Kluns is mijn tweede naam

Soms gebeurt er een paar dagen niets. Soms is het dagen achterelkaar bonanza. En ja, het is weer eens zo ver.

Van diep in mijn duim snijden in plaats van in de kaas.
Van alweer mijn telefoon kwijt: “kun je me even bellen?”
Van pas op de klok kijken als ik eigenlijk al vertrokken had moeten zijn.
Van op mijn fiets stappen, van de trapper afglijden en omvallen tegen de ijzeren tuinpoort van de buurvrouw.

En vanmorgen, als beschimmelde kers op de taart, sloot ik mezelf buiten. Zonder telefoon. Zonder jas. Zonder portemonnee en rijbewijs. Wel met autosleutels, want ik ging even iets in de auto leggen.

Dus reed ik op hoop van zegen naar mijn schoonouders. Gelukkig waren ze thuis. Ik haastte me met de reservesleutel als een idioot terug naar huis. Ging door de voordeur naar binnen en meteen door de achterdeur weer naar buiten. Hop op de fiets (nu zonder te vallen). En gelukkig haalde ik de trein en was ik op tijd bij mijn interview in Roermond.

Geen ontbijt. Geen koffie. Geen krant. Geen tijd.

Er zijn ergere dingen. Maar serieus, hoe krijg ik het toch altijd voor elkaar?

Vriendin M, die zichzelf een hersenschudding stootte tegen het plafond in de trein, appte iets moois: “Eigenlijk zijn wij klunzen juist extra stoer en dapper, dat we ondanks onze uitdagingen toch alles doen, alsof we geen risico voor onszelf en anderen vormen.”

Amen!

Klunzigheid is de rode draad door mijn leven. En dat gaat al heel ver terug. Lees dit bericht maar, of dit verhaaltje met de titel ‘onhandig’, of wat dacht je van van deze korte blog vol ergernis uit 2009 (!).

Plaats een reactie