Respect

We lagen elkaar niet. We vonden elkaar geen blik waard. Meer woorden dan absoluut noodzakelijk maakten we niet aan elkaar vuil. Na de middelbare school, als we elkaar in de stad per ongeluk tegen het lijf liepen, deden we of we elkaar niet kenden. Geen wonder dat ik even moest slikken toen zij het schoonzusje van de leuke jongen uit de trein bleek te zijn.

We zijn nog steeds elkaars type niet (al ben ik geen alto meer en zij geen gabber), maar kunnen het prima met elkaar vinden bij de schoonouders aan het paasdiner, of tijdens een potje bowlen op de familiedag. Het glas rode wijn dat ik met het uitpakken van de kerstcadeautje over haar jurkje liet vallen deed daar niets aan af. En ook de totaal ontactische opmerking van een nichtje van de leuke jongen uit de trein die ons nog even fijntjes op ons gezamenlijke middelbare schoolverleden wees, richtte nauwelijks schade aan. 

Sinds afgelopen zaterdag heb ik besloten dat ze een diepe buiging waard is. Met zulke ouders toch nog als een sociaal denkend wezen in de wereld kunnen staan is een prestatie van formaat.

Bij sommige mensen moet ik wel eens tot tien tellen en diep ademhalen om ze aan te kunnen. Afgelopen zaterdag had ik al tot 11999 geteld en stonden de hoorntjes nog steeds op mijn hoofd. De monologen van haar vader, waar niemand een speld tussen kreeg. De veren die hij in zijn eigen kont stak. Het denigrerende toontje dat hij tegen zijn dochter en zijn schoonmoeder aansloeg. Zijn stemverheffing om toch vooral de aandacht vast te houden. Het gemak waarmee hij zich door zijn dochter en schoonzoon liet bedienen. Zijn vrouw die er schaapachtig bij zat te lachen als ze even niet de moeite deed een totaal nutteloze opmerking aan de monoloog van haar man toe te voegen.

Dan als dochter blijven lachen en ook nog een goede gastvrouw zijn voor de rest van het bezoek. Ik vind het knap. Het meisje met de boze blik en de dikke groene bomberjack op de middelbare school, heeft een groot gevecht tegen haar genen moeten leveren om te worden wie ze nu is.

Beter!

Gelukkig duren de depressies in mijn wisselvallige leven nooit lang. Net een goed gesprek gehad met de (vervangend) studieadviseur. Wat een fijn mens! Ze dacht echt met me mee, ze zou bijvoorbeeld uitzoeken of ik mijn inschrijving bij de universiteit tijdens mijn stage stop kan zetten om op op die manier collegegeld te bespraren. Ook had ze het goede nieuws dat als het me lukt om in de periode september – december 30 studiepunten te halen, ik na mijn stage alleen nog hoef te zorgen voor een stageverslag en voor mijn scriptie. Als ik dus in de zomervakantie volgend op mijn stage keihard aan de slag ga (met de nadruk op ALS), kan ik de studievertraging beperken tot een maand of drie. Dat klinkt een heel stuk beter dan het halve jaar dat ik in gedachten had. Voor mijn 30e afstuderen ga ik dan net niet halen, maar misschien haal ik de eindstreep nog voor het begin van 2011. 

Het liefst zou ik vandaag al aan mijn stage beginnen. Vanmorgen had ik mijn toekomstige afdelingshoofd weer aan de telefoon en haar enthousiasme over mij en de taken die ze me gaat toebedelen, werkt super aanstekelijk. En dat terwijl ik zelf al overliep van enthousiasme toen ik haar de eerste keer na het sollicitatiegesprek aan de lijn had. Ze gaat de lat ontzettend hoog leggen, maar dat is voor mij alleen maar goed. Ik werk het best als de uitdaging het grootst is.

Dat ik weer zit te bloggen in plaats van te studeren, betekent dan blijkbaar dat de uitdaging om het eerste jaar van mijn studie af te ronden niet zo groot is?

 

Van de druppel en de emmer

Afgelopen weekend overstroomde de emmer.

Ben ik een slechte dochter omdat ik maar 1 x op bezoek ben geweest in de 2 weken dat mama ziek was, terwijl haar vriend dagelijks voor haar kookte? Ben ik een slechte dochter omdat ik gister pas voor het eerst naar mama’s nieuwe huis ging kijken? Ben ik een slechte dochter omdat ik eerst gretig in ging op mama’s voorstel om in de zomermaanden bij haar te komen werken en ik pas later bedacht dat het geen goed idee is? Ben ik een slechte vriendin omdat bij het idee van samenwonen, zelfs voor maar 2 maanden, me het zweet uitbreekt? Ben ik een slechte vriendin omdat ik dingen liever oprkrop dan met hem te praten? Ben ik een slechte vriendin omdat ik me soms stoor aan zijn (best normale) gewoontes?

Daar bovenop die eeuwige twijfel aan alles wat ik doe. Waar is mijn vastberadenheid gebleven om in 2 jaar deze master af te ronden? Als ik dat zo graag wil, waarom loopt mijn bachelorscriptie dan mijlenver achter? En wat is er met het goede voornemen gebeurd om aan het begin van een nieuw blok (afgelopen maandag) meteen alle literatuur te verzamelen? Mijn studie is mega interessant. Een enkele docent heeft de uitwerking van een nagel op een schoolbord, maar de meeste leraren zijn enthousiast en weten hun vak goed te brengen. Ik haal goede punten. Ik heb leuke studiegenoten. En toch die twijfel. Ga ik ‘later’ wel iets doen met wat ik nu leer? En ben ik dit echt alleen maar gaan doen om iets aan mezelf te bewijzen? Zo ja, wat voor zielige reden is dat dan?

De consequenties van het weer studeren vallen bovendien vies tegen. Supertof dat ik die stage heb binnengehaald, maar het betekent ook een half jaar studievertraging. Wat dan weer betekent een half jaar langer met weinig geld in een kleine kamer in een niet zo fijn huis wonen. Het zit tegen gruwelen aan wat ik voel als ik bedenk dat ik na ‘Brussel’ terug moet naar een studentenhuis. Ik word dan verdomme 30! Ik kan me nog herinneren dat ik mijn allerliefste oud-huisgenoot uitlachte toen het ernaar uitzag dat hij op zijn 30e nog in een studentenhuis zou wonen…

Bovendien wees studiegenoot C me vandaag op het volgende: "Je moet al je studiefinanciering gebruiken binnen 10 jaar nadat je voor het eerst studiefinanciering hebt ontvangen." Dat betekent dat ik na dit schooljaar niets meer kan lenen. Wat dan weer betekent dat ik me als deeltijder moet inschrijven, omdat het collegegeld dan lager is, wat weer een hele bureaucratische papierwinkel met zich meebrengt. En wat ook betekent dat ik in Brussel een probleem heb. De stagevergoeding is met 600 euro prima, maar als dat mijn enige inkomsten zijn, blijft er na aftrek van huur en ziekenfonds nog precies 0 euro over om van te leven. 

Van de ene kant vind ik nergens rust in mijn kont, wil ik nergens lang blijven. Van de andere kant wil ik niets liever dan een eigen huisje en een vaste baan. Een strijd die ik al jaren voer, zonder dat er ooit een winnaar uitkomt.

Toen ik gister ‘thuis’ kwam bij de leuke jongen uit de trein, was het dan ook tijd om te janken als een klein kind dat net van d’r fiets is gevallen.

Vandaag ziet de wereld er een tikkeltje beter uit. Het is de hoogste tijd om creatieve oplossingen te gaan bedenken voor problemen die misschien veel minder groot zijn dan ze nu lijken. Wordt vervolgd…

Goed begin

Het zou kunnen dat mijn huisgenoten mijn blog lezen. Dat zou betekenen dat ze mijn schrijfsels bijzonder sportief opvatten. Gisteravond begon iemand anders dan ikzelf over het gezamenlijke etentje dat we al zo lang aan het plannen zijn en vanmorgen stonden alle vuilniszakken buiten. Ik kon niet achterblijven en heb net het glas naar de glasbak gesleept. Dragen was niet meer mogelijk, zo veel was het. En halverwege verloor ik alsnog een lege fles. Die wonderbaarlijk heel bleef en werd opgeraapt door een sympathieke gast.
Een goed begin van de dag. En wie weet, misschien ook een goed begin van de negen maanden die me nog resten in het huisje waar ik tot nu toe mijn draai niet kon vinden.

Pas op! Mijn ego neemt vandaag veel ruimte in

"Je hebt de zeven kandidaten na jou met glans doorstaan. Je was de beste. Gefeliciteerd met je stageplek bij de Nederlandse ambassade in Brussel."

Wat als een ontzettende baaldag begon met een te-vroeg-op-de-ochtend-tentamen communicatiewetenschappen, is nu een feestdag. Jammer dat er geen opnames van het telefoongesprek zijn. Ik heb een vreugdedansje gedaan op de trap in de lege collegegaal waar ik snel naar binnen liep om de luidruchtige kantine (mmmm geneeskundekoffie) te ontvluchten.

Ik wilde niet als een blije gup klinken, maar heb geloof ik toch een paar keer "Wauw", "Fantastisch" en "Super" uitgeroepen.

Brussel, ik kom eraan!!! Nog 9 maanden de tijd om te schaven aan mijn diplomatieke vaardigheden 😉

Wat een weekend

Studeertechnisch gezien is dit nu, op zaterdagavond, al een van de zwaarste weekends ooit. De lesstof in je hoofd proberen te stampen uit een boek waar je tot vandaag nog geen letter in gelezen had, valt niet mee. Dat je niet naar alle colleges bent geweest, helpt niet mee. En dat je het vak in 1 x moet halen, omdat je op de datum van het hertentamen sangria zit te drinken op een zonovergoten terras in Barcelona, legt er behoorlijk wat druk op. Ik heb het weer eens mooi voor elkaar. 

Poetsen

En dan kom je hartstikke gaar thuis na je tweede tentamen in twee dagen en dan ligt er een briefje op het aanrecht dat je moet poetsen. Als ik er gisteravond al niet van overtuigd was dat van ‘mijn’ huisje alleen de ligging fantastisch is, dan is het nu wel tot me doorgedrongen. Als ik later groot ben wil ik GEEN huisgenoten meer. NOOIT meer.

Huisje heibel hommeles

Jullie hoeven me niet te vertellen dat dit alweer zo’n slap voorbeeld van studieontwijkend gedrag is. Ik weet het. Ben me er tot in de puntjes van mijn tenen van bewust. Wat ik kwijt wil, gaat niet eens over mijn studie. Dus ook niet over de eerste van drie tentamens die ik vandaag al dan niet gehaald heb. En ook niet over de opzet van mijn bachelorscriptie en de twee groepswerkstukken die ik maandag moet inleveren.

Het gaat over dat andere ding waar ik (te) vaak over klaag. Het dak boven mijn hoofd en de mensen die dat dak met me delen. De grootste frustratie is niet dat ik van een ochtenddoucher in een avonddoucher verander, niet dat ik elke woensdagochtend druipnatte vuilniszakken buiten zet en ook niet dat de krat met lege flessen die de halve keuken blokkeert al lang niet meer te tillen is. Nee, de grootste frustratie is dat ik met drie onbekenden in een huis woon.

Drie vriendinnen die samen eten, samen stappen, samen filmpjes kijken. Als ik voorstel om dat eens met zijn vieren te doen, krijg ik steevast als antwoord: "ja moeten we doen!" Tot nu toe is het er nog niet van gekomen. Als het op het prikken van een datum aankomt, heeft niemand tijd.

Ik wist toen ook al dat het schatten waren, maar nu besef ik me echt (en dit ook tot in de puntjes van mijn tenen) dat ik tijdens mijn vorige studententijd de tofste huisgenoten ooit had. Bedankt jongens!

Goddelijke intervente # 2

var id2 = ‘0.15299918397801315’;

                       

var id2 = ‘0.8704250461028259’;

Om nog even op die gewenste goddelijke interventie terug te komen. Ik doel dan duidelijk NIET op interventie door de paus. Hij denkt dat hij God’s plaatsvervanger op aarde is, maar telkens als hij tussenbeide komt gaan dingen van kwaad naar erger.

Want wat zeg je als God’s hoogbejaarde spreekbuis als je voor het eerst een land bezoekt in het hardst door aids getroffen werelddeel? "Het aidsprobleem kan niet worden opgelost door het uitdelen van condooms, het gebruik van voorbehoedsmiddelenmaakt het probleem juist erger."

Dat mannen die een functie vervullen binnen de katholieke kerk vrijwillig afstand doen van hun seksualiteit (althans, dat is de regel) wil toch niet zeggen dat ze alle anderen ook seksuele regels op mogen leggen? Ik heb alleen de kinderbijbel gelezen, dus ik ben niet volledig op de hoogte, maar zoals ik me de verhalen herinner zegt Jezus nergens hoe de ‘christelijke seksualiteitsbeleving’ eruit zou moeten zien. Hij heeft het geloof ik wel over respect van het huwelijk. Maar daar houdt het ver op. Bovendien bestonden voorbehoedsmiddelen toen nog niet eens, dus wat zou hij er ook over gezegd moeten hebben?

Iedereen heeft recht op een mening. Iedereen heeft (althans in ons land) ook nog recht om die mening uit te spreken. En iedereen mag daar dan weer iets van vinden.

De meningvan de paus staat lijnrecht tegenover iedere wetenschappelijkebevinding. De mening van de paus maakt het werk vangezondheidsorganisaties die proberen om onder andere door het verstrekken van voorbehoedsmiddelen de aidsepidemie in te perken, er niet bepaald gemakkelijker op. De mening van de paus wordt ongetwijfeld handig misbruikt door de (veelal Amerikaanse) ‘ontwikkelingsorganistaties’ die onthouding bepleiten.

Het merendeel van de westerse gelovigentrekt zich al jarenlang niets meer aan van de bedvoorschriften van mannen in habijten of mannen met witte boordjes. In enkele Afrikaanse landen (ik heb ze nog lang niet allemaal gehad, dus spreek voornamelijk van horen zeggen) waar jongeren vaak niet verder komen dan basisonderwijs en waar de ouderen heel sterk hangen aan wat ze vroeger van de missionarissen als waarheid hebben leren zien, wordt een pauselijke mededeling helaas vaak klakkeloos geaccepteerd. Dat kan in dit geval zeer onaangename gevolgen hebben. 

Dus laat die goddelijke interventie die ik heel hard nodig heb om alle deadlines te halen en tentamens binnen te tikken, alsjeblieft rechtstreeks van boven komen.

Ik heb God zelfs al een beetje geholpen. Vandaag -met ontzettende, ongelofelijke tegenzin en daardoor met een humeur om op te schieten- het vriendenweekendje in de Ardennen afgezegd. Als ik het ondanks mijn smeekbede toch allemaal op eigen kracht moet doen, is de kans dat ik in ieder geval een deel op tijd afkrijg, een stuk groter geworden.

Maar wat baal ik ervan. De spooktocht. Het frikandellenfestijn. De spelletjes. Zelfs de flauwe humor. Ik ga het missen.

Andere werkelijkheid

Ongelofelijk hoe de voorstelling die je in je hoofd van iemand maakt, kan verschillen van de werkelijkheid. Mijn hoofd heeft het er al sinds gisteravond druk mee de inbeelding te vervangen door de realiteit. En met het verwerken van de consequenties ervan.