Een nieuwe aflevering in de ‘onhandig’ serie

Mijn laatste blog – althans op deze plek – schreef ik op de verjaardag van de leuke jongen uit de trein. Hij had er zo’n mooie, zonnige dag voor uitgezocht. Wat was ik nog heerlijk onwetend, toen ik die woorden met tien vingers intoetste.

Na een zeer geslaagde avond (dankjewel aan iedereen die er was en aan iedereen die meedeed aan het cadeau) fietsten we samen naar huis. Grote glimlach op ons gezicht. De leuke jongen uit de trein voorop, zoals altijd. Zelfs op een analoge fiets, gaat hij sneller dan ik elektrisch.

Ik ben de eerste om toe te geven dat ik na vier glazen wijn bij het eten en daarna nog twee speciaalbier in onze stamkroeg niet meer nuchter was. Stomdronken was ik ook niet, maar aangeschoten zéker.

Ik dacht dat ik de verjaardagscadeautjes uit mijn fietstas hoorde vallen. Dus ik draaide me om. Of nou ja, de bedoeling was dat ik alleen mezelf omdraaide, maar ik gaf blijkbaar ook een ruk aan mijn stuur. Een fout waar ik tijdens mijn rijlessen vaak op werd aangesproken. “Bij het over je schouder kijken, je stuur recht houden!”

Links van het fietspad stond een steiger, waar ik vol tegenaan botste. Drie vingers werden geplet en geschaafd tussen mijn fietsstuur en de steiger. Mijn pink ging daarbij een andere kant op én schoof ondertussen langs iets scherps. Vraag het met niet. Het bloedde in ieder geval als een dolle.

En dat was het begin van het nagenieten van “joepie, de leuke jongen uit de trein bestaat een halve eeuw”.

Met een taxi naar de huisartsenpost. Een arts die totaal onverschillig was. Hechten was niet nodig. Naar de stand van mijn vingers kijken ook niet. En dat ik ringen om had, zag hij over het hoofd.

Lang verhaal kort en een paar dokters verder. Dankzij de leuke jongen uit de trein kwam er tien dagen later een foto omdat mijn pink nog steeds de verkeerde kant uit wees.

Eén van mijn ringen was ondertussen losgeknipt, de ander na een avond koelen en hooghouden gelukkig in zijn geheel verwijderd. Tranen over mijn wangen, dat wel, want het voelde alsof mijn vinger van mijn hand werd getrokken. En geloof me, ik ben qua lichamelijke pijn geen jankerd. (Emotioneel is een heel ander verhaal en huil ik om zo ongeveer alles).

Op die foto? Een middenhandsbeentje in drie stukjes.

Pas afgelopen donderdag, zeven weken na het feestje, hoorde ik van mijn ergotherapeut dat ik weer mocht fietsen. Gisteren reed ik voor het eerst weer auto. En vandaag gebruik ik – met moeite – mijn pink weer bij het typen.

Wat ik al wist, maar wat afgelopen weken weer extra duidelijk werd:

  • Afhankelijk zijn, vind ik knap lastig. De eerste twee weken kon ik helemaal niets vastpakken met mijn linkerhand, waardoor potten opendraaien of plakjes kaas afsnijden onmogelijk waren. Net als sokken aantrekken en knopen vastmaken. Lang leve broeken met alleen elastiek! Maar niet kunnen rijden en fietsen, vond ik nog veel erger én dat duurde veel langer. De leuke jongen uit de trein was al die tijd een topchauffeur en was onwijs veel tijd kwijt aan die rol.
  • In tijden van ‘nood’, leer je je vrienden beter kennen (en dat vriendin A voortreffelijke ragout maakt).
  • Als je geen hulp vraagt, krijg je die ook niet.
  • Beter een goede buur dan een verre vriend.

Dat ik een kluns ben, wist ik natuurlijk al lang. Altijd wel een vlek of blauwe plek om dat te bewijzen. Maar deze botsing was next level. En zette het woord onhandig extra kracht bij.

Dankjewel aan iedereen die er voor ons was.

Doe voorzichtig, lieve mensen! Geniet van alles wat je zelf kan. Vraag hulp bij wat je niet zelf kan. Maar houd de touwtjes stevig in handen én je handen aan het stuur. Anders zit je voordat je het weet met je handen in het haar.

Xxx

P.S. Niet zelf je haar kunnen wassen en dat dan bij de kapper (de beste én leukste) laten doen, is een geluk bij een ongeluk.

Draaikolk

De leuke jongen uit de trein is jarig vandaag. Hij viert een halve eeuw leven. En wat zoekt hij daar een mooie, zonnige dag voor uit. Vorig jaar gaf de natuur hem het noorderlicht cadeau op zijn verjaardag. Vandaag krijgt hij zon en volop blauwe druif, witte bloesem en uitbundige magnolia. Ik maakte er mooie foto’s van tijdens mijn ochtendwandeling. Dat het voorjaar wel erg vroeg valt, daar hebben we het even niet over.

Meer dan toen hij 49 werd, komt het vandaag binnen dat hij ouder is dan mijn vader ooit werd. Een jaar en twee maanden min één dag ouder, om precies te zijn. Misschien dat die ‘halve eeuw’ toch iets extra’s doet. Maar ook ‘het universum’ confronteert me heel veel met mijn status van halve wees.

Mijn papa’s enige zus overleed in januari. En daarmee overleed de enige nog levende persoon die hem zijn hele leven heeft gekend. Mijn tante waar ik nog maar weinig contact mee had, maar waaraan ik wel hele fijne herinneringen heb. Aan gezellige verjaardagen, kerstdagen, pretparken en vakanties. Ik herinner me haar vooral vrolijk. Mijn tante aan wie ik nu nooit meer kan vragen hoe mijn papa als kind was. Het afscheid was mooi en bracht beelden terug van plekken, dieren en gebeurtenissen waar ik al jaren niet meer aan had gedacht. Ik denk veel aan mijn oom en mijn nicht die haar lang, maar toch te kort, in hun leven hadden.

Vorige week zaten we in het theater. Bertolf vertelde over een liedje dat hij schreef omdat hij zijn schoonmoeder nooit heeft gekend. Waardoor hij de helft van zijn vrouw eigenlijk niet kent. Bij de zin “She says that you might’ve liked me”, kwamen de tranen. De leuke jongen uit de trein lag al drie zinnen eerder in stukken. Ik denk dat ze hadden kunnen lachen samen, de leuke jongen uit de trein en mijn papa. Maar meer nog dan dat hadden ze samen kunnen genieten, van het stiekem een introvert zijn en van het luisteren naar muziek.

En gisteren bij de voorstelling van Nasrdin Dchar die (kort door de bocht) gaat over hoe hij zijn angsten doorgeeft aan zijn dochter, vroeg ik me af of mijn papa zich net zo zou hebben laten meeslepen door het wereldnieuws. Hoe hij er met ons en zijn kleinkinderen over zou praten. En of hij zou worstelen met zijn gevoel van onmacht. Het gekke is dat ik tijdens de voorstelling ook pijn voelde dat ik geen kind heb, terwijl ik tegelijkertijd ontzettend blij was (en ben) dat ik er geen heb. Iets kunnen doorgeven aan de volgende generatie – zelfs als het angsten zijn – vind ik wel iets heel moois.

Ik hoop dat deze tijd in de geschiedenisboeken komt om daarna nooit meer terug te keren. Het georganiseerd vermoorden van Palestijnen. Het bombarderen van een Iraanse meisjesschool, op initiatief van twee machtswellustige kleuters (wat eigenlijk een belediging is voor alle kleuters). En – dichter bij huis – alles wat er nog mis is als het om gelijkheid tussen mannen en vrouwen gaat en hoe het zelfs achteruit gaat. Afgelopen zondag, Internationale Vrouwendag, zat ik in het theater bij een evenement waar schokkende feiten voorbij kwamen over de loonkloof, de gezondheidszorg die vooral van mannen uitgaat en hoe vaak meisjes en vrouwen slachtoffer zijn van geweld en grensoverschrijdend gedrag. En een jaar geleden zat ik op Internationale Vrouwendag in het vliegtuig naast een man die het nodig vond mij te vertellen dat wat hem betreft alle vrouwen die vonden dat ze geen man nodig hadden wel dood mochten. Een man die zich dit jaar waarschijnlijk nog meer gesterkt voelt in zijn opvattingen.

Mijn papa was een feminist, ondanks dat het ook bij ons thuis vanzelfsprekend was dat hij fulltime bleef werken terwijl mama dat in deeltijd deed toen er kinderen kwamen. Hij was de eerste om toe te geven dat een vrouw intelligenter was of een betere leidinggevende. En de eerste die er iets van zou zeggen als een vrouw minder verdiende voor hetzelfde werk.

En ondertussen, terwijl ik veel aan papa denk en aan de verjaardag van de leuke jongen, heb ik het zo ongelofelijk druk qua werk dat ik ’s nachts wakker schrik met losse eindjes in mijn hoofd. Ondanks dat ik tegenwoordig alle losse eindjes direct opschrijf in een app. Ik ben al weken een slechte partner, vriendin, zus en dochter, want ik kom er niet aan toe om die rollen goed uit te voeren. Mijn hoofd lijkt een soort draaikolk.

Maar dat partnerstuk ga ik nu even goed maken.

Genoeg stilgestaan en geklaagd. Het is tijd om het leven te vieren. Om te proosten op de leuke jongen uit de trein. En op nog een halve eeuw voor ons samen. 50 x hoera!

In mijn eigen bubbel

“Maar jij zit ook steeds dieper in je linkse bubbel”, reageerde de leuke jongen uit de trein. En hij heeft natuurlijk gelijk.

Hij en ik hadden een gesprek, waarin ik me hardop afvroeg hoe het kan dat sommige vrienden overwegen om op PVV, FvD of Ja21 te stemmen. Die partijen staan zó ongelofelijk ver af van alles wat ik belangrijk en waardevol vind. Terwijl, nou ja, vrienden zijn niet voor niets vrienden.

“Ja maar, ze hebben kinderen”, probeerde ik nog. “Deze partijen geven niets om natuur en klimaat. Dus dat hun kinderen straks verzuipen of dat ze in de stad doodgaan van de hitte, maakt ze niets uit? En als hun kinderen homo of trans blijken te zijn en ze daarom niet geaccepteerd worden of minder rechten hebben, hebben ze gewoon pech? Of als ze verliefd worden op iemand die niet-Nederlands is, dan moeten ze daar gewoon niet aan toegeven ofzo?”

“Andere zaken wegen voor hen zwaarder”, legde de leuke jongen vol begrip uit. “Onzinnige regels waar ze tegenaan lopen bijvoorbeeld. Oneindige bureaucratie. Ambtenaren die niet meedenken. Daar willen ze vanaf en die rechtse partijen staan het meest bekend als regels-afschaffers, als minder overheid.”

Ik interview soms wel twintig mensen in een week. Ook mensen wiens keuzes en voorkeuren ik niet begrijp. Mensen die geloven in dingen die ik totale onzin vind (of in ieder geval spieriewierie). Maar over het algemeen zijn dat wel vooral mensen aan de linkerkant. Mijn opdrachtgevers zitten in de hoek van fairtrade, duurzaamheid, inclusie, gelijkheid, jeugdzorg en maatschappelijk werk.

In een voedselbos, een buurtpark, of een Wereldwinkel kom ik maar weinig mensen tegen die niet geloven in klimaatverandering of die mensen het land uit willen zetten.

Het is de kunst – die ik dus niet helemaal beheers – om iemand die totaal andere dingen belangrijk vindt dan ik, nog steeds te horen en niet meteen te oordelen.

En blij dat de leuke jongen uit de trein af en toe in mijn bubbel prikt.

Bang voor de verkiezingsuitslag

Ik ben links. Goh, verrassing.

Met mijn elektrische fiets en mijn voorliefde voor het openbaar vervoer. Met mijn vrijwilligerswerk voor twee fairtrade gemeenten en voor een buurtpark in Maastricht. Met mijn gepassioneerde betogen om mensen lokaal te laten kopen in plaats van online te bestellen. Met mijn (kerst)kaarten van Oxfam. Met mijn biologische boodschappen en tweedehands kleding. Met mijn regenton en bijenhotel. Ik ben soms ook een hypocriet, want dit jaar vloog ik 3 (!) keer en ik kan nog steeds intens genieten van een lekker peperworstje of een stuk tonijn. Maar goed, in de basis ben ik voor een eerlijke en schone wereld, gelijke rechten, belasting op vervuiling, een ruimhartig asielbeleid en dat ‘de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen’.

In het verleden stemde ik vaak Groen Links, soms PvdA en soms D66. Drie partijen die ik de afgelopen jaren niet echt sterk vond. En Timmermans… die zit echt in mijn allergie. Hoe arrogant moet je zijn voor “Stem Timmermans” in een spotje dat alleen om jou draait en niet om je partij. Maar moet ik uit strategisch opzicht toch op zijn partij stemmen? Want welke partijen mogen straks een regering vormen? De partijen die het hoogst scoorden in de stemwijzers die ik deed, worden hoogstwaarschijnlijk geen regeringspartij. Moet ik daarom stemmen op GroenLinks-PvdA, een partij die een beetje links is en een regeringspartij zou kunnen zijn? Dan krijgen we misschien toch nog iets van een links geluid in de regering. Maar is dat een overwinning? Ik denk dat dat alleen een overwinning is als Timmermans zó veel zetels binnenhaalt dat hij met andere linkse partijen gaat samenwerken in plaats van met Omtzigt, Wilders en Yeşilgöz. Maar dat zie ik niet gebeuren. Jij wel?

Dus weet ik nog niet wat ik ga stemmen.

Los daarvan ben ik bang voor de uitslag. Straks wordt Wilders de grootste. De man van de “minder-minder” uitspraak. De man die geen enkele vluchteling meer wil binnenlaten en desnoods bestaande verdragen wil opzeggen. De man die vindt dat moslims minder rechten hebben dan andere mensen. De man die natuur en milieu niet belangrijk vindt. Hij is voor meer olie- en gasboringen in de Noordzee en vindt dat kolencentrales gewoon open kunnen blijven. En een voorbeeld van beleefde, empathische omgangsvormen gaat hij al helemaal niet zijn. Gezellig in een coalitie met Pieter wiens stemgedrag het meest overeenkomst met de SGP. En met Dilan omdat de VVD om een reden die ik niet snap altijd groot blijft. Daar kun je dan nog wel een Frans bij zetten, maar die gaat zo veel water bij de wijn moeten doen dat we daar weinig mee opschieten.

In een land met die coalitie wil ik helemaal niet wonen.

Maar moet ik nu strategisch stemmen of niet?

Vaccinatieverhalen en wat we in ons lijf stoppen


Terwijl ik onderzoek doe voor een artikel, stuit ik op een hoop ‘vaccinatieverhalen’. Zoals dat de laatste maanden wel vaker voorkomt. En dan ga ik toch weer lezen. En verder klikken. Hup de tunnel in. En denken. En klikken.

In Nederland wonen best veel mensen die regelmatig alcohol drinken, vaak iets ongezonds eten zonder zich te bekommeren om de ingrediënten (denk aan de gemiddelde frituursnack), achteloos groenten en fruit in hun hoofd stoppen met de eventuele bestrijdingsmiddelen erbij en smullen van vlees afkomstig van doorgefokte en met antibiotica volgestopte dieren.

In Nederland wonen ook best veel mensen die zich niet willen laten vaccineren omdat ze niet precies weten wat er in de vaccinatie zit, wat de bijwerkingen zijn en of het wel bijdraagt aan hun gezondheid of die van anderen.

Ik mag toch hopen dat dit twee verschillende groepen mensen zijn?

En als je denkt dat je met het vaccin gechipt wordt en gemanipuleerd, dat vaccineren tegen corona een groot complot is om ‘ons’ dom en afhankelijk te houden of zelfs onvruchtbaar te maken, dan zou ‘de overheid’ dat toch ook gewoon via ons voedsel kunnen doen? Een ‘stofje’ of ‘chipje’ in iedere chocoladereep en voor de zekerheid ook in iedere biologische appel. Dat lijkt me veel effectiever dan via een vaccinatie.

Hoe dan ook. Blijf gezond. Zorg goed voor jezelf. En ben lief voor elkaar. Ik ga de tunnel weer uit en aan het werk.

 

 

Mijn jaar in boeken

15821485071733116217128934952681Ik las nog nooit zo weinig boeken als dit jaar. Ik begon met het beklemmende boek Diepte van Henning Mankell. Daarna las ik het boek dat ik op kerstavond 2018 kreeg: Het meisje uit de trein van Irma Joubert. Qua stijl niet helemaal mijn ding, maar wel een aangrijpend verhaal.

Serie Q

Dankzij de leuke jongen uit de trein begon ik in maart aan ‘Serie Q’ van Jussi Adler Olsen. Inmiddels ben ik bezig in deel 7. Dat boek krijg ik dit jaar nog net uit.

Serie Q is een meeslepende serie waarin je voortdurend op het verkeerde been wordt gezet. Ik houd van het soort ingewikkelde hoofdpersonen als Carl Mørck. Een intelligente, onaangepaste, soms luie, soms sociaal onhandige rechercheur die zijn bazen tot wanhoop drijft. Bij hem thuis is er voortdurend van alles aan de hand, met een verlamde collega die in zijn woonkamer woont en een lamme tak van een stiefzoon die ‘vergeet’ te vertellen dat hij maandelijks geld van zijn moeder krijgt.

Exen

Carl rekent op het ene moment de grootste crimineel van Denemarken in, het volgende moment gaat hij met hangende pootjes op bezoek bij zijn ex-schoonmoeder, vanwege een deal die hij met zijn ex-vrouw sloot. Die ex-schoonmoeder is een hoogbejaarde, kettingrokende vrouw met een obsessie voor seks. Sinds ze van haar kleinzoon een smartphone kreeg, wil ze vooral naaktselfies maken.

De drie collega’s van Carl zitten ook vol geheimen en obsessies. Genoeg personen met een hoekje af dus, gecombineerd met spanning en af en toe een stevige portie kritiek op politiek en bureaucratie.

Desondanks kom ik niet verder dan 9 boeken in een heel jaar, waar ik andere jaren makkelijk twee boeken per maand las. Dat voelt als een nederlaag.

Wat deed ik in 2019 met mijn vrije tijd? Zat ik al die tijd naar mijn laptop of telefoon te staren? Lag ik te slapen? Deed ik ‘sociale dingen’? Of had ik gewoon minder tijd? Ik weet het eerlijk gezegd niet. Maar het brengt me wel bij één van de weinig goede voornemens voor 2020: meer lezen!

 

 

In gesprek met ‘de ander’

adult art caution cold

Foto door Trinity Kubassek op Pexels.com

Mijn op 1 na best gelezen blog aller tijden ging over mijn frustratie dat niet ieder mensenleven even veel waard is en dat we nooit praten met mensen buiten onze ‘bubbel’. Ik sta nog steeds helemaal achter die blog en plaatste sindsdien vele berichten met dezelfde strekking. Maar de daad bij het woord voegen en een diepgaand gesprek voeren met iemand die fundamenteel anders denkt dat ik, dat kwam er nog niet echt van.

Mijn vrienden, mijn klanten, de mensen waarmee ik een werkplek huur, de mensen die in dezelfde kroegen en theaters komen als ik… denken ook grotendeels zoals ik. Geen van mijn vrienden stemt PVV of FvD, mijn familieleden zien net als ik het nut van een verenigd Europa, en in mijn werk omring ik mij veelal met mensen die het belang van duurzaamheid en eerlijke handel erkennen en zich er ook voor inzetten. Nogal logisch als projectleider van Fairtrade Regio Parkstad en tekstschrijver voor allerlei welzijnsorganisaties.

Dus heb ik me opgegeven voor Europe Talks. Op 11 mei ga ik in gesprek met iemand die tegenovergesteld heeft geantwoord op vragen over migratie, klimaat en Europa. Ik vind het eng, doodeng. Maar het is net als met stemmen. Je mag niet van alles roepen en over honderd en een dingen klagen als je niet zelf het goede voorbeeld geeft.

UPDATE 9 mei: ‘de ander’ heeft afgehaakt. Geen gesprek dus met iemand die de wereld met hele andere ogen bekijkt dan ik. Gelukkig heb ik afgelopen zondag tijdens het Bevrijdingsfestival met heel veel mensen gepraat die ik in mijn ‘normale’ leven nooit zou hebben ontmoet.

Laat de limonade nu maar knallen

brown leather wallet using blue steel clap

Foto door Pixabay op Pexels.com

Ik ben niet de meest verantwoordelijke persoon als het om geld gaat (de leuke jongen uit de trein rolt met zijn ogen als hij dit leest). Meer geld uitgeven dan er binnenkwam was lange tijd gebruikelijk. Heb ik leuke dingen met dat geld gedaan? Zeker! Vele legendarische feestjes, culinaire maaltijden en adembenemende reizen staan nog op mijn netvlies gebrand. Geen spijt.

Maar dat kon niet eeuwig blijven duren. Dus werd ik soort van volwassen. Vooral dankzij de leuke jongen uit de trein heb ik meer overzicht en minder gat in mijn hand. Ik werk keihard om ervoor te zorgen dat de omzet van mijn bedrijf blijft stijgen, zonder dat evenredig meer uitgeef. Een echte geldheld zal ik nooit worden -ik kan al eens schrikken van een blauwe envelop- maar een heuse mijlpaal is bereikt.

Studieschuld afgelost!

Dat ene jaar dat ik maximaal leende bij de overheid om mijn studie communicatie- en informatiewetenschappen door te komen met een klein cateringbaantje, heb ik gisteravond tot op de laatste cent afgelost. Een paar maanden geleden betaalde ik de twee jaar collegegeld terug die de leuke jongen uit de trein voorschoot. Over dat voorschieten, deed hij niet moeilijk, want “met twee diploma’s op zak zou ik het grote geld binnentrekken.”

Dat grote geld kwam er nooit. Maar ik leef inmiddels wel het leven dat bij grote mensen hoort. Met verantwoordelijkheidsgevoel en een spaarrekening. Met een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een werkplek buiten de deur. Met een gezamenlijke bankrekening waarop we beiden een even groot bedrag storten. Met soms een tikkeltje meer chaos en rondslingerende bonnetjes dan me lief is. Maar ook met een dubbele stijgende lijn: meer klanten en meer winst.

Proost

Dat grote geld durf ik niet meer te beloven. Rijk ga ik niet worden, dat heb ik inmiddels wel in de gaten. Voldoende verdienen om leuk van te leven, lukt heel aardig. Toch schiet de leuke jongen uit de trein nog wel eens iets voor als de nood aan de man is (zoals onlangs na enige miscommunicatie met de Belastingdienst). Vanavond proosten wij op blij en schuldenvrij (we laten de hypotheek even buiten beschouwing). Dat proosten doen we heel volwassen en verantwoordelijk met een glas limonade. Ik heb ‘pieperdienst’.

Studieschuld

Goedemorgen, heb ik u wakker gemaakt?

20180422_171452Terwijl ik mijn handen laat verdwijnen in de aarde om één van mijn planten een grotere pot te geven, hoor ik op de achtergrond een bel. Die negeer ik. Meestal hoor ik onze bel niet als ik in de tuin bezig ben. Het is vast bij de buren. Nog een keer de bel. Geen blaffende hond, dus voor de buren op links kan het in ieder geval niet zijn.

Toch maar eens kijken. Door het glas van de voordeur zie ik iemand staan. Ik heb alleen een onderbroek, topje en slippers aan. Ik zwaai door het dikke glas van de voordeur en hoop dat hij begrijpt dat hij even moet wachten. Ik sprint naar boven en verlies mijn slippers. Terwijl ik snel een jurkje over mijn hoofd trek, vraag ik me af waar ik mijn sleutel heb gelaten toen ik gisteravond thuis kwam. Die zit natuurlijk nog in mijn tas. Welke tas had ik bij me? Waar is mijn tas?

“Heb ik u wakker gemaakt?”, vraagt de man geamuseerd als ik eindelijk de deur open doe. Op blote voeten, onopgemaakt, met piekend haar en in een scheef zittend jurkje staar ik hem aan. Ondertussen zet hij met twee gereedschapskisten en een trapje een stap naar binnen. “Waar moet ik zijn?”

“Wat is het plan?” vraag ik, terwijl de radartjes in mijn hoofd als een dolle draaien. Heb ik iets gemist? Is het misschien de schilder die ik laatst heb gevraagd om te komen kijken en is zijn bevestigingsmail in de spam terecht gekomen? Heeft de leuke jongen uit de trein nog iets gezegd toen hij de deur uit ging?
“De ketel en de verwarming”, zegt de man en zet een stap richting de trap. “Op zolder, neem ik aan?”

“Wat goed dat mijn vriend een afspraak heeft gemaakt”, zeg ik. “Ja de ketel hangt op zolder. We hebben inderdaad geen onderhoudscontract en hij heeft zich al een hele tijd geleden voorgenomen om dat te regelen.” Ik glimlach verontschuldigend en doe een stap opzij. Om meteen daarna te denken dat de leuke jongen uit de trein echt niets heeft gezegd en dat dat niet kan. In tegenstelling tot mezelf vergeet hij nooit een afspraak.

“Wil je even nakijken of je bij dit huis moet zijn?”
“Oh sorry, er staat 237.”
“Doe de buurvrouw de groetjes.”

Zen zonder zen-activiteiten?

Kikker yogaOverpeinzing op de dinsdagmorgen:

Yoga om in balans te komen, meditatie om in contact te komen met je onderbewustzijn, magnetisme om je geblokkeerde energiebanen te openen, stiltewandelingen op blote voeten om je hoofd leeg te maken, bewustzijnstherapie om te komen tot je kern van vrijheid, coaching om jezelf in je kracht te zetten, intuïtief schilderen om je creativiteit te laten opbloeien, tai chi tao om één te worden met het universum, lachtherapie om negatieve gedachten uit te bannen, natuurlijke oliën voor rust in je hoofd en stenen die gecombineerd met bepaalde kruiden een helende werking hebben voor zo ongeveer alles.

Mijn tijdlijn op Facebook loopt er vol mee. En dat is best wel grappig, want ik sta totaal niet open voor dit soort dingen. Terwijl ik het vaak heel goed kan vinden met de mensen die werken in deze ‘branche’ (er is natuurlijk niet echt een verzamelnaam voor wat ik hierboven allemaal noem). Goede vriendinnen en zakenrelaties zijn yogadocent of tai chi adept en gaan af en toe op stilteretraite in een klooster. Dat verklaart de berichten op mijn tijdlijn.

Is mijn hoofd vol, dan ga ik een stuk hardlopen of baantjes zwemmen. Zijn mijn hoofd en agenda overvol, dan krijg ik buikpijn, huil ik een keer en zeg ik vervolgens een paar activiteiten af, zoals te lezen was in mijn vorige blog. Heb ik geen inspiratie, dan helpt het meestal om te brainstormen met mijn mede-flexwerkers of om even mijn oordopjes in te doen en naar fijne muziek te luisteren.

Mooi dat we allemaal op een andere manier voor onszelf zorgen. Wat doen jullie om je zen te voelen?