
Met mij gaat het goed. De vakantie heeft me een energieboost gekregen waar ik blij van word. Voordat we vertrokken was ik ontzettend moe. Nu voel ik me topfit en koester ik mijn bruine velletje. Afgelopen week sportte ik maar liefst drie keer en het koste me nauwelijks moeite.
Op werkgebied gaat het goed. Vanmorgen had ik een gesprek met een bevlogen en gepassioneerde vrouw. Ze had een wervingsmail die ik twee jaar geleden verstuurde al die tijd bewaard, omdat ze mijn tekst zo mooi vond. Tot nu toe had ze geen budget voor een communicatiemedewerker. Nu heeft ze ergens een potje gevonden en kan ik structureel voor haar aan de slag. Een andere vereniging waar ik één avond in de maand voor werkte als notulist, kan me sinds kort een dag per week bieden. Over een week start ik bovendien in deeltijd bij de klantendienst van een warenhuis. Deze drie ‘baantjes’ bij elkaar opgeteld, gaan me eindelijk voldoende basisinkomen opleveren om elke maand mijn vaste lasten te betalen. Alle opdrachten die ik extra binnenhaal, zijn vanaf nu voor “extra” dingen. Wat een luxe.
Op relatiegebied gaat het goed. De leuke jongen uit de trein is na de vakantie ook een stuk energieker dan ervoor (al moet ik even afwachten hoe lang dat nog duurt, vandaag was zijn eerste werkdag). Mijn lief heeft me de afgelopen week enorm verwend met culinaire hoogstandjes waar sommige deelnemers aan Master Chef nog een puntje aan kunnen zuigen. Voortreffelijke goulash. Smeuïge risotto. Crème brûlée en lemon curd meringue taart. Omdat ik bijna elke avond moest werken, hadden we nauwelijks tijd om samen te eten, maar dat mocht de pret niet drukken. We zitten sinds de vakantie allebei in de knuffelmodus en gedragen ons af en toe als verliefde pubers. Heerlijk.
Niets te klagen dus.
Maar toch.
Maar toch was er vorige week een ochtend waarop ik verdrietig wakker werd. En toen ging ik malen:
Ik ben 34 en wat heb ik nou helemaal bereikt? Ik ben een vrouw met overgewicht, onhandelbaar haar en een studieschuld; een vrouw zonder vaste baan en zonder eigen huis. Ik heb nauwelijks een carrière en barst van de in de ijskast gezette dromen en vervagende ambities. Ik vind nooit genoeg werk en nooit genoeg zekerheid omdat ik niet goed genoeg ben in wat ik doe. Het is mijn schuld dat de leuke jongen uit de trein geen ambities meer heeft. Hij zou gaan studeren en hij zou zangles nemen. Maar hij vindt dat daar geen geld en tijd voor is. Omdat ik niet genoeg binnen breng waardoor hij niet minder kan gaan werken. Grote beslissingen gaan we uit de weg. Over het kopen van huizen, het wel of niet willen van kinderen, het afsluiten van een samenlevingscontract. Als er met één van ons iets gebeurt, heeft de ander niets en verdomme ik weet hoe snel er iets kan gebeuren. We hebben werkelijk niets geregeld, we hebben niet eens een gezamenlijke bankrekening.”
Als ik zo lig te malen, word ik jaloers op vriendinnen bij wie allerlei dingen aan zijn komen waaien (zo lijkt het dan in elk geval). Vriendinnen die hooguit drie sollicitatiebrieven schreven in hun leven en de ene na de andere promotie krijgen aangeboden. Vriendinnen die zonder met hun ogen te knipperen een hypotheek konden afsluiten en ook nog geld over hebben om vier keer per jaar op vakantie te gaan. En dan word ik boos op mezelf. Want als ik iets haat is het jaloezie. Ik gun mijn vriendinnen het allerbeste en ben super blij voor voor ze als het goed met ze gaat.
Na een halve dag somberen, is zo’n bui meestal weer voorbij. Mijn problemen zijn slechts luxeproblemen. Peanuts.
Maar toch, soms… Ik zou wel wat vaker willen lezen dat iemand met dezelfde dingen worstelt als ik. Dat achter al die prachtige foto’s en blije berichten op Facebook ook mensen schuilgaan die soms twijfelen aan zichzelf en soms stiekem jaloers zijn op de mensen die het beter voor elkaar lijken te hebben.
