Op dit moment #15

Toen ik nog iedere dag ging wandelen…

Vijf weken geleden zei mijn kuitbeen ‘krak’. Een bot breken, daar heb je lang plezier van, weet ik inmiddels. Het gips is vijf dagen geleden met een dremel en een hoop daadkracht verwijderd, maar lopen zonder krukken gaat nog voor geen meter.

Ik word blij van: alle hulp die ik krijg. Tegelijkertijd word ik er verdrietig van, omdat ik zo veel hulp nodig heb.
Ik word blij van fantastische vriendjes en vriendinnetjes die mij in de afgelopen tijd regelmatig bezochten of “ontvoerden” en me tot aan een terras reden om vervolgens te lunchen of te borrelen. Ze brachten ons zelfgemaakte smakelijkheden, boeken en bloemen. Ze deden boodschappen, stuurden kaartjes, appten en belden.
Ook mijn zusje heeft me een keer ontvoerd op een moment dat ik héél erg toe was aan het verlaten van ons huis. En mijn mama komt wekelijks kijken hoe het met me gaat.
Ik word blij van fantastische schoonouders die ieder weekend komen poetsen en de vieze was mee naar huis nemen. Nadat ik mijn been brak, waren ze sneller uitgerukt dan de brandweer. Ze geven de planten water en vegen de tuin. Ze spreken me bemoedigend toe en herhalen telkens dat ze alles wat ze doen heel graag voor ons doen. Ze zeggen heel hard “dat had toch niet gehoeven”, als we ze een kaartje of een bos bloemen sturen. Terwijl ze veel meer verdienen dan dat, een standbeeld bijvoorbeeld.
Ik word blij van de leuke jongen uit de trein. Hij kan al eens diep zuchten als ik hem weer vraag om iets voor me te pakken terwijl hij net is gaan zitten, maar hij zorgt met veel liefde en geduld voor me. Hij moedigt me aan, houdt in de gaten of ik mijn oefeningen wel doe, en houdt me tegen als ik te veel wil doen (met één kruk lopen in plaats van twee). Hij geeft me een knuffel als ik dat nodig heb en droogt mijn tranen als ik uit frustratie zit te janken. Voordat hij de deur uitgaat, controleert hij minstens drie keer of hij me wel alleen kan laten. Hoe lief is dat? Ik ben dankbaar dat ik samen ben met iemand die de gratie heeft om mijn shitloads aan onhandigheden door de vingers te zien in de naam der liefde. Althans, meestal. Soms krijg ik een doorwrochte preek en een oogrol. Meestal terecht.
Ik word blij van fantastische collega’s die het gezellig vinden als ik op kantoor ben en me daarom ophalen en thuisbrengen. Ze zorgen dat er altijd een gevulde kop koffie op mijn bureau staat en dragen mijn tas. Ze houden deuren voor me open en schuiven een tweede stoel onder mijn ‘puddingpoot’. Ze grappen dat ik door moet lopen en er als een prinses bij zit en dan kan ik alleen maar lachen. Fijne mensen.

Ik word verdrietig van: hoe verschrikkelijk we in deze wereld met elkaar omgaan. Het gescheld op social media. Het geroeptoeter dat we niet meer in een rechtstaat leven. Onze regering die zichzelf op de borst klopt nu we toch wel 100 mensen (ja MENSEN) uit Griekenland naar Nederland halen. Waar 100 andere mensen die zijn gevlucht voor onderdrukking of geweld de dupe van worden. Influencers met slechts een paar hersencellen die roepen dat ze ‘niet meer meedoen’. Mensen die steen en been klagen over hoe de economie naar de klote gaat en onze vrijheid wordt afgepakt. We wonen potverdorie in één van de welvarendste landen van de wereld, dus denk eens na over hoe veel slechter je het had kunnen treffen.

Ik kijk uit naar: lopen op twee benen zonder krukken. Amai, wat kan een mens ergens naar verlangen.

Ik lees: A Gentleman in Moscow van Amor Towles. Aan het begin van het boek wordt graaf Alexander Iljitsj Rostov veroordeeld tot huisarrest in het Metropol Hotel in Moskou. Zijn misdaad? Hij schreef een gedicht. Hij woont op de zolder van het hotel en ontdekt dankzij een super grappig negenjarig meisje dat het hotel veel groter is dan hij dacht. Het is dan 1922 en terwijl de graaf bedenkt in welke toonsoort de veren van zijn bed kraken, passeren revoluties en oorlogen de deur van het legendarische hotel. Heerlijk boek! In vier weken gips las ik overigens nog vier andere boeken. Waaronder een Esther Verhoef en twee Karen Slaughters. Want ja, in tijden van zelfmedelijden werkt niets zo helend als moord en doodslag óf humor.

Ik luister naar: Kink FM, radio 2, Studio Brussel. Ik draai de laatste tijd maar weinig muziek. Deels omdat het zo’n gedoe is om een cd uit het rek te pakken.

Ik kijk naar: La Trêve. Het “avontuur” speelt zich af in het bosrijke Waalse dorpje Heiderfeld. Wanneer de daar opgegroeide inspecteur Yoann Peeters terugkeert naar zijn geboortedorp en nog nauwelijks een doos heeft uitgepakt, wordt hij gevraagd te helpen bij het ophelderen van een moord. De uit Togo afkomstige voetballer Driss Assani wordt gevonden in een rivier. Tijdens de zoektocht naar de dader blijkt dat er heel veel rare snuiters in het dorp wonen, om het zacht uit te drukken. Veel mensen met een voorliefde voor chantage, alcohol en snel geld verdienen spelen een rol in het verhaal. Net als vergiftigde koeien, een in brand gestoken schuur waarbij per ongeluk iemand omkomt, een SM-loods, een broer en een zus die het met elkaar doen en een nazi-museum in iemands slaapkamer… Veel moord en doodslag. Heerlijke serie. Net begonnen aan het tweede seizoen.

Ik werk: twee dagen in de week op kantoor, daar waar die collega’s zo goed voor me zorgen. De andere dagen werk ik thuis. Qua hoeveelheid werk houdt het niet over. Ik ben deze week met drie opdrachten bezig en mag niet klagen, maar zakelijk gezien is 2020 niet om over naar huis te schrijven. Financieel is het een uitdaging om in de zwarte cijfers te blijven, ook vanwege mijn medische kosten. Natuurlijk had ik mijn eigen risico op maximaal staan, ‘want ik heb nooit wat’… Maar zoals ik hierboven ook al eens schreef, ik had het vele malen slechter kunnen treffen.
Ik houd van mijn werk, maak veel leuke dingen mee en ontmoet bijzondere mensen. De onderwerpen gaan nog steeds all over the place. Deze week schreef ik voor het eerst voor de uitvaartsector. En vorige week belde een klant. “In 2017 schreef jij onze webteksten en daar waren we heel tevreden over. Heb je zin en tijd om een folder en een nieuwsbrief voor ons te maken?” Terugkerende klanten, daar word ik blij van.

Hoe is het met jou? Wat lees en luister je? Waar word je blij van?

Pannenkoeken bakken op krukken. Dan zijn ze extra lekker!

“Gaat dat wel op slippers?”

“Gaat dat wel op slippers?”

De leuke jongen uit de trein was nog niet bij het einde van zijn vraag, of ik lag al op de grond.

We sliepen uit. Zagen dat de zon scheen. Pakten onze badlakens en wat te eten en drinken. Stapten in de auto. Togen naar het zwembad in Gulpen. Genoten van prachtig weer en ijskoud water. Aten een ijsje. Bespraken de plannen voor de rest van onze vakantie.

Rond 17.30 uur pakten we ons boeltje bij elkaar en verlieten het zwembad. Door het draaihek aan de zijkant wurmden we ons naar buiten. “Hee, kijk, perfect, de auto staat recht voor de uitgang.” En in plaats van braaf om te lopen naar het begin van de parkeerplaats namen we het grashellinkje naar beneden.

Eén voet bleef staan achter een graspol. De rest van mijn lijf viel een andere kant op. En ik voelde meteen dat het mis was.

Ik kan wel wat hebben qua pijn, maar dit keer stonden de tranen meteen in mijn ogen. (Er zijn legendarische verhalen over mijn pijngrens. Zoals die keer dat ik met een lelijke snee in mijn been thuiskwam en mijn moeder vroeg wanneer dat gebeurd was. Dat was dus een paar uur daarvoor, toen ik mijn been open haalde aan een roestige spijker. Maar ik had geen kik gegeven, vroeg een vriendje om een pleister en ging door met spelen. Daardoor is het wel een bijzonder lelijk litteken geworden…).

De leuke jongen uit de trein zag mij wit wegtrekken en verloor langzaam de hoop dat ik ‘slechts’ mijn enkel had verstuikt. Uren later bij de eerste hulp kwam de bevestiging dat de vakantie compleet om zeep was: “Dat is stuk.”

De vrouw die mijn botten had gefotografeerd, was een vrouw van weinig woorden.

Aan onze drie weken vakantie hoeven we ook niet veel woorden vuil te maken.

De vakantie begon en eindigde op woensdag 19 augustus.

Hoe dan?

Ze viel nog net niet van haar stoel. Keek me met grote ogen aan. Trok een wenkbrauw op. “Hoe dan?”

De zin die ik daarvoor uitsprak was “Fijn om mijn laatste dag als dertiger met jullie door te brengen.” De oudere collega naast mij was daar niet zo van onder de indruk. De jongere collega tegenover mij had een paar minuten nodig om bij te komen van haar verbazing.

Mijn grote ego vatte dat uiteraard op als een compliment. Ze had me minstens vijf jaar jonger geschat. ‘Ik zie er dus nog goed uit’, dacht ik tevreden. Maar stiekem, stiekem kan het ook door mijn gedrag komen dat ze me jonger inschatte…

Op mijn nieuwe werkplek ben ik namelijk geen toonbeeld van volwassenheid. Ik was er al mijn autosleutel kwijt, kwam er al met de verkeerde laptop aanzetten (die van mezelf in plaats van die van het bedrijf) en verdwaalde in de kelder op weg naar het archief, terwijl ik er die ochtend ook al eens was geweest.

Hoe dan? is dus best een goede vraag. Ik stel hem regelmatig aan mezelf.

Was het niet gisteren. Dat ik aankwam hier. Pas achttien jaar jong?
– Acda & De Munnik, Als het vuur gedoofd is.

Waarom een afwijzing de juiste uitkomst was

Ineens kwam mijn droombaan voorbij. De baan die ik zocht toen ik in 2010 terugkwam uit Brussel. Een functie die destijds na het schrijven van zo’n 300 sollicitatiebrieven nog steeds niet binnen handbereik was. Dus deed ik frustrerend callcenterwerk (“een plus is hetzelfde als twee nullen!”), werd ik onderbetaald en ondergewaardeerd bij een hobbygroothandel, schoot ik voortdurend in de verdediging bij de klantenservice van de Bijenkorf en plande ik vanuit WML afspraken voor het plaatsen van nieuwe watermeters waar niemand op zat te wachten.

Pas halverwege 2016 besloot ik te stoppen met zoeken naar een baan in loondienst en vanaf 1 januari 2017 stortte ik me volledig op mijn eigen bedrijf. Met succes, want vrijwel direct had ik genoeg (interessante, leerzame) opdrachten om voltijds te werken en daarnaast nog leuke dingen te doen.

Dus maakte ik me geen zorgen toen ik in februari hoorde dat ik per 1 april mijn vaste 16 uur per week in Hasselt kwijt zou raken. Een beetje netwerken, een oproepje op social media en dan zou ik de gaten wel weer vullen met ander schrijfwerk.

Maar wat een voorjaar vol verslaggeving van evenementen leek te worden, veranderde in sappelen en schrappen. Evenementen gingen niet door en corona was voor veel klanten een reden om zo veel mogelijk redactiewerk door hun medewerkers in loondienst te laten doen. Ik maakte me nog steeds geen zorgen, maar ik verveelde me, liep met mijn ziel onder de arm, zat mezelf in de weg.

En toen kwam dus die droombaan voorbij. Een hele brede communicatiefunctie op een hoofdkantoor van een internationaal opererend bedrijf. Schrijven, adviseren en redigeren. Verschillende talen spreken. Rekening houden met cultuurverschillen. Ik solliciteerde, had een eerste gesprek en hoorde prompt dat ik bij de laatste twee kandidaten zat.

Mijn hoofd sloeg op hol. Stel dat ik het zou worden? Wat moest ik dan met mijn eigen bedrijf? Combineren zou haast onmogelijk zijn. Ik maakte lijstjes met plussen en minnen, praatte met de leuke jongen uit de trein en een paar vriendinnen, werd onrustig… en ging het tweede gesprek in. Ik voelde me opgefokt, maar voerde een leuk en ontspannen gesprek. Wat niet bijdroeg aan de chaos in mijn hoofd. Wat ging ik doen als de keuze op mij viel? De volgende dag zou ik iets horen. Maar in plaats van op vrijdag kwam het verlossende antwoord pas op dinsdag. Het was blijkbaar moeilijk kiezen tussen de twee kandidaten.

Ik werd het niet. En de opluchting was groot.

Een week later kwamen drie nieuwe opdrachten binnen.

 

Grote leiders

pexels-photo-3851253.jpeg

Foto door Pressmaster op Pexels.com

Toen ik dacht dat corona nog een griep was, schreef ik dat ik steeds minder begrijp van de wereld. Corona bleek iets heftiger huis te houden dan de griep, maar verder denk ik nog steeds wat ik toen dacht: het geld regeert, macht corrumpeert, vluchtelingen hebben het nakijken en solidariteit is vaak ver te zoeken.

Besturen in crisistijd is natuurlijk ongelofelijk lastig. Ik zou niet in de schoenen van onze bestuurders willen staan, zelfs niet in de mooie exemplaren van Hugo de Jonge. Maar onze bestuurders worden wel betaald om beleid te (laten) maken waar zoveel mogelijk mensen bij gebaat zijn én om dat beleid ook nog eens goed uit te (laten) leggen.

Het is crisis en daar horen maatregelen bij. Die blijkbaar niet altijd duidelijk of logisch hoeven te zijn. Daadkracht, daar gaat het om!

Dus blijft het voor de meeste mensen een raadsel of je nu wel of niet ergens met drie of meer mensen mag zijn met anderhalve meter ertussen.

Dus kwam er staatssteun. Wat natuurlijk super fijn is. Maar ook bedrijven die de belasting ontwijken en die dus nauwelijks een bijdrage aan Nederland leveren, hebben er recht op.

Dus moeten we in het ov sinds een paar dagen een mondkapje dragen. Maar wel een exemplaar dat gegarandeerd niet werkt. Goede mondkapjes zijn namelijk voor de zorg (helaas waren ze niet op tijd beschikbaar voor alle zorgmedewerkers).

Dus moest er een corona-app komen. De eerste poging om zo’n ‘track and trace systeem’ van de grond te krijgen, strandde in chaos. Na een extreem korte bouwtijd bleek geen van de zeven kandidaat-apps aan de eisen te voldoen.

Dus moeten we allemaal genoegen nemen met vouchers. Vooral ook van KLM. Want we zijn niet solidair als we ons geld terug willen. Maar zou het misschien zo kunnen zijn dat we dat geld op dit moment heel hard nodig hebben? Gewoon, om onze vaste lasten te betalen? Oh ja, en het mag ook eigenlijk helemaal niet, zo’n verplichte voucher.

Toch ben ik verschrikkelijk blij dat ik in Nederland woon. Er gaat ook veel goed. En op lokaal niveau is de solidariteit juist heel groot. Veel mensen helpen elkaar. En het was nog nooit zo druk bij de bakker, de slager en de groenteboer. #KoopLokaal

Er zijn tig voorbeelden van landen die er slechter voorstaan. Je kan bijvoorbeeld een “leider” hebben die na een afschuwelijke speech vol oorlogstaal nonchalant een grasveldje oversteekt, minzame glimlach op de lippen, om met een bijbel in de hand op de foto te gaan voor een kerk. Dat grasveldje moet wel even met geweld en pepperspray worden ontdaan van demonstranten. Demonstreren is namelijk alleen een grondrecht als het de grote leider zo uitkomt. Niets wat die man doet, is uit te leggen. En straks wordt hij gewoon herkozen.

Had ik al gezegd dat ik steeds minder snap van de wereld?

 

Op dit moment #14

Het is en blijft een rare tijd. Ik kan er niets anders van maken. Handen wassen bij terugkomst van de winkel is er intussen goed ingesleten. Uiterst links of rechts lopen op de stoep ook. Maar het vele thuis zijn, went niet. Ik wil weg, de hort op, van alles doen. Het maakt soms al niet meer uit wat. De sportschool was vooral leuk omdat vriendin K meeging, maar nu mis ik zelfs het zwoegen op het roeiapparaat. Hoe gaat het met jullie? Kan ik ergens mee helpen, laat het gerust weten.

Blij met: het goede en regelmatige contact met vriendinnen. Ik stuur meer kaartjes en (video)bel vaker dan dat ik in ‘normale tijden’ ooit deed. Ik ben beter op de hoogte van het wel en wee van mijn dierbaren dan ik in lange tijd was. Ik ga af en toe wandelen met vriendinnen en met de leuke jongen uit de trein, al dan niet met een ijsje onderweg. Ik borrel in ‘bevriende tuinen’ waar het makkelijk is om wat afstand te houden. Ik ben heel dankbaar voor mijn vriendschappen. Op Hemelvaartsdag wandelden de leuke jongen uit de trein en ik door mijn jeugd. Bij de camping het bos in, zoals ik dat tussen mijn 7e en 18e honderden keren deed. Het was een heerlijke dag. Volkomen zen zaten we na een steile beklimming op een bankje naar de vogeltjes te luisteren. Het was genieten. Al wandelend kwamen de herinneringen. De ontelbare keren dat ik als kind op de spoorbrug stond te wachten tot er een trein onderdoor reed. Het stuk dennenbos ‘waar Roodkapje door de wolf werd aangesproken’. Die ene wandeling met mijn papa en mijn opa en het volgen van de gele paaltjes. Maar ook zonder herinneringen is het Bunderbos een prachtige plek. Dankjewel dat je met me meeging lief!
Waar ik ook blij mee ben, is het mooie weer. In de tuin de krant lezen omringd door gekwetter en gezoem is ultiem genieten. En bij mooi weer smaken al die ijsjes toch nét een tandje beter. (Maar kom het lekkerste ijs nou van IJsboerderij Catsop, Darq, of Visser? Blijven vergelijken!)

Balen van: hetzelfde euvel als de vorige 13 edities van deze rubriek. Misschien moet ik eens aan een psycholoog vragen waarom wij al tien jaar op stoelen zitten die beschadigd en vaal zijn, niet bij het interieur passen en waarvan we bij lang tafelen pijn krijgen aan onze rug. Hoe het met de tuin zit? Of met het befaamde televisiekastje? Haha…
Maar het grootste baalpunt van dit moment is het gebrek aan werk. Dat ik mijn twee vaste dagen in Hasselt per 1 april kwijt zou raken, wist ik al eerder dan dat ik doorhad dat corona toch geen ‘griepje’ was. Door me aan te melden bij een andere netwerkvereniging en door deel te nemen aan een workshopdag rondom marketing zou ik nieuwe opdrachten binnenhalen, was mijn plan. Maar door corona bleef het netwerken bij één keer en gingen de workshops niet door. Ondertussen gingen ook verschillende opdrachten niet door, zoals schrijven over Koningsdag en over het Bevrijdingsfestival. De gemeente Sittard-Geleen besloot de Stadskrant een tijdje niet uit te geven en toevallig had ik ook nog een lange periode geen pieperdienst voor Chemelot. Het is dus een magere tijd voor Lieke Schrijft. Ik maak me geen zorgen om de toekomst. Ik had gespaard en ik weet zeker dat mijn bedrijf deze broekriem-aanhalen-periode overleeft. Maar ik mis het ontzettend om mensen te interviewen en hun verhalen in een mooie vorm te gieten. Ik mis de vertaling van complexe materie naar heldere tekst. En ik houd er niet van om financieel minder bij te dragen dan de helft.

Uitkijken naar: 1 juni. Terras. Vrienden. Bier. Muziek. De reservering staat!

Actief bezig met: knutselvreugde. Kralen rijgen, draden knopen, knoopjes leggen. Nu ik bij lange na niet fulltime werk, maak ik armbandjes. Die gretig aftrek vinden onder vriendinnen.

Aan het kijken naar: Last Week Tonight, Ink Master, The Blacklist.

Aan het lezen in: tijdschriften. Na het enorm dikke en super spannende boek Echo van Thomas Olde Heuvelt (nogmaals dank voor het opsturen L) moest ik even bijkomen. Dat doe ik door interviews te lezen in Villamedia magazine en Vrij Nederland.

Aan het luisteren naar: Kink, Studio Brussel, Radio 2. De laatste cd die ik in de auto draaide (ik zit overigens nog maar zelden in de auto en dat vind ik één van de voordelen van deze coronatijd) was de cd Halfway Down the Sky van Splender. Een cd die ik ooit kocht nadat iets van de band gehoord had op de luisterpaal in het café van 013. Lang, lang geleden. En nog steeds moet ik grotendeels fonetisch meezingen.

Eiland in de tijd

DSCN3097Vorige week vierden we de 75e verjaardag van mijn schoonpapa. Zonder kussen en knuffels en met de stoelen zo ver uit elkaar als het appartement toeliet. En ineens kwam het binnen. Over een jaar of 20 (mijn mama is van 1953) zijn de leuke jongen uit de trein en ik een soort eiland in de tijd. Of een boom zonder wortels en zonder blaadjes.

Niets meer voor ons en nooit iets na ons.

Hoewel ik er inmiddels min of meer vrede mee heb dat er nooit een kind komt, doet deze gedachte een beetje pijn. Mijn liefde voor lezen, mijn verontwaardiging over onrechtvaardigheid, hoe blij ik word van een wandeling, mijn handschrift, mijn muzieksmaak… Het resultaat van door mijn ouders geplante en gevoede zaadjes. “Straks” kan ik er niet meer met ze over praten en kan ik het ook niet doorgeven aan de volgende generatie.

Als ik geen ouders meer heb, ben ik geen ouder en geen kind. Wat ben ik dan?

 

 

20 in 2020

KoetjesIk knijp in mijn handjes. De leuke jongen uit de trein en ik én de mensen om ons heen zijn nog allemaal gezond. Oké, hier in huis niest de één zijn ogen uit zijn hoofd vanwege hooikoorts en de ander begint aan haar tweede strip codeïne om een irritante kriebelhoest mee te onderdrukken. Maar als dit alles is wat we dit voorjaar oplopen, mogen we ons gelukkig prijzen. Hoe is het met jullie?

In januari maakte ik een lijst met 20 voornemens voor 2020. Verwachtingsvol plakte ik het papier tegen mijn boekenkast. Oh onschuldige tijd. Oh onwetendheid. Halverwege maand 3 kwam een virus om de hoek kijken. Inmiddels is het halverwege maand 4. Hoe sta ik ervoor?

1. Minimaal 20 boeken lezen.
Ik hartje lezen. En toch doe ik het te weinig. Vorig jaar las ik slechts 9 boeken. Een dieptepunt. Nu bezig in boek 4. 20 boeken is nog haalbaar.

2. 1 x per kwartaal een opleiding, training of lezing volgen.
Ik volgde in maart een cursus creatief schrijven en een training crisiscommunicatie. Ik zou ook nog deelnemen aan een evenement rond marketing en klantenbinding. Dat was het eerste evenement in mijn agenda dat wegens corona tot nader order werd uitgesteld. Maar dit voornemen blijft gemakkelijk haalbaar. Lang leve digitale trainingen.

3. Iedere werkdag fruit eten.
Groente, geen probleem. Fruit, een opgave. Je doet me geen plezier met een appel, kiwi of banaan. Als het dan toch moet, liefst meloen of ananas. Wat ik niet het hele jaar eet wegens grote ecologische voetafdruk. Tot nu toe houd ik het goed vol. Dankzij de leuke jongen uit de trein die iedere week naar Yildiz gaat om fruit te halen.

4.  Minimaal 3 fotoboeken maken.
Duizenden foto’s verdwijnen op mijn telefoon en laptop in eeuwige vergetelheid. Terwijl er prachtige beelden tussen zitten, al zeg ik het zelf. Vooral de foto’s die we in Canada maakten, zou ik graag in boekvorm hebben én voor een deel aan de muur. Die foto’s zijn niet verder gekomen dan de geheugenkaart van het fototoestel. Wel maakte ik dit jaar al een fotoboek voor mijn schoonouders van ons uitstapje naar Cochem.

5. Administratie beter bijhouden.
Ik haat administratie. Bonnetjes fotograferen. Kilometers bijhouden. Zakelijke investeringen een beetje over het jaar verdelen… Mijn kilometers zijn keurig bijgewerkt, want sinds half maart ga nergens meer naartoe. Maar mijn facturen zijn alweer onoverzichtelijke stapeltjes en van het voornemen om in het eerste kwartaal een nieuwe printer te kopen, kwam ook al niets terecht.

6. In zee zwemmen.
Ik houd van de zee. Luisteren naar het neerslaan van de golven. Kijken naar de verschillende kleuren blauw, groen en grijs. De zoute geur die zo mooi mixt met de geur van zonnebrandcrème. Ik houd ook van zwemmen. En 1+1=2.

7. De achtertuin (laten) aanleggen.
Ik ben een buitenmens. Mijn koffie smaakt beter aan de tuintafel dan aan de keukentafel. Als ik zaadjes in de grond stop, dorre bladeren verwijder, of planten water geef, dan ontspan ik. Ondanks vele uren noeste arbeid, verdient onze tuin geen schoonheidsprijs. Half rotte coniferen, lelijke grindtegels en zware bielzen overheersen het beeld. Een tuinarchitect maakte een tekening, een hovenier is bezig met een offerte.

8. Televisiemeubel kopen.
Poepsimpel, zou je zeggen. Naar een meubelzaak gaan en afrekenen. Een televisiemeubel was het eerste dat we gingen kopen voor ons nieuwe huis zeiden we tegen elkaar toen ons oude huis in dozen werd gestopt. Vorige week kocht ik een gieter.

9. Af en toe naar de pedicure.
Ik loop veel, meestal braaf op steunzolen, soms op sokken of slippers. Mijn voeten zijn lelijk met veel eelt en een eksteroog. Mijn plan was om in mei voor een behandeling te gaan, want dan hebben we een weekje vrij. Maar de kans bestaat dat de schoonheidssalon dan nog niet open mag.

10. Minimaal 2 dagen met mezelf ‘op uitstap’.
Het lijkt tegenstrijdig voor iemand die graag tussen de mensen is en die nu lichtelijk gek wordt van haar eenzame thuiswerkplek. Ik kan intens genieten van in mijn eentje dwalen door een onbekende stad. Als ik alleen op reis ben, kijk ik beter en blijk ik een groot talent voor bewondering te bezitten.

11. 1 x per kwartaal naar een expositie.
Het nieuwe fotomusuem in Maastricht stond bovenaan mijn verlanglijstje en op de tweede plek stond een terugkeer naar De Pont in Tilburg, waar ik in mijn studententijd als suppoost werkte. Daar kwam nog niets van terecht.

12. 1 van de Nederlandse eilanden bezoeken.
Ik was op Cuba, op Tenerife, op Corsica, op Kreta en op Vancouver Island, maar nog nooit op één van onze eigen eilanden.

13. Vergelijken.
Een hele reeks contracten kan waarschijnlijk beter en goedkoper. Energie, telefoon, woonverzekering, autoverzekering, zorgverzekering. Maar de moeite om prijzen te vergelijken, nam ik nog steeds niet. Laat staan dat ik al ooit overstapte.

14. Iedere maand naar een restaurant waar we niet eerder waren.
Het enige voornemen dat we gezamenlijk maakten. De leuke jongen uit de trein en ik keren telkens terug naar onze favoriete restaurants: Mandalin, Bab Tomas, Thai Ichi en Pet Thai. En als we bleven plakken aan de toog, stond de goddelijke uiensoep van Cabaret Douze of de daghap van Café Forum op het menu. Tijd voor nieuwe avonturen. De teller is vooralsnog blijven steken op 1.

15. Meer tijd en geld naar goede doelen.
Zoals te lezen op mijn zakelijke blog, mag ik ondanks minder werk nog niet klagen. Ik roep voortdurend dat we de welvaart beter moeten verdelen en beter voor de aarde moeten zorgen. Roepen is makkelijk. Dus dit jaar geef ik meer geld aan goede doelen en minder aan ‘brol’.

16. Terug naar 80 kilo.
Begin dit jaar was het pijnlijke punt bereikt dat de grootste maat in de kledingwinkel te klein was. Ik ging aan de slag. Dat ging goed. Toen kwam een virus: zwembad dicht, sportschool dicht, thuis werken. Niet meer fietsen naar kantoor en altijd een goed gevulde koelkast onder handbereik. Gelukkig is na een paar weken snoepen en zwelgen ook in het nieuwe normaal de dalende lijn ingezet.

17. Minimaal 1 schilderij ophangen.
In mijn thuiskantoor staan zes schilderijen op de grond. En nog eens zes van wat kleiner formaat zitten in een doos. Hele mooie schilderijen. Eentje is onlangs nog opgeknapt door mijn mama. Een ander kreeg ik al bij mijn geboorte en hing tot we hier kwamen wonen altijd boven het bed.

18. Naar M in Cobh.
Vriendin M en ik vertrokken een eeuwigheid geleden naar het buitenland. Naar Gent om precies te zijn. Ik keerde terug naar Nederland. Zij trok verder. Eerst naar Wales, toen naar Ierland. Ik bezocht haar in Cardiff en in Cork, maar nog nooit in haar huidige woonplaats Cobh.

19. Meer kaartjes sturen.
Dat lukt heel goed. Ik bestelde begin dit jaar meerdere pakken met kaarten bij Oxfam Novib en deed al heel wat felicitaties en beterschapswensen op de post.

20. Minimaal 1 dag vrijwilligerswerk doen.
Eigenlijk doe ik al vrijwilligerswerk, want mijn schrijfwerk voor Fairtrade Beekdaelen en Fairtrade Heerlen wordt niet vergoed. En de keren dat ik ‘even snel’ iets schrijf voor vrienden of een mede-Werkgebouwer zou je ook als vrijwilligerswerk kunnen zien. Maar dat telt niet. Ik doel meer op paketten uitdelen in de Voedselbank, koffie schenken in het verzorgingshuis en dat soort dingen. Het is er nog niet van gekomen. Wel ging ik al drie keer op pad met handschoenen en een vuilniszak om zwerfafval op te rapen.

Hebben/hadden jullie ook een lijstje? Wat staat daar zoals op? Laat me gerust weten als ik jullie kan helpen bij de uitvoering van jullie voornemens.

 

Mijn eerste coronahuilbui

De dag voor de verhuizing

3 jaar en 1 dag geleden

Vandaag drie jaar geleden verhuisden we naar ons huidige huis. Het kopen van dit huis was één van de betere beslissingen die we tot nu toe namen. En de duurste 😉

Ik houd van dit huis. Van het vrije uitzicht aan de voorkant, de perfecte hangbar in de keuken, het bankje in de voortuin, de unieke lampjes boven de eettafel, de grote drukte in de achtertuin waar het dit voorjaar vol zit met mussen en mezen en waar alle kamers in het insectenhotel bezet zijn. Ik houd ook van de leuke jongen uit de trein waarmee ik dit huis deel.

Nog nooit was ik zo veel thuis als de afgelopen twee weken. En dan blijkt dat al mijn liefde voor het huis en het lief toch niet genoeg zijn om overeind te blijven in deze rare tijd…

Mijn hart breekt als ik ’s morgens de krant lees en ik mezelf toelaat verder na te denken over wat ik lees. Al die verschillende situaties waar dit virus keihard in toeslaat en blijvende schade aanricht. Mensen die ziek zijn, mensen die hun werk verliezen, mensen die niet bij hun ouders of hun kinderen kunnen zijn, mensen die zich helemaal het schompes werken in de zorg en zich zorgen maken om hun eigen gezondheid, mensen van 80+ die van elkaar gescheiden zijn, mensen die alleen sterven…

Met de leuke jongen uit de trein. Met een fijn, licht en ruim huis. Met mijn werk, dat minder is dan normaal, maar in ieder geval deze week nog doorloopt. Met een buffer op mijn spaarrekening waarmee ik een periode van minder werk kan overbruggen. Met – zo ver ik weet – al mijn dierbaren gezond. Met dat alles ben ik een luxepaardje. Ik heb weinig tot niets te klagen. Ik besef dat dondersgoed en elke dag opnieuw.

Toch zat ik er helemaal doorheen gisteren. Ik houd van mensen om me heen. Van verhalen vertellen en luisteren naar de verhalen van anderen. Ik mis de kroegen en de restaurants. Ik mis de netwerkbijeenkomsten en de borrels. Ik mis de interviews op locatie. Ik mis het zwembad op donderdagavond en de sportschool op zondagochtend. En vooral mis ik de mensen waarmee ik die dingen normaal gesproken deel.

Op papier had ons weekend een gouden randje. Toen de wereld nog draaide als vanouds schreven we leuke dingen in onze agenda. We zouden naar een theatervoorstelling gaan. We zouden met een pak leuke mensen een verjaardag vieren. We zouden de stad in voor de beste koffie van Maastricht.

Zondagochtend werd ik wakker (gelukkig maar) en was meteen verdrietig. Waar ik normaal al een hekel heb aan het poetsen van het huis, met een miljoen leukere dingen te doen dan de stofzuiger ter hand te nemen, bedacht ik dat ik nu niets anders te doen had. Dat ik de komende weken of misschien wel maanden weinig anders te doen heb. De ‘situatie’ greep me naar mijn keel en ik voelde de tranen branden nog voor ik mijn ogen helemaal open had. Een stom, ruzieachtig gesprek over het vooruit zetten van de klokken en gezeur over wie er boodschappen zou gaan doen en welk vlees allemaal niet bij asperges past waren de twee druppels die de tranen lieten overlopen.

De eerste coronahuilbui van het coronaseizoen was een feit.

Vandaag voel ik me weer een stuk beter.

Hoe gaat het met jullie? Als ik ergens mee kan helpen, laat het me weten. X 

 

 

 

Ik snap steeds minder van de wereld


Deze blog wordt een chaos, want ik heb mijn gedachten niet op een rijtje. Maar wel een grote behoefte om te schrijven. Want ik ben boos en verdrietig over wat ik hoor en lees, of juist niet lees.

Honger. Daar gaan veel meer mensen aan dood dan aan corona. Maar doorgaans zijn dat mensen ‘die niet op ons lijken’ in landen zonder veel geld en macht, dus interesseert het ons niet. Laat ons maar vasten, crashen, diëten, want we verzuipen in de welvaartskilo’s.
Corona. Ebola, malaria, cholera… net als honger een stuk minder sexy dan corona, want vaak in landen die toch niets in de melk te brokkelen hebben. Hoe hysterisch en paniekerig kunnen we doen met zijn allen nu er een virus opduikt dat onze economie bedreigt? Ziektes trekken zich doorgaans niets aan van grenzen, maar arme mensen reizen niet zo veel. Nu begon het in China en zijn al heel wat grenzen gepasseerd.
Grenzen. Rivieren, muren, bergen, zeeën, wachtposten. Vluchtelingen worden misbruikt in politieke spelletjes. Turkije stuurt vluchtelingen naar de grens van Europa. Griekenland houdt de grens gesloten. De eerste doden zijn al gevallen en de EU kijkt gewetenloos en wreed de andere kant op. Die hele “Turkije Deal” sloeg al nergens op, maar nu is de EU echt diep gezonken. Hoezo laten we duizenden mensen aan hun lot over? Hoezo moet Griekenland (en de andere Europese grenslanden) het maar uitzoeken? Ja, “we” hebben wat geld naar de Griekse regering overgemaakt, maar daar kopen de mensen op Lesbos geen zak voor.
Geld. Onze overheden roepen te pas en te onpas dat het er niet is. In de tussentijd groeit de economie als een malle en blijft Nederland één van de rijkste landen ter wereld. Maar daar profiteren niet de juiste mensen van. Hard schreeuwen lijkt te lonen. En geld verdwijnt opvallend vaak in een bodemloze put, of in ieder geval in een lange donkere tunnel.
Ik noem de langdurige chaos bij Belastingdienst, IND en UWV. Of op het ministerie van justitie. We besteden miljoenen aan het vervangen van verkeersborden omdat we nog maar 100 km per uur mogen rijden. Ik ben voorstander van maatregelen die de stikstofuitstoot verlagen, maar ik weet bijna zeker dat er mogelijkheden zijn die zowel voor het milieu als voor de schatkist beter zijn. We laten een provincie de infrastructuur aanpassen voor een kazerne die er niet komt, omdat militairen geen zin hebben om te verhuizen.
In mijn eigen woonplaats investeren we in een tram die in 2024 door een klein stukje Maastricht gaat rijden. Nut en noodzaak van dit project zijn op zijn minst dubieus. Ik snap dat stoppen met de tram inmiddels te laat is, vanwege investeringen en beloftes (zoals bij de kazerne die niet naar Vlissingen ging), maar ik denk dat er betere mogelijkheden zijn om het ov te verbeteren. En we laten de koning op bezoek komen, terwijl de stad niets met Koningsdag heeft. Op 27 april kun je hier de oranje shirts op 2 handen tellen. Ondertussen kondigde de gemeente een bezuiniging van zo’n 12 miljoen aan.

Vanavond mag ik naar Claudia de Breij. Zij is ook boos over het ontbreken van medemenselijkheid, maar is tegelijkertijd een optimist. Zij zal het vast allemaal mooier verwoorden dan dat ik het opschrijf. Ik zal buikpijn krijgen van de ongemakkelijke waarheden die zij zo goed schetst, maar ook van het lachen. En misschien krijg ik wat minder chaos in mijn hoofd en meer daadkracht om de wereld vooruit te helpen. Hoe dat dan ook zou moeten.