Op dit moment #12

herfst-18-2-e1573558355509.jpgDe petroleumkachel loeit en ik draag twee vesten en een sjaal. Mijn chalet/boomhut is tussen 8 uur vanmorgen en nu opgewarmd van 4 naar 12 graden. En toch ben ik nog steeds blij dat ik de WERKplaats, waar ik het ook naar mijn zin had, heb verruild voor Het Werkgebouw. De sfeer is hier beter en de omgeving inspirerender.

Genieten van: ganzen die in V-formatie overvliegen, roze en oranje zonsopkomsten, vallende blaadjes in rood en geel. Dat de tijd van stamppot en erwtensoep is aangebroken. Dat Lieke Schrijft goed blijft draaien zonder dat ik aan acquisitie hoef te doen. Mijn omzet komt aan het eind van 2019 een stuk hoger uit dan aan het eind van 2018, terwijl ik dit jaar veel langer vakantie had. Ik ben daar heel dankbaar voor.

Blij met: vriendschappen. Ik vroeg via Facebook aan een vriend of het eten bij de Koreaan lekker was geweest. Resultaat: over twee weken gaan we met op een donderdagavond met 13 smulpapen eten bij de Syriër.
Begin december is het tijd voor de jaarlijkse Sinterkerstborrel met mijn vriendjes van de middelbare school. Vier mannen, waarvan ik er twee maar één keer per jaar zie. We verschillen als dag en nacht van elkaar qua werk, gezinssamenstelling en hobby’s. Toch is het altijd gezellig. Ik kijk ernaar uit!

Balen van: vriendschappen. Meer specifiek, de vriendschappen die op een veel lager pitje staan dan ik zou willen. In veel gevallen ligt het aan mezelf in combinatie met de afstand. Ik kan me er niet toe zetten om naar Eindhoven te rijden of in de trein naar Utrecht te stappen. Terwijl dat toch eigenlijk niet zo heel ver weg is. Waar ik me dan schuldig over voel. Zeker als ik voor mijn gevoel ‘aan de beurt ben’. Ik ga weer wat meer mijn best doen!
In andere gevallen ligt het lage pitje aan de weerstand tegen het inschakelen van een oppas, wat afspreken een stuk moeilijker maakt.

Sporten: gaat deze week niet vanwege pieperdienst. Maar verder ben ik goed bezig, al zeg ik het zelf. Wekelijks naar de sportschool waar ik minimaal een uur cardio doe. Iets minder dan wekelijks naar het zwembad voor drie kwartier baantjes trekken. Gisteren begon ik de werkweek met een ochtendwandeling voordat de pieper aan moest. In Hasselt, waar ik twee dagen per week werk als ik geen pieperdienst heb, maak ik in de middagpauze standaard een ommetje met collega’s. Soms stap ik op de heenweg uit de auto in Zutendaal of Genk voor een korte wandeling. En de trappers die in mijn boomhut onder mijn bureau staan, draai ik tijdens de andere werkdagen fanatiek rond. Ook omdat het helpt om warm te blijven. Het resultaat op de weegschaal valt overigens tegen, maar dat heeft vooral met ‘borrels’ te maken. En met een ruggengraat van elastiek als er in Hasselt weer eens iemand trakteert.

Eten: sinds we terug zijn uit Canada, zijn we best gezond bezig. Minder vlees, meer groente, kleinere porties en nog maar zelden een toetje. Ook proberen we wat vroeger te eten, maar dat blijft een uitdaging. Als je allebei voltijds werkt en moeite hebt met onafgeronde taken, is het al snel 19 uur voor er iets op tafel staat.
Laatst begonnen we onze zondag in de keuken. De leuke jongen uit de trein boog zich over een grote pan zalig zuurvlees en ik bakte een bosvruchtencake.
Voor mijn doen, eet ik tegenwoordig belachelijk veel fruit. Belachelijk veel betekent 1 à 2 stuks per dag. Met tegenzin. Ik geniet tien keer meer van een broodje met kaas dan van een appel. Een zak pepernoten gaat veel gemakkelijker naar binnen dan een bak druiven. Maar ik houd vol! Vandaag staan twee mandarijnen op het menu.

Lezen: Serie Q van Jussi Adler Olsen. De hoofdpersonen zijn fascinerend. Ik heb het zevende en voorlaatste deel bijna uit en heb nog steeds geen idee van de geheimen van hoofdpersonen Assad en Rose. Van de rode draad die door alle boeken loopt, een schietincident waarbij hoofd-hoofdpersoon Carl een collega verloor, heb ik ook nog geen idee wie de dader is en waarom. Dat in tegenstelling tot de series waar we op televisie naar kijken en waarbij de leuke jongen uit de trein en ik soms in de eerste 5 minuten de dader al kunnen aanwijzen.

Kijken: de voorspelbare series waar ik in het vorige punt op doelde zijn de drie varianten van NCIS. Met name de LA-variant wordt steeds ongeloofwaardiger. Hoezo hebben de ‘goeien’ altijd negen levens en gaan de ‘slechten’ meteen tegen de vlakte? In de laatste aflevering, lukte het om binnen drie seconden telefonisch een aanhoudingsbevel van een rechter te krijgen, terwijl die rechter in de rechtszaal met een heel andere zaak bezig was. Alsof het niet al minstens een paar minuten duurt om de zaal te verlaten en te lezen waar je eigenlijk toestemming voor geeft. En toch blijf ik kijken. Gedachten uitschakelen en genieten. The Blacklist volgen we ondertussen al een hele tijd niet meer, omdat de hoofdpersonen op onze zenuwen begonnen te werken. Maar we pakken het vast weer op.

Luisteren: Kink FM (de lijst die nu wordt gedraaid is om van te smullen!), Studio Brussel en Radio 2. Qua cd’s zat ik de afgelopen weken in de jaren 90 verzamelaars (kent iemand The Bigg Buzz cd’s?). Heerlijk!

Leuke dingen om naar uit te kijken: een bezoek aan Fins Lapland in januari met mijn Hasselt-collega’s. Ik vind het eng. Ik ken mijn collega’s niet zo goed. Sommigen kennen elkaar al jaren en gaan ook buiten het werk veel met elkaar om. Waar pas ik in dat plaatje? Maar ik kijk er dus wel naar uit. En dat lijkt me logisch. Met husky’s sleeën door een wonderlijk wit winterlandschap en daarna opwarmen bij een knapperend haardvuur, dat klinkt toch als een droom? Net als gebraden rendiervlees met zure bessen. Of wilde zalm met aardappelpuree. En stel nou dat we het noorderlicht te zien krijgen…

Al met al ben ik een behoorlijk blij ei dus. Ik heb niets te klagen.

Omdat de klant koning is

marketing office working business

Foto door Negative Space op Pexels.com

Ik geloof dat ‘de mens’ van nature vriendelijk is tegen zijn medemens. Daarom blijf ik me verbazen over het gebrek aan (klant)vriendelijkheid bij andere mensen. Vandaag voerde ik voor de zoveelste keer een ‘typisch’ gesprek met iemand uit de bouwsector.

Ik: “Goedemorgen met Lieke. Ik sprak vorige week met X en heb ook nog een e-mail gestuurd. Ik zou gisteren worden teruggebeld, maar heb nog niets gehoord. Weten jullie al wanneer jullie komen?”

Zij: “Ik ben net pas terug van vakantie en nog niet helemaal bijgelezen, dus jouw mail heb ik nog niet gezien. Bovendien had ik voor de bouwvak al een voorstel gemaild en daar had je niet meteen op gereageerd. De datum die ik daarin voorstelde, kan in ieder geval niet meer. Deze en volgende week hebben we sowieso niet veel tijd, dus het kan nog even duren.”

Geen sterk openingsantwoord, vind ik. Er kwamen geen excuses voor het niet terugbellen. Er klonk überhaupt geen enkel vriendelijk woord. En net als het voorlaatste gesprek dat ik met haar collega had, eindigde het met een belofte over wanneer ik word teruggebeld (voor het einde van de werkdag).

En wat doe ik? Automatisch, omdat het tijdens mijn opvoeding onuitwisbaar is geprogrammeerd in mijn karakter, zeg ik dankjewel en wens haar nog een fijne dag.

 

Leeftijdsontkenning en vooroordelen

BNIIn mijn hoofd ben ik nog steeds achterin de twintig. Net afgestudeerd en nog een beetje groen achter de oren. Ik kan goed leren en leuk schrijven, maar weet nog niet zo veel van de wereld. De mensen die ik moet interviewen zijn per definitie ouder en wijzer en echte experts in hun vakgebied. Laborant, advocaat, hoogleraar, CEO? Dan ben je 40+ en onwijs goed ingevoerd in wat je mij wil vertellen. Je ziet er keurig uit, met een op maat gemaakt jasje, een kapsel en goed verzorgde nagels.

Over twee weken word ik 39. Het is 16 jaar geleden dat ik mijn bachelor journalistiek haalde. Sindsdien schreef ik voor kleine en grote bedrijven. Voor de provincie en verschillende gemeenten. Voor gezondheidscentra en maatschappelijke organisaties. Soms ben ik woordvoerder, soms adviseur. Steeds vaker ben ik ouder dan de man of vrouw aan de andere kant van de tafel. De praktijk komt al jaren niet overeen met mijn gedachten, maar het dringt nog steeds niet tot me door.

Vanmorgen op de fiets, onderweg naar een interview met iemand die ‘prof. dr.’ voor zijn naam en een aantal prijzen op zijn naam heeft staan, maakte ik me dus weer enorme zorgen. Had ik me wel goed genoeg voorbereid? Zou ik door de mand vallen vanwege mijn gebrek aan medische kennis? En was ik niet vreselijk under dressed in mijn fleurige zomerjurkje?

Hij droeg een spijkerbroek en een polo en gebruikte wel drie keer de zin ‘dat laat ik aan jou over, want jij bent de expert’.

 

 

 

Iedereen op kamers

Je hebt twee soorten studenten: zij die op kamers gaan en zij die nooit zullen weten hoe een echt studentenleven eruit ziet. Ook al heb je thuis lieve en begripvolle ouders waaraan je geen verantwoording hoeft af te leggen. Ook al wassen je ouders je kleren en koken ze ook nog eens verdomd lekker. Ook al is de kamer in je ouderlijk huis groter dan de studentenkamer waar al het geld van je bijbaan heen zal gaan. Ook al heb je thuis een eigen badkamer of misschien zelfs wel een zwembad en moet je in je studentenhuis iedere dag wachten tot de douche vrij is. Niets is beter dan het huis uit gaan en enkel nog je dikke eigen goesting doen (zoals ze dat in Vlaanderen zeggen). Althans, dat is mijn bescheiden mening.

Ik heb er geen seconde over getwijfeld dat ik op kamers moest. En wat heb ik een pak goede herinneringen aan mijn tijd in de Broekhovenseweg. De gezamenlijke maaltijden met de beste huisgenoten die ik me kon wensen, de spellenavonden, de stapavonden, de concerten in 013 en altijd iemand die mijn band wilde plakken of het kratje bier wilde dragen. Op maandag naar ‘Jodium prikt’, op dinsdag naar de film bij Cinecitta, op woensdag dansen en desperado’s drinken bij Extase en heel hard meezingen met Suds & Soda, op donderdag eerst naar Polly en dan naar Cul de Sac. Poolen in die foute hal achter het spoor, baantjes trekken in het zwembad om de hoek. Als ik een weekend niet naar mijn ouders ging, haalden huisgenoot F en ik heerlijkheden bij die goddelijke bakker op het Pater van den Elsenplein. Om vervolgens samen te ontbijten.

Dus toen een oud-studiegenoot die inmiddels in Utrecht woont, vroeg waar we af zouden spreken, antwoordde ik meteen ‘Tilburg!’ De leuke jongen uit de trein en ik namen – uiteraard – de trein. Naast ons zaten drie van de meest oppervlakkige en verwende studenten die ik ooit van dichtbij heb gezien en vooral gehoord. Dat ze aan het eind van de maand vaak hun ouders nog om een paar honderd euro extra vroegen en dat ook kregen. Dat ze nooit zelf kookten, behalve heel soms verse pasta met saus uit een pot. Dat ze een periode gingen studeren in de VS en dat hun ouders gigantische bedragen hadden neergelegd om ervoor te zorgen dat ze een goede plek op de campus zouden krijgen.

“Ja want ik ben zielig”, antwoordde een van de vrouwen, toen de man in het gezelschap vroeg of ze altijd kreeg wat ze wilde. “Ik ben enig kind en had op vakantie dus nooit iemand om mee te spelen.”
“Ik heb afgelopen maand super veel van mijn ouders gehad”,  vertelde de tweede vrouw. “Ik heb echt wel hard gewerkt om mijn tentamens te halen en toen had ik echt geen puf om ontbijt te maken ofzo. Ik heb de hele maand croissantjes gehaald en eten laten bezorgen en dat is natuurlijk duurder, dat snapten mijn ouders wel.”
De man trakteerde de schaars geklede vrouwen vervolgens op een heleboel verhalen over de ‘chickies’ die hij had ‘gefixt’ en ‘geregeld’ en hoe veel drankjes hem (lees: zijn ouders) dat kostte.

Voor dit drietal is enkel nog je dikke eigen goesting doen net zo vanzelfsprekend als drinken en poepen. De 2.0 versie van mijn studententijd waarin soms een stukje maand overbleef aan het eind van mijn studiefinanciering. (Maar ik had het absoluut niet slecht, mijn ouders betaalden mijn huur).

Zou dit drietal over een paar jaar met net zulke warme gevoelens aan hun studententijd terugdenken als ik?

Op dit moment #11

Carnaval 2019De weg omhoog is ingezet. De leuke jongen uit de trein is weer op de been. Joepie en jeuh!!
Door mijn bedrijf op ‘out of office’ te zetten, kan ik de achterstand langzaam wegwerken. Ik ben nog niet ‘bij’ – what was I thinking toen ik zo veel opdrachten aannam – maar er is meer licht en lucht. Over één interview maak ik me serieus zorgen, omdat het zo lang geleden is dat ik van mijn aantekeningen nog maar moeilijk chocolade kan maken. Verder komt alles goed.

Genieten van: is vooral nagenieten van. Vanwege werk vierde ik maar één dag carnaval. De zondag. Het was een topdag. Ik begon vroeg en eindigde laat. Ik was omgeven door de leukste, gekste, mafste mensen in een perfecte, feestelijke sfeer. Het bier uit plastic bekertjes smaakte beter dan dat het in andere omstandigheden zou hebben gesmaakt. De herremeniekes klonken als een zonnetje. Ik heb genoten. No way dat ik nog eens pieperdienst ga hebben tijdens de carnaval. Sorry collega’s.

Blij met: de vooruitgang in het lijf van de leuke jongen uit de trein. Hij moest het afscheidsfeest van onze stamkroeg missen en daar baalde hij enorm van. Gelukkig was hij op tijd hersteld om zich twee dagen op carnaval te storten. Of dat voor zijn rug helemaal verstandig was, is een tweede. Maar hij heeft genoten. En man wat gunde ik hem dat.
Sowieso blij met de leuke jongen uit de trein. Hij sleepte me gisteren mee naar Kerkrade om een nieuw badpak/zwempak te gaan kopen. Roep al weken dat ik een nieuw exemplaar nodig heb, maar ook wat voor grote hekel ik heb aan het passen ervan. Zonder leuke jongen uit de trein zou ik binnenkort niet meer kunnen gaan zwemmen.

Balen van: mijn linkervoet. De diagnose ‘opnieuw hielspoor’ is alweer twee jaar oud. Ik draag iedere dag braaf mijn steunzolen. Loop meestal op stevig schoeisel. Slaap ’s nachts regelmatig met een speciale sok. Sta af en toe te rekken op de trap, of loop een stukje op mijn hielen, wat volgens de fysio goed zou zijn. Het helpt allemaal voor geen meter. Het enige smetje op mijn ene carnavalsdag was dat ik op een gegeven moment echt naar huis moest omdat ik begon te strompelen. Wat dus niet vanwege de alcohol was.

Sporten: gaat deze week niet vanwege pieperdienst. Maar verder ben ik bijzonder trots op mezelf. In de weken dat ik geen dienst heb, ga ik 1 x zwemmen en 1 x fitnessen. Bij mooi weer maak ik tussen de middag een wandelingetje. En in plaats van de kortste weg van en naar de supermarkt, neem ik vaak een flinke omweg. Mijn conditie is bijzonder goed, al zeg ik het zelf. Het resultaat in kledingmaat en gewicht is nul komma nul, maar dat is niet raar. Een feestje hier en een borreltje daar gecombineerd met onregelmatig en vaak pas erg laat eten. Maar hee, moet je nagaan hoe erg ik eraan toe zou zijn als ik niet zou sporten.

Eten: wat had ik een geluk dat de leuke jongen uit de trein vorige week een gigantische pan zoervleis maakte. Lek vinger lek doum!

Beren op de weg: iets met schuifpuien en dakramen en vakmannen die afspraken na moeten komen en wij die knopen moeten doorhakken en alles daar omheen.
Het vinden van een televisiekastje. Na de verhuizing hebben we een tijdje gezocht en het weer opgegeven. Maar hoe fijn zou het zijn als het huidige kastje naar de gang kan verhuizen waardoor eindelijk een aantal spullen een soort van definitieve plek krijgen.

Leuke dingen om naar uit te kijken: ik val in herhaling, want ik zei het ook al in deel 10, maar samen met de leuke jongen uit de trein naar Vancouver en Brussel (Hooverphonic, Manic Street Preachers) daar kijk ik het meeste naar uit.
Verder verheug ik me enorm op het zien van vrienden die ik al véél te lang niet heb gezien. Sommige mensen die me dierbaar zijn, heb ik al meer dan een jaar niet geknuffeld. De eerste dates zijn gepland.

Carnaval 2019 2

 

Op mijn tandvlees

Pauze

De zon schijnt, mijn voortuin staat vol sneeuwklokjes, er zit vaak een merel op de schutting als ik thuiskom na een dag werken, de stad kleurt rood, geel en groen, verschillende “hèrremeniekes” kondigen de carnaval aan en mijn ondeugende nichtje viert dit weekend haar verjaardag. Veel kleine en grote dingen om van te genieten.

Toch heb ik wallen tot op mijn kin en loop ik op mijn tandvlees, om er nog maar een plastische uitdrukking tegenaan te gooien. De leuke jongen uit de trein ging drie weken geleden door zijn rug. Ongeveer op hetzelfde moment dat ik het een goed idee vond om ja te zeggen tegen 16 interviews voor een website, 5 productpagina’s voor een andere website, een beleidsnota van 30 pagina’s, 1 brochure en 1 projectplan. Dat was al ambitieus naast mijn twee vaste dagen in Hasselt en het alsmaar doorlopende Project Fairtrade, maar met een compleet huishouden ernaast waar we normaal de taken netjes door 2 delen, is het helemaal niet te doen.

Ondertussen probeer ik met fruit, vitamine bruis en veel slaap de griep op afstand te houden. Gelukkig gaat het met de leuke jongen uit de trein steeds beter. Veel te langzaam naar zijn smaak, maar toch. Voor hem is ‘de situatie’ natuurlijk veel erger dan voor mij. En ja, ook dit is een ‘eerste wereld probleem’. Ik heb de luxe dat ik een beetje voor de leuke jongen kan zorgen (maar wat ben ik toch een partij onhandig bij het aantrekken van zijn sokken). Hij heeft de luxe om rustig aan steeds mobieler te worden zonder inkomsten te missen. Wij hebben de luxe dat zijn mama afgelopen weekend een deel van de was en de strijk overnam.

Maar de stapel werk blijft. Afgelopen week schreef ik voor een klant een blog over singletasken met als belangrijkste conclusie: multitasken is een illusie. Haha, vertel mij wat…
Rustig blijven ademhalen en één voor één mijn taken afwerken, zou je zeggen. Maar leg dat maar eens uit aan mijn hoofd waar voortdurend kortsluiting ontstaat door te veel open eindjes.

design desk display eyewear

Foto door energepic.com op Pexels.com

 

 

Ultieme lelijkheid

Stenen tuinen. Zelfs in de zon doen ze pijn aan mijn ogen. Ik vind het misschien wel het lelijkste fenomeen van Nederland en omstreken.

Behalve onaangenaam om naar te kijken, is zo’n “tuin” simpelweg een ramp:

  • laat nauwelijks water door
  • houdt warmte vast
  • levert geen zuurstof
  • neemt geen CO2 en fijnstof op
  • draagt niet bij aan biodiversiteit
  • is vaak een kattentoilet
  • nodigt uit om mos- en onkruidverdelger te gebruiken

Al die mensen die roepen dat het ‘zo lekker praktisch is’, kunnen hun geld net zo makkelijk aan een paar bodembedekkers en groen blijvende struikjes uitgeven als aan kiezels of tegels. Na een jaar heb je nauwelijks nog werk aan zo’n groene tuin waar wél wormen, egels, kevers en blije bijen wonen. Bovendien is wetenschappelijk aangetoond dat groen gelukkig maakt.

Dus.

P.S. Ken je Operatie Steenbreek al?

Auto in de sneeuw

sneeuwWie mij kent, weet dat ik een onzekere autorijder ben. Bijzonder slecht in bijzondere verrichtingen. Nu ik alweer 15 maanden bijna dagelijks rijd, na een pauze van 9 jaar waarin we geen auto hadden, gaat het een stuk beter. Achteruit inparkeren gaat meestal in één keer goed, vooruit inparkeren kan ik in ieder geval beter dan de buurman, fileparkeren probeer ik niet meer. Die slag krijg ik nooit te pakken. Maar op de weg kijk ik verder vooruit en anticipeer ik beter, zoals ze dat zo mooi noemen.

Leuk ga ik autorijden nooit vinden, hoe goed de muziek op de radio ook is. Ik ben sowieso nachtblind, waardoor ik in het donker angstvallig de middenstreep in de gaten moet houden. Ik zie verder maar weinig contrast en diepte.

En toen kwam gisteravond: donker, sneeuw, ijs en langzaam naar huis vanuit Hasselt. Op de snelweg ging het niet harder dan 60 km per uur, op de binnenwegen was 30 al een prestatie. Waar ik de hele weg veel afstand had gehouden, lukte dat richting rotonde in Smeermaas niet meer, vanwege filevorming. Ik schakelde terug naar de twee en wilde een beetje afremmen om nog langzamer de rotonde op te draaien. Maar de rem intrappen ging niet en tegelijkertijd sprong een lampje op het dashboard aan. Iets met een uitroepteken. Paniek. “Botsen op mijn voorligger of de berm in sturen en hopelijk net op tijd stilstaan voor die boom?” Ik reed/gleed langzaam genoeg om beide botsingen te overleven en koos voor het laatste, dat leek me minder gedoe. Ik raakte de boom niet. De sneeuw in de berm remde me genoeg af.

Ik belde de leuke jongen uit de trein. “Mijn rem doet het niet en er brandt een lampje en ik sta in de berm!” Hij was gelukkig de rust zelve, zoals meestal als ik dat nodig heb. Het lampje bleek voor de bandenspanning en dus geen ramp, maar die rem maakte me ongerust (understatement). We besloten dat ik naar de parkeerplaats van de supermarkt zou rijden, waar ruimte genoeg is om bij weigerende remmen de auto gewoon uit te laten rollen. En zo geschiedde, met zweet op mijn bovenlip. Bij de Carrefour lukte het nog steeds niet om het rempedaal in te trappen, maar op de motor remmen lukte prima. Ruim op tijd kwam ik tot stilstand. Met een vrij hoge hartslag, dat dan weer wel.

Met de auto van de buurvrouw (dankjewel buurvrouw!) kwam mijn lief to the rescue. Hij stapte in, reed een stukje, remde… niets aan de hand. Ik besloot de auto van de buurvrouw naar huis te rijden. Ik draaide de parkeerplaats af en de achterbanden gleden direct in een slip. Was mijn hart net gekalmeerd, klopte ie nu weer op standje topsport. Maar de auto en ik kwamen veilig thuis. En de leuke jongen uit de trein ook met onze auto.

De ANWB-meneer die vanmorgen de auto kwam nakijken, heeft wat dingen getest en een stukje gereden. Hij kon niets ontdekken. Mijn lief is nu – voor MIJN zekerheid – ook nog even naar de garage. Waar ze waarschijnlijk ook niets kunnen vinden. Dus ligt het aan mij, denk ik dan… Vanmiddag ga ik lekker met de fiets naar een klant in Amby. Morgen als ik weer naar Hasselt moet, stap ik met klamme handjes en samengeknepen billen in de auto. Verheug me er nu al op!

Van alle decadente dingen op de wereld, zou ik het allerliefst een privéchauffeur willen.