Omdat de klant koning is

marketing office working business

Foto door Negative Space op Pexels.com

Ik geloof dat ‘de mens’ van nature vriendelijk is tegen zijn medemens. Daarom blijf ik me verbazen over het gebrek aan (klant)vriendelijkheid bij andere mensen. Vandaag voerde ik voor de zoveelste keer een ‘typisch’ gesprek met iemand uit de bouwsector.

Ik: “Goedemorgen met Lieke. Ik sprak vorige week met X en heb ook nog een e-mail gestuurd. Ik zou gisteren worden teruggebeld, maar heb nog niets gehoord. Weten jullie al wanneer jullie komen?”

Zij: “Ik ben net pas terug van vakantie en nog niet helemaal bijgelezen, dus jouw mail heb ik nog niet gezien. Bovendien had ik voor de bouwvak al een voorstel gemaild en daar had je niet meteen op gereageerd. De datum die ik daarin voorstelde, kan in ieder geval niet meer. Deze en volgende week hebben we sowieso niet veel tijd, dus het kan nog even duren.”

Geen sterk openingsantwoord, vind ik. Er kwamen geen excuses voor het niet terugbellen. Er klonk überhaupt geen enkel vriendelijk woord. En net als het voorlaatste gesprek dat ik met haar collega had, eindigde het met een belofte over wanneer ik word teruggebeld (voor het einde van de werkdag).

En wat doe ik? Automatisch, omdat het tijdens mijn opvoeding onuitwisbaar is geprogrammeerd in mijn karakter, zeg ik dankjewel en wens haar nog een fijne dag.

 

Leeftijdsontkenning en vooroordelen

BNIIn mijn hoofd ben ik nog steeds achterin de twintig. Net afgestudeerd en nog een beetje groen achter de oren. Ik kan goed leren en leuk schrijven, maar weet nog niet zo veel van de wereld. De mensen die ik moet interviewen zijn per definitie ouder en wijzer en echte experts in hun vakgebied. Laborant, advocaat, hoogleraar, CEO? Dan ben je 40+ en onwijs goed ingevoerd in wat je mij wil vertellen. Je ziet er keurig uit, met een op maat gemaakt jasje, een kapsel en goed verzorgde nagels.

Over twee weken word ik 39. Het is 16 jaar geleden dat ik mijn bachelor journalistiek haalde. Sindsdien schreef ik voor kleine en grote bedrijven. Voor de provincie en verschillende gemeenten. Voor gezondheidscentra en maatschappelijke organisaties. Soms ben ik woordvoerder, soms adviseur. Steeds vaker ben ik ouder dan de man of vrouw aan de andere kant van de tafel. De praktijk komt al jaren niet overeen met mijn gedachten, maar het dringt nog steeds niet tot me door.

Vanmorgen op de fiets, onderweg naar een interview met iemand die ‘prof. dr.’ voor zijn naam en een aantal prijzen op zijn naam heeft staan, maakte ik me dus weer enorme zorgen. Had ik me wel goed genoeg voorbereid? Zou ik door de mand vallen vanwege mijn gebrek aan medische kennis? En was ik niet vreselijk under dressed in mijn fleurige zomerjurkje?

Hij droeg een spijkerbroek en een polo en gebruikte wel drie keer de zin ‘dat laat ik aan jou over, want jij bent de expert’.

 

 

 

Iedereen op kamers

Je hebt twee soorten studenten: zij die op kamers gaan en zij die nooit zullen weten hoe een echt studentenleven eruit ziet. Ook al heb je thuis lieve en begripvolle ouders waaraan je geen verantwoording hoeft af te leggen. Ook al wassen je ouders je kleren en koken ze ook nog eens verdomd lekker. Ook al is de kamer in je ouderlijk huis groter dan de studentenkamer waar al het geld van je bijbaan heen zal gaan. Ook al heb je thuis een eigen badkamer of misschien zelfs wel een zwembad en moet je in je studentenhuis iedere dag wachten tot de douche vrij is. Niets is beter dan het huis uit gaan en enkel nog je dikke eigen goesting doen (zoals ze dat in Vlaanderen zeggen). Althans, dat is mijn bescheiden mening.

Ik heb er geen seconde over getwijfeld dat ik op kamers moest. En wat heb ik een pak goede herinneringen aan mijn tijd in de Broekhovenseweg. De gezamenlijke maaltijden met de beste huisgenoten die ik me kon wensen, de spellenavonden, de stapavonden, de concerten in 013 en altijd iemand die mijn band wilde plakken of het kratje bier wilde dragen. Op maandag naar ‘Jodium prikt’, op dinsdag naar de film bij Cinecitta, op woensdag dansen en desperado’s drinken bij Extase en heel hard meezingen met Suds & Soda, op donderdag eerst naar Polly en dan naar Cul de Sac. Poolen in die foute hal achter het spoor, baantjes trekken in het zwembad om de hoek. Als ik een weekend niet naar mijn ouders ging, haalden huisgenoot F en ik heerlijkheden bij die goddelijke bakker op het Pater van den Elsenplein. Om vervolgens samen te ontbijten.

Dus toen een oud-studiegenoot die inmiddels in Utrecht woont, vroeg waar we af zouden spreken, antwoordde ik meteen ‘Tilburg!’ De leuke jongen uit de trein en ik namen – uiteraard – de trein. Naast ons zaten drie van de meest oppervlakkige en verwende studenten die ik ooit van dichtbij heb gezien en vooral gehoord. Dat ze aan het eind van de maand vaak hun ouders nog om een paar honderd euro extra vroegen en dat ook kregen. Dat ze nooit zelf kookten, behalve heel soms verse pasta met saus uit een pot. Dat ze een periode gingen studeren in de VS en dat hun ouders gigantische bedragen hadden neergelegd om ervoor te zorgen dat ze een goede plek op de campus zouden krijgen.

“Ja want ik ben zielig”, antwoordde een van de vrouwen, toen de man in het gezelschap vroeg of ze altijd kreeg wat ze wilde. “Ik ben enig kind en had op vakantie dus nooit iemand om mee te spelen.”
“Ik heb afgelopen maand super veel van mijn ouders gehad”,  vertelde de tweede vrouw. “Ik heb echt wel hard gewerkt om mijn tentamens te halen en toen had ik echt geen puf om ontbijt te maken ofzo. Ik heb de hele maand croissantjes gehaald en eten laten bezorgen en dat is natuurlijk duurder, dat snapten mijn ouders wel.”
De man trakteerde de schaars geklede vrouwen vervolgens op een heleboel verhalen over de ‘chickies’ die hij had ‘gefixt’ en ‘geregeld’ en hoe veel drankjes hem (lees: zijn ouders) dat kostte.

Voor dit drietal is enkel nog je dikke eigen goesting doen net zo vanzelfsprekend als drinken en poepen. De 2.0 versie van mijn studententijd waarin soms een stukje maand overbleef aan het eind van mijn studiefinanciering. (Maar ik had het absoluut niet slecht, mijn ouders betaalden mijn huur).

Zou dit drietal over een paar jaar met net zulke warme gevoelens aan hun studententijd terugdenken als ik?

In gesprek met ‘de ander’

adult art caution cold

Foto door Trinity Kubassek op Pexels.com

Mijn op 1 na best gelezen blog aller tijden ging over mijn frustratie dat niet ieder mensenleven even veel waard is en dat we nooit praten met mensen buiten onze ‘bubbel’. Ik sta nog steeds helemaal achter die blog en plaatste sindsdien vele berichten met dezelfde strekking. Maar de daad bij het woord voegen en een diepgaand gesprek voeren met iemand die fundamenteel anders denkt dat ik, dat kwam er nog niet echt van.

Mijn vrienden, mijn klanten, de mensen waarmee ik een werkplek huur, de mensen die in dezelfde kroegen en theaters komen als ik… denken ook grotendeels zoals ik. Geen van mijn vrienden stemt PVV of FvD, mijn familieleden zien net als ik het nut van een verenigd Europa, en in mijn werk omring ik mij veelal met mensen die het belang van duurzaamheid en eerlijke handel erkennen en zich er ook voor inzetten. Nogal logisch als projectleider van Fairtrade Regio Parkstad en tekstschrijver voor allerlei welzijnsorganisaties.

Dus heb ik me opgegeven voor Europe Talks. Op 11 mei ga ik in gesprek met iemand die tegenovergesteld heeft geantwoord op vragen over migratie, klimaat en Europa. Ik vind het eng, doodeng. Maar het is net als met stemmen. Je mag niet van alles roepen en over honderd en een dingen klagen als je niet zelf het goede voorbeeld geeft.

UPDATE 9 mei: ‘de ander’ heeft afgehaakt. Geen gesprek dus met iemand die de wereld met hele andere ogen bekijkt dan ik. Gelukkig heb ik afgelopen zondag tijdens het Bevrijdingsfestival met heel veel mensen gepraat die ik in mijn ‘normale’ leven nooit zou hebben ontmoet.

Kinderwens, kinderboeken

white teddy bear with opened book photo

Foto door Pixabay op Pexels.com

Weten jullie nog? Dat ik helemaal niets met baby’s had en me niet kon voorstellen ooit moeder te willen worden? Dat mijn overtuiging om nooit te willen trouwen en nooit kinderen te willen even sterk waren? Wanneer het ‘mis’ ging, kan ik niet zo goed vertellen. Wel dat de biologische klok toch is gaan tikken. Nu het bijna te laat is.

Waarom wil ik een kind? Een goede vraag. Een belangrijke vraag. Een vraag die mensen zichzelf soms niet bewust stellen. Ze komen iemand tegen waar ze het leuk mee hebben. Ze gaan feesten, ze gaan reizen, ze gaan van elkaar houden, ze gaan samenwonen, ze maken carrière en ze ‘krijgen’ een kind. Omdat het zo loopt. Omdat het zo hoort.

Maar waarom? Heb ik genoeg van de hele nacht doorslapen? Heb ik het gehad met de badkamer voor mezelf? Vind ik rustig de krant lezen met een kop koffie ineens niet meer belangrijk? Of kleding zonder spuugvlekken?
Kinderen hinderen. Ze maken lawaai, maken dingen stuk, hebben een achterlijke muzieksmaak, kijken naar idiote tekenfilms (Bumba, aaaargh), zijn plakkerig en zeurderig en zo aanwezig dat je je eigen gedachten niet eens meer kunt afmaken.

Dus waarom? In ieder geval niet omdat een dikke buik me zo fantastisch lijkt. Of opgezwollen voeten.

Daarom. Ik wil een gezin. Een familie van mezelf. Ik ben opgegroeid in een fijn gezin waarin iedereen zichzelf mocht zijn en dat wil ik doorgeven. Ik wil een verbinding met de volgende generatie, zoals ik met mijn nichtje heb, maar dan nog hechter. Ik wil niet dat ‘het’ bij mij stopt. Ik heb liefde om te geven, wijze lessen om te leren. En als ik nadenk over ‘als ik later groot ben’, dan komt daar altijd nageslacht in voor. Dan zie ik mezelf als verhalenverteller aan de (klein)kinderen.

Bovendien wil ik gewoon een excuus om regelmatig te schommelen, trampoline te springen, verstoppertje te spelen en om héél veel kinderboeken te kopen. Rupsje Nooitgenoeg, Pippi Langkous, De GVR, Ronja de Roversdochter, Koning van Katoren, Kruistocht in Spijkerbroek, Publieke vijand nummer twee…

Wat was jullie afweging om wel/niet kinderen op de wereld te willen zetten? En komen jullie verwachtingen een beetje overeen met de praktijk?

 

Op dit moment #11

Carnaval 2019De weg omhoog is ingezet. De leuke jongen uit de trein is weer op de been. Joepie en jeuh!!
Door mijn bedrijf op ‘out of office’ te zetten, kan ik de achterstand langzaam wegwerken. Ik ben nog niet ‘bij’ – what was I thinking toen ik zo veel opdrachten aannam – maar er is meer licht en lucht. Over één interview maak ik me serieus zorgen, omdat het zo lang geleden is dat ik van mijn aantekeningen nog maar moeilijk chocolade kan maken. Verder komt alles goed.

Genieten van: is vooral nagenieten van. Vanwege werk vierde ik maar één dag carnaval. De zondag. Het was een topdag. Ik begon vroeg en eindigde laat. Ik was omgeven door de leukste, gekste, mafste mensen in een perfecte, feestelijke sfeer. Het bier uit plastic bekertjes smaakte beter dan dat het in andere omstandigheden zou hebben gesmaakt. De herremeniekes klonken als een zonnetje. Ik heb genoten. No way dat ik nog eens pieperdienst ga hebben tijdens de carnaval. Sorry collega’s.

Blij met: de vooruitgang in het lijf van de leuke jongen uit de trein. Hij moest het afscheidsfeest van onze stamkroeg missen en daar baalde hij enorm van. Gelukkig was hij op tijd hersteld om zich twee dagen op carnaval te storten. Of dat voor zijn rug helemaal verstandig was, is een tweede. Maar hij heeft genoten. En man wat gunde ik hem dat.
Sowieso blij met de leuke jongen uit de trein. Hij sleepte me gisteren mee naar Kerkrade om een nieuw badpak/zwempak te gaan kopen. Roep al weken dat ik een nieuw exemplaar nodig heb, maar ook wat voor grote hekel ik heb aan het passen ervan. Zonder leuke jongen uit de trein zou ik binnenkort niet meer kunnen gaan zwemmen.

Balen van: mijn linkervoet. De diagnose ‘opnieuw hielspoor’ is alweer twee jaar oud. Ik draag iedere dag braaf mijn steunzolen. Loop meestal op stevig schoeisel. Slaap ’s nachts regelmatig met een speciale sok. Sta af en toe te rekken op de trap, of loop een stukje op mijn hielen, wat volgens de fysio goed zou zijn. Het helpt allemaal voor geen meter. Het enige smetje op mijn ene carnavalsdag was dat ik op een gegeven moment echt naar huis moest omdat ik begon te strompelen. Wat dus niet vanwege de alcohol was.

Sporten: gaat deze week niet vanwege pieperdienst. Maar verder ben ik bijzonder trots op mezelf. In de weken dat ik geen dienst heb, ga ik 1 x zwemmen en 1 x fitnessen. Bij mooi weer maak ik tussen de middag een wandelingetje. En in plaats van de kortste weg van en naar de supermarkt, neem ik vaak een flinke omweg. Mijn conditie is bijzonder goed, al zeg ik het zelf. Het resultaat in kledingmaat en gewicht is nul komma nul, maar dat is niet raar. Een feestje hier en een borreltje daar gecombineerd met onregelmatig en vaak pas erg laat eten. Maar hee, moet je nagaan hoe erg ik eraan toe zou zijn als ik niet zou sporten.

Eten: wat had ik een geluk dat de leuke jongen uit de trein vorige week een gigantische pan zoervleis maakte. Lek vinger lek doum!

Beren op de weg: iets met schuifpuien en dakramen en vakmannen die afspraken na moeten komen en wij die knopen moeten doorhakken en alles daar omheen.
Het vinden van een televisiekastje. Na de verhuizing hebben we een tijdje gezocht en het weer opgegeven. Maar hoe fijn zou het zijn als het huidige kastje naar de gang kan verhuizen waardoor eindelijk een aantal spullen een soort van definitieve plek krijgen.

Leuke dingen om naar uit te kijken: ik val in herhaling, want ik zei het ook al in deel 10, maar samen met de leuke jongen uit de trein naar Vancouver en Brussel (Hooverphonic, Manic Street Preachers) daar kijk ik het meeste naar uit.
Verder verheug ik me enorm op het zien van vrienden die ik al véél te lang niet heb gezien. Sommige mensen die me dierbaar zijn, heb ik al meer dan een jaar niet geknuffeld. De eerste dates zijn gepland.

Carnaval 2019 2

 

Op mijn tandvlees

Pauze

De zon schijnt, mijn voortuin staat vol sneeuwklokjes, er zit vaak een merel op de schutting als ik thuiskom na een dag werken, de stad kleurt rood, geel en groen, verschillende “hèrremeniekes” kondigen de carnaval aan en mijn ondeugende nichtje viert dit weekend haar verjaardag. Veel kleine en grote dingen om van te genieten.

Toch heb ik wallen tot op mijn kin en loop ik op mijn tandvlees, om er nog maar een plastische uitdrukking tegenaan te gooien. De leuke jongen uit de trein ging drie weken geleden door zijn rug. Ongeveer op hetzelfde moment dat ik het een goed idee vond om ja te zeggen tegen 16 interviews voor een website, 5 productpagina’s voor een andere website, een beleidsnota van 30 pagina’s, 1 brochure en 1 projectplan. Dat was al ambitieus naast mijn twee vaste dagen in Hasselt en het alsmaar doorlopende Project Fairtrade, maar met een compleet huishouden ernaast waar we normaal de taken netjes door 2 delen, is het helemaal niet te doen.

Ondertussen probeer ik met fruit, vitamine bruis en veel slaap de griep op afstand te houden. Gelukkig gaat het met de leuke jongen uit de trein steeds beter. Veel te langzaam naar zijn smaak, maar toch. Voor hem is ‘de situatie’ natuurlijk veel erger dan voor mij. En ja, ook dit is een ‘eerste wereld probleem’. Ik heb de luxe dat ik een beetje voor de leuke jongen kan zorgen (maar wat ben ik toch een partij onhandig bij het aantrekken van zijn sokken). Hij heeft de luxe om rustig aan steeds mobieler te worden zonder inkomsten te missen. Wij hebben de luxe dat zijn mama afgelopen weekend een deel van de was en de strijk overnam.

Maar de stapel werk blijft. Afgelopen week schreef ik voor een klant een blog over singletasken met als belangrijkste conclusie: multitasken is een illusie. Haha, vertel mij wat…
Rustig blijven ademhalen en één voor één mijn taken afwerken, zou je zeggen. Maar leg dat maar eens uit aan mijn hoofd waar voortdurend kortsluiting ontstaat door te veel open eindjes.

design desk display eyewear

Foto door energepic.com op Pexels.com

 

 

Ultieme lelijkheid

Stenen tuinen. Zelfs in de zon doen ze pijn aan mijn ogen. Ik vind het misschien wel het lelijkste fenomeen van Nederland en omstreken.

Behalve onaangenaam om naar te kijken, is zo’n “tuin” simpelweg een ramp:

  • laat nauwelijks water door
  • houdt warmte vast
  • levert geen zuurstof
  • neemt geen CO2 en fijnstof op
  • draagt niet bij aan biodiversiteit
  • is vaak een kattentoilet
  • nodigt uit om mos- en onkruidverdelger te gebruiken

Al die mensen die roepen dat het ‘zo lekker praktisch is’, kunnen hun geld net zo makkelijk aan een paar bodembedekkers en groen blijvende struikjes uitgeven als aan kiezels of tegels. Na een jaar heb je nauwelijks nog werk aan zo’n groene tuin waar wél wormen, egels, kevers en blije bijen wonen. Bovendien is wetenschappelijk aangetoond dat groen gelukkig maakt.

Dus.

P.S. Ken je Operatie Steenbreek al?