Geen stap verder

Ik maak mijn ochtendwandeling. Zij slaat achter mij met haar auto de zandweg in. Licht geïrriteerd stap ik opzij. Er mogen geen auto’s komen. En ondanks dat ze langzaam rijdt, veroorzaakt haar auto na weken zonder regen een enorme stofwolk.

Ze steekt haar hoofd uit het raam: “Sorry voor het stof. Heb jij ergens een hond gezien?”
Ik moet lachen: “Ik ben heel veel honden tegengekomen.”
“Een hond liggend in het veld?”
“Nee.”
“Ik werd net gebeld. Onze hond weigert op te staan.”
Ze rijdt langzaam verder. Ik loop aan het einde van de stofwolk achter haar aan.

Na de bocht zien we allebei een man zwaaien en gebaren. De auto moet zo veel mogelijk naar rechts op het smalle pad, de hond ligt blijkbaar links. Door het hoge graan, kan ik de hond niet zien.

Ik ben net te ver weg om de gezichtsuitdrukking van de man te ontwaren, maar ik meen moedeloosheid en frustratie te herkennen in zijn houding. Hoe lang zou hij daar al staan? Trekkend aan de riem terwijl hij de hond bemoedigend toespreekt.

De auto stopt. De man doet de klep open.

Wild kwispelend springt een enorme herdershond achterin.