Dode journalisten

Live in een uitzending kreeg cameraman Samer Abu Daqqa in oktober te horen dat bij een Israëlisch bombardement zijn vrouw, een zoon, een dochter en een kleinkind waren omgekomen. Maar hij werkte door. Tot die fatale reportage over een door Israël gebombardeerde school. Waar “toevallig” een raket insloeg toen hij klaar was met filmen. Samer had in België kunnen zijn, maar besloot in Gaza te blijven tot de oorlog voorbij was.

Ik had journalist kunnen zijn
Onderzoeker. Correspondent. Oorlogsverslaggever
Maar ik koos de makkelijke weg
Die van de minste weerstand
Ik schrijf commerciële stukjes
Interviews voor bladen die geen steen verleggen
Een persbericht, een aankondiging, een blog
Want we hebben allemaal zo veel “belangrijks” te zeggen

Soms een gratis tekst voor een goed doel
Fairtrade, duurzaamheid, of een sympathiek buurtinitiatief
Kan ik mezelf weer een schouderklopje geven
Kijk mij goed bezig zijn
En ondertussen klagen over mijn ‘eerste wereld leven’

Het regent
Alweer

Ik huilde lang en hard vanmorgen
103 journalisten en mediamedewerkers gedood sinds 7 oktober
Tranen drupten op de schouder van de leuke jongen uit de trein
Tranen drupten op de krant
Het venster van de wereld op Gaza wordt steeds kleiner, las ik in NRC
Mijn kop koffie in de hand

PRESS op hun helm
PRESS op hun scherfvest
Dat moet bescherming bieden
Maar maakt doelwit
Schietschijf voor wie de waarheid niet wil weten
Schietschijf voor wie hoopt
Dat we ook deze oorlog weer vergeten

Auto geraakt door een granaat
Huis geraakt door een bom
Collateral dammage?
Vette pech?
Natuurlijk niet
Maar de daders komen ermee weg

Videojournalist Issam Abdallah werd op 13 oktober 2023 gedood toen hij samen met andere journalisten Israëlische bombardementen filmde in Zuid-Libanon. Onderzoek wijst uit dat de granaat afkomstig was van een Israëlische tank aan de andere kant van de grens.

Boos. Blij. Bang.

Boos, blij, bang. Het begint alle drie met dezelfde letter. Ik voel het allemaal tegelijk.

Boos op die gevaarlijke gek van een Poetin die – oh barmhartige samaritaan dat hij is – Oekraïense burgers een vluchtroute naar Rusland biedt. Denazificering. Serieus?!?

Boos omdat het nu ineens allemaal kan. Opvangplekken in iedere veiligheidsregio en zelfs bij mensen thuis. Miljoenen euro’s sorten bij 555. Vluchtelingen ophalen. Asielprocedures overboord gooien. Gratis openbaar vervoer. Met wapperende vlaggen onze solidariteit tonen. Boos dat het al die andere keren niet kon, omdat de mensen niet genoeg op ons leken.

Hoe kijken Syriërs of Afghanen hiernaar? We kunnen moeilijk beweren dat er daar geen oorlog is. En hoe moeten Italië en Griekenland zich hierbij voelen? Europese landen die we iedere keer in hun eigen sop laten gaarkoken als er weer een boot met vluchtelingen arriveert. Want zo zijn de regels, het eerste Europese land waar mensen aankomen, moet het maar uitzoeken. In Griekenland ‘verblijven’ (wonen kan ik het niet noemen) mensen soms al jaren in mensonterende kampen. En als er een kamp afbrandt bouwen we gewoon een nieuw op een nog slechtere plek met nog slechtere omstandigheden.

De Afghanen evacueren die ons leger bijstonden vergaten we voor het gemak, of in ieder geval zou het zo’n vaart wel niet lopen. Pas toen onschuldige burgers al om hun oren werden geschoten, kwamen we in actie. Too little too late. Mijn hart breekt als ik aan de Afghaanse meisjes en vrouwen denk die een paar jaar naar school gingen of werkten en nu weer zijn opgesloten. “Maar misschien zijn de taliban deze keer wat minder wreed dan toen ze de vorige keer aan de macht waren.”

Blij om dezelfde redenen. Dat we het dus wél kunnen: mensen met open armen ontvangen, geld inzamelen, noodhulp leveren, politieke en religieuze verschillen opzij zetten, solidair zijn. Ik zag ontelbaar veel hartverwarmende acties voorbij komen. Kinderen keren hun spaarpot om. Er wapperen ontelbaar veel blauwgele vlaggen. Zo mooi om te zien.

Blij met een hele vieze bijsmaak omdat dit misschien het zetje is dat we nodig hebben om eindelijk onze huizen te isoleren, een extra trui aan te trekken, wat vaker op de fiets te stappen.

Blij dat het ondanks alles gewoon lente wordt.

Bang. Omdat die gevaarlijke gek nog heel veel onvoorspelbare dingen kan doen en hoe dan ook nog heel veel mensen de dood in jaagt. Bang voor de verwoesting. Bang voor de nasleep.

Bang dat we uiteindelijk allemaal gaan lopen klagen over de hoge energieprijzen. Zodat onze principes toch weer overboord gaan. Zodat het niet blijft bij die ene goedkope portie olie die Shell nog van Rusland kocht (“Maar de winst gaat naar Oekraïne!”), maar dat onze politici zwichten voor ons geklaag en de belastingen op brandstof omlaag doen, met vooral het milieu als verliezer. Zo leren we het natuurlijk nooit.

Bang ook dat onze solidariteit met de Oekraïners maar van korte duur is. “Het zijn er toch wel erg veel, en ze blijven toch wel erg lang, en ze pikken onze banen in, en hun eten stinkt, en ze zijn toch wel heel gelovig, en …”

Boos. Blij. Bang.

En verdrietig. Dat ook.