Op dit moment #7

In de chaos waar ik eergisteren over schreef, komt langzaam structuur. Gisteren een tandje bijgezet en terwijl de interieurverzorgster als een razende Roeland door het huis ging, tikte ik twee interviews bij elkaar, plande ik een paar afspraken en betaalde ik een rekening die eigenlijk al betaald had moeten zijn. Ik ben er nog niet, maar de weg naar meer overzicht en minder stress is weer ingeslagen.

Genieten van: de lente. Het frisse groen aan de bomen. Het gezoem van hommels en bijen. De merel die op het hoogste punt van de hoogste boom het hoogste lied zingt. Zonder jas naar buiten. Leuke potten kopen bij Dille & Kamille en ze vullen met kleurrijke planten. Zaadjes die nu komkommer- en tomatenplanten worden. Ik zit soms als een blij ei in de tuin, heerlijk!

Blij met: mijn vrienden die altijd zo begripvol zijn, met me meedenken, me aanmoedigen, maar me ook wel eens door elkaar rammelen. Vrienden die zeggen dat ik attent en geïnteresseerd ben en vinden dat ik trots op mezelf mag zijn omdat ik van droevige sollicitatiebrievenschrijver een voltijds werkende ‘allesschrijver’ ben geworden. Die bevestiging heb ik soms nodig. Dankjewel lieverds.
Blij ook met de leuke jongen uit de trein, die mij het allervaakst door elkaar rammelt. Dat is goed, want dat heb ik nodig. Armen om me heen slaan, doet hij ook heel vaak. Net als vragen hoe mijn dag was, nieuwe muziek opzetten en lekker koken. Ik bof.

Balen van: bh’s die zo ver versleten zijn dat ik echt nieuwe moet. Ik HAAT het om nieuwe bh’s te kopen. Met mijn maat (80F) is dat altijd een dure aangelegenheid. En de keuze is niet reuze. Het liefst zou ik bh’s een beetje anoniem passen, bij de H&M of de C&A, maar dat hoef ik niet te proberen. Dus wordt het altijd een speciaalzaak met een verkoopster die om de drie minuten vraagt hoe het gaat.

Aan het lezen in: Kom hier dat ik u kus van Griet Op de Beeck. Vannacht las ik de eerste twee hoofdstukken en ik moest moeite doen het boek weg te leggen. Ik herkende veel uit de gedachtewereld van de zesjarige hoofdpersoon: het buitenspelen en geen idee hebben hoe die scheur in mijn broek komt, of enthousiast aan het tekenen slaan en per ongeluk een stuk tafelkleed kleuren. Gelukkig hoefde ik niet voor straf over dat soort dingen na te denken opgesloten in een donkere kelder. Ik kwam er vaak met een ‘het geld groeit niet op onze rug’ vanaf.

Aan het kijken naar: alle drie de variaties van NCIS. Niet op de momenten dat ze worden uitgezonden, maar de ene week niets en de andere week zes afleveringen. Als ik weer eens geen idee heb hoe veel ik achterlig en of er iets is opgenomen, vraag ik aan de leuke jongen uit de trein: “Heb ik nog vriendjes?” NCIS is niet per se heel hoogstaand en soms weten we in de eerste tien minuten al wie het heeft gedaan, maar ik houd van de karakters. De briljante wetenschapper en liefhebber van doodskisten en vleermuizen Abby uit ‘Washington’, de gortdroge, neurotische spraakwaterval Deeks uit ‘LA’ en de complotdenkende nerdy held tegen wil en dank Sebastian uit ‘New Orleans’.

We hadden plannen en begonnen aan Dance around the World en Dream School, maar kwamen in beide gevallen niet verder dan twee afleveringen. Puur uit tijdgebrek. We zijn niet vaak tegelijkertijd thuis. En als dat wel zo is, moeten we ‘mijn vriendjes’ al terugkijken.

Aan het luisteren naar: mijn tienertijd. In de auto naar Roermond draaide ik deze week het eerste album van K’s Choice, eind 1993 opgenomen. Het jaar dat ik 13 werd en me net begon te interesseren voor muziek. Al had ik als dertienjarige nog niet echt door hoe grappig en/of pijnlijk sommige teksten zijn.
Op de terugweg zette ik een verzamelaar van PUR op. Een band waar veel naar geluisterd werd in de Duitse tak van onze familie. Toen alles nog ‘goed’ was en wij daar kind aan huis waren. Duits heb ik altijd makkelijker verstaan dan Engels en bij PUR-liedjes moet ik vaak hardop lachen of luidkeels huilen. Nooit houd ik mijn ogen droog bij Wenn sie diesen Tango hört en dan vooral dit stukje:

ein ganzes Leben lang zusammen
gelitten, geschuftet, gespart
jetzt wär’ doch endlich Zeit für mehr
jetzt ist er nicht mehr da

Dat heeft deels te maken met mijn papa en mama, die hard werkten, drie kinderen en hobby’s hadden en daardoor soms geen tijd voor elkaar. Dat zou binnenkort verbeteren, als de toneeluitvoeringen die papa regisseerde plus de feestdagen achter de rug waren… Gelukkig komt even later Drachen sollen fliegen voorbij en daar zit een stukje in dat keihard meegezongen moet worden. Huilen en zingen gaat niet tegelijk, dus hoppa:

laß mich endlich fliegen
kapp die Nabelschnur
denn Drachen sollen fliegen
ohne feste Spur

Eten: is misschien wel mijn grootste hobby. Ik kan bijna net zo hard genieten van eten als van in de zon zitten met een boek. De laatste tijd hangen we van buiten de deur eten aan elkaar. Met vrienden, (oud-)collega’s, netwerkverenigingen. Allemaal super lekker en gezellig. Turks restaurant Mandalin was het hoogtepunt. Op de weegschaal betekent dat helaas een dieptepunt. Maar we zijn weer op de goede weg. De leuke jongen uit de trein maakte vorige week een overheerlijke goulash en ik bouwde er een smakelijke salade bij. Afgelopen weekend maakte ik een prima quiche boordevol verse groente.  Voor vanavond twijfel ik nog tussen witlof en puree of pittige boontjes en zilvervliesrijst. Gezonde zaken.

Sporten: lukt nauwelijks. Nog steeds geblesseerd. Hielspoor. Gelukkig zijn de nieuwe steunzolen onderweg. Rennen zou dan geen pijn meer moeten doen. Het zal mij benieuwen. Ik ben bang dat het te laat is om de 10 kilometer succesvol af te leggen bij Maastrichts Mooiste in juni. Zwemmen ben ik trouw blijven doen, maar deze week kan ik niet gaan vanwege bereikbaarheidsdienst. Die bereikbaarheidsdienst is overigens best fijn, want ik krijg er goed voor betaald en ik leer er ontzettend veel van, maar het is ook onhandig voor een chaoot als ik. Voortdurend controleren of ik mijn pieper en telefoon bij de hand heb. En dus niet naar de sportschool of het zwembad kunnen.

Leuke dingen om naar uit te kijken: zijn er altijd. Ik verheug me nu al op vanavond en dat ik dan verder mag lezen in mijn boek. Ik heb zin in het Bevrijdingsfestival in Roermond waar ik als interviewer, gastvrouw en verslaggever rondloop. Grote kans dat ik daarvoor nog minimaal één nieuwe klant binnenhaal, dat is ook fijn. Ik kijk uit naar de vakantie tussen Hemelvaart en Pinksteren. Hoewel vakantie een wat groot woord is. Door mijn ongeorganiseerde bestaan, heb ik het plan om zeep geholpen om echt op vakantie te gaan. In ieder geval ga ik een dag of tien niet schrijven. Wel (fairtrade) lunchen met een burgemeester en twee wethouders. Hopelijk veel tijd met de leuke jongen uit de trein.

Wat een leven.

Brief aan mijn nichtje #17

Lieve, kleine actrice,

Donderdag bleef je slapen, vrijdag was ik ‘hulp-volwassene’ op je kinderfeestje en zaterdag vierden we je echte verjaardag. Drie drukke maar mooie dagen. Het lijntje tussen vrolijk lachebekje en boze dramaqueen is dun, is mijn conclusie. En je blijft een goede actrice.

Dolenthousiast kwam je donderdag binnen. Je liet je mama en de mama van je beste vriendinnetje het hele huis zien en vertelde honderduit. Om even later te huilen, omdat je geen spruiten wilde eten. De vorige keer dat je kwam eten, bestelde je zelf spruiten, nu lustte je ze ineens niet meer.

Het logeerpartijtje was heel gezellig. Ik houd ervan om je voor te lezen. Ik houd ervan dat je gewoon gaat slapen met de gordijnen dicht en de deur dicht, zonder gezeur over lampjes die aan moeten blijven. Ik houd ervan dat je de volgende ochtend bij me in bed kruipt. Ik vind het iets minder dat je dan de dekens van me aftrekt, brrrrr koud.

Je had ontzettend veel zin in je feestje, maar op weg naar Bunde was je heel erg stil. Ik denk dat je zenuwachtig was. Ik vroeg of je huis versierd was, jij antwoordde dat je daar al over had gedroomd. Je was hyper toen het eerste vriendinnetje aan de deur stond, was aan het springen en aan het roepen met een lach van oor tot oor. Iedere keer dat de bel ging, gilde jij de naam van het vriendje of vriendinnetje dat binnen zou komen. Je griste de cadeautjes uit hun handen, maar wachtte wel heel netjes met uitpakken tot iedereen er was. Even waren er tranen en stond je te stampvoeten, omdat de jongens iets met jouw Duplo bouwden waar jij het niet mee eens was. Om vervolgens weer de grootste lol te hebben bij het versieren van de cake. Je deed er zo veel slagroom op, dat er geen cake meer te zien was.

Het feestje was een succes. Enthousiast ging je voorop bij de speurtocht, op de hielen gevolgd door de twee jongens. Je rende het grootste deel van de route. Stond te stuiteren bij iedere vondst. Klom in recordtijd tegen een steile helling omhoog en trok je niets aan van doorns en kiezels. Het was ijskoud, maar dat voelde je niet. De andere meisjes hadden het moeilijk. Die sloften achteraan, waren moe en durfden niet overal op en in. Ik nam er één op mijn rug. Toen het feestje was afgelopen, was het weer even huilen. Dat bevestigt natuurlijk alleen maar hoe leuk het was.

Het grotemensenfeest, daar had je ook al zo’n zin in. Nog meer cadeaus! Niet normaal hoe snel jij dingen uit kunt pakken, trouwens. Het was gezellig. De leuke jongen uit de trein bouwde je Lego-pakket van Frozen. Met mij deed je een spelletje dat ik je moest kietelen telkens als je een koprol maakte “maar alleen als mijn voeten daar zijn en als ik nog niet terug aan het kruipen ben en…” een hele rits eigen spelregels. Ook dit feest was een succes. Geen drama toen we naar huis gingen. Volgens mij was je moe. Of je vond het toch niet zo leuk met de grote mensen 😉

Het was me al vaker opgevallen dat jij met je huidskleur bezig bent, maar ik weet nog steeds niet zo goed hoe ik ermee om moet gaan. Kinderen zijn niet kleurenblind, mocht iemand dat nog denken.

Vrijdagochtend bij het ontbijt kwam een nieuwsitem voorbij op de radio, over Thierry Baudet en de uitspraak dat donkere mensen minder intelligent zijn dan lichte mensen. “Ik ben donker, want ik ben bruin”, zei jij. De leuke jongen uit de trein en ik keken elkaar verbaasd aan. “Lieke is ook bruin, heb je haar wel eens gezien in de zomer bij het zwembad?”

Zaterdag was je mama frietjes halen en zaten wij even op de bank naar Sesamstraat te kijken. “Dat is een *jouw naam*”, zei je over een jongetje met kroeshaar. “Nee joh, er is maar één *jouw naam*”, zei ik. “Niet waar.” “Nou, oké, er zijn wel andere mensen met dezelfde naam, maar er is maar één persoon zoals jij. Op televisie is een jongen en hij ziet er heel anders uit.”

Ik weet niet of het erg is dat je verschillen ziet. Ik heb ook geen idee in hoeverre jij je huidskleur aan bepaalde eigenschappen koppelt. Ik hoop met heel mijn hart dat je niet gelooft dat je dommer bent dan je vriendjes en vriendinnetjes. En ik hoop dat domme uitspraken van anderen niet te veel krassen op je ziel zetten.

Je bent mooi en slim en mijn favoriete nichtje.

Dikke kus,
Tante Lieke

Dubbele regenboog

 

 

Brief aan mijn papa

Lieve papa,

Je luchtgitaar al gestemd? Je krijgt alweer bezoek daarboven.

Eén voor één vallen onze gezamenlijke muzikale helden om. Ik ben nog niet bekomen van Tom Petty, nu ineens Dolores O’Riordan voorgoed het podium verlaat. Pas 46 jaar. Nog jonger dan dat jij geworden bent.

Weet je nog? Je vond Zombie eigenlijk iets te stevig, maar je speelde toch mee met de harde, logge gitaren. De oerschreeuw In Your Head klonk geregeld door de woonkamer. Ik denk vanaf een cassettebandje dat je kreeg van Hans. Later kocht ik de cd Bury the Hatchet voor je, maar hield zelf de poster die erbij zat.

Je genoot het meest van de luisterliedjes. Cordell was favoriet. We voegden het op het laatste moment toe aan de setlist van je crematie. Maar iemand vergat op play te drukken.

Cordell, 
Time will tell, 
They say that you’ve passed away, 
And I hope you’ve gone to a better place.…

Als het nog even zo doorgaat met omvallende artiesten (en met machthebbers die hel en verdoemenis preken en er graag persoonlijk aan bijdragen de wereld om zeep te helpen), zit jij binnenkort zéker op een betere plaats dan wij hier beneden.

Wat zou ik dat graag geloven.

I have always kept my faith in love
It’s the greatest thing from the man above

Doe Dolores de groeten van me.

Liefs,
Lieke

Eergisteren was het weer papadag

papa.png

Lieve papa,

Op jouw sterfdag wilde ik een blog schrijven over gemis en doorgaan en hoe snel de tijd voorbij gaat. Dat kwam er niet van. Net als die ‘brieven aan mijn nichtje’ die al in geen maanden meer het licht zien. In mijn leven loopt namelijk maar weinig volgens plan. Werkontwijkend gedrag, daar ben ik in ieder geval goed in. Dus vertrouw ik mijn gedachten nu toe aan ‘de wereld’ terwijl ik eigenlijk een verslag zou moeten schrijven over een onderwerp dat jou zeer geboeid zou hebben: jongeren die niet naar school gaan en niet werken.

Op 9 december huilde ik, zoals gewoonlijk.
Niet omdat jouw dood op die dag meer pijn doet dan anders.
Ik vraag er op 9 december altijd een beetje om.
Door de muziek te draaien waar jij van hield.
En dan komt ‘Have I told you lately’ voorbij en is er geen houden meer aan.

15 jaar zonder jou.
Zonder wandelingen over de dijk en door het bos.
Jij met je handen op je rug net als je vader.
Zonder luchtgitaaroptredens.
Zonder gekke fratsen.

Zoals die keer dat beste vriendin B belde:
“Met Fransiscus van Assisie”
“Oh, dan ben ik verkeerd verbonden.”
“Ken je mij niet? Ik ben al 750 jaar dood!”

Of die keer dat jij je zus belde, toen we terug waren van vakantie:
“Ik bel je even om te zeggen dat het slecht weer was in Frankrijk. We zijn doorgereden naar het zuiden. Staan nu op het punt om over te steken naar de Sahara. Het kan dat je een tijdje niets van ons hoort.”

Steeds vaker vraag ik me af hoe anders mijn leven zou zijn als jij er nog was. En of ik mijn verleden bekijk door een roze bril. De werkelijkheid botst namelijk met hoe mijn leven zou moeten zijn.

We konden overal over praten, benadrukten mama en jij steeds. Maar we zijn geen praters. Althans, niet met elkaar. Vier leden van een gezin vol liefde, maar ook een gezin van broze verstandhoudingen en elkaars keuzes niet begrijpen. Een gezin waar de koude kant soms echt in de kou staat. Vier mensen die van elkaar houden, maar dat zelden tegen elkaar zeggen.

Ik denk dat je het daar moeilijk mee zou hebben. Verbeeld me dat alles gemakkelijker zou gaan, als jij er nog was geweest. Zie voor me hoe je samen met de leuke jongen uit de trein in de tuin staat en een sigaretje rookt, een pilsje drinkt en praat over muziek. Hoe jullie samen filosoferen over incompetente ouders en wat er van hun kinderen moet worden. In mijn verbeelding is alles mogelijk. Maar de optie dat jullie elkaar niet aardig zouden vinden, wil ik niet verkennen.

(Brrrr, ik haat het woord ‘zouden’ en nu strooi ik ermee).

Ondertussen baan ik mij struikelend een weg door het leven.
Bang om een slechte dochter en zus te zijn.
Bang voor belangrijke beslissingen of daarmee al te laat te zijn.
Onzeker over de toekomst.
2017 is een zakelijk succes, maar er zijn geen garanties voor 2018.

Jij gaf ook nooit garanties, onderstreepte onze eigen verantwoordelijkheid en leerde ons discussiëren op basis van argumenten. Mama en jij vulden elkaar perfect aan. Jullie waren een liefdevol voorbeeld van elkaar knuffelen en kussen in ons bijzijn. En soms maakten jullie ruzie. Meestal op momenten dat jullie (te) weinig tijd hadden voor elkaar. Hoe herkenbaar.

Het is vooral dankzij jullie opvoeding, dat ik ben wie ik ben. Een vrouw met angsten en onzekerheden die er soms dingen uitflapt die ze beter voor zich kan houden. Maar ook een vrouw met een machtig mooi leven. Met een liefdevolle relatie en een grote groep vrienden. Met een bedrijf dat zonder kruiwagens en startkapitaal is geworden wat ik wilde. Met een grote nieuwsgierigheid en de drang om altijd te blijven leren.

Maar verdomme, wat zou ik je graag nog eens tegen mama horen zeggen “Dat hebben we toch goed gedaan.”

Ik blijf papa’s kleine meisje. Verlangend naar bevestiging.

Ik hou van jou.

Liefs,
Je oudste dochter

 

Mascaravlekken en stofzuigermuziek

simple plan013. Ooit barstte ik er in huilen uit tijdens een groot studentenfeest. Het was een maand of twee na het overlijden van mijn papa. Er ontstond kortsluiting in mijn hoofd, omdat ik zo’n leuke avond had. Ik stond te dansen op één van mijn favoriete plekken omgeven door bier en joligheid terwijl mijn verdriet nog zo vers was. Ik maakte mascaravlekken op het hippe hemd van mijn vriend.

013 was lang mijn tweede thuis. Oké, naast Polly, Extase, Cul de Sac en Paradox. In de periode 1998 – 2004 gaf ik er wekelijks mijn studiefinanciering uit. Het knusse maandagavondprogramma in de kleine zaal ‘Jodium prikt maar voorkomt erger’, waar mijn lieve, maffe vriendin M bij betrokken was. Het 013-café, waar in de luisterpalen altijd obscure cd’s zaten. Nadat ik de grote koptelefoon afzette, ging ik niet zelden tot aankoop over. Bij Tommy uiteraard.

En dan de grote zaal waar ik ontzettend veel hoorde en zag. Niet te vatten in één genre of ander hokje. Van een en bak gitaarwoede bij Roadrage (Ill Niño, Spineshank en Chimaira, in mijn wereld ‘stofzuigmuziek’) tot Stef Kamil Carlens in een mintgroene jurk bij een optreden van Zita Swoon. Van Hoobastank tot Khaled. An Pierlé op haar skippybal. Het oh zo foute Wrestleblast V (iets met showworstelen en metal, vanwege die vriend uit de eerste alinea, die toen stiekem al mijn ex was). En nog veel meer.

Toen ik Tilburg in 2004 met pijn in mijn hart verliet, werden de bezoeken aan 013 minder. Maar als ik nog eens in de trein stapte voor een portie muziek in Kruikenzeikerstad, was het telkens een hoogtepunt. In 2010 bijvoorbeeld, toen de leuke jongen uit de trein er de Clash of the Coverbands won met zijn fijne band Robinson. Al ben ik daar uiteraard niet helemaal objectief over 😉

Afgelopen week was ik er weer. Bij Simple Plan, een band die ik nooit zelf uitgekozen zou hebben. Poppunk is volgens de hokjes het genre waar dit onder valt. Iets te simpele muziek naar mijn smaak. En toch moest ik bijna weer huilen, omdat ik blij was. Want ik stond daar op één van mijn favoriete plekken mét mijn zusje en mijn broertje. De laatste keer dat we iets met ons drieën deden, kon ik me niet herinneren. Het was zo mooi om te zien hoe ze allebei meezongen en –dansten. Die dikke grijnzen op hun gezicht en de uitroep ‘dit is mijn lievelings’. Om het met Mastercard te zeggen: onbetaalbaar.

De cirkel is niet rond

Hij was niet bij mijn geboorte.
Ik niet bij zijn sterven.

20160801-115201

De dag dat ik half wees werd, ligt veertien jaar achter me.

Zijn drie kinderen zetten vele stappen waar hij bij had moeten zijn. Diploma’s, rijbewijzen, banen. Een kleinkind.

Hij kent de leuke jongen uit de trein niet. Zal nooit een voet over de drempel zetten van ons eerste koophuis. Zal nooit aan onze bar zitten om te filosoferen over het leven. Zal nooit onze struiken snoeien in zijn veel te korte afgeknipte spijkerbroekje (flapperbillen!).

Ik noemde hem weleens een moordenaar als hij in de tuin bezig was. Bij het snoeien (arme takken en blaadjes), als hij een muizenfamilie aan zijn riek reeg, of als hij probeerde de talrijke mollen een verstikkings- dan wel verdrinkingsdood te bezorgen. Sigarettenrook naar binnen blazen en dan water door het volgende gat. Meestal waren de mollen hem te slim af.

Hij was ontzettend lief. Wat na bovenstaande gruweldaden misschien een beetje raar klinkt. Hij wist soms niet zo goed of hij de badkamer nog kon binnenlopen. Maar voor een knuffel en een weltrustenkus waren we in elk geval nooit te oud.

Hij kon verrassend verontwaardigd zijn.
“Als ik eerst door een detectiepoortje moet om les te kunnen geven, dan stop ik er onmiddellijk mee!”
“Komen grienen dat ze het schoolgeld niet kunnen betalen, maar wel rondlopen met een mobiele telefoon!”

Alles kwam op tafel. Politiek, seks, emoties. Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Mijn papa’s wereldbeeld bevond zich aan de linkerkant van de PvdA toen die partij nog echt links was.

Hij zette zijn kinderen graag aan het denken.
“Zou je liever zorgen dat één straatarm kind een goede toekomst tegemoet gaat, of zou je liever een heleboel kinderen een beetje helpen, waardoor ze in elk geval blijven leven, maar niet per se goed terecht komen?”
“Zou je het willen weten, als je bent omgewisseld in de couveuse en wij je ouders niet blijken te zijn?”

We waren volgens hem te jong voor echt diepgaande gesprekken. Over de hindernissen van het leven of de herhaling van de geschiedenis. Want pas als we geen student meer waren, zouden we ook geen kind meer zijn. Dat doet nog steeds het meeste pijn. Dat gesprek tussen twee volwassenen dat er nooit kwam.

Mijn papa was niet bij mijn geboorte. Zwaaide naar de verkeerde couveuse. Dat deed er niet toe. Hij was zo blij dat hij een schoolbel luidde midden op ons woonerf midden in de nacht. Tekenend voor hoe uitbundig hij kon zijn.

Hij kon genadeloos genieten. Na een geslaagde toneelvoorstelling. Als zijn leerlingen het goed deden. Als die camping in Frankrijk precies dat uitzicht had waarbij hij het beste kon dagdromen.

Ik was er niet bij toen papa doodging. Gelukkig was ik dat weekend ervoor wel thuis geweest. Mijn toenmalige vriend wilde eigenlijk niet mee. Ging toch, maar wilde op zondagmorgen zo snel mogelijk weg. Ik wilde eigenlijk blijven, want het was heel gezellig, het hele gezin nog eens bij elkaar. Maar ik bood geen weerstand, zoals te vaak. “Gaan jullie alweer?”, vroeg papa. En ik knikte zwakjes.

Alsof hij aanvoelde dat de dood op komst was, zei hij dat weekend dat hij van me hield. Iets wat hij bijna nooit zei, maar iets waar ik mijn hele leven zeker van was. Mijn papa houdt van mij.

Over jakkeren en jagen en dat het jaar dan ineens bijna voorbij is

In de categorie ‘oma vertelt’, want dat is blijkbaar de modus waar ik de laatste tijd in blijf hangen: de tijd gaat echt veel te snel!!

De laatste maand van het jaar nadert en wat kwam er weer weinig terecht van alles wat ik me voornam, toen ik samen met de leuke jongen uit de trein naar het vuurwerk keek. Nu ik erover nadenk, ik weet niet eens of ik wel vuurwerk gezien heb tijdens de jaarwisseling. Sterker nog, ik weet helemaal niet waar we waren. Thuis, denk ik. Want we gingen niet naar het Parijs waar de festiviteiten waren afgelast.

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben dankbaar, heel dankbaar. Dankbaar dat iedereen die ik liefheb -op enkele (chronische) aandoeningen na- gezond is. Dankbaar voor het huis dat we kochten en helemaal wordt zoals we het willen hebben. Voor vriendschappen die al bijna mijn hele leven meegaan. Voor vriendschappen die mij soms met een andere blik laten kijken. Voor genoeg hebben aan een half woord, een blik, een houding. Voor (schoon)ouders en onvoorwaardelijke liefde. Voor alle dingen die ik als veel te vanzelfsprekend zie, omdat ik in één van de welvarendste landen ter wereld geboren ben. Voor de leuke jongen uit de trein, die net als ik op zijn tandvlees loopt, maar toch nog tijd maakt voor mooie woorden en stevige omhelzingen. Hij is er voor mij, terwijl hij zichzelf in rap tempo voorbij loopt. Hoe lief is dat. Toch voel ik me soms zo:

De tijd is kwijt

ik moet aan mijn carrière denken
’s ochtends naar netwerkbijeenkomsten toe
en ’s avonds moet ik vrienden zien
ook al ben ik veel te moe

opgefokt en rusteloos
ik jakker en ik jaag
ik heb een to-do-list van een meter
en alles moest gisteren of in elk geval vandaag

tegels kiezen, plinten plakken
wachten op anderen
offertes vergelijken, knopen doorhakken
zonder zelf te veranderen

leren, controleren, profileren, calculeren, stimuleren
soms annuleren of capituleren
sta toch eens een uur stil

is wat ik tegen de klok en tegen mezelf zeggen wil

er-valt-nog-weinig-te-verhalen

 

Brief aan mijn nichtje #16

Smultocht in Meerssen. Na een eerste etappe door het bos, jij voorop op je knalroze laarzen, komen we aan bij de pauzeplek. Het is gelukkig droog (redelijk wonderbaarlijk deze dagen) en het is er goed toeven.

In een wijngaard met prachtig uitzicht nestelen we ons aan een houten picknicktafel. Jij met stukjes fruit op een stokje en een zakje snoep. Je mama en ik met een glas wijn en plakjes Italiaanse ham. Een mevrouw van ongeveer dezelfde leeftijd als jouw oma vraagt of ze bij ons mag komen zitten. “Ja, natuurlijk.”

“Wat een leuke krullen”, zegt de mevrouw tegen jou. En in één adem komt er achteraan “Mijn dochter heeft ook van die zwartjes. Twee dochters. Veel werk, dat haar.”

Ik doe mijn mond open om te protesteren tegen de term zwartjes. Maar bedenk me dan dat de mevrouw vast van haar kleinkinderen houdt en het dus niet denigrerend bedoelt. Of hoop ik dat gewoon heel hard? Ik houd in elk geval mijn mond en neem nog een slok.

De vluchtelingencrisis, etnisch profileren, toenemende ongelijkheid, mensen met een niet-Nederlandse naam die moeilijker een stageplek of baan vinden, een Brits referendum over het verlaten van de EU dat zo is neergezet dat het een referendum voor of tegen immigratie lijkt. De kranten staan er vol mee. Er wordt razendsnel een stempel op mensen geplakt. Gelukszoeker. Verkrachter. Crimineel. Terrorist. Zwartje.

Ik hoop natuurlijk dat je nooit ‘anders’ behandeld wordt, gebaseerd op je prachtige bos krullen. (Anders dan wie?) Maar als het wel zo is, hoop ik dat je stevig genoeg in je roze laarzen staat om er niet ontmoedigd of gefrustreerd door te raken.

 

 

De vette jaren komen eraan

40
Toen mijn vader 40 werd, vond hij dat oud en wij -zijn kinderen- vonden dat al helemaal. We pestten hem ermee en maakten flauwe grapjes, die hij zelf ook zo graag op andermans verjaardagen maakte. Toen papa 8 jaar later stierf, bleek het bizar jong te zijn. We waren er nog lang niet klaar voor.

De leuke jongen uit de trein wordt morgen 40. Verjaardagen interesseren hem niet. Mijn handen jeukten de afgelopen weken om een feest te organiseren, maar ik doe hem daar geen plezier mee en ben dus op mijn handen gaan zitten. Geen slingers (of misschien wel, gewoon om hem te pesten), geen muziek, geen speeches. Zelfs geen vrienden op bezoek. Familie mag komen, omdat hij vindt dat hij daar niet onderuit kan.

De leuke jongen uit de trein doet alsof 40 worden hem niets doet. Maar ik weet dat hij er soms bij stil staat wat hij al bereikt had willen hebben op die leeftijd en dat zijn dromen niet helemaal overeenkomen met de werkelijkheid. En dat spijt me voor hem.

Stiekem, terwijl we eventjes niet opletten, is ineens, zomaar patsboem en hupsakee, de helft van ons leven zo ongeveer al geleefd. Tenminste, als we ons een beetje aan de gemiddelde westerse levensverwachting houden en niet aan de gemiddelde levensverwachting in mijn familie.

Dat ouder worden, mij doet het soms wel iets. De afgelopen jaren waren zeker niet slecht. Maar ik weet het zeker, hoe kort of hoe lang het ook gaat zijn: de beste jaren komen nog!

Brief aan mijn nichtje #15

Hieperdepiep! Vandaag ben je jarig. 4 jaar.

Liefeheers
Kleine meisjes worden groot. Kleine meisjes worden ziek. De stuiterende kletskous heeft zich verstopt in een slap hoopje mens. Je slaapt het grootste deel van de dag. Gelukkig maar, want anders zou je je kapot vervelen.

Er hangen vrolijke slingers in je ziekenhuiskamer. Iedereen weet dat je jarig bent. Daarom kreeg je chocolade eitjes van de kok. Een speeltje van de oogarts. En vanmiddag kwam een lieve medewerkster je een mooie, gebreide, roze deken brengen. Je had er maar weinig oog voor, maar dat nam niemand je kwalijk.

Je verjaardagscadeaus wilde je wel zelf open maken vanmiddag. Met één hand, want de hand waar de naald voor het infuus in zit, wil je niet gebruiken. De Playmobil viel in de smaak, want je vroeg -heel zachtjes- of de doos meteen open mocht. Wat geen goed idee was, want je moest weer naar de oogarts en daarna moest het infuus er weer in. Het heeft een voordeel dat je zo ziek bent, je ging niet luidkeels in protest 😉

Ik beloof je dat je nog uren, dagen, maanden, jaren met al je cadeaus mag spelen als je beter bent. En je verjaardag, die vieren we gewoon nog een keer.

Beterschap kabouter puntmuts!