Gisteren begon de zomer en vandaag is het alweer bijna herfst

20151102_130543_resizedDe weken gaan zo snel de laatste tijd. Plotseling is het 19 september en wat heb ik nou helemaal gedaan?

Oké, ik heb natuurlijk heel veel gedaan. Behalve het fijne intermezzo in Brussel, bestond dat ‘veel’ vooral uit werk en het werk bestond vooral uit reistijd naar opdrachtgevers toe. Een project leiden dat zich in alle uithoeken van Parkstad afspeelt, is eigenlijk niet te doen zonder auto. Die auto komt er deze vakantie. En ondanks dat ik een hekel heb aan autorijden, is dat een zegen.

Maar jee wat vliegt de tijd. Ik durf bijna niet met mijn ogen te knipperen, bang dat als ik ze open doe Sinterklaas alweer voor de deur staat. Sinds een paar weken liggen de winkelrekken vol met pepernoten en gevulde speculaas. Daar ben ik echt nog niet klaar voor!

Eerst de herfst nog. Ik wens iedereen een kleurrijke herfst vol wandelingen, warme chocomel en fleecedekentjes.

Advertenties

Op dit moment #4

Laat maar komen die zomer

Blij met: de ongelofelijke luxe van opdrachtgevers die mij weten te vinden, ook tijdens de rustige zomermaanden. De beslissing om me volledige op mijn eigen bedrijf te storten en geen klussen in loondienst of via een uitzendbureau meer aan te nemen, was één van de beste beslissingen ooit. Tot aan de vakantie eind september zit ik gebakken. Vanaf vandaag ga ik sowieso twee dagen in de week voor de gemeente Landgraaf werken. Een uitdagende klus, want er speelt van alles in die gemeente en daar komt veel (creatieve, effectieve, overtuigende) communicatie bij kijken.

Balen van: ons eeuwige uitstelgedrag. De leuke jongen uit de trein en ik (vooral ik) moeten nog van alles regelen. Qua verzekering, pensioenopbouw en tig klussen in huis. Maar omdat we allebei meer dan 40 uur in de week werken, komt dat er niet van. Geen ramp, tot het te laat is en ik ineens arbeidsongeschikt raak en daar niet voor verzekerd ben of zo.
Ook kleinere dingen die wel leuk zijn, stellen we uit, zoals het boeken van een hotel tijdens Brussels Summer Festival en het regelen van de vakantie in september.
Het meest onhandige is dat we nog steeds geen auto hebben gekocht, terwijl met het openbaar vervoer naar de gemeente Landgraaf en van daaruit soms naar de verschillende dorpskernen moeten niet te doen is (of in ieder geval veel tijd kost). *Zucht*.

Genieten van: ons huis. We wonen er nu dik drie maanden en als ik ’s ochtends mijn ogen open doe, denk ik nog regelmatig: ‘wat een heerlijk ruime kamer is dit toch’. Het ontbijten aan de bar waar dan net de zon op schijnt, is ook zo’n geluksmomentje. Het vrije uitzicht aan de voorkant. De nabijheid van open veld. Gisteravond zette ik de achterdeur open en hoorde ik krekels. Vakantiegevoel in eigen tuin, wat wil je nog meer?

Ook aan het genieten van: de leuke jongen uit de trein. We maken tijd voor elkaar, proberen elke pauze samen naar buiten te gaan. We hangen geregeld samen aan de bar, gaan veel naar het theater en besluiten soms spontaan om ergens te gaan eten.
Dat we lang niet alles samen doen, is ook genieten. Laatst was ik op een festival in Tilburg, hij op een festival in Valkenburg. Allebei een eigen leven, dat is absolute noodzaak.

Aan het lezen in: Chicago Loop van Paul Theroux. Of eigenlijk niet, want ik heb het na drie hoofdstukken opgegeven. Ik lees de meest bizarre thrillers waarin allerlei gruwelijkheden voorbij komen en dan lukt het me blijkbaar toch om iets van sympathie op te brengen voor de hoofdrolspelers. Parker Jagodo, de hoofdpersoon in Chicago Loop, stond me vanaf de eerste bladzijde zwaar tegen. De man heeft een succesvol bedrijf, is getrouwd met een fotomodel waarmee hij net een kind heeft gekregen en bewoont een riant appartement. En het is een zeikerd eerste klas. Vooral over eten. Hij vindt alles ongezond wat anderen in hun mond stoppen en laat iedereen waarmee hij aan tafel zit weten dat de dood nabij is vanwege zo veel vet, zout, suiker… En hij is zo vies van viezigheid dat hij moet overgeven als hij een haar op zijn bord ontdekt. Wat een vermoeiende vent.  

Aan het kijken naar: Broadchurch seizoen drie. Of nou ja, de leuke jongen uit de trein is zo lief om alle afleveringen op te nemen. De eerste drie hebben we achterelkaar gekeken en we gaan verder als we weer tijd hebben. Aangezien de Tour de France is gestart en behalve de etappes zelf ook de Avondetappe en Vive le Vélo gekeken moeten worden door het lief, is die tijd er voorlopig niet. Maar oh wat vind ik rechercheur Ellie Miller en inspecteur Alec Hardy heerlijke karakters. Vooral als ze elkaar gedrag weer eens totaal niet begrijpen. Het ziet er naar uit dat in dit seizoen niet alleen de volwassenen, maar ook de kinderen aardig ontsporen.
Ook begon ik aan The Newsroom met daarin een aantal fascinerende hoofdpersonen die elkaar zwaar op de zenuwen werken. Ik geloof dat aflevering vier de laatste was die ik heb gezien en toen kwam het er niet meer van.

Onder de indruk van: de theatervoorstelling Pinkpop. Prachtig hoe alle rollen naadloos in elkaar overlopen. Mooie beelden op de achtergrond en fijne muziek. Dikke pluim voor Toneelgroep Maastricht.

Eten: die supersonische oven die ik per se in de keuken wilde hebben, die staat helaas vooral mooi te wezen. Ik maakte er een dorade in klaar, een ovenschotel met witlof en een quiche. Alle drie erg goed gelukt, dat dan weer wel. We zijn de laatste tijd vooral van het ‘koud koken’.

Sporten: op 10 juni liep ik de tien kilometer tijdens Maastrichts Mooiste, bij zo’n 33 graden. Het was afzien. Daarna deed ik een paar weken helemaal niets aan sport. Tot ik het erg zonde begon te vinden van het abonnementsgeld voor de sportschool. Ook het baantjes zwemmen is weer opgepakt. Gisteren voor het eerst sinds MM weer gaan hardlopen. Het ging verbazingwekkend goed.

Waar houden jullie je dit zomerseizoen zoal mee bezig? Wat lezen jullie? Waar kijken jullie naar? En welk recept moet ik echt eens uitproberen in mijn supersonische oven?

 

 

Over jakkeren en jagen en dat het jaar dan ineens bijna voorbij is

In de categorie ‘oma vertelt’, want dat is blijkbaar de modus waar ik de laatste tijd in blijf hangen: de tijd gaat echt veel te snel!!

De laatste maand van het jaar nadert en wat kwam er weer weinig terecht van alles wat ik me voornam, toen ik samen met de leuke jongen uit de trein naar het vuurwerk keek. Nu ik erover nadenk, ik weet niet eens of ik wel vuurwerk gezien heb tijdens de jaarwisseling. Sterker nog, ik weet helemaal niet waar we waren. Thuis, denk ik. Want we gingen niet naar het Parijs waar de festiviteiten waren afgelast.

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben dankbaar, heel dankbaar. Dankbaar dat iedereen die ik liefheb -op enkele (chronische) aandoeningen na- gezond is. Dankbaar voor het huis dat we kochten en helemaal wordt zoals we het willen hebben. Voor vriendschappen die al bijna mijn hele leven meegaan. Voor vriendschappen die mij soms met een andere blik laten kijken. Voor genoeg hebben aan een half woord, een blik, een houding. Voor (schoon)ouders en onvoorwaardelijke liefde. Voor alle dingen die ik als veel te vanzelfsprekend zie, omdat ik in één van de welvarendste landen ter wereld geboren ben. Voor de leuke jongen uit de trein, die net als ik op zijn tandvlees loopt, maar toch nog tijd maakt voor mooie woorden en stevige omhelzingen. Hij is er voor mij, terwijl hij zichzelf in rap tempo voorbij loopt. Hoe lief is dat. Toch voel ik me soms zo:

De tijd is kwijt

ik moet aan mijn carrière denken
’s ochtends naar netwerkbijeenkomsten toe
en ’s avonds moet ik vrienden zien
ook al ben ik veel te moe

opgefokt en rusteloos
ik jakker en ik jaag
ik heb een to-do-list van een meter
en alles moest gisteren of in elk geval vandaag

tegels kiezen, plinten plakken
wachten op anderen
offertes vergelijken, knopen doorhakken
zonder zelf te veranderen

leren, controleren, profileren, calculeren, stimuleren
soms annuleren of capituleren
sta toch eens een uur stil

is wat ik tegen de klok en tegen mezelf zeggen wil

er-valt-nog-weinig-te-verhalen

 

Oma vertelt

skateboard

Niet alle flessen hadden kindersluiting, er zaten geen haakjes op de kasten en geen beschermkapjes over de stopcontacten. Van sommige dingen bleef je af. Punt.

Tot we zelf lange afstanden konden fietsen, gingen we achterop. Op een kussentje met een stang in de rug, zonder helm. Ik kwam een keer met mijn voet tussen de spaken, omdat ik achterstevoren wilde gaan zitten. Een stunt die ik maar een keer uithaalde.

Achterin de auto droegen we geen gordels en ons Renault 4-tje bood sowieso maar weinig bescherming tegen wat dan ook. Niet dat we vaak in de auto zaten. We liepen of fietsen naar school, geen gezeik met brengen en halen. Ook als het regende, ook als het nog donker was.

In het weekend trok ik ’s ochtends de deur achter me dicht en speelde de hele dag buiten. Alleen, met mijn zusje, of met vrienden en vriendinnen. We liepen door elkaars achterdeur naar binnen, of begonnen voor het huis al te gillen ‘Kom je buitenspelen!?’ We bouwden hutten, klommen in bomen, speelden tussen de hooibalen van de achterburen en mochten soms op één van hun tractors rijden.

Ook stoepranden, touwtjespringen en vooral heel hard fietsen met iemand achterop waren favoriet. De steel van een kapotte schop werd een honkbalknuppel (om mee te honkballen), we verstopten ons in het mais of we balanceerden over de stenen langs het kanaal. Als er een boot langs kwam, klotste het water over onze voeten.

Soms viel er iemand uit een boom of van zijn fiets. Soms kreeg iemand een opsodemieter van het schrikdraad. We speelden met modder, zand, wormen en gras (heksensoep) en we werden vies. We dronken uit dezelfde bekers of rechtstreeks uit de buitenkraan. We bliezen pijltjes door oude pvc-buizen. En vers geplukte peren stopten we rechtstreeks in onze mond.

En zo lang we buiten speelden waren we niet te bereiken…

Het lijkt een wonder dat we allemaal onze jeugd hebben overleefd.

Op dit moment #2

Mijn hoofd loopt over van ideeën voor ons nieuwe huis. Ik droom van mooie kleuren en hippe badkameraccessoires. Kortom, ik verlies mezelf in details waar we nog lang niet aan toe zijn. Een schaakbord gebruiken als bijzettafel. Bloempotten opleuken met krijtverf. De inspiratie voor blogs is helaas ver te zoeken. Dus haal ik deze rubriek nog eens van stal.

moodGenieten van: herfstkleuren. Het geel, rood en bruin aan de bomen. De mist die langzaam optrekt. De maan die zich nog niet bij de dag wilt neerleggen. Het zorgt voor mooie plaatjes op weg naar mijn werkplek.

Blij met: Lieke Schrijft. Het gaat goed met mijn bedrijf. Opdrachtgevers weten me te vinden én spelen mijn naam door naar anderen. Ik hoef nauwelijks meer aan acquisitie te doen. Mijn werk brengt me op veel leuke plekken waarvan ik niet wist dat ze bestonden. En op die plekken ontmoet ik steevast mensen die vol zitten met goede verhalen. Ondertussen blijf ik leren. Over techniek en chemie. Over innovatie en stadsontwikkeling. Over het leven.

Balen van: nog steeds geen knopen door kunnen hakken op het gebied van aannemers, timmermannen en stukadoors. Het duurt en duurt en ik vraag me af of we dit jaar nog gaan verhuizen. Offertes komen binnen met enorme vertraging en de bedragen die erin staan… Amai.

Aan het luisteren naar: vooral NPO2, omdat die nu eenmaal is ingesteld op de wekkerradio en omdat de radio in ons nieuwe huis geen enkele andere zender meer kan vinden. Vreemd.
Daarnaast blijf ik hangen in gouden oudjes die ik door hun melancholie en warmte bij het jaargetijde vind passen. Zoals Trust No One van Dave Navarro, For Emma, Forever Ago van Bon Iver en Lemon Parade van Tonic. Nee, ik ga niet heel hard mee met mijn tijd. Ja, ik koop ook nog gewoon cd’s. Al is dat in Maastricht een lastig verhaal.

Aan het lezen in: De Muil van de Leeuw door Anne Holt en Berit Reiss-Andersen. Alweer een boek over de avonturen van de omdenker Hanne Wilhelmsen. Met uiteraard een dode op de eerste bladzijde. De president van Noorwegen, in dit geval. Het boek wordt bevolkt door bijzondere personages, politieke intriges en mooie zinnen.
Het lukt me nooit om verhalen uit een serie in de goede volgorde te lezen. Was Hanne Wilhelmsen in het voorlaatste boek dat ik over haar las (Hoogtelijn) een verzuurde, in het leven teleurgestelde chagrijn; in De Muil van de Leeuw zit ze nog vol levenslust en inspiratie. Ze schrijft lange brieven en neemt het interieur van een goede vriend onder handen door het te verfraaien met planten, schilderijen en gordijnen. Precies de dingen waar ik me enorm op verheug in ons eigen paleis. Want als we daar aan toe zijn, zijn de minder leuke dingen achter de rug. 

 

Typetjes

Een financieel adviseur, een verzekeringsagent, een directeur van een ICT-bedrijf en ikzelf staan aan de ene kant van de tafel. We hadden net een gesprek over hoe moeilijk het is om als zelfstandige een hypotheek te krijgen. Nu drinken we zwijgend onze pilsjes.

Aan de andere kant van de tafel zijn vier personen die zich vooral bezig houden met yoga, meditatie, mindfulness en het verklaren van dromen verwikkeld in een levendig gesprek over persoonlijkheidstypen, kerninzichten en bewustzijnsvergroting. Ik probeer te luisteren, want ik vind het mega interessant hoe blij mensen kunnen worden van dat soort zaken, maar al snel gaan mijn gedachten met me op de loop.

Ik tik de directeur aan en zeg “Volgens mij ben ik te nuchter voor dat bewustzijnsgedoe. En ik moet er niet aan denken, elke dag yoga.”
Hij begint te lachen. “Niet? Ik vind jou echt zo’n hippie. Ik verwacht dat er elk moment geitenwollen sokken uit je kistjes te voorschijn komen.” (Ik heb op dat moment beschaafde zwarte laarsjes aan, vind ik zelf).

Daarna volgt een hilarisch gesprek over vroeger in de jaren ’90 toen we allebei op de middelbare school zaten. Op mijn school had je niet zo veel keus. Je was een kakker of je hield van goede muziek 😉 Hij bleek een gabber te zijn geweest.

Dat verklaart het misverstand.

Thundergabba_gabber

 

Relevant

Ik wilde iets schrijven over dat ons tijdens de opleiding journalistiek geleerd werd de afkomst van daders niet te noemen, want dat was irrelevant (net als het noemen van de naam van een woordvoerder overigens, waarvoor ik wel eens een punt aftrek kreeg).

Ik wilde schrijven dat je nu beschuldigd wordt van wegkijken of van het negeren, dan wel ontkennen van problemen als je de afkomst van een verdachte niet noemt. En hoe makkelijk het dan weer is om te gaan veralgemeniseren en over één kam scheren.

Maar toen las ik deze blog en concludeerde ik dat Maartje Luif het al beter heeft opgeschreven dan dat ik het in mijn hoofd had.

Een wonderlijk jaar

2015-05-05 10.06.14
Het is potjandorie alweer 30 december. Dit jaar is echt omgevlogen! Het lijkt pas een paar weken geleden dat ik in het vliegtuig stapte naar Benin (dat vliegtuig ging uiteindelijk niet verder dan Barcelona, maar goed).

Het contrast tussen mijn persoonlijke jaar en de wereld om mij heen, kon niet groter zijn. Voor mijzelf was 2015 een topper. Niet alles verliep vlekkeloos en ik heb af en toe traantjes laten rollen, maar door de bot genomen was het een prima jaar. Niemand in mijn omgeving werd ziek of ging dood. De leuke jongen uit de trein en ik hadden het weer bijzonder goed met elkaar. Vriendschappen bleken opnieuw goud waard. En zakelijk was 2015 een grote stijgende lijn.

Maar denkend aan dat kleine landje aan de Noordzee waar mijn leven zich grotendeels afspeelt, zie ik het uit de hand lopende zwartepietendebat, mafketels die een opvangcentrum voor vluchtelingen bestormen, achtergelaten varkenskoppen, relschoppers die zich vele malen slechter gedragen dan de mensen waar ze zogenaamd bang voor zijn, vluchtelingen die niet in een bejaardenhuis mogen gaan koken, politici van allerlei pluimage met nauwelijks een geweten laat staan een schuldgevoel, en een politieke partij met extreme opvattingen die zo ongeveer het hele jaar de grootste partij in de peilingen was. Hoe mooi zou het zijn als we al deze zaken kunnen achterlaten en begraven in 2015?

Ik wens iedereen een nieuw jaar vol vrolijke verrassingen, onverwachte ontmoetingen, langdurige liefde, snoeihard succes, goede gezondheid en ware woorden. Woorden met inhoud. Woorden waar eerst over is nagedacht voor ze worden uitgesproken of opgeschreven. En stilte. Geniet vooral ook af en toe van de stilte.

Gelukkig Nieuwjaar!

 

 

Schuldgevoel

Ik vind dat ik te weinig doe voor een betere wereld. Dat ik meer vrijwilligerswerk zou moeten doen. Dat ik best mijn handen in de aarde van een gemeenschappelijke groentetuin zou kunnen steken. Ik zou een kind dat moeite heeft met Nederlands kunnen helpen met zijn/haar huiswerk. Of eens op bezoek kunnen gaan bij de hoogbejaarde overbuurvrouw. Er komt zelden iemand bij haar langs en ik vraag me af hoe lang het duurt voor iemand haar mist. En wat ik zéker zou kunnen doen, is korter douchen en minder vlees eten, maar mannen, wat houd ik van een douche op standje sauna en zelfgedraaide gehaktballen.

De leuke jongen uit de trein vindt dat ik onzin verkondig als ik zoiets tegen hem zeg. “Weet je wel hoe veel tijd je in sociale contacten steekt. Hoe vaak vrienden een beroep op jou doen, waar jij altijd op ingaat. En dat je voor de helft van je normale uurtarief schrijft over mondiaal beleid en een debat over vluchtelingen organiseert, wat dacht je daarvan?” Maar het voelt niet als genoeg. En daar voel ik me soms schuldig over.

Ik ben wel vaker de schuldige. Althans, volgens mijn eigen (rot)gevoel.

Schuldig. We wonen in een duur huurhuis, waar we maar kort zouden blijven, ‘tot ik een goed betaalde baan zou vinden, want dan gaan we iets kopen’. Die baan die ik tot op heden niet vond, zo’n 231 sollicitatiebrieven en 27 netwerkbijeenkomsten verder. Een baan die ik misschien niet eens meer wil, want het gaat goed met Lieke Schrijft (hiephoi!). Ondertussen ben ik ons huis kotsbeu, ondanks dat ik er met mijn lief woon en ondanks de toplocatie. Ik heb het gehad met scheefhangende keukenkastjes, het gebrek aan bergruimte en het ontbreken van een tuin en een oven. Ik droom van bloeiende kersenbomen en struiken vol bessen als leverancier van overheerlijke taarten.

Schuldig. We nemen geen beslissing over wel of geen kinderen. Zodat ik straks, als ik later groot ben, geen moeder meer kan worden en me dan schuldig voel tegenover mezelf (en net zo eindig als de bejaarde overbuurvrouw die zelden visite heeft. Al weet ik heus wel dat kinderen geen garantie zijn voor bezoek. Je kunt zomaar egocentrische etters op de wereld zetten). Of dat ik een oude moeder ben samen met een nog oudere vader en me daarover schuldig voel richting kind.Want ik gun een kind jonge ouders. En opa’s en oma’s die nog mee kunnen naar de speeltuin. In elk geval opa’s en oma’s. Wat al moeilijk wordt, in ons geval, maar gelukkig doet de vriend van mijn moeder het ook heel goed als opa.

Schuldig. De leuke jongen uit de trein maakt zijn universitaire studie niet af ‘want dat is niet te combineren met een voltijds baan.’ En volgens mijn lief kunnen we het ons niet veroorloven als hij een dag inlevert. Ik denk van wel, als we de discipline op zouden kunnen brengen om minder vaak naar het theater of op restaurant te gaan en festivals aan ons voorbij te laten gaan. Enkel nog boeken lenen bij de bieb in plaats van ze te kopen. De krant opzeggen. Misschien een jaar niet op vakantie. Wat pijn zal doen (mij veel meer dan hem) en waar ik geen vrolijker mens van word. Maar waar een wil is… En ik zou het voor hem over hebben. Dus eigenlijk is dit helemaal niet mijn schuld 🙂

Oef.

En me nu schuldig voelen dat het net lijkt of ik de leuke jongen uit de trein overal de schuld van geef.