Papa, weet je nog? Salmiaklollies!

Op jouw sterfdag vrat ik een hele zak salmiaklollies leeg. En sabbelen tot het eind, ho maar! Dat kan ik nog steeds niet. Twintig stuks verdwenen binnen twintig minuten. Of zoiets .

Ik probeerde het vaak, als ik naar school fietste en jij tegelijkertijd naar je werk. Aan het begin van de Bonaertsweg gaf je me een King pepermunt. Die van mij was bij de tweede bocht kapotgekauwd en verdwenen. Ik heb misschien één keer het einde van de straat gehaald. Waarop ik trots mijn tong uit stak met het mini stukje pepermunt. Met lollies hetzelfde laken een pak. Eerst likken, maar al snel bijten. (Waarom klinkt dat zo slecht?). Al kregen we lollies een stuk minder vaak.

Bij lollies denk ik aan Dommelen, niet aan Brommelen. Als we lollies in huis hadden, was het zo’n zak met een papegaai erop. Met fruitlollies én salmiaklollies erin. Jij en ik deden nog net geen moord voor de salmiak. Maar jij won altijd als er nog maar één in zat. En dan zat ik opgescheept met de paarse lollie die naar cassis zou moeten smaken, maar dat niet deed. Die paarse bleven altijd als laatste over.

Ik zie het voor me. Jij stapt voorbij de paaltjes van het woonerf, triomfantelijk voor in de auto met de laatste zoute lollie. Ik stap boos achterin. Loes zit naast me en heeft citroen, of sinaasappel of weet ik veel welke smaak, maar de laatste niet-paarse. Dus drie keer raden welke kleur ik heb.

Ik ben best goed bezig met minder snoepen en meer bewegen. Ik sport tegenwoordig drie keer per week, wie had dat ooit gedacht? Jij waarschijnlijk niet. Maar gisteren mocht het, vond ik. Niet sporten en wel snoepen. Bloeddruk door het dak na al die salmiak, maar het was het helemaal waard. Hoge bloeddruk schept een extra band 😉

Ik zou je met liefde nog eens de laatste salmiaklollie uit de zak zien nemen. Dan neem ik als een blij ei de paarse.