Ik was jarig en ging naar Berlijn

Zo veel gezien en gedaan dat ik niet zo goed weet welk verhaal te vertellen. De leuke jongen uit de trein was een Geweldige Gids (ja, inderdaad met 2 hoofdletters). Ik was een klein beetje bang voor het ’24-uurs-effect’. Ik ben ernamelijk niet zo goed in me 1 of meerdere etmalen in de directenabijheid van dezelfde persoon te bevinden, in dit geval de leuke jongen uit de trein. We waren nog nooit zo lang ‘samen onderweg’. Die angst bleek totaal ongegrond, wevonden elkaar bijna 24 uur per dag lief.

Es war supertoll in Berlin:

De plaatselijke mode is er ultra kort. Liefst in de vorm van een precies onder de zakken afgeknipt spijkerrokje. Lange, dunne stelten eronder. En paraderen maar. Geheel tegen mijn vooroordelen over Duitse vrouwen in: die van Berlijn  weten hoe ze zonder luidruchtig te zijn de aandacht moeten trekken. Toeristen die zich aan het modebeeld aanpassen, snappen er daarentegen helemaal niets van. De Francaise naast ons in het internetcafe moest de rits van haar lakleren, rode hotpants helemaal openzetten om te kunnen gaan zitten. Geen fraai uitzicht.

Toeristen drommen in massale aantallen samen rond de toeristische ‘moetjes’. Ook als ze er uren voor in de rij moeten staan. Onder het mom van ‘dit doen we anders nooit’, had de leuke jongen uit de trein ineens gruwelijk veel last van zijn knie. En zo kwamen we de Rijksdag binnen via de invalideningang. Het was zijn acteerstukje meer dan waard. Prachtig gebouw met nog mooier uitzicht.

Bijna alles is groot of groots in Berlijn. De gebouwen, de pleinen, de parken, de terrassen. Het ene moment ben je omringd door oude gebouwen met een fascinerende geschiedenis. Het volgende moment door wolkenkrabbers, van kleur veranderende lichtkoepels en hijskranen.

Het horecapersoneel verstaat er zijn vak. Tongstrelende, versecocktails worden geserveerd met flair en vriendelijkheid. En als je debordjes met Happy Hour in de gaten houdt, kun je ze de hele dag tegeneen aangename prijs nuttigen. Ze nemen de term ‘uur’ niet zoletterlijk, want een Happy Hour duurt algauw vier keer zo lang. Wanneermerk je dat je verslaafd begint te raken? Als je de cocktails kuntbestellen zonder op de kaart te kijken…

Geografisch Gehandicapt

Ik ben Geografisch Gehandicapt. Mijn richtingsgevoel is dermate onderontwikkeld dat ik standaard de verkeerde kant uit wijs naar oost of west, koffieshop of domtoren, of wat dan ook.

Het is tijdrovend om een uur voor een afspraak te vertrekken, terwijl de ontmoetingsplek nog geen 3 kilometer verderop ligt. Het is treurig om bij elke wegomleiding of onvindbare richtingaanwijzer in de stress te schieten. Het is diep triest om na ruim een jaar nog steeds de verkeerde kant op te lopen als ik het kantoor van de eindredacteur achter me dichttrek en op weg moet naar de receptie.

Ik heb dan ook een diep respect voor mensen die na een eerste bezoek aan een stad de plattegrond meteen voor eeuwig in hun hoofd hebben. Of voor mensen die stranden in plaats X en die dan toch via een binnendoorweggetje richting plaats Y nog keurig op tijd zijn voor hun sollicatatie in plaats Z en dan zonder TomTom. Hoe doen ze dat dan, vraag ik me vertwijfeld af en dan probeer ik me tevergeefs dat binnendoorweggetje voor de geest te halen.

In Utrecht kan dat dus ook, verdwalen. Nu vind ik het nog leuk. Om elke straathoek een nieuwe ontdekking. En ik kom altijd weer thuis. Want de richtingaanwijzers naar Jaarbeurs en Centraal Station zijn niet te missen en laat ik daar nou praktisch naast wonen. Dus ik dank huisgenoot K op mijn blote knietjes voor deze kamer. Want als verdwalen niet meer leuk is (lees: als ik weer een ritme heb en dus altijd haast om van unie naar sportschool of van bijbaan naar kroeg te komen) dan is het verdomde mooi meegenomen  dat ik na een lange dag mijn warme bedje terug kan vinden. 

Ei, ei, ei, dit is leuk!

Eergister huppelde ik door de levendige, kleurrijke wijk Lombok. Met volle teugen de lucht van Turkse pizza en vers fruit opsnuivend.
Gister liep ik door ongezellig en lelijk Hoog Catharijne. Maar omdat het hemelwater gestaag op de stad bleef neerdalen, was ook dat geen straf. (Ik weet dat ik dat ene leuke jurkje eigenlijk echt niet nodig had).
Vandaag nam ik mijn Italiaanse verstekeling M mee de stad in. De stad waar ik niets van af weet en waar ik dus een waardeloze gids ben. Een plotselinge regenbui deed ons een ouderwets bruin cafe in vluchten. Met van die dikke rode velours gordijnen met gouden kwasten en donker houten meubels. Een stel vrolijke stamgasten aan de bar. En wij midden op de dag al aan het bier.

Met mij en Utrecht komt het helemaal goed. En M heeft vanavond de tijd van zijn leven als hij met 6 meiden aan het tapasbuffet zit.

Ik ben er klaar voor!

Vanuit Leiden, Amsterdam, Amersfoort en Utrecht kwamen de hulptroepen  sjouwen, zwoegen en een appeltaartje brengen. Ik heb zo’n lieve vrienden. Nadat alles boven stond (2 trappen met een gemene draai erin) belandden we in de kroeg tegenover. Vijf mensen uit Maastricht die nu allemaal in De Randstad wonen proostten op het goede leven en mijn nieuwe woning. De overburen schonken brand, hoe toepasselijk.

Ik ben er klaar voor! Klein meisje in de grote stad, holladieeeeee.

Laatste nacht

Nog een uur of wat en dan slaap ik voor het laatst in mijn ouderlijk huis. In het bed dat morgen meeverhuist naar Utrecht. In de enige kamer waar (nog) geen echo klinkt.

De laatste nacht in het huis waar ik met mijn nichtjes op een matras van de zoldertrap afgleed. Waar mijn zusje en ik elkaar een tijdlang briefjes schreven via de brievenbussen aan onze kamerdeur. (In een boze bui trapte ik haar brievenbus aan gort. Zij mocht van papa en mama die van mij toen ook stuk maken, maar kon dat niet over haar hart verkrijgen. Zo lief.) Waar de verkleedkleren in een ronde ton op zolder stonden. Waar we samen met mama paaseieren verfden. Waar ik voor het eerst een vriendje mee naar boven nam en onwennig naast hem op mijn bed zat. Waar papa elke middag even ging ‘nadenken’ op de bank. Waar mijn broertje al veel te jong meeluisterde naar onze ‘grote mensen gesprekken’ bij het avondeten. Waar ik uren in mijn vensterbank in de verte zat te staren. Waar ik op de verschrikkelijkste dag uit mijn leven binnen kwam in een kamer vol huilende familie.

Het is niet dat ik daarom slecht zal slapen straks.

Maar het doet wel een beetje pijn om een leeg huis dat uitpuilt van herinneringen achter te laten.

Voor wie wil weten hoe het afliep

Gevlucht van mijn vorige weblog met een dreigement voor een rechtzaak aan mijn broek en de opmerking dat ik aan ernstige verstandverbijstering leed, hield ik me even rustig. Niet dat de uiter van deze dreigementen een poot had om op te staan, ik noemde zijn naam immers niet en ook niet die van het bedrijf, maar toch. Met nog een openstaande factuur en een berg werk op zak, koos ik eieren voor mijn geld. Ik ben een lafaard.

Voor wie wil weten hoe het verder ging met mij en dat desbetreffende bedrijf nog even de afkortingen.
DD = Directeur Dramaqueen, ook wel de hoofdpersoon van mijn vorige blog, zijn naam zegt het al, hij kan van een onbeduidend akkefietje een reusachtig drama maken (iets waar ik zelf overigens ook best goed in ben)
HHH = Hare Hooghartige Hoer, officieel account manager, maar tussen de bedrijven/lakens/bureaus door eigenlijk de echte baas en specialist in het om haar vingers winden en weer laten vallen van (machtige) mannen
LL (en deze is nieuw) = Lange Lamzak. De persoon die het nodig vond mijn blog aan DD te laten lezen, maar inmiddels zelf alweer is ontslagen

"Daddy I’m coming home", sms’te LL naar DD toen deze laatste hem opnieuw had aangenomen. Ondanks dat LL al eens ontslagen was vanwege totale onbetrouwbaarheid, fraude en een drankprobleem waren beide nog steeds goed bevriend. Nu LL vader geworden was en ‘dus’ verstandig, durfde DD het aan hem een nieuwe kans te geven. Dit ook ter grote vreugde van HHH, die graag een glaasje drinkt met LL.

LL kwam binnen (vlak voor mijn laatste werkdag) met de woorden: "Ik ga hier de boel weer even op de rit zetten." Aan roddelnicht M wist hij op de een of andere manier mijn weblogadres te ontfutselen, want "We gaan nu allemaal voor hetzelfde doel, allemaal de schouders eronder, we kunnen geen stoorzender gebruiken."

Nog geen maand was LL aan het werk of hij begon al te laat te komen, of met zijn ogen nog half dicht. Veel meer dan prive telefoontjes plegen deed hij ook al niet. En ten slotte kwam hij helemaal niet opdagen en bleef een paar dagen onbereikbaar. Tot HHH hem tegenkwam bij de appie waar hij doodleuk flessen wijn stond in te slaan. Dat was het einde van LL. En of het voor die paar weken nu de moeite was mij te verraden?!?

Mijn aftocht was volledig zonder glans. De laatste werkdag van collega A was daarentegen spectaculair. Hij nam op staande voet ontslag (en werkelijk niemand in het bedrijf zelf wist dat hij dit zou doen) liep de deur uit en twee vrienden die allebei nog een appeltje te schillen hadden met DD (lees: ze hadden nog geld van hem moeten krijgen) overhandigden hem de sleutels van een dikke auto waarmee hij wegscheurde zonder achterom te kijken. "Ik ga en ik kom niet meer terug." De woorden smaakten hem zoet als aardbeien met slagroom.

Bijna alle collega’s waar ik het goed mee kon vinden zijn er nu vandoor. De altijd vrolijke collega P diende zijn ontslag in een paar dagen voordat A het deed. En zo loopt het dus af met het bedrijf van DD. Maar ook met dit onderwerp. Want ik heb geen interne spionnen meer.