Ik ben een watje. Een angsthaas. Een softie.
Ik laat vaak over me heenlopen. Of ik laat me overrompelen doordat ik iets met een goede bedoeling doe en iets anders terugkrijg. Op zo’n moment ben ik compleet verpopzakt, om er maar even een goed Limburgs woord tegenaan te gooien.
Lang geleden belde ik een vriend om hem uit te nodigen voor een feest. “Ik zou het heel leuk vinden als je komt”, zei ik enthousiast. “Ik ben heel benieuwd hoe het met je gaat.” Hij zegde de vriendschap op. Maanden daarvoor had ik volgens hem zijn vriendin beledigd. Hij wilde me nooit meer zien. Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee wat ik heb misdaan. Ik kan me geen belediging herinneren. Maar een weerwoord gaf ik niet. Ik zei sorry, beëindigde het gesprek, huilde, kreeg een knuffel van de leuke jongen uit de trein, en liet het erbij.
Er is sindsdien weinig verbeterd aan mijn verbale kwaliteiten. Neem die keer met kerst, na de koffie met gebak. We hadden het over leuke dingen gehad. Recepten. Vakanties. Plannen voor het nieuwe jaar. Ineens die opmerking over deze blog: ‘dat ik dom ben dat ik mijn vuile was buiten hang’. Dat zag ik niet aankomen. In plaats van een weerwoord te geven, zat ik met mijn mond vol tanden. Toen ik laatst spontaan besloot aan te bellen voor een kop koffie, gebeurde me precies hetzelfde. Ik ging met goede bedoelingen en zat even later verbouwereerd in de auto terug naar huis. Te bedenken wat ik allemaal had willen zeggen. Had moeten zeggen.
Ook als zzp’er laat ik me soms misbruiken of overrompelen. Nee zeggen tegen opdrachten die slecht betalen of tegen deadlines die nauwelijks haalbaar zijn, lukt me gelukkig steeds beter. Maar ik ben nog lang geen held. Met engelengeduld wacht ik op te laat betaalde facturen. Begripvol accepteer ik de ene na de andere smoes waarom een opdracht toch niet doorgaat. Braaf voer ik nog nog een extra correctieronde uit, zonder extra factuur te sturen. Opnieuw besluit ik niets te zeggen over het feit dat de deadline voor mij zo ongeveer gisteren was en de klant vervolgens maanden de tijd neemt om mijn tekst online te zetten.
Maar soms botst een klant op een grens. Gisteren was het (eindelijk!) zo ver. Na twee herinneringen kreeg ik een appje dat de facturen aan het eind van de week betaald zouden worden. Ik appte terug dat dat de laatste betalingen zouden worden. Ik had (en heb) vier facturen open staan bij deze klant, waarvan de eerste meer dan twee maanden geleden gestuurd. Het was niet voor het eerst dat mijn betalingstermijn werd genegeerd. Het was ook niet de tweede keer. Of de derde. Dit was het afgelopen jaar al minstens tien keer gebeurd. Met even zoveel beloftes dat het beter zou worden. De knop ging om. Ik stuurde na dat appje nog een e-mail dat ik niet meer beschikbaar ben voor wat voor opdracht dan ook. Vanmorgen belde ik er nog achteraan met extra tekst en uitleg en met een ‘bedankt voor de leuke opdrachten’. Zo lief ben ik.
Ik voel me opgelucht en trots. Dat ik eindelijk deed wat juist was. De opdrachten waren inderdaad leuk. Maar de frustratie stond al heel lang in geen enkele verhouding tot wat het werk opleverde. Toch bleef ik kwaliteit leveren. Waarom? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? Ja, dat ik nu dus een aantal opdrachten kwijt ben. Maar ik ben ook verlost van heel veel negatieve energie. Mijn bedrijf bestaat potverdorie niet voor niets al vijftien jaar.
Waar de ene deur dichtgaat (omdat ik ‘m eindelijk zelf dichttrek), gaat een andere open.

