Bedankt dat je er was

G was een goede vriend van mijn papa. Ze ontmoetten elkaar op school, waar mijn papa les gaf en hij les kwam geven. Ze waren niet lang collega’s, maar bleven wel altijd vrienden. Ze deelden de liefde voor geschiedenis (en hoe het toch kan dat we maar niet van het verleden leren), muziek, kamperen, vuur (in vuurkorf of open haard), bier en sigaretten. Op andere vlakken waren ze het hartgrondig met elkaar oneens, maar daar kon altijd over gediscussieerd worden. Al veranderden beiden nooit van standpunt.

Als begroeting kusten ze elkaar op de mond. Hun warme begroeting klopte, paste precies in het plaatje. Twee mannen die het niet altijd gemakkelijk hadden met het leven, maar er toch veel van genoten en zich nergens voor schaamden. Wat de buitenwereld dacht, moest die buitenwereld lekker zelf weten.

Mijn papa leerde mij om sociaal te zijn, een eigen mening te hebben en te doen wat ik leuk vind. Ik vermoed dat dat ook ongeveer de dingen zijn die G aan zijn dochter leerde. Een stoere en heldhaftige dochter die gisteren prachtige toespraken hield en een glas Westmalle hief op haar markante, gekke, gepassioneerde, welbespraakte papa.

G legde als afscheid van mijn papa een rode roos bij hem neer. Een verwijzing naar de trouw van mijn papa aan de PvdA? In ieder geval een eerbetoon. Gisteren was G’s afscheid en mijn papa was er niet om hem uit te zwaaien.

Ik weet dat het niet zo is, maar toch zie ik ze samen zitten daarboven. Glimmend van trots op hun dochters die het toch maar mooi voor elkaar hebben. Pilsje in de hand, sigaret in de mondhoek en af en toe de ogen dicht om goed naar de muziek te kunnen luisteren.

De leuke jongen uit de trein en ik dronken na afloop van de bijzonder afscheidsdienst in het Museum aan het Vrijthof een pilsje bij Café de Poort. Ik had eigenlijk zin in koffie, maar G en papa zouden het niet anders gewild hebben. En wat smaakte het goed. Proost, op de papa’s!

Op papa's

 

Kaartenhuizen

kaartenhuis-blog.pngVervelende incidenten met werkgevers die gouden bergen beloofden maar hun afspraken niet nakwamen, hebben mij veel mensenkennis opgeleverd. Collega’s die met zo’n soort baas de beste positie hadden zonder hard te werken, waren eveneens een eye opener. Ook positieve gebeurtenissen waarbij vage kennissen in goede vrienden veranderden, leerden mij veel. Bepaalde karaktertrekken en denkwijzen heb ik tegenwoordig snel in de gaten en mijn eerste indruk van iemand, blijkt vaak juist.

Voor de buitenwereld

Maar soms laat ik me blijkbaar voor de gek houden door het picture perfect life dat vrienden delen via social media en tijdens etentjes en feestjes. Zonder dat ik ooit een barstje zag, gaan twee stellen uit elkaar. Koppels waarvan ik beide ‘helften’ een beetje dacht te kennen. Partners die in mijn beleving voor elkaar waren gemaakt. Gezellige mensen die het leven vierden op festivals en in restaurants, op verre vakanties en in de kroeg om de hoek. Levensgenieters waarover ik regelmatig tegen de leuke jongen uit de trein zei: ‘zo tof wat die twee allemaal doen’.

Bij elkaar horen

Ik vind het verschrikkelijk voor de ‘scheiders’ en hun kinderen. Ik sla armen om schouders, bied schouders om op te huilen en een huis om in te schuilen. Ik deel zakdoekjes uit zo lang de voorraad strekt en geef advies of houd juist mijn mond. Zoals dat in de bepalingen van het vriendschapscontract is vastgelegd.

Maar ik ben me dus ook rotgeschrokken. In mijn hoofd wonen nog een paar koppels die bij elkaar horen zoals krant & ontbijt, gin & tonic, rijstepap & kaneel. Het zal toch niet dat zij ook ineens gaan scheiden?

Hoezo liggen?

Waarom heet het eigenlijk in scheiding liggen? Omdat je leven op dat moment overhoop ligt? Maar ook in dat tweede geval vraag ik me af waarom we het woord liggen gebruiken. Misschien omdat de betrokken het liefst in bed gaan liggen met de deken over hun hoofd?

 

Op dit moment #7

In de chaos waar ik eergisteren over schreef, komt langzaam structuur. Gisteren een tandje bijgezet en terwijl de interieurverzorgster als een razende Roeland door het huis ging, tikte ik twee interviews bij elkaar, plande ik een paar afspraken en betaalde ik een rekening die eigenlijk al betaald had moeten zijn. Ik ben er nog niet, maar de weg naar meer overzicht en minder stress is weer ingeslagen.

Genieten van: de lente. Het frisse groen aan de bomen. Het gezoem van hommels en bijen. De merel die op het hoogste punt van de hoogste boom het hoogste lied zingt. Zonder jas naar buiten. Leuke potten kopen bij Dille & Kamille en ze vullen met kleurrijke planten. Zaadjes die nu komkommer- en tomatenplanten worden. Ik zit soms als een blij ei in de tuin, heerlijk!

Blij met: mijn vrienden die altijd zo begripvol zijn, met me meedenken, me aanmoedigen, maar me ook wel eens door elkaar rammelen. Vrienden die zeggen dat ik attent en geïnteresseerd ben en vinden dat ik trots op mezelf mag zijn omdat ik van droevige sollicitatiebrievenschrijver een voltijds werkende ‘allesschrijver’ ben geworden. Die bevestiging heb ik soms nodig. Dankjewel lieverds.
Blij ook met de leuke jongen uit de trein, die mij het allervaakst door elkaar rammelt. Dat is goed, want dat heb ik nodig. Armen om me heen slaan, doet hij ook heel vaak. Net als vragen hoe mijn dag was, nieuwe muziek opzetten en lekker koken. Ik bof.

Balen van: bh’s die zo ver versleten zijn dat ik echt nieuwe moet. Ik HAAT het om nieuwe bh’s te kopen. Met mijn maat (80F) is dat altijd een dure aangelegenheid. En de keuze is niet reuze. Het liefst zou ik bh’s een beetje anoniem passen, bij de H&M of de C&A, maar dat hoef ik niet te proberen. Dus wordt het altijd een speciaalzaak met een verkoopster die om de drie minuten vraagt hoe het gaat.

Aan het lezen in: Kom hier dat ik u kus van Griet Op de Beeck. Vannacht las ik de eerste twee hoofdstukken en ik moest moeite doen het boek weg te leggen. Ik herkende veel uit de gedachtewereld van de zesjarige hoofdpersoon: het buitenspelen en geen idee hebben hoe die scheur in mijn broek komt, of enthousiast aan het tekenen slaan en per ongeluk een stuk tafelkleed kleuren. Gelukkig hoefde ik niet voor straf over dat soort dingen na te denken opgesloten in een donkere kelder. Ik kwam er vaak met een ‘het geld groeit niet op onze rug’ vanaf.

Aan het kijken naar: alle drie de variaties van NCIS. Niet op de momenten dat ze worden uitgezonden, maar de ene week niets en de andere week zes afleveringen. Als ik weer eens geen idee heb hoe veel ik achterlig en of er iets is opgenomen, vraag ik aan de leuke jongen uit de trein: “Heb ik nog vriendjes?” NCIS is niet per se heel hoogstaand en soms weten we in de eerste tien minuten al wie het heeft gedaan, maar ik houd van de karakters. De briljante wetenschapper en liefhebber van doodskisten en vleermuizen Abby uit ‘Washington’, de gortdroge, neurotische spraakwaterval Deeks uit ‘LA’ en de complotdenkende nerdy held tegen wil en dank Sebastian uit ‘New Orleans’.

We hadden plannen en begonnen aan Dance around the World en Dream School, maar kwamen in beide gevallen niet verder dan twee afleveringen. Puur uit tijdgebrek. We zijn niet vaak tegelijkertijd thuis. En als dat wel zo is, moeten we ‘mijn vriendjes’ al terugkijken.

Aan het luisteren naar: mijn tienertijd. In de auto naar Roermond draaide ik deze week het eerste album van K’s Choice, eind 1993 opgenomen. Het jaar dat ik 13 werd en me net begon te interesseren voor muziek. Al had ik als dertienjarige nog niet echt door hoe grappig en/of pijnlijk sommige teksten zijn.
Op de terugweg zette ik een verzamelaar van PUR op. Een band waar veel naar geluisterd werd in de Duitse tak van onze familie. Toen alles nog ‘goed’ was en wij daar kind aan huis waren. Duits heb ik altijd makkelijker verstaan dan Engels en bij PUR-liedjes moet ik vaak hardop lachen of luidkeels huilen. Nooit houd ik mijn ogen droog bij Wenn sie diesen Tango hört en dan vooral dit stukje:

ein ganzes Leben lang zusammen
gelitten, geschuftet, gespart
jetzt wär’ doch endlich Zeit für mehr
jetzt ist er nicht mehr da

Dat heeft deels te maken met mijn papa en mama, die hard werkten, drie kinderen en hobby’s hadden en daardoor soms geen tijd voor elkaar. Dat zou binnenkort verbeteren, als de toneeluitvoeringen die papa regisseerde plus de feestdagen achter de rug waren… Gelukkig komt even later Drachen sollen fliegen voorbij en daar zit een stukje in dat keihard meegezongen moet worden. Huilen en zingen gaat niet tegelijk, dus hoppa:

laß mich endlich fliegen
kapp die Nabelschnur
denn Drachen sollen fliegen
ohne feste Spur

Eten: is misschien wel mijn grootste hobby. Ik kan bijna net zo hard genieten van eten als van in de zon zitten met een boek. De laatste tijd hangen we van buiten de deur eten aan elkaar. Met vrienden, (oud-)collega’s, netwerkverenigingen. Allemaal super lekker en gezellig. Turks restaurant Mandalin was het hoogtepunt. Op de weegschaal betekent dat helaas een dieptepunt. Maar we zijn weer op de goede weg. De leuke jongen uit de trein maakte vorige week een overheerlijke goulash en ik bouwde er een smakelijke salade bij. Afgelopen weekend maakte ik een prima quiche boordevol verse groente.  Voor vanavond twijfel ik nog tussen witlof en puree of pittige boontjes en zilvervliesrijst. Gezonde zaken.

Sporten: lukt nauwelijks. Nog steeds geblesseerd. Hielspoor. Gelukkig zijn de nieuwe steunzolen onderweg. Rennen zou dan geen pijn meer moeten doen. Het zal mij benieuwen. Ik ben bang dat het te laat is om de 10 kilometer succesvol af te leggen bij Maastrichts Mooiste in juni. Zwemmen ben ik trouw blijven doen, maar deze week kan ik niet gaan vanwege bereikbaarheidsdienst. Die bereikbaarheidsdienst is overigens best fijn, want ik krijg er goed voor betaald en ik leer er ontzettend veel van, maar het is ook onhandig voor een chaoot als ik. Voortdurend controleren of ik mijn pieper en telefoon bij de hand heb. En dus niet naar de sportschool of het zwembad kunnen.

Leuke dingen om naar uit te kijken: zijn er altijd. Ik verheug me nu al op vanavond en dat ik dan verder mag lezen in mijn boek. Ik heb zin in het Bevrijdingsfestival in Roermond waar ik als interviewer, gastvrouw en verslaggever rondloop. Grote kans dat ik daarvoor nog minimaal één nieuwe klant binnenhaal, dat is ook fijn. Ik kijk uit naar de vakantie tussen Hemelvaart en Pinksteren. Hoewel vakantie een wat groot woord is. Door mijn ongeorganiseerde bestaan, heb ik het plan om zeep geholpen om echt op vakantie te gaan. In ieder geval ga ik een dag of tien niet schrijven. Wel (fairtrade) lunchen met een burgemeester en twee wethouders. Hopelijk veel tijd met de leuke jongen uit de trein.

Wat een leven.

Pubermeisjes

Kwart over tien ’s morgens.

Met een triomfantelijk gezicht komt ze de supermarkt uit. Demonstratief gooit ze haar zakje met boterhammen in de vuilnisbak en trekt een zak chips open. Ze is een jaar of twaalf. Ze is dun. Ze draagt een strakke spijkerbroek met gaten op de knieën, zoals dat blijkbaar weer helemaal in de mode is. En ondanks de dikke laag make-up kan ik zien dat ze bleek is en dat ze haar jeugdpuistjes niet helemaal onder controle heeft. Een van de twee vriendinnen die buiten op haar zit te wachten, vindt het maar niets. Ze trekt haar wenkbrauwen op en neemt nog een hap van haar boterham (ook uit een plastic zakje, jammer). De andere vriendin vindt het juist een super stoere actie en roept “Vet ontbijt! Mag ik ook wat?”

Ik loop de supermarkt binnen en denk van alles over populaire meiden, meelopers en buitenbeentjes. Over hoe je chips als ontbijt kunt nemen en toch zo dun kunt zijn. En over hoe gemeen meiden tegen elkaar kunnen zijn. Wordt het meisje dat wel haar boterhammen at straks uit het vriendinnengroepje gemikt?

Ik kan maar één conclusie trekken: ik ben blij dat ik geen twaalf meer ben.

De liefsten

20150203_143957

Mijn vrienden en familie zijn de liefsten. Geen discussie over mogelijk.

Er kwam bezoek. Veel bezoek. Met een vrolijke bos gele bloemen. Met wafels. Met een plantenbak vol voorjaar. Met een gelukspoppetje. Met oprechte interesse, bezorgde vragen, liefdevolle adviezen en het aanbod om boodschappen te doen of te koken.

Er stond een postbode aan de deur met een mooie wens in chocoladeletters. En er kwamen kaartjes. Veel kaartjes.

Ik ben een blij mens.

Nostallegassie

Aangeschoten, maar alles in gedachten nog helder overziend, bedacht ik me vannacht aan de bar in onze stamkroeg dat gedane zaken geen keer nemen, wie gelooft zalig wordt, en ik een nostalgische draak ben.

Nu de bijzonder goed gesmaakte kerstdagen achter de rug zijn en de alcohol weer uit mijn bloed is, kan ik voorzichtig aan de goede voornemens beginnen. Niet meer verlangen naar wat ooit was, niet meer hopen tegen beter weten in, zou een goed voornemen kunnen zijn.

Ik was een beetje verdrietig vannacht, ondanks het goede gezelschap van de leuke jongen uit de trein. Jarenlang gingen we met een groep vrienden op stap op 26 december, stoom afblazen na alle familiekost. Ieder jaar probeer ik die traditie overeind te houden, maar sinds een jaar of vier haken er steeds meer mensen af. Gisteravond kwam niemand opdagen, vage beloftes vooraf (die misschien alleen gedaan waren om van mijn gezeur af te zijn) ten spijt.

Om mij heen wordt steeds meer belang gehecht aan huiselijkheid. In mijn ogen komt dat vaak overeen met saaiheid. Maar ik zou niet zo hard moeten oordelen. Ook van oud op nieuw zal ik mijn vrienden niet de straat op krijgen, evenmin als in het komende festivalseizoen. Daar moet ik me maar eens bij neer gaan leggen.

Ondertussen ben ik zelf een gespleten persoonlijkheid. Verlangen naar wat was, terwijl andere dingen me niet snel genoeg kunnen veranderen. Dingen die je onder huiselijkheid of saaiheid zou kunnen scharen. Zoals een groter huis, een vaste baan en een hond.

Aan iedereen, maar vooral aan mijn vrienden die ik supergraag zie: een gelukkig, gezond, gezellig en geslaagd 2015 gewenst vol verrassingen en dromen die uitkomen. Ik houd van jullie.

Koude kalkoen

Net heb ik in een opwelling op ‘Facebook account verwijderen’ geklikt. Of ik het ga redden om in de slim ingebouwde ‘afkoelperiode’ van 14 dagen weg te blijven, weet ik nog niet. Ik weet wel dat ik veel te veel tijd doorbracht op dit niet zo sociale medium. De kijk-hoe-leuk-mijn-leven-is-berichten van anderen kwamen mijn neus uit. Hoe veel foto’s van te goed gelukte maaltijden en zonovergoten vakanties kan ik nog aan? Niet veel meer volgens mij.

Maar erger nog dan de ergernis aan de blije posts en plaatjes van anderen, is dat ik me zelfs erger aan mijn eigen berichten. Want stiekem weet ik ook wel dat het mijn “vrienden” niet zo veel kan schelen dat ik het retedruk heb, dat ik van opdracht naar opdracht ren, dat ik tussendoor ook nog ‘ja’ zeg op van alles en dat mijn leven een chaos is. Ik hoorde ze al denken ‘Daar komt ze weer’ op het moment dat ik op ‘plaatsen’ duwde. Waarom ik die berichten dan toch deel met mijn Facebookende medemens? Geen idee. Hang naar aandacht misschien?

Met een tiental freelance opdrachten op mijn bord en feestdagendrukte met bijbehorende extra lange openingstijden bij mijn loondienstbaan heb ik wel wat anders te doen dan elk uur op Facebook kijken om te zien of ik nog iets heb gemist. Bloggen bijvoorbeeld 😉

Van een moment waarop ik zelf totaal niet met Facebook bezig was, verscheen een foto op Facebook.

Van een moment waarop ik zelf totaal niet met Facebook bezig was, verscheen een foto op Facebook.

Filosoferen over vriendschappen

“Heel even bestaat er misschien een soort van vriendschap tussen moeder en dochter. Tot dochter thuiskomt met een vriendje dat moeder niet ziet zitten. Dan is het meteen afgelopen.”

De leuke jongen uit de trein en ik zitten middenin het theaterseizoen van 2014. Bijna elke week gaan we naar een voorstelling en net als de afgelopen drie jaar zullen we ook deze zomer in een klein zwart gat vallen. Gelukkig beginnen dan de festivals. Gisteravond was het tijd voor de Avond van het Woord met als thema vriendschap. Hoe vriendschap ontstaat en weer ophoudt. Dat vriendschappen die een leven lang meegaan, zeldzaam zijn. Dat mannen boezemvrienden zijn en vrouwen hartsvriendinnen. Over vriendschappen tussen mannen en vrouwen, waarvan veel mensen vinden dat die onmogelijk zijn. Over vriendschappen tussen ouders en kinderen, die volgens familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt niet bestaan, omdat ouders en kinderen nooit een gelijkwaardige relatie hebben.

Over vriendschappen die alleen bestaan omdat ze nuttig zijn, deed onderzoeksjournalist Joep Dohmen een boekje open. Limburg spant de kroon waar het om dit soort vriendschappen gaat, waarmee mijn frustratie over zonder vriendjes op de juiste plekken geen baan vinden, goed onderbouwd werd. Het mooiste verhaal kwam van mijn favoriete schrijfster Lieve Joris, die door haar vele reizen vooral ‘treinvriendschappen’ onderhoudt. Mensen zijn openhartig tegen Lieve, terwijl ze samen reizen van A naar B, want misschien zien ze haar nooit meer terug.

Filosoof Paul van Tongeren haalde zijn belangrijkste leermeester op het gebied van de vriendschap aan, Aristoteles, volgens wie vriendschap gelijk staat aan wederkerige welwillendheid, oftewel de houding dat je elkaar wederzijds het beste toewenst en dat ook van elkaar weet. Ik ben gezegend met een tiental vrienden die aan die definitie voldoen. Ik ben daar ongelofelijk blij mee. En terwijl ik dit schrijf, overvallen schuldgevoelens mij vanwege al die vrienden waar ik al veel te lang niet naar geïnformeerd heb. Gelukkig kun je met echte vrienden altijd de draad weer oppakken.

 

 

Memorabele avond

Het is 18.30 uur. Misschien wat vroeg, maar toch geen heel uitzonderlijk tijdstip om een restaurant binnen te lopen. We kiezen voor een sushirestaurant. Het is er leeg en een beetje donker. De stilte is er oorverdovend. Het enige geluid komt uit het aquarium waarin verveelde vaaloranje vissen zwemmen. De pomp van het glazen gevaarte klinkt als een toilet dat na het doorspoelen is blijven lopen. Onze eerste indruk is niet bijzonder positief, maar we durven het wel aan, ondanks de goedkope tegeltjes tegen de wanden, die meer aan een shoarmatent doen denken dan aan een plek waar je verfijnde Japanse gerechten krijgt.

Van achter de toog duikt een jongetje op dat niet ouder kan zijn dan 12. Er volgt een wonderlijk gesprek, waarbij het jongetje ons nauwelijks aan durft te kijken.
“Willen jullie Chinees of Japans, want Chinees hebben we niet?”
“Haha, doe dan maar Japans.”
“Hebben jullie gereserveerd?”
Wij kijken het restaurant in en worden aangestaard door veertig lege stoelen.
“Nee we hebben niet gereserveerd, is dat erg?”

Het duurt lang voordat er een volwassene het restaurant binnen loopt, het duurt lang voordat deze meneer besluit om menukaarten te brengen, en het duurt een eeuwigheid voordat hij onze bestelling komt opnemen. Wij worden er een beetje zenuwachtig van, want we zijn onderweg naar een concert waar we geen noot van willen missen.

Het personeel blijkt gespecialiseerd in het stellen van bijzondere vragen. De meneer komt terug met een kannetje saké en vraagt aan mijn buurjongen: “Waar zal ik het neerzetten?”
Zijn gevatte antwoord: “Nou, zet het maar voor me op tafel.”

En verder gaat het grote wachten. Het duurt nog een dik half uur voor de eerste gerechtjes op tafel staan. Gerechtjes waarmee ons wachten niet echt wordt beloond. De zalmsushi druipt van het vet, tussen de sojabonen zit een haar, de futomaki vallen uit elkaar en de temaki zijn taai. Toch bestellen we nog een tweede ronde, want het concept is ‘all you can eat’ waarvoor we veel geld per persoon moeten neertellen. Bovendien moeten we een bodem leggen voordat we bij de jaren ’90 helden van dEUS uit ons dak kunnen gaan.

Bij het brengen van de tweede ronde, waar we ook weer een half uur op wachten, stoot de meneer een sojakannetje om. “Dat was niet de bedoeling”, is alles wat hij erover zegt. Het ligt bij ons allemaal op de lippen om te reageren met “Er gebeuren hier wel meer dingen die niet de bedoeling zijn!” Maar we houden ons in, goed opgevoed als we zijn.

We hadden vijf rondes mogen nuttigen, maar moeten er noodgedwongen vandoor na de tweede. Niemand vindt het erg.

Het bleef nog lang onrustig in Zwolle. En in onze magen.

2013, wat een jaar

Rijkelijk laat, maar ik had in Berlijn hele andere dingen aan mijn hoofd, zoals het vinden van de smakelijkste currywurst, de geschiedenis van de ooit gespleten Duitse hoofdstad op me in laten werken, en het nieuwe jaar verwelkomen met zo’n 700.000 feestgangers aan de voet van de Brandenburger Tor.

Mijn overzicht van 2013:

Volkomen zen

We waren er allebei nog nooit zo aan toe als het afgelopen voorjaar: vakantie. Wegens chronisch te laat met boeken, kwamen we in Torremolinos terecht in plaats van in Málaga. Per toeval aan de goede kant, zo ver mogelijk bij café Brabant en Frietje van Pietje vandaan. We deden niet veel. Ik las, ik zwom, ik keek naar de zee. De leuke jongen uit de trein kwam niet eens aan lezen toe. Hij bekeek de andere hotelgasten vanaf zijn ligstoel. We lieten ons elke avond betoveren door de weerkaatsing van het maanlicht op het water.

DSCN1510

Volkomen klote

Maar we zouden eigenlijk naar New York en Washington gaan. Dat kon, nu ik was aangenomen bij dat leuke reclamebureau in Roermond, waar het welkom warm was, met lieve briefjes en een bos bloemen. Ik mocht er helaas maar een paar maanden interviewen en verhalen schrijven. Toen vloog ik er als eerste uit. Daarna iedereen met een tijdelijk contract. Crisis? Het betekende in elk geval dat ik niet genoeg kon sparen en de reis niet doorging.

Het meest bijzonder

Op vakantie met mijn zusje en mijn nichtje. Ik was nog nooit met mijn zusje op vakantie gegaan, terwijl de vakanties met onze ouders, maar in ons eigen tentje of op een eigen hotelkamer, altijd een groot succes waren. Het ritme van de vakantie, op tijd opstaan en op tijd naar bed, zorgde ervoor dat het goed uitrusten was. Samen koken, samen winkelen, samen op de bank met een boek. Het was goed. Jammer van het tuinhekje dat ik raakte met de auto, waardoor deze vakantie veel duurder werd dan gepland.

DSCN1722

Het meest trots op

Ondanks dat we elkaar vaak niet begrijpen en ik sommige dingen heel anders zou doen, was ik in 2013 het meest trots op mijn zusje. Ze was het grootste deel van het jaar een alleenstaande mama en ze vulde die rol goed in. Mijn nichtje kwam niets tekort en is bovendien het liefste nichtje van de hele wereld.
Ik was ook trots op de leuke jongen uit de trein en op mezelf, omdat we aan het eind van 2013 een paar kilo minder inhoud hadden, dan aan het begin. De kerstdiners en de alcoholische versnaperingen in Berlijn maakten even een eind aan de dalende lijn, maar maandag begint het normale leven weer net als het beleid van ‘een beetje minder eten en een beetje meer bewegen’.

Het meest blij met

Mijn nichtje. Omdat ze ons Sassa en Tiete noemt. Omdat ze liever door de kamer danst dan cadeautjes uitpakt. Omdat zij en Sassa zo dol zijn op elkaar en ik smelt als ik zie hoe hij haar knuffelt.

Het meest dankbaar voor

Dat niemand in mijn directe omgeving ernstig ziek werd of dood ging. Dat is wel eens anders geweest.

Het is een bijzonder jaar geweest, 2013, waarin ik me vaak gezegend gevoeld heb, maar waarin ik mijn dankbaarheid veel te weinig heb uitgesproken. Nu het nieuwe jaar begonnen is, heb ik besloten op optimisme in te zetten. December is normaal gesproken mijn maand niet, maar afgelopen december was geweldig. En januari is alvast goed begonnen in Berlijn met een kus van de leuke jongen uit de trein. In 2014 ga ik eindelijk die baan vinden, of in elk geval genoeg opdrachten om met een gerust hart te kunnen stoppen met het opnemen van de telefoon. In 2014 wil ik een zo lief mogelijk lief zijn voor de leuke jongen uit de trein, een goede dochter en zus voor mijn familie, een goede vriendin voor mijn vrienden. In 2014 ga ik minder dromen en meer doen. 

Voor mezelf en voor jullie hoop ik op een jaar zonder zorgen. Dat wie je graag ziet, gezond blijft. Dat de lente uitbundig en de zomer lang en zwoel wordt. Dat de herfst knus wordt en de winter lang op zich laat wachten. Dat er rust heerst in je hoofd en liefde in je hart. Of klink ik nu te zweverig? Hoe dan ook: dat 2014 een mooi jaar mag worden waarin veel gelachen wordt.