Donkere dagen zonder holletje, maar ik blijf een bofkont

Terwijl het absoluut beter gaat dan voordat ik met twee coaches, een dagelijkse wandeling, een betere werkplanning en een vrije woensdagochtend begon, is het momenteel niet top. Het is DIE tijd van het jaar.

Zombie

Het is lang donker. Het is koud. In mijn kantoor al helemaal. Ik slaap slecht. We hebben nieuwe lattenbodems en een nieuwe matras. Dat is absoluut beter dan de doorgezakte exemplaren waar we voorheen op lagen. Maar ik mis het gevoel van een veilig holletje, aldus mijn eigen psychoanalyse van de koude grond. Dus vanmorgen zag ik een soort zombie in de spiegel. Mijn ‘langste’ vriendschap ging pas geleden in de ijskast. Ik huilde er verschillende keren om. Soms tegen de schouder van de leuke jongen uit de trein. Soms alleen. Terugdenkend aan al die keren dat we bij elkaar logeerden, samen op stap gingen, festivals bezochten, tegen elkaar klaagden over familie of collega’s. Terugdenkend aan hoe we elkaar steunden toen mijn papa stierf en later haar mama. Het voelt als falen. Want lange vriendschappen zijn mijn super power. Of zoals de leuke jongen uit de trein het zegt: ‘niemand heeft zo veel vrienden vanuit de zandbak als jij’.

Al bijna 20 jaar

Ondertussen blijft voor mezelf opkomen een lastig ding. Heb ik alweer ‘ja’ gezegd op meerdere vragen van meerdere personen waar ik keihard nee op had moeten zeggen. Omdat de mensen die met de vragen kwamen, misbruik van me maken. En in één geval werd het niet eens vriendelijk gevraagd, eerder opgedragen. Waarom was mijn reflex dan ‘ja’? Is dat echt alleen omdat ik een conflictvermijder ben? Of vind ik mezelf nog steeds niet belangrijk genoeg? En tot slot staat 9 december weer voor de deur. De 20e sterfdag van mijn papa. Geen idee waar onze fetisj voor ronde getallen vandaan komt, maar ik voel het ook. Twintig jaar. Dat is echt heel lang. Hij is er bijna langer niet dan wel in mijn leven. En dan ben ik een bofkont, omdat ik de oudste ben van zijn drie kinderen.

Dankbaar voor flauwe zeiver

Gelukkig heb ik heel veel om dankbaar voor te zijn. De leuke jongen uit de trein, zijn luisterend oor en zijn formidabele stoofgerechten. De leuke opdrachten waar ik mee bezig ben. Het saunadagje volgende maand met drie ‘zandbakvriendinnen’ om onze vriendschap en niet gevierde verjaardagen te vieren. De knusse avonden onder een fleecedekentje. De gezellige, flauwe ‘zeiver’ op kerstavond met de schoonfamilie.
“Wat zijn het weinig worstenbroodjes!”
“Krijgen we geen pasteitje?”
“Dat luchtje vroeg je de afgelopen 100 jaar ook al.”

Het verrassingsmenu als we met mijn familie kerst vieren, omdat de verschillende gangen uit verschillende keukens komen en niet noodzakelijkerwijs bij elkaar passen, maar wel altijd lekker zijn. De uitslaap- en uitbuikdagen tussen kerst en nieuw.

Ik ben een bofkont. Ook in donkere dagen.

Therapie

Ze hoefde het woord ‘vader’ maar te noemen en ik begon te huilen. En mijn vader kwam héél vaak voorbij vanmorgen.

Na de intake – door familieomstandigheden van haar al zes weken geleden – had ik vandaag mijn eerste echte therapiesessie. “De rondjes zijn de vrouwen, de vierkanten zijn de mannen, de inkeping is de kijkrichting. Leg je gezin neer zoals het vroeger was.”

Legde ik mijn ouders naast elkaar, want altijd op één lijn waar het hun kinderen betrof, of tegenover elkaar, omdat ze ook zo veel van elkaar verschilden? En wat deed ik met mijn broertje, waar ik nog niet echt een band mee had toen we nog allemaal thuis woonden, maar later wel toen hij als veertienjarige bij mij bleef logeren en met mijn vrienden mee op stap mocht?

Ik raakte af en toe gefrustreerd. Als zij vroeg ‘maar hoe was dat dan?’ of ‘spraken jullie daarover?’ en ik me dat niet meer kon herinneren. En dan huilde ik weer. Soms zo hard dat ik niet meer kon praten.

Split, Kroatië

Wat doe ik hier?

De aanleiding om in therapie te gaan, was dat mijn lichaam én mijn hoofd aangaven dat ik niet goed bezig was in combinatie met de bezorgde blik van de leuke jongen uit de trein. De flitsen voor mijn ogen. De hartkloppingen. De vermoeidheid. De vergeetachtigheid. Misselijk. Warrig. Chaos. Zo’n drie keer per dag ergens staan en niet meer weten wat ik er ging doen. E-mails waarvan ik dacht dat ik ze verstuurd had, die een dag later nog bij mijn concepten stonden. Afspraken die mijn agenda nooit haalden. Vaak moest ik mijn improvisatietalent aanwenden om niet door de mand te vallen. “Nee hoor, ik was het niet vergeten.”

Dat gaat allemaal beter. Chaos houd ik altijd, zo zit ik nu eenmaal in elkaar, maar het is een stuk minder. De flitsen en de hartkloppingen heb ik al een paar weken niet meer gehad. Ik heb iets meer energie, al houdt het nog niet over. Misselijk was ik toen ik vorige week in Split na het royale voor- en het hoofdgerecht ook nog aan het dessert begon: een stuk chocoladetaart. Een heel ander soort misselijkheid dan de knoop die de afgelopen tijd zo vaak in mijn maag lag.

Het kwam vooral door de enorme hoevelheid werk dat het niet goed met me ging, had ik bedacht. En dat is er zeker een onderdeel van. Want nu ik ben gestopt met WijLimburg en nu ik weet dat een paar wachtdiensten voor Chemelot van me worden overgenomen, voel ik me beter. Ik heb het gevoel dat ik alles op tijd af kan krijgen wat er nu op mijn bord ligt, zonder in 45-urige werkweken te belanden. Misschien lukt het zelfs in 36 uur en houd ik het eindelijk vol om de woensdagochtend te reserveren voor zwemmen en koffiedrinken.

Blood thicker than mud?

Maar er is natuurlijk veel meer aan de hand. Dat ik geen prater ben (zie vorige blog). Dat ik zo hard mogelijk van conflicten wegvlucht om de confrontatie maar niet aan te gaan. Dat ik een groot talent heb voor het bewaren van de lieve vrede ten koste van mezelf. Dat de leuke jongen uit de trein en ik soms zo boos zijn op elkaar, om niks, of niet veel. Dat ik terugkijk op een fijne jeugd, maar het mis om hechte familiebanden te hebben.

Je vrienden zoek je uit en ik houd ontzettend veel van mijn vrienden. Als er met iemand iets is, laat ik alles uit mijn handen vallen om er voor hem of haar te zijn en andersom. En hoe leuk was het dat ik gisteren zomaar ineens in Kerkdriel zat en aan tafel schoof bij het mooie gezin van studievriendin A? Het was genieten. Maar als ik terugdenk aan het feest dat de leuke jongen uit de trein en ik begin 2019 gaven en waar bijna niemand van mijn familie was, doet dat nog steeds een beetje pijn. Terwijl het een fantastisch feest was dat ik voor geen goud had willen missen.

Als ik rondloop op een familiedag van zijn familie (twee weken geleden), zelfs als ik rondloop op een super verdrietige crematie in zijn familie (afgelopen woensdag) dan voel ik zo veel warmte. Nichten en neven die ook vrienden van elkaar zijn. Zwagers die wekelijks met elkaar kaarten. Zussen die ieder jaar samen oud & nieuw vieren. Nichten, neven en tantes die op elkaars kinderen passen. Elkaars hond uitlaten. Elkaars planten water geven. De jaarlijkse ‘wedloop’ wie het eerst de stekjes van mijn schoonvader aan het bloeien heeft. Terwijl ik me nauwelijks kan herinneren wanneer ik mijn ooms en tantes voor het laatst zag om over nichten en neven maar helemaal te zwijgen.

De familiedag aan mijn mama’s kant sneuvelde een paar jaar geleden en niemand voelde zich geroepen er nieuw leven in te blazen. Met de familie van mijn papa heb ik ook nauwelijks contact, terwijl zijn zus de enige nog levende persoon is die mijn papa haar hele leven heeft gekend. Ik zou haar zo veel kunnen vragen… Willen vragen…

Trauma

Therapie dus. Anderhalf uur lang peuterde zij in mijn familiewonden en in het trauma dat het plotselinge overlijden van mijn papa heeft veroorzaakt. Het is voor het eerst dat ik het zo noem. Trauma.

Als je er 19,5 jaar later anderhalf uur om huilt, zal het dat wel zijn.

Onverwerkt.

Trauma.

Bijna mijn halve leven

9 december 2020.

Ik ben 40. Jij bent 18 jaar dood. Bijna mijn halve leven. En deze december heb ik het zwaarder dan in de vorige maand met dezelfde naam. Vanwege het jaar dat was en het vooruitzicht dat het nieuwe jaar niet direct verbetering brengt. Ik ben op mijn best onder vrienden. En ik ben in de meeste gevallen klef met knuffels en kussen en alles erop en eraan. Of althans, dat was ik. Voor dat ene virus. Maar ik heb het altijd moeilijk in december. ‘Wat als papa…’, ‘Stel nou dat papa…’, ‘Wat zou papa vinden van…’, zijn vragen die in december harder door mijn hoofd tollen dan de andere maanden van het jaar.

Marcherende frambozen
Stemmen voor de Top 2000 afgelopen zondag riep veel herinneringen op, want jij ademde muziek, zonder een noot te kunnen lezen. Vlak voor je stierf deed je zelfs een poging om te leren zingen, dat hoorde bij je regieopleiding. “En als jij het kon…”
Je gehoor voor (Engelstalige) teksten was net zo slecht als dat van mij. Zo zong je bij dat nummer van Skunk Anansie altijd ‘Just because of youhoehooo’ in plaats van ‘Just because you feel good’. Ik “zing” nog steeds wat ik hoor en met mijn gehoor is van alles mis. Ik zing luidkeels mee met woorden die taalkundig inderdaad achter elkaar zouden kunnen staan, maar nergens op slaan. Bij het invullen van mijn favoriete liedjes op de lijst der lijsten zag ik dit jaar voor het eerst dat Prince het over een Raspberry Beret heeft en niet over een Raspberry Parade. Waar ik een heel leuk beeld bij had van door de velden marcherend fruit. Zoiets als de hamers van Pink Floyd maar dan in een vriendelijke omgeving. Ik vraag me af wat je van de muziek zou vinden vandaag. Een paar nieuwe artiesten had je wel kunnen waarderen. Danny Vera bijvoorbeeld, al denk ik dat je vond dat hij nog even op de eerste plek had moeten wachten.

Wat zou je vinden van ‘de wereld’ vandaag de dag? Je zou kotsen van Baudet en walgen van Trump, dat weet ik zeker. En ik denk dat je het moeilijk zou hebben met de individualistische, egoïstische, klagerige samenleving anno 2020. Ik weet nog dat je zei “Als er detectiepoortjes komen bij de school, dan stop ik ermee.” Een van de vele dingen die dit jaar in het nieuws was, is het massale gebruik van messen door jongeren. Die detectiepoortjes staan er misschien al. Ik weet het niet. Ik herinner me dat je boos was op een leerling die haar schoolgeld niet kon betalen, maar wel een mobieltje had. Ze kon volgens jou dus duidelijk geen prioriteiten stellen. Jij wilde nog niet aan de draagbare telefoon in 2002, ik had er zelf ook nog niet zo lang een. Tegenwoordig hebben kinderen van 8 al een telefoon op zak. Ouders zijn veranderd in control freaks. Zou jij er inmiddels ook een hebben en misschien zelfs een beetje verslaafd zijn aan de spelletjes? Prioriteiten stellen, kunnen de meeste mensen trouwens nog steeds niet. Wifi en smartphones horen bij de eerste levensbehoeften. Meer dan gezond eten of sparen voor later.

Iets heel anders waarbij ik jouw aanwezigheid en mening mis, is familie. Bloed blijkt niet dikker dan water. Ik heb fantastische herinneringen aan logeerpartijtjes, gezamenlijke vakanties en sinterklaascadeaus uitpakken bij oma. Oh, en die hilarische busreis naar Spanje met jouw zus! Ooms en tantes, nichten en neven, ze verdwijnen op een enkeling na van de radar. Familiedagen zijn al lang niet meer compleet. We zoeken elkaar niet op bij hoogte- en dieptepunten. Dat heeft niets met corona te maken. We weten simpelweg niet meer van elkaar hoe het gaat. Ik zeg niet dat het anders was gelopen als jij nog leefde, want erg goed in het onderhouden van vriendschappen en familiebanden was je niet. Maar je was wel de vrolijke noot in ieder gezelschap. Je benoemde pijnpunten met humor, zette goede muziek op, schonk nog een pilsje in. Je ontwapende. En als je vroeg hoe het met iemand ging, was je oprecht geïnteresseerd in het antwoord. Misschien was dat genoeg bindmiddel geweest?

Vrienden en familie kwamen altijd graag bij ons thuis. Mijn vrienden hadden er twee keer een half uur fietsen over een winderige, donkere veldweg voor over om bijvoorbeeld voetbal te komen kijken. “Bij jouw ouders is het altijd zo gezellig.” Mijn examenfeest hoorde bij de meest legendarische van de hele reeks. Mama en jij waren een warm, gastvrij en goed op elkaar ingespeeld duo waar iedereen altijd welkom was en aan kon schuiven voor de lunch of het avondeten. Haha, zelfs de jongen die jullie op Knetemann vonden lijken en die vlak voor ik naar Benin vertrok verliefd op me werd, at een bord nasi met jullie. Terwijl jullie hem niet kenden en ik er niet was. Hij kwam geloof ik alleen naar mijn buitenlandse adres vragen of een pakketje brengen.

Vriendjes
Verliefdheid en vriendjes… Je huilde toen het uitging tussen mijn zusje en ‘haar M’, want je zag hoe verdrietig je jongste dochter was en kon het heel goed met haar lief vinden. ‘Mijn M’, de eerder genoemde Knetemann look alike, was minder jouw bloedgroep. En ook het vriendje dat daarna kwam, was dat niet. Toch waren jij en mama altijd vriendelijk. “Gaan jullie nu alweer weg?”, was één van de laatste dingen die je tegen me zei voor je stierf. Ik krijg nog steeds buikpijn als ik daaraan denk. Mijn vriendje vond het saai in Bunde en wilde zo snel mogelijk terug naar Tilburg. En ik gaf hem veel te vaak zijn zin. In alles. Hoe haalde ik het in godsnaam in mijn hoofd om met kerst, vlak na jouw overlijden, met hem naar Istanboel te gaan? Wat je van de leuke jongen uit de trein zou vinden, kan ik alleen maar raden. In mijn hoofd draaien jullie samen platen.

Mama en jij vormden één front, niet alleen qua hartelijkheid en gastvrijheid. Jullie waren ook allebei streng. Precies even streng. Als jij nee zei, mocht het van mama gegarandeerd ook niet en andersom. Maar als we alleen waren met jou, of met mama, dan was het feest. Met jou waren we minstens één week per jaar alleen, want dan ging mama op vakantie met een vriendin of een zus. We aten chips, dronken sinas en keken de film Aliens met die doodenge scène waarbij buitenaardse wezens uit iemands buik komen. Je gelooft het niet, maar allebei je dochters droomden er laatst over. Een jaar of 30 na het zien van die film! Bizar.

Ik mis je. Om jou. En om hoe alles was toen jij er nog was. Terwijl het ook mét jou niet meer zou zijn zoals het was.

Ik mis je. Ik mis je. Ik mis je. Ik hou van je. En zei dat nooit. Jij wel tegen mij dat laatste weekend.

Mijn ouders. Gastvrij, streng, lekker gek. En zelfs als puber vond ik het niet erg dat ze een dansje deden op mijn feest. Geloof ik.

Eiland in de tijd

DSCN3097Vorige week vierden we de 75e verjaardag van mijn schoonpapa. Zonder kussen en knuffels en met de stoelen zo ver uit elkaar als het appartement toeliet. En ineens kwam het binnen. Over een jaar of 20 (mijn mama is van 1953) zijn de leuke jongen uit de trein en ik een soort eiland in de tijd. Of een boom zonder wortels en zonder blaadjes.

Niets meer voor ons en nooit iets na ons.

Hoewel ik er inmiddels min of meer vrede mee heb dat er nooit een kind komt, doet deze gedachte een beetje pijn. Mijn liefde voor lezen, mijn verontwaardiging over onrechtvaardigheid, hoe blij ik word van een wandeling, mijn handschrift, mijn muzieksmaak… Het resultaat van door mijn ouders geplante en gevoede zaadjes. “Straks” kan ik er niet meer met ze over praten en kan ik het ook niet doorgeven aan de volgende generatie.

Als ik geen ouders meer heb, ben ik geen ouder en geen kind. Wat ben ik dan?

 

 

We vierden vriendschap, liefde en familie en het was geweldig

Het bedankje dat we blijkbaar af en toe vergaten mee te geven, gezien het grote aantal lollies dat nog over is.

Time flies! Op 25 januari, 11 jaar, 11 maanden en 11 dagen na onze eerste date, gaven de leuke jongen uit de trein en ik een feest om vriendschap en liefde te vieren. Een “wij gaan nooit trouwen, maar blijven wel van elkaar houden” feest. Een feest waarvoor we dezelfde mensen uitnodigden als die we ook uitgenodigd zouden hebben als ik wél had willen trouwen.

Dat werd een verdrietige/pijnlijke confrontatie met het grotendeels ontbreken van familiebanden aan mijn kant, maar ook een bekroning, onderstreping, bevestiging, omhelzing van familiebanden met de schoonfamilie en van vele vriendschappen. Wat zijn wij een geluksvogels! Wat hebben wij een prachtige mensen om ons heen! De kroeg was gevuld met vrolijke feestvierders die een goed humeur, de leukste cadeaus, en de liefste kaartjes meebrachten. Ik heb met veel te weinig mensen gepraat (sorry!), maar als ik om me heen keek, zag ik lachende gezichten. Zelf ga ik in ieder geval nog heel lang nagenieten. En mocht ik ergens slechte zin van krijgen, de regen bijvoorbeeld, dan pak ik de kaartjes er gewoon bij. Ik moet direct lachen als ik sommige teksten lees.

Wat hebben we belachelijk veel gekregen. Hele persoonlijke cadeautjes. Hele lekkere cadeautjes ook, waarvan de eerste ingrediënten al zijn opgegeten. De rest van het jaar kunnen we ieder weekend naar de film, de sauna, lunchen, dineren, logeren en naar het tuincentrum zonder geld of pinpas mee te nemen 😀 Er staat nog steeds een bak aarde middenin de woonkamer. Die moet nog uitgegraven op zoek naar muntjes. Een leuk klusje voor komend weekend.

Een speech kon niet ontbreken. Ik sprak eerder bij het overlijden van mijn oma. In datzelfde jaar bij het overlijden van mijn papa. Ik schreef af en toe een speech voor een ander. En nu, eindelijk, een feestelijk moment waarbij ik mijn woorden de zaal ik kon slingeren. Door een heuse microfoon. En ik zei ongeveer dit:

Nee, sorry, Sacha gaat niet zingen.

Dankbaar, dat is het eerste wat ik voel als ik nu om me heen kijk. Dankbaar dat jullie allemaal gekomen zijn om met ons het bourgondische leven en de liefde te vieren. Sommigen van jullie kwamen van ver. Uit Dordrecht, Tilburg, Eindhoven, Weert… G en C zelfs helemaal vanuit Frankfurt. En Amsterdam, Kerkdriel, Utrecht en Veenendaal hadden er graag bij willen zijn.

Dat vrienden belangrijk zijn, wisten we al lang. Maar het organiseren van dit feestje heeft dat nog eens dik en vet onderstreept. Sommigen van jullie moesten zich in allerlei bochten wringen om hier te zijn. Een oppas regelen, andere afspraken verzetten, onderdak regelen voor een hele beestenboel. Jullie hadden het voor ons over en daar zijn we heel blij mee. Vrienden kies je en wij hebben verdomd goed gekozen. En dat geldt andersom natuurlijk ook.

Familie kies je niet… Maar met mijn keuze voor de leuke jongen uit de trein, kwam ik toevallig in een fantastische familie terecht. Bij mijn schoonouders M en S voelde ik me direct thuis. De eerste keer was in 2008, bij de Paasbrunch. Sacha had tussen neus en lippen gevraagd of hij met Pasen iemand mee mocht nemen. Sindsdien mag ik in mijn handjes knijpen.

Sacha’s familie weet hoe je een feestje viert en van het leven moet genieten. Na 11 jaar, 11 maanden en 11 dagen weet ik zeker dat ik niet meer zonder Sacha wil, maar mocht dat toch ooit gebeuren, dan hoop ik dat zijn familie mij nog wil zien. Met wie moet S anders een pilsje drinken?

Daarna bedankte de leuke jongen uit de trein iedereen die zijn handen uit de mouwen stak tijdens het verbouwen van ons huis. Met liefdevolle loftuitingen voor zijn ouders en broer. En toen… smolt ik tot er heel even nog maar een klein plasje overbleef dat in mijn door hem gepoetste laarzen liep. Hij sprak de mooiste en liefste woorden over hoe goed wij ondanks alle verschillen bij elkaar passen. Met de enige juiste slotzin (inclusief gejoel en gejuich van de aanwezigen): “Liefie, wil je alsjeblieft nooit met me trouwen?”

 

Papadag #16

15758758054393168228402300884440.jpgLieve papa,

7.44 uur.

Zeventien jaar geleden at ik op dit tijdstip nietsvermoedend een bakje yoghurt of een boterham. Geen idee eigenlijk waar ik destijds mee ontbeet. Misschien zat ik zelfs al in de trein. Ik liep immers stage in Amsterdam. Ik baalde, want het treinverkeer was chaos die dag, dat weet ik nog wel. Een ergernis die later op de dag onbetekenend zou blijken.

Zeventien jaar zonder jou en ik vraag me nog regelmatig af wat jouw mening of keuze zou zijn geweest. Wat zou je bestellen van de menukaart? Hoe hard zou je vloeken naar de tv als Trump in beeld kwam? Je zou je gruwelijk ergeren aan de smartphones en tablets in het straatbeeld, maar misschien zou je inmiddels zelf ook een zaktelefoon hebben? En de Top 2000, zou je die gewaardeerd hebben? Zoals ieder jaar stemde ik op Brown Eyed Girl in jouw plaats.

Wat ik me de laatste weken vooral afvraag, is of de familiebanden nog zouden bestaan als jij nog leefde. Zou ik jouw enige zus en hun enige dochter dan wel nog af en toe zien? Ik had nooit gedacht dat die contacten zouden verwateren. Maar dat zegt misschien vooral iets over mij?

De leuke jongen uit de trein en ik geven in januari een feest. Een feest dat belangrijk voor ons is; we vieren vooral onze liefde voor elkaar. Het is maar goed dat wij nooit gaan trouwen, want de lege bankjes in het stadhuis zouden een droevige aanblik geven. Op 2 mensen na die ik al in geen jaren meer sprak, nodigde ik beide families uit. 21 personen in totaal. Vooralsnog komt er niemand. Zou dat anders zijn geweest als jij nog leefde?

Jij was geen held in het onderhouden van contacten, maar als we ergens op bezoek waren, of anderen waren bij ons, dan maakte jij altijd duidelijk dat je voor mensen klaarstond. Dat ze op je konden bouwen. Jij haalde de kou uit de lucht, voordat we het koud kregen. Met een flauw grapje of een relativerende opmerking zorgde jij ervoor dat dingen werden uitgesproken die anders ongezegd zouden blijven. Een talent dat ik helaas niet van je heb geërfd.

Vanavond proosten Luuk, Loes, mama en ik op jou (in Valkenswaard!). We gaan raden wat jij gegeten zou hebben. We staan misschien even stil bij jouw vermoedelijke kijk op de onvrede in de Nederlandse samenleving en de duistere figuren in onze politiek. Maar daar laten we ons humeur niet door verpesten. We maken er een gezellige avond van. Zoals jij gewild zou hebben.

Liefs,

Lieke

Brief aan mijn nichtje #20

Lieve koprolkampioen,

Afgelopen vrijdag bleef je slapen. Dat slaapfeestje begon een tikkeltje dramatisch. Toen je mama wilde vertrekken, klampte je je aan haar vast en rolden de tranen over je wangen. Je wilde haar niet loslaten en je schouders schokten. Na het zwaaien voor het raam lukte het je uiteindelijk om te vertellen wat er was.

“Jullie worden wel eens boos.”

Er brak een stukje van mijn hart en ik vroeg me even af hoe ik hierop moest reageren. Geen idee of ik voor de beste strategie koos, maar het gesprek ging ongeveer als volgt verder:

“Wordt jouw mama nooit boos?”
“Jawel.”
“Wanneer dan?”
“Als ik niet luister.”

Toen de tranenstroom was opgedroogd, begon het feest. Want na het eten gingen we naar de kermis. Dat je op de trampoline zou gaan, stond vast. Er was niemand anders op de trampolines en de jongen die de boel in de gaten moest houden, begon tegen mij te vertellen. In plaats van de gebruikelijk vijf minuten, kreeg je een kwartier voor je luchtacrobatiek. Als jij moe werd en je nog nauwelijks met je voeten aan de trampoline kwam, trok hij aan je benen waardoor je weer hoog de lucht in ging. Na een paar keer ‘ik durf niet’ lukte het je toch om in de lucht koprollen achteruit te maken. “Dat zijn back flips!” Ik vond het knap. Ook dat je eten er niet uitkwam.

Daarna ging je in de vliegtuigjes, die niet zo boeiend waren. De leuke jongen uit de trein die wij vanwege ons ongeduld alleen hadden laten eten, was ondertussen ook aangehaakt. Je kon hem al vliegend een high five geven. Toen ging je eendjes hengelen. Dat was een fluitje van een cent en binnen no time had je de benodigde 7 eendjes in je bakje. Van mij mocht je doorgaan met hengelen, want de mevrouw van de kraam lette toch niet op. Maar toen kwam het haakje van je hengel vast te zitten en trokken we direct de aandacht. Je mocht iets uitkiezen. De kraam hing vol met schattige knuffelbeesten, grote stuiterballen, poppen met lang haar en hoelahoeps met glitter. Tot mijn grote spijt twijfelde je na twee rondjes rond de kraam nog tussen het lichtzwaard en het geweer. Het geweer won, want daar hoefde geen batterij in dus die kon je meteen gebruiken. Tot slot trakteerde de leuke jongen uit de trein nog bij de snoepkraam. Daar twijfelde je niet, het moest en zou een suikerspin worden.

In pyjama op de bank, onder een dekentje en met de leuke jongen uit de trein als kussen, mocht je een dansprogramma afkijken dat tot half elf duurde. Zoals dat hoort bij logeerpartijtjes. Onze hoop dat je dan de volgende ochtend wat langer zou slapen, bleek ijdel. De eerste geluidjes hoorden we om zeven uur. Je ging stilletjes naar de wc, ging nog even terug naar je kamer, maar sloop toen toch onze kamer binnen. Daar bleef je in het donker naast ons bed staan. Tot ik medelijden kreeg en je naar mijn kant wenkte, waar je nog lekker even tegen me aan kroop.

Als ontbijt werkte je achtereenvolgens een croissant, een restje suikerspin en een boterham met pindakaas naar binnen. De rest van de ochtend beweerde je dat je nog honger had, maar ik vond het wel even goed geweest. Terwijl de leuke jongen uit de trein bij zijn ouders ging klussen, maakten wij het speeltuintje in Bunde onveilig. Het leverde me een natte kont op. Toen ik bijna overstag was voor je ‘gehonger’ en bedacht dat ik misschien maar iets te eten bij de supermarkt moest halen, stuurde je mama een berichtje dat ze boven water was en met haar vriendinnen aan tafel zat. Dus daar liepen we snel naartoe. Je vertelde hoe leuk de kermis was en dat je honger had. In sneltreinvaart werkte je vier minisaucijzenbroodjes naar binnen. Daarna ging je spelen terwijl wij natafelden.

Volgens mij zijn we geen enkele keer boos geworden. Pjoew!

Kom je snel weer logeren?

Liefs,
Tante Lieke

Kinderwens, kinderboeken

white teddy bear with opened book photo

Foto door Pixabay op Pexels.com

Weten jullie nog? Dat ik helemaal niets met baby’s had en me niet kon voorstellen ooit moeder te willen worden? Dat mijn overtuiging om nooit te willen trouwen en nooit kinderen te willen even sterk waren? Wanneer het ‘mis’ ging, kan ik niet zo goed vertellen. Wel dat de biologische klok toch is gaan tikken. Nu het bijna te laat is.

Waarom wil ik een kind? Een goede vraag. Een belangrijke vraag. Een vraag die mensen zichzelf soms niet bewust stellen. Ze komen iemand tegen waar ze het leuk mee hebben. Ze gaan feesten, ze gaan reizen, ze gaan van elkaar houden, ze gaan samenwonen, ze maken carrière en ze ‘krijgen’ een kind. Omdat het zo loopt. Omdat het zo hoort.

Maar waarom? Heb ik genoeg van de hele nacht doorslapen? Heb ik het gehad met de badkamer voor mezelf? Vind ik rustig de krant lezen met een kop koffie ineens niet meer belangrijk? Of kleding zonder spuugvlekken?
Kinderen hinderen. Ze maken lawaai, maken dingen stuk, hebben een achterlijke muzieksmaak, kijken naar idiote tekenfilms (Bumba, aaaargh), zijn plakkerig en zeurderig en zo aanwezig dat je je eigen gedachten niet eens meer kunt afmaken.

Dus waarom? In ieder geval niet omdat een dikke buik me zo fantastisch lijkt. Of opgezwollen voeten.

Daarom. Ik wil een gezin. Een familie van mezelf. Ik ben opgegroeid in een fijn gezin waarin iedereen zichzelf mocht zijn en dat wil ik doorgeven. Ik wil een verbinding met de volgende generatie, zoals ik met mijn nichtje heb, maar dan nog hechter. Ik wil niet dat ‘het’ bij mij stopt. Ik heb liefde om te geven, wijze lessen om te leren. En als ik nadenk over ‘als ik later groot ben’, dan komt daar altijd nageslacht in voor. Dan zie ik mezelf als verhalenverteller aan de (klein)kinderen.

Bovendien wil ik gewoon een excuus om regelmatig te schommelen, trampoline te springen, verstoppertje te spelen en om héél veel kinderboeken te kopen. Rupsje Nooitgenoeg, Pippi Langkous, De GVR, Ronja de Roversdochter, Koning van Katoren, Kruistocht in Spijkerbroek, Publieke vijand nummer twee…

Wat was jullie afweging om wel/niet kinderen op de wereld te willen zetten? En komen jullie verwachtingen een beetje overeen met de praktijk?

 

Papadag #15

Gisteren was het zestien jaar geleden dat jouw hart op een ijskoude maandag stopte met kloppen. Ieder jaar rond jouw sterfdag schrijf ik iets. Vorig jaar schreef ik je een brief vol mooie herinneringen. Dit jaar worstel ik met de invalshoek. Heb ik alles al gezegd?

Dat jij dood bent, is niet meer waar ik mee opsta en naar bed ga. Ik kan over je praten zonder tranen. Naar ‘jouw’ muziek luisteren zonder mijn adem in te houden. Foto’s van vroeger kijken en lachen om de gekke bekken die je trekt. Maar je zit vaak in mijn hoofd. Als ik aan je denk, is dat meestal in vragende vorm. “Wat zou papa ervan vinden dat…?”

Als ik nieuwe muziek hoor, probeer ik in te schatten of je het had kunnen waarderen. Als ik ergens ga eten, raad ik soms wat jij van de menukaart zou kiezen. Maar ja, herinneringen aan het verleden bieden geen garanties voor de toekomst. Zou je nog leven, had je misschien een heel andere smaak ontwikkeld. Luisterde je nu misschien naar metal en bestelde je salades?

Ik mis je nog steeds. En soms keihard. Omdat ik denk dat sommige conflicten nooit zouden zijn ontstaan. Jij zou ze met je gevoel voor humor en talent voor relativeren geen kans geven. Omdat ik denk dat je soms mijn kant zou kiezen. Uit de grond van mijn hart: wat zou ik jouw steun soms goed kunnen gebruiken.

Maar kleine meisjes worden groot. Ook zonder jou. -x-

old photos in the wooden box

Foto door Kaboompics .com op Pexels.com

Brief aan mijn nichtje #19

assorted gift boxes on red surface

Foto door George Dolgikh op Pexels.com

Lieve stuiterbal,

Dit weekend kwamen de cadeaus van Sinterklaas en oh wat moest je lang wachten om ze open te maken. Dat mocht pas als iedereen er was en de leuke jongen uit de trein en ik namen de tijd. Ik had namelijk bijzonder lang nodig om de zwarte schmink uit mijn oren te poetsen vanwege mijn eigen uitstapje met Sinterklaas (sjjjjjt!).

Toen we eindelijk binnen waren, mocht je één pakje openmaken en daarna moest je eten. Ik was onder de indruk dat je dat gewoon deed. Ik was ook onder de indruk van hoe goed je al leest, al had je geen geduld voor het hele gedicht.

Na het eten ging je los. De pakjes werden redelijk woest van hun papier ontdaan en bij alles wat tevoorschijn kwam, gilde je harder. Precies op de toonhoogte waarvan trommelvliezen scheuren. “Kijk!!!”

Het computerspelletje van Frozen was het populairst. Ver na bedtijd zat je nog bij de leuke jongen uit de trein op schoot te ‘bliepen’. Soms met een frons op je voorhoofd als er iets niet lukte en soms met een heuse drama act als er game over in je beeld verscheen.

Gelukkig mochten we je wel nog even storen voor een afscheidskus toen we naar huis gingen.

Veel plezier met al je cadeaus.

Dikke kus,
Lieke