Om 8 uur in het winkelcentrum

lunch-e1507881562267.jpgOké, het is officieel, ik begin een oud zeikwijf te worden dat de jeugd van tegenwoordig niet snapt.

“Mevrouw, kom maar aan deze kassa”, roept de caissière achter de servicebalie in de supermarkt. “Dit is een betere plek”, knipoogt ze erachteraan.

Waarschijnlijk zag ze me met mijn ogen rollen achteraan in de rij voor de enige open kassa. Voor me staan acht identiek geklede meiden van een jaar of 12, die allemaal apart hun blikjes energiedrank, zakken chips en kaascroissantjes willen afrekenen. Om 8 uur ’s ochtends!!!

Het hele winkelcentrum wemelt op dat tijdstip trouwens van de brugklassers. Ze stoppen hun rugzakken vol met energiedrankjes en andere gezonde producten. De ‘stoerste’ jongens en meiden staan buiten te roken en sturen ‘ondergeschikten’ naar binnen.

“Het kwam echt niet in me op”, antwoord ik de caissière. “Om voor schooltijd langs de supermarkt te gaan en dan chips mee te nemen. Ik had mijn broodtrommel met zelf gesmeerde boterhammen en een appel.”

Die heb ik nog steeds. De beker ranja is inmiddels wel vervangen door koffie.

 

 

Advertenties

In herhaling

Een paar weken geleden schreef ik iets over een vork en te veel hooi. Over huilend naar huis rijden van een klant, omdat ik door de deadlines het bos niet meer zag. Gelukkig leer ik altijd van mijn fouten. NOT!

Nadat we terugkwamen uit Brussel had ik even niet zo veel te doen, ik sliep nog een dagje uit, ging met een vriendin koffiedrinken, maakte een wandeling. Toen begon ik me zorgen te maken. Want als ik niet werk, komt er geen geld binnen.

Gelukkig kwamen toen de aanvragen weer. Ja, natuurlijk wilde ik projectleider worden van die leuke opdracht. En ja, natuurlijk kan ik acht personen op één dag interviewen zodat alle portretten in één keer op de website kunnen. Als ik dan toch bezig ben, die presentatie knutsel ik ook nog wel even in elkaar. Facebook bijhouden voor dat fijne documentairefestival, dat kan tussen de bedrijven door. En wat is nu twee vergaderingen in een week? Oh moeten daar ook notulen van gemaakt en een afsprakenlijst? Past makkelijk naast 16 uur op de communicatieafdeling van gemeente Landgraaf.

Waarom ik dacht dat het haalbaar was? Geen idee.

Het is maar goed dat ik bijna vakantie heb.

Overspannen aan een vakantie beginnen, het is weer eens wat anders.

Bouwen zonder vertrouwen #2

Er is altijd iets te doen. Kammajaja jippie jippie jee.

Ja, daar zorgen jullie wel voor, dat er altijd iets te doen is. Alsof een compleet huis verbouwen naast voltijds werken nog niet genoeg ‘te doen’ oplevert, zonder dat complete bestellingen spoorloos verdwijnen.

In mijn slaap hoor ik jullie wachtmuziekje nog, want niet alleen bestellingen ook mensen naar wie je doorverbonden wordt, zijn soms ineens verdwenen. Het is me al twee keer gelukt om zo lang in de wacht te hangen, dat het muziekje weer een keuzemenu werd. ‘Voor afdeling bouw, kies 1.’

Soap

Na een lange reeks van kleine en grote miskleunen – van een fout ordernummer en een verkeerd gespelde straatnaam op de orderbevestiging, tot de onmogelijkheid om via iDeal te betalen- is het volgende deel van de soap aangebroken.

Vandaag wordt ons laminaat geleverd. Of niet. Of toch wel. Misschien morgen. Of volgende week. Of alleen het deel dat via de online shop is besteld en niet het deel dat in de vestiging staat.

En onze vaste klusjesman met zijn mooie belofte dat 1 februari de badkamer en het toilet klaar zouden zijn, hebben we ondertussen ook al een week niet meer gezien.

Falkor en het orakel

Als kind was ik dol op The NeverEnding Story. Ons huis is hard op weg om zo’n oneindig verhaal te worden. Maar waar is Falkor om me naar het orakel te vliegen? Veel wijsheid heb ik de afgelopen weken nog niet gehoord. ‘Voor afdeling klantenservice, kies 5.’

Die vanzelfsprekendheid

money
“Iedereen kan 10% van zijn inkomen beleggen.”
“Ik zou die auto nemen, lekker ruim, mooi design.”
“Heb jij een studieschuld? Had je dat niet anders kunnen regelen?”
“Waarom heb je niet een deel van je hypotheek bij je ouders geleend?”

Een aantal opmerkingen uit de afgelopen weken, gemaakt door mensen die zich nog nooit een seconde hebben afgevraagd of de maand misschien langer zou duren dan hun geld.

Wij anderhalfverdieners zonder kinderen hebben het ab-so-luut niet slecht. Integendeel, ik schrijf dit vanuit een gehuurde werkplek, die ik me als zzp’er sinds een jaar kan veroorloven, terwijl ons nieuwe huis ondertussen voor veel geld wordt verbouwd. Ik moet in deze tijden van dubbele lasten bezuinigen op etentjes en dagjes weg, maar het feit dat we momenteel voor twee huizen kúnnen betalen, zegt al hoe goed we het hebben.

Maar die vanzelfsprekendheid waarmee mensen ervan uitgaan dat je ouders je een smak geld kunnen lenen, omdat ze toevallig toch een bedrag over hebben met minimaal vier nullen, daar kan ik niet zo goed tegen.

 

Over sifons en wc-doorspoelknoppen

Al ontelbare keren schreef ik erover: keuzes maken is niet mijn sterkste punt. Van wat ik ’s morgens aantrek tot wat ik ’s avonds wil eten en alles daar tussenin: moeilijk, moeilijk. Een grote verbouwing, waar we nu middenin zitten, is een ware keuzehel.

keuzesAannemer of zelf regelen? Structuurverf of stucwerk? Bad of douche? Twee, drie, zes of tien offertes? En dan heb ik het nog niet over de oneindige keuzemogelijkheden voor badkamertegels, laminaat en deurklinken. Wist je dat er tig mogelijkheden zijn voor knoppen om het toilet mee door te spoelen? Of sifons, die dingen die je niet of nauwelijks ziet en waar je al helemaal niet op let, zelfs daar bestaan tien varianten van.

Pas een paar maanden bezig en nu al spijt van een aantal beslissingen. Waarom hebben we in hemelsnaam maar bij twee aannemers aangeklopt, terwijl we een lijst hadden met een stuk of tien namen? Dom, dom, dom. Waarom niet even doorgereden naar Duitsland, waar veel dingen een stuk goedkoper zijn? En wiens briljante idee was het om voor de kleur ‘geordend groen’ te kiezen? Mijn idee natuurlijk. Die verf was niet voor niets in de aanbieding, want pas dekkend na drie keer aanbrengen…

Toch vind ik het nog steeds leuk. Af en toe lichamelijk werk doen, zoals slopen, schuren en verven bevalt me goed. Ons huis wordt ongeveer zoals we dat in gedachten hebben en het valt me tot nu toe mee hoe weinig onze smaken verschillen. Ons huis krijgt frisse kleuren, veel lichtinval en een gezellige bar. Stopcontacten op handige plekken, dankzij mijn schoonpapa. En een aantal elementen waar ik geen seconde over na hoefde te denken; metrotegeltjes in de keuken en een grote oven. Ik ga me er thuis voelen, daar twijfel ik geen moment aan.

Tot die tijd kruipen we van grote beslissingen naar puntjes op de I’tjes. Ik ben dol op puntjes en I’tjes. Vandaar dat ik beter ben in eindredactie dan in het zelf verzinnen van verhalen.

Brief aan mijn nichtje #16

Smultocht in Meerssen. Na een eerste etappe door het bos, jij voorop op je knalroze laarzen, komen we aan bij de pauzeplek. Het is gelukkig droog (redelijk wonderbaarlijk deze dagen) en het is er goed toeven.

In een wijngaard met prachtig uitzicht nestelen we ons aan een houten picknicktafel. Jij met stukjes fruit op een stokje en een zakje snoep. Je mama en ik met een glas wijn en plakjes Italiaanse ham. Een mevrouw van ongeveer dezelfde leeftijd als jouw oma vraagt of ze bij ons mag komen zitten. “Ja, natuurlijk.”

“Wat een leuke krullen”, zegt de mevrouw tegen jou. En in één adem komt er achteraan “Mijn dochter heeft ook van die zwartjes. Twee dochters. Veel werk, dat haar.”

Ik doe mijn mond open om te protesteren tegen de term zwartjes. Maar bedenk me dan dat de mevrouw vast van haar kleinkinderen houdt en het dus niet denigrerend bedoelt. Of hoop ik dat gewoon heel hard? Ik houd in elk geval mijn mond en neem nog een slok.

De vluchtelingencrisis, etnisch profileren, toenemende ongelijkheid, mensen met een niet-Nederlandse naam die moeilijker een stageplek of baan vinden, een Brits referendum over het verlaten van de EU dat zo is neergezet dat het een referendum voor of tegen immigratie lijkt. De kranten staan er vol mee. Er wordt razendsnel een stempel op mensen geplakt. Gelukszoeker. Verkrachter. Crimineel. Terrorist. Zwartje.

Ik hoop natuurlijk dat je nooit ‘anders’ behandeld wordt, gebaseerd op je prachtige bos krullen. (Anders dan wie?) Maar als het wel zo is, hoop ik dat je stevig genoeg in je roze laarzen staat om er niet ontmoedigd of gefrustreerd door te raken.

 

 

Knutselvreugde

Ik ben niet de handigste thuis. En al zeker niet de creatiefste, behalve dan misschien met taal. Ik denk vooral in woorden, ben niet visueel ingesteld en ik vind geknutsel iets om eerst opstandig, dan zenuwachtig en vervolgens humeurig van te worden. Het was als peuter al zo en het zal er nooit beter op worden: handen en kleren vol inkt, verf of lijm als ik toch eens een poging waag (of gedwongen word) om iets moois te maken. En bovendien: alles kan kapot, of op zijn minst beschadigd. Zeker de dingen die ik zelf gefabriceerd heb.

Ongeduldig

Ongeduldig als ik ben, wacht ik nooit tot de verf of de lijm droog is en maak ik dus vlekken, scheuren of scheve verhoudingen. Of ik raak gewond. Doordat ik tegelijkertijd met de secondelijm ook een stuk vel van mijn duim af trek. Een spijker in mijn voet, notabene bij het AFBREKEN van de houten kindervakantiewerkhutten, dat is me ook al eens gelukt. Zelfs als ik zoiets simpels doe als schoenen poetsen boven de spoelbak, wat weinig met knutselen of creativiteit te maken heeft, zit alsnog het hele aanrecht vol schoenpoets. En waar komt toch die winkelhaak in mijn nieuwe jas vandaan? Of die groene vingerafdruk op de klink? Ik bedoel maar.

Kleurtjes!

Toch ben ik van plan om in mijn nieuwe huis helemaal los te gaan. Al is het maar vanwege beperkte financiële middelen, waardoor het kopen van nieuwe meubels er voorlopig niet inzit. Dat bordeauxrode kastje met die kale plekken waar de lades bij een vorige verhuizing waren dichtgeplakt met tape: dat verdient meer dan één nieuwe kleur en op de middelste la een inspirerende spreuk of mooi motief (daar zijn godzijdank sjablonen voor). Dat afzichtelijk lelijke bureau in deprimerend bruin kan wel een make over gebruiken met behulp van gekleurd plakfolie en nieuwe handgrepen. En ik heb zowaar een leuk idee om met een houten plankje, wasknijpers en washi tape een rekje te maken om mijn collectie kettingen aan op te hangen. Waar werken bij een hobbygroothandel al niet goed voor is.

Eenzame opsluiting

Mocht ik een tijdje onvindbaar zijn, dan zou het zomaar kunnen dat ik mezelf met deze projecten heb opgesloten in een afgelegen garagebox met eierdozen tegen de muren en niets kostbaars binnen handbereik hier ver, ver vandaan. Als iets die garage ongeschonden verlaat, ofwel het creatieve object ofwel ikzelf, dan maak ik er een foto van. Wens me alvast succes!

290Ik ben best goed met het bij elkaar zoeken van kleurtjes, dat dan weer wel. Groen en oranje zijn momenteel favoriet. 

Over doorzetten en ruggengraat

In alle opzichten ben ik iemand die zich inzet en dan doorzet, behalve voor één ding.

Als kind oefende ik wel honderd keer per dag in de tuin op het maken van een perfecte radslag en handstand, tot het eindelijk lukte. Blauwe plekken! Verzwikte polsen! Maar zie mij staan op mijn handen.

Rennen

Rennen, dat was dus echt niet mijn ding. Maar ik liet me overhalen. En een half jaar nadat ik voor het eerst hardloopschoenen aantrok, liep ik de tien kilometer bij Maastrichts Mooiste. Daarna deed ik nog twee keer mee en elke keer was ik een beetje sneller dan de keer daarvoor. En kapot. En euforisch.

Studeren en solliciteren

Keihard geblokt voor mijn tweede studie. Ook toen ik geen studiepunten kreeg voor mijn stage de moed niet laten zakken. Ik haalde mijn diploma met enige vertraging, maar met een heleboel wijsheid op zak. Daarna zeker 300 sollicitatiebrieven gestuurd. En toen het solliciteren niets structureels bleek op te leveren, stortte ik me met volle overgave op mijn eigen bedrijf. Genoegen genomen met (te) lage uurtarieven, genetwerkt als een dolle en ja gezegd tegen opdrachten zonder te weten of ik ze wel uit kon voeren. Ik pluk er inmiddels de zoete vruchten van.

Lijmen

Kaartjes sturen, bellen, mailen. In een trein stappen naar de andere kant van het land, ook al had ik daar eigenlijk geen tijd voor. Als ruzies dreigden te ontstaan of relaties dreigden te verwateren, zette ik alles op alles. Investeren en volhouden. Met resultaat, want de meeste van mijn vriendschappen zijn oud, rotsvast en voor altijd dierbaar. Mijn vrienden zijn een open boek. En ik ben verslaafd aan boeken. (Een aantal kennissen zijn desondanks uit het vizier en daar heb ik na wat tranen vrede mee).

Lijnen

Maar als het om mijn eigen gezondheid in de vorm van mijn overgewicht gaat (BMI schommelt al jaren tussen 29 en 31) dan heb ik geen ruggengraat. Ooit heb ik eens een maand geen alcohol gedronken, maar doorgaans houd ik ‘verstandig consumeren’ niet langer dan drie dagen vol. Bied ik braaf weerstand tegen bier en bitterballen op een bedrijfsborrel, steek ik de volgende morgen gedachteloos een koekje in mijn hoofd bij de koffie. Heb ik op de vroege morgen anderhalf uur staan zwoegen met een personal trainer, vind ik dat ik bij de lunch best de pindakaas wat dikker op mijn brood mag smeren. Bedank ik vriendelijk voor het stuk taart van een collega, neem ik ’s avonds wel tiramisu als toetje. Zo blijft het sukkelen.

Tips? Iemand?

Genieten. Nu!

Nu! Alles moet nu. Of in elk geval morgen. Vandaag besteld, morgen in huis! Of zelfs ’s morgens besteld ’s avonds in huis. Zin in aardbeien in februari? Ze liggen rood en glimmend te pronken in de supermarkt. Op vakantie? Wacht niet tot je alles uitgezocht en bij elkaar gespaard hebt, maar boek het nu met vroegboekkorting.

Ik doe er zelf aan mee. En word er soms een beetje opgefokt van. Hoe alles in een muisklik dichtbij is.

Ik vond het leuk om naar een reisbureau te gaan, daar door de boeken te bladeren. Om traveler cheques te gaan halen. Om in een trein te stappen met op een blaadje gekrabbeld waar ik eruit moest. En het volgende vakantieavontuur was dan het zoeken van een telefooncel om het thuisfront te informeren dat ik was aangekomen.

Ik had vakantievriendinnen die penvriendinnen werden. Schreef brieven. Wachtte. En was super blij als het antwoord kwam.

Niets meer van dat alles. We consumeren onmiddellijk. Omdat het kan.

Was het vroeger beter? Dat denk ik niet. Maar toen ik gisteren twee mensen interviewde over hun jeugd in de jaren ’50 van de vorige eeuw (er komt een boek), viel het me op hoe veel ze toen genoten van kleine dingen. Met vader wandelen op de hei. Een snoepje bij de kruidenier. De melkboer die langs kwam. Elke zomerdag kijken of de aardbeien en tomaten in de tuin al rood waren. Dansen op zaterdagavond. Sparen voor een uitstapje naar zee. Verkleden als clown, cowboy of Indiaan met carnaval. Hand in hand lopen. Kleding werd gedragen en doorgegeven en hersteld (kniestukken!) en nog een keer vermaakt, dus iets nieuws krijgen was een feest.

Ik denk dat ik daar het meeste naar verlang. Ergens écht heel blij mee zijn. Kunnen we dat even regelen? Nu. Meteen!
Loesje genieten

Oorlogsmoe

Ik ben een nieuwsjunk. Ik wil weten wat er in de wereld gebeurt. Wil trends zien en de oorsprong van gebeurtenissen kennen. Wil meerdere bronnen raadplegen voordat ik een mening vorm. Maar soms wil ik de krant in 1000 stukjes scheuren en een baksteen naar de televisie gooien. Daar heb ik vooral last van als Palestina en Israël in beeld komen.

Ik blijf me erover verbazen hoe veel oorlogszuchtige en haatdragende mensen zich kunnen verzamelen op een stuk land zo groot als een postzegel. Ik ben geschokt door de propagandafilmpjes die ik voorbij zie komen op Facebook en vraag me af hoeveel geloof eraan wordt gehecht. Ik heb mijn vraagtekens bij oproepen tot allerlei demonstraties en boycots. Maar het meest schrik ik van het grote aantal doden, waaronder veel kinderen die werkelijk niets met het conflict te maken hebben.

Ik zag een filmpje dat stelt dat de oorzaak van het conflict heel simpel is. Dat klopt: onvermogen en onwil van mensen met geld en macht om samen een vreedzame samenleving op te bouwen. (Dat was overigens niet de strekking van het filmpje, waarin de simpele verklaring was dat Hamas alle joden wil doden, terwijl Israël vrede wil). Ik hoop dat beide partijen de uitputting nabij zijn en geen trek meer hebben om te vechten. Maar dat is te simpel gedacht zeker?

Ik vind dat er aandacht moet zijn voor dit conflict, ook al word ik er doodmoe en soms zelfs een beetje agressief van. Maar waar ik nog veel moeër van word, is van al die doden waaraan nauwelijks aandacht wordt besteed. De wereld staat erbij en kijkt ernaar terwijl in de Centraal Afrikaanse Republiek, DR Congo, Nigeria, Soedan, Irak, Libië, Syrië, Pakistan, Tsjetsjenië, Haïti – om maar een paar landen te noemen – mensen voortdurend bommen op hun kop, machetes tegen hun keel of ziektekiemen onder hun leden krijgen.

En wat doe ik? Niks, nada, noppes. Erger nog, ik begin elke alinea in deze blog met ‘ik’.