Ode aan Brussel

Is het een mooie stad? Hooguit voor de helft. Word je overal vriendelijk bediend? Nee, op sommige plekken is het humeurigheid troef en zijn de prijzen belachelijk. Is het een aangename stad voor voetgangers en fietsers? Niet echt, want als je niet kijkt waar je je voeten neerzet, struikel je beslist over losse stoeptegels en gaten in de weg, of je wordt van je sokken gereden door een fietser die de stoep verkiest boven de straat. Op straat fietsen staat namelijk gelijk aan spelen met je leven.

Hectiek en rust op een steenworp van elkaar

Waarom ik zo van de stad houd? Omdat de prachtige gebouwen in allerlei stijlen ruimschoots compenseren voor de bouwputten en de architectonische miskleunen. Omdat zo veel mooie muurschilderingen een feestje maken van wat eerst grijs was. Omdat hectiek en volmaakte rust er dicht bij elkaar liggen (het Martelarenplein op tien passen van de drukste winkelstraat van de stad en het Zoniënwoud dat een ingang heeft aan de altijd drukke Waversesteenweg). Omdat er meer dan honderd plekken zijn waar je voortreffelijk kunt eten. Omdat de straatmuzikanten er écht muziek maken. Omdat alle nationaliteiten er vertegenwoordigd zijn. Omdat het de stad is van Boterhammen in het Park en Brussels Summer Festival.

Op de eerste dag, mijn verjaardag, dronken we het eerste pintje al op het station. Daar bleek ineens een mooie kroeg te zitten. Iets te veel ‘hipster’ naar onze smaak (suikervrij bier, waarom?!?), maar zeker de moeite waard. Heerlijke stoelen!

We hadden dit keer een fijn hotel in de Europese wijk, het Sheraton is immers failliet, sinds wij vorig jaar niet op kwamen dagen 😉 Van huis uit ben ik een kampeermeisje dat met weinig luxe een prima vakantie kan hebben, maar tegelijkertijd ben ik een verwend kreng. En bij Brussel hoort een goed bed én een zwembad. De vriendelijke mevrouw aan de incheckbalie zag dat ik jarig was en regelde roomservice. Genieten!

20170811_170115

Met frietjes doe je me maar zelden een plezier en de Grote Markt daar lopen we meestal met een boog omheen. Maar voor het shabby friethok Tabora maken we graag een uitzondering. Met een brochette de dinde graag! Eten aan een plakkerige statafel met de lucht van wafels in je neus.

Nog een keer frietjes

De volgende ochtend begon perfect. Rond een uur of 10 gingen onze ogen open. Een half uur later deden we de schoolslag in het zwembad. ’s Middags wandelden we naar het levendige en kleurrijke Jourdanplein, dronken er een pint (een Judas voor mij), aten een paar deuren verder een hamburger en bestelden tot slot nog een zak frietjes bij het frietkot waar de hele dag een rij voor staat. En die rij is meer dan terecht. Sorry Tabora.

Even terug naar het hotel om daarna wat te gaan eten en vervolgens uit te buiken op het Brussels Summer Festival was het plan. De leuke jongen uit de trein viel in slaap, ik keek vanaf het comfortabele bed drie oude afleveringen van Law and Order en zo waren we een paar uur verder. Gelukkig was er bij het Marokkaanse kruipdoorsluipdoor restaurant nog plek voor ons. Het was er bloedheet en de buikdanseres had ook niet per sé gehoeven, maar oooooh wat was het eten lekker. Helaas geen tijd meer voor een dessert, want we wilden Milow niet missen.

Ja, mensen zijn kuddedieren. De festivalpopulatie liep voor de helft op Converse.  Heel uitzonderlijk droegen wij allebei eens een ander merk.

Zondag was de perfecte dag voor een visje op het Sint-Katelijneplein. De ideale mensen-kijk-plek. De dikke nekken die champagne en oesters bestellen staan op een steenworp afstand van de luidruchtige, maar vriendelijke zwervers voor de ingang van de prachtig opgeknapte kerk (enkel de voorkant, de zijkanten zijn nog altijd pikzwart, en er zijn zelfs urinoirs tegenaan geplakt). De families, waarvan de ouders voor vissoep en kibbeling gaan, terwijl de kinderen bij de buurman een mitraillette gaan halen, delen hun statafels met toeristen en zakenmensen op pauze.

Van echte tourist traps zijn we ook niet vies. Daar is het mensen-kijken namelijk bijzonder vermakelijk. Toeristen die blind voor de Belgische bierproeverij gaan en de ‘bierplank’ vervolgens van alle kanten fotograferen, zijn een lust voor het oog. Ik maakte er ook een paar foto’s, niet van de toeristen, maar van het drukke interieur en de ene stamgast.

Maandag was een prachtige dag. Strakblauwe lucht boven een stad in festival- en vakantiesfeer. Maandag was brugdag, want dinsdag stond één van de vele Belgische feestdagen op het menu.

20170813_185445

Alle terrassen stampvol en voor het podium op het Paleizenplein was het drukker dan we ooit gezien hadden. Ozark Henry gaf met zijn band een zeer fijn optreden. Al maakten we ons ondertussen al een beetje zorgen of we wel een plek zouden krijgen in mijn favoriete restaurantje.

La Vilette zat inderdaad behoorlijk vol. Na een zoen van eigenaresse Agathe en een stevige handdruk van  medewerker Philippe werd plek voor ons gemaakt. Het eten was voortreffelijk, zoals altijd. Als er een dessert op de kaart staat waar alcohol in zit, dan bedoelen ze geen drupje, maar een hele klats. En dan moet het jenevertje van het huis nog komen.

20170814_215315

Zeer voldaan waggelden we naar huis. Bij ING kijken ze duidelijk niet op een lampje meer of minder; een mooi schouwspel. Meestal branden er oranje lampjes, maar als je lang genoeg wacht ook groene. Dat lang wachten op groen, geldt helaas ook voor de stoplichten. Stoplichten op elkaar afstemmen? Nee, niet in Brussel.

20170815_000049.jpg

Toen was het dinsdag. De dag dat we de Pet Shop Boys gingen zien en ontdekten dat het nóg een stuk drukker kon in de voortuin van de koning. De gemiddelde leeftijd een aantal jaar hoger dan de dagen ervoor, het enthousiasme en de beweeglijkheid ook. Ik vermoed dat woensdag een aantal mensen blaren hadden en hun stem moesten gaan zoeken. Maar eerst banjerden we weer door de stad. En vanuit het hotel weerkaatsten de gebouwen van de EU prachtig de ondergaande zon.

Na het optreden van de Pet Shop Boys wandelden we terug naar het hotel, fluitend en zingend en onze pijnlijke voeten negerend. We stortten ons voldaan op bed. Om weer op krachten te komen voor mijn laatste persoonlijke missie op onze laatste dag: gaan eten bij La Tavola Calda in Oudergem. Totaal uit de richting, maar met een hoge nostalgische waarde. De weg ernaar toe kende vele hindernissen.

Reizen met hindernissen

Het Belgische OV-chip systeem is minstens even onvriendelijk als het Nederlandse en ik ben -ondanks mijn liefde voor taal- een hele slechte lezer. Dus het duurde een eeuwigheid om de juiste kaartjes voor de metro te bemachtigen. (Dankjewel aan die onwijs lieve mevrouw die ons probeerde te helpen. Zij bleef stug Engels praten, wat duidelijk niet haar moedertaal was. Ik gaf in het Frans antwoord. Het hielp weinig.) Een uur later aangekomen dan gepland, bleek het restaurant dicht. En nee, dat hadden ze niet vermeld op hun website of Facebook-pagina.

La Tavola Calda

Vervolgens had de trein vertraging waardoor we de aansluiting in Luik misten, maar dat was geen straf. Nog even zitten en kijken. Kinderen en water, een gouden combinatie. De leuke jongen uit de trein en ik hadden een perfecte mini-vakantie.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s