Ik baal

Ik weet dat ik niet echt van het zonnige soort ben. Dat klagen mijn grootste hobby is, is algemeen bekend. Dat ik eigenlijk maar weinig heb om over te klagen -ben gezond, heb lieve vrienden en familie, woon samen met de liefste huisgenoot ter wereld- is ook bekend.

Maar nu is het simpele feit, zonder te willen klagen, dat het even niet zo goed gaat. De laatste paar weken trek ik het bijzonder slecht dat mijn agenda eruit ziet als een kruiswoordpuzzel zonder lege vakjes. Voor de twee vakken die ik volg, moet ik zo veel lezen dat ik al in geen weken meer een leesboek van binnen heb gezien. En dat terwijl lezen, na klagen, toch echt mijn grootste hobby is.

Ik baal ervan dat ik vriendinnen soms iets toezeg en het daarna weer afzeg of inkort, omdat er ineens nog een presentatie in mijn rooster wordt gefiets. Of omdat ik een onvoldoende heb gehaald die herkanst moet worden. Ik baal ervan dat ik een waardeloze klasgenoot ben. Op twee slettebakjes na zit ik bij superleuke mensen in de les. Maar als ze na de les nog wat gaan drinken, ben ik alweer onderweg naar huis. En erg veel opbouwende kritiek geef ik ook al niet, omdat ik het eerste uur meestal nog zo gaar als een sudderlapje ben van twee uur in de trein zitten.

Ik baal nog het meest van mezelf. Omdat ik mijn gebaal afreageer op de mensen die het dichts bij me staan.  

Geobsedeerd

Ze zag er weer uit alsof ze rechtstreeks vanachter het raam vandaan kwam, mijn klasgenote. Een laag plamuur op haar gezicht waarmee ik de scheur in mijn Brusselse plafond had kunnen dichten. Iets straks en zwarts om haar bovenlijf met vele doorschijnende stukken. Ze moest een presentatie geven waarbij ze Sartre aanhaalde als wetenschapper die onderzoek naar het zelfde onderwerp had gedaan. Haar buurman vraagt "Jean Paul?" Waarop zij antwoordt "Nee Dolce en Gabbana."

Ehm…

Frustraties

Momenteel kamp ik met een aantal kleine en iets grotere frustraties. In willekeurige volgorde:

  • Pantys van de Hema. Als je normaal gesproken maat 42 hebt, verwacht je soepeltjes in een maat 44 – 46 te stappen. Niet dus. Eerst een vloeibare vorm aannemen alvorens in het stukje niet zo heel elastische stof te passen, lijkt nuttige aanbeveling.
  • Lage inkomsten. Meer dan 16 uur werken per week is niet te combineren met studie, huishouden, relatie en vriendschappen. Armoede is in mijn geval dus soort van een vrijwillige keuze. Want ik zou kunnen stoppen met mijn studie om vervolgens fulltime te gaan werken. Want ik zou mijn vrienden kunnen laten vallen om zodoende geen reden meer te hebben om op stap te gaan of te gaan uiteten, waardoor het beetje geld dat er binnenkomt wellicht kan worden gespaard. Beiden zijn echter geen optie. Maar het schuldgevoel over de ongelijke bijdrage aan ons huisje en de irritatie over de lieflijke jurkes en stoere laarzen die me overal toelachen maar niet gekocht kunnen worden, neemt soms grote proporties aan.
  • Chips en chocolade. Het goede voornemen om van de onder punt 1 genoemde maat 42 maat 40 te maken, strandt voortdurend op deze twee ingrediënten. Drie keer per week sporten is geen enkel probleem, maar oh die hemelse zoetig- en zoutigheden. 
  • Een schilderij van Charles Sheeler in combinatie met een gedicht van William Carlos Williams. Een 'in-depth analysis' van 2.500 woorden over deze creatieve uitspattingen moet morgen worden ingeleverd. In beide kunstwerken begin ik dingen te zien die er niet zijn en uit mijn analyse tot nu toe blijkt dat ik de concentratiespanne van een goudvis heb.

Gelukkig ben ik met andere dingen dan weer bijzonder blij. In iets minder willekeurige volgorde:

  • De leuke jongen uit de trein. Zijn niet aflatende geduld met zijn ietwat lompe en licht gefrustreerde huisgenote is bewonderenswaardig. Terwijl ik mijn vastgelopen laptop van het balkon wilde gooien, ging hij er eens goed voor zitten om het ding weer aan de praat te krijgen.
  • Mijn vriendjes en vriendinnetjes. Zonder hen sliep ik elke maandag onder een brug. Zonder hen kreeg de leuke jongen uit de trein (hij kan het zich waarschijnlijk niet voorstellen) nog véél meer geklaag, gezucht en gesteun over zich heen.
  • De sportschool. Het mensenkijken is er een hilarische bezigheid. Neem nou dat wicht met haar bling-bling design sportbroek met daaronder hoog opgetrokken witte sportsokken. Of de jongen die Michael Jackson moves staat te oefenen tussen de fitnesstoestellen. En niet te vergeten dat zonder de sportschool de onder punt 1 en punt 3 genoemde maat 42 al lang maat 46 geworden zou zijn, zodat ik in geen enkele Hema-panty meer zou passen.

 

 

Zoveel lelijkheid in xc3xa9xc3xa9n gebouw

Bruine tegels die niet zouden misstaan in een badkamer uit de jaren '70 
Panelen als in een ziekenhuis vormen het plafond

De gangen
Soms desolaat
Soms zo vol dat wachten op de lift een garantie is voor te laat komen

Blauwe bordjes wijzen de weg
Naar lokalen waarin de laptops haperen
De beamers uitvallen
Het geluid weerkaats
Tegen kale muren

Eigenlijk is alleen het uitzicht (vanaf de 11e verdieping en hoger)
De moeite van het bekijken waard
 

Zoveel lelijkheid in één gebouw

Bruine tegels die niet zouden misstaan in een badkamer uit de jaren '70 
Panelen als in een ziekenhuis vormen het plafond

De gangen
Soms desolaat
Soms zo vol dat wachten op de lift een garantie is voor te laat komen

Blauwe bordjes wijzen de weg
Naar lokalen waarin de laptops haperen
De beamers uitvallen
Het geluid weerkaats
Tegen kale muren

Eigenlijk is alleen het uitzicht (vanaf de 11e verdieping en hoger)
De moeite van het bekijken waard
 

Bejaarde heks

Liefkozend noemde ik haar Vrouwtje Theelepel. "Het arm mensje", dacht ik nog. "Oud, en de hele dag niets anders te doen als uit het raam kijken."

Wat een vergissing. Een korte observatie van de leuke jongen uit de trein en mijzelf en de weg van lief vrouwtje naar boze heks was afgelegd. Het nare mens kijkt altijd sjachereinig, commandeert haar man in het rond, en fixeert haar haviksblik op iedereen die langs komt; met haar neus tegen de ruit of vanuit haar half geopende voordeur. Zojuist nog was de glazenwasser de pineut. Vanuit haar deuropening bleef ze de arme jongen bedelven onder misprijzende blikken net zo lang tot hij boven aan de ladder was.

Maar het allerergste aan de bejaarde heks van tegenover: ze gooit dagelijks haar tuinafval bij haar buren over het muurtje. Ik vermoed dat er iets gruwelijk mis is gegaan in haar opvoeding. En ik ben bijzonder benieuwd naar haar kinderen en kleinkinderen.

De I van Idioot

Na verschillende bijbaantjes in de schoonmaak en de horeca besloot ik het laatste halfjaar (als het goed is) van mijn studie met een ander baantje te financieren. Dus computer aan, headset op en het Grote Rinkelen der Telefoons kan beginnen.

B=beller

B: "Mevrouw, mijne man neemt zijn telefoon niet op."

B: "Ik heb een telefoonnummer met een cijfer te weinig, kunt u mij vertellen welk cijfer ontbreekt?"

B: "Ik heb hier een telefoonnummer uit '78, maar dat werkt niet meer."

B: "Mevrouw ik heb hier een voornaam, heeft u dan een nummer voor mij?"

B: "Mijn dochter is op vakantie in Griekenland en ik heb al een paar dagen niets meer van haar gehoord."

Ik: "Mevrouw, kunt u de achternaam voor mij spellen alstublieft?"
B: "De A van aardappel en dan de I van ehm… idioot"

Ik heb een heerlijk bijbaantje.

Ontnuchtering, de grote mond, het kleine hartje en steenkolenengels

Blijkbaar kom ik best zelfverzekerd over. Als iemand die je niets kunt maken. Nou, niets is minder waar.

Terwijl ik geen nieuwe vrienden meer hoef te maken (de vrienden die ik heb, zijn me zo dierbaar dat ik regelmatig overloop van schuldgevoel dat ik zo weinig tijd aan ze besteed) en terwijl ik meermaals bewezen heb (in elk geval aan me zelf) dat ik soms slimmer ben dan ik dacht, had ik toch last van lichte zenuwen en opborrelende onzekerheid op weg naar mijn eerste college in het nieuwe academische jaar. Ik was een beetje bang voor de 'groepjesvorming' van mijn medestudenten die misschien al jaren bij elkaar in de klas zaten. Ik was vooral een beetje bang voor het niveau Engels waarop de lessen gegeven zouden worden.

Aangekomen op de VU maakte onzekerheid snel plaats voor het ultieme maandagochtendgevoel. Natuurlijk zijn er nog steeds te weinig liften. Dat ik de trap moest nemen naar de 14e (!) verdieping werkte erg ontnuchterend. Nog even snel mijn mail checken zat er ook niet in, want geen enkele computer was beschikbaar.  

Dus dan maar meteen het klaslokaal in. Eerste lessen beginnen standaard met een voorstelrondje. Slechts twee studenten bleken daadwerkelijk uit een Engelse studierichting te komen, dus dat viel mee. En toen het woord aan het meisje rechts van mij gegeven werd, kon ik helemaal opgelucht ademhalen.

"I do my masters. And therefore I did some traveling. And therefore I did my bachelor".
"You mean before that", probeerde de docent haar te verbeteren. Hij kreeg een glazige blik terug.

Mooi. Als dit het niveau is, kom maar op!

P.S. Hoe haal je het in je hoofd op een koude, winderige maandagochtend een jurkje te dragen dat zo kort is dat je billen er bijna onderuit komen? Die kanten mouwtjes, dat diepe decolleté en die zo kunstig er boven en onderuit komende Marlies Dekkers bh-bandjes… doe dat lekker aan als je bepaalde behoeftes hebt waarvan ik me niet kan voorstellen dat die op een maandagochtend in een collegezaal bij je opkomen.

Denken aan papa, 365 dagen per jaar

Papa.

Zou het gekund hebben nu, een gesprek van volwassene tot volwassene?
Zou ik het gekund hebben, me geen klein meisje meer voelen in een discussie?
Zou hij het gekund hebben, zich door mij van iets laten overtuigen als ik sterke argumenten zou hebben?

"Is er een moment waarop je hem niet mist?", vroeg de leuke jongen uit de trein laatst. We luisterden samen naar 'papamuziek'. Ik huilde. Het is zo fijn dat dat kan, huilen op de schouder van mijn lief.

Ja, er zijn momenten waarop ik hem niet mis. Namelijk de momenten dat ik niet aan hem denk. Maar er is geen dag dat ik niet aan hem denk.

Om er een clichxc3xa9titel tegenaan te gooien: Partir est mourir un peut

Langzaam begint het te wennen: SAMENWONEN. Al moet ik daar eerlijk bij zeggen dat we pas 1 nacht samen in ons nieuwe huis hebben doorgebracht en dat ik nu alweer in Brussel ben.

Het begint te wennen dat er geen spullen meer zijn van mij en van hem, alleen nog maar spullen van ons (alhoewel… sommige dingen blijven het stempel IK dragen tot in de eeuwigheid der eeuwen amen). Dat ik die spullen niet meer op een plek moet zetten die voor mij logisch is, maar op een plek waar hij ze ook terug kan vinden. Dat ik niet meer de enige ben die haar nek breekt als ik iets heb laten slingeren met de gedachte 'dat ruim ik morgen wel op'.

Wat dan weer niet went, nooit, is afscheid nemen. Ik kan (tot nu toe) in iedere stad aarden. Sterker nog, ik kan overal best wel binnen korte tijd gelukkig worden. Ik voel me snel thuis. Waardoor ik me enorm ga hechten aan allerlei kleine dingen die met dat thuis te maken hebben. Mijn straat vol kleine zaakjes en grote bedrijvigheid. Cafxc3xa9 de Walvis met zijn dagsoepjes en vage dj's. Het hippe publiek dat de terrassen bevolkt waardoor de stoep een hindernisbaan wordt. De geluiden van vriendschappelijke begroetingen en loeiende sirene's. De drommen mensen onder de luifels van Noordzee, slurpend aan oesters, nippend aan glazen cava. Het restaurantje met de roodwitte gordijntjes, de vriendelijke bediening en de jenever van het huis. Zelfs de hangjongeren aan de uitgang van de metro. Ik ga het zoooooo missen.