Voor een dubbeltje op de eerste rang

“Lieke, je uurtarief is echt te laag, verhoog je prijzen nu eens”, hoor ik vaak van vrienden, vakgenoten en ex-collega’s. Ik blijf dat moeilijk vinden, zeker bij bestaande opdrachtgevers. Terwijl dat eigenlijk raar is, want juist de mensen waar ik al lang voor schrijf, weten wat ik kan.

Vandaag stelde ik een (voorzichtige) daad. Vandaag vertelde ik aan een opdrachtgever dat ik niet meer voor hem wil werken. Iets wat ik een jaar geleden nog niet durfde, bang voor te weinig werk. De opdrachtgever biedt een prijs per verhaal die ik van andere opdrachtgevers per uur krijg (en zoals gezegd vinden anderen mijn uurprijs al aan de lage kant).

Een verhaal betekent: naar een evenement gaan, daar één of meerdere mensen interviewen en een foto maken, verhaal uitschrijven, verhaal afstemmen met de geïnterviewden en eventueel nog iets aanpassen, verhaal en foto doorsturen naar opdrachtgever, factuur sturen. Als het allemaal meezit, het evenement in de buurt is en de geïnterviewde in één keer akkoord gaat, is dit ongeveer drie uur werk. Gemiddeld ben ik vijf uur met zo’n verhaal bezig. Waardoor een bedrag per uur overblijft dat minder is dan het minimumloon.

Eigenlijk is dat uitbuiting, toch? Maar hele volksstammen blijven akkoord gaan, om dezelfde reden als dat ik tot nu toe akkoord ging. Gelukkig is er veel ten goede veranderd sinds #tegendebakker. Het ontbreekt me alleen nog vaak aan lef.

 

Advertenties

Blij met kleine dingen

Op mijn zakelijke pagina schreef ik onlangs een blog over dankbaarheid. Maar het zijn niet alleen ‘grote dingen’ waar ik dankbaar voor ben (of zou moeten zijn). Er is zó veel om blij van te worden. Niet verkeerd om daar af en toe bij stil te staan, toch? In willekeurige volgorde tien dingen waar mijn hart van gaat zingen:

  • Schone lakens
  • Nieuwe sokken
  • De leuke jongen uit de trein (al is dat eigenlijk een ‘groot ding’)
  • De leuke jongen uit de trein als hij ‘dankjewel voor het lekkere eten’ zegt
  • Een vers boek
  • Iets bestellen in een restaurant dat nog beter blijkt te smaken dan verwacht
  • Taken doorstrepen op mijn to-do-lijst
  • Een compliment van een klant
  • Naar buiten zonder jas
  • Een avondwandeling maken en dat het nog net licht genoeg is om de bloemenpracht van dit seizoen te zien

bloemen

bloemen 2

Op dit moment #7

In de chaos waar ik eergisteren over schreef, komt langzaam structuur. Gisteren een tandje bijgezet en terwijl de interieurverzorgster als een razende Roeland door het huis ging, tikte ik twee interviews bij elkaar, plande ik een paar afspraken en betaalde ik een rekening die eigenlijk al betaald had moeten zijn. Ik ben er nog niet, maar de weg naar meer overzicht en minder stress is weer ingeslagen.

Genieten van: de lente. Het frisse groen aan de bomen. Het gezoem van hommels en bijen. De merel die op het hoogste punt van de hoogste boom het hoogste lied zingt. Zonder jas naar buiten. Leuke potten kopen bij Dille & Kamille en ze vullen met kleurrijke planten. Zaadjes die nu komkommer- en tomatenplanten worden. Ik zit soms als een blij ei in de tuin, heerlijk!

Blij met: mijn vrienden die altijd zo begripvol zijn, met me meedenken, me aanmoedigen, maar me ook wel eens door elkaar rammelen. Vrienden die zeggen dat ik attent en geïnteresseerd ben en vinden dat ik trots op mezelf mag zijn omdat ik van droevige sollicitatiebrievenschrijver een voltijds werkende ‘allesschrijver’ ben geworden. Die bevestiging heb ik soms nodig. Dankjewel lieverds.
Blij ook met de leuke jongen uit de trein, die mij het allervaakst door elkaar rammelt. Dat is goed, want dat heb ik nodig. Armen om me heen slaan, doet hij ook heel vaak. Net als vragen hoe mijn dag was, nieuwe muziek opzetten en lekker koken. Ik bof.

Balen van: bh’s die zo ver versleten zijn dat ik echt nieuwe moet. Ik HAAT het om nieuwe bh’s te kopen. Met mijn maat (80F) is dat altijd een dure aangelegenheid. En de keuze is niet reuze. Het liefst zou ik bh’s een beetje anoniem passen, bij de H&M of de C&A, maar dat hoef ik niet te proberen. Dus wordt het altijd een speciaalzaak met een verkoopster die om de drie minuten vraagt hoe het gaat.

Aan het lezen in: Kom hier dat ik u kus van Griet Op de Beeck. Vannacht las ik de eerste twee hoofdstukken en ik moest moeite doen het boek weg te leggen. Ik herkende veel uit de gedachtewereld van de zesjarige hoofdpersoon: het buitenspelen en geen idee hebben hoe die scheur in mijn broek komt, of enthousiast aan het tekenen slaan en per ongeluk een stuk tafelkleed kleuren. Gelukkig hoefde ik niet voor straf over dat soort dingen na te denken opgesloten in een donkere kelder. Ik kwam er vaak met een ‘het geld groeit niet op onze rug’ vanaf.

Aan het kijken naar: alle drie de variaties van NCIS. Niet op de momenten dat ze worden uitgezonden, maar de ene week niets en de andere week zes afleveringen. Als ik weer eens geen idee heb hoe veel ik achterlig en of er iets is opgenomen, vraag ik aan de leuke jongen uit de trein: “Heb ik nog vriendjes?” NCIS is niet per se heel hoogstaand en soms weten we in de eerste tien minuten al wie het heeft gedaan, maar ik houd van de karakters. De briljante wetenschapper en liefhebber van doodskisten en vleermuizen Abby uit ‘Washington’, de gortdroge, neurotische spraakwaterval Deeks uit ‘LA’ en de complotdenkende nerdy held tegen wil en dank Sebastian uit ‘New Orleans’.

We hadden plannen en begonnen aan Dance around the World en Dream School, maar kwamen in beide gevallen niet verder dan twee afleveringen. Puur uit tijdgebrek. We zijn niet vaak tegelijkertijd thuis. En als dat wel zo is, moeten we ‘mijn vriendjes’ al terugkijken.

Aan het luisteren naar: mijn tienertijd. In de auto naar Roermond draaide ik deze week het eerste album van K’s Choice, eind 1993 opgenomen. Het jaar dat ik 13 werd en me net begon te interesseren voor muziek. Al had ik als dertienjarige nog niet echt door hoe grappig en/of pijnlijk sommige teksten zijn.
Op de terugweg zette ik een verzamelaar van PUR op. Een band waar veel naar geluisterd werd in de Duitse tak van onze familie. Toen alles nog ‘goed’ was en wij daar kind aan huis waren. Duits heb ik altijd makkelijker verstaan dan Engels en bij PUR-liedjes moet ik vaak hardop lachen of luidkeels huilen. Nooit houd ik mijn ogen droog bij Wenn sie diesen Tango hört en dan vooral dit stukje:

ein ganzes Leben lang zusammen
gelitten, geschuftet, gespart
jetzt wär’ doch endlich Zeit für mehr
jetzt ist er nicht mehr da

Dat heeft deels te maken met mijn papa en mama, die hard werkten, drie kinderen en hobby’s hadden en daardoor soms geen tijd voor elkaar. Dat zou binnenkort verbeteren, als de toneeluitvoeringen die papa regisseerde plus de feestdagen achter de rug waren… Gelukkig komt even later Drachen sollen fliegen voorbij en daar zit een stukje in dat keihard meegezongen moet worden. Huilen en zingen gaat niet tegelijk, dus hoppa:

laß mich endlich fliegen
kapp die Nabelschnur
denn Drachen sollen fliegen
ohne feste Spur

Eten: is misschien wel mijn grootste hobby. Ik kan bijna net zo hard genieten van eten als van in de zon zitten met een boek. De laatste tijd hangen we van buiten de deur eten aan elkaar. Met vrienden, (oud-)collega’s, netwerkverenigingen. Allemaal super lekker en gezellig. Turks restaurant Mandalin was het hoogtepunt. Op de weegschaal betekent dat helaas een dieptepunt. Maar we zijn weer op de goede weg. De leuke jongen uit de trein maakte vorige week een overheerlijke goulash en ik bouwde er een smakelijke salade bij. Afgelopen weekend maakte ik een prima quiche boordevol verse groente.  Voor vanavond twijfel ik nog tussen witlof en puree of pittige boontjes en zilvervliesrijst. Gezonde zaken.

Sporten: lukt nauwelijks. Nog steeds geblesseerd. Hielspoor. Gelukkig zijn de nieuwe steunzolen onderweg. Rennen zou dan geen pijn meer moeten doen. Het zal mij benieuwen. Ik ben bang dat het te laat is om de 10 kilometer succesvol af te leggen bij Maastrichts Mooiste in juni. Zwemmen ben ik trouw blijven doen, maar deze week kan ik niet gaan vanwege bereikbaarheidsdienst. Die bereikbaarheidsdienst is overigens best fijn, want ik krijg er goed voor betaald en ik leer er ontzettend veel van, maar het is ook onhandig voor een chaoot als ik. Voortdurend controleren of ik mijn pieper en telefoon bij de hand heb. En dus niet naar de sportschool of het zwembad kunnen.

Leuke dingen om naar uit te kijken: zijn er altijd. Ik verheug me nu al op vanavond en dat ik dan verder mag lezen in mijn boek. Ik heb zin in het Bevrijdingsfestival in Roermond waar ik als interviewer, gastvrouw en verslaggever rondloop. Grote kans dat ik daarvoor nog minimaal één nieuwe klant binnenhaal, dat is ook fijn. Ik kijk uit naar de vakantie tussen Hemelvaart en Pinksteren. Hoewel vakantie een wat groot woord is. Door mijn ongeorganiseerde bestaan, heb ik het plan om zeep geholpen om echt op vakantie te gaan. In ieder geval ga ik een dag of tien niet schrijven. Wel (fairtrade) lunchen met een burgemeester en twee wethouders. Hopelijk veel tijd met de leuke jongen uit de trein.

Wat een leven.

Oei ik groei?

Eenzaam op kantoorAls ik ’s ochtends wakker word en denk ‘Ik doe maar wat, vandaag val ik door de mand’, dan weet ik dat ik toe ben aan vakantie. Dingen draaien vierkant, lopen in de soep, gaan om zeep. Ik heb/ben chaos. Dat is te merken aan allerlei stommigheden. Ik noem er een paar uit de afgelopen weken:

  • Ik open op dinsdagmorgen mijn mailbox en zie het laatste mailtje van maandagmiddag nog bij de concepten staan. Niet verstuurd dus, terwijl ik had beloofd het op maandag te sturen. Ik ga alsnog de deadline wel halen, maar om dit soort dingen kan ik echt boos worden op mezelf.
  • Ik stuur een factuur en krijg meteen een mailtje terug dat het bedrag niet klopt. Mijn verwarde brein had blijkbaar bedacht dat 300 euro plus 21 procent BTW samen 636 euro is. Dat is zelfs voor mijn matige rekenkunsten wel erg slecht.
  • Ik loop naar mijn werkplek en bedenk halverwege dat ik met de auto had moeten gaan, omdat ik over een uur een afspraak in een andere stad heb.

Maar de chaos beperkt zich niet tot mijn werk:

  • Ik laat de deur van de schuur ’s nachts open staan. Wagenwijd open, wel te verstaan. Wat een geluk dat onze fietsen, ladders en tuinspullen niet zijn verdwenen.
  • Ik ga naar bed zonder het licht in de woonkamer uit te doen.
  • Ik ben voortdurend dingen kwijt die vervolgens gewoon op mijn hoofd blijken te staan (zonnebril), in mijn zak zitten (sleutels), of die ik zelfs in mijn hand heb (pen, telefoon). Terwijl ik zoekend door het huis dwaal, erger ik me aan al die dingen die niet af zijn. De magnetron op de grond. Het kale peertje boven de eettafel. De televisiekast die gangkast moet worden. Niet bevorderlijk voor mijn humeur. Let it goooo.

Groeipijnen die horen bij het succes van mijn bedrijf? Groeipijnen die horen bij het volwassen worden (daar moet je op je 37e misschien toch eens aan beginnen)? Of tekenen van iets ergers? Gaat het echt beter na een paar dagen vakantie? Ik hoop het. Vooral ook voor de leuke jongen uit de trein en andere mensen om mij heen.

Ondertussen is mijn leven niet alleen miserie. Integendeel. Lang leve de lente. Ik ben een blij ei als ik met een goed boek in de zon zit. Ik geniet van fluitende vogels, van mijn handen in de aarde, van de zoemende vliegbeesten die alle gaatjes van het insectenhotel vullen.

En ook al weet ik niet of ik ooit mijn passie en mijn waarom ga vinden, toen ik vorige week een mevrouw van ver in de 70 interviewde over haar tomeloze inzet voor de 55+ vereniging voelde ik me bevoorrecht dat ik haar verhaal mocht opschrijven. Ik heb hoe dan ook een van de leukste banen ter wereld.

20180422_171440.jpg20180422_171452.jpg

Een sprookjesleven

Terwijl ik naar buiten kijk, waar ik tegelijkertijd blauwe lucht en regen zie, dwalen mijn gedachten af. Ik zoek naar de regenboog en denk aan potten met goud. Was dat geen sprookje, Dodo en de pot met goud?

De afgelopen weken klopte het leven confronterend hard op onze deur. De schoonvader van een vriendin, een oud-klasgenoot van de leuke jongen uit de trein, de moeder van een vriendin en de moeder van de man van mijn nichtje stierven. Er kwam geen regenboog aan te pas. Ook geen pot met goud. Ziekte, lijden, dood. Verdriet bij de achterblijvers.

We willen allemaal een sprookjesleven. Dus gaan we op zoek. Want als we de pot met goud, het glazen muiltje, de prins en het witte paard hebben gevonden, leven we nog lang en gelukkig. Onderweg trotseren we gemene stiefmoeders, vergiftigde appels en boze wolven. Een sprookjesleven is dus niet hetzelfde als een zorgeloos leven.

Het zou fijn zijn als ieders zoektocht wordt beloond met ‘en we leefden nog lang en gelukkig’. Of op zijn minst met de zon die altijd terugkomt na de regen.

DSCN3088

 

 

Te stom om adem te halen

“Doe je de horloges zelf?”, vroeg de leuke jongen uit de trein, nadat hij de wekker, de klok in de badkamer en de klok in de woonkamer goed had gezet.
“Ja hoor.”

Maandag.
Je hebt een aantal afspraken verschoven om bij de crematie van de mama van een vriendin te kunnen zijn. Je kijkt op je horloge en gaat over tot actie. Je denkt overal aan:

  • je schrijft een kaartje voor de dochter en een kaartje voor de man van de overledene en steekt ze in je tas
  • je voegt een pakje zakdoekjes toe, voor als je moet huilen
  • je doet er nog een spiegeltje bij, zodat je kunt controleren of de mascara nog op je wimpers zit, of op je kin
  • je plakt een briefje met het adres van het crematorium op je telefoon en steekt die ook in je tas
  • tiktaks, luchtje, portemonnee, cd, sleutels… klaar om te gaan

En terwijl je nog even een flesje water vult in de keuken, zegt ook de klok van de oven dat het tijd is om te gaan. Ruim op tijd, dat dan weer wel. Het is 12.30 uur. Anderhalf uur voordat je in Eindhoven moet zijn.

Als je cd is afgelopen, zet je de radio aan. Net op tijd voor het nieuws van… 14.30 uur. Oeps.

 

Lokale verkiezingen #2

Tja, de dag na…

De vier grootsten werden CDA, Senioren Partij Maastricht, GroenLinks en D66, een uitslag waar ik wel mee kan leven. Een uitslag die ik begrijp, als ik kijk naar de mensen op de bijbehorende kandidatenlijsten.

Ik hoop dat de enthousiaste jonge honden van M:OED, die van niets op twee zetels komen, wat extra leven in de brouwerij brengen. Het zou goed zijn als meer studenten een toekomst zien in Maastricht en niet vertrekken, omdat ze hier geen werk vinden. Ik hoop dat PVV en PVM, die samen 5 zetels hebben, hun bizarre standpunten (in mijn ogen) niet door de raad krijgen en er minstens bed, bad en brood blijft voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

Maar wat ik dus echt niet begrijp, is de lage opkomst. Ik werk in verschillende gemeenten en interview veel mensen, hoog en laag opgeleid, jong en oud, rijk en arm. Daarbij valt het me op dat in Maastricht het meeste wordt geklaagd. Zelfs als ik ergens heen ga voor een positief verhaal, zoals subsidie voor het buurthuis, een gratis evenement, de opening van een speelplein, dan nog hoor ik vaak:
“Ja maar de gemeente zou ook moeten…”
“Ja maar die luidruchtige studenten…”

Als je zo ontevreden bent, is stemmen toch het minste wat je kunt doen? Er was echt wel iets te kiezen. Zoals meer of minder geld naar cultuur, meer of minder geld naar zorg en wel of niet terugdringen van het aantal studentenhuizen.

Ik heb zomaar het vermoeden dat juist de mensen die niet zijn gaan stemmen de komende vier jaar weer om het hardst staan te schreeuwen…

 

 

Op dit moment #6

LenteDe smaak van het bloggen heb ik weer helemaal te pakken. Ik vind het heerlijk om op te schrijven wat me bezighoudt. Of is dat gewoon werkontwijkend gedrag? Hoe dan ook, mijn leven op dit moment.

Genieten van: de belofte dat het nu echt, echt, echt bijna lente wordt. Ik ruik het. Ik zie het. Ik voel het, diep weggedoken in mijn winterjas en sjaal. De sneeuwklokjes houden nog even dapper stand en worden binnenkort afgewisseld door narcissen, tulpen en de bloesem in mijn Japanse kers.

Blij met: afgelopen weekend. Dankzij de vriendin van een collega van de leuke jongen uit de trein logeerden wij in hartje Amsterdam. Uitzicht op een wapperende regenboogvlag én op de Amstel. Er was een groot en zacht bed waarin de leuke jongen uit de trein en ik wegdoken onder een dik dekbed. Er was een bubbelbad. Er was een Nespresso-apparaat. Zo wil ik iedere ochtend wel wakker worden…

Balen van: mijn ongeorganiseerdheid. Sleutels kwijt, pasjes vergeten, boterhammen op het aanrecht laten staan en dat soort dingen. Of zoals vanmorgen de deur uitlopen naar mijn werkplek en halverwege omdraaien om de auto te gaan halen, omdat ik naar een afspraak moet. Ik had natuurlijk ook gewoon eerst in mijn agenda kunnen kijken.

Aan het lezen in: Half of a yellow sun van Chimamanda Ngozi Adichie. De jaren 60 in Nigeria. Je kruipt in de huid van drie personen: een house boy die uit zijn dorp wordt geplukt om het huishouden te runnen van een professor die opkomt voor de rechten van de oorspronkelijke bevolking. De vriendin van de professor; dochter van een rijke (en corrupte) Big Man met tentakels in het vastgoed, de olie, de plantages en de politiek. De vriend van de tweelingzus van de vriendin van de professor; een verlegen Britse ex-journalist die naar Nigeria komt om te schrijven over inheemse kunst. Hun karakters en denkwijzen worden heel goed uitgediept. Het ene moment is er niet veel aan de hand, het volgende moment is niemand meer te vertrouwen en niemand meer veilig. Na twee politieke coups breekt een burgeroorlog uit. Heftig boek, prachtig boek. En heel leerzaam. Althans voor mij. Ik wist niet eens dat Biafra bij Nigeria hoorde *schaam*.

Aan het kijken naar: niets. Althans, niet consequent. En dat wordt voorlopig ook niets. De leuke jongen uit de trein heeft ondertussen de tijd van zijn leven en volgt March Madness. Of zo iets.
Nog nooit een aflevering van De Luizenmoeder gezien, wat soms betekent dat ik niet mee kan praten bij de koffieautomaat.

Aan het luisteren naar: niets specifieks. Tijdens een dagje thuis werken vorige week draaide ik Tracy Chapman en Paul Weller. Op een cassettebandje. In de auto staan nog steeds Radio 2 en Studio Brussel op.

Eten: Deze week maakte ik mijn boemboe voor bami zelf. Geen zakjes en pakjes. Of toch wel, want ik gebruikte roerbaknoodles in plaats van ‘echte’ pasta. Afgelopen zaterdag in Amsterdam werd er voor ons gekookt. En hoe: gamba’s, gegrilde groenten en spaghetti aglio olio. Met wijn uit grote glazen die voortdurend werden bijgevuld. De volgende dag streken we neer in de buurt van het Waterlooplein. Daar had ik Turks brood met schapenkaas, humus, gegrilde groenten, zongedroogde tomaten, sla en munt en een stuk dadelbanaancake toe.
Na een week zonder sport en alles met de auto (zie hieronder) is het nu afgelopen. Dus staat deze week op het menu: veel water, veel fruit en veel groenten. Al wordt het me niet makkelijk gemaakt. Vanavond naar een gigantisch wokrestaurant met de netwerkvereniging en donderdag een borrel met mijn flexcollega’s. Dat zijn alleen nog maar de verleidingen die ik nu al weet.

Sporten: staat op een laag pitje. Met carnaval kreeg ik last van mijn linkervoet en van hardlopen is sindsdien niets meer terecht gekomen. Zwemmen doe ik nog wel wekelijks, behalve in de weken dat ik bereikbaarheidsdienst heb. En toevallig heb ik net zo’n week achter de rug. Een week waarin ik alles met de auto moest doen en niet te ver van huis kon. Een week dus van heel veel zitten en heel weinig bewegen.
Dat probeerde ik te compenseren door gezond te eten en niet te snoepen. Drie dagen hield ik dat vol. Ik weerstond de koekjes die een flexcollega had gewonnen bij de Postcodeloterij. Ik bedankte beleefd voor de chips en de olijven die bij een vergadering op tafel kwamen. Maar halverwege de donderdag veranderde mijn ruggengraat in pudding. Al die paaseitjes… Het was kortom een slechte week voor mijn lijf. Deze week op het menu: zwemmen op woensdag, hardlopen op vrijdag (als mijn voet het toelaat) en fitness + sauna op zondag.

Leuke dingen om naar uit te kijken: in de nabije toekomst vooral theaterbezoek, festivalbezoek en bijkletsen met koffie. De leuke jongen uit de trein gaat volgende week een paar dagen weg en daar kijk ik ook naar uit. We hebben het super leuk samen en ik wil hem echt geen weken missen. Maar een paar dagen alleen vind ik ideaal: thuiskomen wanneer ik zin heb omdat ik niemand heb beloofd om te koken, dingen eten die hij niet lekker vindt, languit op de bank met een boek zonder tetterende televisie op de achtergrond, de hele krant lezen bij het ontbijt omdat niemand staat te wachten en ’s nachts overdwars in bed.

Hoe ziet jullie leven er op dit moment uit?

Hoe anderen mij zien

Etiketten plakken, of hokjesdenken, het maakt de wereld zo lekker overzichtelijk. Maar soms kloppen die etiketten niet. Deze drie etiketten plakken denk ik het meest hardnekkig op mij:

Lieke is een stuudje

Op de basisschool stond mijn rapport vol met ‘goedjes’. Daar kon ik weinig aan doen. Huiswerk hadden we niet, maar ik hield toen al enorm veel van lezen. Verder speelde ik vooral buiten. Er was geen competitie. Het was gewoon zoals het was. In de brugklas werden de goedjes (en de onvoldoendes, matigs, voldoendes, en ruimvoldoendes) vervangen door cijfers. Vaak goede cijfers.
De eerste twee jaar van de middelbare school was ik ronduit braaf. Ik maakte altijd mijn huiswerk, kwam altijd op tijd en spijbelde nooit. Maar een stuudje was ik niet; ik besteedde niet meer tijd aan mijn huiswerk dan strikt noodzakelijk, maakte geen oefenexamens of extra opgaven, nam nooit bijles. Ik moest tijd overhouden om naar vriendinnen te gaan of anders uren met ze te bellen. Toen de klassendocent vroeg of ik naar het gymnasium wilde, bedankte ik vriendelijk.
Na de tweede klas werd ik minder braaf en werden de cijfers lager, maar ik werd nooit brutaal. Het eerste uur Frans op dinsdag voor dat nutteloze tussenuur, daar was ik niet vaak. Bij de les lichamelijke opvoeding (oké, we zeiden gewoon gym) liep ik wel eens stiekem door de achterdeur naar buiten nadat mijn naam was voorgelezen en ik ‘present’ had geroepen. Bij het zevende uur economie op vrijdag, ná een tussenuur, kwam ik wel eens te laat omdat ik met een vriendin en een zak autodrop in het park zat. Op mijn eindlijst stonden uiteindelijk twee vijven, twee zevens en verder zessen. Geen nerd-cijfers.
Een tijdje geleden kwam ik een oud-klasgenoot tegen. “Jij was écht een studiebol”, zei hij. “Zo’n hele brave die altijd keihard leerde, hoge cijfers haalde, nooit te laat kwam en al helemaal nooit een les miste. Ik had verwacht dat je nu bij een groot bedrijf zou werken.” Van zichzelf vond hij dat hij op de middelbare school een brutale relschopper was. Grappig, want in mijn gedachten was hij een lieve, verlegen jongen, die soms per ongeluk meeliep met de ‘stoere jongens’.

Lieke is niet goed met kinderen

Dit vooroordeel werkte ik vroeger zelf in de hand, door overal te verkondigen dat ik geen kinderen wilde, niets met baby’s kon en bloedsjachreinig werd van babygehuil. Daar was geen woord van gelogen. Maar ik was onder de 30, niemand had kinderen en niemand tilde zwaar aan die uitspraken. Op één vriendin na die zich nog net niet verontschuldigde dat ze zwanger was en beloofde ‘dat er niets zou veranderen en we heus nog wel op stap zouden gaan’.
Inmiddels zou ik best een kind willen en staan mijn haren niet meer automatisch overeind als ik een baby hoor huilen, al heb ik nog steeds een voorkeur voor exemplaren die kunnen lopen en praten. Ik heb de grootste lol met kinderen. Kinderen zijn bovendien vaak dol op mij, al zeg ik het zelf. Van verhaaltjes voorlezen probeer ik altijd een Oscar-waardige voordracht te maken. Ik speel mee met de meest onnozele spelletjes, sta als eerste op de trampoline en hang als eerste ondersteboven aan het klimrek. Ik ben hartstikke goed met kinderen, vooral als ze vies mogen worden.

Lieke is arrogant

Bij de eindevaluatie van mijn laatste stage hoorde ik dat ik in het begin (6 maanden daarvoor) arrogant overkwam, uit de hoogte deed tegen de andere stagiaires en te weinig vragen stelde. Gaandeweg was het goedgekomen met me en bleek ik heel benaderbaar, sympathiek, empathisch en soms zelfs onzeker. “Maar als je stage maar een maand geweest zou zijn…” Ik schrok ervan. Sindsdien let ik veel beter op hoe ik overkom.
Tijdens mijn studie journalistiek hoorde ik (achter mijn rug) ook al eens iemand verkondigen dat ik arrogant was. Die conclusie werd getrokken door iemand die mij helemaal los had zien gaan op de dansvloer. Voor mij had dat totáál niets met arrogantie te maken, ik vermaakte me gewoon en het kon me echt niet schelen wat anderen daarvan vonden.

Zelf plak ik ook vaak etiketten op mensen. Die trek ik er soms later -hopelijk vlug en pijnloos- weer vanaf. Je kunt je al eens vergissen of iemand verandert. Krijg jij ook wel eens etiketten opgeplakt die niet kloppen? Welke?etiket-22469

Brief aan mijn nichtje #17

Lieve, kleine actrice,

Donderdag bleef je slapen, vrijdag was ik ‘hulp-volwassene’ op je kinderfeestje en zaterdag vierden we je echte verjaardag. Drie drukke maar mooie dagen. Het lijntje tussen vrolijk lachebekje en boze dramaqueen is dun, is mijn conclusie. En je blijft een goede actrice.

Dolenthousiast kwam je donderdag binnen. Je liet je mama en de mama van je beste vriendinnetje het hele huis zien en vertelde honderduit. Om even later te huilen, omdat je geen spruiten wilde eten. De vorige keer dat je kwam eten, bestelde je zelf spruiten, nu lustte je ze ineens niet meer.

Het logeerpartijtje was heel gezellig. Ik houd ervan om je voor te lezen. Ik houd ervan dat je gewoon gaat slapen met de gordijnen dicht en de deur dicht, zonder gezeur over lampjes die aan moeten blijven. Ik houd ervan dat je de volgende ochtend bij me in bed kruipt. Ik vind het iets minder dat je dan de dekens van me aftrekt, brrrrr koud.

Je had ontzettend veel zin in je feestje, maar op weg naar Bunde was je heel erg stil. Ik denk dat je zenuwachtig was. Ik vroeg of je huis versierd was, jij antwoordde dat je daar al over had gedroomd. Je was hyper toen het eerste vriendinnetje aan de deur stond, was aan het springen en aan het roepen met een lach van oor tot oor. Iedere keer dat de bel ging, gilde jij de naam van het vriendje of vriendinnetje dat binnen zou komen. Je griste de cadeautjes uit hun handen, maar wachtte wel heel netjes met uitpakken tot iedereen er was. Even waren er tranen en stond je te stampvoeten, omdat de jongens iets met jouw Duplo bouwden waar jij het niet mee eens was. Om vervolgens weer de grootste lol te hebben bij het versieren van de cake. Je deed er zo veel slagroom op, dat er geen cake meer te zien was.

Het feestje was een succes. Enthousiast ging je voorop bij de speurtocht, op de hielen gevolgd door de twee jongens. Je rende het grootste deel van de route. Stond te stuiteren bij iedere vondst. Klom in recordtijd tegen een steile helling omhoog en trok je niets aan van doorns en kiezels. Het was ijskoud, maar dat voelde je niet. De andere meisjes hadden het moeilijk. Die sloften achteraan, waren moe en durfden niet overal op en in. Ik nam er één op mijn rug. Toen het feestje was afgelopen, was het weer even huilen. Dat bevestigt natuurlijk alleen maar hoe leuk het was.

Het grotemensenfeest, daar had je ook al zo’n zin in. Nog meer cadeaus! Niet normaal hoe snel jij dingen uit kunt pakken, trouwens. Het was gezellig. De leuke jongen uit de trein bouwde je Lego-pakket van Frozen. Met mij deed je een spelletje dat ik je moest kietelen telkens als je een koprol maakte “maar alleen als mijn voeten daar zijn en als ik nog niet terug aan het kruipen ben en…” een hele rits eigen spelregels. Ook dit feest was een succes. Geen drama toen we naar huis gingen. Volgens mij was je moe. Of je vond het toch niet zo leuk met de grote mensen 😉

Het was me al vaker opgevallen dat jij met je huidskleur bezig bent, maar ik weet nog steeds niet zo goed hoe ik ermee om moet gaan. Kinderen zijn niet kleurenblind, mocht iemand dat nog denken.

Vrijdagochtend bij het ontbijt kwam een nieuwsitem voorbij op de radio, over Thierry Baudet en de uitspraak dat donkere mensen minder intelligent zijn dan lichte mensen. “Ik ben donker, want ik ben bruin”, zei jij. De leuke jongen uit de trein en ik keken elkaar verbaasd aan. “Lieke is ook bruin, heb je haar wel eens gezien in de zomer bij het zwembad?”

Zaterdag was je mama frietjes halen en zaten wij even op de bank naar Sesamstraat te kijken. “Dat is een *jouw naam*”, zei je over een jongetje met kroeshaar. “Nee joh, er is maar één *jouw naam*”, zei ik. “Niet waar.” “Nou, oké, er zijn wel andere mensen met dezelfde naam, maar er is maar één persoon zoals jij. Op televisie is een jongen en hij ziet er heel anders uit.”

Ik weet niet of het erg is dat je verschillen ziet. Ik heb ook geen idee in hoeverre jij je huidskleur aan bepaalde eigenschappen koppelt. Ik hoop met heel mijn hart dat je niet gelooft dat je dommer bent dan je vriendjes en vriendinnetjes. En ik hoop dat domme uitspraken van anderen niet te veel krassen op je ziel zetten.

Je bent mooi en slim en mijn favoriete nichtje.

Dikke kus,
Tante Lieke

Dubbele regenboog