Stem uit het verleden

"Ken je me nog?"

Mijn hart klopt in mijn keel en ik zit rechtop in bed. Bij middernachtelijke telefoontjes gaat er altijd een innerlijk alarm af. Ja ik weet nog wie hij is, maar voel me niet geroepen antwoord te geven op zijn vraag.

"Woon je nog in Utrecht?"

Ik aarzel. Hoe weet hij eigenlijk dat ik naar Utrecht ben verhuisd? Heb ik hem dat zelf verteld? En hoe stom was dat?

"Hoezo?"
"Ik sta op Utrecht Centraal, kun je me komen halen?"

Ik kijk op de klok boven mijn bed. Ik kan de wijzers met moeite onderscheiden. Het is twee minuten voor twee.

"Ik geloof dat je gek geworden bent. Ik lag te slapen en ga dat zometeen weer doen. Moet morgen werken."

Ik ben niet zo heel erg aardig midden in de nacht.

"Is je vriend er of ben je alleen?"
"Wat heeft dat er mee te maken?"

Dit keer voelt hij zich niet geroepen om antwoord te geven.

"Je kunt me toch wel komen halen? Ik kan echt geen hotel vinden nu."
"Sorry, dat is jouw probleem."

Waarom zeg ik nu ook nog sorry?

"Vertel me dan waar je woont. Dan hoef je me niet te komen halen. Ik loop wel naar je toe."
"Ik woon heel ver van het station."

Dat is een leugen. Maar hee, dit gesprek vraagt om een snel einde.

"Oh."

Ik hang op en probeer me niet schuldig te voelen. Mijn telefoon rinkelt de volgende tien minuten nog twee keer. Ik laat ‘m rinkelen. Zijn nummer had ik al lang geleden uit mijn telefoon gewist. Het bewijs is weer geleverd dat je vage kennissen (zeker die waar je per ongeluk een keer een carnavalsochtend naast wakker werd) nooit een telefoonnummer moet geven.

Advertenties

Eén reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s