Ode aan Brussel

Deze galerij bevat 2 foto's.

Is het een mooie stad? Hooguit voor de helft. Word je overal vriendelijk bediend? Nee, op sommige plekken is het humeurigheid troef en zijn de prijzen belachelijk. Is het een aangename stad voor voetgangers en fietsers? Niet echt, want als je niet kijkt waar je je voeten neerzet, struikel je beslist over losse stoeptegels en … Lees verder

Mascaravlekken en stofzuigermuziek

simple plan013. Ooit barstte ik er in huilen uit tijdens een groot studentenfeest. Het was een maand of twee na het overlijden van mijn papa. Er ontstond kortsluiting in mijn hoofd, omdat ik zo’n leuke avond had. Ik stond te dansen op één van mijn favoriete plekken omgeven door bier en joligheid terwijl mijn verdriet nog zo vers was. Ik maakte mascaravlekken op het hippe hemd van mijn vriend.

013 was lang mijn tweede thuis. Oké, naast Polly, Extase, Cul de Sac en Paradox. In de periode 1998 – 2004 gaf ik er wekelijks mijn studiefinanciering uit. Het knusse maandagavondprogramma in de kleine zaal ‘Jodium prikt maar voorkomt erger’, waar mijn lieve, maffe vriendin M bij betrokken was. Het 013-café, waar in de luisterpalen altijd obscure cd’s zaten. Nadat ik de grote koptelefoon afzette, ging ik niet zelden tot aankoop over. Bij Tommy uiteraard.

En dan de grote zaal waar ik ontzettend veel hoorde en zag. Niet te vatten in één genre of ander hokje. Van een en bak gitaarwoede bij Roadrage (Ill Niño, Spineshank en Chimaira, in mijn wereld ‘stofzuigmuziek’) tot Stef Kamil Carlens in een mintgroene jurk bij een optreden van Zita Swoon. Van Hoobastank tot Khaled. An Pierlé op haar skippybal. Het oh zo foute Wrestleblast V (iets met showworstelen en metal, vanwege die vriend uit de eerste alinea, die toen stiekem al mijn ex was). En nog veel meer.

Toen ik Tilburg in 2004 met pijn in mijn hart verliet, werden de bezoeken aan 013 minder. Maar als ik nog eens in de trein stapte voor een portie muziek in Kruikenzeikerstad, was het telkens een hoogtepunt. In 2010 bijvoorbeeld, toen de leuke jongen uit de trein er de Clash of the Coverbands won met zijn fijne band Robinson. Al ben ik daar uiteraard niet helemaal objectief over 😉

Afgelopen week was ik er weer. Bij Simple Plan, een band die ik nooit zelf uitgekozen zou hebben. Poppunk is volgens de hokjes het genre waar dit onder valt. Iets te simpele muziek naar mijn smaak. En toch moest ik bijna weer huilen, omdat ik blij was. Want ik stond daar op één van mijn favoriete plekken mét mijn zusje en mijn broertje. De laatste keer dat we iets met ons drieën deden, kon ik me niet herinneren. Het was zo mooi om te zien hoe ze allebei meezongen en –dansten. Die dikke grijnzen op hun gezicht en de uitroep ‘dit is mijn lievelings’. Om het met Mastercard te zeggen: onbetaalbaar.

Van die dagen

Ik heb iets te veel van deze dagen de laatste tijd:

She spilled her coffee, broke her shoelace.
Smeared the lipstick on her face.
Slammed the door and said
“I’m sorry, I had a bad day again.”
[Fuel – Bad Day]

En als het nou nog alleen om gemorste koffie en kapotte schoenveters ging… Ik laat met even veel plezier een pan met saucijsjes door de lucht vliegen terwijl ik over de deur van de vaatwasser struikel. Bij het dweilen (3 x vloer, kasten, muur én plafond) is er één ding dat de pijn een beetje verzacht. Heel hard Bad Day draaien.