Draaikolk

De leuke jongen uit de trein is jarig vandaag. Hij viert een halve eeuw leven. En wat zoekt hij daar een mooie, zonnige dag voor uit. Vorig jaar gaf de natuur hem het noorderlicht cadeau op zijn verjaardag. Vandaag krijgt hij zon en volop blauwe druif, witte bloesem en uitbundige magnolia. Ik maakte er mooie foto’s van tijdens mijn ochtendwandeling. Dat het voorjaar wel erg vroeg valt, daar hebben we het even niet over.

Meer dan toen hij 49 werd, komt het vandaag binnen dat hij ouder is dan mijn vader ooit werd. Een jaar en twee maanden min één dag ouder, om precies te zijn. Misschien dat die ‘halve eeuw’ toch iets extra’s doet. Maar ook ‘het universum’ confronteert me heel veel met mijn status van halve wees.

Mijn papa’s enige zus overleed in januari. En daarmee overleed de enige nog levende persoon die hem zijn hele leven heeft gekend. Mijn tante waar ik nog maar weinig contact mee had, maar waaraan ik wel hele fijne herinneringen heb. Aan gezellige verjaardagen, kerstdagen, pretparken en vakanties. Ik herinner me haar vooral vrolijk. Mijn tante aan wie ik nu nooit meer kan vragen hoe mijn papa als kind was. Het afscheid was mooi en bracht beelden terug van plekken, dieren en gebeurtenissen waar ik al jaren niet meer aan had gedacht. Ik denk veel aan mijn oom en mijn nicht die haar lang, maar toch te kort, in hun leven hadden.

Vorige week zaten we in het theater. Bertolf vertelde over een liedje dat hij schreef omdat hij zijn schoonmoeder nooit heeft gekend. Waardoor hij de helft van zijn vrouw eigenlijk niet kent. Bij de zin “She says that you might’ve liked me”, kwamen de tranen. De leuke jongen uit de trein lag al drie zinnen eerder in stukken. Ik denk dat ze hadden kunnen lachen samen, de leuke jongen uit de trein en mijn papa. Maar meer nog dan dat hadden ze samen kunnen genieten, van het stiekem een introvert zijn en van het luisteren naar muziek.

En gisteren bij de voorstelling van Nasrdin Dchar die (kort door de bocht) gaat over hoe hij zijn angsten doorgeeft aan zijn dochter, vroeg ik me af of mijn papa zich net zo zou hebben laten meeslepen door het wereldnieuws. Hoe hij er met ons en zijn kleinkinderen over zou praten. En of hij zou worstelen met zijn gevoel van onmacht. Het gekke is dat ik tijdens de voorstelling ook pijn voelde dat ik geen kind heb, terwijl ik tegelijkertijd ontzettend blij was (en ben) dat ik er geen heb. Iets kunnen doorgeven aan de volgende generatie – zelfs als het angsten zijn – vind ik wel iets heel moois.

Ik hoop dat deze tijd in de geschiedenisboeken komt om daarna nooit meer terug te keren. Het georganiseerd vermoorden van Palestijnen. Het bombarderen van een Iraanse meisjesschool, op initiatief van twee machtswellustige kleuters (wat eigenlijk een belediging is voor alle kleuters). En – dichter bij huis – alles wat er nog mis is als het om gelijkheid tussen mannen en vrouwen gaat en hoe het zelfs achteruit gaat. Afgelopen zondag, Internationale Vrouwendag, zat ik in het theater bij een evenement waar schokkende feiten voorbij kwamen over de loonkloof, de gezondheidszorg die vooral van mannen uitgaat en hoe vaak meisjes en vrouwen slachtoffer zijn van geweld en grensoverschrijdend gedrag. En een jaar geleden zat ik op Internationale Vrouwendag in het vliegtuig naast een man die het nodig vond mij te vertellen dat wat hem betreft alle vrouwen die vonden dat ze geen man nodig hadden wel dood mochten. Een man die zich dit jaar waarschijnlijk nog meer gesterkt voelt in zijn opvattingen.

Mijn papa was een feminist, ondanks dat het ook bij ons thuis vanzelfsprekend was dat hij fulltime bleef werken terwijl mama dat in deeltijd deed toen er kinderen kwamen. Hij was de eerste om toe te geven dat een vrouw intelligenter was of een betere leidinggevende. En de eerste die er iets van zou zeggen als een vrouw minder verdiende voor hetzelfde werk.

En ondertussen, terwijl ik veel aan papa denk en aan de verjaardag van de leuke jongen, heb ik het zo ongelofelijk druk qua werk dat ik ’s nachts wakker schrik met losse eindjes in mijn hoofd. Ondanks dat ik tegenwoordig alle losse eindjes direct opschrijf in een app. Ik ben al weken een slechte partner, vriendin, zus en dochter, want ik kom er niet aan toe om die rollen goed uit te voeren. Mijn hoofd lijkt een soort draaikolk.

Maar dat partnerstuk ga ik nu even goed maken.

Genoeg stilgestaan en geklaagd. Het is tijd om het leven te vieren. Om te proosten op de leuke jongen uit de trein. En op nog een halve eeuw voor ons samen. 50 x hoera!

In mijn hoofd

Terwijl ik uitkijk over de Maas – lang leve mijn nieuwe kantoor – klikt en draait er van alles in mijn hoofd. Soms heb ik dat. En soms schrijf ik dan ook nog op wat ik denk. Dus hieronder wat willekeurige gedachten. Doe ermee wat je wil 😉

Ik ben een ontzettende geluksvogel. Daar ben ik me steeds meer van bewust. Niet omdat alles op rolletjes loopt. Want zo vaak als ik iets kwijt ben, iets vergeet, ergens tegenaan bots of hopeloos verdwaal, is echt niet normaal. Niet omdat ik nog nooit iets traumatisch/dramatisch heb meegemaakt, want ook daar heb ik mijn portie van gehad. Maar omdat ik gezond ben, een gelijkwaardige en liefdevolle relatie heb, een huis heb, een familie heb en de allerliefste vrienden van de wereld. Ik kan de boodschappen doen die ik wil en koken wat ik wil en dat is luxe. En ik ben een fantastische slaper. Soms nog voor mijn hoofd het kussen raakt. Een bofkont in het kwadraat.

Je zult in Gaza wonen, in Jemen, of in Sudan. Of door de Trump-regering zijn uitgezet naar Venezuela.

De beste manier om je slecht te voelen, is nadenken over de fouten die je maakte in het verleden. De beste manier om je angstig te voelen is nadenken over de toekomst. Nu genieten, nu leven, niet uitstellen met de kans dat het er nooit meer van komt. Ik roep dat heel vaak en voer het gelukkig ook steeds vaker uit. Wat dan natuurlijk niet betekent dat ik nooit meer iets doe waar ik een hekel aan heb.

Ouder worden is confronterend. Mijn conditie gaat achteruit, mijn menstruatiecyclus is van het padje (laat de overgang maar komen, dan is het tenminste helemaal gedaan), tegen mijn grijze haren valt bijna niet meer op te verven en met ieder levensjaar dat erbij komt, komt er ook een kilo bij. Maar het alternatief – niet ouder worden – is nog veel erger.

Ik wil niet boos worden of haten, want dat is een vervelende en vaak zinloze emotie. Maar ik doe het toch. Ik haat mensen die met allerlei leugens opbellen omdat ik zzp’er ben en mijn telefoonnummer nu eenmaal bekend is. Zoals die @%^$* van zojuist die het gesprek opende met “ik zou u nog terugbellen” en daarna een verhaal over een energiecontract begon waar hij me in het verleden al eens mee had geholpen. Nee, jij zou helemaal niet terugbellen, want wij hebben elkaar nog nooit gesproken. Dus laat mij met rust. Mensen die met dit soort rottige telefoontjes hun geld verdienen, en dan vooral de opdrachtgevers, gun ik eeuwige jeuk en te korte armen.

Hoe is jouw dag?

Sterven doe je niet iedere dag

Vroeger, toen ik in bomen klom, in het hooi speelde op de boerderij en steentjes gooide in het kanaal, leek het leven eindeloos. De zomervakantie duurde lang en was zorgeloos. Al had ik soms de pest in als mijn ouders weer besloten naar een andere camping te gaan terwijl ik net een vriendinnetje had ‘gemaakt’. (Rare uitdrukking, vrienden maken).

Dood ging je pas in het bejaardenhuis als je geen zin meer had om te kienen of te kaarten. Of als je heel veel pech had, zoals de moeder van mijn vader, stierf je aan kanker in het ziekenhuis. Maar in ieder geval na je 60e. Dat duurde in mijn kinderhoofd nog een eeuwigheid, dus waarom zou ik me daar druk over maken?

Zoals een kinderhoofd blijkbaar werkt. Ik herinner me van mijn oma in het ziekenhuis vooral dat ik een keer nieuwe schoenen had en dat die veel geluid maakten in de ziekenhuisgangen.

Inmiddels ben ik nauwelijks jonger dan mijn vader was toen hij stierf. Een aantal vrienden is al ouder. De leuke jongen uit de trein werd in maart 48. Als hij zijn volgende verjaardag haalt, is hij mijn papa voorbij. De zeis van Magere Hein was in december 2002 een lichtflits en donderslag bij heldere hemel. Ondertussen heeft de dood een stevige voet aan de grond gekregen. Waar ik lang een uitzondering was, leeft nu van veel vrienden nog maar één ouder. En in een enkel geval leeft er geen ouder meer.

Het plaatst mijn leven in een ander perspectief. Of nee, niet altijd. Dat doet het soms, als ik erover nadenk. Dat is confronterend en dan borrelt de paniek omhoog. Ik wil nog, ik moet nog, ik zou nog… En tegelijkertijd: wat een rijkdom dat ik leef. Dat ik leef zoals ik leef in een land waar we steen en been klagen maar waar ‘we’ het over het algemeen hartstikke goed hebben.

Maar laat ik voor mezelf spreken. Ik heb het hartstikke goed. Ik ben gezond, wat het aller belangrijkste is. Ik woon met de leuke jongen uit de trein in een fijn huis op een fijne locatie. En heb ontzettend veel mensen om me heen waar ik op kan bouwen.

Hoe kan het dan dat ik mezelf soms moet dwingen om de waarde daarvan te blijven zien? Potverdorie, we sterven maar één keer (denk ik) en we leven iedere dag. Dus als je het zo goed hebt als ik: genieten, zolang als het duurt!

En als je klaagt ‘wat word ik oud’, denk dan ‘het alternatief is erger!’

Schoenen

Schoenen die niet wisten waar ze heengingen
Spoelen aan op Griekse en Italiaanse stranden

Vluchteling zijn is een beetje sterven
Ook als je de overkant haalt
Een vluchteling is ontworteld
Met of zonder schoenen

In een ideale wereld blijft iedereen in zijn thuisland wonen
Maar een thuisland is soms angst, vernedering, pijn of honger
En dan vluchten mensen op zoek naar een beter leven
Of gewoon naar een leven, of iets dat op een leven lijkt

Wie de overkant niet haalt
Blijft vaak naamloos en zonder gezicht
Vijf miljonairs die vastzitten in een onderzeeër
Spreken veel meer tot onze verbeelding

En geen brokstuk, zelfs geen schoen
Blijft achter

Therapie #3

“Maar heb je dat ooit wél gedaan, met een partner gepraat?”, vroeg de therapeut toen ik vertelde dat ik het nog steeds zo moeilijk vind om met de leuke jongen uit de trein over zorgen en gevoelens te praten.
“Nee, ik besprak wel eens iets met vriendinnen, maar nooit met vriendjes.”
“Thuis praatten jullie ook niet over gevoelens, vertelde je. Dus dat heb je nooit geleerd.”
“Oh ja.”

Ik merk dat ik het ‘valt wel mee’, ‘schiet eens op’ en ‘stel je niet aan’ uit mijn jeugd gemakkelijk overneem. Dat ik bijvoorbeeld bij mijn lieve nichtje A snel de neiging heb zo’n opmerking te maken, als ze – in mijn ogen – zeurt, jammert of huilt om niets. Terwijl ik natuurlijk ook gewoon kan proberen te luisteren, door te vragen, te troosten (en dan misschien alsnog te vinden dat ze zich aanstelt).

Ik heb een hele liefdevolle opvoeding gehad. Kom van een thuis waar iedereen altijd welkom was. Een thuis waar veel werd gelachen. Waar altijd muziek was. Maar het was ook een thuis van niet lullen maar poetsen. Van vallen, opstaan en weer doorgaan. Ik heb er veel van geleerd, ben er geen slechter mens van geworden. Alleen is het niet altijd handig of lief om met mijn grote voeten op dezelfde manier over de gevoelens van een ander heen te lopen.

En tegelijkertijd. Er zijn ook volwassen dramabouwers en aandachtvragers die helemaal opleven als ze hun leed met je delen. Als jij net iets persoonlijks hebt verteld waar je echt verdrietig om bent, hebben zij altijd iets meegemaakt wat minstens even erg is. (Terminaal konijn!) Met dat soort mensen zal ik nooit leren omgaan. En daar gaat geen therapie bij helpen.

Foto door Pixabay

Boos. Blij. Bang.

Boos, blij, bang. Het begint alle drie met dezelfde letter. Ik voel het allemaal tegelijk.

Boos op die gevaarlijke gek van een Poetin die – oh barmhartige samaritaan dat hij is – Oekraïense burgers een vluchtroute naar Rusland biedt. Denazificering. Serieus?!?

Boos omdat het nu ineens allemaal kan. Opvangplekken in iedere veiligheidsregio en zelfs bij mensen thuis. Miljoenen euro’s sorten bij 555. Vluchtelingen ophalen. Asielprocedures overboord gooien. Gratis openbaar vervoer. Met wapperende vlaggen onze solidariteit tonen. Boos dat het al die andere keren niet kon, omdat de mensen niet genoeg op ons leken.

Hoe kijken Syriërs of Afghanen hiernaar? We kunnen moeilijk beweren dat er daar geen oorlog is. En hoe moeten Italië en Griekenland zich hierbij voelen? Europese landen die we iedere keer in hun eigen sop laten gaarkoken als er weer een boot met vluchtelingen arriveert. Want zo zijn de regels, het eerste Europese land waar mensen aankomen, moet het maar uitzoeken. In Griekenland ‘verblijven’ (wonen kan ik het niet noemen) mensen soms al jaren in mensonterende kampen. En als er een kamp afbrandt bouwen we gewoon een nieuw op een nog slechtere plek met nog slechtere omstandigheden.

De Afghanen evacueren die ons leger bijstonden vergaten we voor het gemak, of in ieder geval zou het zo’n vaart wel niet lopen. Pas toen onschuldige burgers al om hun oren werden geschoten, kwamen we in actie. Too little too late. Mijn hart breekt als ik aan de Afghaanse meisjes en vrouwen denk die een paar jaar naar school gingen of werkten en nu weer zijn opgesloten. “Maar misschien zijn de taliban deze keer wat minder wreed dan toen ze de vorige keer aan de macht waren.”

Blij om dezelfde redenen. Dat we het dus wél kunnen: mensen met open armen ontvangen, geld inzamelen, noodhulp leveren, politieke en religieuze verschillen opzij zetten, solidair zijn. Ik zag ontelbaar veel hartverwarmende acties voorbij komen. Kinderen keren hun spaarpot om. Er wapperen ontelbaar veel blauwgele vlaggen. Zo mooi om te zien.

Blij met een hele vieze bijsmaak omdat dit misschien het zetje is dat we nodig hebben om eindelijk onze huizen te isoleren, een extra trui aan te trekken, wat vaker op de fiets te stappen.

Blij dat het ondanks alles gewoon lente wordt.

Bang. Omdat die gevaarlijke gek nog heel veel onvoorspelbare dingen kan doen en hoe dan ook nog heel veel mensen de dood in jaagt. Bang voor de verwoesting. Bang voor de nasleep.

Bang dat we uiteindelijk allemaal gaan lopen klagen over de hoge energieprijzen. Zodat onze principes toch weer overboord gaan. Zodat het niet blijft bij die ene goedkope portie olie die Shell nog van Rusland kocht (“Maar de winst gaat naar Oekraïne!”), maar dat onze politici zwichten voor ons geklaag en de belastingen op brandstof omlaag doen, met vooral het milieu als verliezer. Zo leren we het natuurlijk nooit.

Bang ook dat onze solidariteit met de Oekraïners maar van korte duur is. “Het zijn er toch wel erg veel, en ze blijven toch wel erg lang, en ze pikken onze banen in, en hun eten stinkt, en ze zijn toch wel heel gelovig, en …”

Boos. Blij. Bang.

En verdrietig. Dat ook.

Op dit moment #17

Het is hier stil. Al maanden. Terwijl ik doorgaans blij word van bloggen. Maar de inspiratie is een beetje kwijt en mijn leven loopt iets minder op rolletjes dan dat ik gewend ben. Te veel open eindjes in mijn hoofd. Waardoor ik voortdurend dingen vergeet. Op mijn zakelijke website schreef ik daar al over. Toch heb ik nog steeds geen reden tot klagen. Ik ben dankbaar voor heel veel dingen. Deze rubriek helpt om weer eens in mijn handjes te knijpen en me te realiseren dat ik een bofkont ben.

Ik word blij van: de herfstkleuren. In de blaadjes. En in de lucht. Het geel, roze en oranje stemt me vrolijk. Net als de meesjes in de pot vogelpindakaas. Dat er nog steeds bloemen bloeien in de tuin. En dat ik deze week voor de tigste keer frambozen plukte in eigen tuin. In november!
Ik denk dat ik heel blij word van de interieurverzorgster die vandaag voor het eerst kwam poetsen. Ik betaal met heel veel liefde voor tijdwinst. Tijd die ik niet besteed aan stoffen en zuigen, maar aan het nog eens nalezen van een tekst voordat ik op ‘versturen’ klik. Tijd die ik besteed aan het zoeken naar onderwerpen om over te schrijven. Tijd die ik kan besteden aan het lezen van de hele zaterdagkrant in plaats van alleen de voorpagina, omdat poetsen een grote hap uit de zaterdag neemt. Of aan uitslapen. Of aan uitgebreid koken.

Ik ben dankbaar voor: de leuke jongen uit de trein die naast me blijft staan terwijl ik helemaal niet zo leuk ben als mijn hoofd overloopt. Hij moet me soms drie keer hetzelfde vragen en soms in mijn plaats denken, maar bewaart meestal zijn geduld. Hij is de allerbeste persoon om met me mee te denken en mij op het juiste moment een schop onder mijn kont te geven, nu meer dan ooit (‘heb je de autoverzekering ooit teruggezet naar minder kilometers?, als je nu eerst de vlaai gaat bestellen, doorloopt naar de stomerij en daarna… , dan sluit het allemaal mooi op elkaar aan en hoef je niet zo veel in één keer te dragen’).
Dankbaar ook voor mijn lieve vrienden die geduldig wachten tot ik weer tijd voor ze heb. Voor collega-tekstschrijvers die soms iets van me overnemen. En voor klanten die het niet erg vinden om wat langer te wachten voor ik aan de teksten voor hun nieuwe website kan beginnen.

Ik word verdrietig van: de polarisatie, het wantrouwen, de boosheid overal om ons heen. Deze week gebeurde het me twee keer dat de persoon aan de andere kant van de tafel begon met “Ik vertrouw de media niet.” Waarop mijn antwoord uiteraard was dat ik ook bij de media hoor, zeker op momenten dat ik – zoals deze week – als journalist werk voor WijLimburg. En dat ik heel veel uitstekende journalisten ken. Als tegenreactie kwam er dan weer “Jou vertrouw ik wel. En ik mag het verhaal vooraf toch nog lezen? Maar heel veel andere journalisten, die schrijven maar wat.”
Ik word verdrietig van een groot deel van onze politici, die mede de oorzaak zijn van het wantrouwen en de boosheid van veel mensen. Waarom hebben we nog steeds geen kabinet? Waarom blijven we bomen kappen en hout invoeren voor biomassa? Waarom is er alweer niet genoeg opvangcapaciteit voor vluchtelingen zodat getraumatiseerde mensen uit Afghanistan op een stoel moeten slapen? Nee, ik scheer niet alle politici over één kam. Ja, ik begrijp absoluut dat je het als politicus niet voor iedereen goed kan doen. Ik snap dat bijvoorbeeld de toeslagenaffaire is ontstaan doordat ‘we’ hebben geroepen dat de naleving strenger moest na de ‘Bulgarenfraude’. Ik begrijp ook dat het lastig is om windmolens en zonneparken neer te zetten, omdat niemand die in zijn achtertuin wil. Maar doe in vredesnaam wat meer je best om ons toffe Nederland voor iedereen een fijn land te laten zijn!
En waar ik het allerverdrietigst van word: mensen die zomaar ineens ernstig ziek zijn. Leuke en lieve mensen die het ene moment nog met hun kinderen tegen een bal trappen en het volgende moment in het ziekenhuis liggen.

Ik kijk uit naar: een weekendje Gent met een vriendin, een weekje vrij met de leuke jongen uit de trein, vele herfstwandelingen en borrelavondjes. Vrienden, kaarsjes, hapjes. Goede gesprekken. En wat meer rust en minder chaos. Ik riep altijd heel hard dat ik niet vatbaar ben voor stress of depressie, dat ik altijd keurig mijn lijstjes afvink, en dat ik het best functioneer vlak voor een deadline. Maar misschien zit er toch een grens aan hoeveel ik aankan. Dat er veel fijne dingen zijn om naar uit te kijken, helpt. En mooie dingen om op terug te kijken. Zoals dat weekendje Weesp. En dat weekendje in Nijmegen met drie vriendinnen die ik al héél lang ken. De jaarlijkse vriendinnendag duurde dit keer iets langer.

Ik lees: nog steeds iedere ochtend de krant. Met een kop koffie on the side. En iedere avond lees ik voor het slapen in een boek of tijdschrijft. Het boek Slot van Octavie Wolters las ik deze week uit. Een atypisch boek voor mij, want geen moord en doodslag. Het las heel gemakkelijk weg, ondanks het onderwerp: depressie in tijden van corona. De zwarte Napoleon ligt klaar als volgende boek.

Ik luister: de Top 1500 van Kink. Zo fijn. Tool, Radiohead, Pearl Jam, Smashing Pumpkins. Een soort herbeleving van mijn pubertijd, maar dan zonder de onzekerheden en de drang om ergens bij te horen.

Hoe gaat het met jou?

Op dit moment #15

Toen ik nog iedere dag ging wandelen…

Vijf weken geleden zei mijn kuitbeen ‘krak’. Een bot breken, daar heb je lang plezier van, weet ik inmiddels. Het gips is vijf dagen geleden met een dremel en een hoop daadkracht verwijderd, maar lopen zonder krukken gaat nog voor geen meter.

Ik word blij van: alle hulp die ik krijg. Tegelijkertijd word ik er verdrietig van, omdat ik zo veel hulp nodig heb.
Ik word blij van fantastische vriendjes en vriendinnetjes die mij in de afgelopen tijd regelmatig bezochten of “ontvoerden” en me tot aan een terras reden om vervolgens te lunchen of te borrelen. Ze brachten ons zelfgemaakte smakelijkheden, boeken en bloemen. Ze deden boodschappen, stuurden kaartjes, appten en belden.
Ook mijn zusje heeft me een keer ontvoerd op een moment dat ik héél erg toe was aan het verlaten van ons huis. En mijn mama komt wekelijks kijken hoe het met me gaat.
Ik word blij van fantastische schoonouders die ieder weekend komen poetsen en de vieze was mee naar huis nemen. Nadat ik mijn been brak, waren ze sneller uitgerukt dan de brandweer. Ze geven de planten water en vegen de tuin. Ze spreken me bemoedigend toe en herhalen telkens dat ze alles wat ze doen heel graag voor ons doen. Ze zeggen heel hard “dat had toch niet gehoeven”, als we ze een kaartje of een bos bloemen sturen. Terwijl ze veel meer verdienen dan dat, een standbeeld bijvoorbeeld.
Ik word blij van de leuke jongen uit de trein. Hij kan al eens diep zuchten als ik hem weer vraag om iets voor me te pakken terwijl hij net is gaan zitten, maar hij zorgt met veel liefde en geduld voor me. Hij moedigt me aan, houdt in de gaten of ik mijn oefeningen wel doe, en houdt me tegen als ik te veel wil doen (met één kruk lopen in plaats van twee). Hij geeft me een knuffel als ik dat nodig heb en droogt mijn tranen als ik uit frustratie zit te janken. Voordat hij de deur uitgaat, controleert hij minstens drie keer of hij me wel alleen kan laten. Hoe lief is dat? Ik ben dankbaar dat ik samen ben met iemand die de gratie heeft om mijn shitloads aan onhandigheden door de vingers te zien in de naam der liefde. Althans, meestal. Soms krijg ik een doorwrochte preek en een oogrol. Meestal terecht.
Ik word blij van fantastische collega’s die het gezellig vinden als ik op kantoor ben en me daarom ophalen en thuisbrengen. Ze zorgen dat er altijd een gevulde kop koffie op mijn bureau staat en dragen mijn tas. Ze houden deuren voor me open en schuiven een tweede stoel onder mijn ‘puddingpoot’. Ze grappen dat ik door moet lopen en er als een prinses bij zit en dan kan ik alleen maar lachen. Fijne mensen.

Ik word verdrietig van: hoe verschrikkelijk we in deze wereld met elkaar omgaan. Het gescheld op social media. Het geroeptoeter dat we niet meer in een rechtstaat leven. Onze regering die zichzelf op de borst klopt nu we toch wel 100 mensen (ja MENSEN) uit Griekenland naar Nederland halen. Waar 100 andere mensen die zijn gevlucht voor onderdrukking of geweld de dupe van worden. Influencers met slechts een paar hersencellen die roepen dat ze ‘niet meer meedoen’. Mensen die steen en been klagen over hoe de economie naar de klote gaat en onze vrijheid wordt afgepakt. We wonen potverdorie in één van de welvarendste landen van de wereld, dus denk eens na over hoe veel slechter je het had kunnen treffen.

Ik kijk uit naar: lopen op twee benen zonder krukken. Amai, wat kan een mens ergens naar verlangen.

Ik lees: A Gentleman in Moscow van Amor Towles. Aan het begin van het boek wordt graaf Alexander Iljitsj Rostov veroordeeld tot huisarrest in het Metropol Hotel in Moskou. Zijn misdaad? Hij schreef een gedicht. Hij woont op de zolder van het hotel en ontdekt dankzij een super grappig negenjarig meisje dat het hotel veel groter is dan hij dacht. Het is dan 1922 en terwijl de graaf bedenkt in welke toonsoort de veren van zijn bed kraken, passeren revoluties en oorlogen de deur van het legendarische hotel. Heerlijk boek! In vier weken gips las ik overigens nog vier andere boeken. Waaronder een Esther Verhoef en twee Karen Slaughters. Want ja, in tijden van zelfmedelijden werkt niets zo helend als moord en doodslag óf humor.

Ik luister naar: Kink FM, radio 2, Studio Brussel. Ik draai de laatste tijd maar weinig muziek. Deels omdat het zo’n gedoe is om een cd uit het rek te pakken.

Ik kijk naar: La Trêve. Het “avontuur” speelt zich af in het bosrijke Waalse dorpje Heiderfeld. Wanneer de daar opgegroeide inspecteur Yoann Peeters terugkeert naar zijn geboortedorp en nog nauwelijks een doos heeft uitgepakt, wordt hij gevraagd te helpen bij het ophelderen van een moord. De uit Togo afkomstige voetballer Driss Assani wordt gevonden in een rivier. Tijdens de zoektocht naar de dader blijkt dat er heel veel rare snuiters in het dorp wonen, om het zacht uit te drukken. Veel mensen met een voorliefde voor chantage, alcohol en snel geld verdienen spelen een rol in het verhaal. Net als vergiftigde koeien, een in brand gestoken schuur waarbij per ongeluk iemand omkomt, een SM-loods, een broer en een zus die het met elkaar doen en een nazi-museum in iemands slaapkamer… Veel moord en doodslag. Heerlijke serie. Net begonnen aan het tweede seizoen.

Samen kijken we naar Dwars door België. Een ontroerend, ontwapenend en optimistisch programma. Zalig kijkgenot.

Ik werk: twee dagen in de week op kantoor, daar waar die collega’s zo goed voor me zorgen. De andere dagen werk ik thuis. Qua hoeveelheid werk houdt het niet over. Ik ben deze week met drie opdrachten bezig en mag niet klagen, maar zakelijk gezien is 2020 niet om over naar huis te schrijven. Financieel is het een uitdaging om in de zwarte cijfers te blijven, ook vanwege mijn medische kosten. Natuurlijk had ik mijn eigen risico op maximaal staan, ‘want ik heb nooit wat’… Maar zoals ik hierboven ook al eens schreef, ik had het vele malen slechter kunnen treffen.
Ik houd van mijn werk, maak veel leuke dingen mee en ontmoet bijzondere mensen. De onderwerpen gaan nog steeds all over the place. Deze week schreef ik voor het eerst voor de uitvaartsector. En vorige week belde een klant. “In 2017 schreef jij onze webteksten en daar waren we heel tevreden over. Heb je zin en tijd om een folder en een nieuwsbrief voor ons te maken?” Terugkerende klanten, daar word ik blij van.

Hoe is het met jou? Wat lees en luister je? Waar word je blij van?

Pannenkoeken bakken op krukken. Dan zijn ze extra lekker!

 

Op dit moment #12

herfst-18-2-e1573558355509.jpgDe petroleumkachel loeit en ik draag twee vesten en een sjaal. Mijn chalet/boomhut in Het Werkgebouw is tussen 8 uur vanmorgen en nu opgewarmd van 4 naar 12 graden. En toch ben ik nog steeds blij dat ik de WERKplaats, waar ik het ook naar mijn zin had, heb verruild voor Het Werkgebouw. De sfeer is hier beter en de omgeving inspirerender.

Genieten van: ganzen die in V-formatie overvliegen, roze en oranje zonsopkomsten, vallende blaadjes in rood en geel. Dat de tijd van stamppot en erwtensoep is aangebroken. Dat Lieke Schrijft goed blijft draaien zonder dat ik aan acquisitie hoef te doen. Mijn omzet komt aan het eind van 2019 een stuk hoger uit dan aan het eind van 2018, terwijl ik dit jaar veel langer vakantie had. Ik ben daar heel dankbaar voor.

Blij met: vriendschappen. Ik vroeg via Facebook aan een vriend of het eten bij de Koreaan lekker was geweest. Resultaat: over twee weken gaan we met op een donderdagavond met 13 smulpapen eten bij de Syriër.
Begin december is het tijd voor de jaarlijkse Sinterkerstborrel met mijn vriendjes van de middelbare school. Vier mannen, waarvan ik er twee maar één keer per jaar zie. We verschillen als dag en nacht van elkaar qua werk, gezinssamenstelling en hobby’s. Toch is het altijd gezellig. Ik kijk ernaar uit!

Balen van: vriendschappen. Meer specifiek, de vriendschappen die op een veel lager pitje staan dan ik zou willen. In veel gevallen ligt het aan mezelf in combinatie met de afstand. Ik kan me er niet toe zetten om naar Eindhoven te rijden of in de trein naar Utrecht te stappen. Terwijl dat toch eigenlijk niet zo heel ver weg is. Waar ik me dan schuldig over voel. Zeker als ik voor mijn gevoel ‘aan de beurt ben’ om te gaan. Ik ga weer wat meer mijn best doen!

In andere gevallen ligt de lage frequentie van elkaar zien aan de weerstand tegen het inschakelen van een oppas, wat afspreken een stuk moeilijker maakt.

Sporten: gaat deze week niet vanwege pieperdienst. Maar verder ben ik goed bezig, al zeg ik het zelf. Wekelijks naar de sportschool waar ik minimaal een uur cardio doe. Iets minder dan wekelijks naar het zwembad voor drie kwartier baantjes trekken. Gisteren begon ik de werkweek met een ochtendwandeling voordat de pieper aan moest. In Hasselt, waar ik twee dagen per week werk als ik geen pieperdienst heb, maak ik in de middagpauze standaard een ommetje met collega’s. Soms stap ik op de heenweg uit de auto in Zutendaal of Genk voor een korte wandeling. En de trappers die in mijn boomhut onder mijn bureau staan, draai ik tijdens de andere werkdagen fanatiek rond. Vooral omdat het helpt om warm te blijven. Het resultaat op de weegschaal valt overigens tegen, maar dat heeft vooral met ‘borrels’ te maken. En met een ruggengraat van elastiek als er in Hasselt weer eens iemand trakteert.

Eten: sinds we terug zijn uit Canada, zijn we best gezond bezig. Minder vlees, meer groente, kleinere porties en nog maar zelden een toetje. Ook proberen we wat vroeger te eten, maar dat blijft een uitdaging. Als je allebei voltijds werkt en moeite hebt met onafgeronde taken, is het al snel 19 uur voor er iets op tafel staat.

Laatst begonnen we onze zondag in de keuken. De leuke jongen uit de trein boog zich over een grote pan zalig zuurvlees en ik bakte een bosvruchtencake.

Voor mijn doen, eet ik tegenwoordig belachelijk veel fruit. Belachelijk veel betekent 1 à 2 stuks per dag. Met tegenzin. Ik geniet tien keer meer van een broodje met kaas dan van een appel. Een zak pepernoten gaat veel gemakkelijker naar binnen dan een bak druiven. Maar ik houd vol! Vandaag staan twee mandarijnen op het menu.

Lezen: Serie Q van Jussi Adler Olsen. De hoofdpersonen zijn fascinerend. Ik heb het zevende en voorlaatste deel bijna uit en heb nog steeds geen idee van de geheimen van hoofdpersonen Assad en Rose. Van de rode draad die door alle boeken loopt, een schietincident waarbij hoofd-hoofdpersoon Carl een collega verloor, heb ik ook nog geen idee wie de dader is en waarom. Dat in tegenstelling tot de series waar we op televisie naar kijken en waarbij de leuke jongen uit de trein en ik soms in de eerste 5 minuten de dader al kunnen aanwijzen.

Kijken: de voorspelbare series waar ik in het vorige punt op doelde zijn de drie varianten van NCIS. Met name de LA-variant wordt steeds ongeloofwaardiger. Hoezo hebben de ‘goeien’ altijd negen levens en gaan de ‘slechten’ meteen tegen de vlakte? In de laatste aflevering, lukte het om binnen drie seconden telefonisch een aanhoudingsbevel van een rechter te krijgen, terwijl die rechter in de rechtszaal met een heel andere zaak bezig was. Alsof het niet al minstens een paar minuten duurt om de zaal te verlaten en te lezen waar je eigenlijk toestemming voor geeft. En toch blijf ik kijken. Gedachten uitschakelen en genieten. The Blacklist volgen we ondertussen al een hele tijd niet meer, omdat de hoofdpersonen op onze zenuwen begonnen te werken. Maar we pakken het vast weer op.

Luisteren: Kink FM (de lijst die nu wordt gedraaid is om van te smullen!), Studio Brussel en Radio 2. Qua cd’s zat ik de afgelopen weken in de jaren 90 verzamelaars (kent iemand The Bigg Buzz cd’s?). Heerlijk!

Leuke dingen om naar uit te kijken: een bezoek aan Fins Lapland in januari met mijn Hasselt-collega’s. Ik vind het eng. Ik ken mijn collega’s niet zo goed. Sommigen kennen elkaar al jaren en gaan ook buiten het werk veel met elkaar om. Waar pas ik in dat plaatje? Maar ik kijk er dus wel naar uit. En dat lijkt me logisch. Met husky’s sleeën door een wonderlijk wit winterlandschap en daarna opwarmen bij een knapperend haardvuur, dat klinkt toch als een droom? Net als gebraden rendiervlees met zure bessen. Of wilde zalm met aardappelpuree. En stel nou dat we het noorderlicht te zien krijgen…

Al met al ben ik een behoorlijk blij ei dus. Ik heb niets te klagen.

Bedankt dat je er was

G was een goede vriend van mijn papa. Ze ontmoetten elkaar op school, waar mijn papa les gaf en hij les kwam geven. Ze waren niet lang collega’s, maar bleven wel altijd vrienden. Ze deelden de liefde voor geschiedenis (en hoe het toch kan dat we maar niet van het verleden leren), muziek, kamperen, vuur (in vuurkorf of open haard), bier en sigaretten. Op andere vlakken waren ze het hartgrondig met elkaar oneens, maar daar kon altijd over gediscussieerd worden. Al veranderden beiden nooit van standpunt.

Als begroeting kusten ze elkaar op de mond. Hun warme begroeting klopte, paste precies in het plaatje. Twee mannen die het niet altijd gemakkelijk hadden met het leven, maar er toch veel van genoten en zich nergens voor schaamden. Wat de buitenwereld dacht, moest die buitenwereld lekker zelf weten.

Mijn papa leerde mij om sociaal te zijn, een eigen mening te hebben en te doen wat ik leuk vind. Ik vermoed dat dat ook ongeveer de dingen zijn die G aan zijn dochter leerde. Een stoere en heldhaftige dochter die gisteren prachtige toespraken hield en een glas Westmalle hief op haar markante, gekke, gepassioneerde, welbespraakte papa.

G legde als afscheid van mijn papa een rode roos bij hem neer. Een verwijzing naar de trouw van mijn papa aan de PvdA? In ieder geval een eerbetoon. Gisteren was G’s afscheid en mijn papa was er niet om hem uit te zwaaien.

Ik weet dat het niet zo is, maar toch zie ik ze samen zitten daarboven. Glimmend van trots op hun dochters die het toch maar mooi voor elkaar hebben. Pilsje in de hand, sigaret in de mondhoek en af en toe de ogen dicht om goed naar de muziek te kunnen luisteren.

De leuke jongen uit de trein en ik dronken na afloop van de bijzonder afscheidsdienst in het Museum aan het Vrijthof een pilsje bij Café de Poort. Ik had eigenlijk zin in koffie, maar G en papa zouden het niet anders gewild hebben. En wat smaakte het goed. Proost, op de papa’s!

Op papa's