Een feest voor echte vrienden en restkennissen

Het organiseren van een groot feest blijkt bijna net zo’n goede graadmeter voor het ontdekken van wie mijn echte vrienden zijn als het overlijden van mijn papa. Al roept de leuke jongen uit de trein dat ik daar geen feest voor nodig heb, dat ik zo ook wel kan raden wie echte vrienden zijn en wie voor ‘restkennissen’ door zouden moeten gaan. Ik vind zelf dat er, net als bijna tien jaar geleden, enkele verrassingen tussen zitten.

En dan heb ik het niet over de aardige jongen die mij anderhalve week geleden dumpte per sms, dat was veel meer dan een verrassing, dat was de spreekwoordelijke donderslag bij heldere hemel.

Bij de crematie van mijn vader waren er veel lieve vrienden. Mensen waarvan ik het niet verwachtte, omdat ik er op dat moment niet zo veel contact mee had, namen er een vrije dag voor en stapten -soms uren- in de auto of de trein. Er werden ontelbaar veel armen om mijn schouders geslagen, er kwamen stapels lieve kaartjes binnen. En met wie hem kende, deel ik nog regelmatig herinneringen. Bij mijn vrienden kan en mag ik ook nu nog huilen.

Een paar mensen ontbraken die dag, maar ook onder de mensen die er wél waren, zaten exemplaren die me later nooit meer vroegen hoe het met me ging, of mijn moeder het een beetje redde, of ik goed met mijn zusje kon praten, of mijn toen nog kleine broertje wel besefte wat er gebeurd was. Het onderwerp werd vakkundig vermeden of, als ik er zelf over begon, genegeerd. Niet meteen een reden om mensen af te schrijven als vriend, want ik besef heel goed hoe moeilijk het is om met iemands verdriet om te gaan. Ik had ook geen idee hoe ik met mijn toenmalige huisgenoot om moest gaan toen zijn broertje, twee maanden voor het overlijden van mijn vader, omkwam bij een auto-ongeluk. Wat uiteindelijk wel meespeelde om vrienden op mijn ‘verwaterlijstje’ te zetten, waren opmerkingen in de trant van ‘dat ik nu wel lang genoeg verdrietig was geweest’ (mijn toenmalige vriend was daar bijzonder goed in) of gejank over een verkouden konijn of een verdronken goudvis.

Op 11 augustus 2012 komt dan eindelijk dat grote feest waar ik iedereen al gek mee maak sinds ik vorig jaar mijn scriptie inleverde. En net als tien jaar geleden, blijkt ook nu: ik heb de liefste vrienden van de hele wereld. Wat een schatten!!! Ze hebben er verre reizen voor over in ellendig openbaar vervoer. Ze komen als Bob, als het echt niet anders gaat, terwijl het normaal gezien stevige drinkers zijn. Wie geen slaapplek meer heeft bij ons thuis, boekt een hotel, of haast zich naar de laatste trein. Ze gaan op zoek naar de leukste cadeaus. Ze verzetten andere afspraken om erbij te kunnen zijn. Ik voel me echt vereerd. En de vrienden die niet komen, hebben stuk voor stuk een verdomd goede reden. Dat ze in Ierland wonen bijvoorbeeld, of dat de uitnodiging voor een ander feest nog net even eerder was.

Net als na het overlijden van mijn papa, zitten ook nu de grootste aangename verrassingen onder de mensen die ik eigenlijk niet tot mijn beste vrienden rekende. Mensen die ik het geen seconde kwalijk zou nemen als ze niet zouden komen. Zij komen massaal mee feesten. Hoe lief is dat?!

Maar auw voor de ontdekking van de vergissing. Ik had gedacht dat ik er inmiddels tegen zou kunnen, maar het deed toch een beetje pijn dat er mensen waren die ik tot mijn goede vrienden rekende die niet reageerden op de uitnodiging (2 maanden voor het feest gestuurd), geen antwoord gaven op de herinnering (3 weken voor het feest gestuurd), en zelfs niets lieten weten op een laatste moment sms’je of voicemailbericht op de dag dat we in de kroeg moesten doorgeven hoe veel mensen er zouden komen. ‘Vrienden’ die de telefoon uiteindelijk opnamen, zeiden op zakelijke toon dat ons feest ze niet zo goed uitkwam en vonden het de normaalste zaak van de wereld dat ze dat nog niet hadden laten weten.

En toch. Ook tussen de mensen die niets van zich lieten horen, of een (in mijn ogen) onbenullige reden hadden om niet te komen, zitten er een paar waarmee ik het toch niet opgeef. Omdat we al zo ver terug gaan. Omdat we ooit wél lief en leed deelden. Of omdat we familie zijn.

Voor het volgende feest worden ze gewoon weer uitgenodigd.

 

Gedumpt per sms

Er was eens een jongen. Hij woonde in een levendig straatje in een verder rustig stadje. Hij had een goed stel hersens en een leuk koppie. Hij had een goede baan en -na wat heftig verlopen en weer afgebroken romances- een leuke vriendin. Hij was sportief en hield van avontuur. Daarnaast leefde hij voor muziek en voor zijn vrienden. In zijn vrienden investeerde hij meer dan dat hij terugkreeg, althans in mijn geval. Mea culpa.

Als hij belde om iets af te spreken, voelde ik me direct schuldig. Het betekende dat we elkaar al schandalig lang niet gezien hadden. Dan trok ik mijn agenda en spraken we iets af. Dan treinde ik naar zijn stad of hij zakte af naar het zuiden. Dan keken we foto’s van zijn laatste reis of luisterden we muziek van door hem ontdekte bands of door hem bezochte concerten. Mijn mp3-speler staat er vol mee.

Deze avontuurlijke, sportieve jongen besloot ergens in de afgelopen maanden dat onze vriendschap voorbij is. Met als aanleiding een carnavalsavond in februari waarvan ik me niet meer alles herinner. Toen ik hem gister een sms’je stuurde om iets af te spreken, kwam er binnen een minuut een boodschap terug die weinig aan de verbeelding overliet: hij wil niet meer met me omgaan en ik hoef nooit meer contact met hem op te nemen.

Ik ga er blindelings vanuit dat ik iets lomps heb gezegd. Misschien maakte ik een rare opmerking tegen zijn vriendin. Misschien stelde ik een domme vraag waarop ik het antwoord al lang had moeten weten. Het zou ook kunnen dat we die bewuste carnavalsavond iets hebben afgesproken wat ik later weer ben vergeten. De reden voor zijn boosheid, is ongetwijfeld mijn fout. Frustrerend dat ik geen enkel idee welke fout ik heb gemaakt.

Verbijsterd keek ik naar mijn telefoon. Mijn maag ging onmiddellijk in de knoop. Mijn hart kroop naar mijn keel. In de linker ooghoek van mijn rechter oog begon een traantje te kriebelen. Ik opende zijn bericht opnieuw en opnieuw. Vannacht heb ik liggen woelen als een woelrat. Ik voel me ontzettend dom. Hoe kan ik het gemist hebben? Hoe kan het me ontgaan zijn dat ik iemand die ik goed dacht te kennen zwaar heb gekwetst? Het feit dat ik hem in april nog belde om hem een fijne verjaardag te wensen en hij toen deed alsof er niet aan de hand was, zelfs de volgende dag nog een sms stuurde om me te bedanken, zou daar wel iets mee van doen kunnen hebben…

We zagen elkaar maar een paar keer per jaar (in elk geval tijdens carnaval) en misten elkaar niet, want we wisten allebei dat als we elkaar weer zouden zien, het gezellig als vanouds zou zijn. Nu zie ik hem misschien nooit meer. Ik mis hem nu al.

Blijkbaar moet er voor alles een eerste keer zijn. Ook voor gedumpt worden per sms. Carnaval maakt meer kapot dan je lief is.

Rampzalige allemansvriend

Hij heeft gelijk, de leuke jongen uit de trein, zo ongeveer elke keer als hij vraagt “Waarom vraag je het mij dan?!” In dit geval riep hij dat naar aanleiding van mijn vernieuwde lijst met wie ik allemaal voor ons feest heb uitgenodigd dat op 11 augustus gaat plaatsvinden. Een feest ter gelegenheid van (onder andere) mijn afstuderen, ons samenwonen, mijn verjaardag. Een feest als bedankje aan iedereen die ons ooit hielp met klussen of verhuizen en een feest omdat we toch nooit gaat trouwen. Een feest dat we, als het aan de leuke jongen uit de trein ligt, helemaal niet hoeven te geven. Maar ik kan een enorme zeur zijn…

Mijn grote mond wint het te vaak van mijn verstand. En ik houd me altijd aan mijn woord, behalve tegen de leuke jongen uit de trein blijkbaar. Of het nu gaat om “Volgend jaar ren ik de 10 kilometer” of om “Als je meewerkt aan mijn afstudeeronderzoek, mag je op mijn feestje komen.” Waarom heb ik niet gewoon en boekenbon verloot onder de deelnemers aan mijn scriptiegeneuzel? Bovendien, de meeste mensen kunnen zich mijn afstudeeronderzoek niet eens meer herinneren, zo lang is het geleden. Dus als ik mijn woord gebroken zou hebben, zou het lang niet iedereen zijn opgevallen.

Maar dus. Ik netjes overleggen met de leuke jongen uit de trein over het aantal gasten (feestruimte en feestbudget zijn ten slotte beperkt) en dan vervolgens toch veel meer mensen uitnodigen. Allemaal aardige mensen natuurlijk, maar de leuke jongen uit de trein kent ze niet eens. En het is ook ZIJN feest. Ik ben onverbeterlijk.

Lelijkheid bij de eerste zonnestraal

Hoe komt het toch dat mensen die het absoluut niet kunnen hebben bij de eerste zonnestraal denken dat ze hotpants aan moeten of een naveltruitje? Of dat ze hun niet zo poezelige voetjes in opzichtige open schoentjes moeten proppen. Sommige beelden blijven op mijn netvlies staan. Brrrrr.

En wat ik me dan afvraag: hebben die meiden geen vriend of vriendinnen? Want die van mij zouden me ze echt de deur niet uit laten gaan. Mijn vriendinnen roepen soms al voor ik zelf in de spiegel van het pashokje heb gekeken dat ik iets beter uit kan trekken. En de leuke jongen uit de trein steekt het ook niet onder stoelen of banken als hij vindt dat iets me niet staat.

Weekendje weg

Eens in de zoveel tijd ga ik met vrienden en daar de vrienden van een weekendje weg. Vrienden van vrienden die ik zonder die vrienden nooit zou zijn tegengekomen, laat staan dat ik er vrienden mee zou zijn geworden.

De mannen zijn gemakkelijk, die worden gewoon een paar jaar jonger in zo’n weekend. Flauwe moppen, boeren en scheten, wekkers verstoppen onder je bed, met bierdopjes schieten en uren klooien met barbecue en vuurkorf. Voorop lopen met wandelen. Heuvels op en af rausen met een mountainbike. Instinctief gedrag. Dat kan ik aan. Althans voor een weekend.

De vrouwen -op vriendin J na- zijn zo avontuurlijk als een deurpost. Het liefst hangen ze het hele weekend op de bank met hun man. Dat buiten de zon schijnt en de omgeving waar we logeren prachtig is, lijkt ze te ontgaan. Ze willen spelletjes doen, een tijdschrift lezen uit de categorie ‘damesblad’, of praten over dingen waar ik niets mee heb zoals trouwen en op vakantie gaan met de caravan. Als ze na minutenlang overleg (dat in mijn beleving steevast uren lijkt te duren) toch besluiten mee naar buiten te gaan, houden ze het na één rondje op de fiets, of één omgevallen boomstam op het bospad voor gezien. Kan ik weinig mee.

Toch ga ik mee. Iedereen is aardig en de ingrediënten (chips, bier, vlees) zijn uitstekend. Het is heerlijk dat iedereen op zo’n weekendje volledig zichzelf is en doet waar hij/zij zin in heeft. Ook vriendin J -sinds het weekend beter bekend onder de naam Alphavrouwtje- en ik. Vraag dat maar aan het veteranenelftal dat in het huisje naast ons logeerde…

Slecht gefrituurde bitterballen opwarmen op de barbecue?!?