Eergisteren was het weer papadag

papa.png

Lieve papa,

Op jouw sterfdag wilde ik een blog schrijven over gemis en doorgaan en hoe snel de tijd voorbij gaat. Dat kwam er niet van. Net als die ‘brieven aan mijn nichtje’ die al in geen maanden meer het licht zien. In mijn leven loopt namelijk maar weinig volgens plan. Werkontwijkend gedrag, daar ben ik in ieder geval goed in. Dus vertrouw ik mijn gedachten nu toe aan ‘de wereld’ terwijl ik eigenlijk een verslag zou moeten schrijven over een onderwerp dat jou zeer geboeid zou hebben: jongeren die niet naar school gaan en niet werken.

Op 9 december huilde ik, zoals gewoonlijk.
Niet omdat jouw dood op die dag meer pijn doet dan anders.
Ik vraag er op 9 december altijd een beetje om.
Door de muziek te draaien waar jij van hield.
En dan komt ‘Have I told you lately’ voorbij en is er geen houden meer aan.

15 jaar zonder jou.
Zonder wandelingen over de dijk en door het bos.
Jij met je handen op je rug net als je vader.
Zonder luchtgitaaroptredens.
Zonder gekke fratsen.

Zoals die keer dat beste vriendin B belde:
“Met Fransiscus van Assisie”
“Oh, dan ben ik verkeerd verbonden.”
“Ken je mij niet? Ik ben al een 750 jaar dood!”

Of die keer dat jij je zus belde, toen we terug waren van vakantie:
“Ik bel je even om te zeggen dat het slecht weer was in Frankrijk. We zijn doorgereden naar het zuiden. Staan nu op het punt om over te steken naar de Sahara. Het kan dat je een tijdje niets van ons hoort.”

Steeds vaker vraag ik me af hoe anders mijn leven zou zijn als jij er nog was. En of ik mijn verleden bekijk door een roze bril. De werkelijkheid botst namelijk met hoe mijn leven zou moeten zijn.

We konden overal over praten, benadrukten mama en jij steeds. Maar we zijn geen praters. Althans, niet met elkaar. Vier leden van een gezin vol liefde, maar ook een gezin van broze verstandhoudingen en elkaars keuzes niet begrijpen. Een gezin waar de koude kant soms echt in de kou staat. Vier mensen die van elkaar houden, maar dat zelden tegen elkaar zeggen.

Ik denk dat je het daar moeilijk mee zou hebben. Verbeeld me dat alles gemakkelijker zou gaan, als jij er nog was geweest. Zie voor me hoe je samen met de leuke jongen uit de trein in de tuin staat en een sigaretje rookt, een pilsje drinkt en praat over muziek. Hoe jullie samen filosoferen over incompetente ouders en wat er van hun kinderen moet worden. In mijn verbeelding is alles mogelijk. Maar de optie dat jullie elkaar niet aardig zouden vinden, wil ik niet verkennen.

(Brrrr, ik haat het woord ‘zouden’ en nu strooi ik ermee).

Ondertussen baan ik mij struikelend een weg door het leven.
Bang om een slechte dochter en zus te zijn.
Bang voor belangrijke beslissingen of daarmee al te laat te zijn.
Onzeker over de toekomst.
2017 is een zakelijk succes, maar er zijn geen garanties voor 2018.

Jij gaf ook nooit garanties, onderstreepte onze eigen verantwoordelijkheid en leerde ons discussiëren op basis van argumenten. Mama en jij vulden elkaar perfect aan. Jullie waren een liefdevol voorbeeld van elkaar knuffelen en kussen in ons bijzijn. En soms maakten jullie ruzie. Meestal op momenten dat jullie (te) weinig tijd hadden voor elkaar. Hoe herkenbaar.

Het is vooral dankzij jullie opvoeding, dat ik ben wie ik ben. Een vrouw met angsten en onzekerheden die er soms dingen uitflapt die ze beter voor zich kan houden. Maar ook een vrouw met een machtig mooi leven. Met een liefdevolle relatie en een grote groep vrienden. Met een bedrijf dat zonder kruiwagens en startkapitaal is geworden wat ik wilde. Met een grote nieuwsgierigheid en de drang om altijd te blijven leren.

Maar verdomme, wat zou ik je graag nog eens tegen mama horen zeggen “Dat hebben we toch goed gedaan.”

Ik blijf papa’s kleine meisje. Verlangend naar bevestiging.

Ik hou van jou.

Liefs,
Je oudste dochter

 

Advertenties

Sorte des Jahres

Schogetten

Zoals ik in mijn liefdesverklaring op Valentijnsdag al eens schreef, hebben de leuke jongen uit de trein en ik allebei onze eigenaardigheden. Wat hij van iemand krijgt óf wat hij heel erg lekker vindt, mag nóóit op. Zo heeft hij nog een doos Merci chocolade uit 2012, een neusje uit 2013 en een caramelframboostoffee van de laatste vakantie in Frankrijk, om maar wat dingen te noemen.

Laatst had Yildiz de Schogetten Knusper Mais strategisch bij de kassa liggen. We zijn nogal verwend qua chocolade, dus normaal vallen we in deze categorie niet voor Duitse makelij. Maar de verpakking zag er uitnodigend uit en bleef zomaar aan onze vingers plakken. De smaak was direct favoriet bij de leuke jongen uit de trein. Waardoor er één laatste blokje moest blijven liggen tot het einde der tijden.

Bij Yildiz waren de Schogetten inmiddels niet meer te krijgen. Toch durfde ik dat laatste blokje op te eten. Ik zou immers in Aken gaan winkelen met mijn mama en verwachtte daar een nieuw voorraadje in te slaan. Dan kwam er vanzelf een nieuw laatste blokje. Aber, ich schaffte es nicht. Waar ik ook naar binnen ging in Aken, nergens te vinden…

Online vond ik Poolse, Oekraïense en Amerikaanse webshops die de repen verkochten, voor bizarre bedragen en alleen te betalen met Paypall of Creditcard. En die heb ik niet. Dus stuurde ik met de moed der wanhoop (ik overdrijf graag) een e-mail naar Schogetten zelf. In mijn beste Duits.

De sales manager van de Benelux antwoordde mij in het Nederlands. Hoe leuk het was dat we fan waren van de Schogetten taste of the year 2017. Als ik mijn adres doorgaf, zou hij een paar repen opsturen. Wauw, een tien met een griffel voor klantenservice. Dikke duim omhoog, dankjewel.

Valentijn = ik al negen jaar hartje de leuke jongen uit de trein

14 februari…

hartjes

Jeuh, Valentijn! Vandaag is het negen jaar geleden dat jij en ik naast elkaar zaten aan de bar en besloten dat we dat nog veel vaker zouden doen. Ik kwam opzettelijk te laat. Ik was een beetje zenuwachtig. Voelde me een klein meisje (daar heb ik nu nog steeds last van, dus dat scheelt). Wist niet waar te kijken. Sprak te luid. Bood nonchalant aan om de rekening te betalen, zonder me af te vragen hoe hoog die rekening was. Zocht woorden achter jouw woorden. Legde mijn hand op jouw been, terwijl mijn hart in mijn keel klopte. Vroeg me af hoe de avond zou eindigen. Kwam de volgende dag te laat op mijn werk. Jij ook.

Er is veel veranderd sinds die bewuste donderdagavond. We zijn enorm naar elkaar toegegroeid. Voelen elkaar aan. Hebben genoeg aan een blik. Lachen en huilen samen. We doen samen nieuwe ontdekkingen: steden, muziek, theater, boeken, films, televisieprogramma’s. Samen vloeken naar de tv omdat iemand een spreekwoord verhaspelt of een verkeerde tijd gebruikt, heerlijk! We vinden veel dezelfde dingen mooi, kunnen het goed vinden met dezelfde mensen, zijn allebei echte bourgondiërs. Jij bent de allerbeste persoon op de wereld om tegenaan te kruipen. En jij slaat de perfecte arm om mijn schouders als ik dat nodig heb. Maar twee grote verschillen zullen altijd blijven. Verschillen waar we mee proberen te leven, maar waarvan het ons lang niet altijd lukt om er niet over te zaniken. Sorry daarvoor!

hebben, verzamelen, houden

Jij heb drie keer zo veel schoenen als ik. Niet omdat je drie keer zoveel schoenen draagt, maar omdat exemplaren die na vier reparaties door de schoenmaker dood zijn verklaard toch in jouw collectie blijven. Kledingstukken die niet meer passen, liggen keurig opgevouwen in dozen. Oude telefoons delen samen een la. In een andere la bewaar je tegoedbonnen waarvan een deel niet meer ingewisseld kan worden. De chocolade die je voor het laatste optreden van je vorige band kreeg, zal nooit worden gegeten. De fles boerenappelsap die je kreeg van je teamleider blijft dicht tot ie door gisting explodeert. Films die je nooit gaat kijken, spellen die je nooit gaat spelen (drie spellenkoffers met identieke inhoud!). Een printer die al jaren niets meer print, boxen die nooit zijn aangesloten. Ik baal van de enorme hoeveelheid (ongebruikte) spullen in ons huis. Jij baalt van mijn spullen. Niet omdat het er zo veel zijn, maar omdat ze overal rondslingeren. Van handschoenen op tafel tot tassen midden in de woonkamer. *Oeps*.

weggooien, weggeven, delen

Wat stuk gaat en van financiële of emotionele waarde is, laat ik één, hooguit twee keer maken. Daarna verdwijnt het in de vuilnisbak of het containerpark. Wat ik een jaar niet draag of gebruik, geef ik weg. Aan vriendinnen of goede doelen. Dingen die ik wel nog draag of gebruik geef ik soms ook weg, omdat ik weet dat iemand anders er nóg blijer van wordt. Daarom pronkt mijn Beninese zus nu met mijn donkerblauwe jurkje dat ik zelf pas één keer had gedragen. Cadeaubonnen wissel ik altijd in, verjaardagsgeld geef ik uit om vervolgens blij aan de gever te vertellen wat ik heb gekocht. Krijg ik een fles bubbels of een doos bonbons als bedankje voor een nagekeken tekst of een optreden als zwarte piet, dan kan ik niet wachten om te proosten en te delen, liefst met zo veel mogelijk mensen. Ik geef gemakkelijk, gooi gemakkelijk weg, deel graag en bewaar bijna niets. Soms heb ik achteraf spijt, maar meestal zorgt weggeven of weggooien voor een opgeruimd gevoel.

handig, netjes, voorzichtig en georganiseerd

Jij laat zelden iets vallen, raakt zelden iets kwijt, maakt zelden iets stuk. Al je cd-hoesjes zijn nog heel, behalve van de cd’s die ik in al mijn lompigheid ooit uit de auto liet vallen. Zelfs als je een boek al drie keer hebt gelezen, zou je het nog als nieuw kunnen verkopen (wat je nooit zou doen). Jij hebt een groot talent voor het in perfecte staat houden van dingen. Je kantoor is volkomen zen. Thuis en op je werk, bewaar je alles op een vaste plek. Nadat jij hebt gekookt, is de keuken nog steeds vlekkeloos. Je poetst, wast en strijkt niet alleen veel vaker dan ik, maar ook veel beter, tot in de lamp en op de plint achter de kast aan toe. Je botst niet met meubels, struikelt niet over uitgeschopte schoenen. Je verplaatst je geruisloos door een ruimte. Ik blijf me erover verbazen en ben er stinkend jaloers op.

onhandig en lomp

Als ik een jas ophang, kletteren de kleerhangers op de grond. Pak ik iets onder uit een kast, dan valt alles wat erboven staat om. De keuken is een slagveld nadat ik heb gekookt. Loop ik snel de kamer in, dan raak ik de punt van de tafel. Loop ik snel de kamer uit, dan bots ik met de kast. Trek ik snel een deur dicht, zit ik er met een teen onder. Wat ik gebruik, ziet er meteen derdehands uit. Een verpakking netjes openmaken, komt niet op mijn lijst van competenties voor. Het leeg knijpen van een pak yoghurt, is niet aan mij besteed. Ik sta garant voor ezelsoren in boeken, krassen in pannen en deuken in pakjes boter. Als ik mijn sleutel niet kwijt ben, is het wel mijn bankpasje, of mijn telefoon. De zeldzame keren dat jij nog/al ligt te slapen, doe ik écht mijn best om zachtjes te doen. Meestal heeft dat het tegenovergestelde resultaat. Omdat ik in het donker een traptree mis, of mijn tandenborstel laat vallen. In ons nieuwe huis zal ik de schuldige zijn van de eerste kras in het aanrechtblad, deuk in het laminaat en sausvlek op het plafond. Ben je al voorbereid?

Lief,
Op deze dag van hysterische hartjes, zoete zwijmelfilms, rode rozen en kitscherige knuffelbeertjes hou ik even veel van je als anders. Maar zullen we vanavond kleffig aan elkaar plakken in een restaurant, kussend over straat wandelen en verliefd in elkaars ogen staren? Gewoon omdat het kan?
Dankjewel voor de afgelopen negen jaar en proost op nog een veelvoud ervan! Ik hou van jou precies zoals je bent.
Dikke kus,

Lieke

 

Over jakkeren en jagen en dat het jaar dan ineens bijna voorbij is

In de categorie ‘oma vertelt’, want dat is blijkbaar de modus waar ik de laatste tijd in blijf hangen: de tijd gaat echt veel te snel!!

De laatste maand van het jaar nadert en wat kwam er weer weinig terecht van alles wat ik me voornam, toen ik samen met de leuke jongen uit de trein naar het vuurwerk keek. Nu ik erover nadenk, ik weet niet eens of ik wel vuurwerk gezien heb tijdens de jaarwisseling. Sterker nog, ik weet helemaal niet waar we waren. Thuis, denk ik. Want we gingen niet naar het Parijs waar de festiviteiten waren afgelast.

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben dankbaar, heel dankbaar. Dankbaar dat iedereen die ik liefheb -op enkele (chronische) aandoeningen na- gezond is. Dankbaar voor het huis dat we kochten en helemaal wordt zoals we het willen hebben. Voor vriendschappen die al bijna mijn hele leven meegaan. Voor vriendschappen die mij soms met een andere blik laten kijken. Voor genoeg hebben aan een half woord, een blik, een houding. Voor (schoon)ouders en onvoorwaardelijke liefde. Voor alle dingen die ik als veel te vanzelfsprekend zie, omdat ik in één van de welvarendste landen ter wereld geboren ben. Voor de leuke jongen uit de trein, die net als ik op zijn tandvlees loopt, maar toch nog tijd maakt voor mooie woorden en stevige omhelzingen. Hij is er voor mij, terwijl hij zichzelf in rap tempo voorbij loopt. Hoe lief is dat. Toch voel ik me soms zo:

De tijd is kwijt

ik moet aan mijn carrière denken
’s ochtends naar netwerkbijeenkomsten toe
en ’s avonds moet ik vrienden zien
ook al ben ik veel te moe

opgefokt en rusteloos
ik jakker en ik jaag
ik heb een to-do-list van een meter
en alles moest gisteren of in elk geval vandaag

tegels kiezen, plinten plakken
wachten op anderen
offertes vergelijken, knopen doorhakken
zonder zelf te veranderen

leren, controleren, profileren, calculeren, stimuleren
soms annuleren of capituleren
sta toch eens een uur stil

is wat ik tegen de klok en tegen mezelf zeggen wil

er-valt-nog-weinig-te-verhalen

 

De vette jaren komen eraan

40
Toen mijn vader 40 werd, vond hij dat oud en wij -zijn kinderen- vonden dat al helemaal. We pestten hem ermee en maakten flauwe grapjes, die hij zelf ook zo graag op andermans verjaardagen maakte. Toen papa 8 jaar later stierf, bleek het bizar jong te zijn. We waren er nog lang niet klaar voor.

De leuke jongen uit de trein wordt morgen 40. Verjaardagen interesseren hem niet. Mijn handen jeukten de afgelopen weken om een feest te organiseren, maar ik doe hem daar geen plezier mee en ben dus op mijn handen gaan zitten. Geen slingers (of misschien wel, gewoon om hem te pesten), geen muziek, geen speeches. Zelfs geen vrienden op bezoek. Familie mag komen, omdat hij vindt dat hij daar niet onderuit kan.

De leuke jongen uit de trein doet alsof 40 worden hem niets doet. Maar ik weet dat hij er soms bij stil staat wat hij al bereikt had willen hebben op die leeftijd en dat zijn dromen niet helemaal overeenkomen met de werkelijkheid. En dat spijt me voor hem.

Stiekem, terwijl we eventjes niet opletten, is ineens, zomaar patsboem en hupsakee, de helft van ons leven zo ongeveer al geleefd. Tenminste, als we ons een beetje aan de gemiddelde westerse levensverwachting houden en niet aan de gemiddelde levensverwachting in mijn familie.

Dat ouder worden, mij doet het soms wel iets. De afgelopen jaren waren zeker niet slecht. Maar ik weet het zeker, hoe kort of hoe lang het ook gaat zijn: de beste jaren komen nog!

Schuldgevoel

Ik vind dat ik te weinig doe voor een betere wereld. Dat ik meer vrijwilligerswerk zou moeten doen. Dat ik best mijn handen in de aarde van een gemeenschappelijke groentetuin zou kunnen steken. Ik zou een kind dat moeite heeft met Nederlands kunnen helpen met zijn/haar huiswerk. Of eens op bezoek kunnen gaan bij de hoogbejaarde overbuurvrouw. Er komt zelden iemand bij haar langs en ik vraag me af hoe lang het duurt voor iemand haar mist. En wat ik zéker zou kunnen doen, is korter douchen en minder vlees eten, maar mannen, wat houd ik van een douche op standje sauna en zelfgedraaide gehaktballen.

De leuke jongen uit de trein vindt dat ik onzin verkondig als ik zoiets tegen hem zeg. “Weet je wel hoe veel tijd je in sociale contacten steekt. Hoe vaak vrienden een beroep op jou doen, waar jij altijd op ingaat. En dat je voor de helft van je normale uurtarief schrijft over mondiaal beleid en een debat over vluchtelingen organiseert, wat dacht je daarvan?” Maar het voelt niet als genoeg. En daar voel ik me soms schuldig over.

Ik ben wel vaker de schuldige. Althans, volgens mijn eigen (rot)gevoel.

Schuldig. We wonen in een duur huurhuis, waar we maar kort zouden blijven, ‘tot ik een goed betaalde baan zou vinden, want dan gaan we iets kopen’. Die baan die ik tot op heden niet vond, zo’n 231 sollicitatiebrieven en 27 netwerkbijeenkomsten verder. Een baan die ik misschien niet eens meer wil, want het gaat goed met Lieke Schrijft (hiephoi!). Ondertussen ben ik ons huis kotsbeu, ondanks dat ik er met mijn lief woon en ondanks de toplocatie. Ik heb het gehad met scheefhangende keukenkastjes, het gebrek aan bergruimte en het ontbreken van een tuin en een oven. Ik droom van bloeiende kersenbomen en struiken vol bessen als leverancier van overheerlijke taarten.

Schuldig. We nemen geen beslissing over wel of geen kinderen. Zodat ik straks, als ik later groot ben, geen moeder meer kan worden en me dan schuldig voel tegenover mezelf (en net zo eindig als de bejaarde overbuurvrouw die zelden visite heeft. Al weet ik heus wel dat kinderen geen garantie zijn voor bezoek. Je kunt zomaar egocentrische etters op de wereld zetten). Of dat ik een oude moeder ben samen met een nog oudere vader en me daarover schuldig voel richting kind.Want ik gun een kind jonge ouders. En opa’s en oma’s die nog mee kunnen naar de speeltuin. In elk geval opa’s en oma’s. Wat al moeilijk wordt, in ons geval, maar gelukkig doet de vriend van mijn moeder het ook heel goed als opa.

Schuldig. De leuke jongen uit de trein maakt zijn universitaire studie niet af ‘want dat is niet te combineren met een voltijds baan.’ En volgens mijn lief kunnen we het ons niet veroorloven als hij een dag inlevert. Ik denk van wel, als we de discipline op zouden kunnen brengen om minder vaak naar het theater of op restaurant te gaan en festivals aan ons voorbij te laten gaan. Enkel nog boeken lenen bij de bieb in plaats van ze te kopen. De krant opzeggen. Misschien een jaar niet op vakantie. Wat pijn zal doen (mij veel meer dan hem) en waar ik geen vrolijker mens van word. Maar waar een wil is… En ik zou het voor hem over hebben. Dus eigenlijk is dit helemaal niet mijn schuld 🙂

Oef.

En me nu schuldig voelen dat het net lijkt of ik de leuke jongen uit de trein overal de schuld van geef.

 

Zo oud als je je voelt

Een blessure aan mijn hak zorgt ervoor dat uit bed komen een nog groter drama is dan anders. Daar kan geen koffie tegenop. Me nog een keer omdraaien als de leuke jongen uit de trein aan het werk gaat, is slechts uitstel van executie. En aan het eind van de dag hijs ik mezelf met pijn en moeite de trap op. ‘Ik word oud’, denk ik elke keer dat ik me met huilende hielen en krakende kuiten op mijn bed stort.

Wat is oud? Morgen word ik 35. Een leeftijd waarvan ik vroeger dacht dat ik dan ‘alles’ voor elkaar zou hebben. Onder alles verstond ik dan vooral een droombaan, een droomhuis, een aantal droomreizen met een vinkje erachter en nog een aantal droomreizen concreet op de planning. Ondertussen natuurlijk verkerend in topconditie met een sociaal leven waarin alle vriendjes en vriendinnetjes een soortgelijk leven hebben én in de buurt wonen, het uitnodigingen voor etentjes en festivals regent en niemand eerst een oppas hoeft te regelen voordat er spontaan een terrasje, een stedentrip of een avondje theater volgt. What was I thinking? 

De leuke jongen uit de trein begrijpt niets van de lichtelijk droevige gevoelens die het getal 35 en ‘de dingen die voorbijgaan’ bij mij oproepen. Sinds hij er zelf over kon beslissen, heeft hij geen verjaardag meer gevierd. Leeftijd zegt hem niets. Dromen zijn er vooral om te dromen en hoeven niet noodzakelijkerwijs uitgevoerd te worden. Voor dat huis, die reis, en alles wat nog meer ‘leuk’ is om mee te maken, hebben we toch nog tijd genoeg? En dat hij zijn vrienden nog maar zelden ziet, daar haalt hij zijn schouders over op. We hebben elkaar toch?

Dat klopt als een zwerende vinger. En daar ben ik blij om.

Met een blije muts op, voel ik me meteen een stuk jonger

Ik word altijd vele jaren jonger geschat dan ik ben, hoe zou dat toch komen?

Vroeg de struisvogel aan de bulldozer: “zullen we eens een kuil graven?”

We passen heel goed bij elkaar, de leuke jongen uit de trein en ik (uiteraard!). Hij is optimistischer dan ik, opgeruimder en rustiger. En hij is gewoon de allerliefste natuurlijk. Maar sommige eigenschappen delen we en dat is helemaal niet handig. We spelen in onze vrije tijd allebei voor struisvogel. En zo komt het dat we geen of (te) laat beslissingen nemen.

We bedenken niet waar we op vakantie gaan, waardoor we op het laatste moment een veel te dure reis boeken.

Niet waar we (gezamenlijk) voor sparen, waardoor veel dromen, dromen blijven.

Niet waar en wanneer het leven van nutteloze apparaten definitief eindigt, zodat een computer die niet meer opstart en een printer die niets meer uitdraait al jaren kostbare plek in ons toch al krappe huisje innemen. En dan heb ik het nog niet over twee enorme boxen die zelfs nog nooit zijn aangesloten en al jaren staan te stofhappen. Hier ergert de leuke jongen uit de trein zich overigens helemaal niet aan, dat doe ik alleen maar.

Niet waar we gaan wonen, waardoor we al jaren op een plek zitten die weliswaar perfect in het centrum van de stad ligt, dichtbij lieve vrienden en onze stamkroeg, maar waaraan we ook veel geld kwijt zijn en waarin we te weinig bergruimte hebben.

Niet of we kinderen willen, waardoor… ehm… Die kinderen, dat is echt een lastige. Tot drie jaar geleden wist ik zeker dat ik ze niet wilde. Maar sindsdien is een aantal zeer leuke exemplaren geboren in mijn omgeving. De meeste papa’s en mama’s zijn in mijn ogen een tikkeltje saai geworden, maar er zijn er ook een paar die bewijzen dat je met koter prima op vakantie kunt en al eens een festivalletje mee kunt pikken. Ik ben gaan twijfelen. Terwijl ik daar misschien helemaal geen tijd voor heb, want ik word binnenkort 35.

Het verschil tussen de leuke jongen uit de trein en ik, is dat ik ongelofelijk onrustig word van al het bovenstaande en vaak gefrustreerd raak. De leuke jongen uit de trein boeit het wat minder, hij gebruikt mijn motto ‘alles komt goed’ en ploft na zijn werk moe op de bank. Hij heeft het ontzettend druk op zijn werk en wil daarnaast “even” nergens meer over nadenken.

Als het alleen om ik, mezelf en mijn carrière gaat, ben ik eerder een bulldozer dan een struisvogel. Op het laatste moment pas mijn omzetbelasting doorgeven. Bonnetjes en facturen laten slingeren. Papieren opstapelen in mapjes voordat ze in de juiste klapper belanden. Mijn digitale agenda verwaarlozen. Dat soort dingen. Het besluit om het anders te doen, neem ik regelmatig, maar ja…

Heel soms neem ik impulsief en ondemocratisch een besluit (ik ben af en toe een slecht vriendinnetje) dat ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Met mijn zusje mee gaan naar Benin was er daar één van.

Vandaag hakte ik een hele andere knoop door. Vanaf volgende week komt er een poetsvrouw 🙂

Lang leve de poetsvrouw. Straks ziet mijn bureau er vast net zo netjes uit als deze van een Beninese schooldirecteur.

Lang leve de poetsvrouw. Misschien ziet mijn thuiswerkplek er straks net zo netjes uit als het kantoor van deze Beninese schooldirecteur.

Als de kat van huis is…

Mijn tas ergens neergooien, de muziek hard aanzetten, mijn sleutels laten slingeren, de ene pot thee na de andere zetten en twee koekjes tegelijk in mijn mond stoppen terwijl ik in mijn papieren rommel die ik over de hele tafel heb uitgespreid. Gerechten in elkaar steken waar de leuke jongen uit de trein niet van houdt, een puinhoop van de keuken maken en alles gewoon laten staan. Een hele avond geen televisie aan, maar opgekruld onder een fleecedekentje met een boek op de bank. Als mijn ogen dichtvallen naar bed strompelen, daar uit mijn kloffie stappen, alles op de grond laten vallen en vervolgens diagonaal, overdwars en in alle richtingen gestrekt het bed in. En de volgende ochtend niemand die me voor gek verklaart als ik de wekker zet om te gaan sporten.

Ik houd er zo veel van om een paar dagen het rijk voor me alleen te hebben, dat ik me soms -heel eventjes- afvraag of ik wel genoeg van de leuke jongen uit de trein houd.

Van de andere kant, als hij morgenavond tegen me aan ligt op de bank en we luidkeels het één of andere televisieprogramma van commentaar voorzien, dan voel ik me pas echt thuis.

Niets doen

Ik hoef geen twee keer dezelfde fout te maken, want ik heb keus genoeg.

en

Een dag niet naar buiten is een dag niet geleefd.

Je zou het mijn twee lijfspreuken kunnen noemen. Daar zit ik dan. Op de bank. Binnen. De fout om na een operatie te snel weer aan de slag te gaan, heb ik nog niet eerder gemaakt. Ik krijg er de kans niet voor, want met liefdevolle haviksogen ziet de leuke jongen uit de trein erop toe dat ik blijf zitten waar ik zit. Naar buiten gaan, zit er dus voorlopig ook niet in. Opstaan uit de bank doet pijn. Een bh dragen trouwens ook en zonder dit kledingstuk durf ik de deur niet eens uit.

De lieve berichtjes op mijn telefoon en de leuke handgeschreven kaartjes (een van de kleine dingen die mijn hart doen zingen) maken veel goed. De leuke jongen uit de trein is de beste verpleger die ik me kan wensen. Geen moeite is hem te veel. Dus trekt hij ’s morgens mijn sokken aan en stopt hij me ’s avonds in bed. Tussendoor organiseert hij het volledige huishouden en voert hij me elke zes uur een nieuwe portie paracetamol. Ik prijs me gelukkig.

Ik lees, schrijf, rust uit en kijk verlangend naar buiten.

Groot respect voor mensen die chronisch pijn hebben en/of minder mobiel zijn.