Er was eens…
Een tijd van gezamenlijke herfstvakanties in huisjes aan zee. Of met de bus naar Spanje. Van jaarlijkse familiedagen. Van de ene kerstdag met mama’s familie en de andere kerstdag met die van papa. Een tijd dat nichtjes ook vriendinnen waren. Van bij elkaar logeren en samen naar concerten gaan. Dansen op bruiloften. Verjaardagen en jubilea vieren met zijn allen.
In nood kan ik altijd bij mijn mama, zusje en broertje terecht. Ik weet dat ze van me houden en me nooit in de steek laten. En hopelijk weten ze dat ook van mij. We lijken veel op elkaar. Vaak meer dan we willen toegeven.
Verder heb ik nauwelijks nog contact met mijn familie. Aan mama’s kant en aan papa’s kant. Sommige mensen hebben op hun eigen manier laten weten geen behoefte meer te hebben aan contact. Met anderen is het ‘gewoon’ verwaterd. Gelukkig staat de jaarlijkse dameszitting met mijn oudste nicht nog als een huis. Het is wat het is. Ik heb daar inmiddels vrede mee. Denk ik. Dacht ik…
Want er zijn al die mensen die ik zelf koos.
De leuke jongen uit de trein en de allerleukste vrienden van de wereld zijn de rotsen in mijn branding, hoe zoet dat ook klinkt. Om hoogtepunten mee te vieren en om troost van te krijgen bij de dieptepunten. Ze staan me bij met praktische daden, zoals me van een station halen waarvandaan geen treinen meer vertrekken (dankjewel B!). Ze organiseren de jaarlijkse ‘sinterkerstborrel’ en zorgen ervoor dat niemand die datum vergeet (opnieuw dankjewel B!). Ze luisteren naar me als ik in de put zit. Ze sturen lieve appjes met hartjes. Komen langs met een fles wijn. Of lenen boeken uit waar ik onbedaarlijk om moet lachen (dankjewel M!).
We gunnen elkaar alles en feliciteren elkaar bij iedere stap. Sommige vrienden zie ik hooguit twee keer per jaar en toch weten we dat het goed zit. Ik zou onmiddellijk alles uit mijn handen laten vallen en naar de andere kant van het land rijden. En andersom.
En ik heb mijn schoonfamilie. Die koos ik niet. Maar vanaf dag één voelde ik me daar thuis. Pasen 2008. Aan de garnalencocktail met liefde gemaakt door mijn schoonmama. Terwijl ze zelf geen garnalen lust. Ik voelde al snel een soort onvoorwaardelijkheid. Het concept ‘voor wat, hoort wat’ kennen die mensen niet. Dat geldt voor de hele familie aan mijn schoonmama’s kant. Je helpt elkaar waar je kan. Krijgt geen verwijten als je niet kan. En je gaat niet zitten turven of jij vaker iets hebt gedaan dan de ander.
Een potje extra koken van het een of het ander en dat even langs brengen. Muren schilderen, elektra aanleggen, bomen snoeien, dakgoten schoonmaken, verhuisdozen inpakken. Brengen en halen, maakt niet uit waar vandaan of waar naartoe. Noem het en er staat familie klaar. En soms krijg je al hulp voordat je erom kan vragen. Wekelijkse kaartavonden, jaarlijkse familiedagen, nichten en neven die niet alleen familie, maar ook vrienden van elkaar zijn.
Anderhalve week geleden overleed ‘ome M’. Als eerste van acht broers en zussen. De bourgondische en goedlachse oom die ik me vooral zal herinneren door zijn enthousiaste muzikale aanmoedigingen als ik meedeed aan Maastrichts Mooiste. In het crematorium huilde ik eerst en vooral om hem en de vrouw, broers, zussen, kinderen en kleinkinderen die hij achterlaat. Daarna huilde ik om de herinneringen aan die ene crematie, 22 jaar geleden. En tot slot huilde ik om het contrast. Om hoe het misschien in mijn familie nog had kunnen zijn. Namelijk zoals het was, toen mijn oma en mijn papa nog leefden.
Op de foto’s die bij de crematie voorbij kwamen van ver voor mijn tijd tot nu kon iedereen zien dat mijn schoonfamilie altijd al die onvoorwaardelijke zoete inval was. De manier waarop iedereen elkaar vastpakte. De mooie woorden over gezamenlijke activiteiten zoals kelders uitgraven en vijvers aanleggen. Er werd met zo veel warmte aan gebeurtenissen teruggedacht. Herinneringen aan samen keihard werken worden misschien wel meer gekoesterd dan herinneringen aan vakanties en uitstapjes. Dat zegt veel.
Ik wist het al, maar op deze dag van afscheid nemen kwam het extra hard binnen: in mijn schoonfamilie zijn mensen er voor elkaar. En dus ook voor mij, simpelweg omdat ik samen ben met ‘een van hen’.
Wat een geluk.