Een egobericht: wat ik wil in 2017

talking-circles-portraits-0413-christian-charlier
© Christian Charlier

Als ik opschrijf wat ik wil bereiken in 2017, dan kunnen jullie me erbij helpen. Mij onder mijn kont schoppen, een duw in de goede richting geven, een goed woordje voor me doen, mij met de neus op de feiten drukken en wat dies meer zij. Dat ik hiermee wachtte tot 17 januari, zegt helemaal niets, haha.

In 2017 wil ik:

  • Het financiële gat opvullen dat het volledig vertrekken uit loondienst achterliet and then some.
  • Een auto kopen. Ik ben erg ‘groen’ ingesteld en zeker niet van plan die auto overal voor te gaan gebruiken, maar ‘zelfstandige zonder auto’ is geen goede uitgangssituatie om je bedrijf succesvol te houden.
  • Een klein beetje leren vormgeven. Ik kocht ooit een dure cursus waar ik vervolgens niets mee deed. Slechte zaak. Terwijl ik de basisvaardigheden gewoon nodig heb. Stap één: de benodigde programma’s op mijn nieuwe laptop (laten) installeren.
  • Voor de vierde keer tien kilometer rennen bij Maastrichts Mooiste, na een afwezigheid van twee jaar. Liefst onder de 1.07, wat in 2014 mijn eindtijd was.
  • Onder de 80 kilo blijven. In het verleden stelde ik veel ambitieuzere doelen als het om mijn gewicht ging, maar schade en schande leert dat ik daar simpelweg de wilskracht niet voor heb. Meer sporten, geen probleem. Overschakelen op volkorenpasta en zilvervliesrijst, geen probleem. Minder drinken, geen probleem. Minder snoepen, groot probleem! En ach, met 80 kilo zit ik nét onder een BMI van 30, wat de grens tussen overgewicht en obesitas is.
  • Een definitief besluit nemen samen met de leuke jongen uit de trein of we nu wel of geen kind willen opvoeden. Het is jammer dat er een biologische deadline aan vast zit, anders stelde ik de beslissing graag nog even uit.
  • Naar Parijs. “Vroeger” ging ik jaarlijks, nu ben ik al een paar jaar niet meer geweest. Terwijl la cité de l’amour praktisch om de hoek ligt.
  • Meer op pad in mijn eigen regio. Nog dichterbij dan Parijs liggen zó veel mooie plekken. Gisteren liep ik nog door de sneeuw in Eupen, prachtig.
  • Nadenken. Niet te snel oordelen. Een mening uiten, is niet moeilijk deze dagen. Je mening nuanceren en er zeker van zijn dat het echt de jouwe is, dat is een kunst. Die kunst wil ik graag leren beheersen in 2017.

4_dscn2734

Advertenties

Bellen

Uren hingen we aan de lijn. De vaste lijn. Ik zat dan meestal op de zoldertrap. Vaak hadden we elkaar vlak daarvoor nog gezien. Desondanks was “Trek jij straks een jurkje aan naar dansles?” een vraag waar we het nog uren over konden hebben.

Twintig jaar later bel ik nog maar zelden. Zelfs haar bel ik niet, behalve als afspreken via Whatsapp niet opschiet. Of als ze jarig is.

Ik haat bellen. Stiekem heb ik nog steeds liever dat mijn mama mijn kappersafspraak maakt. Of de dokter belt. Of een klantenservice. Een knoop in mijn maag en alles erop en eraan. Vooral bij onbekenden. Lastig als je tekstschrijver bent en je werk grotendeels bestaat uit het maken van interviewafspraken met onbekenden.

Zodra ik het nummer heb gevonden (lees: het mailtje heb geopend waarin de opdrachtgever het nummer heeft vermeld), heb ik eigenlijk geen excuus meer om niet te bellen. Dan moet ik wel. Dus het opzoeken van het nummer, schuif ik alvast een paar uur voor me uit. Eerst dat andere interview nog even uitwerken en die ene factuur versturen. En dan toch ook eerst nog even heel goed lezen waar ik die persoon eigenlijk over wil spreken. *Ik kan zijn LinkedIn profiel wel even opzoeken. Oh hij ziet er heel anders uit dan ik dacht. Hij schrijft blogs, wat leuk, even lezen.* En het is zo weer een uur verder.

Mister Deadline tikt zachtjes op mijn schouder “Als je nu niet belt om een interviewafspraak te maken, komt het nooit meer goed.”Ik toets het nummer in. Dat gaat uiterst nauwkeurig, met een controle na ieder cijfer. Want ik wil absoluut niet het verkeerde nummer draaien om vervolgens nóg een keer te moeten bellen.

De telefoon gaat over. En nog een keer. Ik voel sterk de drang om op het rode knopje te drukken. *Ik kan toch veel beter een e-mail sturen?* En nog een keer tooooeeeet. *Pfjoew, lang genoeg gewacht, ik mag ophangen.*

“Goedemiddag, met…” *Ai, waar belde ik ook alweer voor? En namens welk bedrijf?* “Ja hallo met Lieke van Lieke Schrijft, maar ik bel nu eigenlijk voor X, want daar maak ik een personeelsblad voor en ik had uw naam gekregen van…”

Ik begin meteen te ratelen.

Uiteindelijk komt alles goed. Zoals altijd. En met een hartslag van 160 noteer ik de interviewafspraak in mijn agenda.

 

Held op sokken maakt haar punt

taart
Als zelfstandige moet je voor je eigen belangen durven opkomen. Wie mij kent, weet dat ik absoluut geen held ben op dit gebied. Maar er is niemand anders die het voor me doet. Niemand die vraagt of ik buikpijn of slapeloze nachten heb van een opdracht, niemand die vraagt wat ik eigenlijk nodig heb om mijn werk goed te kunnen doen. De leuke jongen uit de trein geeft natuurlijk bakken vol morele steun, maar mijn poot stijf houden, dat moet ik zelf doen.

Ondertussen is de hype van #ditzegjeniettegendebakker alweer over zijn hoogtepunt heen, maar de praktijk blijft helaas ongewijzigd. Jammer. Heel jammer.

‘Zes maanden geleden ben je bij me geweest om een opdracht te bespreken voor 2000 broden. Dat gaat nu spelen. Kun je morgen leveren?’

‘Betalen? Oh. Oké. Nou ja, ik dacht, dat broden bakken is toch een soort hobby hè? En we kennen elkaar viaviavia, dus…’

‘Gefeliciteerd, je mag gratis honderd taarten voor ons bakken. Ik kan je naam er wel bij zetten in de vitrine.’

‘Ja, ik weet dat broden bakken je specialiteit is, maar dat gaan we toch zelf doen. Je mag de broden wel snijden.’

In de afgelopen drie jaar, kwam er bijna maandelijks een dergelijk oneerbaar voorstel langs. Vaak zei ik er ‘ja’ op. In de veronderstelling dat het dé manier is om ook de grote, goed betaalde opdrachten met minder stressopwekkende deadlines binnen te halen. Oh verrassing. Zo werkte het meestal niet.

De mensen die proberen voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten, zullen het zich lang niet altijd realiseren, maar het doet pijn om dit soort verzoeken te krijgen. Het betekent dat ik niet serieus word genomen en geen waardering krijg voor iets waar ik echt wel goed in ben. (Zo!)

In 2015 durfde ik het eindelijk aan om -met hartkloppingen en klamme handjes- mijn uurtarief te verhogen. Dat ging verrassend gemakkelijk, slechts één vaste opdrachtgever ging er niet in mee (en een ander heb ik niet gevraagd, wegens goed doel). Voor 2016 had ik me voorgenomen om vaker nee te zeggen op oneerbare voorstellen. Het eerste verzoek van het jaar om gratis teksten te schrijven heb ik ondertussen beleefd geweigerd. Met een klein beetje buikpijn, dat dan weer wel… want je weet maar nooit, als iemand mijn naam daar ziet staan…

Goed begonnen

DSCN1941

 

 

 

 

 

 
Toen het twaalf uur werd, knuffelde en kuste ik eerst de leuke jongen uit de trein. Daarna omhelsde ik de acht andere gezelligheidsdieren in onze afgesloten stamkroeg. We liepen naar buiten. We hadden bubbels. Het was droog. We deden niet aan vuurwerk, wel aan sterretjes. De rest van de nacht brachten we lachend, etend, drinkend en spelletjes spelend door. We zijn daar goed in. Het nieuwe jaar is begonnen zoals het moest beginnen.

Inmiddels is het alweer dag 3 van 2016. Een beetje stiekem beantwoordde ik de eerste e-mails. Werkte ik aan een nieuwsbrief voor Lieke Schrijft. En zocht ik de eerste bonnetjes bij elkaar voor mijn belastingaangifte. Ongestructureerde werkzaamheden tussen het gelukkig-nieuwjaar-wensen en uitslapen door.

Als ik al goede voornemens heb, dan hebben die vooral betrekking op een betere planning van mijn werk, waardoor er meer tijd overblijft om te genieten van mijn vrije tijd. Minder werkontwijkend gedrag. De kracht om nee te zeggen als ik ergens geen zin in heb. Het enthousiasme om ja te zeggen als een opdracht me gelukkig maakt, ook al weet ik nog niet hoe ik die in moet plannen. En ik ga eindelijk werk maken van die werkplek buiten de deur.

Ik hoop dat 2016 een zorgeloos jaar wordt. Voor mij, voor jou. Normaal houd ik er niet van om Engelse woorden te gebruiken in een Nederlandse tekst, maar soms is die taal zo veel krachtiger dan de onze. Dit is mijn wens voor iedereen: worry less, love more and don’t regret.

 

In theorie heb ik nooit stress

20151102_130543_resized
Ik sta niet bekend als iemand die snel in de stress schiet. In tegendeel. Ik las net de aanbevelingen op LinkedIn nog eens na om mijn ego een oppepper te geven en daar wordt het bevestigd: Lieke, die kan tien bordjes tegelijk draaiende houden, of tien ballen in de lucht.

“Ze werkt altijd aan meerdere opdrachten tegelijk en dat gaat haar goed af, zonder te stressen.”
“Een keiharde werker die soms vijf paar handen lijkt te hebben – hoe ze anders al haar activiteiten voor elkaar krijgt, zou me een raadsel zijn.”

Maar het lijkt of de magie is uitgewerkt. Ik raak een beetje verstrikt in mijn eigen hoofd. En daardoor ga ik dingen die helemaal niet zo belangrijk zijn steeds meer aandacht geven, tot ik lichtelijk in paniek raak en nergens anders meer aan kan denken dan aan alle dingen die ik nog moet en alle dingen die ik zo graag wil maar die er steeds niet van komen omdat ik eerst nog zo veel dingen moet.

Het ene moment zeur ik tegen mijn geliefden, het andere moment sluit ik me in mezelf op omdat ik er niemand mee wil lastig vallen, want het is toch eigenlijk juist fantastisch dat ik zo veel opdrachten heb. Beide ‘methodes’ werken niet en komen mijn gemoedsrust niet ten goede.

En zo kon het gebeuren dat ik laatst -in een heel gezellig eetcafé waar de leuke jongen uit de trein, een van zijn lievelingscollega’s en ikzelf net heerlijk hadden gegeten- in huilen uitbarstte. Een glas witte wijn in de hand.

En zo kon het ook gebeuren dat ik laatst midden in de nacht wakker lag omdat ik zeker wist dat we nooit meer gaan verhuizen en we voor eeuwig in deze langzaam aan te veel spullen ten onder gaande huurwoning blijven zitten. Toen ik eindelijk in slaap viel, droomde ik eerst dat de schimmel op de badkamer zich massaal had vermenigvuldigd en daarna dat we een hele lieve, roodharige hond in huis namen. (Een verklaring, iemand?).

Ik geloof dat het tijd is om de zaken anders aan te gaan pakken…

Dim, dam, dilemma

Op 1 juli stoppen met alle werkzaamheden die niet tot Lieke schrijft behoren, dat gaat dus niet lukken (zie mijn vorige blog). Dat doet een beetje pijn.

Maar een hele blije recruiter die mij van harte feliciteert omdat ik ben aangenomen bij bedrijf X, daar word ik ook niet blij van. Al lag dat niet aan de tekst: “Proficiat Lieke! Ze zijn super enthousiast over jou en willen heel graag met je verder.”

Op papier leek de functie fantastisch. Het bijhouden van social media voor een internationaal bedrijf met vooral Franstalige klanten. Puntje bij paaltje blijkt dat maar een klein deel van de baan te zijn en moet ik vooral de telefoon gaan opnemen voor een ander bedrijf dat zowel qua producten als qua filosofie lichtjaren bij mij vandaan staat.

Het salaris is niet beter dan wat ik nu heb. Het contract ook niet, want via een uitzendbureau. Maar omdat het zo zou kunnen zijn dat het leuke deel van de functie uiteindelijk de overhand neemt, ben ik toch aan het twijfelen.

De onderneming waar ik nu sta, kan mij er over een paar maanden uitgooien. Maar ik kan ook een vast contract krijgen. Dat laatste zou huizenkooptechnisch heel gunstig zijn. Maar is dat een reden om te blijven? Misschien niet. Ik heb er hele leuke collega’s en dat is wel veel waard.

Morgen moet ik beslissen…

Faal

Ik wist het zeker, op 1 juli 2015 had ik geen andere banen meer nodig, want ik zou kunnen leven van mijn eigen bedrijf. Dat kreeg iedereen te horen die mij rond de jaarwisseling naar mijn goede voornemens vroeg. En ook later riep ik dat nog regelmatig, want het moest verdorie maar eens afgelopen zijn met het afnemen van enquetes, het smeren van broodjes, het opnemen van de telefoon en andere nevenactiviteiten waar ik geen voldoening uit haalde. De economie zou aantrekken, mijn netwerk zou zich uitbreiden, appeltje eitje.

En toen zat de eerste helft van dit jaar er alweer bijna op. Deed ik genoeg? Blijkbaar niet. Ik ging naar netwerkbijeenkomsten, promootte mezelf waar ik de kans kreeg en verhoogde zelfs mijn uurtarieven. Maar als ik een voorzichtige blik op mijn financiën werp, verdien ik tot nu toe in 2015 ongeveer 10 euro meer per maand uit mijn eigen bedrijf dan in 2014. Dat komt dus niet eens in de buurt van ‘genoeg om van te leven’. Tenzij ik naar, pak ‘m beet, Benin emigreer. Wat ik geenszins van plan ben, ondanks de fantastische, zonnige dagen die ik er afgelopen maand doorbracht.

Zoeken. Dwalen. Falen.
Faal. Faaltaal. Fataal.

En toen werd het zomer

Enquêtes afnemen op een nagenoeg lege parkeerplaats zonder mogelijkheden om te schuilen, behalve als je onder een auto zou passen. Ik word er nat, melancholisch en ‘dichterlijk’.

20140721_165136

Natte zomer

Rillend zit ik in de stationsrestauratie
Mijn natte spijkerbroek plakt aan mijn benen
Mijn haar pluist
Ik probeer te werken maar heb geen inspiratie

Ik drink mijn koffie veel te heet
Mijn tong gloeit na van ongeduld
Het koekje is een kleine troost
Maar in mijn hoofd klinkt een oerkreet

Al twee dagen regen aan één stuk
Lange broek, dichte schoenen, regenjas
Ondanks de koffie word ik niet echt wakker
Moedeloos zit ik op een barkruk

Vaders, moeders en kinderen komen binnen
Ze bestellen allemaal een ijsje
Want het is zomer
Liefde in verregende gezinnen

Zomer?

 

 

Knak

Wij hebben uw kandidatuur niet weerhouden.

Geen naam erboven. Geen uitleg erbij. Niet eens de welbekende succeswens voor de toekomst eronder.
Zo veel moeite als ik in de sollicitatie had gestoken, zo weinig moeite stak het bedrijf in mijn afwijzing.
Ik bleef geen drie weken in bed liggen met een dekbed over mijn hoofd, zoals ik voorspeld had.
Maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Mijn ego zei knak.
Mijn zelfvertrouwen zei stik.
Mijn trots zei barst.

En ik zeg: het is de hoogste tijd om op vakantie te gaan.

20130714_231242

Zo voelt het ongeveer om telkens afgewezen te worden: slap en geknakt.

Sollicitatieblues

DSCN2007

Ik solliciteer, ik hoop, ik ontvang een afwijzing, ik baal, ik herhaal. Ad infinitum.

Ik ben de tel al lang kwijtgeraakt, toch doet elke afwijzing nog steeds pijn. En dan als extra zout in de wond van de mensen om mij heen mijn eigen motto horen: “Alles komt goed”. Net als de tel, ben ik ook het geloof in dat motto kwijtgeraakt, althans voor mezelf. Op alle anderen is het natuurlijk nog steeds van toepassing.

De feedback van een prachtige gestandaardiseerde en onpersoonlijke afwijzing heeft altijd de strekking “Na een enorme hoeveelheid brieven (150 blijkt zo ongeveer het minimum te zijn) en een zeer strenge selectie hebben wij besloten u niet uit te nodigen, omdat er andere kandidaten zijn die beter bij ons profiel passen”. Meestal eindigen die brieven dan met een zogenaamd goedbedoelde succeswens voor mijn verdere carrière.

De zeldzame keren dat ik op gesprek mag, krijg ik na afloop te horen dat de vacature alsnog intern is opgevuld, mijn werkervaring niet in het juiste vakgebied is (ik weet te weinig van apps), of dat ik overgekwalificeerd ben en me te snel zal vervelen… (Mag ik dat alsjeblieft zelf uitmaken of ik me ga vervelen?). Maar de mensen aan de andere kant van de tafel vinden me allemaal heel leuk, super ambitieus en weten zeker dat ik er wel kom. Jaja…

Ik solliciteer, ik hoop, ik ontvang een afwijzing, ik baal, ik herhaal. Ad infinitum.

Ondertussen is het dag 3 van de week waarin ik, als het goed is, ga horen of ik op gesprek mag voor mijn droombaan. De sollicitatie bij droombedrijf is er één waarvoor ik echt alles heb gedaan wat ik kon bedenken. Referenten ingeschakeld om een goed woordje voor me te doen, mijn cv en brief door verschillende mensen laten nakijken, van te voren opgebeld naar het bedrijf met een aantal goed voorbereide vragen, naar een lezing geweest georganiseerd door het bedrijf. Als ik niet op gesprek mag…

… blijf ik minstens drie weken in bed liggen met een deken over mijn hoofd.

En laat het niemand in zijn hoofd halen om dan te zeggen dat alles goed komt.