Alleen reizen, begin er (niet) aan!

Ik neem de bus naar Aken, want dat prestigeproject dat drielandentrein heet, rijdt sowieso niet als je het nodig hebt. De bus doet er een stuk langer over dan aangekondigd op 9292. Gelukkig heb ik ruim gepland (niet mijn specialiteit) en maak ik me niet echt zorgen dat ik de trein ga missen. Oh gelukzalige onwetendheid.

Bij het station stap ik uit de bus. Er hangt een gespannen sfeer. Politie bij de bushaltes en bij alle stationsingangen. Geen ‘losse’ agenten, maar allemaal in groepjes van drie of meer. In het station heerst chaos. Veel treinen rijden niet vanwege een ontsporing van een goederentrein. Dat van die ontsporing weet ik op dat moment nog niet, maar dat het ellende op het spoor is, is direct duidelijk.

Uiteindelijk lukt het me om in mijn beste Duits te achterhalen hoe ik nu in Keulen en uiteindelijk in Frankfurt moet komen. “Je moet in één van die grijze bussen die nu aan de overkant van de straat staat”, vertelt de medewerker van Deutsche Bahn. “Maar je moet wachten tot die bussen zijn gekeerd. En dat is ongeveer over een half uur.” Terwijl ik op de grijze bussen wacht, trekt een hele groep zingende voetbalsupporters over het plein. Dat verklaart de hoeveelheid agenten.

De bus is relatief luxe, maar wordt wel helemaal vol gestopt. De buschauffeur is streng. Koffers moeten beneden in het ruim. We moeten onze riem vastmaken. We moeten bij aankomst blijven zitten tot hij zegt dat we op mogen staan. De man naast mij valt met wijd open mond in slaap. In de bus maak ik me zorgen. Kan ik met mijn ICE-ticket straks in Keulen in een andere trein stappen? Of moet ik een nieuw ticket kopen en is het jammer van het eerder betaalde bedrag? En hoe laat kom ik in vredesnaam in Frankfurt aan? Ik moet er voor 19 uur zijn. Ik heb mijn hotelkamer niet vooraf betaald en ze garanderen maar tot 19 uur dat ze de kamer voor me vasthouden.

Na ongeveer een kwartier rijden we langs de plek die de oorzaak is van de ellende. De buschauffeur vertelt dat we naar rechts moeten kijken. Ik zie ontspoorde wagons, een hijskraan en heel veel mensen in fluor oranje.

Op het station in Keulen is het eveneens totale chaos. Ook hier een gespannen sfeer. Veel mensen kijken fronsend naar de borden, waarop vooral veel vertragingen staan. Bij alle informatieloketten staan lange rijen. Maar wat me het meest aangrijpt, is de enorme hoeveelheid daklozen in het station. Misschien gebruikelijk als het buiten zo ontzettend koud is als vandaag, maar ik herinner me dit niet van toen ik een tijdje geleden met een vriendin in Keulen was.

Er liggen mensen op stoelen, er liggen mensen tegen de muren. Verschillende mensen graven in de prullenbakken naar statiegeldflesjes en etensresten. Ik probeer mijn neus niet op te halen, want dat zou niet erg respectvol zijn. Maar mijn hemel wat hangt er een penetrante geur. Ik wil zo snel mogelijk naar één van de platforms, maar dan moet ik eerst weten vanaf welk spoor mijn trein gaat.

Het duurt lang voordat ik op de steeds verspringende borden ontcijfer hoe laat en waar de volgende ICE naar Frankfurt vertrekt. Na lang wachten beantwoordt een medewerker van Deutsche Bahn mijn prangende vraag. Met het ticket dat ik heb, mag ik ook in een andere trein stappen. Die over drie kwartier komt, als de vertraging van nu al een kwartier tenminste niet verder oploopt. Natuurlijk blijk ik bij het eerste klas gedeelte te staan en moet ik een heel stuk teruglopen om bij de tweede klas in te stappen. Op wonderbaarlijke wijze vind ik nog een zitplek.

Tegen de tijd dat ik eindelijk in Frankfurt aankom, is het donker en nog een paar graden kouder. Ik heb honger en moet plassen. Snel op zoek naar het hotel. Gelukkig is het nog ruim voor 19 uur. Net als in bijna alle steden is de directe omgeving van het station niet de beste plek om te zijn, zeker niet na zonsondergang. Waar worden toch iedere keer die blikken jonge hangmannen opengetrokken? Een man wil mij aanspreken. Ik vertrouw hem niet en versnel mijn pas zo veel als mijn volle blaas dat toelaat. Gelukkig komt hij me niet achterna.

Eenmaal op de wc van mijn hotelkamer kan ik eindelijk ontspannen.

Voor de zoveelste keer vraag ik me af wat er ook alweer leuk is aan alleen op reis gaan.

Dat antwoord komt de volgende ochtend. Ik kijk uit mijn hotelraam en zie een prachtige oranje lucht. De zon komt op tussen de imponerende hoogbouw van de stad. Om half 9 ben ik buiten. Ik maak een mooie wandeling door verrassend groene wijken en door parken waar fanatiek wordt gesport.

Op een bankje in de zon kijk ik naar een jongen die zijn worpen op de basket probeert te perfectioneren. Daarna trekt een klein jongetje mijn aandacht. Hij klimt op een hufter proof crosstrainer (toepasselijk op zondag als ik normaal zelf ook altijd ga fitnessen). Hij komt met zijn handen nauwelijks bij de handvatten en als hij zijn voeten in beweging zet, belandt hij bijna in een split (of is het een spagaat?). Maar een lol dat hij heeft!

Aan het eind van de ochtend drink ik goede koffie in een leuk zaakje waar ik uiteindelijk ook lunch. Ik heb mijn boek en mijn laptop bij me. Ik lees een beetje, werk een beetje en observeer de mensen die in en uitgaan. Hier zitten toeristen en locals. Ik vang leuke gesprekken op. Het is fijn om meerdere talen te verstaan en lekker te luistervinken. Na een paar uur ga ik weer aan de wandel. Ik maak een tussenstop bij de supermarkt. Alleen lunchen was prima, maar ik voel me nog niet zeker genoeg om alleen op restaurant te gaan.

In mijn hotelkamer werk ik nog even verder terwijl buiten de zon uit en de lampen aangaan. Het eerste interview van de negen die ik in Frankfurt hoop uit te werken, is bijna klaar als ik aan deze blog begin. Het bureau in mijn hotelkamer is goedgekeurd.

Reizen is fijn. Samen reizen is fijn. Met een vriendin of met de leuke jongen uit de trein. De leuke jongen uit de trein en ik zijn er heel goed in samen (los van de weg naar de vakantie toe, die is minder aangenaam), vooral in stedentrips. In Brussel leven we allebei helemaal op, dat is echt onze tweede thuisstad. Ik hou extra veel van hem als hij op ons favoriete pleintje zit. Geen idee hoe dat psychologisch werkt. Ook in Zweden, Marokko en Canada waren we een prima team, om maar wat landen te noemen.

Afgelopen zomer in Rotterdam genoten we samen van precies dezelfde dingen. We hadden een toptijd. Met onze handjes Ghanees eten. Met chic bestek een 7-gangen-menu verorberen. Met onze neus in de zon naar dappere mensen kijken die in de Maas springen om te zwemmen.

Alleen reizen is fijn. Denken en doen lopen dan bijna gelijk. Denken ‘de zon schijnt, ik wil naar buiten’ en dan een kwartier later buiten staan. Ik hoef de douche niet af te drogen. Ik kan de boel de boel laten, want het boeit niet dat mijn koffer midden in de kamer staat en de kleren van de vorige dag op het bed liggen. Als ik weg ben, functioneer ik in een heel ander ritme dan thuis. Het lijkt alsof ik in een andere omgeving makkelijker opsta en makkelijker schrijf. Om de één of andere reden laat ik me minder afleiden dan thuis als ik in een hotelkamer of ‘vreemde’ koffietent aan het werk ben.

Het is natuurlijk pure luxe dat ik dit af en toe kan doen. Dat ik kan reizen. Samen en alleen.

Dat ik het kan combineren met mijn werk.

Ik duim wel alvast voor een iets soepelere terugweg…

Eén reactie

Plaats een reactie