Het is bijna kerst.
Vrede op aarde.
Een knoop in mijn maag. Een brok in mijn keel. Lood in mijn schoenen. Geen idee wie die uitdrukkingen ooit heeft verzonnen, maar ze omschrijven doeltreffend wat ik voel.
Between a rock and a hard place past ook wel bij de situatie. Mensen waar ik van houd, zijn verdrietig. En wat ik nu ook doe, beter dan ‘iemand een beetje minder ongelukkig’ wordt het niet.
Ik droeg in mijn leven helaas vaak bij aan ongemakkelijke en ongelijkwaardige verhoudingen. Lang geleden had ik dingen anders moeten doen. Maar ik was een conflictvermijdende schijtluis. En ben dat nog steeds.
Ik was veel te vaak stil, op misschien wat zielig gesputter na. Ik bood te weinig weerwoord. Ik gaf grenzen niet aan, of veel te laat. Ik probeerde iedereen te vriend te houden en heb daarbij mensen beschadigd. Mezelf het meest. Ik vulde in voor anderen. Deed dingen zoals ik dacht dat anderen het zouden willen, zodat ik niets hoefde te vragen. Zodat er vooral geen strijd zou ontstaan. Daarmee maakte ik situaties niet altijd beter. Soms nam ik het niet op voor mensen die absoluut mijn verdediging verdienden.
Ik kwam ook nooit op voor mezelf. Niet tegenover collega’s. Niet bij familie. Niet in relaties.
Ja, die ene keer dat ik zei dat ik geen huisvrouw wilde worden om voor een kind te zorgen dat niet van mij was. Dat was dus meteen einde relatie. En die keer dat een gemeente me drie schalen lager wilde inhuren dan ze hadden betaald voor een eerdere, soortgelijke opdracht. Daar heb ik vriendelijk voor bedankt.
Maar verder is het meestal slikken, inschikken en weer doorgaan. En vervolgens een keuze maken waarvan ik hoop dat die de beste is. Soms de beste voor mij. Soms de beste voor een ander. Nooit de beste voor iedereen. Op de één of andere manier kan ik die optie nooit aanvinken.
En wat ik ook kies. Het ontploft vaak in mijn gezicht.
Meestal in de maand december. Dan is het extra toepasselijk, zo’n ontploffing.

