Zagen

“Papa, kom eens, ik zie iets stoers.”
“Dat is een zaag.”
“Ik wil die.”
“We zijn hier voor koekjes en yoghurt, niet voor een zaag.”

Zaag

“Ik wil die zaag!”
“We hebben thuis al een zaag.”
“Ik wil die zaag!” + stampvoeten en krokodillentranen.
“Lieverd, kijk eens, die mensen denken nu allemaal ‘wat een vreemde jongen’.”
“Ik wil die zaag!” + rammelen aan het rek en krokodillentranen.
“Lieverd, welke koekjes wil je?”
“Ik wil die zaag!”

Ik heb misschien makkelijk praten, zo zonder kinderen. Maar waarom vind je het een goed idee om uitgebreid met je zoontje van 2 (denk ik) in gesprek te gaan, terwijl hij de halve Aldi afbreekt?

Zeg tegen je kind dat ie stopt met zagen, zet ‘m in zijn kinderwagen, doe je boodschappen en loop naar buiten. Of denk ik dan te simpel?