Zen zonder zen-activiteiten?

Kikker yogaOverpeinzing op de dinsdagmorgen:

Yoga om in balans te komen, meditatie om in contact te komen met je onderbewustzijn, magnetisme om je geblokkeerde energiebanen te openen, stiltewandelingen op blote voeten om je hoofd leeg te maken, bewustzijnstherapie om te komen tot je kern van vrijheid, coaching om jezelf in je kracht te zetten, intuïtief schilderen om je creativiteit te laten opbloeien, tai chi tao om één te worden met het universum, lachtherapie om negatieve gedachten uit te bannen, natuurlijke oliën voor rust in je hoofd en stenen die gecombineerd met bepaalde kruiden een helende werking hebben voor zo ongeveer alles.

Mijn tijdlijn op Facebook loopt er vol mee. En dat is best wel grappig, want ik sta totaal niet open voor dit soort dingen. Terwijl ik het vaak heel goed kan vinden met de mensen die werken in deze ‘branche’ (er is natuurlijk niet echt een verzamelnaam voor wat ik hierboven allemaal noem). Goede vriendinnen en zakenrelaties zijn yogadocent of tai chi adept en gaan af en toe op stilteretraite in een klooster. Dat verklaart de berichten op mijn tijdlijn.

Is mijn hoofd vol, dan ga ik een stuk hardlopen of baantjes zwemmen. Zijn mijn hoofd en agenda overvol, dan krijg ik buikpijn, huil ik een keer en zeg ik vervolgens een paar activiteiten af, zoals te lezen was in mijn vorige blog. Heb ik geen inspiratie, dan helpt het meestal om te brainstormen met mijn mede-flexwerkers of om even mijn oordopjes in te doen en naar fijne muziek te luisteren.

Mooi dat we allemaal op een andere manier voor onszelf zorgen. Wat doen jullie om je zen te voelen?

Advertenties

Dat heb ik weer

Kleine Weerd
Foto: Beeldbank Rijkswaterstaat

Donderdagavond onder de douche bij het zwembad:
“Moeten we een melding doen van huiselijk geweld, of ga je ons nu vertellen dat je tegen een deur bent aangelopen?”
“Het was een paard.”
“Wow, mishandeld door je huisdier.”
“Ehm ja, zoiets.”

Donderdagochtend, in kekke sportoutfit in de buitenlucht:
S en ik lopen hard (niet zo heel hard, maar het is zeker geen slenteren), want we zijn goed bezig. Die 10 kilometer in juni gaan we met gemak nailen. “Hee kijk, er staan beestjes”, roep ik enthousiast, vlak voordat we natuurgebied Kleine Weerd betreden. Die beestjes zijn magere paarden met klittende manen en een hoop stront in hun staart, maar verder zien ze er wel lief uit. Ze lopen op het pad waar wij overheen willen rennen. We gaan van het pad af om ze met een ruime boog in te halen. Ze komen ons achterna. We krijgen een hartverzakking. Eén paard steigert en kletst met een hoef tegen mijn bovenbeen. We gaan er vandoor.

Ik heb al heel wat blauwe plekken opgelopen in mijn leven (een verbouwing van een maand of acht wil wel helpen), maar deze slaat alles, zowel in omvang als in het aantal kleurschakeringen. In tegenstelling tot paaltjes en stoepranden die ik wel eens over het hoofd zie en de tafelhoeken en deurposten waar ik dagelijks mee bots omdat ik mezelf smaller inschat dan de werkelijkheid, heeft dit exemplaar bijzonder weinig met mijn eigen lompigheid te maken, vind ik. En toch overkomt mij dit en niet iemand anders…

blauwe plek

Droefenis

Sinds ik mag stemmen (ik werd 18 in 1998) kleurde ik altijd een bolletje rood bij PvdA, GroenLinks, of D66. Toen ik studeerde; toen ik een goede baan, een mooi appartement en een auto had; toen ik minder dan het minimum loon verdiende met een nul uren contract bij een callcenter en daarnaast vijf sollicitatiebrieven in de week schreef; toen ik stage liep bij de Nederlandse ambassade in Brussel en gisteren – inmiddels zzp’er.

Omdat iedereen die in Nederland woont mee mag profiteren van ‘onze’ welvaart. Omdat iedereen die in Nederland woont gelijke kansen moet krijgen. Omdat vluchtelingen welkom zijn. Omdat de Europese Unie -ondanks de idioterie van op twee plekken vergaderen, bureaucratie en gebrekkige communicatie – een goede zaak is. Omdat investeren in onderwijs belangrijk is. En omdat iedereen, ook in de volgende generaties, recht heeft op schone lucht, schoon water, bloemetjes in de tuin, vogeltjes in de lucht en wilde dieren in het wild.

Ik woon in een stad waar het in de meeste wijken goed gaat. Een stad met weinig werkeloosheid en veel voorzieningen. Een stad met een groot cultureel aanbod. Een studentenstad. Maar in tegenstelling tot Nijmegen, Amsterdam, Utrecht, Wageningen… werd hier de PVV het grootst.

Een stad waar we net een huis kochten.

Oh Maastricht.
Oh feest van de democratie.

 

 

 

Die vanzelfsprekendheid

money
“Iedereen kan 10% van zijn inkomen beleggen.”
“Ik zou die auto nemen, lekker ruim, mooi design.”
“Heb jij een studieschuld? Had je dat niet anders kunnen regelen?”
“Waarom heb je niet een deel van je hypotheek bij je ouders geleend?”

Een aantal opmerkingen uit de afgelopen weken, gemaakt door mensen die zich nog nooit een seconde hebben afgevraagd of de maand misschien langer zou duren dan hun geld.

Wij anderhalfverdieners zonder kinderen hebben het ab-so-luut niet slecht. Integendeel, ik schrijf dit vanuit een gehuurde werkplek, die ik me als zzp’er sinds een jaar kan veroorloven, terwijl ons nieuwe huis ondertussen voor veel geld wordt verbouwd. Ik moet in deze tijden van dubbele lasten bezuinigen op etentjes en dagjes weg, maar het feit dat we momenteel voor twee huizen kúnnen betalen, zegt al hoe goed we het hebben.

Maar die vanzelfsprekendheid waarmee mensen ervan uitgaan dat je ouders je een smak geld kunnen lenen, omdat ze toevallig toch een bedrag over hebben met minimaal vier nullen, daar kan ik niet zo goed tegen.

 

Oma vertelt

skateboard

Niet alle flessen hadden kindersluiting, er zaten geen haakjes op de kasten en geen beschermkapjes over de stopcontacten. Van sommige dingen bleef je af. Punt.

Tot we zelf lange afstanden konden fietsen, gingen we achterop. Op een kussentje met een stang in de rug, zonder helm. Ik kwam een keer met mijn voet tussen de spaken, omdat ik achterstevoren wilde gaan zitten. Een stunt die ik maar een keer uithaalde.

Achterin de auto droegen we geen gordels en ons Renault 4-tje bood sowieso maar weinig bescherming tegen wat dan ook. Niet dat we vaak in de auto zaten. We liepen of fietsen naar school, geen gezeik met brengen en halen. Ook als het regende, ook als het nog donker was.

In het weekend trok ik ’s ochtends de deur achter me dicht en speelde de hele dag buiten. Alleen, met mijn zusje, of met vrienden en vriendinnen. We liepen door elkaars achterdeur naar binnen, of begonnen voor het huis al te gillen ‘Kom je buitenspelen!?’ We bouwden hutten, klommen in bomen, speelden tussen de hooibalen van de achterburen en mochten soms op één van hun tractors rijden.

Ook stoepranden, touwtjespringen en vooral heel hard fietsen met iemand achterop waren favoriet. De steel van een kapotte schop werd een honkbalknuppel (om mee te honkballen), we verstopten ons in het mais of we balanceerden over de stenen langs het kanaal. Als er een boot langs kwam, klotste het water over onze voeten.

Soms viel er iemand uit een boom of van zijn fiets. Soms kreeg iemand een opsodemieter van het schrikdraad. We speelden met modder, zand, wormen en gras (heksensoep) en we werden vies. We dronken uit dezelfde bekers of rechtstreeks uit de buitenkraan. We bliezen pijltjes door oude pvc-buizen. En vers geplukte peren stopten we rechtstreeks in onze mond.

En zo lang we buiten speelden waren we niet te bereiken…

Het lijkt een wonder dat we allemaal onze jeugd hebben overleefd.

Aanval en verdediging

2016-05-05 17.34.04
G en ik zitten aan de bar in afwachting van pizza’s, kapsalons en ander voedzaams voor de vrijwilligers die zich de hele dag het schompes hebben gewerkt op het zeer succesvolle, zonnige Bevrijdingsfestival. We weten dat het lang kan duren, want toen ik belde klonk er een licht gestreste mededeling dat ik de bestelling op zijn vroegst over anderhalf uur kon komen halen.

Hangend op barkrukken voorzien we de handelingen van de vier mannen in de keuken van commentaar. Het gaat er nogal rommelig aan toe, met veel heen en weer geloop en bijna botsingen. “Zou er achter die deur een vrouw zitten voor de afwas”, vragen we ons af. “Zes handen aan één pizza is niet per se heel handig”, is een van onze conclusies. We bedoelen het niet gemeen, vragen niet waar onze bestelling blijft en nemen op ons gemak ook nog uitgebreid de dag door.

“Jullie zijn vuile lafaards. Wat denken jullie wel. Als ik doorheb dat jullie die mannen belachelijk aan het maken zijn, dan hebben zij dat heus ook wel door. Jullie moeten je schamen!” De vrouw naast ons aan de bar is erbij gaan staan. Haar vuisten ploffen op de bar. Ze loopt rood aan en er komt nog net geen stoom uit haar oren. “En dadelijk als de bestelling komt, doen jullie zeker poeslief. Dat is achterbaks en schandalig en -ze kijkt daarbij G aan- op uw leeftijd zou u beter moeten weten!”

Heel mooi en nobel dat ze het opneemt voor het personeel. Maar we vinden toch niet dat we deze uitbarsting verdiend hebben. “We wilden niemand beledigen”, probeer ik. “We waren de mannen niet belachelijk aan het maken, we waren gewoon een beetje aan het flauwekullen.” Dat helpt voor geen meter, want er barst meteen een nieuwe tirade los.

“Jij zit ons af te luisteren en luistert bovendien ook nog eens selectief, dat vind ik ook niet erg netjes”, probeert G. Dat werkt wel. De vrouw gaat zitten en zwijgt.

Een pizza heeft zelden zo goed gesmaakt.
2016-05-05 18.09.11

 

 

Een late reactie op #zeghet

DSCN2139Vergeleken met mensen wiens verhalen ik lees onder de noemer #zeghet, mag ik van geluk spreken. Ik ben wel eens omhelsd, geknepen en gekust tegen mijn zin. Opmerkingen waar termen als ‘dikke reet’, ‘tietuh’ of ‘stomme stoephoer’ in voorkwamen kreeg ik ook weleens naar mijn hoofd geslingerd. Dan werd ik boos. Gaf een duw. Of liep zwijgend door. Voelde me even rot en dat was het dan. Waarmee ik het ABSOLUUT NIET goed praat of bagatelliseer. Want iedereen moet zijn ongevraagde commentaar en hebberige handjes bij zich houden.

Als jong meisje kwam ik bij een zeer handtastelijke meneer over de vloer. Hij had een paard en een hond waar ik dol op was en weilanden om in te spelen. Ik dacht er niet zo bij na dat deze meneer me altijd vastpakte, me onder mijn shirt op mijn rug wilde kriebelen en vaak zijn blik gefixeerd had op mijn beginnende borsten. Ik vond dat een klein ongemak waar veel lol tegenover stond. Een vriendinnetje dacht daar anders over, vertelde het tegen haar ouders en zij op hun beurt weer tegen mijn ouders. Daarna was de boerderij verboden speelterrein. Ik huilde. Jaren later moest ik op het politiebureau komen. Andere meiden hadden aangifte tegen de meneer gedaan en aan de politie verteld dat ik ook vaak op de boerderij kwam spelen. Als ik het me goed herinner, kreeg de meneer een taakstraf.

Als zestienjarige vroeg een van de populairste jongens van de school of hij mijn vriendje mocht zijn. Hij was twee jaar ouder dan ik en behoorlijk knap, vond ik. Al snel kwam ik erachter dat hij alleen maar mijn vriendje wilde zijn om te experimenteren met seks, zodat hij geen flater zou slaan bij het meisje waar hij écht verliefd op was. Toen we na drie weken nog niet met elkaar naar bed waren geweest -deels omdat ik daar niet op zat te wachten, deel omdat daar nauwelijks mogelijkheden voor waren omdat we allebei nog thuis woonden- maakte hij het uit. Een paar dagen later had hij iets met die ander. Ik was een dag boos, verknalde een wiskundeproefwerk, en ging weer verder met zestien zijn. Zo ver ik weet, is hij nog steeds bij die ander. Dat dan weer wel.

Ik heb nergens trauma’s aan over gehouden. Ben niet bang of wantrouwig. Ben hooguit een stuk minder naïef geworden. Ik ben niet dapper omdat ik dit deel (een veelgelezen reactie op andermans blogs of tweets), want ik ben sowieso een redelijk open boek. Het onderwerp ‘seksueel misbruik’ zou geen taboe moeten zijn. #Zeghet is denk ik een goed begin.

Bangerik

De theorie ken ik: brutale mensen hebben de halve wereld. Van de praktijk heb ik honderden voorbeelden gezien tijdens mijn jaar bij de klantenservice, tot aan vervalste bonnetjes van de kleermaker aan toe. Hele volksstammen verlaten dagelijks het warenhuis met cash of nieuwe kledingstukken waar ze strikt genomen geen recht op hebben. Toch blijf ik een ontzettende schijterd als ik zelf iets te klagen heb.

Nu voor de tweede keer achter elkaar een stuk gevulde brie bij het openen van de verpakking een ammoniaklucht vrijliet waar mijn schoenen van uitvielen, toog ik schoorvoetend -met het stinkstuk goed verpakt- naar de supermarkt.

“Goedemiddag. Ik ben normaal echt geen klagerd, maar het is al de tweede keer dat ik een oneetbaar stuk brie heb gekocht. Volgens de datum zou ie nog goed moeten zijn.”
“Wilt u een nieuw stuk?”
“Ik weet niet of ik dat nog durf, nu het al twee keer is mis gegaan. Zou ik misschien ook mijn geld terug kunnen krijgen?”
“Momentje, ik roep even mijn collega.”

Uiteindelijk verliet ik toch met een nieuw stuk brie de winkel. Een iets kleiner stuk dan dat ik had en met dezelfde houdbaarheidsdatum, namelijk morgen. De desbetreffende collega was niet zo van het geld teruggeven. Ik wilde en durfde er verder niet over te zeuren. Het voelde al als een overwinning dat ik überhaupt had geklaagd.

Ik heb thuis meteen een dikke plak afgesneden en op mijn brood gesmeerd. De kaas is op het randje…

Zal ik nog een keer terug gaan?

Waarschijnlijk niet.

Te bloot?

Een persoon die me lief is, vindt dat ik veel te veel online slinger. Dat ik te intieme dingen met het web deel en ook de privacy van anderen op het spel zet. Deze persoon is bang dat ik potentiële werkgevers afschrik en dat vrienden niet meer zichzelf durven zijn in mijn buurt. Vannacht lag ik daar serieus van wakker. Berokken ik mezelf en anderen schade met deze blog?

Mensen die mij kennen, weten wie de leuke jongen uit de trein is en hoe goed onze relatie in elkaar steekt. Mensen die mij kennen, weten hoe dol ik ben op mijn nichtje waar ik al veel te lang geen brief meer aan geschreven heb. Vrienden en vriendinnen, die ik nooit bij naam noem, zullen zichzelf ongetwijfeld herkennen als ze voorbij komen in mijn wondere schrijfwereld. Maar bezorg ik ze daar last mee?

Potentiële werkgevers die de link leggen tussen deze blog en mijzelf, schrik ik die af? Of zijn dat dan sowieso opdrachtgevers waar ik niet voor zou willen werken?

Dat ik mezelf te kwetsbaar opstel, daar maak ik me niet zo druk over. Ik ben over het algemeen een open boek, maar houd mijn lippen stijf op elkaar als het om vertrouwelijke informatie gaat of om afspraken met opdrachtgevers. Deze blog ik vrij toegankelijk voor wie ‘m weet te vinden, maar mijn Facebook- en LinkedIncontacten zijn in groepen verdeeld, waardoor lang niet iedereen alles kan lezen wat ik deel. Toch knaagt er iets. Moet ik stoppen met bloggen? Of moet het hier alleen nog over huis- tuin- en keukenonderwerpen gaan?

Dat laatste kan eenvoudig geregeld worden. Dan schrijf ik elke dag een verhaaltje als dit en weet ik zeker dat na verloop van tijd niemand meer leest:
“Ik heb vanmorgen 50 baantjes gezwommen, een eierkoek gegeten en de tuin geveegd. Wat een start van de dag.”

UPDATE: Reacties op deze blog kreeg ik vooral mondeling en via Facebook. ‘Men’ is van mening dat deze blog potentiële werkgevers zou kunnen afschrikken. Al is het maar doordat het lezen van deze blog werkgevers kan doen ontdekken dat ik karaktertrekken heb die ze niet aanstaan. Maar ‘men’ is het er gelukkig ook over eens dat mensen zich in mijn buurt echt niet anders gaan gedragen vanwege deze blog.

Aanstootgevende kleding?

We staan voor het gemeentehuis te kletsen. Hij draagt keurig gepoetste bruine schoenen, een donkere spijkerbroek en een netjes gestreken overhemd. Ik sta op donkergroene sleehakken, draag ook een donkere spijkerbroek en een wijdvallend lang shirt in dezelfde kleur als mijn schoenen. Naar mijn bescheiden mening zien we er behoorlijk gemiddeld uit, als mensen die op weg zijn naar een kantoorbaan. We praten over muziek. Hij vertelt met een twinkel in zijn ogen dat hij onverwachts kaartjes voor Werchter heeft bemachtigd zonder de hoofdprijs te betalen. Ik ben jaloers.

Vanuit mijn ooghoek zie ik een mevrouw aarzelend dichterbij komen. Ze heeft blosjes op haar wangen en fixeert haar blik op mijn linkerschouder, waar een klein stukje van mijn bh-bandje zichtbaar is. Een simpel zwart bandje zonder tierelantijnen. Ineens onderbreekt ze ons: “Mevrouw, uw t-shirt is afgezakt. Het zit een beetje scheef. Ik denk niet dat dat de bedoeling is.”

Hij schiet in de lach en zegt: “Natuurlijk wel, dat hoort zo.”
De mevrouw bloost nog harder.
Ik kijk haar aan en zeg: “Als ik naar binnen ga, zal ik me netjes aankleden.”
De mevrouw maakt zich uit de voeten.

Vanuit de straat die ze in wil slaan, komt een meisje aangelopen in een bijzonder kort broekje.
De mevrouw zegt niets.