiddels ouder dan mijn papa is geworden. Ieder jaar erbij moet gevierd worden. Dus vandaag zijn er mensen en is er taart.
  11. Een relatie verandert me. Hoe hard ik ook roep dat het niet zo is. Er zijn tig dingen die ik anders zou doen als ik geen relatie met de leuke jongen uit de trein zou hebben. Er zijn ook tig dingen die ik vaker zou doen, zoals reizen, wandelen, kamperen. En toch vind ik het niet negatief dat ik me aanpas. Dat doet hij natuurlijk ook. Wij zijn elkaar graag en wij komen goed overeen.
  12. Ik maak de cirkel nooit rond. Ik ben een uitstekende beginner. Ik begin aan alles, maar alleen de ‘grote dingen’ maak ik uiteindelijk af (mijn studies bijvoorbeeld en mijn rijbewijs, uitgesmeerd over twee jaar vier theorie-examens en drie praktijkexamens). Huishoudelijke taken, thuisstudies, blogs waarvoor ik eerst research moet doen, zakelijke Facebook-berichten, administratie, daar begin ik vooral aan. Het zou een hoop geestelijke bagage schelen als ik zaken één voor één zou afhandelen in plaats van tegelijk. Zodat poetsen niet bestaat uit eerst stoffen, dan de krant lezen, dan de deurmatten uitkloppen, dan een kop koffie zetten en dan stofzuigen. Om maar een voorbeeld te noemen. Zodat die € 250 die ik betaalde voor die InDesign-cursus zou resulteren in enige ‘design skills’.
  13. Reizen maakt gelukkig. Hier kwam ik 30 jaar geleden al achter, als het niet nog eerder was. Onderweg zijn, uit je routine stappen, andere culturen zien, nieuwe mensen ontmoeten… Van reizen krijg ik inspiratie en reizen helpt me relativeren. Reizen helpt me ook vaak beseffen hoe goed ik het heb. Overal wonen leuke mensen en ik kan overal heen. Hoe mooi is dat.

Ik had eigenlijk 38 dingen die ik leerde voor mijn 38e willen schrijven, maar de inspiratie was op. Of vergeet ik iets? Welke levenslessen leerde jij?

38

Brief aan mijn nichtje #18

Lieve dondersteen,

Jij doet op dit moment wat je het liefste doet. Kamperen met je mama. Van de ene camping met zwembad naar de andere. En als je mama wel eens naar iets anders wil kijken dan dor gras en gespetter, bezoeken jullie een stad. Waar altijd een terras aan te pas komt en een ijsje. Of een bossche bol, in het geval van Den Bosch.

Terwijl jij de tijd van je leven hebt, ging het neefje van vriendin I dood. Na maanden in het ziekenhuis was zijn kleine lijfje op. Hij werd maar drie jaar. Met tranen in mijn ogen dacht ik aan zijn familie. Daarna dacht ik meteen aan jou en hoeveel levens een onherstelbare deuk op zouden lopen als jij ernstig ziek zou worden. Wrakhout zouden we zijn.

En dan kijk ik naar het filmpje dat je mama stuurde. ‘We gingen eigenlijk tandenpoetsen’, staat erbij. Jij rent en glijdt in volle vaart over een springkussenachtige waterglijbaan met een lach van oor tot oor. Zo moet het leven zijn. Voor alle kinderen.

Blijf nog maar even lekker op vakantie.
Liefs,
Tante Lieke

Op dit moment #8

Genieten van: de zomer. Toegegeven, het is misschien wat aan de hete en droge kant, maar ik krijg zó veel energie van zon en ijsjes. Ook als het zweet in straaltjes over mijn rug loopt. En met een steeds groter schuldgevoel als ik mijn planten alwéér water geef.

Blij met: mijn bedrijf. Toegegeven, ik begon mij langzaam zorgen te maken vanwege weinig werk en daarmee weinig inkomsten, terwijl er in de zomer meer geld uitgaat dan in de winter. Aan mensen kijken op een terras. Aan het zwembad. Aan ‘ach we kunnen die salade ook op restaurant eten’. Die zorgen zijn inmiddels achterhaald. Ik mag bijzondere, uitdagende nieuwe dingen doen. Een duurzaamheidsverslag schrijven. Een storyboard maken voor een animatie. En -als alles meezit – de samenwerking aangaan met een nieuwe opdrachtgever. Een opdrachtgever waarvan ik denk dat die mij goed past. Een technische en ingewikkelde omgeving voor een alfa zoals ik, maar dat is precies wat ik leuk vind. Chocolade maken van dingen die ik in eerste instantie niet begrijp. En het vervolgens zó opschrijven dat iedereen het snapt.

Balen van: het moment dat ik ‘ja, is goed’ antwoordde op de vraag of ik twee weken achter elkaar calamiteitendienst wilde draaien. Omdat ik daarmee de vakantie van de leuke jongen uit de trein alweer voor een deel om zeep help. Omdat ik daarmee heel vaak nee moet antwoorden op vragen als ‘wil je ook een wijntje?’, ‘ga je mee zwemmen?’, ‘zullen we vanavond gaan wandelen?’ Ik kan alleen de deur uit met pieper, telefoon en laptop op zak en heb een actieradius van 10 minuten bij mijn auto vandaan en 30 minuten bij mijn opdrachtgever vandaan.

Aan het lezen in: De verrekijker van Kees van Kooten. Daar wil ik het nog niet over hebben. Het boek dat ik hiervoor las, was Homegoing van Yaa Gyasi. Daar wil ik het wél over hebben. Ga dat lezen! Kippenvel en buikpijn als één van de vele hoofdpersonen beschrijft hoe ze met honderden andere slaven in de kelder van een Brits fort ligt. Bovenop haar ligt een vrouw die haar urine laat lopen en naast haar sterft een andere vrouw. Hoe ze zich daarbij voelt, wordt niet beschreven. Ik kan en wil het me ook niet voorstellen. De invloed van slavernij op het leven van meerdere generaties in Ghana en in Amerika wordt pijnlijk duidelijk gemaakt. Indrukwekkend.

Aan het kijken naar: niets. Dat maakt de leuke jongen uit de trein ruimschoots goed met het consumeren van de Tour en een hoop andere sport. Morgen begint mijn favoriete serie weer: The Bridge. Briljante serie. Ik ben mee vanaf de eerste noten van het beginmuziekje. Is het al bijna morgen?

Beren op de weg: hebben het uiterlijk van blauwe enveloppen. Het is natuurlijk een goed teken dat ik zo veel moet betalen, maar het doet nogal pijn op dit moment. Zie punt 2 van dit lijstje waar ik weinig inkomsten en veel uitgaven noem.

Leuke dingen om naar uit te kijken: Brussels Summer Festival half augustus. In de voortuin van de koning genieten van een aantal bekende en een heleboel onbekende bands. En voordat de muziek begint een enkel museumbezoek en héél veel eten. Iedere keer dat we in Brussel zijn, komt er weer een restaurant bij waar we terug naartoe willen. Met als gevolg dat we nu drie keer per dag zouden moeten gaan eten om ze allemaal af te vinken. Kill your darlings 😉
En aan het eind van dezelfde maand een kort weekend naar Parijs met twee vriendinnen die er nog nooit zijn geweest. Ik heb reis en hotel geboekt en word ter plaatse gids én woordvoerder. Denk dat we een terrasje nemen ergens op de heuvel van Montmartre en ik vanaf daar de bezienswaardigheden aanwijs.

Lieke Schrijft_Facebook

Niet perfect

Om mij heen hoor ik het ene na het andere verhaal van en over mensen die gebukt gaan onder het label ‘perfectionisme’. Ze mogen van zichzelf niets fout doen, schieten voortdurend in een kramp en zijn nooit tevreden. Ze zijn eigenlijk een week voor de deadline al klaar, maar blijven finetunen tot de laatste minuut. Bang en onzeker tot aan in foetushouding op de keukenvloer liggen huilen aan toe. Wat een ellende.

En toch zou ik graag een beetje meer last hebben van perfectionisme. Ik haal altijd mijn deadlines, verdiep me in de doelgroep waar ik voor schrijf en baal als een stekker als er nog een typefout blijkt te staan in een afgeronde opdracht, maar een perfectionist kun je me niet noemen.

Terwijl deze maand de perfecte maand is voor perfectie. Met maar zo’n 20 uur in de week werk in plaats van de gebruikelijke 40, blijven er zeeën van tijd over.

Zeeën van tijd om een verhaal te schrijven, het door een vakgenoot te laten nakijken, er zelf nog een tweede en derde keer naar te kijken en het vervolgens pas naar de klant te sturen. Met nog een voorstel voor een alternatieve titel en een samenvatting voor social media erbij, als extraatjes.

Zeeën van tijd om een zoekwoordenanalyse los te laten op mijn website en een lijstje aan te leggen met blogonderwerpen waarmee ik mijn vindbaarheid vergroot. En als ik toch bezig ben, ook professionele foto’s laten maken waarop ik van mijn beste kant te zien ben.

Zeeën van tijd om van een offerte meer te maken dan een droge opsomming van werkzaamheden met bijbehorend uurtarief. Door een gedetailleerd plan toe te voegen over hoe ik de klus ga aanpakken en hoe een eventueel vervolg van de opdracht eruit kan zien.

Niets van dat alles.

Ik lees de krant, dwaal rond op Facebook, maak een wandeling en zoek online naar een televisiekast, een hotel in Brussel, een vakantiebestemming voor september. Ik haal nog maar eens koffie, staar naar buiten en verdwijn in een dagdroom. En ja, ik haal mijn deadlines, verdiep me in de doelgroep en probeer geen enkele taal- of tikfout te maken. Mijn klanten zijn tevreden.

Maar ik niet. Want ik weet dat het perfect had kunnen zijn.

Perfection

Zagen

“Papa, kom eens, ik zie iets stoers.”
“Dat is een zaag.”
“Ik wil die.”
“We zijn hier voor koekjes en yoghurt, niet voor een zaag.”

“Ik wil die zaag!”
“We hebben thuis al een zaag.”
“Ik wil die zaag!” + stampvoeten en krokodillentranen.
“Lieverd, kijk eens, die mensen denken nu allemaal ‘wat een vreemde jongen’.”
“Ik wil die zaag!” + rammelen aan het rek en krokodillentranen.
“Lieverd, welke koekjes wil je?”
“Ik wil die zaag!”

Ik heb misschien makkelijk praten, zo zonder kinderen. Maar waarom vind je het een goed idee om uitgebreid met je zoontje van 2 (denk ik) in gesprek te gaan, terwijl hij de halve Aldi afbreekt?

Zeg tegen je kind dat ie stopt met zagen, zet ‘m in zijn kinderwagen, doe je boodschappen en loop naar buiten. Of denk ik dan te simpel?

Zaag

Kwetsbare ondernemer

2016-04-21 13.04.47Dat ik in augustus 2008 voor mezelf begon, was een goed idee. Dat ik op 1 januari 2017 helemaal gedag zei tegen werken in loondienst, was een nog veel beter idee.

Het gaat goed met Lieke Schrijft, met een omzet die is verdubbeld sinds ik van 3 naar 5 dagen als zelfstandige ging. Toch twijfel ik soms nog aan mezelf als ondernemer. Vooral nu de zomer begint. Een rustige periode qua werk waardoor er minder geld binnenkomt, terwijl mijn uitgaven juist stijgen (festivals, terrasjes, zomerjurkjes).

Niet goed genoeg

Toen ik begon met Lieke Schrijft, dacht ik vooral ‘ik ben niet goed genoeg’ en ‘ik heb niet veel toe te voegen aan het bestaande aanbod’. Ik had het ook altijd over mijn bedrijfje. Nu ik bijna 10 (!) jaar bezig ben, twijfel ik nauwelijks nog aan mijn schrijfkunsten, maar des te meer aan mijn ondernemerskwaliteiten. Een cursus verkooptechnieken heeft me niet veel geholpen bij het commerciëler zijn en het kansen grijpen. En alle goede voornemens ten spijt, loop ik alweer hopeloos achter met mijn boekhouding. Soms, als ik niet lekker in mijn vel zit, lijken dat genoeg redenen om op zoek te gaan naar een baan in loondienst.

Niet opvallen

Ik ben altijd hard geweest voor mezelf. Wilde tot een bepaalde leeftijd niet teveel opvallen. Waarom? Het is toch stom om een soort grijze muis of Truus doorsnee te zijn? Ik voelde al heel jong de drang om mezelf te zijn, maar durfde meestal niet. Alhoewel, toen ik echt jong was blijkbaar wel. Er bestaan foto’s van mij, afgezonderd op mijn eigen kinderfeestje, spelend in mijn eigen wereld. Dat de andere kinderen er speciaal voor mij waren en liever wilden springtouwen of hoelahoepen, maakte me blijkbaar niet veel uit.

Waarom sloop de angst erin om mijn eigen weg te gaan? Waarschijnlijk omdat ik bang was dat anderen mij dan niet meer leuk zouden vinden. Omdat ik ergens bij wilde horen. Omdat ik wel bijzonder wilde zijn, maar niet zo speciaal dat ik alleen over bleef. Als ik mijn oude dagboeken teruglees, zie ik dat het in de pubertijd een bange chaos was in mijn hoofd.

Niet durven

Op de middelbare school en tijdens mijn studie journalistiek keek ik enorm op naar de individuen die zichzelf durfden te zijn (of waarvan ik dacht dat ze zichzelf waren). Zij waren vaak alleen, zoals het in het zwart geklede meisje dat soms haar rat mee naar school nam. Of ze waren enorm populair en voortdurend omringd door anderen. Zij durfden wat ik niet durfde: hun kop boven het maaiveld steken.

Direct na mijn eindexamen deed ik overigens iets wat anderen niet durfden. Ik vertrok voor drie maanden naar Benin, een land waar ik nog nooit van had gehoord, laat staan dat ik iets van de plaatselijke normen en waarden wist. Toch verdween ik op het HBO weer een beetje naar de achtergrond.

Toen ik ging werken en later toen ik mijn tweede studie communicatie- en informatiewetenschappen deed, keek ik veel minder tegen anderen op. Ik vond het ook veel minder erg om op te vallen, getuige allerlei kleuren in mijn haar en in mijn jurkjes. En inmiddels spreek ik wekelijks mensen die wel willen maar niet durven wat ik wel durfde: een eigen bedrijf beginnen.

Een bedrijf dat tien jaar later nog bestaat en waar het goed mee gaat. Dus *schop onder mijn kont* doe die zorgen de deur uit en vier de zomer!

Het zijn de kleine dingen…

… waar je hart van gaat zingen.

20180613_195557

Elkaar leren kennen door iets persoonlijks te vertellen aan de hand van mooie plaatjes. Aan de andere kant van de tekst, stond een hand met een pen boven een vel papier.

 

20180615_131117

Vrijdagochtend om 7.30 uur. Hollandse Nieuwe als ontbijt. Met uitjes en augurk. Traditie zolang het seizoen loopt.

 

IMG-20180613-WA0003

Een dappere komkommer. Hopelijk volgen er meer.