Thuiskomen

Het voelde als thuiskomen. De vriendelijke portiermevrouw achter de balie: "Dat is lang geleden, wat gezellig." De vrolijke, rondbuikige poetsmeneer in de gang: "Waar ben je al die tijd geweest?" De breedgeschouderde onderhoudsmeneer vanachter zijn volgestapelde kar: "Ben je weer terug?" Mijn lieve collega C met haar vieze eetgewoonten: "Wat leuk dat je er weer bent!" 

Ruim een jaar geleden begon ik er. Wat betekent dat ik er al bijna tien maanden weg ben. Iedereen kende me nog en was blij me weer te zien. Het onbeduidende, koffierondbrengende radartje in het geheel van keukenactiviteiten, is terug op haar plek 🙂

Al kreeg ik niet van iedereen een warm welkom. De humeurige in soepjurk gehulde poetsmevrouw krijgt het woord "goedemorgen" nog steeds haar strot niet uit. Daar hebben mijn huisgenoten ook wel eens moeite mee. Ik schreef het al: het voelde als thuiskomen. 

Hoe doet ze dat toch?

Ik heb geen oogje op haar en haat haar ook niet. Toch peins en filosofeer ik al weken over een studiegenootje. De vraag die me bezig houdt: "hoe doet ze dat toch?"

Nog voor ik een artikel geprint heb, heeft zij het al gelezen. Nog voor bevestigd is welke hoofdstukken we moeten bestuderen, heeft zij het hele boek al uit. En een week voor we moeten presenteren, heeft zij al een onderzoeksvraag uitgewerkt met alle voors en tegens op een rijtje en suggesties erbij voor verder onderzoek.

Ze heeft een vriend, ze heeft vriendinnen, ze heeft een baan en ze woont niet bij de universiteit om de hoek. Vier dingen dus die in ieder geval tijd kosten. Net als dat ze mij tijd kosten. Net als dat ze mijn andere studiegenootjes, die gelukkig niet allemaal hun werkstukken al geschreven hebben voordat de deadline bekend is, tijd kosten.

Ze ziet er altijd netjes uit. Gaat af en toe een weekendje weg. En honger lijdt ze ook niet. Dus het enige wat ik kan bedenken is dat ze heeeeel goed kan multi tasken. Fascinerend. Ik zie voor me hoe ze voor de spiegel met links haar haar kamt, tegelijkertijd met rechts haar make-up opdoet en ondertussen hardop een presentatie oefent en zonder handen in haar schoenen stapt.

Ik snap er niets van. 

Functioneringsgesprek

Prima. Prima. Goed. Prima. Ga zo door.

De geschiedenis herhaalt zich en dit keer ben ik er blij mee. Vlak voordat ik een werkplek verlaat nog even een complimenteus functioneringsgesprek binnen halen. Dit keer geen achterliggende boodschappen, geen overhaalpogingen om me toch te laten blijven, geen veren in mijn reet vlak na het verwerken van een bak kritiek. Een oprecht gemeende goede beoordeling met een dikke succeswens voor de toekomst: "We gaan je missen, maar we hopen voor jou dat we je na december nooit meer terug zien."

Het is altijd fijn om complimenten te krijgen en het voelt goed om gewaardeerd te worden, ook al krijg ik die waardering voor het smeren van broodjes en het bakken van kroketten.

Verdwaalde gedachte

Vanmiddag tussen het station en mijn huis, riep iedere miezerig regendruppel die verdwaalde in mijn pluizebollenhaar, een nieuwe gedachte op. Het waren vooral gedachtes die begonnen met "Ik moet nog…" of met "Gaat het me lukken om…" Mijn hoofd tolde ervan toen ik thuis kwam. Ik was er helemaal aan toe om met een dekbed en een kop thee op de bank te kruipen.

Goh, zou de herfst weer begonnen zijn?

Lekker gewerkt dankzij vermoeiende collega

Heerlijk gewerkt vandaag. Met plezier de benen onder mijn lijf uit gelopen. Toen ik de eerste keer op de klok keek, had ik nog maar een uurtje te gaan. Zo heb ik het graag. Dat ik zo hard moest werken, kwam mede dankzij onze nieuwste ‘aanwinst’. Zij denkt er heel anders over dan ik. Dinsdag was ze al niet vooruit te branden. Vandaag was helemaal het toppunt. We zeiden voor de grap "goedemiddag" tegen haar toen ze als laatste binnenkwam. Met een lang en lusteloos gezicht antwoordde ze "was het maar al middag".

Haar hele lijf bleef de rest van de dag ‘geen zin’ uitstralen. Ze stond niet achter de kassa, maar leunde er tegenaan. Ik heb nog nooit iemand zo langzaam de voorraad bij zien vullen. Op het moment dat we echt even vaart moesten maken om op tijd klaar te zijn voor de schoonmaakploeg, stond ze buiten te roken. Ze was niet alleen sloom als er gewerkt moest worden. Ook in de pauze was het raak. Ze kauwde niet op haar brood, maar sabbelde erop. Ze had de hele pauze nodig om een boterham met smeerkaas te verwerken. Ik werd moe als ik ernaar keek.

Ik klaag niet, want door haar traagheid hoefde ik me geen moment te vervelen. Maar ik hoop voor haar dat dit toevallig twee slechte dagen waren. Je zult iedere dag met hangende schouders rondlopen en dan naar mij moeten kijken terwijl ik met een grote glimlach de vuile vaat door de spoelmachine trek. Hoe vermoeiend is dat?!

Te veel

Ik klaag te veel. Dat weet ik zelf ook wel. Kijk even mee naar volgende week (een week die representatief is voor de komende 12 weken) en begrijp waar mijn klaaggrootmeesterschap vandaan komt: op maandag moet ik twee presentaties houden, op woensdag een discussie leiden en op vrijdag drie rapportversies presenteren. En daarnaast is mijn week gevuld met het gebruikelijke recept van 12 uur keukenwerk, 4 uur freelancewerk, 10 uur universitair leesvoer en 3 uur badmintonnen. Dat brengt echt de ultieme klaagdrang in mij naar boven. Het is te veel, te veel, te veel…

Het is helemaal vrijwillig, absoluut eigen keus, 100% uit eigen beweging dat ik nu in mijn masterjaar zit. En dus is het allemaal mijn eigen schuld. En dus mag ik eigenlijk niet klagen. Ik moet dringend een nieuwe hobby gaan zoeken.

Ik word blij van Gent

Ik denk dat ik er in een vorig leven gewoond heb en er heel gelukkig was. Ik word blij van die stad. Loop er standaard met een lach op mijn gezicht. Ik heb maar twee maanden in Gent gewoond en dat was veel te kort.

Op weg naar Brussel dwaalde ik nog even door mijn oude buurtje waar de straten de naam van een vis dragen. Ik kwam langs de bruine-oude-mannetjes-aan-de-toog-cafeetjes "Maritiem" en "Het Scheepje". De sanseveria’s in de vensterbanken. De kleine Spar op de hoek waar iedereen met elkaar kletst. En die tussen de middag gewoon dicht is, omdat de eigenaar dan zelf ergens wil lunchen. De vele plantenbakken voor de deuren van de huizen aan de hofjes. De in knalkleuren geverfde gebouwen, naast de oude panden die ondanks gebladderde vensterbanken en slecht voegwerk hun status van weleer overeind houden.

Gent is de stad waar overdekte winkelcentra, in tegenstelling tot Hoog Catharijne, geen straf zijn. Mooie, statige panden (Gent Zuid, Post Plaza) waar de winkels geen afbreuk aan doen, maar moeiteloos in op gaan. Waar de vele kades niet vol staan met terrassen, maar waar iedereen zelf zijn flesje wijn of pintjes uit de nachtwinkel mee naartoe neemt. Waar ‘neusjes’ worden verkocht vanuit een busje.

Met moeite nam ik de trein naar station St. Pieter. Om in Brussel bijna even gelukzalig door mijn toekomstige buurt rond te dwalen. Is het nog geen januari???

Soms moet je je een weg banen door 50+'ers

Whaaaaaaaaaaa het worstelen om Hoog Catharijne uit te komen om zodoende mijn huis te bereiken is weer begonnen. De 50+ beurs is bezig. Dus moet ik ’s middags tegen de stroom in. Een stroom van tien volle tassen in elke vrije hand, rollators, wandelstokken en gezellig arm-in-arm wandelende ouderen (want er lopen maar weinig mensen tussen die ‘pas’ 50 zijn).   

Na twee weken al toe aan vakantie

Mijn semi-siamese tweelinghelft schreef er al diverse blogs over en ik kan niet achterblijven om haar GROOT gelijk te geven. Ons masterjaar heeft een vliegende start gemaakt en familie, vrienden, werk of hobby’s… tja, die kun je maar beter niet hebben.   

De massale hoorcolleges zijn voorgoed verleden tijd. Iedere les moet er gepresenteerd, gediscussieerd en genotuleerd worden. Vier vakken betekent vier onderzoeksvoorstellen, vier keer literatuuronderzoek en minstens acht keer iets presenteren. De ene docent vindt het een goed plan elke week om een samenvatting te vragen (eisen), de andere vindt het een beter idee om er een aantal datasessies tegenaan te gooien.

Elke docent denkt dat zijn/haar vak het enige is. Zo vindt Mr. Tangconstructie het grappig om ons vijftig artikelen te laten zoeken, lezen en presenteren binnen een week. Naast zijn beroerde taalgevoel blijkt de goede man ook al niet te kunnen rekenen. Volgens onze studiegids bestudeer je 5 Engelstalige pagina’s per uur. Een wetenschappelijk artikel vult al gauw zo’n 15 pagina’s. Dus zelfs als we niet hoefden te slapen of eten (familie, vrienden, bijbaan en hobby’s hebben we dan al gedumpt) zou dat nauwelijks in een week te doen zijn.

Om mijn reputatie als klaaggrootmeester niet te veel eer aan te doen, ook nog wat positieve puntjes over het als een razende begonnen schooljaar: mijn groepsgenoten zijn wederom fantastisch (en totaal onmisbaar), geneeskundekoffie zorgt wekelijks voor diverse smakelijke lichtpuntjes, mijn vakken zijn redelijk tot zeer interessant en de docenten kunnen het redelijk tot zeer kundig brengen.

Alles komt goed. Wanneer heb ik ook alweer vakantie?