Dik

Ik ben dik. Al heel lang. Volgens alle (gezondheids)statistieken, tabellen en grafieken heb ik obesitas of zelfs morbide obesitas. In 2025 viel ik best wel veel af, maar het kost me sindsdien bloed, zweet en tranen om onder de 90 kilo te blijven. Ik weet wel hoe het (voor mij) moet: iedere dag wandelen, twee keer in de week sporten, naar alle afspraken binnen de vijftien kilometer op de fiets, na 20.00 uur niets meer in mijn hoofd stoppen en een gezonde lunch meenemen naar mijn werkplek in plaats van te zwichten voor de supermarkt aan de overkant of de bakker om de hoek. Maar me daar altijd aan houden…

In de acht weken dat ik niet mocht fietsen en niet kon sporten vanwege mijn gebroken hand, kwam ik drie kilo aan. Het duurt veel langer dan acht weken om die drie kilo er weer af te krijgen. Ik ben de laatste om mensen te veroordelen die kiezen voor een maagverkleining. Ik snap het helemaal. Ik heb er zelfs respect voor als je als volwassene deze ingrijpende keuze maakt.

Mensen die een operatie “een makkelijke oplossing noemen” of nog erger “een oplossing voor luie mensen” hebben geen idee waar ze het over hebben. Te zwaar zijn, heeft echt niet (alleen) met gebrek aan discipline of doorzettingsvermogen te maken. Allerlei factoren kunnen een rol spelen. Misschien groei je op in armoede en kiezen je ouders voor ongezonde opties omdat die goedkoper zijn. En kom dan nog maar eens van het gewicht af als je eenmaal volwassen bent. Het klinkt misschien als een excuus in de oren van mensen die geen moeite hoeven te doen om slank te blijven, maar je genen en hormonen en weet ik veel wat nog meer, hebben ook nog iets over je lijf te zeggen.

Neem mijzelf en mijn zusje. Ik hoorde op de basisschool al bij de wat stevigere kinderen, terwijl mijn zusje bezorgde blikken kreeg en voortdurend de vraag of ze wel genoeg at. We kregen thuis hetzelfde te eten, we fietsten naar dezelfde school, we deden zelfs dezelfde sport: een soort van turnen in de lokale gymzaal. Ieder vrij moment van de dag maakte ik radslagen en handstanden in de tuin. Toch ging ik 15 kilo zwaarder naar de basisschool dan mijn zusje. Allebei binnen de ‘consultatiebureaulijntjes’, maar de een aan de onderkant en de ander aan de bovenkant.

Kinderen vanaf 13 jaar met ernstig overgewicht kunnen sinds kort onder strikte voorwaarden een maagverkleining krijgen, vergoed uit het basispakket.

Het was overal in her nieuws. Kinderen die dus echt niet binnen de consultatiebureaulijntjes passen. Ik gun het die kinderen dat ze afvallen, zodat ze makkelijker kunnen bewegen en meer kans hebben om gezond oud te worden. Maar het is nogal een ingreep waar je de rest van je leven rekening mee moet houden. En er kunnen allerlei complicaties optreden, zoals galstenen. En auw, auw, auw ik weet hoe pijnlijk die zijn. Kan een 13-jarige de gevolgen van de operatie overzien?

En ondertussen…

Het schoolzwemmen is afgeschaft. Terwijl leren zwemmen superbelangrijk is én zwemmen ook nog eens heel goed is voor je lichaam. Gymlessen op scholen zijn verkort. Ongezonde dingen liggen op ooghoogte in de schappen. Een bakje frambozen is duurder dan een doos frikandellen. Een bakje cherrytomaatjes duurder dan een zak drop. Chips en snoep zijn om de haverklap in de aanbieding. En er zijn nog steeds buurten waar nauwelijks een streepje groen te vinden is, laat staan een plein om te basketballen of te skeeleren.

We zijn bereid om maagverkleiningsoperaties voor minderjarigen te vergoeden, maar niet om te betalen voor preventie? Ik ben geen expert, maar het lijkt me effectiever, gezonder en op termijn goedkoper om BTW op fruit en groenten af te schaffen, om BTW op sportlessen af te schaffen, om toegevoegde suiker in potjes babyvoeding te verbieden, om ongezonde dingen duurder te maken, en om te zorgen dat je in iedere wijk kunt sporten, of op zijn minst veilig buiten kunt spelen…

Wat denk jij?

P.S. Ik denk dat mensen die dik zijn “eigen schuld” vinden, dezelfde mensen zijn die armoede “eigen schuld” vinden.

Vrouwen en mannen en de ongelijke beoordeling waar ik vroeger nooit bij stilstond

Ongelijke behandeling van mannen en vrouwen en ongelijke verwachtingen en standaarden. Langs welke meetlat mannen en vrouwen worden gelegd. De manosfeer en hoe steeds meer landen stappen achteruit zetten als het om gelijkheid gaat. Ik verdiep me er steeds meer in.

Deels omdat ik veel terugkijk op de afgelopen 45 jaar. Mijn midlife crisis misschien?

Deels omdat het er bij verschillende opdrachtgevers veel over gaat, zoals bij Opgroeien in Parkstad. Tijdens Internationale Vrouwendag werd ik ondergedompeld in de verschillen in gezondheidszorg, salarissen, wetenschappelijk onderzoek en nog veel meer. Ik schreef erover voor Ondernemen in Limburg. Bovendien schrijf ik ook veel voor de (geestelijke) gezondheidszorg en blijkbaar moeten er al jongens behandeld worden voor hun schadelijke opvattingen over vrouwen.

Waar ik al terugkijkend versteld van sta:

  • Hoe in de speelgoedboeken die rond Sinterklaas in de brievenbus vielen de poppen en de miniatuur blik-en-vegers voor meisjes waren en de auto’s voor jongens. Terwijl ik veel liever met auto’s speelde. En die gelukkig ook soms kreeg.
  • Hoe het normaal was om moeders met Moederdag iets ‘voor het huishouden’ te geven, terwijl vaders met Vaderdag juist iets kregen voor zichzelf. Mijn vader was best geëmancipeerd. Toch herinner ik me nog een keer dat we op zijn advies nieuwe theelepeltjes kochten voor Moederdag. (Van de andere kant, papa kreeg ook wel eens nieuwe sokken van ons, ook niet echt iets om van te genieten).
  • De vriendenboekjes op de basisschool waarin meisjes op de vraag ‘wat wil je later worden?’ bijna altijd antwoordden met ‘moeder’, terwijl de jongens ‘brandweerman’ of ‘voetballer’ schreven.
  • De tante die vaak tegen me zei dat ik meer moest lachen omdat ik er dan mooier uitzag en die me complimenten gaf toen ze me voor het eerst met make-up zag. Ze was mijn lievelingstante. Ik was geïrriteerd, want ik vond dat ze zelf vaak boos keek, net als alle volwassenen, maar dat zei ik niet. En het compliment over de make-up vond ik gek, omdat mijn mama juist altijd zei dat ik dat ik geen make-up nodig had om mooi te zijn. Pas veel later viel me op dat ‘je moet meer lachen’ of de nog explicietere variant ‘je bent aantrekkelijker als je lacht’ vooral iets is dat tegen meisjes en vrouwen wordt gezegd. Aantrekkelijk voor wie?
  • De opmerkingen over te korte rokjes of te strakke truitjes van mijn mama. Ik weet dat ze het niet slecht bedoelde, dat er ook iets van bescherming in zat. Maar als ik er nu over nadenk, tegen wie moest ik worden beschermd? Tegen jongens en mannen die nooit ergens op werden aangesproken?
  • De rotopmerkingen die ik van klasgenoten kreeg over hoe graag ze aan mijn borsten wilden zitten. Ik was in de brugklas zo ongeveer de enige die al een bh moest dragen en dat heb ik geweten. Ik voelde me ontzettend onzeker over mijn vrouwelijke figuur. De meeste meisjes bleven plat tot ver in de tweede of zelfs de derde klas, dus ik viel buiten de groep.
  • De viezige leraar wiskunde die er alles aan deed om te zorgen dat vooral de meisjes extra bijlessen bij hem volgden. Sowieso met de blik van nu, waren een aantal docenten op de middelbare school niet helemaal in de haak.
  • De chef die bij mijn bijbaantje aan de receptie van een productiebedrijf tegen me zei dat hij me nooit zou aannemen, hoe goed ik ook was, omdat de kans bestond dat ik nog kinderen wilde ‘en dat kostte hem te veel geld en was te veel gedoe’. In plaats van boos te reageren (wat ik wel was) antwoordde ik alleen maar dat ik niet van plan was receptioniste te worden.
  • De baas die zijn trouwring afdeed als hij op stap ging en die één van zijn vrouwelijke medewerkers enorm voortrok in salaris en in de opdrachten die ze kreeg, omdat ze met haar lange blonde haren en hoge hakken ‘helemaal zijn type was’. Hij deed daar niet geheimzinnig over tegen zijn medewerkers, maar natuurlijk wel tegen zijn vrouw.
  • De opmerkingen – van mannen en vrouwen – dat ik natuurlijk de luxe heb van een man met een goede baan en dat ik daarom voor mezelf kon beginnen. Hoewel het zeker heel fijn was (en is) dat de leuke jongen uit de trein een vast inkomen heeft, weet ik hartstikke zeker dat ik ook een succesvol bedrijf had gehad zonder partner. Waarschijnlijk woonde ik dan niet in een koophuis, had ik geld moeten lenen voor mijn auto en moest ik in een magere maand wel eens op een houtje bijten, maar dat overleefde ik wel.
  • De collega bij het reclamebureau die zei dat hij me wel een keer in een ‘nog strakker shirtje’ wilde zien, nadat hij concludeerde ‘dat het bedrijfsshirt in maat XL waarmee ik op de foto moest al lekker strak rond mijn borsten zat’. Alsof het al niet erg genoeg was voor mijn broze zelfvertrouwen dat verder alle collega’s in een S of een M pasten en superelegant op de foto gingen.
  • Mijn vorige huisarts die me niet serieus nam en mijn galstenen afdeed als spierpijn. En de huisarts die ik nu heb en die me evenmin serieus neemt. Al kan ik niet bewijzen dat het komt omdat hij een man is en ik een vrouw ben. Misschien vindt hij iedereen een aansteller.
  • De opdrachtgever die me nooit serieus neemt. Als ik zeg dat ik voltijds werk en niet direct kan springen als hij spring roept, zegt hij ‘hoezo, je hebt toch een eenpersoons bedrijfje, ben je daar echt de hele week druk mee?’ Dat zou hij nooit tegen een mannelijke ondernemer zeggen. Het is dat de opdrachten interessant en de andere teamleden zo leuk zijn…

Het is potverdorie 2026. Ik weet niet of de speelgoedboeken en de Moederdagcadeaus nog zo cliché zijn als in de jaren 80. Maar ik weet wel dat er nog een lange weg te gaan is als het om gelijkheid gaat en om mensen op dezelfde manier beoordelen. Als we niet uitkijken, gaat het ook in Nederland hard de verkeerde kant op. De kranten staan vol verhalen over de schadelijke invloed van de manosfeer. Influencers sporen puberjongens aan om flink te sporten, rijk te worden en zich vooral beter te voelen dan vrouwen.

Lekker hypocriet dat juist de mannen die om het hardst roepen dat vluchtelingen ‘een gevaar voor onze meisjes en vrouwen zijn’, hun vrouwen het liefst thuis in een niet zo gouden kooi opsluiten.

En probeer het maar eens, zonder rijke ouders of goedbetaalde baan, rondkomen van één salaris.

De maand ontploft

Het is bijna kerst.

Vrede op aarde.

Een knoop in mijn maag. Een brok in mijn keel. Lood in mijn schoenen. Geen idee wie die uitdrukkingen ooit heeft verzonnen, maar ze omschrijven doeltreffend wat ik voel.

Between a rock and a hard place past ook wel bij de situatie. Mensen waar ik van houd, zijn verdrietig. En wat ik nu ook doe, beter dan ‘iemand een beetje minder ongelukkig’ wordt het niet.

Ik droeg in mijn leven helaas vaak bij aan ongemakkelijke en ongelijkwaardige verhoudingen. Lang geleden had ik dingen anders moeten doen. Maar ik was een conflictvermijdende schijtluis. En ben dat nog steeds.

Ik was veel te vaak stil, op misschien wat zielig gesputter na. Ik bood te weinig weerwoord. Ik gaf grenzen niet aan, of veel te laat. Ik probeerde iedereen te vriend te houden en heb daarbij mensen beschadigd. Mezelf het meest. Ik vulde in voor anderen. Deed dingen zoals ik dacht dat anderen het zouden willen, zodat ik niets hoefde te vragen. Zodat er vooral geen strijd zou ontstaan. Daarmee maakte ik situaties niet altijd beter. Soms nam ik het niet op voor mensen die absoluut mijn verdediging verdienden.

Ik kwam ook nooit op voor mezelf. Niet tegenover collega’s. Niet bij familie. Niet in relaties.

Ja, die ene keer dat ik zei dat ik geen huisvrouw wilde worden om voor een kind te zorgen dat niet van mij was. Dat was dus meteen einde relatie. En die keer dat een gemeente me drie schalen lager wilde inhuren dan ze hadden betaald voor een eerdere, soortgelijke opdracht. Daar heb ik vriendelijk voor bedankt.

Maar verder is het meestal slikken, inschikken en weer doorgaan. En vervolgens een keuze maken waarvan ik hoop dat die de beste is. Soms de beste voor mij. Soms de beste voor een ander. Nooit de beste voor iedereen. Op de één of andere manier kan ik die optie nooit aanvinken.

En wat ik ook kies. Het ontploft vaak in mijn gezicht.

Meestal in de maand december. Dan is het extra toepasselijk, zo’n ontploffing.

Papa, weet je nog? Salmiaklollies!

Op jouw sterfdag vrat ik een hele zak salmiaklollies leeg. En sabbelen tot het eind, ho maar! Dat kan ik nog steeds niet. Twintig stuks verdwenen binnen twintig minuten. Of zoiets .

Ik probeerde het vaak, als ik naar school fietste en jij tegelijkertijd naar je werk. Aan het begin van de Bonaertsweg gaf je me een King pepermunt. Die van mij was bij de tweede bocht kapotgekauwd en verdwenen. Ik heb misschien één keer het einde van de straat gehaald. Waarop ik trots mijn tong uit stak met het mini stukje pepermunt. Met lollies hetzelfde laken een pak. Eerst likken, maar al snel bijten. (Waarom klinkt dat zo slecht?). Al kregen we lollies een stuk minder vaak.

Bij lollies denk ik aan Dommelen, niet aan Brommelen. Als we lollies in huis hadden, was het zo’n zak met een papegaai erop. Met fruitlollies én salmiaklollies erin. Jij en ik deden nog net geen moord voor de salmiak. Maar jij won altijd als er nog maar één in zat. En dan zat ik opgescheept met de paarse lollie die naar cassis zou moeten smaken, maar dat niet deed. Die paarse bleven altijd als laatste over.

Ik zie het voor me. Jij stapt voorbij de paaltjes van het woonerf, triomfantelijk voor in de auto met de laatste zoute lollie. Ik stap boos achterin. Loes zit naast me en heeft citroen, of sinaasappel of weet ik veel welke smaak, maar de laatste niet-paarse. Dus drie keer raden welke kleur ik heb.

Ik ben best goed bezig met minder snoepen en meer bewegen. Ik sport tegenwoordig drie keer per week, wie had dat ooit gedacht? Jij waarschijnlijk niet. Maar gisteren mocht het, vond ik. Niet sporten en wel snoepen. Bloeddruk door het dak na al die salmiak, maar het was het helemaal waard. Hoge bloeddruk schept een extra band 😉

Ik zou je met liefde nog eens de laatste salmiaklollie uit de zak zien nemen. Dan neem ik als een blij ei de paarse.

Het is weer 9 december

23 jaar zonder jou. Er is één ding dat sindsdien niet verandert. Ik blijf me afvragen wat jij van dingen zou vinden.

Wat zou je zeggen iedere keer dat de blonde pruiken van Geert of Donald in beeld kwamen? Wat zou je ervan vinden dat ik ondernemer ben, iets wat totaal niet in de familie zit? Zou je stemmen op de Top 2000 en zo ja, wat zette je er dan in? Ik stemde dit jaar voor het eerst niet op Brown Eyed Girl en voelde me daar een beetje schuldig over. Maar het is helemaal niet het beste nummer van Van. Geen zorgen, de beste man staat met Someone Like You nog wel in mijn lijst. We hebben kaarten voor Joe Jackson volgend jaar november. Ik denk dat je mee zou gaan.

Jij was van de argumenten, net als ik. Je wilde de argumenten van anderen begrijpen. En met een goede onderbouwing van feiten en historische voorbeelden mensen overtuigen dat ze verder moesten kijken dan hun neus lang was. Dat jezelf verrijken ten koste van een ander nooit goed was. Je scriptie ging over te grote inkomensverschillen en de ongelijkheid die dat met zich meebracht. Het is helaas niet beter geworden. Wel enger. Want de allerrijkste mensen in de wereld hebben de media en het internet in handen.

En argumenten? Die blijken maar zelden te werken. Hoe goed en hoe waar ze ook zijn. Inspelen op woede en angst, daar gaan we met zijn allen veel beter op. Ik volgde laatst een cursus gedragsverandering en ook daar kwam het terug. Emoties en ons reptielenbrein bepalen veel meer dan rationele keuzes.

Je hield van geschiedenis en hoopte dat mensen van het verleden leerden. Wat dat betreft verliet je de wereld op tijd. We leren geen zak. Daarom geldt “nooit meer” niet voor alle genocides, maar alleen voor die ene. Ik weet niet wat je zou doen als je er nog was, maar ik kan me voorstellen dat je bepaalde toneelstukken zou regisseren. Om toch te proberen mensen aan het denken te zetten.

Ik zou er nog steeds alles voor geven om met je te praten. Of met je te zwijgen. Woorden waren niet altijd nodig. We wisten sowieso dat we van elkaar hielden.

Stress: hoe ik er (niet) mee omga

Iemand die haar zaken voor elkaar heeft en zich niet snel van de wijs laat brengen. Veel mensen hebben dat beeld van mij. Een beeld dat soms klopt. Ik kan vrij veel hebben. Tenminste, als het op werk aankomt.

Drie deadlines aan het eind van de week, geen probleem. Een digitaal interview met 7 mensen tegelijk, geen probleem. Een dag door Noord- en Midden-Limburg rijden en 6 interviews op verschillende locaties, prima. Dankbaar voor de leuke gesprekken. En onderweg genieten van de prachtige herfstkleuren.

Eén zo’n week is prima, daar krijg ik zelfs energie van. Vlak voor een deadline werk ik echt op mijn best. Twee weken van dat, ook leuk. Bij week drie of vier neemt de energie wat af, maar ben ik nog steeds oké met de drukte. Maar ergens daarna komt er een kantelpunt. Een moment waarop de omstandigheden steeds minder meewerken en waarop ik zelf mijn grootste ‘tegenwerker’ word.

“Jij hebt geen afspraak”, zei de mondhygiënist vanmorgen, toen ik binnenliep.

Ik had me gehaast om er op tijd te zijn, want ik moest ook het bed nog afhalen en gaan pinnen voor de schoonmaaksters. In de spits de Noorderbrug over was vrij zenuwslopend, want onwijs traag. Maar ik haalde het, was er precies om 9 uur.

“Ik heb wel een afspraak. Die hebben we een half jaar geleden samen gemaakt en die heb ik toen direct in mijn agenda gezet.” “Ja, ik maak altijd meteen een vervolgafspraak. Maar ik zie je nergens in de computer staan. En er komt zo iemand anders. Kun je morgen terugkomen?”

Dat helpt niet.

Er zijn een paar mensen die me snel op de kast krijgen. Mensen waar ik niet (helemaal) onderuit kan, omdat onderdeel zijn van mijn dagelijks leven. Maar het lijkt alsof ze het ruiken dat ik het druk heb. Dus staan ze iedere dag in mijn WhatsApp, in mijn mailbox en op mijn voicemail.

Dat helpt niet.

Wilders die zich gedraagt als een peuter die niet tegen zijn verlies kan en het nepnieuws dat van alle kanten lijkt te komen over stembusfraude en weet ik wat.

Dat helpt niet.

Joost Prinsen dood.

Dat helpt niet.

Financieel sta ik er op niet goed voor. Nee, geen zorgen, ik hoef absoluut geen droog brood te gaan eten of de verwarming weg te bezuinigen, maar dit jaar ging er veel meer uit dan er binnenkwam. Hoewel ik een vangnet heb, doet het toch iets met mijn gemoedsrust om mijn spaarrekening te zien krimpen in plaats van te zien groeien. Ik lig er wel eens wakker van. Mijn financiële situatie wordt versterkt door een notoire wanbetaler. Facturen die ik in juli stuurde, staan nog open. Gelukkig scheiden de wegen tussen mij en deze “opdrachtgever” binnenkort. Het kan zijn dat ik naar mijn geld moet fluiten, en dat zou heel naar zijn en pijn doen. Van de andere kant gaat het sowieso heel veel rust brengen om niets meer met dit bedrijf te maken te hebben.

Maar de situatie zoals die nu is, helpt niet.

Vandaag voel ik mezelf van alles, maar zeker NIET stressbestendig. Ik voel me alsof ik ieder moment ‘uit mijn raampje kan schieten’, zoals de hulpverleners in dat webinar over emotieregulatie het noemden.

Een verkeerde opmerking. Iemand die te laat komt of een afspraak verzet. Het kan me zomaar aan het wankelen brengen.

Maar vooral mijn eigen chaos. Met een vol hoofd, doe ik handelingen op de automatische piloot. Wat een heel slecht idee is als je van nature al veel dingen kwijtraakt of vergeet.

Ik ga moedig voorwaarts. Het wordt weer beter, dat weet ik zeker. En zo erg is het ook allemaal niet. Als ik over mijn beeldscherm heen kijk, zie ik de Maas rustig voorbij stromen. De geur van koffie stijgt op uit de gezamenlijke keuken. Ik hoor Werkgebouwers lachen.

Alles komt goed.

Wijzen met ons vingertje. Maar niet naar Netanyahu

Hoe dan?

Onschuldige mensen sterven van de honger. Baby’s. Kinderen. Vrouwen. Mannen. Hulpverleners. Journalisten. Terwijl er vrachtwagens met voedsel en medicijnen aan de grens staan.

De machtige mensen die Israël zouden kunnen tegenhouden, doen niets.

En ik doe ook niets. Anders dan berichten liken en delen die dit onrecht laten zien en af en toe een bedrag overmaken naar een organisatie waarvan ik hoop dat hun hulp ooit bij de juiste mensen terecht komt.

Mensen die uitgeput op voedsel wachten, worden neergemaaid. En als ze het wel overleven en daadwerkelijk met een zak meel bij hun gezin aankomen, zijn de gezinsleden misschien al te ver verhongerd om nog normaal te kunnen eten.

Natuurlijk. Er zijn meer “conflicten” die we voorbij laten gaan. In Somalië bijvoorbeeld. Of in Congo. Dat praat ik zeker niet goed. Maar die conflicten zijn minder zwart-wit. Geen bovenliggende partij die de macht heeft om de onderliggende partij van de kaart te vegen. Geen partij die zo open en bloot, zonder enige schaamte en in het volle zicht van camera’s, een ander land en alles erin met de grond gelijk maakt.

Roepen dat landen zich aan universele verdragen en mensenrechtenwetten moeten houden, kunnen we heel goed. Het wijzende vingertje. Sancties tegen Rusland. Sancties tegen Iran. Producten weren uit China. Maar voor Netanyahu en co gelden blijkbaar geen regels.

Soms huil ik als ik naar het journaal kijk of de krant lees. Toch kan ik me een uur later weer druk maken over mijn onvindbare sleutels. Of vloeken omdat ik mijn kleine teen stoot tegen de poot van het bed. Of blij worden van een zingende merel. Zo werkt dat blijkbaar in mijn hoofd. En misschien maar goed ook. Van blijven huilen wordt de wereld ook niet beter. Maar het knagende gevoel van onmacht, van kwaadheid om het onrecht, ligt dag en nacht op de loer. Ik droom mezelf soms in de oorlog.

Merel Morre schreef een heel mooi en pijnlijk gedicht. Waarin zij veel beter schetst in veel minder woorden wat ik bedoel.

wanneer een golf land overspoelt
wanneer de grond begint te beven
wanneer een grote bosbrand woedt
dan gaan wij hulp geven

en nu mensen worden vermoord
nu kinderen sterven zonder eten
nu bestaansrecht wordt gesmoord
nu zouden we het niet weten?


Bonaire #2

“Snorkelen ging prima, ik kan sowieso goed zwemmen, heb een goede conditie, er is een professional bij, er kan niets mis gaan, let’s go!”

Dat is wat ik dacht toen ik vanmorgen een duikles nam. Ik ben niet bepaald bang aangelegd.

Maar zodra ik onder water ging, schoten mijn hartslag en ademhaling omhoog, mijn benen weigerden dienst en mijn brein schreeuwde alleen nog maar “omhoog, omhoog, omhoog!”

In een enorme hoestbui kwam ik boven. Volgens de instructeur waren mijn ogen onder water bizar groot.

Op een bankje op het strand, duurde het zeker een kwartier voor mijn hartslag weer normaal was.

En toch probeerde ik het nog een keer.

De tweede keer ging veel beter. Mijn ademhaling langzamer, mijn hartslag lager, en na een korte aarzeling besloten mijn benen om gewoon te ‘flipperen’.

Ik kwam vooruit, bleef mooi ‘zweven’ tussen bodem en boven, en na een tijdje durfde ik om me heen te kijken in plaats van alleen naar de professional die voor me zwom.

Vraag me niet welke vissen ik zag. Ik ben afgekeurd als vis.

Dankjewel DiveFactory. Dankjewel Luc. Dankjewel voor de aanmoediging, het geduld en de overwinning op mezelf.

In mijn hoofd

Terwijl ik uitkijk over de Maas – lang leve mijn nieuwe kantoor – klikt en draait er van alles in mijn hoofd. Soms heb ik dat. En soms schrijf ik dan ook nog op wat ik denk. Dus hieronder wat willekeurige gedachten. Doe ermee wat je wil 😉

Ik ben een ontzettende geluksvogel. Daar ben ik me steeds meer van bewust. Niet omdat alles op rolletjes loopt. Want zo vaak als ik iets kwijt ben, iets vergeet, ergens tegenaan bots of hopeloos verdwaal, is echt niet normaal. Niet omdat ik nog nooit iets traumatisch/dramatisch heb meegemaakt, want ook daar heb ik mijn portie van gehad. Maar omdat ik gezond ben, een gelijkwaardige en liefdevolle relatie heb, een huis heb, een familie heb en de allerliefste vrienden van de wereld. Ik kan de boodschappen doen die ik wil en koken wat ik wil en dat is luxe. En ik ben een fantastische slaper. Soms nog voor mijn hoofd het kussen raakt. Een bofkont in het kwadraat.

Je zult in Gaza wonen, in Jemen, of in Sudan. Of door de Trump-regering zijn uitgezet naar Venezuela.

De beste manier om je slecht te voelen, is nadenken over de fouten die je maakte in het verleden. De beste manier om je angstig te voelen is nadenken over de toekomst. Nu genieten, nu leven, niet uitstellen met de kans dat het er nooit meer van komt. Ik roep dat heel vaak en voer het gelukkig ook steeds vaker uit. Wat dan natuurlijk niet betekent dat ik nooit meer iets doe waar ik een hekel aan heb.

Ouder worden is confronterend. Mijn conditie gaat achteruit, mijn menstruatiecyclus is van het padje (laat de overgang maar komen, dan is het tenminste helemaal gedaan), tegen mijn grijze haren valt bijna niet meer op te verven en met ieder levensjaar dat erbij komt, komt er ook een kilo bij. Maar het alternatief – niet ouder worden – is nog veel erger.

Ik wil niet boos worden of haten, want dat is een vervelende en vaak zinloze emotie. Maar ik doe het toch. Ik haat mensen die met allerlei leugens opbellen omdat ik zzp’er ben en mijn telefoonnummer nu eenmaal bekend is. Zoals die @%^$* van zojuist die het gesprek opende met “ik zou u nog terugbellen” en daarna een verhaal over een energiecontract begon waar hij me in het verleden al eens mee had geholpen. Nee, jij zou helemaal niet terugbellen, want wij hebben elkaar nog nooit gesproken. Dus laat mij met rust. Mensen die met dit soort rottige telefoontjes hun geld verdienen, en dan vooral de opdrachtgevers, gun ik eeuwige jeuk en te korte armen.

Hoe is jouw dag?

Ik ben verslaafd

Ik kan mezelf motiveren en dwingen tot van alles. Ik heb best een stevige ruggengraat.

Van het met heel veel tegenzin halen van mijn rijbewijs tot het afronden van mijn master nadat ik geen studiepunten voor mijn stage kreeg. Van feestjes afzeggen en ’s avonds doorwerken voor een deadline tot iedere dag een kwartier talen oefenen op Duolingo.

Als puber kreeg ik regelmatig de vraag of ik een trekje van dit of een slokje van dat wilde. Meestal zei ik nee, ook als ik dan als ongezellig of flauw werd bestempeld.

Vorige week, in dat prachtige park in Garderen waar de zon verleidelijk door de ramen scheen en de vogeltjes floten, stond ik iedere ochtend vroeg op en werkte ik heel efficiënt. Ik mocht niet naar buiten voordat er minstens één verhaal af was. Niets mis dus met mijn zelfbeheersing en discipline, zou je zeggen.

Iets met eten en bewegen?

Iedere werkdag begin ik met een wandeling. Ook als het nog donker is. Of regent. En ieder weekend sleep ik mezelf naar de sportschool, hoe dodelijk saai ik fitness ook vind. Bonuspunten voor mijn ruggengraat.

Ik ontbijt gezond en kook bijna iedere dag vers. Geen pakjes, zakjes en potjes. Veel verse groenten. Veel volkoren producten. Veel salades. Weinig vlees. Op vrijdag verse vis. En ook als de leuke jongen uit de trein kookt, zit het vaak barstensvol groenten.

Dus dat enorme gewicht dat ik meezeul en waar ik steeds meer de pest aan heb?

Dat komt van dat koekje (of minstens vier) bij de koffie. Van dat croissantje met de dikke laag jam op zondagmorgen. Van het stuk chocolade na het avondeten. Van de zakken chips en de pilsjes in het weekend. Van er staat altijd wel iets lekkers op tafel op mijn werkplek.

Mijn ruggengraat op dit gebied? Ondergesneeuwd. Onvindbaar. Onbestaand.

Waar ik op allerlei gebieden totaal niet verslavingsgevoelig ben of in ieder geval zonder afkickverschijnselen iets achterwege kan laten… Waar ik op allerlei gebieden gemakkelijk nee zeg tegen iets, of ja tegen iets anders, ook bij groepsdruk… Staat één ding vast:

Ik ben verslaafd aan suiker.