Op dit moment #16

Eigenlijk heb ik geen tijd om te bloggen. Mijn hoofd zit nog vol van een bomvolle werkweek waarin ik iedere ochtend om 6 uur opstond (geen probleem) en om 6.40 uur beeldbelde met een hoofdredacteur (wel een probleem, mijn brein heeft iets langer nodig om op te warmen). Een week waarin alle interviews van de week ervoor bleven liggen. Die moet ik dus deze week uitwerken, maar omdat er zo’n lange tijd tussen zit, is dat knap lastig. Onleesbare aantekeningen enzo. Een week ook die eindigde met een heerlijk weekend vol vriendjes en zon, dat dan weer wel.

Ik word blij van: sneeuwklokjes, krokussen, mussen, roodborstjes, zon. De eerste blaadjes aan verder kale takken. De merel die ’s ochtends het hoogste lied zingt en daarmee de meest lieflijke wekker is die ik me kan wensen. Dat ik mijn super toffe groene leren jasje dat ik van de leuke jongen uit de trein kreeg weer kan dragen in plaats van een winterjas. Al kan het niet goed zijn dat het nu al zo warm is.

Vorige week was een tikkeltje overweldigend, toch word ik super blij van de hoeveelheid werk die ik heb. Dat mijn klanten me allemaal weer weten te vinden en dat er in de eerste anderhalve maand van het jaar al drie nieuwe klanten zijn bijgekomen. En met een vierde persoon waar ik nog nooit eerder voor schreef, heb ik deze week een afspraak. Op de laatste dag van deze maand bestaat mijn bedrijf al 12,5 jaar. Wie schrijft die blijft 😉

Ik word verdrietig van: het coronabeleid. Of het gebrek aan beleid. En nee ik wil niet langs de kant staan roepen dat ik het beter weet, maar ik kan het gewoon echt niet meer volgen. Ik gun kappers hun werk. Ik gun scholieren hun vrienden. Maar ik wil niet langer wisselgeld zijn. Het stoort me dat wie het hardst schreeuwt het eerst zijn zin krijgt (een prik of meer vrijheid). De avondklok die echt niet zou worden verlengd en waarvan ik niet geloof dat ie heel veel bijdraagt aan onze bescherming blijft “gewoon” tot half maart. Nee, ik ga niet iedere avond de deur uit, maar zeker nu het mooier weer is, wil ik na het eten graag nog een wandeling maken. En als er iemand bij ons blijf eten, wil ik hem of haar niet direct na het toetje eruit schoppen.

Ik heb het beleid van ons kabinet lang verdedigd, onze politici moesten roeien met de riemen die ze hadden en wisten nog helemaal niets van het coronavirus. Maar nu zie ik een stuurloos schip dat kant nog wal raakt. En ondertussen staat veel ondernemers het water aan de lippen (om maar even bij varen en water te blijven). Afgelopen interviewde ik meerdere ondernemers en ik hoorde schrijnende verhalen. Over pensioenpotten die jaren te vroeg worden aangesproken, over aankloppen bij je ouders en je kinderen, over belastingschulden…

Ik kijk uit naar: een nieuwe tuin. Niet naar de werkzaamheden die aanstaande maandag beginnen, wel naar het resultaat. Het wordt mooi, dat weet ik zeker. Prachtige tegels en heel veel groen. Mooie ronde vormen in plaats van rechte blokken afgezet met half verrotte bielzen. En wat een feest als ik straks eindelijk in één beweging mijn fiets in de schuur kan zetten, zonder met een gammel poortje en een schuurdeur te klooien. Met een dikke sorry aan de vogels, muizen en insecten die tijdelijk hun heil elders moeten gaan zoeken. En aan de buren voor de overlast.

Ik lees: Bèta voor alfa’s van Diederik Jekel. En het studieboek Participatieverhalen. In beiden ben ik al heel lang bezig. Deels doordat ik tussendoor twee boeken las van Arnaldur Indridason. Moord en doodslag waarbij mijn hersenen niet zo hard hoeven te werken.

Ik luister: Radio 2, Studio Brussel en Kink. Als ik een cd opzet is het vaak papamuziek. Marillion, De Dijk, Stef Bos.

Ik ben bang voor: de verkiezingsuitslag. De VVD komt al een eeuwigheid overal mee weg. De afbraak van de verzorgingsstaat, de winst-boven-welzijn regeerstijl. Het lijkt er niet op dat het onvermogen om te compenseren voor de aardbevingsschade in Groningen of hetzelfde onvermogen in de toeslagenaffaire strafpunten oplevert. En als er al eens iemand van de VVD moet wieberen, zoals Van Haga, dan vindt zo’n engerd wel weer ergens anders onderdak waar hij of zij nog steeds invloed uitoefent. En ja, bij de afbraak van de verzorgingsstaat en alles wat mis ging in de participatiesamenleving stonden ook linkse partijen te kijken. Maar zij worden daar doorgaans wel voor gestraft. Ondertussen blijven Wilders en Baudet ondanks alle onzin die er uit hun monden komt (digitaal) volle zalen trekken. Ondertussen heb ik nog geen flauw idee waar mijn stem naartoe gaat.

Hoe gaat het met jou? Waar ben je bang voor en waar kijk je naar uit?

Hoe een meisje dat doorgaans stevig in haar schoenen staat geen nee durft te zeggen tegen totaal irrelevante voorstellen

 

Ik heb professionele hulp nodig. Denk ik. Vannacht sliep ik er zelfs slecht van. Drie afleveringen van een spannende serie, haalden mijn hoofd niet uit de maalstand.

“Nee, geen interesse en wilt u voortaan alstublieft geen contact meer met mij opnemen.”

Waarom kan ik die zin bijna nooit uitspreken?

Neem gisteravond. Iemand aan de deur die een Ziggo-aanbieding wil doen. In plaats van bovenstaande zin vlot uit mijn mond te laten rollen, begin ik te vertellen dat ik geen idee heb wat voor abonnement we hebben, omdat de leuke jongen uit de trein daarover gaat (ik noemde hem in dit gesprek niet zo, haha). Dat ik alleen maar weet dat we extra sportpakketten hebben. Dat ik denk dat mijn lief tevreden is met ons huidige abonnement, maar dat hij helaas nu niet thuis is dus ik kan het hem niet vragen.

Waarom vertel ik dat allemaal? Het is niet dat het die jongen aan de deur iets aangaat. Een simpel ‘nee, dankjewel’ was voldoende.

“Oh, dan kom ik misschien nog een andere keer terug als hij er wel is”, reageert de jongen.

En alweer zeg ik niet wat ik moet zeggen. Ik vertel alleen dat ik hem weinig kans geef op het afsluiten van een ander abonnement.

Waarom zeg ik niet gewoon kort en duidelijk dat hij niet meer terug hoeft te komen? Nu is de kans groot dat hij deze week nog eens aan de deur staat. Ik weet hoe volhardend deze types zijn en hoe ver ze gaan voor hun commissie.

Gisteravond beging ik echt niet mijn domste actie. Al die keren dat ik vriendelijk bleef tegen die mensen die me telefonisch lastigvallen omdat ik nu eenmaal sta ingeschreven bij de KvK. Zelfs als ze ronduit brutaal waren of overduidelijk een poging deden om me op te lichten. Al die keren dat ik welwillend iets in de collectebus liet vallen van het meisje of de jongen die aan de deur stond, ook als het doel me totaal niet aansprak.

Drie keer per jaar op vakantie, tuurlijk joh

Een keer heb ik me bijna een of ander reisabonnement aan laten smeren. Het sloeg helemaal nergens op, want het kostte iets van € 300 per jaar om vervolgens een bepaald percentage korting te krijgen op reizen die ik dan ook nog alleen kon boeken via de organisatie van de beller. Het was pas lucratief als je minimaal drie keer per jaar op vakantie ging. Zelfs pre-corona was dat geen haalbare kaart. Bovendien vond ik de meeste bestemmingen die ze aanboden niet eens interessant. Waarom ik toch bijna ja had gezegd? Joost mag het weten.

Ja joh, kom maar langs

Ook heb ik ooit een afspraak gepland met iemand die vrijblijvend langs zou komen voor weet ik veel wat voor energieaanbieding. Het kostte vervolgens knetter veel moeite om die afspraak alsnog af te zeggen. Want natuurlijk wist ik al lang dat ik geen ander energiecontract nodig had. En ik was bang dat ik mijn handtekening ergens onder zou zetten als ik de afspraak liet doorgaan.

Zakelijk kan ik het wél (eindelijk)

Het enige vlak waarop ik vooruitgang heb geboekt, is bij het vasthouden aan mijn zakelijke uurtarief. Ontelbare keren en jarenlang heb ik werk aangenomen voor veel minder dan mijn “normale” prijs. En neem die keren dat ik al riep dat ik wel iets van mijn uurprijs af kon doen als het een grote of een terugkerende opdracht was, nog voordat de klant daar zelf over begon. Dat doe ik niet meer. Ik wijk nog wel eens van mijn prijs af, als het bijvoorbeeld voor een goed doel is, of als ik al weet dat er ergens niet veel budget is en ik het wel een hele leuke opdracht vind. Maar ik kan zakelijk gezien inmiddels nee zeggen tegen opdrachten die te weinig opleveren.

Het ligt niet aan mijn opvoeding

Buiten Lieke Schrijft ben ik dus een slappe zak, een vriendelijke softie, een angsthaas met telefoonpaniek. Ik weet niet waar het vandaan komt. Ik ben niet zo opgevoed. Dat we voor onszelf op moesten komen, was één van de dingen die we van huis uit meekregen. Dat het niet erg is om af en toe nee te zeggen en dat je niets tegen je zin moet doen, behalve naar school gaan en naar je ouders luisteren.

Herkent iemand wat ik schrijf bij zichzelf of een ander? Bestaat er een therapie die deze stoornis verhelpt?

 

Wat kwam er van mijn 20 plannen voor 2020 terecht? Geen bal!

Een jaar geleden maakte ik een lijstje. Met 20 plannen voor 2020. Ik publiceerde dit lijstje afgelopen voorjaar. Vandaag eens kijken hoe ik het eraf heb gebracht.

  1. Minimaal 20 boeken lezen.
    Niet gelukt. Al las ik aanzienlijk meer dan in 2019. Ik bleef steken op 14,5 boeken (studieboeken niet meegeteld). Het dunste exemplaar telde 63 pagina’s, de dikste had er 616. Twee boeken waren geschreven door een journalist. Twee boeken las ik in het Engels.
  2. Een keer per kwartaal een opleiding, training, of lezing volgen.
    Niet gelukt. Wel bijna. Voor de eerste lockdown volgde ik een training over creatief schrijven en een training over crisiscommunicatie. En vlak voor de tweede lockdown begon ik aan een training communicatieadvies voor de overheid. Een training die ik deze maand zou afronden, maar de lessen 2 en 3 zijn uitgesteld tot… Niemand die het weet.
  3. Iedere werkdag fruit eten.
    Ik denk dat dit is gelukt. Tenminste, als een werkdag een dag is waarop ik minimaal vier uur werk had 😉 Ik vind appels en mandarijnen saai. Sinaasappels vervelend om te schillen. En een peer heeft altijd wat (te hard, te zacht, vieze schil). Toch at ik nog nooit zo veel fruit als dit jaar. Goede weerstand is belangrijk.
  4. Minimaal drie fotoboeken maken.
    Niet gelukt. Ondanks zeeën van tijd, maakte ik geen enkel album. De foto’s van Canada zijn nog niet eens van het fototoestel afgehaald. Sterker nog, ook het fototoestel heb ik nooit meer gebruikt. Het enige dat ik deed, is een paar foto’s van mijn telefoon naar mijn laptop verhuizen.
  5. Administratie beter bijhouden.
    Gelukt. Zij het met de hakken over de sloot en geholpen door het virus. Andere jaren liep ik gruwelijk achter met het bijhouden van uren en kilometers. Dit jaar maakte ik zo weinig uren en kilometers, dat het bijhouden ervan veel minder werk was. Maar bonnetjes slingeren nog steeds te lang rond voordat ik ze fotografeer en in de juiste map zet.
  6. In zee zwemmen.
    Niet gelukt. In 2020 niet eens de zee van dichtbij gezien.
  7. De achtertuin (laten) aanleggen.
    Niet gelukt. Nadat de leuke jongen uit de trein en ik eindelijk de nodige knopen hadden doorgehakt, had de tuinman geen tijd meer. De eerste week van maart gaat het gebeuren.
  8. Televisiemeubel kopen.
    Gelukt. Het meubelstuk dat al het langst op onze lijst stond, maar waar we niet meer naar gingen zoeken. Toen liepen we er toevallig tegenaan.
  9. Af en toe naar de pedicure.
    Niet gelukt. Vlak nadat mijn been uit het gips was, een heerlijke voetenvertroetelronde gehad. Bij het weggaan, zei ik vol overtuiging ‘tot in de kerstvakantie!’.
  10. Minimaal twee dagen met mezelf op uitstap.
    Niet gelukt. Ik was veel lange dagen alleen. Maar ging dan meestal nergens heen. Ja, het veld of het bos in voor een wandeling. Of naar de bakker. Maar een dagvullend programma met mezelf had ik nooit, laat staan twee dagen. En ik kwam enkel in een vreemde “stad” terecht, omdat ik toevallig een sollicitatiegesprek had in Deurne.
  11. Een keer per kwartaal naar een expositie.
    Niet gelukt. Ik zag 0 musea van binnen. Wel tussen de lockdowns af en toe gekeken naar de mogelijkheden, maar dan was het tijdslot dat ik wilde niet beschikbaar.
  12. Een van de Nederlandse eilanden bezoeken.
    Niet gelukt. Als het wel was gelukt, had ik vraag 6 waarschijnlijk met ja beantwoord.
  13. Vergelijken.
    Niet gelukt. En als je me vraagt waarom niet, kan ik daar geen antwoord op geven. Want ook hier had ik meer dan genoeg tijd voor. Ik heb één keer op een energievergelijkingssite gekeken, maar niets gedaan met het resultaat dat daaruit kwam. Auto, inboedel, reis, arbeidsongeschiktheid… ik liet alle verzekeringen schouderophalend dooorlopen. Op de laatste dag van 2020 paste ik mijn zorgverzekering aan (fysiotherapie erin) zonder te kijken of het ergens anders goedkoper kan.
  14. Iedere maand naar een restaurant waar we niet eerder waren.
    Niet gelukt. We zagen dit jaar 2 ‘nieuwe’ restaurants van binnen. Duimen dat de horeca overleeft.
  15. Meer tijd en geld naar goede doelen.
    Gelukt. Ik bleef lid van de Hartstichting en de Clini Clowns. Maakte geld over naar mijn ‘grote zus’ in Benin. Deed een eenmalige bijdrage aan Milieudefensie (en moest vervolgens hemel en aarde bewegen om mijn lidmaatschap op te zeggen waar ik nooit om had gevraagd). Kocht cadeautjes bij de Wereldwinkel. Ging wandelen voorzien van vuilniszak en handschoenen om zwerfafval op te ruimen. Deed vrijwillig schrijfwerk voor Fairtrade Beekdaelen en Fairtrade Heerlen. Freubelde kettingen, oorbellen en armbandjes voor De Zwarte Kat.
  16. Terug naar 80 kilo.
    Hahahaha. In de eerste helft van het jaar viel ik een paar kilo af. In de tweede helft van het jaar kwamen die kilo’s er weer bij. Iets met een gebroken been, thuiswerken, gesloten sportscholen en een ruggengraat van pudding. Resultaat: op 1 januari 2021 woog ik precies even veel als op 1 januari 2020. Zo’n 11 kilo meer dan die 80.
  17. Minimaal 1 schilderij ophangen.
    Gelukt. Boven het televisiemeubel.
  18. Naar M. in Cobh.
    Niet gelukt. Iets met code oranje.
  19. Meer kaartjes sturen.
    Met vlag, wimpel en confetti gelukt. Ik vergat nog steeds af en toe een verjaardag, maar ik schreef heel veel kaartjes. Met ‘beterschap’ erop. Of met ‘ik mis je’. Vaak deed ik er een armbandje bij, of oorbellen. Ik stuurde al mijn klanten en leveranciers in december een kaart. En deed bij alle buren, tot en met zes deuren verder, een ‘fijne feestdagen’ kaart in de bus.
  20. Minimaal 1 dag vrijwilligerswerk doen.
    Niet gelukt. Met vrijwilligerswerk bedoelde ik iets anders dan mijn vrijwillige schrijfwerk. Ik deed in 2020 meer voor ‘een betere wereld’ dan andere jaren, maar opnieuw niet in de vorm van écht mijn handen uit de mouwen steken.

Veel van mijn plannen heb ik niet uitgevoerd. Corona de schuld geven is te gemakkelijk. Want voor de meeste dingen die ik niet deed, had ik alle tijd. In plaats van verzekeringen vergelijken, knoopte ik armbandjes. In plaats van fotoalbums maken, verdween ik in social media tunnels vol geroeptoeter.

Toch was het geen verloren jaar. Het begin zit in een gouden lijst (ons 11-11-11-we-gaan-niet-trouwen-feest, mijn reisje naar Lapland, carnaval in de mafste en kleurrijkste vriendengroep die je kan verzinnen). Vriendschappen waren waardevoller dan ooit en sleepten mijn door mijn ‘gipsperiode’. Ik leerde veel, binnen en buiten mijn eigen vakgebied. Mijn klanten bleven klant en er kwamen nieuwe klanten bij. Niemand werd ziek. Niemand ging dood. En ik houd nog steeds van de leuke jongen uit de trein.

Ik denk dat ik voor 2021 geen plannen maak. Ik kan nog wel even vooruit met het lijstje van afgelopen jaar.

Of toch. Twee dingen. Een interieurverzorgster en een hond. Niet per sé in die volgorde.

Dromen mag

Foto door fotografierende op Pexels.com

Bijna kerst. Lief zijn voor elkaar. Delen met de armen. Licht en warmte. Vrede op aarde…

Hoe mooi zou het zijn?

Als 2021 een jaar blijkt te zijn waarin een pandemie de mensen niet langer lijnrecht tegenover elkaar zet. Een jaar waarin het virus naar de achtergrond verdwijnt, maar we daar hopelijk wel lessen uit leren. Dat we best wat vaker thuis kunnen werken en wat minder kunnen vliegen bijvoorbeeld. En vaker boodschappen doen bij de kleintjes. Misschien dat die klimaatdoelen dan ook eens in zicht komen.

Een jaar waarin mensen die in een gammel bootje stapten om aan een uitzichtloze situatie te ontsnappen ook uit hun troosteloze lekkende tentenkamp op Lesbos kunnen ontsnappen om echt aan een beter leven te beginnen.

Een jaar waarin iedereen de zorg krijgt die hij/zij nodig heeft en het zorgpersoneel respectvol wordt behandeld. Even niet bezuinigen op gezondheidszorg lijkt me ook handig.

Een jaar van daadkracht door ambtenaren en politici. Stop draaien, treuzelen en onvolledig informeren. Herstel het vertrouwen. Betaal voor de aardbevingsschade in Groningen en compenseer de slachtoffers van de Belastingdienst. Ben niet meer bang voor boze boeren of bouwers. Of voor dreigende multinationals. Een kiesdrempel zou ook mooi zijn, zodat een paar van die kleine prutspartijen of zetelplakkers van het toneel verdwijnen. Zodat opportunisten die telkens van partij wisselen niet meer aan de bak kunnen.

Hoe mooi zou het zijn?

Als 2021 een jaar blijkt te zijn waarin we (Nederland/EU) ook internationaal onze verantwoordelijkheid nemen en zorgen dat armere landen genoeg vaccins hebben. En als we toch bezig zijn, helpen we gelijk ook even ebola en malaria de wereld uit, zonder dat farmaceuten daar torenhoge winsten mee moeten maken.

Een jaar waarin we mensen die terecht in opstand komen tegen dictators zoals Loekasjenko, Bolsonaro en Erdogan meer te bieden hebben dan een opgestoken duimpje of onderdak in een ander land. Durf eens te oordelen over Netanyahu die heus geen vrede wil en de Palestijnse gebieden vrolijk vol blijft bouwen met woningen en bedrijven. En hoezo noemen we dat vervolgens nederzettingen? Er is niets nederigs aan. We mogen Frankrijk best aanspreken op de wapenleverancies aan Saoudie-Arabië, bevriend staatshoofd of niet. Laten we geen kleding meer invoeren gemaakt door onderdrukte, opgesloten Oeigoeren in China. En zorgen dat koffie- en cacaoboeren kunnen leven van hun werk. Kun je het je voorstellen, een leven zonder koffie en chocola?!

Een jaar waarin wordt bewezen dat hoogmoed inderdaad voor de val komt en sujetten zoals Trump, Berlusconi en Orban zoveel rechtszaken aan hun broek krijgen dat ze in een doos moeten gaan wonen. Het jaar waarin Baudet voorgoed roemloos ten onder gaat en Wilders op de IC verpleegd wordt door Mohammed en Fatima, het licht ziet en plotsklaps niet meer racistisch is.

Hoe mooi zou het zijn?

Als 2021 een jaar blijkt te zijn waarin jij en iedereen die je dierbaar is gezond blijft, geestelijk en lichamelijk.

Fijne kerstdagen en alle goeds voor het nieuwe jaar. -x-

Ik spring bijna over een heg

Jahoe ende jippie! Hoera ende halleluja! Het is fortuinlijk, formidabel, fantastisch om weer op twee benen te lopen, zonder krukken. En ik kan fietsen. En autorijden. Al vind ik dat laatste stiekem jammer. Ik kon wel aan de breng- en haalservice wennen 😉

Ik loop nog niet heel hard. Laat staan elegant. En er is nog wat krimpwerk te verrichten voordat mijn linkervoet en onderbeen dezelfde maat hebben als hun soortgenoten op rechts. Maar dat komt goed. Ik geniet nog even met volle teugen van simpele dingen. Een mok koffie van de keuken naar de kamer vervoeren om ‘m daar op te drinken. De trap op lopen. De groenbak aan de straat zetten. Kortom, het gaat véél beter met mij dan twee blogs geleden.

Waar het lichamelijk heel hard de goede kant op gaat, heeft mijn hoofd het moeilijker.

Ik heb het moeilijk met de mensen die zich van geen virus iets aantrekken. Ik verbaas me over het gebrek aan respect voor personal space. Gistermiddag stond een oudere vrouw zonder mondkapje zo dicht achter me bij de kassa dat ik haar ademhaling hoorde én voelde.

Met de korte lontjes, de complotten, het geschreeuw. Ik schrik van wat mensen allemaal geloven. Als je die roeptoeters vraagt of ze weten wie de elite is, wat deep state betekent, of wat ze met een satanistisch netwerk bedoelen, hebben ze (waarschijnlijk) geen antwoord.

Met de NOS-stickers die worden verwijderd. Ik krijg er buikpijn van dat journalisten worden uitgescholden en weggeduwd terwijl ze hun werk doen. Hallo, in Nederland?!?

Ik heb het moeilijk met de status van mijn bedrijf. Dit is de laatste week dat ik nog 20 uur ‘vast’ werk heb (via een uitzendbureau). De komende weken staan er nauwelijks interviews, blogs, of andere schrijfopdrachten in mijn agenda. Ik stuurde sollicitatiebrieven en benaderde opdrachtgevers waar ik al lang niets meer van hoorde. Het resultaat klinkt ongeveer zo:
“We wachten nog even af voor we onze nieuwe website lanceren. Als het zo ver is, ben jij de eerste.”
“Je hebt gelijk dat onze brochure toe is aan een update, dat komt wel als dat hele coronagedoe achter de rug is.”
“Nee, we werken even niet met freelancers, voorlopig houdt de secretaresse onze social media bij.”

Ik ben slecht in weinig om handen hebben. Ik verander in een bulldozer. Dan denk ik:
“Ik heb toch niets anders te doen, dus die ene opdracht kan wel even wachten.”
Om vervolgens met klamme handjes op het allerlaatste moment dat ene verhaal naar die ene opdrachtgever te sturen.

Maar net als met mijn manke poot, komt het ook met mijn werk weer goed. Want ik ben goed in mijn werk.

***

Blijf gezond, wees lief, zorg goed voor jezelf én voor anderen. Laat je betoveren door prachtige herfstkleuren en bijzondere luchten. Maak plannen voor als straks alles weer kan en mag. Geniet van alles wat wél kan. (Ja, daar moet ik mezelf regelmatig aan herinneren). Blijf in beweging en vergeet niet te lachen. Dikke knuffel!

Op dit moment #15

Toen ik nog iedere dag ging wandelen…

Vijf weken geleden zei mijn kuitbeen ‘krak’. Een bot breken, daar heb je lang plezier van, weet ik inmiddels. Het gips is vijf dagen geleden met een dremel en een hoop daadkracht verwijderd, maar lopen zonder krukken gaat nog voor geen meter.

Ik word blij van: alle hulp die ik krijg. Tegelijkertijd word ik er verdrietig van, omdat ik zo veel hulp nodig heb.
Ik word blij van fantastische vriendjes en vriendinnetjes die mij in de afgelopen tijd regelmatig bezochten of “ontvoerden” en me tot aan een terras reden om vervolgens te lunchen of te borrelen. Ze brachten ons zelfgemaakte smakelijkheden, boeken en bloemen. Ze deden boodschappen, stuurden kaartjes, appten en belden.
Ook mijn zusje heeft me een keer ontvoerd op een moment dat ik héél erg toe was aan het verlaten van ons huis. En mijn mama komt wekelijks kijken hoe het met me gaat.
Ik word blij van fantastische schoonouders die ieder weekend komen poetsen en de vieze was mee naar huis nemen. Nadat ik mijn been brak, waren ze sneller uitgerukt dan de brandweer. Ze geven de planten water en vegen de tuin. Ze spreken me bemoedigend toe en herhalen telkens dat ze alles wat ze doen heel graag voor ons doen. Ze zeggen heel hard “dat had toch niet gehoeven”, als we ze een kaartje of een bos bloemen sturen. Terwijl ze veel meer verdienen dan dat, een standbeeld bijvoorbeeld.
Ik word blij van de leuke jongen uit de trein. Hij kan al eens diep zuchten als ik hem weer vraag om iets voor me te pakken terwijl hij net is gaan zitten, maar hij zorgt met veel liefde en geduld voor me. Hij moedigt me aan, houdt in de gaten of ik mijn oefeningen wel doe, en houdt me tegen als ik te veel wil doen (met één kruk lopen in plaats van twee). Hij geeft me een knuffel als ik dat nodig heb en droogt mijn tranen als ik uit frustratie zit te janken. Voordat hij de deur uitgaat, controleert hij minstens drie keer of hij me wel alleen kan laten. Hoe lief is dat? Ik ben dankbaar dat ik samen ben met iemand die de gratie heeft om mijn shitloads aan onhandigheden door de vingers te zien in de naam der liefde. Althans, meestal. Soms krijg ik een doorwrochte preek en een oogrol. Meestal terecht.
Ik word blij van fantastische collega’s die het gezellig vinden als ik op kantoor ben en me daarom ophalen en thuisbrengen. Ze zorgen dat er altijd een gevulde kop koffie op mijn bureau staat en dragen mijn tas. Ze houden deuren voor me open en schuiven een tweede stoel onder mijn ‘puddingpoot’. Ze grappen dat ik door moet lopen en er als een prinses bij zit en dan kan ik alleen maar lachen. Fijne mensen.

Ik word verdrietig van: hoe verschrikkelijk we in deze wereld met elkaar omgaan. Het gescheld op social media. Het geroeptoeter dat we niet meer in een rechtstaat leven. Onze regering die zichzelf op de borst klopt nu we toch wel 100 mensen (ja MENSEN) uit Griekenland naar Nederland halen. Waar 100 andere mensen die zijn gevlucht voor onderdrukking of geweld de dupe van worden. Influencers met slechts een paar hersencellen die roepen dat ze ‘niet meer meedoen’. Mensen die steen en been klagen over hoe de economie naar de klote gaat en onze vrijheid wordt afgepakt. We wonen potverdorie in één van de welvarendste landen van de wereld, dus denk eens na over hoe veel slechter je het had kunnen treffen.

Ik kijk uit naar: lopen op twee benen zonder krukken. Amai, wat kan een mens ergens naar verlangen.

Ik lees: A Gentleman in Moscow van Amor Towles. Aan het begin van het boek wordt graaf Alexander Iljitsj Rostov veroordeeld tot huisarrest in het Metropol Hotel in Moskou. Zijn misdaad? Hij schreef een gedicht. Hij woont op de zolder van het hotel en ontdekt dankzij een super grappig negenjarig meisje dat het hotel veel groter is dan hij dacht. Het is dan 1922 en terwijl de graaf bedenkt in welke toonsoort de veren van zijn bed kraken, passeren revoluties en oorlogen de deur van het legendarische hotel. Heerlijk boek! In vier weken gips las ik overigens nog vier andere boeken. Waaronder een Esther Verhoef en twee Karen Slaughters. Want ja, in tijden van zelfmedelijden werkt niets zo helend als moord en doodslag óf humor.

Ik luister naar: Kink FM, radio 2, Studio Brussel. Ik draai de laatste tijd maar weinig muziek. Deels omdat het zo’n gedoe is om een cd uit het rek te pakken.

Ik kijk naar: La Trêve. Het “avontuur” speelt zich af in het bosrijke Waalse dorpje Heiderfeld. Wanneer de daar opgegroeide inspecteur Yoann Peeters terugkeert naar zijn geboortedorp en nog nauwelijks een doos heeft uitgepakt, wordt hij gevraagd te helpen bij het ophelderen van een moord. De uit Togo afkomstige voetballer Driss Assani wordt gevonden in een rivier. Tijdens de zoektocht naar de dader blijkt dat er heel veel rare snuiters in het dorp wonen, om het zacht uit te drukken. Veel mensen met een voorliefde voor chantage, alcohol en snel geld verdienen spelen een rol in het verhaal. Net als vergiftigde koeien, een in brand gestoken schuur waarbij per ongeluk iemand omkomt, een SM-loods, een broer en een zus die het met elkaar doen en een nazi-museum in iemands slaapkamer… Veel moord en doodslag. Heerlijke serie. Net begonnen aan het tweede seizoen.

Samen kijken we naar Dwars door België. Een ontroerend, ontwapenend en optimistisch programma. Zalig kijkgenot.

Ik werk: twee dagen in de week op kantoor, daar waar die collega’s zo goed voor me zorgen. De andere dagen werk ik thuis. Qua hoeveelheid werk houdt het niet over. Ik ben deze week met drie opdrachten bezig en mag niet klagen, maar zakelijk gezien is 2020 niet om over naar huis te schrijven. Financieel is het een uitdaging om in de zwarte cijfers te blijven, ook vanwege mijn medische kosten. Natuurlijk had ik mijn eigen risico op maximaal staan, ‘want ik heb nooit wat’… Maar zoals ik hierboven ook al eens schreef, ik had het vele malen slechter kunnen treffen.
Ik houd van mijn werk, maak veel leuke dingen mee en ontmoet bijzondere mensen. De onderwerpen gaan nog steeds all over the place. Deze week schreef ik voor het eerst voor de uitvaartsector. En vorige week belde een klant. “In 2017 schreef jij onze webteksten en daar waren we heel tevreden over. Heb je zin en tijd om een folder en een nieuwsbrief voor ons te maken?” Terugkerende klanten, daar word ik blij van.

Hoe is het met jou? Wat lees en luister je? Waar word je blij van?

Pannenkoeken bakken op krukken. Dan zijn ze extra lekker!

 

Hoe dan?

Ze viel nog net niet van haar stoel. Keek me met grote ogen aan. Trok een wenkbrauw op. “Hoe dan?”

De zin die ik daarvoor uitsprak was “Fijn om mijn laatste dag als dertiger met jullie door te brengen.” De oudere collega naast mij was daar niet zo van onder de indruk. De jongere collega tegenover mij had een paar minuten nodig om bij te komen van haar verbazing.

Mijn grote ego vatte dat uiteraard op als een compliment. Ze had me minstens vijf jaar jonger geschat. ‘Ik zie er dus nog goed uit’, dacht ik tevreden. Maar stiekem, stiekem kan het ook door mijn gedrag komen dat ze me jonger inschatte…

Op mijn nieuwe werkplek ben ik namelijk geen toonbeeld van volwassenheid. Ik was er al mijn autosleutel kwijt, kwam er al met de verkeerde laptop aanzetten (die van mezelf in plaats van die van het bedrijf) en verdwaalde in de kelder op weg naar het archief, terwijl ik er die ochtend ook al eens was geweest.

Hoe dan? is dus best een goede vraag. Ik stel hem regelmatig aan mezelf.

Was het niet gisteren. Dat ik aankwam hier. Pas achttien jaar jong?
– Acda & De Munnik, Als het vuur gedoofd is.

Waarom een afwijzing de juiste uitkomst was

Ineens kwam mijn droombaan voorbij. De baan die ik zocht toen ik in 2010 terugkwam uit Brussel. Een functie die destijds na het schrijven van zo’n 300 sollicitatiebrieven nog steeds niet binnen handbereik was. Dus deed ik frustrerend callcenterwerk (“een plus is hetzelfde als twee nullen!”), werd ik onderbetaald en ondergewaardeerd bij een hobbygroothandel, schoot ik voortdurend in de verdediging bij de klantenservice van de Bijenkorf en plande ik vanuit WML afspraken voor het plaatsen van nieuwe watermeters waar niemand op zat te wachten.

Pas halverwege 2016 besloot ik te stoppen met zoeken naar een baan in loondienst en vanaf 1 januari 2017 stortte ik me volledig op mijn eigen bedrijf. Met succes, want vrijwel direct had ik genoeg (interessante, leerzame) opdrachten om voltijds te werken en daarnaast nog leuke dingen te doen.

Dus maakte ik me geen zorgen toen ik in februari hoorde dat ik per 1 april mijn vaste 16 uur per week in Hasselt kwijt zou raken. Een beetje netwerken, een oproepje op social media en dan zou ik de gaten wel weer vullen met ander schrijfwerk.

Maar wat een voorjaar vol verslaggeving van evenementen leek te worden, veranderde in sappelen en schrappen. Evenementen gingen niet door en corona was voor veel klanten een reden om zo veel mogelijk redactiewerk door hun medewerkers in loondienst te laten doen. Ik maakte me nog steeds geen zorgen, maar ik verveelde me, liep met mijn ziel onder de arm, zat mezelf in de weg.

En toen kwam dus die droombaan voorbij. Een hele brede communicatiefunctie op een hoofdkantoor van een internationaal opererend bedrijf. Schrijven, adviseren en redigeren. Verschillende talen spreken. Rekening houden met cultuurverschillen. Ik solliciteerde, had een eerste gesprek en hoorde prompt dat ik bij de laatste twee kandidaten zat.

Mijn hoofd sloeg op hol. Stel dat ik het zou worden? Wat moest ik dan met mijn eigen bedrijf? Combineren zou haast onmogelijk zijn. Ik maakte lijstjes met plussen en minnen, praatte met de leuke jongen uit de trein en een paar vriendinnen, werd onrustig… en ging het tweede gesprek in. Ik voelde me opgefokt, maar voerde een leuk en ontspannen gesprek. Wat niet bijdroeg aan de chaos in mijn hoofd. Wat ging ik doen als de keuze op mij viel? De volgende dag zou ik iets horen. Maar in plaats van op vrijdag kwam het verlossende antwoord pas op dinsdag. Het was blijkbaar moeilijk kiezen tussen de twee kandidaten.

Ik werd het niet. En de opluchting was groot.

Een week later kwamen drie nieuwe opdrachten binnen.

 

Grote leiders

pexels-photo-3851253.jpeg

Foto door Pressmaster op Pexels.com

Toen ik dacht dat corona nog een griep was, schreef ik dat ik steeds minder begrijp van de wereld. Corona bleek iets heftiger huis te houden dan de griep, maar verder denk ik nog steeds wat ik toen dacht: het geld regeert, macht corrumpeert, vluchtelingen hebben het nakijken en solidariteit is vaak ver te zoeken.

Besturen in crisistijd is natuurlijk ongelofelijk lastig. Ik zou niet in de schoenen van onze bestuurders willen staan, zelfs niet in de mooie exemplaren van Hugo de Jonge. Maar onze bestuurders worden wel betaald om beleid te (laten) maken waar zoveel mogelijk mensen bij gebaat zijn én om dat beleid ook nog eens goed uit te (laten) leggen.

Het is crisis en daar horen maatregelen bij. Die blijkbaar niet altijd duidelijk of logisch hoeven te zijn. Daadkracht, daar gaat het om!

Dus blijft het voor de meeste mensen een raadsel of je nu wel of niet ergens met drie of meer mensen mag zijn met anderhalve meter ertussen.

Dus kwam er staatssteun. Wat natuurlijk super fijn is. Maar ook bedrijven die de belasting ontwijken en die dus nauwelijks een bijdrage aan Nederland leveren, hebben er recht op.

Dus moeten we in het ov sinds een paar dagen een mondkapje dragen. Maar wel een exemplaar dat gegarandeerd niet werkt. Goede mondkapjes zijn namelijk voor de zorg (helaas waren ze niet op tijd beschikbaar voor alle zorgmedewerkers).

Dus moest er een corona-app komen. De eerste poging om zo’n ‘track and trace systeem’ van de grond te krijgen, strandde in chaos. Na een extreem korte bouwtijd bleek geen van de zeven kandidaat-apps aan de eisen te voldoen.

Dus moeten we allemaal genoegen nemen met vouchers. Vooral ook van KLM. Want we zijn niet solidair als we ons geld terug willen. Maar zou het misschien zo kunnen zijn dat we dat geld op dit moment heel hard nodig hebben? Gewoon, om onze vaste lasten te betalen? Oh ja, en het mag ook eigenlijk helemaal niet, zo’n verplichte voucher.

Toch ben ik verschrikkelijk blij dat ik in Nederland woon. Er gaat ook veel goed. En op lokaal niveau is de solidariteit juist heel groot. Veel mensen helpen elkaar. En het was nog nooit zo druk bij de bakker, de slager en de groenteboer. #KoopLokaal

Er zijn tig voorbeelden van landen die er slechter voorstaan. Je kan bijvoorbeeld een “leider” hebben die na een afschuwelijke speech vol oorlogstaal nonchalant een grasveldje oversteekt, minzame glimlach op de lippen, om met een bijbel in de hand op de foto te gaan voor een kerk. Dat grasveldje moet wel even met geweld en pepperspray worden ontdaan van demonstranten. Demonstreren is namelijk alleen een grondrecht als het de grote leider zo uitkomt. Niets wat die man doet, is uit te leggen. En straks wordt hij gewoon herkozen.

Had ik al gezegd dat ik steeds minder snap van de wereld?

 

Eiland in de tijd

DSCN3097Vorige week vierden we de 75e verjaardag van mijn schoonpapa. Zonder kussen en knuffels en met de stoelen zo ver uit elkaar als het appartement toeliet. En ineens kwam het binnen. Over een jaar of 20 (mijn mama is van 1953) zijn de leuke jongen uit de trein en ik een soort eiland in de tijd. Of een boom zonder wortels en zonder blaadjes.

Niets meer voor ons en nooit iets na ons.

Hoewel ik er inmiddels min of meer vrede mee heb dat er nooit een kind komt, doet deze gedachte een beetje pijn. Mijn liefde voor lezen, mijn verontwaardiging over onrechtvaardigheid, hoe blij ik word van een wandeling, mijn handschrift, mijn muzieksmaak… Het resultaat van door mijn ouders geplante en gevoede zaadjes. “Straks” kan ik er niet meer met ze over praten en kan ik het ook niet doorgeven aan de volgende generatie.

Als ik geen ouders meer heb, ben ik geen ouder en geen kind. Wat ben ik dan?