Dromen van een avondje ‘bomen’

Het contact met het grootste deel van mijn familie is niet bestaand. Met sommige familieleden was ik nooit heel hecht. Met andere familieleden was het juist dikke mik met gezamenlijke verjaardagen, logeerpartijtjes, concerten en vakanties.

We zijn allemaal volwassen en hebben ons eigen leven. Het is wat het is en meestal heb ik er vrede mee. Bij een volgend feest van de leuke jongen uit de trein en mezelf weet ik dat ik mijn familie niet hoef uit te nodigen. En de leuke jongen uit de trein, mijn vrienden, mijn directe familie en mijn schoonfamilie zijn de leukste mensen op de wereld. Of in ieder geval in mijn wereld. Ik ben een gezegend mens.

Het enige dat ik echt jammer vind aan het ‘ontbreken’ van familie, is dat ik geen herinneringen kan ophalen, aanvullen of vergelijken.

Dat potje Monopolie in dat vakantiehuisje in Cadzand waar ik boos van tafel liep omdat ik vond dat mijn teamgenoot (papa) te veel huisjes en hotels kocht, hoe liep dat af? Wonnen we toch? Of wonen mijn oom en mijn nicht? Of mijn tante en mijn andere nicht? Was dat ook de vakantie waar we dat grote zandkasteel bouwden of was dat in een andere herfstvakantie?

Waarom was de snijbonenstamppot van oma zo lekker? Was er een geheim ingrediënt? Was ik het enige kleinkind dat zo graag op haar opklapbed sliep waar je de veren in de matras voelde? Welk kaartspel deden we ook alweer en liet oma ons dan winnen? Wiens wafels lijken qua smaak het meeste op die van oma? Won mijn oom ieder jaar knuffels voor ons op de kermis in Beegden of was dat maar één keer?

Die biggitjes die onder het prikkeldraad door de weg op liepen, was dat in Oostenrijk of tijdens een andere gezamenlijke vakantie? Was dat dezelfde boerderij als waar ze ook die zwarte hond hadden of gooi ik dan weer twee vakanties door elkaar?

Weet mijn nicht nog hoe we opgevouwen zaten in de bus naar Londen en dat we daar aankwamen voordat de eerste tram reed? Waar hebben we toen gezeten tot we naar ons hotel konden? Dronk ik toen al koffie en hielp dat om wakker te blijven? Hoe redde ik mij daar met mijn beroerde Engels? Liet ik haar het woord voeren?

Heb ik mijn nicht ooit verteld hoe blij ik was dat zij de scooter bestuurde in Kreta? Hoe zijn we toen aan de andere kant van die kloof gekomen? Was ik moe of was mijn conditie toen nog hartstikke goed? Ik weet het niet meer. Ook geen idee hoe ons hotel er ook alweer uitzag. Of was het een appartement?

Het zou tof zijn eens een avond te met ooms, tantes, nichten en neven te ‘bomen’ over vroeger. Om te ontdekken of we ons hetzelfde herinneren en of we de gaten in elkaars geheugen kunnen opvullen.

Maar de bomen groeien rustig verder, zeker nu ze eindelijk weer wat water hebben.

En we maken allemaal nieuwe herinneringen. Alleen niet meer met elkaar.

Plaats een reactie