Zagen

“Papa, kom eens, ik zie iets stoers.”
“Dat is een zaag.”
“Ik wil die.”
“We zijn hier voor koekjes en yoghurt, niet voor een zaag.”

Zaag

“Ik wil die zaag!”
“We hebben thuis al een zaag.”
“Ik wil die zaag!” + stampvoeten en krokodillentranen.
“Lieverd, kijk eens, die mensen denken nu allemaal ‘wat een vreemde jongen’.”
“Ik wil die zaag!” + rammelen aan het rek en krokodillentranen.
“Lieverd, welke koekjes wil je?”
“Ik wil die zaag!”

Ik heb misschien makkelijk praten, zo zonder kinderen. Maar waarom vind je het een goed idee om uitgebreid met je zoontje van 2 (denk ik) in gesprek te gaan, terwijl hij de halve Aldi afbreekt?

Zeg tegen je kind dat ie stopt met zagen, zet ‘m in zijn kinderwagen, doe je boodschappen en loop naar buiten. Of denk ik dan te simpel?

Oei ik groei?

Eenzaam op kantoorAls ik ’s ochtends wakker word en denk ‘Ik doe maar wat, vandaag val ik door de mand’, dan weet ik dat ik toe ben aan vakantie. Dingen draaien vierkant, lopen in de soep, gaan om zeep. Ik heb/ben chaos. Dat is te merken aan allerlei stommigheden. Ik noem er een paar uit de afgelopen weken:

  • Ik open op dinsdagmorgen mijn mailbox en zie het laatste mailtje van maandagmiddag nog bij de concepten staan. Niet verstuurd dus, terwijl ik had beloofd het op maandag te sturen. Ik ga alsnog de deadline wel halen, maar om dit soort dingen kan ik echt boos worden op mezelf.
  • Ik stuur een factuur en krijg meteen een mailtje terug dat het bedrag niet klopt. Mijn verwarde brein had blijkbaar bedacht dat 300 euro plus 21 procent BTW samen 636 euro is. Dat is zelfs voor mijn matige rekenkunsten wel erg slecht.
  • Ik loop naar mijn werkplek en bedenk halverwege dat ik met de auto had moeten gaan, omdat ik over een uur een afspraak in een andere stad heb.

Maar de chaos beperkt zich niet tot mijn werk:

  • Ik laat de deur van de schuur ’s nachts open staan. Wagenwijd open, wel te verstaan. Wat een geluk dat onze fietsen, ladders en tuinspullen niet zijn verdwenen.
  • Ik ga naar bed zonder het licht in de woonkamer uit te doen.
  • Ik ben voortdurend dingen kwijt die vervolgens gewoon op mijn hoofd blijken te staan (zonnebril), in mijn zak zitten (sleutels), of die ik zelfs in mijn hand heb (pen, telefoon). Terwijl ik zoekend door het huis dwaal, erger ik me aan al die dingen die niet af zijn. De magnetron op de grond. Het kale peertje boven de eettafel. De televisiekast die gangkast moet worden. Niet bevorderlijk voor mijn humeur. Let it goooo.

Groeipijnen die horen bij het succes van mijn bedrijf? Groeipijnen die horen bij het volwassen worden (daar moet je op je 37e misschien toch eens aan beginnen)? Of tekenen van iets ergers? Gaat het echt beter na een paar dagen vakantie? Ik hoop het. Vooral ook voor de leuke jongen uit de trein en andere mensen om mij heen.

Ondertussen is mijn leven niet alleen miserie. Integendeel. Lang leve de lente. Ik ben een blij ei als ik met een goed boek in de zon zit. Ik geniet van fluitende vogels, van mijn handen in de aarde, van de zoemende vliegbeesten die alle gaatjes van het insectenhotel vullen.

En ook al weet ik niet of ik ooit mijn passie en mijn waarom ga vinden, toen ik vorige week een mevrouw van ver in de 70 interviewde over haar tomeloze inzet voor de 55+ vereniging voelde ik me bevoorrecht dat ik haar verhaal mocht opschrijven. Ik heb hoe dan ook een van de leukste banen ter wereld.

20180422_171440.jpg20180422_171452.jpg

Te stom om adem te halen

“Doe je de horloges zelf?”, vroeg de leuke jongen uit de trein, nadat hij de wekker, de klok in de badkamer en de klok in de woonkamer goed had gezet.
“Ja hoor.”

Maandag.
Je hebt een aantal afspraken verschoven om bij de crematie van de mama van een vriendin te kunnen zijn. Je kijkt op je horloge en gaat over tot actie. Je denkt overal aan:

  • je schrijft een kaartje voor de dochter en een kaartje voor de man van de overledene en steekt ze in je tas
  • je voegt een pakje zakdoekjes toe, voor als je moet huilen
  • je doet er nog een spiegeltje bij, zodat je kunt controleren of de mascara nog op je wimpers zit, of op je kin
  • je plakt een briefje met het adres van het crematorium op je telefoon en steekt die ook in je tas
  • tiktaks, luchtje, portemonnee, cd, sleutels… klaar om te gaan

En terwijl je nog even een flesje water vult in de keuken, zegt ook de klok van de oven dat het tijd is om te gaan. Ruim op tijd, dat dan weer wel. Het is 12.30 uur. Anderhalf uur voordat je in Eindhoven moet zijn.

Als je cd is afgelopen, zet je de radio aan. Net op tijd voor het nieuws van… 14.30 uur. Oeps.

 

Lokale verkiezingen #2

Tja, de dag na…

De vier grootsten werden CDA, Senioren Partij Maastricht, GroenLinks en D66, een uitslag waar ik wel mee kan leven. Een uitslag die ik begrijp, als ik kijk naar de mensen op de bijbehorende kandidatenlijsten.

Ik hoop dat de enthousiaste jonge honden van M:OED, die van niets op twee zetels komen, wat extra leven in de brouwerij brengen. Het zou goed zijn als meer studenten een toekomst zien in Maastricht en niet vertrekken, omdat ze hier geen werk vinden. Ik hoop dat PVV en PVM, die samen 5 zetels hebben, hun bizarre standpunten (in mijn ogen) niet door de raad krijgen en er minstens bed, bad en brood blijft voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

Maar wat ik dus echt niet begrijp, is de lage opkomst. Ik werk in verschillende gemeenten en interview veel mensen, hoog en laag opgeleid, jong en oud, rijk en arm. Daarbij valt het me op dat in Maastricht het meeste wordt geklaagd. Zelfs als ik ergens heen ga voor een positief verhaal, zoals subsidie voor het buurthuis, een gratis evenement, de opening van een speelplein, dan nog hoor ik vaak:
“Ja maar de gemeente zou ook moeten…”
“Ja maar die luidruchtige studenten…”

Als je zo ontevreden bent, is stemmen toch het minste wat je kunt doen? Er was echt wel iets te kiezen. Zoals meer of minder geld naar cultuur, meer of minder geld naar zorg en wel of niet terugdringen van het aantal studentenhuizen.

Ik heb zomaar het vermoeden dat juist de mensen die niet zijn gaan stemmen de komende vier jaar weer om het hardst staan te schreeuwen…

 

 

Lokale verkiezingen #1

Goedemorgen deze zonnige morgen,

Gisteren viel het tienpuntenplan van Partij Veilig Maastricht (PVM) op de deurmat. Ik had dit ‘plan’ online al voorbij zien komen en er eens hartelijk om gelachen. Van de papieren versie kregen de leuke jongen uit de trein en ik opnieuw de slappe lach. Voor de leuke jongen eindigde dat in een heftige hoestbui, hij is een beetje ziek.

“Nederlandse taal leren is verplicht”, staat in het programma. Dit is gewoon landelijk beleid en voegt dus weinig toe aan de lokale politiek. Dit actiepunt staat bovendien in een folder waarin ook gei”ntegreerd (met de puntjes boven de N, dat krijg ik niet eens voor elkaar) en armoedebeleidt staan samen met tig andere fouten. Vooral met enkelvoud en meervoud lijkt PVM moeite te hebben.

Lage lasten zijn volgens PVM topprioriteit, maar voorstellen om die lasten (vaag begrip) laag te houden, komen in de folder niet voor. Beter onderhoud van openbaar groen en meer investeren in het onderhoud van wegen zijn doorgaans geen maatregelen waardoor je minder belasting gaat betalen.

“Een sluitende begroting”, is voor de zekerheid ook nog opgenomen in het bijzondere PVM-tienpuntenplan. Erg grappig, want in de folder worden vooral maatregelen genoemd die geld kosten. Naast eerder genoemd onderhoud van groen en wegen moet er bijvoorbeeld geïnvesteerd worden in een “campagne om Maastrichtse tradities en dialect te stimuleren.” Dat past zo lekker bij die verplichting om Nederlands leren. Dat mensen boven de 60 niet meer hoeven te solliciteren past trouwens ook heel lekker bij het tegengaan van werkloosheid onder ouderen.

Het enige bezuinigingsvoorstel dat de partij doet, is “geen subsidie voor mondiale en ontwikkelingsprojecten.” Wat ik daarvan vind, laat zich raden. Maar ik vrees dat veel inwoners van Maastricht dit een briljant idee vinden.

Ik ben benieuwd wat voor moois ik nog meer van de deurmat mag plukken de komende weken. Ik wens iedereen veel wijsheid bij het stemmen op 21 maart. Ondertussen blijf ik lachend en soms een traantje wegpinkend partijprogramma’s en campagnefilmpjes bekijken.

Groetjes,
Lieke

P.S. Ik zag net op de website van PVM dat een aantal taalfouten inmiddels is verdwenen.

 

 

 

Niet goed in niets doen

2016-04-21 13.18.22Niets doen. Momenteel heb ik er nauwelijks tijd voor (zie deze blog), maar ook als ik de tijd wel heb, lukt het me niet. Zo heerlijk als de leuke jongen uit de trein een dag niets doen vindt, zo compleet Gallisch (is dat een Limburgse uitdrukking?) word ik ervan.

In de trein zitten en uit het raam staren, daar was ik vroeger best goed in. Nu beantwoord ik mijn e-mails, werk een verhaal uit, of laat het stormen in mijn hoofd over de LinkedIn updates en Facebook berichten die ik moet plaatsen. En ineens wordt het station omgeroepen waar ik eruit moet.

Op het toilet lees ik mijn e-mails, tijdens het tandenpoetsen bedenk ik de titel voor een blog en tijdens het ontbijten lees ik de krant (en dat is vragen om knoeien, want eigenlijk kan ik geen twee dingen tegelijk).

Is het stil, dan ga ik praten. Over mezelf. Ook als dat totaal niet ter zake doet. Een slechte eigenschap voor een (bedrijfs)journalist, want juist na een stilte komt vaak het beste antwoord van de geïnterviewde.

Lonkt een leeg weekend, of zelfs maar een leeg dagdeel, dan moet ik iets afspreken met vrienden die ik al zó lang niet gezien heb. Of ik moet iets doen voor mijn werk of het huis, om dat vervelende schuldgevoel achteraf te voorkomen. Oh ja en sporten, dat moet ook. Sowieso iedere zondag, liefst vaker.

Afgelopen zaterdag was het weer bonanza. Het weekend was nog niet helemaal dichtgetimmerd. De leuke jongen uit de trein en ik zaten samen op het bankje in onze voortuin. We zaten gewoon te zitten en zeiden niet zo veel. Ik hield het ongeveer een half uur vol. Toen begon het onkruid pijn te doen aan mijn ogen en moest ik de boel om gaan spitten.

Op vakantie, in de zon aan de rand van een zwembad, lukt het me wel om wat te staren, te lezen, soms even mijn ogen dicht te doen. Voor een dag, misschien twee. Dan moet ik op ontdekkingstocht. De omgeving verkennen, dingen eten die ik nooit eerder proefde en met locals praten om te horen waar ik echt naartoe moet.

Herkenbaar? En hoe goed is het voor je om af en toe niets te doen?

Hier en hier is het in ieder geval een feest der herkenning.

Dat heb ik weer

Kleine Weerd
Foto: Beeldbank Rijkswaterstaat

Donderdagavond onder de douche bij het zwembad:
“Moeten we een melding doen van huiselijk geweld, of ga je ons nu vertellen dat je tegen een deur bent aangelopen?”
“Het was een paard.”
“Wow, mishandeld door je huisdier.”
“Ehm ja, zoiets.”

Donderdagochtend, in kekke sportoutfit in de buitenlucht:
S en ik lopen hard (niet zo heel hard, maar het is zeker geen slenteren), want we zijn goed bezig. Die 10 kilometer in juni gaan we met gemak nailen. “Hee kijk, er staan beestjes”, roep ik enthousiast, vlak voordat we natuurgebied Kleine Weerd betreden. Die beestjes zijn magere paarden met klittende manen en een hoop stront in hun staart, maar verder zien ze er wel lief uit. Ze lopen op het pad waar wij overheen willen rennen. We gaan van het pad af om ze met een ruime boog in te halen. Ze komen ons achterna. We krijgen een hartverzakking. Eén paard steigert en kletst met een hoef tegen mijn bovenbeen. We gaan er vandoor.

Ik heb al heel wat blauwe plekken opgelopen in mijn leven (een verbouwing van een maand of acht wil wel helpen), maar deze slaat alles, zowel in omvang als in het aantal kleurschakeringen. In tegenstelling tot paaltjes en stoepranden die ik wel eens over het hoofd zie en de tafelhoeken en deurposten waar ik dagelijks mee bots omdat ik mezelf smaller inschat dan de werkelijkheid, heeft dit exemplaar bijzonder weinig met mijn eigen lompigheid te maken, vind ik. En toch overkomt mij dit en niet iemand anders…

blauwe plek

Bouwen zonder vertrouwen

keuken

Er zijn uitzonderingen, want die zijn er altijd. Maar mijn hemel wat durven mensen uit de bouwwereld zich veel te permitteren.

Standaard te laat komen of helemaal niet komen opdagen, uiteraard zonder af te bellen. Bij het weggaan niet afsluiten en de verwarming op standje tosti laten staan. Materialen vergeten te bestellen. Gereedschap vergeten mee te nemen. Of aan de deur staan zonder sleutel (vergeten!) en dan vragen of je die even wilt komen brengen. En altijd een lamme-takken-smoes als je ergens iets van zegt.

De leuke jongen uit de trein is gelukkig heel erg goed in ‘hartige woordjes spreken’ met onze klusjesmannen, maar zelfs dat lijkt steeds minder indruk te maken.

Als ik op dezelfde manier zou werken als onze ‘bouwkundigen’, zou ik geen klanten meer over hebben. Maar straks, als we eindelijk in ons prachtige paleis wonen, zullen de leuke jongen en ik vast tegen elkaar zeggen dat het alle ergernis waard was.

En dat is precies de reden waarom al die klusjesmannen ermee weg komen.

Bellen

Uren hingen we aan de lijn. De vaste lijn. Ik zat dan meestal op de zoldertrap. Vaak hadden we elkaar vlak daarvoor nog gezien. Desondanks was “Trek jij straks een jurkje aan naar dansles?” een vraag waar we het nog uren over konden hebben.

Twintig jaar later bel ik nog maar zelden. Zelfs haar bel ik niet, behalve als afspreken via Whatsapp niet opschiet. Of als ze jarig is.

Ik haat bellen. Stiekem heb ik nog steeds liever dat mijn mama mijn kappersafspraak maakt. Of de dokter belt. Of een klantenservice. Een knoop in mijn maag en alles erop en eraan. Vooral bij onbekenden. Lastig als je tekstschrijver bent en je werk grotendeels bestaat uit het maken van interviewafspraken met onbekenden.

Zodra ik het nummer heb gevonden (lees: het mailtje heb geopend waarin de opdrachtgever het nummer heeft vermeld), heb ik eigenlijk geen excuus meer om niet te bellen. Dan moet ik wel. Dus het opzoeken van het nummer, schuif ik alvast een paar uur voor me uit. Eerst dat andere interview nog even uitwerken en die ene factuur versturen. En dan toch ook eerst nog even heel goed lezen waar ik die persoon eigenlijk over wil spreken. *Ik kan zijn LinkedIn profiel wel even opzoeken. Oh hij ziet er heel anders uit dan ik dacht. Hij schrijft blogs, wat leuk, even lezen.* En het is zo weer een uur verder.

Mister Deadline tikt zachtjes op mijn schouder “Als je nu niet belt om een interviewafspraak te maken, komt het nooit meer goed.”Ik toets het nummer in. Dat gaat uiterst nauwkeurig, met een controle na ieder cijfer. Want ik wil absoluut niet het verkeerde nummer draaien om vervolgens nóg een keer te moeten bellen.

De telefoon gaat over. En nog een keer. Ik voel sterk de drang om op het rode knopje te drukken. *Ik kan toch veel beter een e-mail sturen?* En nog een keer tooooeeeet. *Pfjoew, lang genoeg gewacht, ik mag ophangen.*

“Goedemiddag, met…” *Ai, waar belde ik ook alweer voor? En namens welk bedrijf?* “Ja hallo met Lieke van Lieke Schrijft, maar ik bel nu eigenlijk voor X, want daar maak ik een personeelsblad voor en ik had uw naam gekregen van…”

Ik begin meteen te ratelen.

Uiteindelijk komt alles goed. Zoals altijd. En met een hartslag van 160 noteer ik de interviewafspraak in mijn agenda.

 

Aanval en verdediging

2016-05-05 17.34.04
G en ik zitten aan de bar in afwachting van pizza’s, kapsalons en ander voedzaams voor de vrijwilligers die zich de hele dag het schompes hebben gewerkt op het zeer succesvolle, zonnige Bevrijdingsfestival. We weten dat het lang kan duren, want toen ik belde klonk er een licht gestreste mededeling dat ik de bestelling op zijn vroegst over anderhalf uur kon komen halen.

Hangend op barkrukken voorzien we de handelingen van de vier mannen in de keuken van commentaar. Het gaat er nogal rommelig aan toe, met veel heen en weer geloop en bijna botsingen. “Zou er achter die deur een vrouw zitten voor de afwas”, vragen we ons af. “Zes handen aan één pizza is niet per se heel handig”, is een van onze conclusies. We bedoelen het niet gemeen, vragen niet waar onze bestelling blijft en nemen op ons gemak ook nog uitgebreid de dag door.

“Jullie zijn vuile lafaards. Wat denken jullie wel. Als ik doorheb dat jullie die mannen belachelijk aan het maken zijn, dan hebben zij dat heus ook wel door. Jullie moeten je schamen!” De vrouw naast ons aan de bar is erbij gaan staan. Haar vuisten ploffen op de bar. Ze loopt rood aan en er komt nog net geen stoom uit haar oren. “En dadelijk als de bestelling komt, doen jullie zeker poeslief. Dat is achterbaks en schandalig en -ze kijkt daarbij G aan- op uw leeftijd zou u beter moeten weten!”

Heel mooi en nobel dat ze het opneemt voor het personeel. Maar we vinden toch niet dat we deze uitbarsting verdiend hebben. “We wilden niemand beledigen”, probeer ik. “We waren de mannen niet belachelijk aan het maken, we waren gewoon een beetje aan het flauwekullen.” Dat helpt voor geen meter, want er barst meteen een nieuwe tirade los.

“Jij zit ons af te luisteren en luistert bovendien ook nog eens selectief, dat vind ik ook niet erg netjes”, probeert G. Dat werkt wel. De vrouw gaat zitten en zwijgt.

Een pizza heeft zelden zo goed gesmaakt.
2016-05-05 18.09.11