Trots op “mijn” land?

A_2015-04-28 18.43.20

Ik ben trots op mezelf als ik de chauffeur was en zowel het voertuig als de inzittenden heelhuids zijn aangekomen🙂

“Ik denk niet dat ik trots ben op Nederland.”

“Godverdomme Lieke, natuurlijk ben je trots op je land. Noem tien andere landen waarin je vrijheid van meningsuiting zo goed gewaarborgd wordt als hier!”

Ik zit op mijn flexplek met een aantal andere ondernemers. De discussie begon bij de aanslag op de boulevard in Nice en ging via het verdedigen van je geloof naar trots zijn op je land.

Ik heb daar dus moeite mee, met dat concept ‘trots zijn op je land’.

Ik ben ontzettend blij dat ik in Nederland geboren ben. En zelfs opgelucht, met terugwerkende kracht. Want als ik ergens anders aan mijn leven zou zijn begonnen, was er misschien geen warme couveuse in de buurt geweest en had ik nog geen dag geleefd.

Ik ben blij met de kansen die ik in Nederland krijg, met de goede gezondheidszorg, de hoge welvaart en de grote vrijheid.

Maar trots?

Hoe kan ik trots zijn op iets dat me per ongeluk is overkomen? Hoe kan ik trots zijn op het feit dat mijn minuscule bouwsteentjes na een interstellaire evolutietocht van miljarden jaren nader tot elkaar kwamen in een Nederlandse baarmoeder? Ik ben toch ook niet trots op mijn schoenmaat of mijn bloedgroep?

P.S. Die bloedgroep was overigens nog wel een dingetje, toen ik ineens ontdekte dat ik bloedgroep O blijk te hebben terwijl ik al mijn hele leven dacht een A te zijn, maar dat is een ander verhaal.

Brief aan mijn nichtje #16

Smultocht in Meerssen. Na een eerste etappe door het bos, jij voorop op je knalroze laarzen, komen we aan bij de pauzeplek. Het is gelukkig droog (redelijk wonderbaarlijk deze dagen) en het is er goed toeven.

In een wijngaard met prachtig uitzicht nestelen we ons aan een houten picknicktafel. Jij met stukjes fruit op een stokje en een zakje snoep. Je mama en ik met een glas wijn en plakjes Italiaanse ham. Een mevrouw van ongeveer dezelfde leeftijd als jouw oma vraagt of ze bij ons mag komen zitten. “Ja, natuurlijk.”

“Wat een leuke krullen”, zegt de mevrouw tegen jou. En in één adem komt er achteraan “Mijn dochter heeft ook van die zwartjes. Twee dochters. Veel werk, dat haar.”

Ik doe mijn mond open om te protesteren tegen de term zwartjes. Maar bedenk me dan dat de mevrouw vast van haar kleinkinderen houdt en het dus niet denigrerend bedoelt. Of hoop ik dat gewoon heel hard? Ik houd in elk geval mijn mond en neem nog een slok.

De vluchtelingencrisis, etnisch profileren, toenemende ongelijkheid, mensen met een niet-Nederlandse naam die moeilijker een stageplek of baan vinden, een Brits referendum over het verlaten van de EU dat zo is neergezet dat het een referendum voor of tegen immigratie lijkt. De kranten staan er vol mee. Er wordt razendsnel een stempel op mensen geplakt. Gelukszoeker. Verkrachter. Crimineel. Terrorist. Zwartje.

Ik hoop natuurlijk dat je nooit ‘anders’ behandeld wordt, gebaseerd op je prachtige bos krullen. (Anders dan wie?) Maar als het wel zo is, hoop ik dat je stevig genoeg in je roze laarzen staat om er niet ontmoedigd of gefrustreerd door te raken.

 

 

Knutselvreugde

Ik ben niet de handigste thuis. En al zeker niet de creatiefste, behalve dan misschien met taal. Ik denk vooral in woorden, ben niet visueel ingesteld en ik vind geknutsel iets om eerst opstandig, dan zenuwachtig en vervolgens humeurig van te worden. Het was als peuter al zo en het zal er nooit beter op worden: handen en kleren vol inkt, verf of lijm als ik toch eens een poging waag (of gedwongen word) om iets moois te maken. En bovendien: alles kan kapot, of op zijn minst beschadigd. Zeker de dingen die ik zelf gefabriceerd heb.

Ongeduldig

Ongeduldig als ik ben, wacht ik nooit tot de verf of de lijm droog is en maak ik dus vlekken, scheuren of scheve verhoudingen. Of ik raak gewond. Doordat ik tegelijkertijd met de secondelijm ook een stuk vel van mijn duim af trek. Een spijker in mijn voet, notabene bij het AFBREKEN van de houten kindervakantiewerkhutten, dat is me ook al eens gelukt. Zelfs als ik zoiets simpels doe als schoenen poetsen boven de spoelbak, wat weinig met knutselen of creativiteit te maken heeft, zit alsnog het hele aanrecht vol schoenpoets. En waar komt toch die winkelhaak in mijn nieuwe jas vandaan? Of die groene vingerafdruk op de klink? Ik bedoel maar.

Kleurtjes!

Toch ben ik van plan om in mijn nieuwe huis helemaal los te gaan. Al is het maar vanwege beperkte financiële middelen, waardoor het kopen van nieuwe meubels er voorlopig niet inzit. Dat bordeauxrode kastje met die kale plekken waar de lades bij een vorige verhuizing waren dichtgeplakt met tape: dat verdient meer dan één nieuwe kleur en op de middelste la een inspirerende spreuk of mooi motief (daar zijn godzijdank sjablonen voor). Dat afzichtelijk lelijke bureau in deprimerend bruin kan wel een make over gebruiken met behulp van gekleurd plakfolie en nieuwe handgrepen. En ik heb zowaar een leuk idee om met een houten plankje, wasknijpers en washi tape een rekje te maken om mijn collectie kettingen aan op te hangen. Waar werken bij een hobbygroothandel al niet goed voor is.

Eenzame opsluiting

Mocht ik een tijdje onvindbaar zijn, dan zou het zomaar kunnen dat ik mezelf met deze projecten heb opgesloten in een afgelegen garagebox met eierdozen tegen de muren en niets kostbaars binnen handbereik hier ver, ver vandaan. Als iets die garage ongeschonden verlaat, ofwel het creatieve object ofwel ikzelf, dan maak ik er een foto van. Wens me alvast succes!

290

Ik ben best goed met het bij elkaar zoeken van kleurtjes, dat dan weer wel.

Over doorzetten en ruggengraat

In alle opzichten ben ik iemand die zich inzet en dan doorzet, behalve voor één ding.

Als kind oefende ik wel honderd keer per dag in de tuin op het maken van een perfecte radslag en handstand, tot het eindelijk lukte. Blauwe plekken! Verzwikte polsen! Maar zie mij staan op mijn handen.

Rennen

Rennen, dat was dus echt niet mijn ding. Maar ik liet me overhalen. En een half jaar nadat ik voor het eerst hardloopschoenen aantrok, liep ik de tien kilometer bij Maastrichts Mooiste. Daarna deed ik nog twee keer mee en elke keer was ik een beetje sneller dan de keer daarvoor. En kapot. En euforisch.

Studeren en solliciteren

Keihard geblokt voor mijn tweede studie. Ook toen ik geen studiepunten kreeg voor mijn stage de moed niet laten zakken. Ik haalde mijn diploma met enige vertraging, maar met een heleboel wijsheid op zak. Daarna zeker 300 sollicitatiebrieven gestuurd. En toen het solliciteren niets structureels bleek op te leveren, stortte ik me met volle overgave op mijn eigen bedrijf. Genoegen genomen met (te) lage uurtarieven, genetwerkt als een dolle en ja gezegd tegen opdrachten zonder te weten of ik ze wel uit kon voeren. Ik pluk er inmiddels de zoete vruchten van.

Lijmen

Kaartjes sturen, bellen, mailen. In een trein stappen naar de andere kant van het land, ook al had ik daar eigenlijk geen tijd voor. Als ruzies dreigden te ontstaan of relaties dreigden te verwateren, zette ik alles op alles. Investeren en volhouden. Met resultaat, want de meeste van mijn vriendschappen zijn oud, rotsvast en voor altijd dierbaar. Mijn vrienden zijn een open boek. En ik ben verslaafd aan boeken. (Een aantal kennissen zijn desondanks uit het vizier en daar heb ik na wat tranen vrede mee).

Lijnen

Maar als het om mijn eigen gezondheid in de vorm van mijn overgewicht gaat (BMI schommelt al jaren tussen 29 en 31) dan heb ik geen ruggengraat. Ooit heb ik eens een maand geen alcohol gedronken, maar doorgaans houd ik ‘verstandig consumeren’ niet langer dan drie dagen vol. Bied ik braaf weerstand tegen bier en bitterballen op een bedrijfsborrel, steek ik de volgende morgen gedachteloos een koekje in mijn hoofd bij de koffie. Heb ik op de vroege morgen anderhalf uur staan zwoegen met een personal trainer, vind ik dat ik bij de lunch best de pindakaas wat dikker op mijn brood mag smeren. Bedank ik vriendelijk voor het stuk taart van een collega, neem ik ‘s avonds wel tiramisu als toetje. Zo blijft het sukkelen.

Tips? Iemand?

Typetjes

Een financieel adviseur, een verzekeringsagent, een directeur van een ICT-bedrijf en ikzelf staan aan de ene kant van de tafel. We hadden net een gesprek over hoe moeilijk het is om als zelfstandige een hypotheek te krijgen. Nu drinken we zwijgend onze pilsjes.

Aan de andere kant van de tafel zijn vier personen die zich vooral bezig houden met yoga, meditatie, mindfulness en het verklaren van dromen verwikkeld in een levendig gesprek over persoonlijkheidstypen, kerninzichten en bewustzijnsvergroting. Ik probeer te luisteren, want ik vind het mega interessant hoe blij mensen kunnen worden van dat soort zaken, maar al snel gaan mijn gedachten met me op de loop.

Ik tik de directeur aan en zeg “Volgens mij ben ik te nuchter voor dat bewustzijnsgedoe. En ik moet er niet aan denken, elke dag yoga.”
Hij begint te lachen. “Niet? Ik vind jou echt zo’n hippie. Ik verwacht dat er elk moment geitenwollen sokken uit je kistjes te voorschijn komen.” (Ik heb op dat moment beschaafde zwarte laarsjes aan, vind ik zelf).

Daarna volgt een hilarisch gesprek over vroeger in de jaren ’90 toen we allebei op de middelbare school zaten. Op mijn school had je niet zo veel keus. Je was een kakker of je hield van goede muziek😉 Hij bleek een gabber te zijn geweest.

Dat verklaart het misverstand.

Thundergabba_gabber

 

Aanval en verdediging

2016-05-05 17.34.04
G en ik zitten aan de bar in afwachting van pizza’s, kapsalons en ander voedzaams voor de vrijwilligers die zich de hele dag het schompes hebben gewerkt op het zeer succesvolle, zonnige Bevrijdingsfestival. We weten dat het lang kan duren, want toen ik belde klonk er een licht gestreste mededeling dat ik de bestelling op zijn vroegst over anderhalf uur kon komen halen.

Hangend op barkrukken voorzien we de handelingen van de vier mannen in de keuken van commentaar. Het gaat er nogal rommelig aan toe, met veel heen en weer geloop en bijna botsingen. “Zou er achter die deur een vrouw zitten voor de afwas”, vragen we ons af. “Zes handen aan één pizza is niet per se heel handig”, is een van onze conclusies. We bedoelen het niet gemeen, vragen niet waar onze bestelling blijft en nemen op ons gemak ook nog uitgebreid de dag door.

“Jullie zijn vuile lafaards. Wat denken jullie wel. Als ik doorheb dat jullie die mannen belachelijk aan het maken zijn, dan hebben zij dat heus ook wel door. Jullie moeten je schamen!” De vrouw naast ons aan de bar is erbij gaan staan. Haar vuisten ploffen op de bar. Ze loopt rood aan en er komt nog net geen stoom uit haar oren. “En dadelijk als de bestelling komt, doen jullie zeker poeslief. Dat is achterbaks en schandalig en -ze kijkt daarbij G aan- op uw leeftijd zou u beter moeten weten!”

Heel mooi en nobel dat ze het opneemt voor het personeel. Maar we vinden toch niet dat we deze uitbarsting verdiend hebben. “We wilden niemand beledigen”, probeer ik. “We waren de mannen niet belachelijk aan het maken, we waren gewoon een beetje aan het flauwekullen.” Dat helpt voor geen meter, want er barst meteen een nieuwe tirade los.

“Jij zit ons af te luisteren en luistert bovendien ook nog eens selectief, dat vind ik ook niet erg netjes”, probeert G. Dat werkt wel. De vrouw gaat zitten en zwijgt.

Een pizza heeft zelden zo goed gesmaakt.
2016-05-05 18.09.11

 

 

Verliefd

Vandaag werd ik opnieuw verliefd.
Verliefd op mijn jeugd.

De populieren langs het kanaal.
Kijken naar wat de mens heeft gegraven.
Luisteren naar het geluid van de zee.

De verrassende koelte onder de brug.
Bloeiende bermen vol zespotig leven.
Het bos altijd op de achtergrond.

Het monotone gebrom van tractoren en dieselboten.
Als baslijn onder de melodieën van de vogels.
Tussen mens en natuur een verbond.

 

 

Op dit moment #1

Op mijn zakelijke website is de stilte schandalig oorverdovend en ook hier heerst lamlendige leegte. Terwijl ik mijn klanten voortdurend aanraad om regelmatig te bloggen, blijf ik zelf in gebreke. Gelukkig herinnerde zij me eraan, dat het niet altijd afgeronde verhalen hoeven te zijn die je met je lezers deelt. Je kan ook al eens delen waar je mee bezig bent en wat er door je hoofd spookt. Tadaa!

Genieten van: vakantie. Twee weken (bijna) zonder verplichtingen. Uitslapen. Lekker eten. De dag plukken. Drie dagen in mijn geliefde Brussel geweest. Waar de groepen agenten en militairen die het straatbeeld kleuren in blauw en groen -voor mijn gevoel- nauwelijks afdoen aan de fijne sfeer. Het veiligheidsgevoel verhogen ze evenmin. Voor het eerst de Koninklijke Serres bezocht. Indrukwekkend stukje tuin daar achter het paleis. De leuke jongen uit de trein zag zichzelf er wel werken, hobbelend op een grasmaaier.
Opnieuw gelogeerd in het Sheraton, verwend nest dat ik ben. Omdat baantjes zwemmen op de dertigste verdieping het perfecte begin van de dag is. Omdat in slaap vallen in een verend kingsize bed met zachte kussens het perfecte begin van de nacht is. Nog een week vakantie in eigen huis voor de boeg. Nog een week van de dag plukken, lekker eten en uitslapen. Lekker knus in ons eigen bedje van 1.40.

2016-04-21 12.51.43
Blij met: het vooruitzicht van een boel leuke opdrachten na de vakantie. Zoals de eindredactie van een boek met herinneringen aan een turbulente jeugd in een groot mijnwerkersgezin. Zoals meedoen aan en schrijven over De Week van Nieuw Maastricht. En dit jaar ben ik niet alleen verslaggever van het Bevrijdingsfestival in Roermond, maar mag ik mij ook met de organisatie en communicatie vooraf bemoeien. Ik ben de tel kwijt, maar het is op zijn minst de tiende editie waar ik bij ben. Om daar te zijn met al die mensen die zich inzetten voor vrijheid en vrede is een voorrecht. #geefvrijheiddoor

Balen van: mijn inkomsten. Nu ik alle cijfers van 2015 onder elkaar heb gezet, kan ik niet anders dan concluderen dat het financieel geen goed jaar was. Ik heb er zelfs een traantje om gelaten, starend naar dat verdomde Excel-bestand. Ja, ik weet dat er miljoenen mensen op deze aardbol niet eens in hun eerste levensbehoeften kunnen voorzien en dat ik daarom niet mag klagen. Toch doet het pijn. Ik heb me -alweer voor mijn gevoel- een slag in de rondte gewerkt. In loondienst en voor mijn eigen bedrijf. Ochtenden vroeg opgestaan om deadlines te halen. Vrije avonden verruild voor netwerkbijeenkomsten. Om onder de streep op een bedrag uit te komen dat ruimschoots onder modaal ligt.

Opgewonden over: onze huizenjacht. Voor het eerst in jaren zou het kunnen dat de leuke jongen uit de trein en ik het eens gaan worden over een nieuw onderkomen. Er is nog geen bod gedaan, laat staan een handtekening gezet, dus ik juich nog niet. Maar stuiter wel al een beetje. Ik hoop van mijn kleine tenen tot in de gespleten punten van mijn groene, blauwe, bruine en grijze haar dat we 2017 beginnen in een woning waar de keukenkastjes niet van ellende uit elkaar vallen. Waar schilders niet onaangekondigd op het balkon of in de tuin staan. Waar ruimte is voor de gigantische schoenencollectie van de leuke jongen uit de trein en voor mijn enorme hoeveelheid boeken.

Aan het lezen in: De Schaduw van mijn Moeder van Carol Goodman. De eerste twee hoofdstukken zijn veelbelovend. Ondanks dat er nog geen moord gepleegd is. Er komen veel sprookjes in voor, ook fijn.
Gisteren las ik Blinde Godin van Anne Holt uit, een paar dagen nadat ik het uit de bieb haalde. Een spannend verhaal over drugshandel waarbij advocaten aan de touwtjes trekken, aangemoedigd door de staatssecretaris van justitie. Het boek staat vol grappige dialogen in staccato zinnen. Zoals deze over pruimtabak:
“Ben jij met die troep begonnen?”
“Alleen maar om te voorkomen dat ik weer ga roken. Het is maar tijdelijk.”
“Het is slecht voor je tandvlees. En bovendien stikt het.”
“Er is niemand die aan mij gaat staan ruiken.”
Afgewisseld door mooie, een tikje kitscherige sfeerbeschrijvingen, zoals deze na een heftige vrijpartij:
“Het lawaai drong de zinderende stemming op de vloer van de woonkamer binnen, schrokte de dag van morgen naar binnen en verdween in de verte, als een goede vriend die het beste met hen voorhad.”
En ja, nu moet ik de volledige serie van Anne Holt lezen met inspecteur Hanne Wilhelmsen in de hoofdrol.

2016-04-21 12.47.15
Wat een goede timing om op die ene zonnige dag door de tuin van de koning te wandelen😀

 

De vette jaren komen eraan

40
Toen mijn vader 40 werd, vond hij dat oud en wij -zijn kinderen- vonden dat al helemaal. We pestten hem ermee en maakten flauwe grapjes, die hij zelf ook zo graag op andermans verjaardagen maakte. Toen papa 8 jaar later stierf, bleek het bizar jong te zijn. We waren er nog lang niet klaar voor.

De leuke jongen uit de trein wordt morgen 40. Verjaardagen interesseren hem niet. Mijn handen jeukten de afgelopen weken om een feest te organiseren, maar ik doe hem daar geen plezier mee en ben dus op mijn handen gaan zitten. Geen slingers (of misschien wel, gewoon om hem te pesten), geen muziek, geen speeches. Zelfs geen vrienden op bezoek. Familie mag komen, omdat hij vindt dat hij daar niet onderuit kan.

De leuke jongen uit de trein doet alsof 40 worden hem niets doet. Maar ik weet dat hij er soms bij stil staat wat hij al bereikt had willen hebben op die leeftijd en dat zijn dromen niet helemaal overeenkomen met de werkelijkheid. En dat spijt me voor hem.

Stiekem, terwijl we eventjes niet opletten, is ineens, zomaar patsboem en hupsakee, de helft van ons leven zo ongeveer al geleefd. Tenminste, als we ons een beetje aan de gemiddelde westerse levensverwachting houden en niet aan de gemiddelde levensverwachting in mijn familie.

Dat ouder worden, mij doet het soms wel iets. De afgelopen jaren waren zeker niet slecht. Maar ik weet het zeker, hoe kort of hoe lang het ook gaat zijn: de beste jaren komen nog!

Brief aan mijn nichtje #15

Hieperdepiep! Vandaag ben je jarig. 4 jaar.

Liefeheers
Kleine meisjes worden groot. Kleine meisjes worden ziek. De stuiterende kletskous heeft zich verstopt in een slap hoopje mens. Je slaapt het grootste deel van de dag. Gelukkig maar, want anders zou je je kapot vervelen.

Er hangen vrolijke slingers in je ziekenhuiskamer. Iedereen weet dat je jarig bent. Daarom kreeg je chocolade eitjes van de kok. Een speeltje van de oogarts. En vanmiddag kwam een lieve medewerkster je een mooie, gebreide, roze deken brengen. Je had er maar weinig oog voor, maar dat nam niemand je kwalijk.

Je verjaardagscadeaus wilde je wel zelf open maken vanmiddag. Met één hand, want de hand waar de naald voor het infuus in zit, wil je niet gebruiken. De Playmobil viel in de smaak, want je vroeg -heel zachtjes- of de doos meteen open mocht. Wat geen goed idee was, want je moest weer naar de oogarts en daarna moest het infuus er weer in. Het heeft een voordeel dat je zo ziek bent, je ging niet luidkeels in protest😉

Ik beloof je dat je nog uren, dagen, maanden, jaren met al je cadeaus mag spelen als je beter bent. En je verjaardag, die vieren we gewoon nog een keer.

Beterschap kabouter puntmuts!