Onhandig

Ik ben Lieke en ik ben onhandig.

Onhandig klinkt iets vriendelijker dan lomp, wat zo’n vijf jaar geleden de titel van één van mijn blogs was.

Mijn onhandigheid beperkt zich niet alleen tot struikelen, verdwalen, te laat komen wegens totaal gebrek aan logische- & logistieke vaardigheden, in de knoop zitten met kabels, huishoudelijke blunders, iets kwijtraken, of tegen een deurpost/tafel/kast aanlopen. Onhandig ben ik met volle overgave: Overweldigend Onhandig.

Twee weken geleden wilde ik zo onopvallend mogelijk aanschuiven bij een vergadering die al een tijdje bezig was. Ik moest een stoel meenemen, wat het onopvallend binnenkomen sowieso al iets lastiger maakte. Maar het had nog gekund, want alle ogen waren op dat moment gericht op het scherm. Dan moet je dus niet met die stoel tegen de glazen deur aanlopen…

Ik ben iemand die in een lawaaiige ruimte luidruchtig meekletst en die dan net op vol volume iets sufs zegt als de muziek even stopt.

Ik ben iemand die snel associeert en daardoor stappen overslaat waardoor het voor een ander totaal hak-op-de-tak is wat ik vertel en ik een ongeïnteresseerde gesprekspartner lijk.

Ik ben iemand die op een feestje heel enthousiast iemand op zijn schouder tikt. Draait die iemand zich om, blijkt het een totale onbekende te zijn.

Ik ben iemand die altijd verkeert gokt met kussen. Ik gok op de verkeerde wang of op het verkeerde aantal. Met botsende hoofden of vol op de mond als gevolg.

Ik ben iemand die even moet broeden om met een grappige opmerking een duit in het zakje te doen. Heb ik eindelijk iets bedacht, blijkt het zakje al vol. Waardoor mijn grapje met veel lawaai op de grond klettert.

De leuke jongen uit de trein is een knoeierd bij het eten, maar verder is hij nooit onhandig. Hij plaatst krachtige one liners in ieder gesprek, weet de beste oplossing voor ieder logistiek probleem en de keren dat hij in de afgelopen 10,75 (!) jaar botste, struikelde of viel kan ik op de vingers van één hand tellen.

Niet iedereen kan de olifant in de porseleinkast zijn.

 

Op dit moment #9

Herfst 18 2Genieten van: de kleuren in de lucht als ik ’s ochtends naar ‘kantoor’ rijd, fiets of wandel. De kleuren van de blaadjes ook. De geur van de herfst (rottende bladeren en stoofpotjes). De paddenstoelen die overal tevoorschijn komen in de tuin, naast de bloemen die nog steeds dapper stand houden.

Blij met: de leuke jongen uit de trein en zijn goede ideeën. Sinds de zomer staan we om 6 uur op in plaats van om half 7. Dat half uur extra levert heel veel op, zoals extra energie, mooie luchten, stille straten en op kantoor zijn voordat de rest arriveert. De leuke jongen is bovendien mijn logistieke held en de beste kok voor comfort food ooit. En hij weet precies wanneer ik daar behoefte aan heb. Hij belde net om te vragen of ik nog kleingeld heb voor koffie, hoe lief is dat?

Ook blij met: de lampjes boven de eettafel. We hebben iets moois en unieks, dankzij mijn schoonvader. Had ik al eens gezegd dat die man alles kan? De transformatie der slakommen. Mangohout, mooi spul!

En nog meer om blij mee te zijn: dat ik in juli solliciteerde in Hasselt, terwijl ik eigenlijk niet aan de voorwaarden voldeed. Dat ik daar werd aangenomen. Dat ik daar nu schrijf en schrijf en nog meer schrijf omringd door fijne mensen ‘met een hoekje af’.

Balen van: de klussen die de leuke jongen uit de trein en ik laten liggen. Niet een paar dagen of een paar weken, maar tot het echt niet anders meer kan en zelfs nog langer. Zodat we deze winter weer met handdoeken voor de schuifpui moeten klooien (enkel glas in aluminium) en moeten duimen dat de ketel niet uitvalt (geen onderhoudscontract). Iets opwarmen in de magnetron gaat ook al weken niet meer, sinds de glasplaat in tientallen stukken uit elkaar sprong. Hoe moeilijk kan het zijn?

Aan het lezen in: Amsterdam – Stockholm van Arne Dahl. Ik lees alles van Dahl, net als dat ik alles las van Mankell. Vanaf de eerste bladzijde alweer verkocht. Ik verheug me bij het opstaan al op het naar bed gaan, want dan mag ik weer.
Dat gold overigens ook voor het boek dat ik vorige week uit las, Purple Hibiscus van Chimamanda Ngozi Adichie. Ik voelde zó mee met de vijftienjarige Kambili die haar godsdienstwaanzige vader bewondert, zelfs nadat hij haar het ziekenhuis in slaat.

Aan het luisteren naar: fijne muziekjes. In dit jaargetijde ben ik gevoelig voor akoestisch en melancholie. Denk aan Gregory Page, Gorki, Joe Jackson, Absynthe Minded en Eels. Op dit exacte moment klinkt Kommil Foo uit mijn laptop. Het voordeel van in mijn eentje een flexplek bemannen.

Beren op de weg: hebben nog steeds het uiterlijk van blauwe enveloppen. Financieel blijf ik een domme doos. Ik had al lang mijn administratie beter kunnen regelen. Ik weet al zo’n 10 jaar dat er aan het eind van ieder kwartaal BTW betaald moet worden. Ik wist ook heus wel dat de definitieve aanslag van 2017 nog niet binnen was… tot ie binnen kwam en me alsnog verraste. Ik ben al jaren mijn bankrekening in verschillende potjes aan het verdelen… in mijn hoofd. Vorig jaar was ik te laat om een deel van mijn geld in een groenfonds te stoppen en ook dit jaar was het fonds alweer gesloten toen ik eindelijk ging kijken.
En dan zijn er nog de klanten (gelukkig een minderheid) waar ik graag voor schrijf, maar die altijd veel te laat betalen. Ik zou veel strenger moeten zijn. Voorschotten moeten vragen. In 2019 wordt alles beter…

Om tegenop te zien: de maand december. De maand van opzitten en pootjes geven. Mijn familie (inclusief moi) is slecht in afspreken. Waar we wel goed in zijn: vage opties lanceren, niemand voor het hoofd willen stoten, ervan uitgaan dat de ander al op de hoogte is, of erop gokken dat de ander tussen de regels doorleest. Daardoor blijven dingen zoals sinterklaas, kerst en nieuwjaar zweven en sluimeren tot iemand een knoop doorhakt over een datum, plaats en tijd. Zo voelt het altijd als ‘gedoe’. Als we eenmaal bij elkaar zijn, wordt er goed gegeten, veel gelachen en is het knus en gezellig.
Er is nog zo veel meer in december. Alle ‘activiteiten’ zijn leuk als ik er eenmaal aan deelneem. Maar de weg ernaar toe, het gedoe… Het is veel. Te veel. Is het al bijna januari?

Om naar uit te kijken: onze reis naar Canada in het najaar van 2019. We weten ongeveer wanneer we gaan en dat we in ieder geval in Vancouver beginnen. De leuke jongen uit de trein en ik zijn goed in samen op vakantie zijn. We zijn het erover eens dat we liever een plek grondig verkennen dan voortdurend onderweg te zijn om zo veel mogelijk plaatsen en bezienswaardigheden af te vinken. Onderdompelen, dwalen, verwonderen, ontdekken, proeven en juist ook de minder gelikte plekken bezoeken. Het wordt sowieso fantastisch.

Herfst 18

Een paar euro

18.00 uur. Tankstation langs de Kempische Steenweg in Hasselt. Ik heb getankt en wil betalen. Een magere, onrustige vrouw met een blonde paardenstaart staat voor me.

“Bedankt hè, saluukes.”
“Mevrouw, u heeft niet betaald. Onvoldoende saldo.”
“Djuh, nee toch, dat is niet mogelijk.”
“Jawel mevrouw, kijkt u maar.”
“Ah ja, laat u dit lot dan maar weg.”

De mevrouw pint opnieuw.

“Nog steeds onvoldoende saldo.”
“Ah ja, ik heb vanmiddag op het werk iets te drinken gekocht, dat zal het zijn. Laat u het pakje kauwgom dan ook maar weg.”

De mevrouw pint opnieuw.

“Mevrouw, dit gaat niet goed. We kunnen niet bezig blijven.”
“Jawel, laat dat wedformulier dan ook weg. Ik houd alleen het kraslotje.”
“Echt waar?”
“Ja, nu gaat het lukken, ik weet dat.”

De mevrouw pint opnieuw. Het lukt. Ze vertrekt. En ondanks alles wenst ze de meneer achter de balie een fijne avond.

“Jaja, u ook”, mompelt de meneer. Hij rolt eerst met zijn ogen en laat zijn hoofd vervolgens theatraal op de balie rusten. Daarna spreidt hij zijn handen ten hemel. “Dat is toch niet normaal. Het ging om een paar euro!” Hij is even stil, terwijl ik mijn pincode intoets. Daarna zegt hij “Sorry voor het wachten.”

“Ik had geen haast”, antwoord ik bedremmeld.

Ik dacht dat ik een financiële rotdag had, door een groot bedrag dat met spoed richting Belastingdienst moest (eerste brief gemist of nooit gekregen, dat laat ik in het midden). Ik had het bedrag niet op mijn lopende rekening staan en moest bij de leuke jongen uit de trein aankloppen. Daar baalde ik van, want ik wil zo graag “zelfstandig” zijn.

Nu had ik geen medelijden meer met mezelf, maar met de blonde mevrouw. Met een leeg gevoel en een volle tank reed ik naar huis.

 

 

 

Ik vergeet van alles

Vergeten

We sloten de vakantie af met vrienden in de kroeg gevolgd door belachelijk veel sushi thuis voor de televisie. Perfect dus. We begonnen de eerste werkweek met lange dagen en een tikkeltje stress. In mijn geval ongeveer 150 ongelezen e-mails en twee deadlines op de eerste vrijdag. Dat ging best goed. E-mails beantwoord waar nog nodig, deadlines gehaald, facturen gestuurd en nieuwe opdrachten ingepland voor de komende weken. Maar ondertussen is mijn hoofd sinds die eerste maandag een zeef voor alle dingen die niet 100% werkgerelateerd zijn. Het is nu dag twee van week twee en er komt nog geen verbetering in.

Precies een week geleden, stond ik voor de pinautomaat en moest ik serieus lang nadenken voor mijn code me te binnen schoot. En alsnog toetste ik eerst de code in van de pinpas die in mijn portemonnee zat en niet van de pinpas in het apparaat. Zaterdag wist ik zeker dat ik mijn zonnebril bij me had voor een dagje winkelen in Hasselt. Maar die lag nog op de keukentafel. Gisteren wist ik zeker dat ik mijn telefoonoplader in mijn tas had gedaan. Ook die bleek nog op tafel te liggen. Bovendien ging ik een koffie afrekenen die ik al had betaald. En vanmorgen ontdekte ik dat ik in plaats van mijn pieper, mijn mapje met pasjes op mijn nachtkastje had liggen. Ik zou het ding wel gehoord hebben, want daar gaat ie hard genoeg voor, maar toch…

Nog even en mijn sleutels liggen in de koelkast en de kaas in de boekenkast. Iemand een verklaring waar mijn zeefhoofd vandaan komt? Hebben jullie ook wel eens vergeetachtige periodes? En wat helpt? Ik word langzaam gek van mezelf.

Ik hartje eten

Toen ik werd geboren, woog ik nog geen twee kilo. Ik was twee maanden te vroeg, kwetsbaar en nog niet helemaal af. Ik werd bijgevoederd door mijn neus. Binnen een jaar ‘lag ik op schema’ en sinds de laatste klas van de basisschool hoor ik bij de dikste helft. De oorzaak was nooit weinig beweging (buitenspelen, fietsen, turnen, zwemmen, dansen, fitness, badmintonnen…), maar altijd te veel eten.

Wat smerig was, werd lekker

Dat ik graag eet, is een understatement. Zoet, hartig of een combinatie van de twee. Het is niet zo dat ik vanaf het begin een alleseter ben, maar wel een veeleter. Sommige producten heb ik leren waarderen. Als kind lustte ik geen kaas en geen champignons, twee ingrediënten die ik nu in bijna ieder gerecht stop. Erwten uit blik of pot, zeker als daar ook worteltjes bij zaten, vond ik niet te hachelen. Mijn eerste kop koffie vond ik smerig, net als mijn eerste glas bier. Soms heb ik wel eens spijt dat ik heb doorgezet…

Proberen

Ik ben nooit bang voor eerste keren. En ben ik ‘elders’, dan pas ik me aan lokale gebruiken aan. Gefrituurde insecten, gefermenteerde groenten, gekookte muskusrat, gegrilde kippenpoot (en dan bedoel ik echt de poot en niet het vlees) en huisgestookte palmwijn. Ik proef bijna alles. Al is het soms met mijn ogen dicht. Kluiven, pulken, alleen de rechterhand gebruiken, ik vind het allemaal prima.

Vetrandjes

Er zijn een aantal dingen die ik liever niet (meer) in mijn hoofd stop. Omdat mijn toenmalige baas op een duur etentje trakteerde, proefde ik ooit foie gras. Vies! En wegens zielig voor de beestjes, hoef ik het ook niet te leren eten. Oesters blijven voor mij happen zeewater met glibber. En wegens belachelijk duur, hoef ik die ook niet te leren eten. Aan schapenvlees hoort geen huid meer te zitten. Geitenvlees is alleen te doen als het bijna van het bot valt. Vetrandjes aan koteletten, of aan boterhammenvlees, daar blijf ik van gruwelen.

Staart

Op de foto bij deze blog staat een van de smerigste dingen die ik ooit at. De saus ging nog wel, maar het vlees dat aan deze staart zat, kokhalzen, brrrrr.

Benin_staartBen jij een avontuurlijke eter? Wat lust je echt niet? Wat zou je nooit proberen en waar ben je juist heel benieuwd naar?

 

Dwalen door Lille

Nee, deze blog is niet gesponsord door de stad in kwestie, evenmin als mijn blogs over Brussel of Parijs. Ik heb gewoon een zéér grote liefde voor steden waar ik Frans mag praten, waar de historie van de kasseien ketst, waar het wemelt van de boekwinkels, waar niet alles is schoongepoetst en waar zoet, hartig en alle soorten drank goed vertegenwoordigd zijn. Daarom togen we naar Lille. En omdat ik niet zo goed ben in de hele vakantie thuisblijven. De leuke jongen uit de trein vindt het gelukkig prima, zo lang we volgend jaar maar naar ‘zijn’ stad Vancouver gaan.

Lille_1

Een beetje geschiedenis

Lille heeft een rijke en bewogen geschiedenis, voor het eerst op schrift genoemd in 1066. Vanwege de ligging tussen Antwerpen, Londen en Parijs werd het snel een belangrijke handelsstad waar de rijken der aarde graag hun gezicht lieten zien. De stad kreeg het zwaar te verduren in beide Wereldoorlogen en kreeg nog eens op zijn kop toen de mijnbouw, textielindustrie en staalindustrie onderuit gingen. Maar door in te zetten op de dienstensector, inclusief het toerisme, ziet het er weer zonnig uit.

Katten en bedelaars

Die zon hadden we sowieso mee op reis, wat alles nóg beter maakte. We logeerden in een buitenwijk met veel hoogbouw, maar er stonden geen saaie flats. De gevels hadden knallende kleuren en veel balkons hadden mooie houten balustrades. Tussen de flats veel groen en heel veel katten. Zodra wij een voet op ons terras zetten, kwamen nieuwsgierige miauwerds kopjes geven. Overal in de wijk stonden bakjes met brokken en bakjes met water. Een pijnlijk contrast met de vele bedelaars langs de grote weg. Moeders met kinderwagens klopten op de ramen van de auto’s voor het stoplicht en ook kinderen waarvan de ouders nergens te bekken waren, maakten kommetjes van hun handen en trokken grote vraagogen. Zij kregen niets.

Lille_4

Schoonheid

De oude stad, Vieux Lille, is prachtig. Rijkversierde gevels met meer ornamenten dan je in één oogopslag kunt zien. Hoe dichterbij je komt, hoe meer je ontdekt. Zoals charmante houten luiken en indrukwekkende houten deuren met leeuwenkoppen en complexe motieven. Beelden in nissen, inscripties in gevelstenen. La Place du Général de Gaulle, meestal Grand Place genoemd, heeft dezelfde uitstraling als de Grote Markt in Brussel of in Leuven. Sowieso doet de stad heel Belgisch aan. Iedere kroeg schenkt vele Belgische bieren en in de eetcafés staan ‘potjevleesch’ en ‘waterzoï’ op de kaart. Die eetcafés lieten we grotendeels links liggen, want we kozen een avond voor Marokkaans, een avond voor West-Afrikaans en een avond voor thuis op de bank met een zelf samengestelde vlees- en kaasplank.

Schone kunsten

Bij het Palais des Beaux Arts vonden we een portemonnee van een Nederlands meisje. Haar hele leven zat erin, van rijbewijs en autopapieren tot bankpassen, spaarkaarten en identiteitsbewijs. Na wat speurwerk van de leuke jongen uit de trein kreeg hij haar via haar werkplek in Nederland te pakken. In de bijzondere hal van het Palais troffen we elkaar. Ze had haar spullen nog niet gemist, dus ook nog niets geblokkeerd en dankzij ons ging ze haar bus naar Ieper ook nog halen. Wat een mazzel. Ze raadde ons aan vooral de schilderijen te bekijken. Dat deden we. Het waren er veel, ontelbaar veel. Soms twee of drie stuks boven elkaar. De belichting was helaas matig, waardoor we telkens de juiste hoek moesten zoeken om te zien wat op de doeken stond. Na twee uur struinen, begon langzaam kortsluiting te ontstaan door de hoeveelheid kunstwerken. Of zoals de leuke jongen uit de trein het verwoordde: “Error, error, system overload.”

Lille_2

La Gare Saint Sauveur

Eerder die dag liepen we binnen bij La Gare Saint Sauveur. Een eigenzinnig cultureel centrum met een leuke sfeer in en rondom een voormalig station. Een deel van de sporen ligt er nog en de industriële stalen en betonnen constructies van het gebouw zijn goed zichtbaar. Hier kun je met Lego bouwen aan de stad van de toekomst, wandelen door de biologische tuin, naar de film, naar concerten en naar telkens andere tentoonstellingen. Toen wij er waren, was dat een (gratis!) fototentoonstelling over wielrennen en de Olympische Spelen. Er liep super vriendelijk personeel rond, dat graag tekst en uitleg gaf bij het gebouw en de foto’s en ook tonnen geduldige aandacht besteedde aan de vele schoolklassen die binnenkwamen. Op de foto “zie” je het wereldrecord hoogspringen. Het stationsrestaurant met de vrolijk gekleurde stoelen waar we rond lunchtijd de laatste tafel wisten te bemachtigen, is een aanrader. Ik had beurre blanc aux fruits de la passion bij mijn gebakken zalm. Mjam.

Lille_3

Nog zo veel te zien

We zagen nog veel meer, zoals het gigantische winkelcentrum Euralille (niets gekocht, behalve bij de Carrefour), de Porte de Paris in het midden van een rotonde en het stadhuis met zijn enorme toren. We zagen ook heel veel niet. Lille heet Lille omdat het op een eiland in de rivier Deule ligt. We hebben die hele rivier niet gezien, evenmin als de haven, die bij de grootste binnenhavens van Frankrijk blijkt te horen. We liepen langs het fotogenieke beursgebouw, maar sloegen het kleurrijke binnenplein over waar regelmatig boekmarkten zijn, schaak wordt gespeeld en tango gedanst. We negeerden het grote park rondom de citadel en we misten de markante marmeren voorgevel van de Notre Dame de la Treille, wat bijna knap is.  Omdat we ons al ongans hadden gekocht bij de reusachtige Carrefour, sloegen we de veel authentiekere Halles de Wazemmes over. Geen van de fonteinen was in werking en de voorgevel van het Palais stond in de steigers.

Hè wat vervelend, nu moeten we nog een keer terug!

Bedankt dat je er was

G was een goede vriend van mijn papa. Ze ontmoetten elkaar op school, waar mijn papa les gaf en hij les kwam geven. Ze waren niet lang collega’s, maar bleven wel altijd vrienden. Ze deelden de liefde voor geschiedenis (en hoe het toch kan dat we maar niet van het verleden leren), muziek, kamperen, vuur (in vuurkorf of open haard), bier en sigaretten. Op andere vlakken waren ze het hartgrondig met elkaar oneens, maar daar kon altijd over gediscussieerd worden. Al veranderden beiden nooit van standpunt.

Als begroeting kusten ze elkaar op de mond. Hun warme begroeting klopte, paste precies in het plaatje. Twee mannen die het niet altijd gemakkelijk hadden met het leven, maar er toch veel van genoten en zich nergens voor schaamden. Wat de buitenwereld dacht, moest die buitenwereld lekker zelf weten.

Mijn papa leerde mij om sociaal te zijn, een eigen mening te hebben en te doen wat ik leuk vind. Ik vermoed dat dat ook ongeveer de dingen zijn die G aan zijn dochter leerde. Een stoere en heldhaftige dochter die gisteren prachtige toespraken hield en een glas Westmalle hief op haar markante, gekke, gepassioneerde, welbespraakte papa.

G legde als afscheid van mijn papa een rode roos bij hem neer. Een verwijzing naar de trouw van mijn papa aan de PvdA? In ieder geval een eerbetoon. Gisteren was G’s afscheid en mijn papa was er niet om hem uit te zwaaien.

Ik weet dat het niet zo is, maar toch zie ik ze samen zitten daarboven. Glimmend van trots op hun dochters die het toch maar mooi voor elkaar hebben. Pilsje in de hand, sigaret in de mondhoek en af en toe de ogen dicht om goed naar de muziek te kunnen luisteren.

De leuke jongen uit de trein en ik dronken na afloop van de bijzonder afscheidsdienst in het Museum aan het Vrijthof een pilsje bij Café de Poort. Ik had eigenlijk zin in koffie, maar G en papa zouden het niet anders gewild hebben. En wat smaakte het goed. Proost, op de papa’s!

Op papa's

 

Kaartenhuizen

kaartenhuis-blog.pngVervelende incidenten met werkgevers die gouden bergen beloofden maar hun afspraken niet nakwamen, hebben mij veel mensenkennis opgeleverd. Collega’s die met zo’n soort baas de beste positie hadden zonder hard te werken, waren eveneens een eye opener. Ook positieve gebeurtenissen waarbij vage kennissen in goede vrienden veranderden, leerden mij veel. Bepaalde karaktertrekken en denkwijzen heb ik tegenwoordig snel in de gaten en mijn eerste indruk van iemand, blijkt vaak juist.

Voor de buitenwereld

Maar soms laat ik me blijkbaar voor de gek houden door het picture perfect life dat vrienden delen via social media en tijdens etentjes en feestjes. Zonder dat ik ooit een barstje zag, gaan twee stellen uit elkaar. Koppels waarvan ik beide ‘helften’ een beetje dacht te kennen. Partners die in mijn beleving voor elkaar waren gemaakt. Gezellige mensen die het leven vierden op festivals en in restaurants, op verre vakanties en in de kroeg om de hoek. Levensgenieters waarover ik regelmatig tegen de leuke jongen uit de trein zei: ‘zo tof wat die twee allemaal doen’.

Bij elkaar horen

Ik vind het verschrikkelijk voor de ‘scheiders’ en hun kinderen. Ik sla armen om schouders, bied schouders om op te huilen en een huis om in te schuilen. Ik deel zakdoekjes uit zo lang de voorraad strekt en geef advies of houd juist mijn mond. Zoals dat in de bepalingen van het vriendschapscontract is vastgelegd.

Maar ik ben me dus ook rotgeschrokken. In mijn hoofd wonen nog een paar koppels die bij elkaar horen zoals krant & ontbijt, gin & tonic, rijstepap & kaneel. Het zal toch niet dat zij ook ineens gaan scheiden?

Hoezo liggen?

Waarom heet het eigenlijk in scheiding liggen? Omdat je leven op dat moment overhoop ligt? Maar ook in dat tweede geval vraag ik me af waarom we het woord liggen gebruiken. Misschien omdat de betrokken het liefst in bed gaan liggen met de deken over hun hoofd?

 

13 dingen die ik leerde voor mijn 38e

Verjaardag

Vandaag word ik 38. Een leeftijd waarvan ik zo ongeveer tot mijn 25e dacht dacht dat ik dan ‘alles voor elkaar zou hebben’. Dikke baan, stationwagen, labrador en tuinkabouter, maar dan anders. Ik heb niet alles voor elkaar. En dat geeft niet.

Er vielen bijzonder veel dingen op hun plek de afgelopen jaren. Ik stopte met alle bijgeneuzel in loondienst en heb daar nog geen seconde spijt van gehad. Ik houd van mijn werk en heb de leukste en trouwste klanten ter wereld. Ik geniet meer en moet minder. Ik heb het leven nog lang niet onder de knie, ben een klager van nature, maar ik leerde in de afgelopen 38 jaar toch best al veel:

  1. Het leven is te kort om te strijken (als de leuke jongen uit de trein niet zou strijken, zou ik altijd ietwat gekreukt de deur uitgaan), groenten in gelijke blokjes of reepjes te snijden, bloem of meel eerst te zeven, een kapsel te hebben dat elke ochtend meer dan twee minuten werk kost, dag- én nachtcrème te gebruiken, mijn benen te scheren in de winter.
  2. Hoe ik me kleed, bepaalt voor een deel hoe ik me voel. En er is een jurkje dat altijd complimenten oplevert.
  3. Een diploma stelt veel minder voor dan wat leraren en ouders ons vroeger wijsmaakten. Dat ik ineens besloot een master te gaan doen, voegde heel veel toe aan mijn leven. Ik leerde bijzondere mensen kennen en ik leerde om beter te leren. Maar het diploma zelf bracht me bijzonder weinig, behalve de opmerking “jij wilt deze baan niet echt, want je hebt universiteit gedaan.”
  4. Het is nooit te laat om ergens mee te beginnen. Een leven lang leren en altijd nieuwsgierig zijn, ik ben daar een voorstander van.
  5. Als een zin begint met “ik wil niet zeuren, maar…” of “als het mijn huis was…” dan volgt er altijd een hoop gezeur. Vermoeiend, zeker als ik zelf heel blij ben met waar die ander commentaar op heeft.
  6. Vrienden zijn onmisbaar. Echte vrienden, mensen die van me houden inclusief mijn complete rariteitenkabinet dat ik uitgebreid aan ze tentoonstel, zijn zeldzaam. Ik heb er een paar gevonden die ik koester, sommige vond ik al een heel leven geleden. Ik raakte gaandeweg ook een aantal vrienden kwijt, sommige verdwenen totaal onverwacht. Reden onbekend. Dat knaagt nog wel eens, maar ik lig er niet meer wakker van.
  7. Het gaat om de kleine dingen. Oh wat was (en ben) ik blij met de grote-mensen-dingen zoals geld op mijn spaarrekening, ons koophuis, onze auto en onze vakanties, maar uiteindelijk zijn het de mooie gesprekken, de welgemeende complimenten, de onverwacht mooie zonsondergangen en de ‘koekjes om de hoekjes’ die het leven extra mooi maken.
  8. Doe je werk graag of ga iets anders doen. Mensen die al jaren met tegenzin naar hun werk gaan, omdat ze blij zijn met de zekerheid, of omdat ze veel geld verdienen, ik ken ze en ik begrijp ze niet. Met werken ben je enorm veel tijd kwijt, dus je kunt er potverdorie maar beter voor zorgen dat je je werk leuk, uitdagend en zinvol vindt. Nee een functie die alleen maar leuk is, bestaat niet, maar met buikpijn naar je werk gaan, is echt niet de bedoeling.
  9. Ik pieker altijd over het verkeerde. Dat waar ik me het meeste zorgen over maak (vaak een telefoontje, ik háát bellen) blijkt altijd mee te vallen, terwijl dingen die ik totaal niet aan zag komen voor ellende kunnen zorgen. Piekeren is tijdverlies. Wat ab-so-luut niet wil zeggen dat ik nooit meer pieker. Was het maar waar.
  10. Ouder worden is confronterend, maar het alternatief is nog veel erger: niet ouder worden. Veel mensen die ik graag zie, zijn inmiddels ouder dan mijn papa is geworden. Ieder jaar erbij moet gevierd worden. Dus vandaag zijn er mensen en is er taart.
  11. Een relatie verandert me. Hoe hard ik ook roep dat het niet zo is. Er zijn tig dingen die ik anders zou doen als ik geen relatie met de leuke jongen uit de trein zou hebben. Er zijn ook tig dingen die ik vaker zou doen, zoals reizen, wandelen, kamperen. En toch vind ik het niet negatief dat ik me aanpas. Dat doet hij natuurlijk ook. Wij zijn elkaar graag en wij komen goed overeen.
  12. Ik maak de cirkel nooit rond. Ik ben een uitstekende beginner. Ik begin aan alles, maar alleen de ‘grote dingen’ maak ik uiteindelijk af (mijn studies bijvoorbeeld en mijn rijbewijs, uitgesmeerd over twee jaar vier theorie-examens en drie praktijkexamens). Huishoudelijke taken, thuisstudies, blogs waarvoor ik eerst research moet doen, zakelijke Facebook-berichten, administratie, daar begin ik vooral aan. Het zou een hoop geestelijke bagage schelen als ik zaken één voor één zou afhandelen in plaats van tegelijk. Zodat poetsen niet bestaat uit eerst stoffen, dan de krant lezen, dan de deurmatten uitkloppen, dan een kop koffie zetten en dan stofzuigen. Om maar een voorbeeld te noemen. Zodat die € 250 die ik betaalde voor die InDesign-cursus zou resulteren in enige ‘design skills’.
  13. Reizen maakt gelukkig. Hier kwam ik 30 jaar geleden al achter, als het niet nog eerder was. Onderweg zijn, uit je routine stappen, andere culturen zien, nieuwe mensen ontmoeten… Van reizen krijg ik inspiratie en reizen helpt me relativeren. Reizen helpt me ook vaak beseffen hoe goed ik het heb. Overal wonen leuke mensen en ik kan overal heen. Hoe mooi is dat.

Ik had eigenlijk 38 dingen die ik leerde voor mijn 38e willen schrijven, maar de inspiratie was op. Of vergeet ik iets? Welke levenslessen leerde jij?

38

Brief aan mijn nichtje #18

Lieve dondersteen,

Jij doet op dit moment wat je het liefste doet. Kamperen met je mama. Van de ene camping met zwembad naar de andere. En als je mama wel eens naar iets anders wil kijken dan dor gras en gespetter, bezoeken jullie een stad. Waar altijd een terras aan te pas komt en een ijsje. Of een bossche bol, in het geval van Den Bosch.

Terwijl jij de tijd van je leven hebt, ging het neefje van vriendin I dood. Na maanden in het ziekenhuis was zijn kleine lijfje op. Hij werd maar drie jaar. Met tranen in mijn ogen dacht ik aan zijn familie. Daarna dacht ik meteen aan jou en hoeveel levens een onherstelbare deuk op zouden lopen als jij ernstig ziek zou worden. Wrakhout zouden we zijn.

En dan kijk ik naar het filmpje dat je mama stuurde. ‘We gingen eigenlijk tandenpoetsen’, staat erbij. Jij rent en glijdt in volle vaart over een springkussenachtige waterglijbaan met een lach van oor tot oor. Zo moet het leven zijn. Voor alle kinderen.

Blijf nog maar even lekker op vakantie.
Liefs,
Tante Lieke