Een wonderlijk staaltje communicatie

"Bel dan even!" roept de leuke jongen uit de trein altijd als één van mijn conversaties in oeverloos heen en weer mailen of doodse stilte dreigt te verzanden. Dit keer was ik hem voor. Ik belde Opdrachtgever X van Communicatiebureau Y. 

Opdrachtgever X behandelt zijn (freelance) medewerkers doorgaans niet volgens de heersende fatsoensnormen. Hij verslijt hoofdredacteuren en vormgevers alsof het papieren zakdoekjes zijn. Gemaakte afspraken met de één, belanden automatisch in de prullenbak bij de ander. Staat er de ene maand een duidelijke kop boven mijn artikel, de volgende keer is het totaal onleesbaar. Dan zit er weer een nieuwe stagiaire van de kunstacademie die zijn gang mag gaan. Communicatie daar doen ze niet aan bij Communicatiebureau Y. Eindredactie gebeurt doorgaans ook niet. Dus toen ik per ongeluk één keer de eerste versie van een artikel in plaats van de laatste naar het bureau stuurde, kwam die er ongewijzigd in. Compleet met halve zinnen en foutief gespelde namen. Opdrachten komen sowieso altijd rijkelijk laat binnen, een dag of drie voor de deadline. Bovendien betaalt Opdrachtgever X niet bijzonder veel en meestal pas ná de betalingstermijn.

Opdrachtgever X heeft mij al verschillende keren gevraagd, op het smeken af, om zijn hoofdredacteur te worden. Waarvoor ik dan vriendelijk bedankte: "Ik schrijf liever."

Waarom ik zo graag voor Communicatiebureau Y schrijf, ondanks alles? Omdat de interviews die ik mag doen en de verhalen die ik mag vertellen zo ontzettend leuk zijn. En omdat het egostrelend is telkens de coverstory te schrijven.

Maar wat bleef het stil de laatste tijd. Dus in plaats van te mailen en te sms'en en tegen de leuke jongen uit de trein te klagen dat ik geen opdrachten meer kreeg, pakte ik de telefoon. De nieuwe hoofdredacteur aan de lijn (nummer 5 of 6 in twee jaar tijd) sprak de legandarische woorden: "Ik wist helemaal niet dat jij bestond. Voor het volgende nummer zijn alle artikelen al verdeeld."

Blijkbaar ben ik ontslagen.

Had ik al gezegd dat bij Communicatiebureau Y niet gecommuniceerd wordt?

Erbij horen

Erbij horen. Ik was daar nooit zo goed in. Dat de gabbers niets van mijn moesten weten, dat vond ik prima. Maar dat ik niet stoer genoeg was voor de alto's, niet slim genoeg voor de stuudjes, en mijn ouders niet rijk genoeg voor de kakkers; dat deed soms wel een beetje zeer. Oh middelbare schooltijd…

Daarna ging het steeds beter. Tijdens journalistiek deed ik nog wel eens mijn best om bij mijn tutorgroepje in de smaak te vallen, maar hoe ouder ik werd, hoe meer ik gewoon ik was. Mensen moeten mij maar nemen zoals ik ben. Met die instelling ben ik ook aan mijn huidige studie begonnen. Het resultaat: ik heb er fantastische mensen leren kennen voor verukkelijke klaagsessies bij grote bekers slagroom en koffie :-) 

Maar die houding keert zich soms ook tegen mij. Ik ben volledig mezelf als ik met de vrienden van de leuke jongen uit de trein op stap ben. Waarschijnlijk is dat precies de reden waarom ik me in die groep soms weer voel als dat onhandige meisje dat als laatste werd gekozen bij de gymles.

 

Even een hapje eten in Brussel

Daar stonden we dan, hartje Brussel, hartje restaurant, onze jassen nog aan. "Ik had gereserveerd", probeer ik in mijn beste Frans, maar Ober haalt zijn schouders op en tikt -zo autistisch als een deurpost- verder op zijn kassa. We kuchen, stoten elkaar aan, schuiven zelf wat tafeltjes aan elkaar. Maken daarmee geen enkele indruk. Ober komt pas als hij zin heeft. Uiteindelijk neemt hij zuchtend onze jassen aan, daarbij lomp tegen stoelen en tafels stotend. Hij verdwijnt ermee met niet al te vaste tred. We speculeren over drugsgebruik of dronkenschap, maar nee, zijn pupillen lijken niet vergroot en hij kijkt eerder boos dan lodderig. Het begin van een memorabele avond. 

Vloekend, steunend en met een enkele onverstaanbare opmerking neemt Zonnig Humeurtje onze bestellingen in ontvangst. Hij is kwaad dat we allemaal iets anders bestellen en schaamt zich er niet voor om dat rechtuit te zeggen. Dat het een kwartier duurt voordat hij vijf voorgerechten in de kassa heeft staan, zegt genoeg. Dat er vervolgens vier uiensoepjes, drie salades, twee paar garnalenkroketten en een carpaccio op onze tafel af komen, zegt alles. Het is helemaal mis met Handige Harry.

Ineens staat hij er weer. Huilend. Met een onsamenhangend verhaal over zijn overleden oma. Het spijt hem allemaal zo.

Terwijl er links van mij intensief gediscussieerd wordt over politiek en er op rechts hardop gedroomd wordt over carrière en toekomst, stapt een kordate vrouw het restaurant binnen. Ze pakt de ober bij zijn schouders en duwt hem richting deur. Zij zal het wel overnemen. Het duurt een paar uur voor ze de boel weer op orde heeft (en al die tijd wachten wij geduldig op ons hoofdgerecht), maar in tegenstelling tot haar vent (?) gaat er bij haar wel een belletje rinkelen bij het woord 'klantvriendelijkheid'. Er wordt gratis, maar niet te zuipen wijn aangeleverd verpakt in excuses.

Pas om half twaalf verlaten we het restaurant. Een goedgevulde maag en een ontuitwisbare herinnering rijker.

Brussel, verrukkelijk vat vol vreemde tegenstellingen. 

 

Ik wil niet trouwen en hoef geen kinderen, help!

Tuurlijk, als je bij elke baby roept "oh wat schattig" en als je begint te kwijlen bij elke witte jurk die voorbij loopt dan moet je het vooral doen, trouwen en kinderen krijgen. Zeker als je al jaren met je partner bent en over opvoeden een beetje dezelfde ideeën hebt. Leuke feestjes altijd, die bruiloften en beschuit met muisjes vind ik nog steeds lekker.

Maar nee, juist mijn bondgenoten, die tot nu toe enkel het woord baby in de mond namen om te klagen over het krijsende geval van de buren, zijn ineens zwanger. En de vriendinnen die het hardst tegen burgerlijkheid aanschoppen en altijd alles anders willen doen dan de rest, zijn inmiddels getrouwd. In een witte jurk. Met een oldtimer, een fotoreportage, een receptie en alles.

Iedere keer brengt de aankondiging van nieuw leven of de uitnodiging voor een bruiloft van een ex-bondgenoot ("nee joh, ik geef niets om trouwen") een kleine schok teweeg. Soms is het zo erg dat ik te verbaasd ben om er een 'gefeliciteerd' uit te gooien, wat ik dan heel onaardig vind van mezelf. 

Dus lieve vrienden, vriendinnen, neefjes en nichtjes (daar gaat er ook ene totaal onverwachts van trouwen, hoorde ik gister): als jullie van gedachten veranderen en ineens de behoefte voelen jullie eeuwige spijkerbroek te verruilen voor strapless jurken met A-lijntjes, waarschuw me dan even. Liefst ruim voor de uitnodiging of het geboortekaartje in de brievenbus steekt. Dan kan ik tot me door laten dringen dat mensen die even hard schreeuwden als ik zelf tóch van gedachten kunnen veranderen. Dan kan ik alvast werken aan de vrede met mezelf dat ik blijkbaar steeds meer alleen kom te staan in het ontbreken van rammelende eierstokken en het niets geven om trouwen. En dan kan ik er welgemeende, enthousiaste felicitaties aan toevoegen. 

Want zoals gezegd, de feestjes zijn fantastisch en van tompoucen met eetbare babyfoto's erop kan ik geen genoeg krijgen.  

spellen is uit de mode

Aaaaargh. Ik blijf me eraan ergeren. Op de gemiddelde werkdag zie ik het zo'n 40 keer per uur in mijn display staan, telkens als ik een telefoongesprek heb beëindigd: beëindigt. Noem me een zeikerd, een zeur of een zaag, maar ik kan het niet laten toch even de volgende vraag te stellen aan iedereen die het lezen wil, of niet lezen wil: is het te veel gevraagd om foutloos te schrijven? 

"Waarom zou ik nadenken?, hoor ik mensen denken als ik bepaalde dingen lees. En als je die mensen dan aanspreekt, krijg je als antwoord: "Je begrijpt toch wat ik bedoel?" Of zoals mijn nichtje zei: "Je moet er maar aan wennen." Misschien word ik oud, sterven mijn hersencellen af, of is het een gebrek aan hipheid, maar ik begrijp er vaak geen bal van. Of het doet op zijn minst pijn aan mijn ogen.

Ik wert zo moe van me vriendin want ze belde me iedere dag toen zij ik dat ik dat vervelent vont en daarom belde ik jouw.

Dit soort zinnen bevolken/bevuilen hyves en facebook. Maar het zal me niet verbazen als ook sollicitatiebrieven of andere serieus bedoelde documenten er tegenwoordig zo uitzien.

Het erge is, op mijn eigen website staan ook nog twee foutjes. Die ik overigens meteen opmerkte na publicatie. Maar ik kan ze zelf niet veranderen, omdat ik het CMS niet snap. Om te eindigen waarmee ik begon: Aaaaargh.

De huisbaas

In Tilburg had ik niet alleen fantastische huisgenoten, maar ook een geweldige huisbaas. Hij stuurde een kaartje als je jarig was. In de kerstvakantie liet hij een kratje bier bezorgen. En hij werkte samen met een klusjesman, die altijd dezelfde week nog langskwam als er iets stuk was. Was repareren te duur, dan kwam er gewoon iets nieuws voor in de plaats.

Een eenmalig gelukje, zo blijkt.

Bij mijn appartementje in Maastricht hoorde een zuurpruim die altijd klonk alsof ik iets onmogelijks van hem eiste. Nooit was er iets dringends genoeg. En om de scheur in de voorgevel moest ik met niet druk maken. Van privacy had hij nog nooit gehoord, hij gebruikte zijn eigen sleutel om binnen te komen en vond niet dat ik op de hoogte moest zijn van zijn komst. Toen ik wegging boorde hij me nog een halve borg door mijn neus, omdat mijn bed een paar dagen was blijven staan.

Telefoontjes, mailtjes en nog meer telefoontjes. Eerst een klein scheurtje. Toen aarzelende druppels telkens als de bovenbuurman in zijn douche stapte. Toen een scheur over de hele breedte van het plafond en daaronder drie emmers om de stortvloet aan water op te vangen. In Brussel schoot pas iemand in actie toen het te laat was. Zwartwerkende Brazilianen plaatsten op verzoek van de huisbaas een provisorisch nieuw plafond. Zonder eerst het lek te dichten dat de oorzaak was van de ellende.

Terug in Maastricht. Een heerlijk huis op een prima locatie en ook nog samen met mijn lief. Tot zo ver niets aan de hand. Trots leidde de huisbaas haar nieuwe huurders rond. Ze kon maar niet genoeg herhalen hoe mooi ze van alles vernieuwd hadden en hoe lang ze bezig waren geweest met schoonmaken. Twee kleine overdrijvingen. Mooi zijn de aangebrachte vernieuwingen niet; haar klusjesman heeft een volledige bus kit geleegd in elke ruimte, zelfs sommige plinten en stopcontacten zitten met kit vast. Schoon was het ook niet; aan de magnetron en de gasfornuis bleef je al vastplakken als je ernaar keek. Maar goed, er lag een vloer, dat maakte veel goed.

Inmiddels is de vaatwasser al drie maanden stuk en worden de 'kleine dingetjes' die nog eens ooit opgelost zouden worden steeds storender. Het is niet van levensbelang dat de bekleding van een aantal keukenkastjes loslaat, het is geen ramp dat er geen knop op de verwarming in de hal zit en we gaan er niet dood aan dat de kap van onze buitenlamp stuk is. En nee, de wereld vergaat niet omdat we met de hand af moeten wassen.

Maar we (en dan bedoel ik vooral de leuke jongen uit de trein) betalen wél de hoofdprijs qua huur. En van alle verbeteringen die we (en dan bedoel ik vooral de papa van de leuke jongen uit de trein) hier in huis hebben aangebracht, wordt de huisbaas alleen maar beter. Ze kan er bij de volgende huurders zo weer honderd euro bovenop gooien.

Mevrouw mr. drs. Huisbaas is beledigd. Ze vindt ons aanstellers en zeurpieten. We moeten er begrip voor hebben dat ze een drukke juridische praktijk heeft en dat ze niet elk moment voor ons klaar kan staan. In de tien jaar dat ze de woning nu verhuurt, heeft ze nog nooit zulke klagers gehad als wij, liet ze vandaag per mail weten. De vaatwasser gaat er komen, schrijft ze, maar alleen als we hem zelf (laten) installeren. Haar klusjesman is onlangs ernstig ziek geweest en kan niet tillen.

Daar kunnen we het weer mee doen.   

Vragen aan mezelf

Cliché, cliché, ook ik vind dat er even teruggeblikt moet worden. Aan de hand van een leuk vragenlijstje dat ik vond op één van mijn favoriete blogs

1. Wat deed je in 2010 dat je nooit eerder deed?
Samenwonen met een zelfgekozen huisgenoot, tevens geliefde.
Kennis maken met de bijzondere wereld van Buitenlandse Zaken.

2. Heb je je goede voornemens waargemaakt en ga je er dit jaar nieuwe maken?
Ik had dezelfde goede voornemens als anders: minder eten, meer bewegen, veel tijd in goede vrienden steken, minder tijd in vage kennissen. Heb ze allemaal niet waargemaakt. Maak dezelfde voornemens toch weer opnieuw. Met daarbovenop een heel DIK voornemen: mijn masterdiploma binnenhalen.

3. Welke landen heb je het afgelopen jaar bezocht?
Voor mijn doen bijzonder weinig en allemaal bijzonder dicht bij huis: Duitsland, België, Frankrijk.

4. Wat wil je in 2011 dat je niet had in 2010?
Een mastertitel.
Een échte baan.

5. Welke data van 2010 staan in je geheugen gegrift?
Ehm… er komt niet direct iets binnen.

6. Wat was je grootste verwezenlijking van 2010?
Dat ik ondanks een hoop buldozer- en kop-in-het-zandtactieken toch keihard heb gewerkt en alle deadlines heb gehaald. Al leverde het niet altijd een voldoende of een topartikel op.

7. Waarin heb je het vaakst gefaald?
Op tijd beginnen.

8. Ben je ziek geweest of gewond?
Op een totaal onverwachte zware hoofdpijnaanval een paar dagen geleden (stress?) en een elk jaar terugkerende ontsteking achter mijn rechteroor heb ik nergens last van gehad. Geen enkele reden tot klagen dus. Afkloppen!!!

9. Wat is het beste dat je gekocht hebt in 2010?
Ik heb nog nooit zo weinig gekocht als het afgelopen jaar. De leuke jongen uit de trein des te meer. Zijn beste aankopen zijn twee fantastische bankstellen en een prachtig schilderij. En alle cadeautjes die hij voor mij kocht, natuurlijk.

10. Waar ging het meeste van je geld naartoe?
Treinkaartjes.

11. Waar was je heel heel enthousiast over?
Ons romantisch tripje naar Parijs, waar we ons onderdompelden in kunst, cultuur en zinderende hitte.
Mijn stage in Brussel.
Kommil Foo Deluxe.

12. Welk nummer zal je altijd doen denken aan 2010?
Wijd Open van Blof.

13. Ben je in vergelijking met vorig jaar…
a) blijer of triester?
Blijer. Ik heb een aantal keuzes gemaakt die mijn leven leuker hebben gemaakt. Samenwonen enzo. 
b) dikker of dunner?
Dikker *zucht* omdat meer sporten niet opweegt tegen meer eten.
c) rijker of armer?
Mijn banksaldo is gelijk. Mijn schulden zijn opgelopen. Armer dus. *Diepe zucht*.

14. Wat had je graag meer gedaan?
Gereisd.
Uitgeslapen.

15. Wat had je graag minder gedaan?
Ja gezegd op dingen waar ik eigenlijk geen tijd voor had.
Geklaagd. Al is klagen soms heel fijn. Zeker met een kop geneeskundekoffie. Zeker met mijn semi-siamese tweelinghelft.

16. Wat was je favoriete televisieprogramma?
De allerslimste mens ter wereld.
Deadliest catch.
So you think you can dance.

17. Wat is het beste boek dat je gelezen hebt?
Het laatste *snik, snotter* deel uit de Wallender reeks.

18. Wat was je favoriete film van het jaar?
Het feit dat me niet direct iets te binnen schiet, zegt genoeg. Ik heb schandalig weinig films gezien in 2010.

19. Wat wens je je bloglezers toe voor 2011?
Geluk, gezondheid, gezelligheid.
Avontuur.
Liefde.
Dat ze niet verveeld raken door mijn blogs en af en toe zin en tijd hebben om te reageren (ook de mannen).

20. Wat ga je doen op de laatste avond van dit jaar?
Werken.
Tomantensoep eten.
Goedkope champagne drinken uit plastic bekertjes op een koude, winderige brug omringd door vrienden. En dan om middernacht de leuke jongen uit de trein zoenen. 

 

Mannenpraat

"Mannen praten niet met elkaar", hoor ik vaak. En daar kan ik helemaal niets mee.

De leuke jongen uit de trein weet bijvoorbeeld pas sinds kort dat zijn broer ooit wil trouwen, maar heeft geen idee of hij kinderen wil of wat hij nog wil bereiken/bereizen in zijn leven. Dingen die ik van mijn zusje en van de meeste van mijn vrienden (mannen én vrouwen) al sinds jaar en dag weet. Het niet weten van belangrijke opvattingen en overpeinzingen van mensen die dichtbij me staan, doet bij mij al snel de woorden 'onverschillig' en 'ongexefnteresseerd' opborrelen.

Maar daar wil ik de leuke jongen uit de trein absoluut niet van beschuldigen. Hij is namelijk niet alleen de liefste jongen ter wereld, hij heeft ook nog zo ongeveer de grootste luisterende oren ooit geschapen. Mij vraagt hij dagelijks wat ik vind, voel of denk. Maar ik ben geen man.

Dus. Is het inderdaad zo dat mannen niet met elkaar praten? En kan iemand -liefst een man- mij vertellen waarom?

Telefoongesprekken…

Door mijn koptelefoon hoor ik iets over een brief. En dingen die niet kloppen. Facturen. En onsamenhangende verbanden daartussen. Dus het duurt even voordat ik begrijp dat de vrouw iemand van Start People wil spreken. Ook omdat ze het uitspreekt als Start Peejople.

In de straat waarvan zij bij hoog en laag volhoudt dat er een vestiging ligt, is dat volgens mijn gegevens niet zo. Ze is beledigd en vindt dat ik mijn werk niet goed doe, maar ik verbind haar toch door met het wél bestaande kantoor van Start. Ze kunnen haar daar vast verder helpen.

Nog geen drie minuten later hoor ik mijn collega.
"Mevrouw, ik neem aan dat u Start PEOPLE bedoelt."

"Heeft u daar het adres van?"

"Nee mevrouw, in de straat die u noemt ligt geen vestiging van het uitzendbureau." 

"Ik geef u het nummer van een andere vestiging in dezelfde plaats, ze kunnen u daar ongetwijfeld verder helpen."

Weer drie minuten later opnieuw de telefoon. Weer een onsamenhangend verhaal over een brief, een factuur, gemaakte fouten en dat het toch allemaal schandalig is.

We moeten alle telefoontjes eigenlijk binnen 50 seconden afhandelen. Onmogelijk als dit soort mensen bellen. Ik onderbreek haar om te redden wat er te redden valt:
"Mevrouw, zowel ik als mijn collega hebben u het nummer al gegeven, wat kan ik nog voor u doen?"

Ik krijg een verhaal terug over alles wat er mis is met haar leven en hoe zwaar ze het heeft omdat die brief die ze heeft ontvangen van Start Peejople niet klopt en wij haar nu ook al niet kunnen willen. Ik zucht eens diep en zeg:
"Mevrouw, het enige dat ik kan doen is u het telefoonnummer geven dat u al twee keer van ons heeft gekregen."

En dan komt het.
"Madameke moet u eens goed luisteren…", begint de vrouw. Mijn nekharen gaan recht overeind staan.
"Ik bén geen madameke", snauw ik.
"Dat kan ik toch niet zien", antwoordt zij.

Zucht. Ik moet er bijna van lachen en huilen tegelijk en geef haar opnieuw het telefoonnummer van de 'verkeerde' verstiging van Start Peejople. Ze heeft niet meer teruggebeld.

Afascheidstoerneeeeeee

Het uitklappertje van Ikea met heerlijk fris ruikende lakens. Het houten éénpersoontje nog uit het ouderlijk huis. De slordig opgemaakte tweepersoons van de huisgenoot die er bijna nooit is.

De fles witte wijn die al voor het eten open wordt getrokken. Het glaasje ranja, omdat zoonlief dat ook drinkt. De speciale biertjes die altijd koud staan.

De lekkere, makkelijke, snelle maaltijd uit pak of pot. De pizzaria om de hoek, waar je voor minder dan tien euro stampvol zit. Het diner mét borrelhapjes vooraf, dat al een uur in voorbereiding is als ik aankom.  

En overal: gezellig, fijn, knus.

Maar het zit er bijna op.

Nog twee nachtjes blijven slapen.

De maandagavond zal nooit meer hetzelfde zijn.