Brief aan mijn nichtje #4

Twee weken geleden bleef je voor het eerst bij ons logeren. Je was ongelofelijk verkouden; rochelde en hoestte onafgebroken. Desondanks was je bij binnenkomst meteen je eigen vrolijke en avontuurlijke zelf. Dat avontuurlijke karakter kon je meteen ten volle benutten, want ons huis is ideaal voor een ontdekkingstocht. Alles staat op grijphoogte: boeken, cd’s, planten, kastdeurtjes… Voordat je ergens je handjes naar uitsteekt, kijk je voorzichtig om je heen of er iemand kijkt. Je zet er zo’n onschuldige ogen bij op, dat het bijna moeilijk wordt om ‘nee’ te zeggen. Dus laat maar gaan, trek de kranten en de kaarsen maar van tafel, er kan niet veel aan stuk gaan.

Natuurlijk ging je veel te laat naar bed, want we hadden een chaotisch programma. Iets met spullen ophalen en een auto terugbrengen. Daarna gaf je mama ons nog tekst en uitleg: deze hoestdrank mag je zes keer per dag, neusdruppels vind je niet fijn, deze crème is om je ’s morgens mee in te smeren, bij het ontbijt moet je ook vitamine-D-druppeltjes, er moet zo veel melk bij je pap… Het respect voor mijn kleine zusje werd meteen nóg groter. Een flinke gebruiksaanwijzing, die ze toch grotendeels in haar eentje volgt nu je papa voor een werkproject in zijn thuisland is.

Je viel meteen in slaap en de leuke jongen uit de trein en ik ploften op de bank. Midden in de nacht werd je hoestend en rochelend wakker. Bezweet en met traanogen. We smolten bijna van medelijden. Wilden je uitleggen dat je diep moest ademhalen, dat je slijm best mag uitspugen, dat je een neus ook kunt snuiten. We voelden ons hulpeloos. Na een hoop sussende woorden en een slokje water ging je weer slapen. Maar wij niet meer, onze oren gespitst om elk geluid uit de logeerkamer op te vangen. De leuke jongen uit de trein was aandoenlijk bezorgd. Ook als we niets hoorden, vond hij dat ik op moest staan om te kijken. “Ze is wel heel erg stil, misschien krijgt ze geen lucht meer.”

De volgende morgen was er aan jou niets te merken van een gebroken nacht. Jouw zonnige humeur verdreef al snel onze vermoeidheid. Na het ontbijt nam ik je mee naar de speeltuin. Voor de klimtoestellen en de glijbaan had je niet veel belangstelling. Wel voor het grindpad rondom de speeltuin, voor het hek dat je zelf open en dicht kon doen, en voor de mannen die buiten de speeltuin aan het werk waren met allerlei zwaar gereedschap. Als ik je niet had tegengehouden, had je bij ze in de garage gestaan.

’s Middags gingen we op bezoek bij een vriendin wiens zoontje op dezelfde dag werd geboren als jij, maar dan een jaar later. Het baby’tje vond je niet interessant, zijn oudere zus en haar speelgoed wel. Samen stonden jullie in het miniatuurkeukentje. Jij vooral met je handen op dat wat voor een fornuis door moet gaan…

Op weg naar huis viel je in slaap. In een onmogelijke houding. Maar ook nu was je bij het wakker worden weer meteen je vrolijke zelf. Je mama kwam wat ons betreft veel te vroeg om je op te halen. Ze boft maar met zo’n zonnetje als jij.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s