2013, wat een jaar

Rijkelijk laat, maar ik had in Berlijn hele andere dingen aan mijn hoofd, zoals het vinden van de smakelijkste currywurst, de geschiedenis van de ooit gespleten Duitse hoofdstad op me in laten werken, en het nieuwe jaar verwelkomen met zo’n 700.000 feestgangers aan de voet van de Brandenburger Tor.

Mijn overzicht van 2013:

Volkomen zen

We waren er allebei nog nooit zo aan toe als het afgelopen voorjaar: vakantie. Wegens chronisch te laat met boeken, kwamen we in Torremolinos terecht in plaats van in Málaga. Per toeval aan de goede kant, zo ver mogelijk bij café Brabant en Frietje van Pietje vandaan. We deden niet veel. Ik las, ik zwom, ik keek naar de zee. De leuke jongen uit de trein kwam niet eens aan lezen toe. Hij bekeek de andere hotelgasten vanaf zijn ligstoel. We lieten ons elke avond betoveren door de weerkaatsing van het maanlicht op het water.

DSCN1510

Volkomen klote

Maar we zouden eigenlijk naar New York en Washington gaan. Dat kon, nu ik was aangenomen bij dat leuke reclamebureau in Roermond, waar het welkom warm was, met lieve briefjes en een bos bloemen. Ik mocht er helaas maar een paar maanden interviewen en verhalen schrijven. Toen vloog ik er als eerste uit. Daarna iedereen met een tijdelijk contract. Crisis? Het betekende in elk geval dat ik niet genoeg kon sparen en de reis niet doorging.

Het meest bijzonder

Op vakantie met mijn zusje en mijn nichtje. Ik was nog nooit met mijn zusje op vakantie gegaan, terwijl de vakanties met onze ouders, maar in ons eigen tentje of op een eigen hotelkamer, altijd een groot succes waren. Het ritme van de vakantie, op tijd opstaan en op tijd naar bed, zorgde ervoor dat het goed uitrusten was. Samen koken, samen winkelen, samen op de bank met een boek. Het was goed. Jammer van het tuinhekje dat ik raakte met de auto, waardoor deze vakantie veel duurder werd dan gepland.

DSCN1722

Het meest trots op

Ondanks dat we elkaar vaak niet begrijpen en ik sommige dingen heel anders zou doen, was ik in 2013 het meest trots op mijn zusje. Ze was het grootste deel van het jaar een alleenstaande mama en ze vulde die rol goed in. Mijn nichtje kwam niets tekort en is bovendien het liefste nichtje van de hele wereld.
Ik was ook trots op de leuke jongen uit de trein en op mezelf, omdat we aan het eind van 2013 een paar kilo minder inhoud hadden, dan aan het begin. De kerstdiners en de alcoholische versnaperingen in Berlijn maakten even een eind aan de dalende lijn, maar maandag begint het normale leven weer net als het beleid van ‘een beetje minder eten en een beetje meer bewegen’.

Het meest blij met

Mijn nichtje. Omdat ze ons Sassa en Tiete noemt. Omdat ze liever door de kamer danst dan cadeautjes uitpakt. Omdat zij en Sassa zo dol zijn op elkaar en ik smelt als ik zie hoe hij haar knuffelt.

Het meest dankbaar voor

Dat niemand in mijn directe omgeving ernstig ziek werd of dood ging. Dat is wel eens anders geweest.

Het is een bijzonder jaar geweest, 2013, waarin ik me vaak gezegend gevoeld heb, maar waarin ik mijn dankbaarheid veel te weinig heb uitgesproken. Nu het nieuwe jaar begonnen is, heb ik besloten op optimisme in te zetten. December is normaal gesproken mijn maand niet, maar afgelopen december was geweldig. En januari is alvast goed begonnen in Berlijn met een kus van de leuke jongen uit de trein. In 2014 ga ik eindelijk die baan vinden, of in elk geval genoeg opdrachten om met een gerust hart te kunnen stoppen met het opnemen van de telefoon. In 2014 wil ik een zo lief mogelijk lief zijn voor de leuke jongen uit de trein, een goede dochter en zus voor mijn familie, een goede vriendin voor mijn vrienden. In 2014 ga ik minder dromen en meer doen. 

Voor mezelf en voor jullie hoop ik op een jaar zonder zorgen. Dat wie je graag ziet, gezond blijft. Dat de lente uitbundig en de zomer lang en zwoel wordt. Dat de herfst knus wordt en de winter lang op zich laat wachten. Dat er rust heerst in je hoofd en liefde in je hart. Of klink ik nu te zweverig? Hoe dan ook: dat 2014 een mooi jaar mag worden waarin veel gelachen wordt.

Terugblik op een vriendschap die nooit een relatie werd

We woonden vijf jaar lang in hetzelfde studentenhuis in Tilburg. De meeste mensen om ons heen vonden dat we een relatie met elkaar moesten beginnen. Zo’n goede jongen zou ik immers nooit meer treffen. Wie zou mij nog ooit zo op handen dragen als S? Mijn ouders waren helemaal weg van hem, meer dan dat ze ooit van een jongen zijn geweest waar ik wel een relatie mee had. Het was zelfs zo erg dat er weddenschappen werden afgesloten toen we samen op vakantie gingen naar Cuba. De hamvraag voor onze vrienden was of we als koppel/stelletje/setje zouden terugkeren. Eén van zijn vrienden was serieus boos op mij (het was blijkbaar mijn schuld) toen dat niet het geval bleek. En dat was niet alleen omdat hij de weddenschap verloren had.

Om het onszelf gemakkelijk te maken, vertelden we op Cuba regelmatig dat we vriend en vriendin waren, of zelfs man en vrouw. In werkelijkheid is er nooit iets gebeurd tussen ons. Geen kus, geen innige omhelzing, niets. Ook niet als we in hetzelfde bed sliepen.

Het was één van de beste vakanties van mijn leven. In onze huurauto -een gevalletje 1.0 waarin je soms eerst een aanloop moest nemen, anders kwam je de berg niet op- reden we over het eiland. We deden soms domme dingen, zoals een bergwandeling maken bij 30 graden zonder water mee te nemen. Of een kloof afdalen met een meneer die wel onze gids wilde zijn en die het, eenmaal aangekomen op het laagste punt, nodig vond om ons te vertellen dat hij hartpatiënt was. En dan heb ik het nog niet over die lifters die de rugzak van S uit onze kofferbak jatten, waardoor we een spannend avontuur beleefden op een politiebureau in Havana.

We dronken veel mojitos samen. We genoten van prachtige vergezichten vanaf diverse bergtoppen. We lagen languit op het strand. We droomden weg met uitzicht op een prachtig meer. We kwamen op feestjes terecht waar uitbundig salsa en bachata gedanst werd en waar de mannetjes altijd zo klein waren dat hun ogen precies op mijn decolletéhoogte zaten, waar S dan hartelijk om moest lachen. We probeerden boodschappen te doen in winkels die alleen toegankelijk waren voor Cubanen, wat natuurlijk niet lukte. Het lukte ons wél om als enige vreemdelingen bij een bokswedstrijd binnen te komen. En nog gratis ook, want je kon er niet met toeristengeld betalen.

Had me in de periode 1999 – 2009 iets over S gevraagd en uit het antwoord zou een onvoorwaardelijk vertrouwen in onze eeuwige vriendschap zijn gebleken.

Het kan verkeren.

We hadden steeds minder contact. Hij is nooit bij mij thuis geweest en ik bezocht evenmin het huis waar hij na het Tijdperk Tilburg naartoe ging. Na meer dan een jaar zwijgen in alle toonaarden kreeg ik een paar weken geleden ineens een berichtje van S. Geen aanhef, geen afsluiting, maar wel een boodschap die voor hem belangrijk is. Door dit bericht besefte ik pas goed hoe ver we uit elkaar zijn gegroeid en hoe weinig we nog maar van elkaar weten. Ik blijk hem nog steeds te missen.

Sommige vriendschappen bloeden dood en daar hebben beide partijen dan vrede mee. In dit geval is het anders.

Misschien hadden onze vrienden gelijk destijds. Op een relatie die geëindigd was met een knallende breuk (stel ik me nu zo voor) had ik waarschijnlijk met een minder grote knoop in mijn maag teruggekeken dan op deze uitdovende vriendschap.

Tijdens een van onze wandelingen op Cuba

Tijdens een van onze wandelingen op Cuba

Over dingen die voorbij gaan

Vanavond zat ik met drie vriendinnen aan tafel die ik respectievelijk al 25, 21 en 10 jaar ken. We zaten in een gezellige kroeg met uitzicht op het water. We dronken koffie en aten chocolademousse. Het gesprek ging over ingrijpende veranderingen in onze eigen levens en die van dierbaren. We spraken over leuke dingen zoals nieuwe liefdes en kinderen die binnenkort ‘hallo wereld’ kunnen zeggen. Maar we spraken vooral over nare dingen zoals pijnlijke scheidingen, verkeerde keuzes, onhoudbaar struisvogelgedrag, en de afnemende gezondheid van onze ouders. Wijzelf en de mensen om ons heen staan voor ontelbare beslismomenten. Beslissingen die véél impact zullen hebben. Beslissingen waar in de meeste gevallen -ongewild maar onvermijdelijk- anderen de dupe van zullen zijn.

Een half leven geleden maakten we ons druk over welk jurkje we aan zouden trekken naar dansles. We werden boos op onze ouders, omdat we veel te vroeg thuis moesten zijn. We stresten voor onze eindexamens. We giechelden over leuke jongens. We bestelden zoete mixjes (bessen-jus, safari-jus, passoa-jus, of bij uitzondering rum-cola) en gingen daar nog harder van giechelen.

We dachten dat ons leven gecompliceerd was.
Wat waren we nog groen achter onze oren…

Proost, op de volgende 16 jaar!

Marokko 22 feb 3 mrt 030

De onvermijdelijke terugblik

Hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd lijkt te gaan, zegt men. Ik hoop het niet, want voor mijn gevoel begon 2012 een paar maanden geleden pas en nu is het alweer 2013. Zonde, het had best wat langer 2012 mogen blijven. Het was een goed jaar, vooral omdat bijna iedereen die me dierbaar is gezond bleef. Zo fijn!

Een hoogtepunt was de geboorte van mijn nichtje. Ik had nooit veel met baby’s, maar met dit prachtexemplaar wil ik elke dag wel knuffelen. Al blijf ik erbij dat het nóg leuker is nu ze baby-af is. Heerlijk om te zien hoe ze zelf eet (knoeiboel!) of kruipend de wereld ontdekt.

Hoogtepuntjes waren de dagen waarop de leuke jongen uit de trein en ik spontaan besloten om even ‘weg’ te gaan. Een dagje Nijmegen, een dagje Brussel. We moesten er niets en genoten met volle teugen. De beste aankopen doen we op dat soort dagen. Ik hartje de winterjas die maar 30 euro koste, inclusief 1 euro fooi.

Alle vakanties ‘in den vreemde’ waren ook een hoogtepunt. Al liep niet alles meteen van een leien dakje. Zo duurde het in Fez uren voordat we ons appartement vonden en werden we in Antwerpen op weg naar het hotel al bijna beboet voor zwartrijden. In de resterende dagen van ontdekken, cultuur snuiven en lekker eten, werd dat ruimschoots goedgemaakt. In Reykjavik ging er niets mis. Vriendin J en ik voelden ons er meteen thuis. Enige nadeel was de tijd, een paar dagen langer hadden we ook wel omgekregen.

De meeste vriendschappen werden hechter. Mijn vrienden zijn echt fantastisch. We delen ontzettend veel met elkaar, bespreken zo ongeveer alles, en steken elkaar heel vaak een hart onder de riem bij examens, sollicitaties, doktersbezoeken. We zien aan elkaars neus als het even niet zo goed gaat, maar weten elkaar er altijd van te overtuigen dat alles goed komt. We kunnen ‘nee’ zeggen als we geen zin hebben om iets af te spreken en we kunnen keihard zijn als we elkaar outfits beoordelen in de pashokjes. Ik zou geen andere vrienden willen.

Er was één vriendschap die abrupt stopte en één die ik met pijn in mijn hart heb laten verwateren na ontelbaar mislukte pogingen om iets af te spreken. Op 12 december feliciteerde ik mijn ex-beste vriend voor het eerst in 13 jaar niet met zijn verjaardag. Een paar keer aan een sms begonnen, maar die toch niet verstuurd. Het gaat om die leuke jongen waarmee ik jaren in hetzelfde studentenhuis woonde en waarmee ik hilarische avonturen beleefde op Cuba.

Na tientallen sollicitatiebrieven en even zo veel afwijzingen, kon ik in de herfst eindelijk weer fris, fruitig en vrolijk aan het werk in mijn eigen vakgebied. Het zouden nog iets meer uren mogen zijn, maar ook als het zo blijft (twee dagen teksten schrijven en drie dagen callcenter- en uitzendwerk) ben ik tevreden. Sinds september stond ik niet meer rood en dat wil ik in 2013 graag zo houden.

In 2012 baalde ik vaak van mijn gebrek aan daadkracht waar het ging om ‘dromen laten uitkomen’, maar ook om ‘het huishouden’ en ‘de boekhouding’. Die laatste twee zijn steevast activiteiten waar ik nooit zin in heb en die ik dus blijf uitstellen. Hopelijk zit daar dit jaar verbetering in. En wat die dromen betreft, ik heb zo’n gevoel dat in elk geval dat koophuis er gaat komen (laat de huizenprijzen nog maar wat verder zakken!) en misschien ook wel die reis naar China.

Ik wens iedereen een gezond, gezellig, liefdevol en avontuurlijk jaar!

Dolgelukkig in 2012

We begonnen met thee, eindigden met wijn en speelden Rummikub. En ook al is het pas november, we waagden ons toch al aan een voorzichtige terugblik op 2012.

2011 was niet ons beste jaar, dus toen het nieuwe jaar begon, proostten we op ‘Dolgelukkig in 2012’.

Om ons op dit moment dolgelukkig te noemen, is misschien wat overdreven, maar we concludeerden tevreden dat we onze doelstellingen voor dit jaar hebben gehaald. Een kwestie van de lat laag genoeg leggen. Vriendin M wilde dat haar lief een baan vond en dat haar eigen contract werd verlengd, vriendin B wilde een eigen huisje, en ik wilde op regelmatige basis in mijn eigen vakgebied werken en niet meer elke maand rood staan.

Voor 2013 hebben we de lat wat hoger gelegd. Ik wil een koophuis en een huisdier. Ik wil in plaats van ‘niet meer rood staan’ ook af en toe iets kunnen sparen, en van de dromen die ik hier noemde, wil ik er minimaal één laten uitkomen.

Gisteravond mag worden ingelijst. Ik verloor alle spelletjes, maar het was één van de gezelligste avonden van 2012. Voor 2013 wens ik vooral dat vriendschap er als een rode draad doorheen loopt.

 

Een feest voor echte vrienden en restkennissen

Het organiseren van een groot feest blijkt bijna net zo’n goede graadmeter voor het ontdekken van wie mijn echte vrienden zijn als het overlijden van mijn papa. Al roept de leuke jongen uit de trein dat ik daar geen feest voor nodig heb, dat ik zo ook wel kan raden wie echte vrienden zijn en wie voor ‘restkennissen’ door zouden moeten gaan. Ik vind zelf dat er, net als bijna tien jaar geleden, enkele verrassingen tussen zitten.

En dan heb ik het niet over de aardige jongen die mij anderhalve week geleden dumpte per sms, dat was veel meer dan een verrassing, dat was de spreekwoordelijke donderslag bij heldere hemel.

Bij de crematie van mijn vader waren er veel lieve vrienden. Mensen waarvan ik het niet verwachtte, omdat ik er op dat moment niet zo veel contact mee had, namen er een vrije dag voor en stapten -soms uren- in de auto of de trein. Er werden ontelbaar veel armen om mijn schouders geslagen, er kwamen stapels lieve kaartjes binnen. En met wie hem kende, deel ik nog regelmatig herinneringen. Bij mijn vrienden kan en mag ik ook nu nog huilen.

Een paar mensen ontbraken die dag, maar ook onder de mensen die er wél waren, zaten exemplaren die me later nooit meer vroegen hoe het met me ging, of mijn moeder het een beetje redde, of ik goed met mijn zusje kon praten, of mijn toen nog kleine broertje wel besefte wat er gebeurd was. Het onderwerp werd vakkundig vermeden of, als ik er zelf over begon, genegeerd. Niet meteen een reden om mensen af te schrijven als vriend, want ik besef heel goed hoe moeilijk het is om met iemands verdriet om te gaan. Ik had ook geen idee hoe ik met mijn toenmalige huisgenoot om moest gaan toen zijn broertje, twee maanden voor het overlijden van mijn vader, omkwam bij een auto-ongeluk. Wat uiteindelijk wel meespeelde om vrienden op mijn ‘verwaterlijstje’ te zetten, waren opmerkingen in de trant van ‘dat ik nu wel lang genoeg verdrietig was geweest’ (mijn toenmalige vriend was daar bijzonder goed in) of gejank over een verkouden konijn of een verdronken goudvis.

Op 11 augustus 2012 komt dan eindelijk dat grote feest waar ik iedereen al gek mee maak sinds ik vorig jaar mijn scriptie inleverde. En net als tien jaar geleden, blijkt ook nu: ik heb de liefste vrienden van de hele wereld. Wat een schatten!!! Ze hebben er verre reizen voor over in ellendig openbaar vervoer. Ze komen als Bob, als het echt niet anders gaat, terwijl het normaal gezien stevige drinkers zijn. Wie geen slaapplek meer heeft bij ons thuis, boekt een hotel, of haast zich naar de laatste trein. Ze gaan op zoek naar de leukste cadeaus. Ze verzetten andere afspraken om erbij te kunnen zijn. Ik voel me echt vereerd. En de vrienden die niet komen, hebben stuk voor stuk een verdomd goede reden. Dat ze in Ierland wonen bijvoorbeeld, of dat de uitnodiging voor een ander feest nog net even eerder was.

Net als na het overlijden van mijn papa, zitten ook nu de grootste aangename verrassingen onder de mensen die ik eigenlijk niet tot mijn beste vrienden rekende. Mensen die ik het geen seconde kwalijk zou nemen als ze niet zouden komen. Zij komen massaal mee feesten. Hoe lief is dat?!

Maar auw voor de ontdekking van de vergissing. Ik had gedacht dat ik er inmiddels tegen zou kunnen, maar het deed toch een beetje pijn dat er mensen waren die ik tot mijn goede vrienden rekende die niet reageerden op de uitnodiging (2 maanden voor het feest gestuurd), geen antwoord gaven op de herinnering (3 weken voor het feest gestuurd), en zelfs niets lieten weten op een laatste moment sms’je of voicemailbericht op de dag dat we in de kroeg moesten doorgeven hoe veel mensen er zouden komen. ‘Vrienden’ die de telefoon uiteindelijk opnamen, zeiden op zakelijke toon dat ons feest ze niet zo goed uitkwam en vonden het de normaalste zaak van de wereld dat ze dat nog niet hadden laten weten.

En toch. Ook tussen de mensen die niets van zich lieten horen, of een (in mijn ogen) onbenullige reden hadden om niet te komen, zitten er een paar waarmee ik het toch niet opgeef. Omdat we al zo ver terug gaan. Omdat we ooit wél lief en leed deelden. Of omdat we familie zijn.

Voor het volgende feest worden ze gewoon weer uitgenodigd.

 

Gedumpt per sms

Er was eens een jongen. Hij woonde in een levendig straatje in een verder rustig stadje. Hij had een goed stel hersens en een leuk koppie. Hij had een goede baan en -na wat heftig verlopen en weer afgebroken romances- een leuke vriendin. Hij was sportief en hield van avontuur. Daarnaast leefde hij voor muziek en voor zijn vrienden. In zijn vrienden investeerde hij meer dan dat hij terugkreeg, althans in mijn geval. Mea culpa.

Als hij belde om iets af te spreken, voelde ik me direct schuldig. Het betekende dat we elkaar al schandalig lang niet gezien hadden. Dan trok ik mijn agenda en spraken we iets af. Dan treinde ik naar zijn stad of hij zakte af naar het zuiden. Dan keken we foto’s van zijn laatste reis of luisterden we muziek van door hem ontdekte bands of door hem bezochte concerten. Mijn mp3-speler staat er vol mee.

Deze avontuurlijke, sportieve jongen besloot ergens in de afgelopen maanden dat onze vriendschap voorbij is. Met als aanleiding een carnavalsavond in februari waarvan ik me niet meer alles herinner. Toen ik hem gister een sms’je stuurde om iets af te spreken, kwam er binnen een minuut een boodschap terug die weinig aan de verbeelding overliet: hij wil niet meer met me omgaan en ik hoef nooit meer contact met hem op te nemen.

Ik ga er blindelings vanuit dat ik iets lomps heb gezegd. Misschien maakte ik een rare opmerking tegen zijn vriendin. Misschien stelde ik een domme vraag waarop ik het antwoord al lang had moeten weten. Het zou ook kunnen dat we die bewuste carnavalsavond iets hebben afgesproken wat ik later weer ben vergeten. De reden voor zijn boosheid, is ongetwijfeld mijn fout. Frustrerend dat ik geen enkel idee welke fout ik heb gemaakt.

Verbijsterd keek ik naar mijn telefoon. Mijn maag ging onmiddellijk in de knoop. Mijn hart kroop naar mijn keel. In de linker ooghoek van mijn rechter oog begon een traantje te kriebelen. Ik opende zijn bericht opnieuw en opnieuw. Vannacht heb ik liggen woelen als een woelrat. Ik voel me ontzettend dom. Hoe kan ik het gemist hebben? Hoe kan het me ontgaan zijn dat ik iemand die ik goed dacht te kennen zwaar heb gekwetst? Het feit dat ik hem in april nog belde om hem een fijne verjaardag te wensen en hij toen deed alsof er niet aan de hand was, zelfs de volgende dag nog een sms stuurde om me te bedanken, zou daar wel iets mee van doen kunnen hebben…

We zagen elkaar maar een paar keer per jaar (in elk geval tijdens carnaval) en misten elkaar niet, want we wisten allebei dat als we elkaar weer zouden zien, het gezellig als vanouds zou zijn. Nu zie ik hem misschien nooit meer. Ik mis hem nu al.

Blijkbaar moet er voor alles een eerste keer zijn. Ook voor gedumpt worden per sms. Carnaval maakt meer kapot dan je lief is.

Rampzalige allemansvriend

Hij heeft gelijk, de leuke jongen uit de trein, zo ongeveer elke keer als hij vraagt “Waarom vraag je het mij dan?!” In dit geval riep hij dat naar aanleiding van mijn vernieuwde lijst met wie ik allemaal voor ons feest heb uitgenodigd dat op 11 augustus gaat plaatsvinden. Een feest ter gelegenheid van (onder andere) mijn afstuderen, ons samenwonen, mijn verjaardag. Een feest als bedankje aan iedereen die ons ooit hielp met klussen of verhuizen en een feest omdat we toch nooit gaat trouwen. Een feest dat we, als het aan de leuke jongen uit de trein ligt, helemaal niet hoeven te geven. Maar ik kan een enorme zeur zijn…

Mijn grote mond wint het te vaak van mijn verstand. En ik houd me altijd aan mijn woord, behalve tegen de leuke jongen uit de trein blijkbaar. Of het nu gaat om “Volgend jaar ren ik de 10 kilometer” of om “Als je meewerkt aan mijn afstudeeronderzoek, mag je op mijn feestje komen.” Waarom heb ik niet gewoon en boekenbon verloot onder de deelnemers aan mijn scriptiegeneuzel? Bovendien, de meeste mensen kunnen zich mijn afstudeeronderzoek niet eens meer herinneren, zo lang is het geleden. Dus als ik mijn woord gebroken zou hebben, zou het lang niet iedereen zijn opgevallen.

Maar dus. Ik netjes overleggen met de leuke jongen uit de trein over het aantal gasten (feestruimte en feestbudget zijn ten slotte beperkt) en dan vervolgens toch veel meer mensen uitnodigen. Allemaal aardige mensen natuurlijk, maar de leuke jongen uit de trein kent ze niet eens. En het is ook ZIJN feest. Ik ben onverbeterlijk.

Lelijkheid bij de eerste zonnestraal

Hoe komt het toch dat mensen die het absoluut niet kunnen hebben bij de eerste zonnestraal denken dat ze hotpants aan moeten of een naveltruitje? Of dat ze hun niet zo poezelige voetjes in opzichtige open schoentjes moeten proppen. Sommige beelden blijven op mijn netvlies staan. Brrrrr.

En wat ik me dan afvraag: hebben die meiden geen vriend of vriendinnen? Want die van mij zouden me ze echt de deur niet uit laten gaan. Mijn vriendinnen roepen soms al voor ik zelf in de spiegel van het pashokje heb gekeken dat ik iets beter uit kan trekken. En de leuke jongen uit de trein steekt het ook niet onder stoelen of banken als hij vindt dat iets me niet staat.

Weekendje weg

Eens in de zoveel tijd ga ik met vrienden en daar de vrienden van een weekendje weg. Vrienden van vrienden die ik zonder die vrienden nooit zou zijn tegengekomen, laat staan dat ik er vrienden mee zou zijn geworden.

De mannen zijn gemakkelijk, die worden gewoon een paar jaar jonger in zo’n weekend. Flauwe moppen, boeren en scheten, wekkers verstoppen onder je bed, met bierdopjes schieten en uren klooien met barbecue en vuurkorf. Voorop lopen met wandelen. Heuvels op en af rausen met een mountainbike. Instinctief gedrag. Dat kan ik aan. Althans voor een weekend.

De vrouwen -op vriendin J na- zijn zo avontuurlijk als een deurpost. Het liefst hangen ze het hele weekend op de bank met hun man. Dat buiten de zon schijnt en de omgeving waar we logeren prachtig is, lijkt ze te ontgaan. Ze willen spelletjes doen, een tijdschrift lezen uit de categorie ‘damesblad’, of praten over dingen waar ik niets mee heb zoals trouwen en op vakantie gaan met de caravan. Als ze na minutenlang overleg (dat in mijn beleving steevast uren lijkt te duren) toch besluiten mee naar buiten te gaan, houden ze het na één rondje op de fiets, of één omgevallen boomstam op het bospad voor gezien. Kan ik weinig mee.

Toch ga ik mee. Iedereen is aardig en de ingrediënten (chips, bier, vlees) zijn uitstekend. Het is heerlijk dat iedereen op zo’n weekendje volledig zichzelf is en doet waar hij/zij zin in heeft. Ook vriendin J -sinds het weekend beter bekend onder de naam Alphavrouwtje- en ik. Vraag dat maar aan het veteranenelftal dat in het huisje naast ons logeerde…

Slecht gefrituurde bitterballen opwarmen op de barbecue?!?