Mannenpraat

"Mannen praten niet met elkaar", hoor ik vaak. En daar kan ik helemaal niets mee.

De leuke jongen uit de trein weet bijvoorbeeld pas sinds kort dat zijn broer ooit wil trouwen, maar heeft geen idee of hij kinderen wil of wat hij nog wil bereiken/bereizen in zijn leven. Dingen die ik van mijn zusje en van de meeste van mijn vrienden (mannen én vrouwen) al sinds jaar en dag weet. Het niet weten van belangrijke opvattingen en overpeinzingen van mensen die dichtbij me staan, doet bij mij al snel de woorden 'onverschillig' en 'ongexefnteresseerd' opborrelen.

Maar daar wil ik de leuke jongen uit de trein absoluut niet van beschuldigen. Hij is namelijk niet alleen de liefste jongen ter wereld, hij heeft ook nog zo ongeveer de grootste luisterende oren ooit geschapen. Mij vraagt hij dagelijks wat ik vind, voel of denk. Maar ik ben geen man.

Dus. Is het inderdaad zo dat mannen niet met elkaar praten? En kan iemand -liefst een man- mij vertellen waarom?

Telefoongesprekken…

Door mijn koptelefoon hoor ik iets over een brief. En dingen die niet kloppen. Facturen. En onsamenhangende verbanden daartussen. Dus het duurt even voordat ik begrijp dat de vrouw iemand van Start People wil spreken. Ook omdat ze het uitspreekt als Start Peejople.

In de straat waarvan zij bij hoog en laag volhoudt dat er een vestiging ligt, is dat volgens mijn gegevens niet zo. Ze is beledigd en vindt dat ik mijn werk niet goed doe, maar ik verbind haar toch door met het wél bestaande kantoor van Start. Ze kunnen haar daar vast verder helpen.

Nog geen drie minuten later hoor ik mijn collega.
"Mevrouw, ik neem aan dat u Start PEOPLE bedoelt."

"Heeft u daar het adres van?"

"Nee mevrouw, in de straat die u noemt ligt geen vestiging van het uitzendbureau." 

"Ik geef u het nummer van een andere vestiging in dezelfde plaats, ze kunnen u daar ongetwijfeld verder helpen."

Weer drie minuten later opnieuw de telefoon. Weer een onsamenhangend verhaal over een brief, een factuur, gemaakte fouten en dat het toch allemaal schandalig is.

We moeten alle telefoontjes eigenlijk binnen 50 seconden afhandelen. Onmogelijk als dit soort mensen bellen. Ik onderbreek haar om te redden wat er te redden valt:
"Mevrouw, zowel ik als mijn collega hebben u het nummer al gegeven, wat kan ik nog voor u doen?"

Ik krijg een verhaal terug over alles wat er mis is met haar leven en hoe zwaar ze het heeft omdat die brief die ze heeft ontvangen van Start Peejople niet klopt en wij haar nu ook al niet kunnen willen. Ik zucht eens diep en zeg:
"Mevrouw, het enige dat ik kan doen is u het telefoonnummer geven dat u al twee keer van ons heeft gekregen."

En dan komt het.
"Madameke moet u eens goed luisteren…", begint de vrouw. Mijn nekharen gaan recht overeind staan.
"Ik bén geen madameke", snauw ik.
"Dat kan ik toch niet zien", antwoordt zij.

Zucht. Ik moet er bijna van lachen en huilen tegelijk en geef haar opnieuw het telefoonnummer van de 'verkeerde' verstiging van Start Peejople. Ze heeft niet meer teruggebeld.

Afascheidstoerneeeeeee

Het uitklappertje van Ikea met heerlijk fris ruikende lakens. Het houten éénpersoontje nog uit het ouderlijk huis. De slordig opgemaakte tweepersoons van de huisgenoot die er bijna nooit is.

De fles witte wijn die al voor het eten open wordt getrokken. Het glaasje ranja, omdat zoonlief dat ook drinkt. De speciale biertjes die altijd koud staan.

De lekkere, makkelijke, snelle maaltijd uit pak of pot. De pizzaria om de hoek, waar je voor minder dan tien euro stampvol zit. Het diner mét borrelhapjes vooraf, dat al een uur in voorbereiding is als ik aankom.  

En overal: gezellig, fijn, knus.

Maar het zit er bijna op.

Nog twee nachtjes blijven slapen.

De maandagavond zal nooit meer hetzelfde zijn.

Ik baal

Ik weet dat ik niet echt van het zonnige soort ben. Dat klagen mijn grootste hobby is, is algemeen bekend. Dat ik eigenlijk maar weinig heb om over te klagen -ben gezond, heb lieve vrienden en familie, woon samen met de liefste huisgenoot ter wereld- is ook bekend.

Maar nu is het simpele feit, zonder te willen klagen, dat het even niet zo goed gaat. De laatste paar weken trek ik het bijzonder slecht dat mijn agenda eruit ziet als een kruiswoordpuzzel zonder lege vakjes. Voor de twee vakken die ik volg, moet ik zo veel lezen dat ik al in geen weken meer een leesboek van binnen heb gezien. En dat terwijl lezen, na klagen, toch echt mijn grootste hobby is.

Ik baal ervan dat ik vriendinnen soms iets toezeg en het daarna weer afzeg of inkort, omdat er ineens nog een presentatie in mijn rooster wordt gefiets. Of omdat ik een onvoldoende heb gehaald die herkanst moet worden. Ik baal ervan dat ik een waardeloze klasgenoot ben. Op twee slettebakjes na zit ik bij superleuke mensen in de les. Maar als ze na de les nog wat gaan drinken, ben ik alweer onderweg naar huis. En erg veel opbouwende kritiek geef ik ook al niet, omdat ik het eerste uur meestal nog zo gaar als een sudderlapje ben van twee uur in de trein zitten.

Ik baal nog het meest van mezelf. Omdat ik mijn gebaal afreageer op de mensen die het dichts bij me staan.  

Geobsedeerd

Ze zag er weer uit alsof ze rechtstreeks vanachter het raam vandaan kwam, mijn klasgenote. Een laag plamuur op haar gezicht waarmee ik de scheur in mijn Brusselse plafond had kunnen dichten. Iets straks en zwarts om haar bovenlijf met vele doorschijnende stukken. Ze moest een presentatie geven waarbij ze Sartre aanhaalde als wetenschapper die onderzoek naar het zelfde onderwerp had gedaan. Haar buurman vraagt "Jean Paul?" Waarop zij antwoordt "Nee Dolce en Gabbana."

Ehm…

Frustraties

Momenteel kamp ik met een aantal kleine en iets grotere frustraties. In willekeurige volgorde:

  • Pantys van de Hema. Als je normaal gesproken maat 42 hebt, verwacht je soepeltjes in een maat 44 – 46 te stappen. Niet dus. Eerst een vloeibare vorm aannemen alvorens in het stukje niet zo heel elastische stof te passen, lijkt nuttige aanbeveling.
  • Lage inkomsten. Meer dan 16 uur werken per week is niet te combineren met studie, huishouden, relatie en vriendschappen. Armoede is in mijn geval dus soort van een vrijwillige keuze. Want ik zou kunnen stoppen met mijn studie om vervolgens fulltime te gaan werken. Want ik zou mijn vrienden kunnen laten vallen om zodoende geen reden meer te hebben om op stap te gaan of te gaan uiteten, waardoor het beetje geld dat er binnenkomt wellicht kan worden gespaard. Beiden zijn echter geen optie. Maar het schuldgevoel over de ongelijke bijdrage aan ons huisje en de irritatie over de lieflijke jurkes en stoere laarzen die me overal toelachen maar niet gekocht kunnen worden, neemt soms grote proporties aan.
  • Chips en chocolade. Het goede voornemen om van de onder punt 1 genoemde maat 42 maat 40 te maken, strandt voortdurend op deze twee ingrediënten. Drie keer per week sporten is geen enkel probleem, maar oh die hemelse zoetig- en zoutigheden. 
  • Een schilderij van Charles Sheeler in combinatie met een gedicht van William Carlos Williams. Een 'in-depth analysis' van 2.500 woorden over deze creatieve uitspattingen moet morgen worden ingeleverd. In beide kunstwerken begin ik dingen te zien die er niet zijn en uit mijn analyse tot nu toe blijkt dat ik de concentratiespanne van een goudvis heb.

Gelukkig ben ik met andere dingen dan weer bijzonder blij. In iets minder willekeurige volgorde:

  • De leuke jongen uit de trein. Zijn niet aflatende geduld met zijn ietwat lompe en licht gefrustreerde huisgenote is bewonderenswaardig. Terwijl ik mijn vastgelopen laptop van het balkon wilde gooien, ging hij er eens goed voor zitten om het ding weer aan de praat te krijgen.
  • Mijn vriendjes en vriendinnetjes. Zonder hen sliep ik elke maandag onder een brug. Zonder hen kreeg de leuke jongen uit de trein (hij kan het zich waarschijnlijk niet voorstellen) nog véél meer geklaag, gezucht en gesteun over zich heen.
  • De sportschool. Het mensenkijken is er een hilarische bezigheid. Neem nou dat wicht met haar bling-bling design sportbroek met daaronder hoog opgetrokken witte sportsokken. Of de jongen die Michael Jackson moves staat te oefenen tussen de fitnesstoestellen. En niet te vergeten dat zonder de sportschool de onder punt 1 en punt 3 genoemde maat 42 al lang maat 46 geworden zou zijn, zodat ik in geen enkele Hema-panty meer zou passen.

 

 

Zoveel lelijkheid in één gebouw

Bruine tegels die niet zouden misstaan in een badkamer uit de jaren '70 
Panelen als in een ziekenhuis vormen het plafond

De gangen
Soms desolaat
Soms zo vol dat wachten op de lift een garantie is voor te laat komen

Blauwe bordjes wijzen de weg
Naar lokalen waarin de laptops haperen
De beamers uitvallen
Het geluid weerkaats
Tegen kale muren

Eigenlijk is alleen het uitzicht (vanaf de 11e verdieping en hoger)
De moeite van het bekijken waard
 

Zoveel lelijkheid in xc3xa9xc3xa9n gebouw

Bruine tegels die niet zouden misstaan in een badkamer uit de jaren '70 
Panelen als in een ziekenhuis vormen het plafond

De gangen
Soms desolaat
Soms zo vol dat wachten op de lift een garantie is voor te laat komen

Blauwe bordjes wijzen de weg
Naar lokalen waarin de laptops haperen
De beamers uitvallen
Het geluid weerkaats
Tegen kale muren

Eigenlijk is alleen het uitzicht (vanaf de 11e verdieping en hoger)
De moeite van het bekijken waard
 

Bejaarde heks

Liefkozend noemde ik haar Vrouwtje Theelepel. "Het arm mensje", dacht ik nog. "Oud, en de hele dag niets anders te doen als uit het raam kijken."

Wat een vergissing. Een korte observatie van de leuke jongen uit de trein en mijzelf en de weg van lief vrouwtje naar boze heks was afgelegd. Het nare mens kijkt altijd sjachereinig, commandeert haar man in het rond, en fixeert haar haviksblik op iedereen die langs komt; met haar neus tegen de ruit of vanuit haar half geopende voordeur. Zojuist nog was de glazenwasser de pineut. Vanuit haar deuropening bleef ze de arme jongen bedelven onder misprijzende blikken net zo lang tot hij boven aan de ladder was.

Maar het allerergste aan de bejaarde heks van tegenover: ze gooit dagelijks haar tuinafval bij haar buren over het muurtje. Ik vermoed dat er iets gruwelijk mis is gegaan in haar opvoeding. En ik ben bijzonder benieuwd naar haar kinderen en kleinkinderen.

De I van Idioot

Na verschillende bijbaantjes in de schoonmaak en de horeca besloot ik het laatste halfjaar (als het goed is) van mijn studie met een ander baantje te financieren. Dus computer aan, headset op en het Grote Rinkelen der Telefoons kan beginnen.

B=beller

B: "Mevrouw, mijne man neemt zijn telefoon niet op."

B: "Ik heb een telefoonnummer met een cijfer te weinig, kunt u mij vertellen welk cijfer ontbreekt?"

B: "Ik heb hier een telefoonnummer uit '78, maar dat werkt niet meer."

B: "Mevrouw ik heb hier een voornaam, heeft u dan een nummer voor mij?"

B: "Mijn dochter is op vakantie in Griekenland en ik heb al een paar dagen niets meer van haar gehoord."

Ik: "Mevrouw, kunt u de achternaam voor mij spellen alstublieft?"
B: "De A van aardappel en dan de I van ehm… idioot"

Ik heb een heerlijk bijbaantje.