De ultieme mix: reizen en schrijven

Een week na mijn achttiende verjaardag stapte ik voor het eerst in een vliegtuig. Nauwelijks voorbereid, maar met een grote dosis enthousiasme en nieuwsgierigheid, landde ik in Benin. Een land waar ik een paar weken eerder nog nooit van had gehoord. Sindsdien roep ik tegen iedereen die het horen wil (én iedereen die het niet horen wil): “Ik wil reizen en schrijven.”

Ik deed wel eens een poging om voldoende opdrachtgevers te vinden die voor mijn reisverhalen wilden betalen, zat regelmatig rond de tafel met illustratoren en fotografen met dezelfde droom, maar die journalistieke wereldreis kwam nooit van de grond. Tot nu? Ik ben in de race om reisreporter voor Yomads te worden. Als er tenminste genoeg mensen op mij stemmen (via facebook) en stemmen (via de site).

Als ik gekozen word, beloof ik kleurrijk en gepassioneerd te schrijven over ontroerende ontmoetingen, magische maneschijn, wonderlijke wegen en grappige gebruiken.

Poseren. Snap ik niet

Hele volksstammen doen dingen die ik niet begrijp. Zwaar in de make-up en met keurig opgestoken haar naar de sportschool gaan op zondagochtend bijvoorbeeld. Ik verbaas me er elk weekend over. Of een fiets tussen twee ‘sleuven’ in het fietsenrek parkeren. Ik erger me er minimaal twee keer per week groen en geel aan.

Of poseren voor een foto. Die indrukwekkende bergketen, die roodoranje zonsondergang, die prachtige kerk en die authentieke tempel zijn toch veel mooier als je er niet met je blije hoofd voor gaat staan?

Omdat geen stuk Muur van East Side Gallery meer toeristenvrij was, werd er druk geposeerd aan het naastgelegen water:

DSCN1925DSCN1931DSCN1926DSCN1924DSCN1930DSCN1928 

Terwijl voor onze neus driftig allerlei standjes werden aangenomen, maakte de leuke jongen uit de trein onderstaande foto:

DSCN1929

Het tijdspook

Ik heb het druk. Maar blijkbaar niet druk genoeg om niet te gaan bloggen. Ik ben een harde werker en haal altijd mijn deadlines. Maar op het gebied van ‘time management’ is er nog wel wat winst te halen.

Ik weet het allemaal wel. Ik ken de tips en trucs. Een opgeruimde werkplek. Binnenkomende e-mails meteen categoriseren, zodat mijn mailbox lekker leeg blijft. Sowieso niet constant mijn mail checken, maar vaste tijdstippen inlassen om e-mails te beantwoorden. Elke dag op tijd opstaan. Regelmaat indien mogelijk. Werkzaamheden verdelen in tijdvakken van 25 minuten waarna je als beloning 5 minuten pauze mag nemen. Met mensen werken waarvan je energie krijgt in plaats van die je energie kosten. Op tijd toegeven aan sport en ontspanning. En telkens het mantra herhalen ‘multitasken bestaat niet’.

Het is eigenlijk heel logisch: als je systematisch te werk gaat, hou je overzicht en weet je wat er moet gebeuren. Als je systematisch te werk gaat, hou je de zaken simpel. Je hoeft niet elke keer na te denken over de volgende stap, want die weet je al. En als je minder hoeft na te denken over wat je wil/moet/kan gaan doen, hou je meer denkkracht over voor zaken die er werkelijk toe doen. In mijn geval: artikelen schrijven, onderzoek doen, nieuwe klanten binnenhalen en solliciteren.

Verschillende mensen wezen me op deze vacature bij Tijdwinst.com, want “Lieke, jij kunt zo leuk bloggen”. Bedankt lieve mensen, maar hebben jullie ook de rest van de vacature gelezen? Ik heb het nog even te druk met het verslaan van mijn eigen tijdspook. Of zal ik vragen of ik bij Tijdwinst.com op cursus mag in ruil voor een leuke blog over die cursus?

Ontslagen

Het geld was op.
Of het werk.
Of allebei.

Ik vertrok.
Voor een studie.
Of een andere baan.

Zo was het en niet anders.

Tot deze week een e-mail binnenkwam met als onderwerp ‘einde samenwerking’. Helemaal onverwachts kwam die e-mail niet. Ik merkte al een tijdje dat zij niet tevreden was over mij. Een goede reden om iemand anders te zoeken waarmee de samenwerking soepeler verloopt. Het project heeft potentieel en ik hoop oprecht dat het een succes wordt. Voor iedereen die er veel meer tijd insteekt dan dat er aan inkomsten tegenover staat.

Dat neemt niet weg dat mijn ego een deuk op liep.
Ik ben voor het eerst in mijn leven ontslagen.

Brief aan mijn nichtje # 7

Het is lang geleden dat ik je een brief schreef, kleine stuiterbal. Ik heb dus iets goed te maken.

Je roept mijn naam en rent naar me toe als ik in de deuropening sta, maar als ik je vervolgens te lang vasthoud, roep je “Af, af”. Je wilt op eigen benen staan. De wereld zelf ontdekken, op je eigen hoogte. Erger nog dan te lang opgetild worden, vind je in de kinderwagen zitten. Het regent krokodillentranen als je niet zelf mag lopen. Helaas hebben mensen soms haast en dus geen tijd om te wachten tot jij alle tuinpaadjes, trapjes, putdeksels en voordeuren op de route van dichtbij hebt bekeken. Het enthousiasme waarmee je de omgeving verkent, is hartverwarmend, al houden we soms ons hart vast als je achter een heg verdwijnt of een openstaande voordeur van een wildvreemde binnenloopt. Je bent het makkelijkst te ontvoeren kind ter wereld. Een allemansvriend.

Gister ging je zonder morren in de kinderwagen zitten. Een teken dat je bekaf was. Geen wonder, want je danste in het lunchrestaurant, we banjerden door het hoge gras langs een sloot (omdat ik een toekomstige bouwplaats moest bekijken), je ploeterde door het zand in de speeltuin, je klom twee keer op de glijbaan, bukte tien keer om de kiezels van het pad te rapen op de hondenuitlaatstrook ( je stopte ook kiezels in je mond) en je legde sowieso drie keer de afstand af die je mama en ik aflegden. Dat je kapot moe was, betekende trouwens niet dat je lekker ging slapen op de terugweg. Luid en duidelijk maakte je kenbaar dat je het helemaal gehad had en naar huis wilde. Op nog geen honderd meter van je huis, deed je je ogen dicht.

Mijn naam spreek je inmiddels uit als Tieke in plaats van Tiete en je woordenschat ontwikkelt zich in razendsnel tempo. Niet alleen je woordenschat trouwens, ook de betekenis van allerlei ingewikkelde concepten dringt tot je door. Zo weet je dat je ‘ik’ kunt zeggen als je het over jezelf hebt. Maar vaker zeg je Pauw. Jij hebt besloten dat je zo heet, ondanks dat het in niets op je eigen naam lijkt.

DSCN2003

Gister zagen we een pauw in de kasteeltuin van Gemert.
“Kijk, een pauw!”, riep ik enthousiast.
Jij wees op jezelf en begon te lachen.
“Nee, een échte pauw. Die blauwe vogel met dat stukje brood.”
“Kip”, zei jij en je wees naar de haan die ook in de kasteeltuin rondliep.

2013, wat een jaar

Rijkelijk laat, maar ik had in Berlijn hele andere dingen aan mijn hoofd, zoals het vinden van de smakelijkste currywurst, de geschiedenis van de ooit gespleten Duitse hoofdstad op me in laten werken, en het nieuwe jaar verwelkomen met zo’n 700.000 feestgangers aan de voet van de Brandenburger Tor.

Mijn overzicht van 2013:

Volkomen zen

We waren er allebei nog nooit zo aan toe als het afgelopen voorjaar: vakantie. Wegens chronisch te laat met boeken, kwamen we in Torremolinos terecht in plaats van in Málaga. Per toeval aan de goede kant, zo ver mogelijk bij café Brabant en Frietje van Pietje vandaan. We deden niet veel. Ik las, ik zwom, ik keek naar de zee. De leuke jongen uit de trein kwam niet eens aan lezen toe. Hij bekeek de andere hotelgasten vanaf zijn ligstoel. We lieten ons elke avond betoveren door de weerkaatsing van het maanlicht op het water.

DSCN1510

Volkomen klote

Maar we zouden eigenlijk naar New York en Washington gaan. Dat kon, nu ik was aangenomen bij dat leuke reclamebureau in Roermond, waar het welkom warm was, met lieve briefjes en een bos bloemen. Ik mocht er helaas maar een paar maanden interviewen en verhalen schrijven. Toen vloog ik er als eerste uit. Daarna iedereen met een tijdelijk contract. Crisis? Het betekende in elk geval dat ik niet genoeg kon sparen en de reis niet doorging.

Het meest bijzonder

Op vakantie met mijn zusje en mijn nichtje. Ik was nog nooit met mijn zusje op vakantie gegaan, terwijl de vakanties met onze ouders, maar in ons eigen tentje of op een eigen hotelkamer, altijd een groot succes waren. Het ritme van de vakantie, op tijd opstaan en op tijd naar bed, zorgde ervoor dat het goed uitrusten was. Samen koken, samen winkelen, samen op de bank met een boek. Het was goed. Jammer van het tuinhekje dat ik raakte met de auto, waardoor deze vakantie veel duurder werd dan gepland.

DSCN1722

Het meest trots op

Ondanks dat we elkaar vaak niet begrijpen en ik sommige dingen heel anders zou doen, was ik in 2013 het meest trots op mijn zusje. Ze was het grootste deel van het jaar een alleenstaande mama en ze vulde die rol goed in. Mijn nichtje kwam niets tekort en is bovendien het liefste nichtje van de hele wereld.
Ik was ook trots op de leuke jongen uit de trein en op mezelf, omdat we aan het eind van 2013 een paar kilo minder inhoud hadden, dan aan het begin. De kerstdiners en de alcoholische versnaperingen in Berlijn maakten even een eind aan de dalende lijn, maar maandag begint het normale leven weer net als het beleid van ‘een beetje minder eten en een beetje meer bewegen’.

Het meest blij met

Mijn nichtje. Omdat ze ons Sassa en Tiete noemt. Omdat ze liever door de kamer danst dan cadeautjes uitpakt. Omdat zij en Sassa zo dol zijn op elkaar en ik smelt als ik zie hoe hij haar knuffelt.

Het meest dankbaar voor

Dat niemand in mijn directe omgeving ernstig ziek werd of dood ging. Dat is wel eens anders geweest.

Het is een bijzonder jaar geweest, 2013, waarin ik me vaak gezegend gevoeld heb, maar waarin ik mijn dankbaarheid veel te weinig heb uitgesproken. Nu het nieuwe jaar begonnen is, heb ik besloten op optimisme in te zetten. December is normaal gesproken mijn maand niet, maar afgelopen december was geweldig. En januari is alvast goed begonnen in Berlijn met een kus van de leuke jongen uit de trein. In 2014 ga ik eindelijk die baan vinden, of in elk geval genoeg opdrachten om met een gerust hart te kunnen stoppen met het opnemen van de telefoon. In 2014 wil ik een zo lief mogelijk lief zijn voor de leuke jongen uit de trein, een goede dochter en zus voor mijn familie, een goede vriendin voor mijn vrienden. In 2014 ga ik minder dromen en meer doen. 

Voor mezelf en voor jullie hoop ik op een jaar zonder zorgen. Dat wie je graag ziet, gezond blijft. Dat de lente uitbundig en de zomer lang en zwoel wordt. Dat de herfst knus wordt en de winter lang op zich laat wachten. Dat er rust heerst in je hoofd en liefde in je hart. Of klink ik nu te zweverig? Hoe dan ook: dat 2014 een mooi jaar mag worden waarin veel gelachen wordt.

Arm Nederland

Wanneer werd Nederland zo bekrompen en egoïstisch als het nu is? Er vanuit gaande dat de berichtgeving in NRC Next en De Standaard accuraat is, zijn zo’n 2,3 miljoen Syriërs het geweld in hun land ontvlucht. 6,5 miljoen mensen hebben hun huis verlaten om in het verscheurde land zelf, bij familie of in verlaten scholen en hotels onderdak te zoeken. Zij hebben inmiddels iets minder kans om met gifgas bestookt te worden, maar krijgen daarvoor in de plaats ‘gewoon’ bommen op hun hoofd. En wat doet Nederland? Nederland neemt 250 vluchtelingen op. Nou, nou.

Voor de Filipijnen waren we ook al zo genereus. Maar liefst 2 hulpvluchten stuurden we naar het door orkaan Haiyan getroffen land. Niet dat we het binnen onze eigen grenzen zoveel beter doen. Er wordt op van alles en nog wat bezuinigd. Steeds meer Nederlanders worden met armoede geconfronteerd en zijn aangewezen op voedselbanken. Ondertussen bestellen we 37 Joint Strike Fighters. Een kwestie van prioriteiten stellen? Hoe rijker een samenleving, hoe minder ze geneigd is de armen te helpen?

Oh jawel, er zijn veel Nederlanders die een duit in het goede-doelen-zakje doen, zeker nu met Serious Request, want daar krijgen we een spectaculair evenement voor terug. En we zijn er blijkbaar niet bang voor dat die zielige Afrikaanse kindertjes, zoals we ze liefkozend noemen, massaal bij ons op de stoep staan als ze ineens niet meer doodgaan aan diarree. (Nog zoiets, waarom geven we elk land een naam, maar zien we Afrika alleen als continent? Aaargh.) En ondertussen opent het radionieuws met het item dat Onno Hoes burgemeester van Maastricht mag blijven. Lekker belangrijk.

Dichten

Wie mijn vader kende (of mijn vorige blog las), weet dat papalief ‘plagen’ tot kunst had verheven. Niemand kon je zo goed voor de gek houden als hij. Op onverwachte momenten kon hij je met een opmerking om je oren slaan waar je totaal niet op berekend was. Je kwam in je hemd te staan, maar moest ook lachen. De beste toespelingen -op rijm- bewaarde hij voor het sinterklaasgedicht. Het afgelopen jaar en de rol die je erin speelde, werd op de korrel genomen. Aan één A4-tje had hij zelden genoeg.

Maar papa kon ook serieus zijn. Gevoeligheid toevertrouwen aan het papier. Altijd met zijn vulpen. Zoals onderstaande gedichtjes, die hij schreef naar aanleiding van het overlijden van een collega:

Zoals afscheid de schaduw vormt
Van het welkom

 Is de dood de donkere kant
Van het leven

 En toch, in de koelte van de schaduw
Vindt een levende zijn rust

***

Troosten

Woorden zoeken
Maar niet vinden

Alleen maar stilte

Stilte op een vroege ochtend na een donkere nacht
En dan het geluid van de eerste vogel
Toch onherroepelijk weer een nieuwe dag

Ik deed elk jaar mijn best om op sinterklaasavond even grappig uit de hoek te komen als hij, wat nooit lukte. Maar ik vond het enorm leuk om te doen. Vele malen leuker dan surprises knutselen, waarvan het resultaat telkens was dat al mijn vingers aan elkaar plakten en een berg verknipt en verscheurd crêpepapier zich ophoopte in een hoek van mijn kamer. En zelfs dát vond ik nog leuker dan het kopen van kerstcadeaus. Je met een lijstje vol onmogelijke wensen ellebogend een weg door een overvolle winkelstraat worstelen, staat voor mij zeer hoog op de ‘hekellijst’. Ik baal er dan ook stevig van dat de overige leden van mijn familie en mijn schoonfamilie een even grote hekel aan dichten hebben als ik aan het kopen van cadeaus in december.

Heel soms rijm of dicht ik nog wel iets. Zoals op de voordekunst, om mensen over de streep te trekken om D(esign)-day te sponsoren. Voor mijn mama liet ik een gedicht inlijsten toen mijn papa vijf jaar dood was. Ik deed net of ik hem was:

’s Zomers haal ik het uit de vijver
Waarin ik de goudvissen volg
Die kalmpjes hun baantjes trekken

Als ik even wegdroom
Heeft de knop van de waterlelie zich geopend

’s Winters haal ik het uit de kachel
Waarin de houtblokken die ik zelf een kopje kleiner heb gemaakt
Worden opgenomen in het wonderlijke spel van de vlammen

Het gieren van de wind in de schoorsteen
Ook dat is rust
En thuiskomen

Een huis vinden waarin ik dat gevoel van rust en thuiskomen vindt, is een mooi streven voor 2014.

Herinneringen aan mijn gekke papa

Vandaag is het elf jaar geleden dat mijn papa plotseling dood neerviel. Op straat. Terwijl hij met mijn mama in gesprek was. Een vrolijk, beetje plagerig gesprek, omdat mijn mama die dag ergens met de auto tegenaan was gereden (ja, dat zit in de familie). Er is sindsdien nooit meer een gebeurtenis zó onverwachts geweest. 

Elf is het gekkengetal en dat past uitstekend bij de man die de telefoon opnam met ‘Fransiscus van Padua’. Werd er verbaasd gereageerd dan vervolgde hij zijn verhaal met een verontwaardigd “Ken je me niet? Ik ben al 400 jaar dood!”

Ik kan me nog herinneren dat hij zijn zus belde om te vertellen dat het in Frankrijk slecht weer was en dat we daarom doorgereisd waren naar het zuiden. “We staan nu op het punt om de Sahara over te steken, ik denk dat je de komende dagen niets van ons hoort.” In werkelijkheid waren we al terug van onze -zonnige- kampeervakantie.

Hij was de mafste Piet op de boot, een stuiterbal aan dek. Een geloofwaardige Piet ook. Als hij daarna thuiskwam, wist mijn broertje hem te vertellen dat er ‘een zwarte Piet was met net zo’n snor als jij en met een gat in zijn zak’. Papa’s excuses waarom hij niet meekon naar de intocht van Sinterklaas waren net zo overtuigend als zijn excuses op pakjesavond. “Ik moet nog even poepen” of “Ik heb mijn pasje binnen laten liggen”. Wij zaten op dat moment al in de auto, klaar om te gaan uiteten. Als we terugkwamen van het restaurant, waren Sint en Piet altijd langs geweest.

Vanavond gaan we voor de elfde keer uiteten op 9 december, in plaats van op 5 december. Oude tradities verdwijnen. Nieuwe komen ervoor in de plaats.

Ondertussen vallen er steeds meer gaten in mijn geheugen en dat maakt me verdrietig. Ik zie papa aan het aanrecht staan terwijl hij spaghetti met tonijn maakt of tagliatelle met olijfballetjes, maar wat was ook alweer zijn plek aan de eettafel? Ik zie papa’s dromerige blik terwijl hij naar het spel van de vlammen in de kachel kijkt en naar de omtrekkende bewegingen van de goudvissen in de vijver, maar in welke stoel zat hij dan?  En hoe klonk zijn stem ook alweer?

“Als ik erachter kwam dat je zou zijn omgewisseld, zou ik wel willen weten wie mijn biologische dochter was, maar ik zou je niet omruilen”, filosofeerde hij op een avond. Ik denk er andersom precies hetzelfde over. Ik zou voor geen goud een andere papa hebben gewild. Ik had alleen gewild dat hij wat langer was gebleven.

 

 

Ik ben niet boos, alleen teleurgesteld

Heel even dacht ik dat ik iets bijzonders had gepresteerd. Dat er dankzij mijn inspanningen een waardevolle bijdrage naar een goed doel zou gaan. En dat wat ik gepresteerd had ook nog goed zou zijn voor mijn eigen financiën (en mijn ego).

Al snel ontdekte ik dat de dingen niet waren verlopen zoals gedacht. Blijdschap maakte plaats voor teleurstelling.

Terwijl ik toch een verdomd leuk gesprek had vanmorgen bij een communicatiebureau dat mij hoogstwaarschijnlijk van uitdagende schrijfopdrachten gaat voorzien.

Nu stormt het in mijn hoofd bijna even hard als erbuiten. Code rood.