Brief aan mijn nichtje # 7

Het is lang geleden dat ik je een brief schreef, kleine stuiterbal. Ik heb dus iets goed te maken.

Je roept mijn naam en rent naar me toe als ik in de deuropening sta, maar als ik je vervolgens te lang vasthoud, roep je “Af, af”. Je wilt op eigen benen staan. De wereld zelf ontdekken, op je eigen hoogte. Erger nog dan te lang opgetild worden, vind je in de kinderwagen zitten. Het regent krokodillentranen als je niet zelf mag lopen. Helaas hebben mensen soms haast en dus geen tijd om te wachten tot jij alle tuinpaadjes, trapjes, putdeksels en voordeuren op de route van dichtbij hebt bekeken. Het enthousiasme waarmee je de omgeving verkent, is hartverwarmend, al houden we soms ons hart vast als je achter een heg verdwijnt of een openstaande voordeur van een wildvreemde binnenloopt. Je bent het makkelijkst te ontvoeren kind ter wereld. Een allemansvriend.

Gister ging je zonder morren in de kinderwagen zitten. Een teken dat je bekaf was. Geen wonder, want je danste in het lunchrestaurant, we banjerden door het hoge gras langs een sloot (omdat ik een toekomstige bouwplaats moest bekijken), je ploeterde door het zand in de speeltuin, je klom twee keer op de glijbaan, bukte tien keer om de kiezels van het pad te rapen op de hondenuitlaatstrook ( je stopte ook kiezels in je mond) en je legde sowieso drie keer de afstand af die je mama en ik aflegden. Dat je kapot moe was, betekende trouwens niet dat je lekker ging slapen op de terugweg. Luid en duidelijk maakte je kenbaar dat je het helemaal gehad had en naar huis wilde. Op nog geen honderd meter van je huis, deed je je ogen dicht.

Mijn naam spreek je inmiddels uit als Tieke in plaats van Tiete en je woordenschat ontwikkelt zich in razendsnel tempo. Niet alleen je woordenschat trouwens, ook de betekenis van allerlei ingewikkelde concepten dringt tot je door. Zo weet je dat je ‘ik’ kunt zeggen als je het over jezelf hebt. Maar vaker zeg je Pauw. Jij hebt besloten dat je zo heet, ondanks dat het in niets op je eigen naam lijkt.

DSCN2003

Gister zagen we een pauw in de kasteeltuin van Gemert.
“Kijk, een pauw!”, riep ik enthousiast.
Jij wees op jezelf en begon te lachen.
“Nee, een échte pauw. Die blauwe vogel met dat stukje brood.”
“Kip”, zei jij en je wees naar de haan die ook in de kasteeltuin rondliep.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s