Te bloot?

Een persoon die me lief is, vindt dat ik veel te veel online slinger. Dat ik te intieme dingen met het web deel en ook de privacy van anderen op het spel zet. Deze persoon is bang dat ik potentiële werkgevers afschrik en dat vrienden niet meer zichzelf durven zijn in mijn buurt. Vannacht lag ik daar serieus van wakker. Berokken ik mezelf en anderen schade met deze blog?

Mensen die mij kennen, weten wie de leuke jongen uit de trein is en hoe goed onze relatie in elkaar steekt. Mensen die mij kennen, weten hoe dol ik ben op mijn nichtje waar ik al veel te lang geen brief meer aan geschreven heb. Vrienden en vriendinnen, die ik nooit bij naam noem, zullen zichzelf ongetwijfeld herkennen als ze voorbij komen in mijn wondere schrijfwereld. Maar bezorg ik ze daar last mee?

Potentiële werkgevers die de link leggen tussen deze blog en mijzelf, schrik ik die af? Of zijn dat dan sowieso opdrachtgevers waar ik niet voor zou willen werken?

Dat ik mezelf te kwetsbaar opstel, daar maak ik me niet zo druk over. Ik ben over het algemeen een open boek, maar houd mijn lippen stijf op elkaar als het om vertrouwelijke informatie gaat of om afspraken met opdrachtgevers. Deze blog ik vrij toegankelijk voor wie ‘m weet te vinden, maar mijn Facebook- en LinkedIncontacten zijn in groepen verdeeld, waardoor lang niet iedereen alles kan lezen wat ik deel. Toch knaagt er iets. Moet ik stoppen met bloggen? Of moet het hier alleen nog over huis- tuin- en keukenonderwerpen gaan?

Dat laatste kan eenvoudig geregeld worden. Dan schrijf ik elke dag een verhaaltje als dit en weet ik zeker dat na verloop van tijd niemand meer leest:
“Ik heb vanmorgen 50 baantjes gezwommen, een eierkoek gegeten en de tuin geveegd. Wat een start van de dag.”

UPDATE: Reacties op deze blog kreeg ik vooral mondeling en via Facebook. ‘Men’ is van mening dat deze blog potentiële werkgevers zou kunnen afschrikken. Al is het maar doordat het lezen van deze blog werkgevers kan doen ontdekken dat ik karaktertrekken heb die ze niet aanstaan. Maar ‘men’ is het er gelukkig ook over eens dat mensen zich in mijn buurt echt niet anders gaan gedragen vanwege deze blog.

Aanstootgevende kleding?

We staan voor het gemeentehuis te kletsen. Hij draagt keurig gepoetste bruine schoenen, een donkere spijkerbroek en een netjes gestreken overhemd. Ik sta op donkergroene sleehakken, draag ook een donkere spijkerbroek en een wijdvallend lang shirt in dezelfde kleur als mijn schoenen. Naar mijn bescheiden mening zien we er behoorlijk gemiddeld uit, als mensen die op weg zijn naar een kantoorbaan. We praten over muziek. Hij vertelt met een twinkel in zijn ogen dat hij onverwachts kaartjes voor Werchter heeft bemachtigd zonder de hoofdprijs te betalen. Ik ben jaloers.

Vanuit mijn ooghoek zie ik een mevrouw aarzelend dichterbij komen. Ze heeft blosjes op haar wangen en fixeert haar blik op mijn linkerschouder, waar een klein stukje van mijn bh-bandje zichtbaar is. Een simpel zwart bandje zonder tierelantijnen. Ineens onderbreekt ze ons: “Mevrouw, uw t-shirt is afgezakt. Het zit een beetje scheef. Ik denk niet dat dat de bedoeling is.”

Hij schiet in de lach en zegt: “Natuurlijk wel, dat hoort zo.”
De mevrouw bloost nog harder.
Ik kijk haar aan en zeg: “Als ik naar binnen ga, zal ik me netjes aankleden.”
De mevrouw maakt zich uit de voeten.

Vanuit de straat die ze in wil slaan, komt een meisje aangelopen in een bijzonder kort broekje.
De mevrouw zegt niets.

Lijstje van lilith

Omdat lilith mijn lievelingsblogster is en ik dol ben op haar lijstjes, doe ik een keertje met haar mee.

Lezen
Op mijn nachtkastje ligt Het Land van de Kleine Man van Leif Enger. Er rust een grote boete op wegens niet op tijd terugbrengen naar de bieb. Dat komt niet omdat het een langdradig verhaal is, integendeel. Door de ogen van de elfjarige Rueben wordt een avontuurlijke reis door the Badlands beschreven, begin jaren ’60. Vooral de manier waarop Rueben zijn schuldgevoel beschrijft als hij zijn oudere broer verraadt, is magistraal. Bij de boekwinkel in Wageningen afgelopen weekend zag ik nog een hele stapel boeken van Lieve Joris en Paul Theroux die ik dringend moet gaan lezen. En een boek van een jonge correspondent in Parijs, maar hoe heette hij nu ook alweer?

Blij met
Zoals altijd ben ik blij met de leuke jongen uit de trein, mijn vrienden en mijn familie (althans de leden van het gezin waar ik uit kom). Ik ben blij met de spijkerbroek die na jaren weer dicht kan. Blij met het zwarte jurkje dat ik via WatMooi met verjaardagskorting bestelde. Blij met het jurkje dat grijs en grauw was, maar dankzij een pakje textielverf inmiddels ook zwart en waar ik zelf vrolijke knoopjes op zette. Blij met 20 graden en zon, terwijl er bladeren in alle kleuren om mijn oren waaien.

Eten
Vanavond een Singaporese curry met kip en kokosmelk. Deels uit een pakje van de toko, deels van mezelf. Met een lempertje vooraf en verschillende smaken kroepoek als bijgerecht. Ik weet nu al dat het moeilijk wordt om maar één keer op te scheppen, zoals ons nieuwe beleid is. Morgen komen mijn mama en haar lief eten. Nog geen idee wat ik hen ga voorschotelen. *En ondertussen kijk ik jaloers naar mijn favoriete blogsters en een aantal vriendinnen die al jaren met een weekmenu werken en daar blij van worden. Waarom doe ik dat niet? Boodschappen doen kan namelijk niet bepaald mijn grootste hobby genoemd worden.*

Bezig met
De telefoon opnemen in het callcenter, notulen uitwerken van een vergadering afgelopen maandag, bloggen, acquireren, jongeren bellen die ooit bij een duurzaamheidsactiviteit betrokken waren en meer werkgerelateerde zaken. Ondertussen ook druk bezig met dromen van vakantiebestemmingen en opzien tegen Kerst.

Mezelf verbazen over
De enorm uit de hand lopende zwartepietendiscussie die alle kanten uitgaat. Hij was een slaaf, nee een Moor, nee een raaf, nee een knecht, nee een duivel, nee een ridder. Ondertussen blijft een goede discussie over geschonden privacy door Amerikaanse afluisterpraktijken uit, laten we Syrië aan haar lot over, worden nog steeds nederzettingen gebouwd op Palestijns grondgebied en zinken er dagelijks bootjes met vluchtelingen voor de kust van Fort Europa. En ik verbaas me over hoe snel de tijd gaat. Of misschien is ‘schrikken’ een beter woord. Was het niet gister dat ik opnieuw in Maastricht kwam wonen?

Luisteren naar
De verzamel-cd van Pur, zie mijn vorige blog. For Emma, Forever Ago van Bon Iver. Omdat 3FM zijn luisteraars al de hele week doodgooit met kaarten voor Birdy, die het prachtnummer Skinny Love van Bon Iver dramatisch om zeep hielp. Alle cd’s van Hooverphonic, omdat die muziek zo mooi bij de herfstbladeren kleurt.

Plannen
Naast de dromen uit mijn vorige blog zijn er gelukkig ook nog wat concretere plannen. Zoals een bezoekje aan de Dutch Design Week komend weekend, gruwelijk uitslapen aanstaande zondag, en op vakantie gaan tijdens de jaarwisseling (wat ook heel goed een droom kan blijven, want de leuke jongen uit de trein en ik zijn niet zo goed in tijdig boeken).

Arme mannen

Ik heb met ze te doen, de mannen van Tributor. Het zijn super toffe gasten, daar doen de kogelgordels, de zwarte puntschoenen, en de armbanden met studs en pinnen niets aan af. Goede artiesten ook. Heerlijke meebrul muziek.

Maar wat staan er altijd slecht geklede, slecht geknipte, lodderig uit hun ogen kijkende, wild bewegende vrouwen voor het podium. Op van die medische, witte steunslippers en in vormeloze jurken. Zeker in een kroeg als Barrock komen ze ook nog eens héél dicht bij.

De leuke jongen uit de trein en ik hadden een heerlijke avond.

Slettekat

Ze is rood en zacht en wil door iedereen geknuffeld worden. Ze gaat plat op haar rug op elk muurtje, elke tuintafel, elk electriciteitskastje. Ze knort, bromt en spint goedkeurend als je alleen al in de buurt komt. Ze sluipt mee naar binnen als je even niet oplet. Ze kust je voeten als je iets eetbaars bij de hand hebt.

Slettekat. De leukste buurtgenoot aan deze kant van de Maas.

Als beeld en geluid met elkaar vloeken #2

Gisteravond gesignaleerd tijdens het optreden van Pearl Jam in de Ziggo Dome: Een kapsel met een scheiding. Een nek die verdween in de rechtopstaande kraag van een gestreepte blauwe polo. Benen gehuld in een grijze pantalon. Voeten in keurig gepoetste schoenen. Linkerarm om de schouder geslagen van een meisje met pareloorbellen en zachtroze gelakte nagels.

Woef

“Weet je wat het ergste is, alleen zijn, niemand hebben om tegen te praten.” We hadden net een toast uitgebracht op mijn tante. Het was gister alweer een jaar geleden dat ze overleed. Mijn oom nam het woord. Hij had het moeilijk.

Oom J is een ‘man-man’. Hij houdt zich groot, vraagt niet om hulp, en begint nooit als eerste over hoe hij zich voelt. Ik denk dat hij wel weet dat ik het meen als ik zeg dat hij altijd langs mag komen als hij eenzaam is, dat hij altijd welkom is voor een koffietje en een praatje. Toch zal hij nooit bellen om iets af te spreken.

Vertederend om te zien dat hij wél iemand heeft om tegen te praten. Waarschijnlijk hele verhalen, als er niemand anders bij is. Iemand die niets terug zegt en met zijn kleine tandjes venijnige gaatjes maakt in blote armen en alle planten in de tuin. Iemand die stilletjes achter een struik verdwijnt om te poepen. Iemand die in volle vaart uitglijdt op de tegelvloer in de keuken en daar toch weer vrolijk stuiterend vandaan komt. Lang leve Max.

Grote mond kwam er weer mee weg

Terwijl mijn hamstrings nog zachtjes jammeren en mijn knieën nog bezig zijn terug te keren naar hun oorspronkelijke locatie, kan ik met mijn grote mond toch al drie dagen zeggen dat het gelukt is. Afgelopen zondag tien kilometer gerend over verraderlijke kinderkopjes en niet als laatste binnengekomen 🙂

Ik startte moeizaam sukkelend en dacht het eerste kwartier wel vijftien keer dat ik struikelend ten onder zou gaan. Geen vreemde gedachte aangezien ik bij het opstaan de onderste drie treden van de trap had gemist en mezelf al bijna had uitgeschakeld voor ik aan Maastrichts Mooiste kon beginnen.

Familie en vrienden en natuurlijk de leuke jongen uit de trein waren fantastische supporters die telkens weer op een andere plek langs de route opdoken. Dat hielp. Vriendin T week geen seconde van mijn zijde en maakte de ene na de andere opbeurende opmerking. Dat hielp nog meer. Mijn eergevoel deed de rest. En mijn voorbeeldige conditie na maandenlang trainen natuurlijk.