Hoe dan?

Ze viel nog net niet van haar stoel. Keek me met grote ogen aan. Trok een wenkbrauw op. “Hoe dan?”

De zin die ik daarvoor uitsprak was “Fijn om mijn laatste dag als dertiger met jullie door te brengen.” De oudere collega naast mij was daar niet zo van onder de indruk. De jongere collega tegenover mij had een paar minuten nodig om bij te komen van haar verbazing.

Mijn grote ego vatte dat uiteraard op als een compliment. Ze had me minstens vijf jaar jonger geschat. ‘Ik zie er dus nog goed uit’, dacht ik tevreden. Maar stiekem, stiekem kan het ook door mijn gedrag komen dat ze me jonger inschatte…

Op mijn nieuwe werkplek ben ik namelijk geen toonbeeld van volwassenheid. Ik was er al mijn autosleutel kwijt, kwam er al met de verkeerde laptop aanzetten (die van mezelf in plaats van die van het bedrijf) en verdwaalde in de kelder op weg naar het archief, terwijl ik er die ochtend ook al eens was geweest.

Hoe dan? is dus best een goede vraag. Ik stel hem regelmatig aan mezelf.

Was het niet gisteren. Dat ik aankwam hier. Pas achttien jaar jong?
– Acda & De Munnik, Als het vuur gedoofd is.

Waarom een afwijzing de juiste uitkomst was

Ineens kwam mijn droombaan voorbij. De baan die ik zocht toen ik in 2010 terugkwam uit Brussel. Een functie die destijds na het schrijven van zo’n 300 sollicitatiebrieven nog steeds niet binnen handbereik was. Dus deed ik frustrerend callcenterwerk (“een plus is hetzelfde als twee nullen!”), werd ik onderbetaald en ondergewaardeerd bij een hobbygroothandel, schoot ik voortdurend in de verdediging bij de klantenservice van de Bijenkorf en plande ik vanuit WML afspraken voor het plaatsen van nieuwe watermeters waar niemand op zat te wachten.

Pas halverwege 2016 besloot ik te stoppen met zoeken naar een baan in loondienst en vanaf 1 januari 2017 stortte ik me volledig op mijn eigen bedrijf. Met succes, want vrijwel direct had ik genoeg (interessante, leerzame) opdrachten om voltijds te werken en daarnaast nog leuke dingen te doen.

Dus maakte ik me geen zorgen toen ik in februari hoorde dat ik per 1 april mijn vaste 16 uur per week in Hasselt kwijt zou raken. Een beetje netwerken, een oproepje op social media en dan zou ik de gaten wel weer vullen met ander schrijfwerk.

Maar wat een voorjaar vol verslaggeving van evenementen leek te worden, veranderde in sappelen en schrappen. Evenementen gingen niet door en corona was voor veel klanten een reden om zo veel mogelijk redactiewerk door hun medewerkers in loondienst te laten doen. Ik maakte me nog steeds geen zorgen, maar ik verveelde me, liep met mijn ziel onder de arm, zat mezelf in de weg.

En toen kwam dus die droombaan voorbij. Een hele brede communicatiefunctie op een hoofdkantoor van een internationaal opererend bedrijf. Schrijven, adviseren en redigeren. Verschillende talen spreken. Rekening houden met cultuurverschillen. Ik solliciteerde, had een eerste gesprek en hoorde prompt dat ik bij de laatste twee kandidaten zat.

Mijn hoofd sloeg op hol. Stel dat ik het zou worden? Wat moest ik dan met mijn eigen bedrijf? Combineren zou haast onmogelijk zijn. Ik maakte lijstjes met plussen en minnen, praatte met de leuke jongen uit de trein en een paar vriendinnen, werd onrustig… en ging het tweede gesprek in. Ik voelde me opgefokt, maar voerde een leuk en ontspannen gesprek. Wat niet bijdroeg aan de chaos in mijn hoofd. Wat ging ik doen als de keuze op mij viel? De volgende dag zou ik iets horen. Maar in plaats van op vrijdag kwam het verlossende antwoord pas op dinsdag. Het was blijkbaar moeilijk kiezen tussen de twee kandidaten.

Ik werd het niet. En de opluchting was groot.

Een week later kwamen drie nieuwe opdrachten binnen.

 

Grote leiders

pexels-photo-3851253.jpeg

Foto door Pressmaster op Pexels.com

Toen ik dacht dat corona nog een griep was, schreef ik dat ik steeds minder begrijp van de wereld. Corona bleek iets heftiger huis te houden dan de griep, maar verder denk ik nog steeds wat ik toen dacht: het geld regeert, macht corrumpeert, vluchtelingen hebben het nakijken en solidariteit is vaak ver te zoeken.

Besturen in crisistijd is natuurlijk ongelofelijk lastig. Ik zou niet in de schoenen van onze bestuurders willen staan, zelfs niet in de mooie exemplaren van Hugo de Jonge. Maar onze bestuurders worden wel betaald om beleid te (laten) maken waar zoveel mogelijk mensen bij gebaat zijn én om dat beleid ook nog eens goed uit te (laten) leggen.

Het is crisis en daar horen maatregelen bij. Die blijkbaar niet altijd duidelijk of logisch hoeven te zijn. Daadkracht, daar gaat het om!

Dus blijft het voor de meeste mensen een raadsel of je nu wel of niet ergens met drie of meer mensen mag zijn met anderhalve meter ertussen.

Dus kwam er staatssteun. Wat natuurlijk super fijn is. Maar ook bedrijven die de belasting ontwijken en die dus nauwelijks een bijdrage aan Nederland leveren, hebben er recht op.

Dus moeten we in het ov sinds een paar dagen een mondkapje dragen. Maar wel een exemplaar dat gegarandeerd niet werkt. Goede mondkapjes zijn namelijk voor de zorg (helaas waren ze niet op tijd beschikbaar voor alle zorgmedewerkers).

Dus moest er een corona-app komen. De eerste poging om zo’n ‘track and trace systeem’ van de grond te krijgen, strandde in chaos. Na een extreem korte bouwtijd bleek geen van de zeven kandidaat-apps aan de eisen te voldoen.

Dus moeten we allemaal genoegen nemen met vouchers. Vooral ook van KLM. Want we zijn niet solidair als we ons geld terug willen. Maar zou het misschien zo kunnen zijn dat we dat geld op dit moment heel hard nodig hebben? Gewoon, om onze vaste lasten te betalen? Oh ja, en het mag ook eigenlijk helemaal niet, zo’n verplichte voucher.

Toch ben ik verschrikkelijk blij dat ik in Nederland woon. Er gaat ook veel goed. En op lokaal niveau is de solidariteit juist heel groot. Veel mensen helpen elkaar. En het was nog nooit zo druk bij de bakker, de slager en de groenteboer. #KoopLokaal

Er zijn tig voorbeelden van landen die er slechter voorstaan. Je kan bijvoorbeeld een “leider” hebben die na een afschuwelijke speech vol oorlogstaal nonchalant een grasveldje oversteekt, minzame glimlach op de lippen, om met een bijbel in de hand op de foto te gaan voor een kerk. Dat grasveldje moet wel even met geweld en pepperspray worden ontdaan van demonstranten. Demonstreren is namelijk alleen een grondrecht als het de grote leider zo uitkomt. Niets wat die man doet, is uit te leggen. En straks wordt hij gewoon herkozen.

Had ik al gezegd dat ik steeds minder snap van de wereld?

 

Eiland in de tijd

DSCN3097Vorige week vierden we de 75e verjaardag van mijn schoonpapa. Zonder kussen en knuffels en met de stoelen zo ver uit elkaar als het appartement toeliet. En ineens kwam het binnen. Over een jaar of 20 (mijn mama is van 1953) zijn de leuke jongen uit de trein en ik een soort eiland in de tijd. Of een boom zonder wortels en zonder blaadjes.

Niets meer voor ons en nooit iets na ons.

Hoewel ik er inmiddels min of meer vrede mee heb dat er nooit een kind komt, doet deze gedachte een beetje pijn. Mijn liefde voor lezen, mijn verontwaardiging over onrechtvaardigheid, hoe blij ik word van een wandeling, mijn handschrift, mijn muzieksmaak… Het resultaat van door mijn ouders geplante en gevoede zaadjes. “Straks” kan ik er niet meer met ze over praten en kan ik het ook niet doorgeven aan de volgende generatie.

Als ik geen ouders meer heb, ben ik geen ouder en geen kind. Wat ben ik dan?

 

 

20 in 2020

KoetjesIk knijp in mijn handjes. De leuke jongen uit de trein en ik én de mensen om ons heen zijn nog allemaal gezond. Oké, hier in huis niest de één zijn ogen uit zijn hoofd vanwege hooikoorts en de ander begint aan haar tweede strip codeïne om een irritante kriebelhoest mee te onderdrukken. Maar als dit alles is wat we dit voorjaar oplopen, mogen we ons gelukkig prijzen. Hoe is het met jullie?

In januari maakte ik een lijst met 20 voornemens voor 2020. Verwachtingsvol plakte ik het papier tegen mijn boekenkast. Oh onschuldige tijd. Oh onwetendheid. Halverwege maand 3 kwam een virus om de hoek kijken. Inmiddels is het halverwege maand 4. Hoe sta ik ervoor?

1. Minimaal 20 boeken lezen.
Ik hartje lezen. En toch doe ik het te weinig. Vorig jaar las ik slechts 9 boeken. Een dieptepunt. Nu bezig in boek 4. 20 boeken is nog haalbaar.

2. 1 x per kwartaal een opleiding, training of lezing volgen.
Ik volgde in maart een cursus creatief schrijven en een training crisiscommunicatie. Ik zou ook nog deelnemen aan een evenement rond marketing en klantenbinding. Dat was het eerste evenement in mijn agenda dat wegens corona tot nader order werd uitgesteld. Maar dit voornemen blijft gemakkelijk haalbaar. Lang leve digitale trainingen.

3. Iedere werkdag fruit eten.
Groente, geen probleem. Fruit, een opgave. Je doet me geen plezier met een appel, kiwi of banaan. Als het dan toch moet, liefst meloen of ananas. Wat ik niet het hele jaar eet wegens grote ecologische voetafdruk. Tot nu toe houd ik het goed vol. Dankzij de leuke jongen uit de trein die iedere week naar Yildiz gaat om fruit te halen.

4.  Minimaal 3 fotoboeken maken.
Duizenden foto’s verdwijnen op mijn telefoon en laptop in eeuwige vergetelheid. Terwijl er prachtige beelden tussen zitten, al zeg ik het zelf. Vooral de foto’s die we in Canada maakten, zou ik graag in boekvorm hebben én voor een deel aan de muur. Die foto’s zijn niet verder gekomen dan de geheugenkaart van het fototoestel. Wel maakte ik dit jaar al een fotoboek voor mijn schoonouders van ons uitstapje naar Cochem.

5. Administratie beter bijhouden.
Ik haat administratie. Bonnetjes fotograferen. Kilometers bijhouden. Zakelijke investeringen een beetje over het jaar verdelen… Mijn kilometers zijn keurig bijgewerkt, want sinds half maart ga nergens meer naartoe. Maar mijn facturen zijn alweer onoverzichtelijke stapeltjes en van het voornemen om in het eerste kwartaal een nieuwe printer te kopen, kwam ook al niets terecht.

6. In zee zwemmen.
Ik houd van de zee. Luisteren naar het neerslaan van de golven. Kijken naar de verschillende kleuren blauw, groen en grijs. De zoute geur die zo mooi mixt met de geur van zonnebrandcrème. Ik houd ook van zwemmen. En 1+1=2.

7. De achtertuin (laten) aanleggen.
Ik ben een buitenmens. Mijn koffie smaakt beter aan de tuintafel dan aan de keukentafel. Als ik zaadjes in de grond stop, dorre bladeren verwijder, of planten water geef, dan ontspan ik. Ondanks vele uren noeste arbeid, verdient onze tuin geen schoonheidsprijs. Half rotte coniferen, lelijke grindtegels en zware bielzen overheersen het beeld. Een tuinarchitect maakte een tekening, een hovenier is bezig met een offerte.

8. Televisiemeubel kopen.
Poepsimpel, zou je zeggen. Naar een meubelzaak gaan en afrekenen. Een televisiemeubel was het eerste dat we gingen kopen voor ons nieuwe huis zeiden we tegen elkaar toen ons oude huis in dozen werd gestopt. Vorige week kocht ik een gieter.

9. Af en toe naar de pedicure.
Ik loop veel, meestal braaf op steunzolen, soms op sokken of slippers. Mijn voeten zijn lelijk met veel eelt en een eksteroog. Mijn plan was om in mei voor een behandeling te gaan, want dan hebben we een weekje vrij. Maar de kans bestaat dat de schoonheidssalon dan nog niet open mag.

10. Minimaal 2 dagen met mezelf ‘op uitstap’.
Het lijkt tegenstrijdig voor iemand die graag tussen de mensen is en die nu lichtelijk gek wordt van haar eenzame thuiswerkplek. Ik kan intens genieten van in mijn eentje dwalen door een onbekende stad. Als ik alleen op reis ben, kijk ik beter en blijk ik een groot talent voor bewondering te bezitten.

11. 1 x per kwartaal naar een expositie.
Het nieuwe fotomusuem in Maastricht stond bovenaan mijn verlanglijstje en op de tweede plek stond een terugkeer naar De Pont in Tilburg, waar ik in mijn studententijd als suppoost werkte. Daar kwam nog niets van terecht.

12. 1 van de Nederlandse eilanden bezoeken.
Ik was op Cuba, op Tenerife, op Corsica, op Kreta en op Vancouver Island, maar nog nooit op één van onze eigen eilanden.

13. Vergelijken.
Een hele reeks contracten kan waarschijnlijk beter en goedkoper. Energie, telefoon, woonverzekering, autoverzekering, zorgverzekering. Maar de moeite om prijzen te vergelijken, nam ik nog steeds niet. Laat staan dat ik al ooit overstapte.

14. Iedere maand naar een restaurant waar we niet eerder waren.
Het enige voornemen dat we gezamenlijk maakten. De leuke jongen uit de trein en ik keren telkens terug naar onze favoriete restaurants: Mandalin, Bab Tomas, Thai Ichi en Pet Thai. En als we bleven plakken aan de toog, stond de goddelijke uiensoep van Cabaret Douze of de daghap van Café Forum op het menu. Tijd voor nieuwe avonturen. De teller is vooralsnog blijven steken op 1.

15. Meer tijd en geld naar goede doelen.
Zoals te lezen op mijn zakelijke blog, mag ik ondanks minder werk nog niet klagen. Ik roep voortdurend dat we de welvaart beter moeten verdelen en beter voor de aarde moeten zorgen. Roepen is makkelijk. Dus dit jaar geef ik meer geld aan goede doelen en minder aan ‘brol’.

16. Terug naar 80 kilo.
Begin dit jaar was het pijnlijke punt bereikt dat de grootste maat in de kledingwinkel te klein was. Ik ging aan de slag. Dat ging goed. Toen kwam een virus: zwembad dicht, sportschool dicht, thuis werken. Niet meer fietsen naar kantoor en altijd een goed gevulde koelkast onder handbereik. Gelukkig is na een paar weken snoepen en zwelgen ook in het nieuwe normaal de dalende lijn ingezet.

17. Minimaal 1 schilderij ophangen.
In mijn thuiskantoor staan zes schilderijen op de grond. En nog eens zes van wat kleiner formaat zitten in een doos. Hele mooie schilderijen. Eentje is onlangs nog opgeknapt door mijn mama. Een ander kreeg ik al bij mijn geboorte en hing tot we hier kwamen wonen altijd boven het bed.

18. Naar M in Cobh.
Vriendin M en ik vertrokken een eeuwigheid geleden naar het buitenland. Naar Gent om precies te zijn. Ik keerde terug naar Nederland. Zij trok verder. Eerst naar Wales, toen naar Ierland. Ik bezocht haar in Cardiff en in Cork, maar nog nooit in haar huidige woonplaats Cobh.

19. Meer kaartjes sturen.
Dat lukt heel goed. Ik bestelde begin dit jaar meerdere pakken met kaarten bij Oxfam Novib en deed al heel wat felicitaties en beterschapswensen op de post.

20. Minimaal 1 dag vrijwilligerswerk doen.
Eigenlijk doe ik al vrijwilligerswerk, want mijn schrijfwerk voor Fairtrade Beekdaelen en Fairtrade Heerlen wordt niet vergoed. En de keren dat ik ‘even snel’ iets schrijf voor vrienden of een mede-Werkgebouwer zou je ook als vrijwilligerswerk kunnen zien. Maar dat telt niet. Ik doel meer op paketten uitdelen in de Voedselbank, koffie schenken in het verzorgingshuis en dat soort dingen. Het is er nog niet van gekomen. Wel ging ik al drie keer op pad met handschoenen en een vuilniszak om zwerfafval op te rapen.

Hebben/hadden jullie ook een lijstje? Wat staat daar zoals op? Laat me gerust weten als ik jullie kan helpen bij de uitvoering van jullie voornemens.

 

Mijn eerste coronahuilbui

De dag voor de verhuizing

3 jaar en 1 dag geleden

Vandaag drie jaar geleden verhuisden we naar ons huidige huis. Het kopen van dit huis was één van de betere beslissingen die we tot nu toe namen. En de duurste 😉

Ik houd van dit huis. Van het vrije uitzicht aan de voorkant, de perfecte hangbar in de keuken, het bankje in de voortuin, de unieke lampjes boven de eettafel, de grote drukte in de achtertuin waar het dit voorjaar vol zit met mussen en mezen en waar alle kamers in het insectenhotel bezet zijn. Ik houd ook van de leuke jongen uit de trein waarmee ik dit huis deel.

Nog nooit was ik zo veel thuis als de afgelopen twee weken. En dan blijkt dat al mijn liefde voor het huis en het lief toch niet genoeg zijn om overeind te blijven in deze rare tijd…

Mijn hart breekt als ik ’s morgens de krant lees en ik mezelf toelaat verder na te denken over wat ik lees. Al die verschillende situaties waar dit virus keihard in toeslaat en blijvende schade aanricht. Mensen die ziek zijn, mensen die hun werk verliezen, mensen die niet bij hun ouders of hun kinderen kunnen zijn, mensen die zich helemaal het schompes werken in de zorg en zich zorgen maken om hun eigen gezondheid, mensen van 80+ die van elkaar gescheiden zijn, mensen die alleen sterven…

Met de leuke jongen uit de trein. Met een fijn, licht en ruim huis. Met mijn werk, dat minder is dan normaal, maar in ieder geval deze week nog doorloopt. Met een buffer op mijn spaarrekening waarmee ik een periode van minder werk kan overbruggen. Met – zo ver ik weet – al mijn dierbaren gezond. Met dat alles ben ik een luxepaardje. Ik heb weinig tot niets te klagen. Ik besef dat dondersgoed en elke dag opnieuw.

Toch zat ik er helemaal doorheen gisteren. Ik houd van mensen om me heen. Van verhalen vertellen en luisteren naar de verhalen van anderen. Ik mis de kroegen en de restaurants. Ik mis de netwerkbijeenkomsten en de borrels. Ik mis de interviews op locatie. Ik mis het zwembad op donderdagavond en de sportschool op zondagochtend. En vooral mis ik de mensen waarmee ik die dingen normaal gesproken deel.

Op papier had ons weekend een gouden randje. Toen de wereld nog draaide als vanouds schreven we leuke dingen in onze agenda. We zouden naar een theatervoorstelling gaan. We zouden met een pak leuke mensen een verjaardag vieren. We zouden de stad in voor de beste koffie van Maastricht.

Zondagochtend werd ik wakker (gelukkig maar) en was meteen verdrietig. Waar ik normaal al een hekel heb aan het poetsen van het huis, met een miljoen leukere dingen te doen dan de stofzuiger ter hand te nemen, bedacht ik dat ik nu niets anders te doen had. Dat ik de komende weken of misschien wel maanden weinig anders te doen heb. De ‘situatie’ greep me naar mijn keel en ik voelde de tranen branden nog voor ik mijn ogen helemaal open had. Een stom, ruzieachtig gesprek over het vooruit zetten van de klokken en gezeur over wie er boodschappen zou gaan doen en welk vlees allemaal niet bij asperges past waren de twee druppels die de tranen lieten overlopen.

De eerste coronahuilbui van het coronaseizoen was een feit.

Vandaag voel ik me weer een stuk beter.

Hoe gaat het met jullie? Als ik ergens mee kan helpen, laat het me weten. X 

 

 

 

Ik snap steeds minder van de wereld


Deze blog wordt een chaos, want ik heb mijn gedachten niet op een rijtje. Maar wel een grote behoefte om te schrijven. Want ik ben boos en verdrietig over wat ik hoor en lees, of juist niet lees.

Honger. Daar gaan veel meer mensen aan dood dan aan corona. Maar doorgaans zijn dat mensen ‘die niet op ons lijken’ in landen zonder veel geld en macht, dus interesseert het ons niet. Laat ons maar vasten, crashen, diëten, want we verzuipen in de welvaartskilo’s.
Corona. Ebola, malaria, cholera… net als honger een stuk minder sexy dan corona, want vaak in landen die toch niets in de melk te brokkelen hebben. Hoe hysterisch en paniekerig kunnen we doen met zijn allen nu er een virus opduikt dat onze economie bedreigt? Ziektes trekken zich doorgaans niets aan van grenzen, maar arme mensen reizen niet zo veel. Nu begon het in China en zijn al heel wat grenzen gepasseerd.
Grenzen. Rivieren, muren, bergen, zeeën, wachtposten. Vluchtelingen worden misbruikt in politieke spelletjes. Turkije stuurt vluchtelingen naar de grens van Europa. Griekenland houdt de grens gesloten. De eerste doden zijn al gevallen en de EU kijkt gewetenloos en wreed de andere kant op. Die hele “Turkije Deal” sloeg al nergens op, maar nu is de EU echt diep gezonken. Hoezo laten we duizenden mensen aan hun lot over? Hoezo moet Griekenland (en de andere Europese grenslanden) het maar uitzoeken? Ja, “we” hebben wat geld naar de Griekse regering overgemaakt, maar daar kopen de mensen op Lesbos geen zak voor.
Geld. Onze overheden roepen te pas en te onpas dat het er niet is. In de tussentijd groeit de economie als een malle en blijft Nederland één van de rijkste landen ter wereld. Maar daar profiteren niet de juiste mensen van. Hard schreeuwen lijkt te lonen. En geld verdwijnt opvallend vaak in een bodemloze put, of in ieder geval in een lange donkere tunnel.
Ik noem de langdurige chaos bij Belastingdienst, IND en UWV. Of op het ministerie van justitie. We besteden miljoenen aan het vervangen van verkeersborden omdat we nog maar 100 km per uur mogen rijden. Ik ben voorstander van maatregelen die de stikstofuitstoot verlagen, maar ik weet bijna zeker dat er mogelijkheden zijn die zowel voor het milieu als voor de schatkist beter zijn. We laten een provincie de infrastructuur aanpassen voor een kazerne die er niet komt, omdat militairen geen zin hebben om te verhuizen.
In mijn eigen woonplaats investeren we in een tram die in 2024 door een klein stukje Maastricht gaat rijden. Nut en noodzaak van dit project zijn op zijn minst dubieus. Ik snap dat stoppen met de tram inmiddels te laat is, vanwege investeringen en beloftes (zoals bij de kazerne die niet naar Vlissingen ging), maar ik denk dat er betere mogelijkheden zijn om het ov te verbeteren. En we laten de koning op bezoek komen, terwijl de stad niets met Koningsdag heeft. Op 27 april kun je hier de oranje shirts op 2 handen tellen. Ondertussen kondigde de gemeente een bezuiniging van zo’n 12 miljoen aan.

Vanavond mag ik naar Claudia de Breij. Zij is ook boos over het ontbreken van medemenselijkheid, maar is tegelijkertijd een optimist. Zij zal het vast allemaal mooier verwoorden dan dat ik het opschrijf. Ik zal buikpijn krijgen van de ongemakkelijke waarheden die zij zo goed schetst, maar ook van het lachen. En misschien krijg ik wat minder chaos in mijn hoofd en meer daadkracht om de wereld vooruit te helpen. Hoe dat dan ook zou moeten.

Op dit moment #13

Liekes boomhutIk kan deze blog op dezelfde manier beginnen als #12. Ik draag twee vesten en een sjaal en heb zojuist mijn petroleumkachel bijgevuld. Met hulp van één van de Werkgebouw-mannen, want mijn vingers waren zo koud dat ik de dop van de brandstoftank niet open kreeg. Schreef ik de vorige keer dat ik nog steeds blij was dat ik De WERKplaats had ingeruild voor Het Werkgebouw, begin ik nu toch langzamerhand schijt te krijgen van de primitieve omstandigheden. Zelfs nu de temperatuur buiten hoger is, blijft mijn ‘chalet’ stervenskoud. Van de kou moet ik vaker plassen dan normaal. Maar het eveneens ijskoude toilet bevindt zich precies aan de andere kant van dit enorme pand. Brrrr.

Blij met: de leuke jongen uit de trein. Ik teer nog steeds op de lieve en mooie woorden die hij tijdens ons 11-11-11 feest sprak. Ik bof ontzettend met zijn inspanningen in ons huishouden in de vorm van wassen, strijken en koken. Ook profiteer ik regelmatig van zijn breng- en haalservice. Bovendien nam hij de laatste tijd veel extra klussen op zijn schouders, vanwege overstromende wasmachines, loslatende kit en andere ellende. Met, zoals gewoonlijk, de onmisbare hulp van zijn papa en zijn broer.
Daarnaast blijft de leuke jongen uit de trein gewoon de allerbeste eindredacteur en de allerbeste persoon om met me mee te denken en mij op het juiste moment een schop onder mijn kont te geven (‘denk aan je back-up, ga eens op zoek naar een andere netwerkvereniging, heb je al gekeken hoe laat de bus vertrekt…’). Zonder hem was mijn leven een stuk chaotischer en mijn werk veel minder professioneel dan het nu is. Lucky me!

Balen van: eerstewereldproblemen. Besluiteloosheid en uitstelgedrag. Ik zou willen dat ik eens wat anders opschreef, maar dit blijft ons grote struikelblok. Een geldbedrag uit 2012 waarvan we iets leuks zouden doen, zit nog steeds in een envelop. Versleten eetkamerstoelen die niet lekker zitten, zijn al twee keer met ons mee verhuisd. De televisie staat al drie jaar op een dressoir dat eigenlijk in de gang hoort te staan. En nu is het ‘project tuin’ in de wachtstand beland. Er is een tekening waar ik blij mee ben. Er is al een paar weken een tekening waar ik blij mee ben. Er is over een paar weken nog steeds een tekening waar ik blij mee ben…
Waar ik ook vreselijk van baalde, was dat ik voluit achterover viel in een leegstaande kleifabriek. Bovenop mijn laptop. Mijn jas moest naar de stomerij, mijn tas naar de schoenmaker en mijn laptop naar de computerhelden die alles kunnen maken. Ik was dus tijdelijk min of meer werkloos.

Genieten van: onverwacht goede “feestjes”. Zoals afgelopen vrijdag. De leuke jongen uit de trein en ik gingen ‘even wat drinken.’ Steeds meer vrienden en bekenden kwamen de kroeg binnen. Ergens na sluitingstijd rolden we naar buiten. De tijd was omgevlogen. De volgende ochtend was ik hees van het lachen en het meezingen.
Om mij heen maken veel mensen carrière en kinderen en daardoor was ik bang dat spontane activiteiten tot het verleden zouden gaan behoren. Die angst was ongegrond. En zo resulteert mijn uitspraak ‘ik wil wel mee naar Faith no More’ ineens in een heel weekend Amsterdam met zes personen. Wat een leuk leven heb ik toch.

Uitkijken naar: carnaval. Vorig jaar had ik wachtdienst vanaf carnavalsmaandag, waardoor het maar een kort feestje werd. Dit jaar kan ik drei daog laank gaan en staan waar ik wil. Iedere dag in een ander pekske. Over carnaval gesproken, daar schreef ik elders een blog over.

Actief bezig met: huppelen. De vrolijke benaming  voor ieder weekend afzien op de hometrainer, loopband en crosstrainer. En sinds kort ook weer op dat verschrikkelijke roeiapparaat (dat schijnt goed voor je lijf te zijn). Gelukkig in goed gezelschap, dat maakt het een stuk draaglijker. De laatste tijd komt er ook weer ritme en regelmaat in het zwemmen waarvoor ik nog steeds naar Beek rijd, wat eigenlijk een beetje ‘van de zotte’ is. Iedere dinsdag en donderdag maak ik met een ‘Hasselt-collega’ een wandeling van een half uur. Als ik niet te veel afspraken heb, ga ik ook wandelen tijdens de drie ‘Maastricht-dagen’. Met mijn conditie zit het wel goed, maar van al mijn lichamelijke activiteiten zie ik helaas niets terug op de weegschaal. Ik merk ook niets aan mijn kleding, maat 44 zit even strak als altijd. En ja, ik weet perfect hoe dat komt. Ik kan er de vreselijke uitspraak ‘ieder pondje gaat door het mondje’ op loslaten 😉

Aan het kijken naar: Over mijn lijk. De aflevering van afgelopen donderdag helaas nog niet kunnen kijken, maar tot nu toe is het weer een indrukwekkende serie. Wat een ontzettend leuke, spontane mensen die door ‘het onrecht’ getroffen worden. Ontroerend hoe zij ‘de achterblijvers’ proberen te troosten. Mooi om te zien dat ze nog zo veel mogelijk uit het leven halen.
Verder kijk ik vooral naar programma’s die om nieuws/actualiteit draaien. Maar ik keek nog steeds geen enkele volledige aflevering van Op1 of van Jinek sinds de omschakeling. Ik ga DWDD niet missen.

Aan het lezen in: Ali en Nino van Kurban Said. (Dankjewel V. dat je dit boek bij mij achterliet). Ik heb pas twee hoofdstukken gelezen, dus ik kan er nog niet veel over zeggen, maar de schrijfstijl spreekt me erg aan. Het is nu al confronterend, want wat blijk ik verdomd weinig van geografie en geschiedenis te weten.
Het verhaal speelt zich af in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw in Azerbeidzjan. Ali Khan is moslim, voorstander van eerwraak, liefhebber van met zijn handen eten, zoon van een steenrijk edelman, neef van een nog rijkere oom die er vier vrouwen en een aantal eunuchen op na houdt. Ali spreekt Russisch, Tataars, Arabisch en Turks, zit op een Russische school waar de tsaar en de verworvenheden van Europa worden verheerlijkt, maar hij houdt meer van Azië dan van Europa. Hij wordt verliefd op de Georgische, christelijke Nino die naar de nonnenschool gaat, met mes en vork eet en niet van plan is om ooit een sluier te gaan dragen. Benieuwd hoe het verder gaat.

 

Zie het gouden randje

Vanmorgen liep ik naar de supermarkt. En werd verdrietig. Een ijzeren vat dat dienst had gedaan als vuurkorf was achtergelaten op een straathoek met daarin en daaromheen een berg in meer of mindere mate verbrand afval. Ik zag een omgehakt boompje dat pas een paar weken geleden was geplant. Een zwartgeblakerde schutting. Een in brand gestoken container op het milieuperron. Glasscherven op het voetpad bij de begraafplaats. En een soort van krater in de speeltuin.

Waarom? Waarom moeten dingen kapot? Waarom vind je het een goed idee om het nieuwe jaar te beginnen met het maken van een enorme teringbende? En waarom vind je vervolgens dat je dat niet hoeft op te ruimen?

Ik wil het nieuwe jaar potverdorie niet somber beginnen. Ik wil het met Rugter Bregman eens zijn dat de meeste mensen deugen.

Strikje erom

Ik werd in 2019 in ieder geval omringd door mensen die deugen. 2019 was goed voor mij. Een jaar met een strikje erom. Niemand werd ernstig ziek. Niemand ging dood. Ik hield weer een beetje meer van mijn vrienden, waarvan ik een deel al ken ‘sinds de zandbak’. Ik hield weer een beetje meer van de leuke jongen uit de trein. Ik zag een klein stukje van prachtig, indrukwekkend Canada. Mijn bedrijf draaide beter dan ooit; ik zat nooit verlegen om opdrachten of om geld. Als 2020 lijkt op zijn voorganger, mag ik in mijn handjes knijpen. Ik ben een dankbare geluksvogel.

Ik wens iedereen voor 2020:

Mensen bij wie je je veilige voelt en bij wie je onbezorgd kan lachen, dansen en sjtomme kal verkopen.
Mensen bij wie je verdrietig mag en kan zijn, als er iets vervelends gebeurt.
De kracht om het gouden randje te zien van iedere situatie (ik denk nog even na over het gouden randje bij de puinzooi in mijn buurt. De mensen hebben lol gehad zeker?).
De energie om de wereld een beetje mooier te maken.
Meer luisteren en minder roepen.
Meer groen en minder grijs.
Meer hartelijkheid en minder hufterigheid.
Meer omhelzen en minder afstoten.
Meer duurzaam en minder wegwerp.
Meer liefde. Bakken, tonnen, containers vol liefde.

Papadag #16

15758758054393168228402300884440.jpgLieve papa,

7.44 uur.

Zeventien jaar geleden at ik op dit tijdstip nietsvermoedend een bakje yoghurt of een boterham. Geen idee eigenlijk waar ik destijds mee ontbeet. Misschien zat ik zelfs al in de trein. Ik liep immers stage in Amsterdam. Ik baalde, want het treinverkeer was chaos die dag, dat weet ik nog wel. Een ergernis die later op de dag onbetekenend zou blijken.

Zeventien jaar zonder jou en ik vraag me nog regelmatig af wat jouw mening of keuze zou zijn geweest. Wat zou je bestellen van de menukaart? Hoe hard zou je vloeken naar de tv als Trump in beeld kwam? Je zou je gruwelijk ergeren aan de smartphones en tablets in het straatbeeld, maar misschien zou je inmiddels zelf ook een zaktelefoon hebben? En de Top 2000, zou je die gewaardeerd hebben? Zoals ieder jaar stemde ik op Brown Eyed Girl in jouw plaats.

Wat ik me de laatste weken vooral afvraag, is of de familiebanden nog zouden bestaan als jij nog leefde. Zou ik jouw enige zus en hun enige dochter dan wel nog af en toe zien? Ik had nooit gedacht dat die contacten zouden verwateren. Maar dat zegt misschien vooral iets over mij?

De leuke jongen uit de trein en ik geven in januari een feest. Een feest dat belangrijk voor ons is; we vieren vooral onze liefde voor elkaar. Het is maar goed dat wij nooit gaan trouwen, want de lege bankjes in het stadhuis zouden een droevige aanblik geven. Op 2 mensen na die ik al in geen jaren meer sprak, nodigde ik beide families uit. 21 personen in totaal. Vooralsnog komt er niemand. Zou dat anders zijn geweest als jij nog leefde?

Jij was geen held in het onderhouden van contacten, maar als we ergens op bezoek waren, of anderen waren bij ons, dan maakte jij altijd duidelijk dat je voor mensen klaarstond. Dat ze op je konden bouwen. Jij haalde de kou uit de lucht, voordat we het koud kregen. Met een flauw grapje of een relativerende opmerking zorgde jij ervoor dat dingen werden uitgesproken die anders ongezegd zouden blijven. Een talent dat ik helaas niet van je heb geërfd.

Vanavond proosten Luuk, Loes, mama en ik op jou (in Valkenswaard!). We gaan raden wat jij gegeten zou hebben. We staan misschien even stil bij jouw vermoedelijke kijk op de onvrede in de Nederlandse samenleving en de duistere figuren in onze politiek. Maar daar laten we ons humeur niet door verpesten. We maken er een gezellige avond van. Zoals jij gewild zou hebben.

Liefs,

Lieke