In mijn eigen bubbel

“Maar jij zit ook steeds dieper in je linkse bubbel”, reageerde de leuke jongen uit de trein. En hij heeft natuurlijk gelijk.

Hij en ik hadden een gesprek, waarin ik me hardop afvroeg hoe het kan dat sommige vrienden overwegen om op PVV, FvD of Ja21 te stemmen. Die partijen staan zó ongelofelijk ver af van alles wat ik belangrijk en waardevol vind. Terwijl, nou ja, vrienden zijn niet voor niets vrienden.

“Ja maar, ze hebben kinderen”, probeerde ik nog. “Deze partijen geven niets om natuur en klimaat. Dus dat hun kinderen straks verzuipen of dat ze in de stad doodgaan van de hitte, maakt ze niets uit? En als hun kinderen homo of trans blijken te zijn en ze daarom niet geaccepteerd worden of minder rechten hebben, hebben ze gewoon pech? Of als ze verliefd worden op iemand die niet-Nederlands is, dan moeten ze daar gewoon niet aan toegeven ofzo?”

“Andere zaken wegen voor hen zwaarder”, legde de leuke jongen vol begrip uit. “Onzinnige regels waar ze tegenaan lopen bijvoorbeeld. Oneindige bureaucratie. Ambtenaren die niet meedenken. Daar willen ze vanaf en die rechtse partijen staan het meest bekend als regels-afschaffers, als minder overheid.”

Ik interview soms wel twintig mensen in een week. Ook mensen wiens keuzes en voorkeuren ik niet begrijp. Mensen die geloven in dingen die ik totale onzin vind (of in ieder geval spieriewierie). Maar over het algemeen zijn dat wel vooral mensen aan de linkerkant. Mijn opdrachtgevers zitten in de hoek van fairtrade, duurzaamheid, inclusie, gelijkheid, jeugdzorg en maatschappelijk werk.

In een voedselbos, een buurtpark, of een Wereldwinkel kom ik maar weinig mensen tegen die niet geloven in klimaatverandering of die mensen het land uit willen zetten.

Het is de kunst – die ik dus niet helemaal beheers – om iemand die totaal andere dingen belangrijk vindt dan ik, nog steeds te horen en niet meteen te oordelen.

En blij dat de leuke jongen uit de trein af en toe in mijn bubbel prikt.

Bang voor de verkiezingsuitslag

Ik ben links. Goh, verrassing.

Met mijn elektrische fiets en mijn voorliefde voor het openbaar vervoer. Met mijn vrijwilligerswerk voor twee fairtrade gemeenten en voor een buurtpark in Maastricht. Met mijn gepassioneerde betogen om mensen lokaal te laten kopen in plaats van online te bestellen. Met mijn (kerst)kaarten van Oxfam. Met mijn biologische boodschappen en tweedehands kleding. Met mijn regenton en bijenhotel. Ik ben soms ook een hypocriet, want dit jaar vloog ik 3 (!) keer en ik kan nog steeds intens genieten van een lekker peperworstje of een stuk tonijn. Maar goed, in de basis ben ik voor een eerlijke en schone wereld, gelijke rechten, belasting op vervuiling, een ruimhartig asielbeleid en dat ‘de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen’.

In het verleden stemde ik vaak Groen Links, soms PvdA en soms D66. Drie partijen die ik de afgelopen jaren niet echt sterk vond. En Timmermans… die zit echt in mijn allergie. Hoe arrogant moet je zijn voor “Stem Timmermans” in een spotje dat alleen om jou draait en niet om je partij. Maar moet ik uit strategisch opzicht toch op zijn partij stemmen? Want welke partijen mogen straks een regering vormen? De partijen die het hoogst scoorden in de stemwijzers die ik deed, worden hoogstwaarschijnlijk geen regeringspartij. Moet ik daarom stemmen op GroenLinks-PvdA, een partij die een beetje links is en een regeringspartij zou kunnen zijn? Dan krijgen we misschien toch nog iets van een links geluid in de regering. Maar is dat een overwinning? Ik denk dat dat alleen een overwinning is als Timmermans zó veel zetels binnenhaalt dat hij met andere linkse partijen gaat samenwerken in plaats van met Omtzigt, Wilders en Yeşilgöz. Maar dat zie ik niet gebeuren. Jij wel?

Dus weet ik nog niet wat ik ga stemmen.

Los daarvan ben ik bang voor de uitslag. Straks wordt Wilders de grootste. De man van de “minder-minder” uitspraak. De man die geen enkele vluchteling meer wil binnenlaten en desnoods bestaande verdragen wil opzeggen. De man die vindt dat moslims minder rechten hebben dan andere mensen. De man die natuur en milieu niet belangrijk vindt. Hij is voor meer olie- en gasboringen in de Noordzee en vindt dat kolencentrales gewoon open kunnen blijven. En een voorbeeld van beleefde, empathische omgangsvormen gaat hij al helemaal niet zijn. Gezellig in een coalitie met Pieter wiens stemgedrag het meest overeenkomst met de SGP. En met Dilan omdat de VVD om een reden die ik niet snap altijd groot blijft. Daar kun je dan nog wel een Frans bij zetten, maar die gaat zo veel water bij de wijn moeten doen dat we daar weinig mee opschieten.

In een land met die coalitie wil ik helemaal niet wonen.

Maar moet ik nu strategisch stemmen of niet?

Lokale verkiezingen #2

Tja, de dag na…

De vier grootsten werden CDA, Senioren Partij Maastricht, GroenLinks en D66, een uitslag waar ik wel mee kan leven. Een uitslag die ik begrijp, als ik kijk naar de mensen op de bijbehorende kandidatenlijsten.

Ik hoop dat de enthousiaste jonge honden van M:OED, die van niets op twee zetels komen, wat extra leven in de brouwerij brengen. Het zou goed zijn als meer studenten een toekomst zien in Maastricht en niet vertrekken, omdat ze hier geen werk vinden. Ik hoop dat PVV en PVM, die samen 5 zetels hebben, hun bizarre standpunten (in mijn ogen) niet door de raad krijgen en er minstens bed, bad en brood blijft voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

Maar wat ik dus echt niet begrijp, is de lage opkomst. Ik werk in verschillende gemeenten en interview veel mensen, hoog en laag opgeleid, jong en oud, rijk en arm. Daarbij valt het me op dat in Maastricht het meeste wordt geklaagd. Zelfs als ik ergens heen ga voor een positief verhaal, zoals subsidie voor het buurthuis, een gratis evenement, de opening van een speelplein, dan nog hoor ik vaak:
“Ja maar de gemeente zou ook moeten…”
“Ja maar die luidruchtige studenten…”

Als je zo ontevreden bent, is stemmen toch het minste wat je kunt doen? Er was echt wel iets te kiezen. Zoals meer of minder geld naar cultuur, meer of minder geld naar zorg en wel of niet terugdringen van het aantal studentenhuizen.

Ik heb zomaar het vermoeden dat juist de mensen die niet zijn gaan stemmen de komende vier jaar weer om het hardst staan te schreeuwen…

 

 

Lokale verkiezingen #1

Goedemorgen deze zonnige morgen,

Gisteren viel het tienpuntenplan van Partij Veilig Maastricht (PVM) op de deurmat. Ik had dit ‘plan’ online al voorbij zien komen en er eens hartelijk om gelachen. Van de papieren versie kregen de leuke jongen uit de trein en ik opnieuw de slappe lach. Voor de leuke jongen eindigde dat in een heftige hoestbui, hij is een beetje ziek.

“Nederlandse taal leren is verplicht”, staat in het programma. Dit is gewoon landelijk beleid en voegt dus weinig toe aan de lokale politiek. Dit actiepunt staat bovendien in een folder waarin ook gei”ntegreerd (met de puntjes boven de N, dat krijg ik niet eens voor elkaar) en armoedebeleidt staan samen met tig andere fouten. Vooral met enkelvoud en meervoud lijkt PVM moeite te hebben.

Lage lasten zijn volgens PVM topprioriteit, maar voorstellen om die lasten (vaag begrip) laag te houden, komen in de folder niet voor. Beter onderhoud van openbaar groen en meer investeren in het onderhoud van wegen zijn doorgaans geen maatregelen waardoor je minder belasting gaat betalen.

“Een sluitende begroting”, is voor de zekerheid ook nog opgenomen in het bijzondere PVM-tienpuntenplan. Erg grappig, want in de folder worden vooral maatregelen genoemd die geld kosten. Naast eerder genoemd onderhoud van groen en wegen moet er bijvoorbeeld geïnvesteerd worden in een “campagne om Maastrichtse tradities en dialect te stimuleren.” Dat past zo lekker bij die verplichting om Nederlands leren. Dat mensen boven de 60 niet meer hoeven te solliciteren past trouwens ook heel lekker bij het tegengaan van werkloosheid onder ouderen.

Het enige bezuinigingsvoorstel dat de partij doet, is “geen subsidie voor mondiale en ontwikkelingsprojecten.” Wat ik daarvan vind, laat zich raden. Maar ik vrees dat veel inwoners van Maastricht dit een briljant idee vinden.

Ik ben benieuwd wat voor moois ik nog meer van de deurmat mag plukken de komende weken. Ik wens iedereen veel wijsheid bij het stemmen op 21 maart. Ondertussen blijf ik lachend en soms een traantje wegpinkend partijprogramma’s en campagnefilmpjes bekijken.

Groetjes,
Lieke

P.S. Ik zag net op de website van PVM dat een aantal taalfouten inmiddels is verdwenen.

 

 

 

Droefenis

Sinds ik mag stemmen (ik werd 18 in 1998) kleurde ik altijd een bolletje rood bij PvdA, GroenLinks, of D66. Toen ik studeerde; toen ik een goede baan, een mooi appartement en een auto had; toen ik minder dan het minimum loon verdiende met een nul uren contract bij een callcenter en daarnaast vijf sollicitatiebrieven in de week schreef; toen ik stage liep bij de Nederlandse ambassade in Brussel en gisteren – inmiddels zzp’er.

Omdat iedereen die in Nederland woont mee mag profiteren van ‘onze’ welvaart. Omdat iedereen die in Nederland woont gelijke kansen moet krijgen. Omdat vluchtelingen welkom zijn. Omdat de Europese Unie -ondanks de idioterie van op twee plekken vergaderen, bureaucratie en gebrekkige communicatie – een goede zaak is. Omdat investeren in onderwijs belangrijk is. En omdat iedereen, ook in de volgende generaties, recht heeft op schone lucht, schoon water, bloemetjes in de tuin, vogeltjes in de lucht en wilde dieren in het wild.

Ik woon in een stad waar het in de meeste wijken goed gaat. Een stad met weinig werkeloosheid en veel voorzieningen. Een stad met een groot cultureel aanbod. Een studentenstad. Maar in tegenstelling tot Nijmegen, Amsterdam, Utrecht, Wageningen… werd hier de PVV het grootst.

Een stad waar we net een huis kochten.

Oh Maastricht.
Oh feest van de democratie.