Eergisteren was het weer papadag

papa.png

Lieve papa,

Op jouw sterfdag wilde ik een blog schrijven over gemis en doorgaan en hoe snel de tijd voorbij gaat. Dat kwam er niet van. Net als die ‘brieven aan mijn nichtje’ die al in geen maanden meer het licht zien. In mijn leven loopt namelijk maar weinig volgens plan. Werkontwijkend gedrag, daar ben ik in ieder geval goed in. Dus vertrouw ik mijn gedachten nu toe aan ‘de wereld’ terwijl ik eigenlijk een verslag zou moeten schrijven over een onderwerp dat jou zeer geboeid zou hebben: jongeren die niet naar school gaan en niet werken.

Op 9 december huilde ik, zoals gewoonlijk.
Niet omdat jouw dood op die dag meer pijn doet dan anders.
Ik vraag er op 9 december altijd een beetje om.
Door de muziek te draaien waar jij van hield.
En dan komt ‘Have I told you lately’ voorbij en is er geen houden meer aan.

15 jaar zonder jou.
Zonder wandelingen over de dijk en door het bos.
Jij met je handen op je rug net als je vader.
Zonder luchtgitaaroptredens.
Zonder gekke fratsen.

Zoals die keer dat beste vriendin B belde:
“Met Fransiscus van Assisie”
“Oh, dan ben ik verkeerd verbonden.”
“Ken je mij niet? Ik ben al een 750 jaar dood!”

Of die keer dat jij je zus belde, toen we terug waren van vakantie:
“Ik bel je even om te zeggen dat het slecht weer was in Frankrijk. We zijn doorgereden naar het zuiden. Staan nu op het punt om over te steken naar de Sahara. Het kan dat je een tijdje niets van ons hoort.”

Steeds vaker vraag ik me af hoe anders mijn leven zou zijn als jij er nog was. En of ik mijn verleden bekijk door een roze bril. De werkelijkheid botst namelijk met hoe mijn leven zou moeten zijn.

We konden overal over praten, benadrukten mama en jij steeds. Maar we zijn geen praters. Althans, niet met elkaar. Vier leden van een gezin vol liefde, maar ook een gezin van broze verstandhoudingen en elkaars keuzes niet begrijpen. Een gezin waar de koude kant soms echt in de kou staat. Vier mensen die van elkaar houden, maar dat zelden tegen elkaar zeggen.

Ik denk dat je het daar moeilijk mee zou hebben. Verbeeld me dat alles gemakkelijker zou gaan, als jij er nog was geweest. Zie voor me hoe je samen met de leuke jongen uit de trein in de tuin staat en een sigaretje rookt, een pilsje drinkt en praat over muziek. Hoe jullie samen filosoferen over incompetente ouders en wat er van hun kinderen moet worden. In mijn verbeelding is alles mogelijk. Maar de optie dat jullie elkaar niet aardig zouden vinden, wil ik niet verkennen.

(Brrrr, ik haat het woord ‘zouden’ en nu strooi ik ermee).

Ondertussen baan ik mij struikelend een weg door het leven.
Bang om een slechte dochter en zus te zijn.
Bang voor belangrijke beslissingen of daarmee al te laat te zijn.
Onzeker over de toekomst.
2017 is een zakelijk succes, maar er zijn geen garanties voor 2018.

Jij gaf ook nooit garanties, onderstreepte onze eigen verantwoordelijkheid en leerde ons discussiëren op basis van argumenten. Mama en jij vulden elkaar perfect aan. Jullie waren een liefdevol voorbeeld van elkaar knuffelen en kussen in ons bijzijn. En soms maakten jullie ruzie. Meestal op momenten dat jullie (te) weinig tijd hadden voor elkaar. Hoe herkenbaar.

Het is vooral dankzij jullie opvoeding, dat ik ben wie ik ben. Een vrouw met angsten en onzekerheden die er soms dingen uitflapt die ze beter voor zich kan houden. Maar ook een vrouw met een machtig mooi leven. Met een liefdevolle relatie en een grote groep vrienden. Met een bedrijf dat zonder kruiwagens en startkapitaal is geworden wat ik wilde. Met een grote nieuwsgierigheid en de drang om altijd te blijven leren.

Maar verdomme, wat zou ik je graag nog eens tegen mama horen zeggen “Dat hebben we toch goed gedaan.”

Ik blijf papa’s kleine meisje. Verlangend naar bevestiging.

Ik hou van jou.

Liefs,
Je oudste dochter

 

Advertenties

Mascaravlekken en stofzuigermuziek

simple plan013. Ooit barstte ik er in huilen uit tijdens een groot studentenfeest. Het was een maand of twee na het overlijden van mijn papa. Er ontstond kortsluiting in mijn hoofd, omdat ik zo’n leuke avond had. Ik stond te dansen op één van mijn favoriete plekken omgeven door bier en joligheid terwijl mijn verdriet nog zo vers was. Ik maakte mascaravlekken op het hippe hemd van mijn vriend.

013 was lang mijn tweede thuis. Oké, naast Polly, Extase, Cul de Sac en Paradox. In de periode 1998 – 2004 gaf ik er wekelijks mijn studiefinanciering uit. Het knusse maandagavondprogramma in de kleine zaal ‘Jodium prikt maar voorkomt erger’, waar mijn lieve, maffe vriendin M bij betrokken was. Het 013-café, waar in de luisterpalen altijd obscure cd’s zaten. Nadat ik de grote koptelefoon afzette, ging ik niet zelden tot aankoop over. Bij Tommy uiteraard.

En dan de grote zaal waar ik ontzettend veel hoorde en zag. Niet te vatten in één genre of ander hokje. Van een en bak gitaarwoede bij Roadrage (Ill Niño, Spineshank en Chimaira, in mijn wereld ‘stofzuigmuziek’) tot Stef Kamil Carlens in een mintgroene jurk bij een optreden van Zita Swoon. Van Hoobastank tot Khaled. An Pierlé op haar skippybal. Het oh zo foute Wrestleblast V (iets met showworstelen en metal, vanwege die vriend uit de eerste alinea, die toen stiekem al mijn ex was). En nog veel meer.

Toen ik Tilburg in 2004 met pijn in mijn hart verliet, werden de bezoeken aan 013 minder. Maar als ik nog eens in de trein stapte voor een portie muziek in Kruikenzeikerstad, was het telkens een hoogtepunt. In 2010 bijvoorbeeld, toen de leuke jongen uit de trein er de Clash of the Coverbands won met zijn fijne band Robinson. Al ben ik daar uiteraard niet helemaal objectief over 😉

Afgelopen week was ik er weer. Bij Simple Plan, een band die ik nooit zelf uitgekozen zou hebben. Poppunk is volgens de hokjes het genre waar dit onder valt. Iets te simpele muziek naar mijn smaak. En toch moest ik bijna weer huilen, omdat ik blij was. Want ik stond daar op één van mijn favoriete plekken mét mijn zusje en mijn broertje. De laatste keer dat we iets met ons drieën deden, kon ik me niet herinneren. Het was zo mooi om te zien hoe ze allebei meezongen en –dansten. Die dikke grijnzen op hun gezicht en de uitroep ‘dit is mijn lievelings’. Om het met Mastercard te zeggen: onbetaalbaar.

De cirkel is niet rond

Hij was niet bij mijn geboorte.
Ik niet bij zijn sterven.

20160801-115201

De dag dat ik half wees werd, ligt veertien jaar achter me.

Zijn drie kinderen zetten vele stappen waar hij bij had moeten zijn. Diploma’s, rijbewijzen, banen. Een kleinkind.

Hij kent de leuke jongen uit de trein niet. Zal nooit een voet over de drempel zetten van ons eerste koophuis. Zal nooit aan onze bar zitten om te filosoferen over het leven. Zal nooit onze struiken snoeien in zijn veel te korte afgeknipte spijkerbroekje (flapperbillen!).

Ik noemde hem weleens een moordenaar als hij in de tuin bezig was. Bij het snoeien (arme takken en blaadjes), als hij een muizenfamilie aan zijn riek reeg, of als hij probeerde de talrijke mollen een verstikkings- dan wel verdrinkingsdood te bezorgen. Sigarettenrook naar binnen blazen en dan water door het volgende gat. Meestal waren de mollen hem te slim af.

Hij was ontzettend lief. Wat na bovenstaande gruweldaden misschien een beetje raar klinkt. Hij wist soms niet zo goed of hij de badkamer nog kon binnenlopen. Maar voor een knuffel en een weltrustenkus waren we in elk geval nooit te oud.

Hij kon verrassend verontwaardigd zijn.
“Als ik eerst door een detectiepoortje moet om les te kunnen geven, dan stop ik er onmiddellijk mee!”
“Komen grienen dat ze het schoolgeld niet kunnen betalen, maar wel rondlopen met een mobiele telefoon!”

Alles kwam op tafel. Politiek, seks, emoties. Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Mijn papa’s wereldbeeld bevond zich aan de linkerkant van de PvdA toen die partij nog echt links was.

Hij zette zijn kinderen graag aan het denken.
“Zou je liever zorgen dat één straatarm kind een goede toekomst tegemoet gaat, of zou je liever een heleboel kinderen een beetje helpen, waardoor ze in elk geval blijven leven, maar niet per se goed terecht komen?”
“Zou je het willen weten, als je bent omgewisseld in de couveuse en wij je ouders niet blijken te zijn?”

We waren volgens hem te jong voor echt diepgaande gesprekken. Over de hindernissen van het leven of de herhaling van de geschiedenis. Want pas als we geen student meer waren, zouden we ook geen kind meer zijn. Dat doet nog steeds het meeste pijn. Dat gesprek tussen twee volwassenen dat er nooit kwam.

Mijn papa was niet bij mijn geboorte. Zwaaide naar de verkeerde couveuse. Dat deed er niet toe. Hij was zo blij dat hij een schoolbel luidde midden op ons woonerf midden in de nacht. Tekenend voor hoe uitbundig hij kon zijn.

Hij kon genadeloos genieten. Na een geslaagde toneelvoorstelling. Als zijn leerlingen het goed deden. Als die camping in Frankrijk precies dat uitzicht had waarbij hij het beste kon dagdromen.

Ik was er niet bij toen papa doodging. Gelukkig was ik dat weekend ervoor wel thuis geweest. Mijn toenmalige vriend wilde eigenlijk niet mee. Ging toch, maar wilde op zondagmorgen zo snel mogelijk weg. Ik wilde eigenlijk blijven, want het was heel gezellig, het hele gezin nog eens bij elkaar. Maar ik bood geen weerstand, zoals te vaak. “Gaan jullie alweer?”, vroeg papa. En ik knikte zwakjes.

Alsof hij aanvoelde dat de dood op komst was, zei hij dat weekend dat hij van me hield. Iets wat hij bijna nooit zei, maar iets waar ik mijn hele leven zeker van was. Mijn papa houdt van mij.

Over jakkeren en jagen en dat het jaar dan ineens bijna voorbij is

In de categorie ‘oma vertelt’, want dat is blijkbaar de modus waar ik de laatste tijd in blijf hangen: de tijd gaat echt veel te snel!!

De laatste maand van het jaar nadert en wat kwam er weer weinig terecht van alles wat ik me voornam, toen ik samen met de leuke jongen uit de trein naar het vuurwerk keek. Nu ik erover nadenk, ik weet niet eens of ik wel vuurwerk gezien heb tijdens de jaarwisseling. Sterker nog, ik weet helemaal niet waar we waren. Thuis, denk ik. Want we gingen niet naar het Parijs waar de festiviteiten waren afgelast.

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben dankbaar, heel dankbaar. Dankbaar dat iedereen die ik liefheb -op enkele (chronische) aandoeningen na- gezond is. Dankbaar voor het huis dat we kochten en helemaal wordt zoals we het willen hebben. Voor vriendschappen die al bijna mijn hele leven meegaan. Voor vriendschappen die mij soms met een andere blik laten kijken. Voor genoeg hebben aan een half woord, een blik, een houding. Voor (schoon)ouders en onvoorwaardelijke liefde. Voor alle dingen die ik als veel te vanzelfsprekend zie, omdat ik in één van de welvarendste landen ter wereld geboren ben. Voor de leuke jongen uit de trein, die net als ik op zijn tandvlees loopt, maar toch nog tijd maakt voor mooie woorden en stevige omhelzingen. Hij is er voor mij, terwijl hij zichzelf in rap tempo voorbij loopt. Hoe lief is dat. Toch voel ik me soms zo:

De tijd is kwijt

ik moet aan mijn carrière denken
’s ochtends naar netwerkbijeenkomsten toe
en ’s avonds moet ik vrienden zien
ook al ben ik veel te moe

opgefokt en rusteloos
ik jakker en ik jaag
ik heb een to-do-list van een meter
en alles moest gisteren of in elk geval vandaag

tegels kiezen, plinten plakken
wachten op anderen
offertes vergelijken, knopen doorhakken
zonder zelf te veranderen

leren, controleren, profileren, calculeren, stimuleren
soms annuleren of capituleren
sta toch eens een uur stil

is wat ik tegen de klok en tegen mezelf zeggen wil

er-valt-nog-weinig-te-verhalen

 

Brief aan mijn nichtje #16

Smultocht in Meerssen. Na een eerste etappe door het bos, jij voorop op je knalroze laarzen, komen we aan bij de pauzeplek. Het is gelukkig droog (redelijk wonderbaarlijk deze dagen) en het is er goed toeven.

In een wijngaard met prachtig uitzicht nestelen we ons aan een houten picknicktafel. Jij met stukjes fruit op een stokje en een zakje snoep. Je mama en ik met een glas wijn en plakjes Italiaanse ham. Een mevrouw van ongeveer dezelfde leeftijd als jouw oma vraagt of ze bij ons mag komen zitten. “Ja, natuurlijk.”

“Wat een leuke krullen”, zegt de mevrouw tegen jou. En in één adem komt er achteraan “Mijn dochter heeft ook van die zwartjes. Twee dochters. Veel werk, dat haar.”

Ik doe mijn mond open om te protesteren tegen de term zwartjes. Maar bedenk me dan dat de mevrouw vast van haar kleinkinderen houdt en het dus niet denigrerend bedoelt. Of hoop ik dat gewoon heel hard? Ik houd in elk geval mijn mond en neem nog een slok.

De vluchtelingencrisis, etnisch profileren, toenemende ongelijkheid, mensen met een niet-Nederlandse naam die moeilijker een stageplek of baan vinden, een Brits referendum over het verlaten van de EU dat zo is neergezet dat het een referendum voor of tegen immigratie lijkt. De kranten staan er vol mee. Er wordt razendsnel een stempel op mensen geplakt. Gelukszoeker. Verkrachter. Crimineel. Terrorist. Zwartje.

Ik hoop natuurlijk dat je nooit ‘anders’ behandeld wordt, gebaseerd op je prachtige bos krullen. (Anders dan wie?) Maar als het wel zo is, hoop ik dat je stevig genoeg in je roze laarzen staat om er niet ontmoedigd of gefrustreerd door te raken.

 

 

De vette jaren komen eraan

40
Toen mijn vader 40 werd, vond hij dat oud en wij -zijn kinderen- vonden dat al helemaal. We pestten hem ermee en maakten flauwe grapjes, die hij zelf ook zo graag op andermans verjaardagen maakte. Toen papa 8 jaar later stierf, bleek het bizar jong te zijn. We waren er nog lang niet klaar voor.

De leuke jongen uit de trein wordt morgen 40. Verjaardagen interesseren hem niet. Mijn handen jeukten de afgelopen weken om een feest te organiseren, maar ik doe hem daar geen plezier mee en ben dus op mijn handen gaan zitten. Geen slingers (of misschien wel, gewoon om hem te pesten), geen muziek, geen speeches. Zelfs geen vrienden op bezoek. Familie mag komen, omdat hij vindt dat hij daar niet onderuit kan.

De leuke jongen uit de trein doet alsof 40 worden hem niets doet. Maar ik weet dat hij er soms bij stil staat wat hij al bereikt had willen hebben op die leeftijd en dat zijn dromen niet helemaal overeenkomen met de werkelijkheid. En dat spijt me voor hem.

Stiekem, terwijl we eventjes niet opletten, is ineens, zomaar patsboem en hupsakee, de helft van ons leven zo ongeveer al geleefd. Tenminste, als we ons een beetje aan de gemiddelde westerse levensverwachting houden en niet aan de gemiddelde levensverwachting in mijn familie.

Dat ouder worden, mij doet het soms wel iets. De afgelopen jaren waren zeker niet slecht. Maar ik weet het zeker, hoe kort of hoe lang het ook gaat zijn: de beste jaren komen nog!

Brief aan mijn nichtje #15

Hieperdepiep! Vandaag ben je jarig. 4 jaar.

Liefeheers
Kleine meisjes worden groot. Kleine meisjes worden ziek. De stuiterende kletskous heeft zich verstopt in een slap hoopje mens. Je slaapt het grootste deel van de dag. Gelukkig maar, want anders zou je je kapot vervelen.

Er hangen vrolijke slingers in je ziekenhuiskamer. Iedereen weet dat je jarig bent. Daarom kreeg je chocolade eitjes van de kok. Een speeltje van de oogarts. En vanmiddag kwam een lieve medewerkster je een mooie, gebreide, roze deken brengen. Je had er maar weinig oog voor, maar dat nam niemand je kwalijk.

Je verjaardagscadeaus wilde je wel zelf open maken vanmiddag. Met één hand, want de hand waar de naald voor het infuus in zit, wil je niet gebruiken. De Playmobil viel in de smaak, want je vroeg -heel zachtjes- of de doos meteen open mocht. Wat geen goed idee was, want je moest weer naar de oogarts en daarna moest het infuus er weer in. Het heeft een voordeel dat je zo ziek bent, je ging niet luidkeels in protest 😉

Ik beloof je dat je nog uren, dagen, maanden, jaren met al je cadeaus mag spelen als je beter bent. En je verjaardag, die vieren we gewoon nog een keer.

Beterschap kabouter puntmuts!

Slechte moeder

De wachtkamer van de huisarts.
Hartverscheurend gehuil vanuit de behandelkamer.
Een oudere mevrouw gaat naast me zitten.
“Is de assistente er niet?”, vraagt ze.
“Die heeft vermoedelijk haar handen vol”, antwoord ik.
“Oh ja, ik hoor het.”

Tien minuten later komt mijn nichtje uit de behandelkamer.
Rode wangen, rode ogen, dikke tranen.
Ze rent op me af en klimt bij me op schoot.

De mevrouw naast me kijkt me vernietigend aan.
“Bent u niet mee naar binnen gegaan?!”
“Ze is mijn dochter niet”, antwoord ik.
“Dan kunt u toch ook mee naar binnen!”

Heel even voel ik mij een slechte moeder.
Dan komt mijn zusje uit de behandelkamer.

Brief aan mijn nichtje #14

Lieve kletskous,

Je bent je van geen goed bewust, maar de beste afleiding van stress en zorgen, dat ben jij.

De laatste weken lopen mijn hoofd en mijn agenda behoorlijk over. Daar dacht ik gisteravond geen seconde aan. Onhaalbare deadlines, administratieve rotklussen, lastige beslissingen, slapeloze nachten en lege bankrekeningen verdwenen uit mijn systeem toen je gisteravond aan tafel schoof.

Met veel smaak at je de spruiten waar je zelf om gevraagd had. Halverwege je portie, had je genoeg.
“Oké’, nog drie happen”, zei ik.
“Nou, ik denk dat je er nog wel vier op kunt”, zei de leuke jongen uit de trein.
“Vijf!”, riep jij.
En zo geschiede. Er paste zelfs geen toetje meer bij.
“Wat gaan we nu doen?”
“Spelen op de bank!”

Het grote gooi- en smijtwerk kon beginnen. Ik was een beetje bang dat je spruitjes terug naar buiten zouden komen, maar jij hebt blijkbaar een hermetisch afsluitbare maag. De leuke jongen uit de trein gooide met je. Je maakte koprollen en speelde voor vliegtuig. We maakten een schommel van je door je bij armen en benen vast te pakken. Hoe harder we je tegen de bankleuning lieten botsen, hoe leuker jij het vond.

Daarna begonnen de fratsen en het betere acteerwerk. De leuke jongen uit de trein bond een kussen op zijn hoofd. “Nu ben je een luchtballon”, concludeerde jij. Daarna bond hij het kussen voor als een slabber. “Nu ben je een baby.” Je zette een keel op om -zeer geloofwaardig- een huilende baby na te doen en kroop bij me op schoot.

Toen ik voorzichtig vroeg of we zo naar bad zouden gaan, stond jij al halverwege de trap. Ik was helemaal niet van plan om ook in bad te gaan, maar jij kunt zeer overtuigend zijn. Met het douchegordijn dicht hadden we onze eigen tent. Verder deed het bad uitstekend dienst als waterglijbaan en wedstrijddomein tussen een duikende badeend en een springende kikker. De badkamer stond binnen tien minuten blank. Dikke schik dus.

Toch deed je ook niet moeilijk met naar bed gaan. En -bewonderenswaardig- toen ik je anderhalf uur later weer wakker moest maken omdat je mama terug was, stond je meteen op. We kregen een dikke knuffel en een kus en weg was je weer.

Een paar gouden uurtjes op een doordeweekse herfstavond.

Brief aan mijn nichtje # 13

Kleine held,

Ik houd ongelofelijk veel van je. Meer dan jij je ooit kunt voorstellen. Ik zeg dat nooit tegen je. Je weet toch nog niet wat dat betekent. Wat ik wel vaak tegen je zeg, is dat ik trots op je ben. Misschien weet je ook nog niet precies wat dat inhoudt, maar je hebt geloof ik wel door dat ik het vooral tegen je zeg als je indrukwekkende capriolen uithaalt. Zoals gister bij de glijbaan in het park. Eerst moest ik je hand vasthouden op de enge wiebelbrug, maar toen je een paar andere kinderen alleen naar boven zag klauteren, kon je niet achterblijven. “Trots op jou!”, riep ik toen je bovenaan de glijbaan met een triomfantelijke blik op mij neerkeek.

Twee maanden geleden (jemig, wat vliegt de tijd) reisden we samen met je mama naar Benin. De tweeënhalve week dat we weg waren, was ik voortdurend trots op je. Niet alleen om je onvoorstelbare lef in het zwembad, waar je in sprong alsof je al jaren je A- en B-diploma op zak had. Maar vooral om de open blik waarmee je de onbekende omgeving inkeek. Je riep heel vaak “Ik begrijp er niets van!” of “Het duurt zo lang!”, maar ondertussen bleef je vrolijk onder de voortdurende aandacht. Er werd veel met je gesjouwd en gezeuld en je had vaak geen idee waar we naartoe gingen (je moeder en ik ook niet) en toch bleef je een hartendief. Vooral onze chauffeur was een groot fan van je en jij van hem. Je wilde hem de hele tijd aaien.

De beste plek in Benin, volgens jou

De beste plek in Benin, volgens jou

Toen we gisteren vanuit het park terug naar huis liepen, zei je “Trots op jou”, tegen mij. Een teken dat je inderdaad nog niet helemaal door hebt wat trots betekent, maar oh zo lief. Ik smolt. Het ijsje dat jij daarna at, smolt even hard. De chocolade zat tot achter je oren.

Je luistert lang niet altijd en kan behoorlijk boos worden als je je zin niet krijgt. Maar je bent een kind om op te eten, een kind om trots op te zijn, een kind om van te houden.

Liefs,
Je suikertante 😉

Meer verhalen van mij lezen over Benin? Lees dan hier en blijf vooral hangen op MO.be, bijvoorbeeld om deze mooie blog te lezen van een Belgische vader over zijn driejarige dochter die opgroeit in Benin. Zoals het leven van mijn nichtje ook had kunnen zijn…