Dik

Ik ben dik. Al heel lang. Volgens alle (gezondheids)statistieken, tabellen en grafieken heb ik obesitas of zelfs morbide obesitas. In 2025 viel ik best wel veel af, maar het kost me sindsdien bloed, zweet en tranen om onder de 90 kilo te blijven. Ik weet wel hoe het (voor mij) moet: iedere dag wandelen, twee keer in de week sporten, naar alle afspraken binnen de vijftien kilometer op de fiets, na 20.00 uur niets meer in mijn hoofd stoppen en een gezonde lunch meenemen naar mijn werkplek in plaats van te zwichten voor de supermarkt aan de overkant of de bakker om de hoek. Maar me daar altijd aan houden…

In de acht weken dat ik niet mocht fietsen en niet kon sporten vanwege mijn gebroken hand, kwam ik drie kilo aan. Het duurt veel langer dan acht weken om die drie kilo er weer af te krijgen. Ik ben de laatste om mensen te veroordelen die kiezen voor een maagverkleining. Ik snap het helemaal. Ik heb er zelfs respect voor als je als volwassene deze ingrijpende keuze maakt.

Mensen die een operatie “een makkelijke oplossing noemen” of nog erger “een oplossing voor luie mensen” hebben geen idee waar ze het over hebben. Te zwaar zijn, heeft echt niet (alleen) met gebrek aan discipline of doorzettingsvermogen te maken. Allerlei factoren kunnen een rol spelen. Misschien groei je op in armoede en kiezen je ouders voor ongezonde opties omdat die goedkoper zijn. En kom dan nog maar eens van het gewicht af als je eenmaal volwassen bent. Het klinkt misschien als een excuus in de oren van mensen die geen moeite hoeven te doen om slank te blijven, maar je genen en hormonen en weet ik veel wat nog meer, hebben ook nog iets over je lijf te zeggen.

Neem mijzelf en mijn zusje. Ik hoorde op de basisschool al bij de wat stevigere kinderen, terwijl mijn zusje bezorgde blikken kreeg en voortdurend de vraag of ze wel genoeg at. We kregen thuis hetzelfde te eten, we fietsten naar dezelfde school, we deden zelfs dezelfde sport: een soort van turnen in de lokale gymzaal. Ieder vrij moment van de dag maakte ik radslagen en handstanden in de tuin. Toch ging ik 15 kilo zwaarder naar de basisschool dan mijn zusje. Allebei binnen de ‘consultatiebureaulijntjes’, maar de een aan de onderkant en de ander aan de bovenkant.

Kinderen vanaf 13 jaar met ernstig overgewicht kunnen sinds kort onder strikte voorwaarden een maagverkleining krijgen, vergoed uit het basispakket.

Het was overal in her nieuws. Kinderen die dus echt niet binnen de consultatiebureaulijntjes passen. Ik gun het die kinderen dat ze afvallen, zodat ze makkelijker kunnen bewegen en meer kans hebben om gezond oud te worden. Maar het is nogal een ingreep waar je de rest van je leven rekening mee moet houden. En er kunnen allerlei complicaties optreden, zoals galstenen. En auw, auw, auw ik weet hoe pijnlijk die zijn. Kan een 13-jarige de gevolgen van de operatie overzien?

En ondertussen…

Het schoolzwemmen is afgeschaft. Terwijl leren zwemmen superbelangrijk is én zwemmen ook nog eens heel goed is voor je lichaam. Gymlessen op scholen zijn verkort. Ongezonde dingen liggen op ooghoogte in de schappen. Een bakje frambozen is duurder dan een doos frikandellen. Een bakje cherrytomaatjes duurder dan een zak drop. Chips en snoep zijn om de haverklap in de aanbieding. En er zijn nog steeds buurten waar nauwelijks een streepje groen te vinden is, laat staan een plein om te basketballen of te skeeleren.

We zijn bereid om maagverkleiningsoperaties voor minderjarigen te vergoeden, maar niet om te betalen voor preventie? Ik ben geen expert, maar het lijkt me effectiever, gezonder en op termijn goedkoper om BTW op fruit en groenten af te schaffen, om BTW op sportlessen af te schaffen, om toegevoegde suiker in potjes babyvoeding te verbieden, om ongezonde dingen duurder te maken, en om te zorgen dat je in iedere wijk kunt sporten, of op zijn minst veilig buiten kunt spelen…

Wat denk jij?

P.S. Ik denk dat mensen die dik zijn “eigen schuld” vinden, dezelfde mensen zijn die armoede “eigen schuld” vinden.

Ik ben verslaafd

Ik kan mezelf motiveren en dwingen tot van alles. Ik heb best een stevige ruggengraat.

Van het met heel veel tegenzin halen van mijn rijbewijs tot het afronden van mijn master nadat ik geen studiepunten voor mijn stage kreeg. Van feestjes afzeggen en ’s avonds doorwerken voor een deadline tot iedere dag een kwartier talen oefenen op Duolingo.

Als puber kreeg ik regelmatig de vraag of ik een trekje van dit of een slokje van dat wilde. Meestal zei ik nee, ook als ik dan als ongezellig of flauw werd bestempeld.

Vorige week, in dat prachtige park in Garderen waar de zon verleidelijk door de ramen scheen en de vogeltjes floten, stond ik iedere ochtend vroeg op en werkte ik heel efficiënt. Ik mocht niet naar buiten voordat er minstens één verhaal af was. Niets mis dus met mijn zelfbeheersing en discipline, zou je zeggen.

Iets met eten en bewegen?

Iedere werkdag begin ik met een wandeling. Ook als het nog donker is. Of regent. En ieder weekend sleep ik mezelf naar de sportschool, hoe dodelijk saai ik fitness ook vind. Bonuspunten voor mijn ruggengraat.

Ik ontbijt gezond en kook bijna iedere dag vers. Geen pakjes, zakjes en potjes. Veel verse groenten. Veel volkoren producten. Veel salades. Weinig vlees. Op vrijdag verse vis. En ook als de leuke jongen uit de trein kookt, zit het vaak barstensvol groenten.

Dus dat enorme gewicht dat ik meezeul en waar ik steeds meer de pest aan heb?

Dat komt van dat koekje (of minstens vier) bij de koffie. Van dat croissantje met de dikke laag jam op zondagmorgen. Van het stuk chocolade na het avondeten. Van de zakken chips en de pilsjes in het weekend. Van er staat altijd wel iets lekkers op tafel op mijn werkplek.

Mijn ruggengraat op dit gebied? Ondergesneeuwd. Onvindbaar. Onbestaand.

Waar ik op allerlei gebieden totaal niet verslavingsgevoelig ben of in ieder geval zonder afkickverschijnselen iets achterwege kan laten… Waar ik op allerlei gebieden gemakkelijk nee zeg tegen iets, of ja tegen iets anders, ook bij groepsdruk… Staat één ding vast:

Ik ben verslaafd aan suiker.

Over doorzetten en ruggengraat

In alle opzichten ben ik iemand die zich inzet en dan doorzet, behalve voor één ding.

Als kind oefende ik wel honderd keer per dag in de tuin op het maken van een perfecte radslag en handstand, tot het eindelijk lukte. Blauwe plekken! Verzwikte polsen! Maar zie mij staan op mijn handen.

Rennen

Rennen, dat was dus echt niet mijn ding. Maar ik liet me overhalen. En een half jaar nadat ik voor het eerst hardloopschoenen aantrok, liep ik de tien kilometer bij Maastrichts Mooiste. Daarna deed ik nog twee keer mee en elke keer was ik een beetje sneller dan de keer daarvoor. En kapot. En euforisch.

Studeren en solliciteren

Keihard geblokt voor mijn tweede studie. Ook toen ik geen studiepunten kreeg voor mijn stage de moed niet laten zakken. Ik haalde mijn diploma met enige vertraging, maar met een heleboel wijsheid op zak. Daarna zeker 300 sollicitatiebrieven gestuurd. En toen het solliciteren niets structureels bleek op te leveren, stortte ik me met volle overgave op mijn eigen bedrijf. Genoegen genomen met (te) lage uurtarieven, genetwerkt als een dolle en ja gezegd tegen opdrachten zonder te weten of ik ze wel uit kon voeren. Ik pluk er inmiddels de zoete vruchten van.

Lijmen

Kaartjes sturen, bellen, mailen. In een trein stappen naar de andere kant van het land, ook al had ik daar eigenlijk geen tijd voor. Als ruzies dreigden te ontstaan of relaties dreigden te verwateren, zette ik alles op alles. Investeren en volhouden. Met resultaat, want de meeste van mijn vriendschappen zijn oud, rotsvast en voor altijd dierbaar. Mijn vrienden zijn een open boek. En ik ben verslaafd aan boeken. (Een aantal kennissen zijn desondanks uit het vizier en daar heb ik na wat tranen vrede mee).

Lijnen

Maar als het om mijn eigen gezondheid in de vorm van mijn overgewicht gaat (BMI schommelt al jaren tussen 29 en 31) dan heb ik geen ruggengraat. Ooit heb ik eens een maand geen alcohol gedronken, maar doorgaans houd ik ‘verstandig consumeren’ niet langer dan drie dagen vol. Bied ik braaf weerstand tegen bier en bitterballen op een bedrijfsborrel, steek ik de volgende morgen gedachteloos een koekje in mijn hoofd bij de koffie. Heb ik op de vroege morgen anderhalf uur staan zwoegen met een personal trainer, vind ik dat ik bij de lunch best de pindakaas wat dikker op mijn brood mag smeren. Bedank ik vriendelijk voor het stuk taart van een collega, neem ik ’s avonds wel tiramisu als toetje. Zo blijft het sukkelen.

Tips? Iemand?