Toch nog één goed voornemen

Een ‘goedemorgen’ van een onbekende voorbijganger vinden “we” verdacht. Een verkoopster die in de winkel op ons afloopt en vriendelijk vraagt of ze kan helpen, vinden we opdringerig. Amerikaanse hartelijkheid (zoals de caissière die enthousiast vraagt hoe het met je gaat en het in de VS alomtegenwoordige nice to meet you) noemen we nep. Een Franstalig persoon zegt al snel c’est gentil als je hem helpt. Duitstaligen zeggen niet gewoon danke, maar voegen er het mooie schön aan toe. En in het Engels wordt een thank you very much vaak nog gevolgd door I appreciate it. In andere talen/landen weet ik het niet zo goed. Wat ik wel weet, is dat wij meestal niet verder komen dan ‘bedankt’ of ‘dankjewel’. Nederlandstaligen horen niet bij de hartelijkste personen op aarde. Of in ieder geval besteden we er maar weinig woorden aan.

Ik had geen goede voornemens, behalve dan deze, dacht ik. Maar toen ik toch ging graven naar wat ik graag zou willen veranderen, kwam ik hierop uit:

in 2019 wil ik proberen hartelijker te zijn

Ik ga opnieuw ‘hallo’ zeggen tegen die boos kijkende mevrouw met haar manke hondje, ook al zegt ze niets terug. De verkoopster die me wil helpen, bedank ik vriendelijk voor haar aanbod, en wie weet, laat ik haar ook eens helpen. Nederland zal de hoofdprijs voor hartelijkheid waarschijnlijk nooit ontvangen, maar ik hoop dat ik een kleine bijdrage kan leveren aan een wat vriendelijkere samenleving.

Als 2019 het jaar blijkt te zijn waarin…

Als 2019 het jaar blijkt te zijnHoe mooi zou het zijn? Als 2019 het jaar blijkt te zijn waarin treinen op tijd rijden, bussen voor je stoppen en de hond van de buurman stopt met blaffen. Het jaar waarin je afspraken met aannemers, schilders en tegelzetters in je agenda kunt zetten, zonder een middag voor niets thuis te blijven. Het jaar waarin bepaalde collega’s wat vaker naar tandpasta en deodorant grijpen en aandachtszoekers (neem een Emilie Ratelband of een Peter R. de Vries) stoppen met janken op televisie.

Of, om het over belangrijke dingen te hebben:

Hoe mooi zou het zijn? Als 2019 het jaar blijkt te zijn waarin politici stoppen met liegen, bankiers stoppen met zakken vullen en machthebbers stoppen met het misbruiken van (in hun ogen) ‘ondergeschikten’.

Het jaar waarin mensen die in een gammel bootje stappen om een vreselijke situatie te ontvluchten, welkom zijn in ons land en de ons omringende welvarende landen.

Het jaar waarin de rauwe (vreemdelingen)haat op social media verdwijnt.

Het jaar waarin journalisten veilig hun werk kunnen doen.

Het jaar waarin we van zwarte piet zonder gedoe een roetveegpiet maken.

Het jaar waarin geweten boven geld gaat, waardoor ‘we’ bijvoorbeeld geen wapens meer verkopen aan Saudi-Arabië en we Jemen (wat daarvan over is) kunnen redden van de hongersnood.

Het jaar waarin iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt voor het het klimaat en een eerlijke verdeling van welvaart.

Het jaar waarin mensen hun volle verstand niet meer gebruiken om te stemmen op extreme engerds van het type Bolsonaro, Trump, Duterte of Orban, maar hun hersencellen inzetten om na te denken over wat ze zelf kunnen doen om hun situatie te verbeteren. En dan liefst niet de conclusie trekken dat een geel hesje aantrekken en steden vernielen de beste manier is.

Hoe mooi zou het zijn?

Ik wens je een prachtig jaar! Van mijn haarwortels tot in mijn tenen hoop ik dat je gezond blijft, liefhebt, geniet van kleine en grote dingen en soms eens lekker uit de band springt. Ik duim voor dromen die uitkomen en voor meer uit het leven halen dan dat je dacht dat erin zat. Ik wens je luieren in de zon, dansen in de regen en springen in de plassen. Maak er iets moois van! Proost!

Positief jaaroverzicht 2018

De afgelopen weken zat ik een beetje in de knoop. Maar dat is natuurlijk peanuts op een heel jaar. Geboren en getogen in één van de welvarendste landen ter wereld. Gezond. Geliefd door mensen die ik op mijn beurt liefheb. Gezegend met een groot sociaal netwerk. Soms vergeet ik dat ik een geluksvogel ben. Tijd voor een positieve terugblik op het afgelopen jaar.

Dingen die ik mooi vond om te zien:

  • Het oude centrum van Lille.
  • Een stuk of 15 afleveringen van White Collar. Toen ontbrak tot mijn grote spijt de tijd om verder te kijken. En toen hadden we geen Netflix meer omdat de account van mijn schoonbroer (waar we gratis op meeliftten) werd gehackt. Heerlijke serie vol humor waarin Matt Bomer op een overtuigende manier de rol van vrouwenmagneet en meesteroplichter Neal Caffrey speelt. Ik hoop dat we ooit de serie afkijken.
  • De leuke jongen uit de trein die als een blije gup over de kasseienstrook en het Vélodrome in Roubaix liep.
  • Mijn nichtje die haar Sinterklaascadeaus uitpakte.
  • Master Chef Australië. Ik word er week van om te zien hoe lief de deelnemers voor elkaar zijn en dat ze allemaal moeten huilen als iemand vertrekt.
  • Het centrum van Amsterdam vanuit een prachtig appartement hartje centrum aan de Amstel. De drukte onder ons raam. De wapperende regenboogvlag voor het raam. Maar als je me nu vraagt waarom we naar Amsterdam gingen? Er was een aanleiding, maar geen idee meer welke…
  • Het laatste (boehoe) seizoen van The Bridge. Kippenvel vanaf de eerste noot van het openingsliedje.
  • Heel veel zonsopkomsten met roze en oranje en warm licht. Soms alleen in mijn achteruitkijkspiegel op weg naar Hasselt.

Dingen die ik mooi vond om te horen:

  • Vijgen na Pasen, andere katten te geselen hebben, het warm water uitvinden, iets in een ander kleedje steken, met iemands voeten spelen… Vlaamse uitdrukkingen die ik soms wel, soms niet kende, maar die ik stuk voor stuk heerlijk vind. Ik blijf me verbazen over hoeveel twee “dezelfde” talen van elkaar verschillen.
  • Het optreden van Arsenal op het Brussels Summer Festival.
  • Het optreden van Deus op datzelfde festival. Al kwam dat vooral omdat ik er stond met vriendinnetje V die ik al véél te lang niet gezien had.
  • Beeldenstorm, de ‘Oudejaars’ van Dolf Jansen en dan vooral de fragmenten waarin hij tekeer gaat tegen onrechtvaardigheid en als hij zijn gedichten voorleest.

Dingen waar mijn hart van ging zingen:

  • Het verrassingsuitstapje naar de Stereophonics in de AB in Brussel. Het kon ook écht niet dat ik nog nooit in de AB was geweest.
  • De jaarlijkse mini-reünie met mijn vriendjes van de middelbare school. We zijn totaal verschillend in allerlei opzichten (opleiding, politieke opvattingen, interesses, woonplaats, gezinssituatie, hobby’s) en komen maar één keer per jaar bij elkaar in de kroeg die vroeger het begin was van onze stapavonden. Die ene keer per jaar heeft altijd een gouden randje.
  • De lampen boven de eettafel. De schoonpapa liet zijn vakwerk los op een fruitschaal, een slakom en een lamp die al een lamp was. Wat zijn ze mooi.
  • De prachtige ring die ik kreeg van de leuke jongen uit de trein en de speech die hij erbij hield over hoe trots hij op me was dat mijn bedrijf tien jaar bestond. En dan de vraag. “Wil je alsjeblieft nooit met me trouwen?”

Dingen waar ik trots op was:

  • Mijn bedrijf bestond tien jaar (en ik gebruikte er het hele jaar geen verkleinwoord voor).
  • De toffe freelance job in Hasselt.
  • Op een paar weken in juni na, had ik nóóit te weinig opdrachten.
  • Het compliment “Wat een geweldig stuk!” van die klant waarvan ik tijdens een nogal moeizaam interview dacht dat we in twee verschillende werelden leefden.
  • Ik stapte vaak uit mijn veilige bubbel. Ik sprak groepen toe, trad op als woordvoerder, pitchte voor onbekenden en organiseerde activiteiten waarvoor ik de volledige verantwoordelijkheid op me nam. Met een iets verhoogde hartslag en rode wangen, maar ik deed het wel.
  • Ik werd voor een groot deel financieel volwassen: getuigen de afgeloste studieschuld, de nieuwe boekhouder die mij streng gaat aanpakken, de aankondiging van hogere uurtarieven en het voornemen om een deel van mijn geld voor langere tijd weg te zetten.

Wauw, wat een jaar! Inlijsten, inpakken, strik er omheen 🙂

Cadeautjes 3

 

Laat de limonade nu maar knallen

brown leather wallet using blue steel clap

Foto door Pixabay op Pexels.com

Ik ben niet de meest verantwoordelijke persoon als het om geld gaat (de leuke jongen uit de trein rolt met zijn ogen als hij dit leest). Meer geld uitgeven dan er binnenkwam was lange tijd gebruikelijk. Heb ik leuke dingen met dat geld gedaan? Zeker! Vele legendarische feestjes, culinaire maaltijden en adembenemende reizen staan nog op mijn netvlies gebrand. Geen spijt.

Maar dat kon niet eeuwig blijven duren. Dus werd ik soort van volwassen. Vooral dankzij de leuke jongen uit de trein heb ik meer overzicht en minder gat in mijn hand. Ik werk keihard om ervoor te zorgen dat de omzet van mijn bedrijf blijft stijgen, zonder dat evenredig meer uitgeef. Een echte geldheld zal ik nooit worden -ik kan al eens schrikken van een blauwe envelop- maar een heuse mijlpaal is bereikt.

Studieschuld afgelost!

Dat ene jaar dat ik maximaal leende bij de overheid om mijn studie communicatie- en informatiewetenschappen door te komen met een klein cateringbaantje, heb ik gisteravond tot op de laatste cent afgelost. Een paar maanden geleden betaalde ik de twee jaar collegegeld terug die de leuke jongen uit de trein voorschoot. Over dat voorschieten, deed hij niet moeilijk, want “met twee diploma’s op zak zou ik het grote geld binnentrekken.”

Dat grote geld kwam er nooit. Maar ik leef inmiddels wel het leven dat bij grote mensen hoort. Met verantwoordelijkheidsgevoel en een spaarrekening. Met een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een werkplek buiten de deur. Met een gezamenlijke bankrekening waarop we beiden een even groot bedrag storten. Met soms een tikkeltje meer chaos en rondslingerende bonnetjes dan me lief is. Maar ook met een dubbele stijgende lijn: meer klanten en meer winst.

Proost

Dat grote geld durf ik niet meer te beloven. Rijk ga ik niet worden, dat heb ik inmiddels wel in de gaten. Voldoende verdienen om leuk van te leven, lukt heel aardig. Toch schiet de leuke jongen uit de trein nog wel eens iets voor als de nood aan de man is (zoals onlangs na enige miscommunicatie met de Belastingdienst). Vanavond proosten wij op blij en schuldenvrij (we laten de hypotheek even buiten beschouwing). Dat proosten doen we heel volwassen en verantwoordelijk met een glas limonade. Ik heb ‘pieperdienst’.

Studieschuld

Nu al goede voornemens

DSCN3058Met het verkeerde been uit bed. Tranen met tuiten nog voordat ik een uur wakker was. Ik dacht in vraagvorm. En van de ene vraag kwam de andere.

In hoeverre moet je voor anderen zorgen als je daarmee jezelf vergeet? In hoeverre moet je voor jezelf zorgen als je daarmee de ander vergeet? Kan voor iemand zorgen ook iemand verlaten zijn? Kun je ooit weten hoe veel pijn je een ander doet? Kun je de pijn van een ander überhaupt echt voelen? Hoe vaak krijgen opmerkingen in je hoofd een lading van jaren mee? Hoe vaak trek je verkeerde conclusies? Waarom ben ik de ene persoon dankbaar die tegen me zegt dat ik iets verkeerd doe, dat iets me niet goed staat, of dat ik iets niet goed heb geregeld? Terwijl ik boos word op een andere persoon die precies hetzelfde zegt?

Het is niet de bedoeling om van mijn blog iets zwaars te maken. Daar is mijn leven veel te leuk voor. Met honderden dingen om dankbaar voor te zijn, zoals de liefde van de leuke jongen uit de trein, de warmte van de beste vriendinnen van de hele wereld, de vrijheid van het freelancebestaan en de luxe van een eigen huis. Maar de maand december weegt dit jaar zwaarder dan ooit. En – zoals ik twee blogs geleden al schreef – de leuke jongen uit de trein dreigt het haasje te worden. Ik ben onaardig tegen hem en soms zelfs gemeen. Zoals altijd helpt het om dingen op te schrijven. Soms alleen voor mezelf, soms hier. Iets met een ego. En misschien heeft iemand er iets aan?

Vicieuze cirkels, zwelgen en soms schrikken van mijn eigen gedachten. Iets waar één wandeling met een coach – wat heel fijn was – niets aan verandert. Iets waar ik in 2019 mee af ga rekenen. Dat beloof ik plechtig aan mezelf. En aan de leuke jongen uit de trein.

blur bokeh bright burnt

Foto door john paul tyrone fernandez op Pexels.com

Opgravingen

Deze blog gaat een beetje beeldsprakerig en vaag zijn, waarvoor sorry.

Het verleden tikt steeds vaker op mijn schouder. “Hallo hier ben ik!” Maar als ik dan achterom kijk, zie ik mist.

Mijn werkweek begon met een wandeling. Ik wandelde zij aan zij met een coach. Omdat ik na 38 jaar en een beetje nog steeds niet weet hoe ik met sommige mensen en hun gedragingen om moet gaan. Sterker nog, wat die mensen doen heeft een steeds grotere invloed op mij. Wat ik vroeger schouderophalend naast me neerlegde, raakt me nu in mijn hart.

Iedere nacht lig ik een beetje langer wakker. Ik ben nochtans een goede slaper.

Tijd voor actie, want hoe langer dingen onuitgesproken blijven borrelen, hoe groter de bom die ontploft. Grote kans dat de leuke jongen uit de trein dan het haasje is en dat wil ik niet. Dus al wandelend luchtte ik mijn hart. Over zwijgen om de lieve vrede te bewaren. Over zwijgen uit angst. En over verwachtingen waar ik nooit aan kan voldoen.

“Was dat vroeger ook al zo?”, vroeg de coach. “Weet je nog wanneer dat begon?”

Heel veel dingen ben (of lijk?) ik vergeten. “Geen idee”, moest ik vaak antwoorden. Of “ik denk dat ik het toen normaal vond.”

Vanavond gaan we borrelen met ‘mensen van vroeger’. De vragen kriebelen in mijn buik, branden op mijn lippen, zetten zich vast in mijn nek. Het verleden tikt straks niet op mijn schouder, maar kijkt me aan.

“Was dat vroeger ook al zo?”, zal ik vragen. “Weten jullie waarom?”

Schiet ik er iets mee op om te gaan graven? Misschien niet. Maar een mens moet al eens uit zijn cocon stappen. Ik en een coach, dat was al een hele grote stap. Misschien brengen de antwoorden begrip waardoor ik beter kan accepteren. Ik ga niemand kunnen veranderen, hooguit mezelf.

Het wordt sowieso een gezellige avond. Ik ben al in de stemming. Sommige dingen kan ik me nog verrassend goed herinneren. In de verborgen laatjes in mijn hoofd liggen hele stapels teksten en deuntjes opgeslagen en ik blijk nog een heel eind te komen met meezingen: van de Alfabetmars van Bert & Ernie tot ‘A, B, C, is dat niet knap’ van Dikkertje Dap. Eén en al vrolijkheid.

Behalve De Lek. Dat blijft een tranentrekker. Nu nog meer dan toen. Toen mijn papa er nog was.

En soms zaten we te rusten op een hek
Zo met achter ons de koeien
En voor onze neus de schepen
En we zeiden niks omdat we
Dan elkaar zo goed begrepen
En m’n vader nam zo af en toe een trek
Want m’n vader rookte altijd zware sjek

Platen

Op dit moment #9

Herfst 18 2Genieten van: de kleuren in de lucht als ik ’s ochtends naar ‘kantoor’ rijd, fiets of wandel. De kleuren van de blaadjes ook. De geur van de herfst (rottende bladeren en stoofpotjes). De paddenstoelen die overal tevoorschijn komen in de tuin, naast de bloemen die nog steeds dapper stand houden.

Blij met: de leuke jongen uit de trein en zijn goede ideeën. Sinds de zomer staan we om 6 uur op in plaats van om half 7. Dat half uur extra levert heel veel op, zoals extra energie, mooie luchten, stille straten en op kantoor zijn voordat de rest arriveert. De leuke jongen is bovendien mijn logistieke held en de beste kok voor comfort food ooit. En hij weet precies wanneer ik daar behoefte aan heb. Hij belde net om te vragen of ik nog kleingeld heb voor koffie, hoe lief is dat?

Ook blij met: de lampjes boven de eettafel. We hebben iets moois en unieks, dankzij mijn schoonvader. Had ik al eens gezegd dat die man alles kan? De transformatie der slakommen. Mangohout, mooi spul!

En nog meer om blij mee te zijn: dat ik in juli solliciteerde in Hasselt, terwijl ik eigenlijk niet aan de voorwaarden voldeed. Dat ik daar werd aangenomen. Dat ik daar nu schrijf en schrijf en nog meer schrijf omringd door fijne mensen ‘met een hoekje af’.

Balen van: de klussen die de leuke jongen uit de trein en ik laten liggen. Niet een paar dagen of een paar weken, maar tot het echt niet anders meer kan en zelfs nog langer. Zodat we deze winter weer met handdoeken voor de schuifpui moeten klooien (enkel glas in aluminium) en moeten duimen dat de ketel niet uitvalt (geen onderhoudscontract). Iets opwarmen in de magnetron gaat ook al weken niet meer, sinds de glasplaat in tientallen stukken uit elkaar sprong. Hoe moeilijk kan het zijn?

Aan het lezen in: Amsterdam – Stockholm van Arne Dahl. Ik lees alles van Dahl, net als dat ik alles las van Mankell. Vanaf de eerste bladzijde alweer verkocht. Ik verheug me bij het opstaan al op het naar bed gaan, want dan mag ik weer.
Dat gold overigens ook voor het boek dat ik vorige week uit las, Purple Hibiscus van Chimamanda Ngozi Adichie. Ik voelde zó mee met de vijftienjarige Kambili die haar godsdienstwaanzige vader bewondert, zelfs nadat hij haar het ziekenhuis in slaat.

Aan het luisteren naar: fijne muziekjes. In dit jaargetijde ben ik gevoelig voor akoestisch en melancholie. Denk aan Gregory Page, Gorki, Joe Jackson, Absynthe Minded en Eels. Op dit exacte moment klinkt Kommil Foo uit mijn laptop. Het voordeel van in mijn eentje een flexplek bemannen.

Sporten: Watblief? Ik veranderde van sportschool, maar zag die nog niet vaak van binnen. Zwemmen houd ik iets beter vol.

Beren op de weg: hebben nog steeds het uiterlijk van blauwe enveloppen. Financieel blijf ik een domme doos. Ik had al lang mijn administratie beter kunnen regelen. Ik weet al zo’n 10 jaar dat er aan het eind van ieder kwartaal BTW betaald moet worden. Ik wist ook heus wel dat de definitieve aanslag van 2017 nog niet binnen was… tot ie binnen kwam en me alsnog verraste. Ik ben al jaren mijn bankrekening in verschillende potjes aan het verdelen… in mijn hoofd. Vorig jaar was ik te laat om een deel van mijn geld in een groenfonds te stoppen en ook dit jaar was het fonds alweer gesloten toen ik eindelijk ging kijken.
En dan zijn er nog de klanten (gelukkig een minderheid) waar ik graag voor schrijf, maar die altijd veel te laat betalen. Ik zou veel strenger moeten zijn. Voorschotten moeten vragen. In 2019 wordt alles beter…

Om tegenop te zien: de maand december. De maand van opzitten en pootjes geven. Mijn familie (inclusief moi) is slecht in afspreken. Waar we wel goed in zijn: vage opties lanceren, niemand voor het hoofd willen stoten, ervan uitgaan dat de ander al op de hoogte is, of erop gokken dat de ander tussen de regels doorleest. Daardoor blijven dingen zoals sinterklaas, kerst en nieuwjaar zweven en sluimeren tot iemand een knoop doorhakt over een datum, plaats en tijd. Zo voelt het altijd als ‘gedoe’. Als we eenmaal bij elkaar zijn, wordt er goed gegeten, veel gelachen en is het knus en gezellig.
Er is nog zo veel meer in december. Alle ‘activiteiten’ zijn leuk als ik er eenmaal aan deelneem. Maar de weg ernaar toe, het gedoe… Het is veel. Te veel. Is het al bijna januari?

Om naar uit te kijken: onze reis naar Canada in het najaar van 2019. We weten ongeveer wanneer we gaan en dat we in ieder geval in Vancouver beginnen. De leuke jongen uit de trein en ik zijn goed in samen op vakantie zijn. We zijn het erover eens dat we liever een plek grondig verkennen dan voortdurend onderweg te zijn om zo veel mogelijk plaatsen en bezienswaardigheden af te vinken. Onderdompelen, dwalen, verwonderen, ontdekken, proeven en juist ook de minder gelikte plekken bezoeken. Het wordt sowieso fantastisch.

Herfst 18

Een paar euro

18.00 uur. Tankstation langs de Kempische Steenweg in Hasselt. Ik heb getankt en wil betalen. Een magere, onrustige vrouw met een blonde paardenstaart staat voor me.

“Bedankt hè, saluukes.”
“Mevrouw, u heeft niet betaald. Onvoldoende saldo.”
“Djuh, nee toch, dat is niet mogelijk.”
“Jawel mevrouw, kijkt u maar.”
“Ah ja, laat u dit lot dan maar weg.”

De mevrouw pint opnieuw.

“Nog steeds onvoldoende saldo.”
“Ah ja, ik heb vanmiddag op het werk iets te drinken gekocht, dat zal het zijn. Laat u het pakje kauwgom dan ook maar weg.”

De mevrouw pint opnieuw.

“Mevrouw, dit gaat niet goed. We kunnen niet bezig blijven.”
“Jawel, laat dat wedformulier dan ook weg. Ik houd alleen het kraslotje.”
“Echt waar?”
“Ja, nu gaat het lukken, ik weet dat.”

De mevrouw pint opnieuw. Het lukt. Ze vertrekt. En ondanks alles wenst ze de meneer achter de balie een fijne avond.

“Jaja, u ook”, mompelt de meneer. Hij rolt eerst met zijn ogen en laat zijn hoofd vervolgens theatraal op de balie rusten. Daarna spreidt hij zijn handen ten hemel. “Dat is toch niet normaal. Het ging om een paar euro!” Hij is even stil, terwijl ik mijn pincode intoets. Daarna zegt hij “Sorry voor het wachten.”

“Ik had geen haast”, antwoord ik bedremmeld.

Ik dacht dat ik een financiële rotdag had, door een groot bedrag dat met spoed richting Belastingdienst moest (eerste brief gemist of nooit gekregen, dat laat ik in het midden). Ik had het bedrag niet op mijn lopende rekening staan en moest bij de leuke jongen uit de trein aankloppen. Daar baalde ik van, want ik wil zo graag “zelfstandig” zijn.

Nu had ik geen medelijden meer met mezelf, maar met de blonde mevrouw. Met een leeg gevoel en een volle tank reed ik naar huis.

gasoline station during night time

Foto door Markus Spiske temporausch.com op Pexels.com

Ik vergeet van alles

Vergeten

We sloten de vakantie af met vrienden in de kroeg gevolgd door belachelijk veel sushi thuis voor de televisie. Perfect dus. We begonnen de eerste werkweek met lange dagen en een tikkeltje stress. In mijn geval ongeveer 150 ongelezen e-mails en twee deadlines op de eerste vrijdag. Dat ging best goed. E-mails beantwoord waar nog nodig, deadlines gehaald, facturen gestuurd en nieuwe opdrachten ingepland voor de komende weken. Maar ondertussen is mijn hoofd sinds die eerste maandag een zeef voor alle dingen die niet 100% werkgerelateerd zijn. Het is nu dag twee van week twee en er komt nog geen verbetering in.

Precies een week geleden, stond ik voor de pinautomaat en moest ik serieus lang nadenken voor mijn code me te binnen schoot. En alsnog toetste ik eerst de code in van de pinpas die in mijn portemonnee zat en niet van de pinpas in het apparaat. Zaterdag wist ik zeker dat ik mijn zonnebril bij me had voor een dagje winkelen in Hasselt. Maar die lag nog op de keukentafel. Gisteren wist ik zeker dat ik mijn telefoonoplader in mijn tas had gedaan. Ook die bleek nog op tafel te liggen. Bovendien ging ik een koffie afrekenen die ik al had betaald. En vanmorgen ontdekte ik dat ik in plaats van mijn pieper, mijn mapje met pasjes op mijn nachtkastje had liggen. Ik zou het ding wel gehoord hebben, want daar gaat ie hard genoeg voor, maar toch…

Nog even en mijn sleutels liggen in de koelkast en de kaas in de boekenkast. Iemand een verklaring waar mijn zeefhoofd vandaan komt? Hebben jullie ook wel eens vergeetachtige periodes? En wat helpt? Ik word langzaam gek van mezelf.

Ik hartje eten

Toen ik werd geboren, woog ik nog geen twee kilo. Ik was twee maanden te vroeg, kwetsbaar en nog niet helemaal af. Ik werd bijgevoederd door mijn neus. Binnen een jaar ‘lag ik op schema’ en sinds de laatste klas van de basisschool hoor ik bij de dikste helft. De oorzaak was nooit weinig beweging (buitenspelen, fietsen, turnen, zwemmen, dansen, fitness, badmintonnen…), maar altijd te veel eten.

Wat smerig was, werd lekker

Dat ik graag eet, is een understatement. Zoet, hartig of een combinatie van de twee. Het is niet zo dat ik vanaf het begin een alleseter ben, maar wel een veeleter. Sommige producten heb ik leren waarderen. Als kind lustte ik geen kaas en geen champignons, twee ingrediënten die ik nu in bijna ieder gerecht stop. Erwten uit blik of pot, zeker als daar ook worteltjes bij zaten, vond ik niet te hachelen. Mijn eerste kop koffie vond ik smerig, net als mijn eerste glas bier. Soms heb ik wel eens spijt dat ik heb doorgezet…

Proberen

Ik ben nooit bang voor eerste keren. En ben ik ‘elders’, dan pas ik me aan lokale gebruiken aan. Gefrituurde insecten, gefermenteerde groenten, gekookte muskusrat, gegrilde kippenpoot (en dan bedoel ik echt de poot en niet het vlees) en huisgestookte palmwijn. Ik proef bijna alles. Al is het soms met mijn ogen dicht. Kluiven, pulken, alleen de rechterhand gebruiken, ik vind het allemaal prima.

Vetrandjes

Er zijn een aantal dingen die ik liever niet (meer) in mijn hoofd stop. Omdat mijn toenmalige baas op een duur etentje trakteerde, proefde ik ooit foie gras. Vies! En wegens zielig voor de beestjes, hoef ik het ook niet te leren eten. Oesters blijven voor mij happen zeewater met glibber. En wegens belachelijk duur, hoef ik die ook niet te leren eten. Aan schapenvlees hoort geen huid meer te zitten. Geitenvlees is alleen te doen als het bijna van het bot valt. Vetrandjes aan koteletten, of aan boterhammenvlees, daar blijf ik van gruwelen.

Staart

Op de foto bij deze blog staat een van de smerigste dingen die ik ooit at. De saus ging nog wel, maar het vlees dat aan deze staart zat, kokhalzen, brrrrr.

Benin_staartBen jij een avontuurlijke eter? Wat lust je echt niet? Wat zou je nooit proberen en waar ben je juist heel benieuwd naar?