Brallerig Brussel

Of dat nu helemaal mijn ding is? Borrelen met al die jonge, ambitieuze, zichzelf bijzonder intelligent vindende, in pak gestoken, met hun Europese Commissiepas of hun Parlementstoegangskaart nog om de nek of op de borst, visitekaartjes uitdelende, luid brallende heren en dames? Ik weet het niet… Ik paste er alweer niet tussen.

Om nog maar eens een andere kant van Brussel te noemen.

Voel me nog steeds Alice in Wonderland en heb het hartstikke naar mijn zin (voor wie dat nog ontgaan zou kunnen zijn). Maar een beetje bezuinigen op borrelactiviteiten kan geen kwaad. Voel me niet echt lekker deze ochtend en vrees dat de combinatie van grote pullen Belgisch bier met Poolse kebab daar iets mee te maken heeft. Oef.

Duitse les… vrijwillig

Wie mij nog kent van de middelbare school gaat er heel hard om lachen. Wie mij nog langer kent, komt helemaal niet meer bij. Ik ga een cursus Duits volgen. Ja, jullie lezen het goed: DUITS.

Dat zit zo. Talencursussen kosten in Brussel nagenoeg niets. Tussen de 60 en 120 euro voor een half jaar en daar heb je dan 3 uur in de week les voor. Die ontdekking deed ik rijkelijk laat. Zodoende waren Spaans (1e keus) en Italiaans (2e keus) al vol. Arabisch leek me niet te doen (lees: te veel huiswerk). Frans ga ik binnenkort gratis volgen op de ambassade. En voor Engels heb ik al eens ooit een ‘proficiency degree’ gehaald, al was het met de hakken over de sloot en zou je het ook zeker niet zeggen als je me hoort praten. Soit. Bleef over… Duits.

Wat haatte ik die taal op de middelbare school. Ik vond het zo onvriendelijk klinken. En het zag er ook niet uit. Al die lelijke hoofdletters. Die onoverzichtelijke puntjes. Iedereen om mij heen kon die rijtjes met bijwoorden (of wat zijn het?) opdreunen en met de hulp daarvan de bijbehorende naamvallen achter woorden plakken. Ik kreeg het mijn hoofd niet in. Hoe hoger de klas waar ik in terecht kwam, hoe lager mijn cijfers.

Het samenstellen van mijn vakkenpakket was een hele puzzel, maar 1 ding wist ik zeker: Duits zou ik zo snel mogelijk laten vallen. Tot grote spijt van mijn vloeibaar Duits sprekende gezinsleden. Om maar te zwijgen over het Duitse deel van mijn familie. Mijn nichtjes hadden gelukkig voor mij een stuk minder moeite met Nederlands leren, dan ik met Duits.   

En nu ga ik mij dus geheel vrijwillig op die rijtjes storten. Op die lelijke hoofdletters en op die puntjes. Dankzij een Duits vriendinnetje van een vriend kwam ik er laatst achter dat ik ondanks mijn vroegere afkeer van het Duits er toch een aardig woordje in kon babbelen. Dat gaf deze burger moed. En het enthousiasme van mijn eveneens Duits lerende huisgenoten maakt me vrolijk. Dus ik waag het erop.

Het zou toch mooi zijn als ik over een half jaar behalve met een pak werk- en levenservaring en een interessant netwerk ook nog gezegend ben met het kunnen kleppen en schrijven in vier talen 🙂

Es geht ihr/euch/ihnen gut!

Grumbl, moet ik dus toch ontvrienden

Geen zorgen, ik ben nog steeds helemaal blij in Brussel. Moet alleen even kwijt dat ik voor het eerst gebruik heb gemaakt van dat stomme tot woord van het jaar gekozen ‘ontvrienden’. Ik heb het toegepast op iemand die ik leerde kennen in een ver en vrijgezel verleden. Hij verklaarde mij toen de liefde en doet dat met grote regelmaat nog steeds.

Toen ik vrijgezel was, maakte hij al geen kans. Sinds een kleine twee (!) jaar, kan hij het helemaal op zijn buik schrijven. Ik ben naar hem toe meer dan duidelijk over de leuke jongen uit de trein. Ondertussen ben ik wel zo goed (zo stom dus eigenlijk) dat ik hem ben blijven helpen met het leren van de Nederlandse taal en het invullen van allerlei formulieren. Bovendien vertaalde ik de laatste tijd bijna elke week een sollicitatiebrief voor hem. Waarbij ik wel zo eerlijk (of zo bot) was om hem er telkens op te wijzen dat hij bij een gesprek onherroepelijk door de mand zou vallen, omdat zijn kennis van het Nederlands en het Engels veel te laag is voor een baan op niveau.

Dus. Kom ik net op facebook. Spreekt ie me aan. Dat hij me kinderachtig vindt omdat ik hem er telkens op wijs dat ik een vriend heb. "Alleen middelbareschoolmeisjes doen zoiets".

Grappig bedoeld of niet. Dat was de welkbekende druppel. De beste jongen is uit facebook en msn verwijderd. Mailtjes worden vanaf nu vakkundig genegeerd. Jammer dat het zo moet gaan; ik had ooit bedacht dat we best vriendjes konden zijn.

Dit hoort helaas ook bij Brussel

Verdriet, medelijden, angst of ergernis. En soms -als ik zie hoe een klein, lamgeslagen kind misbruikt wordt om wat extra centen binnen te halen- woede.

Vergeleken met wat ik uit Nederlandse steden gewend ben, heeft Brussel een hoog percentage bedelende medemensen. Je besluit doorgaans niet ineens om van de straat je huis te maken. De meeste zwervers zullen een hoop voor hun kiezen hebben gehad. Geboren in armoede. Psychische problemen. Maar ook mensen die ooit een huis hebben gehad, een baan, een toekomst. Misschien ging het mis door verkeerde vrienden, een verkeerde relatie, een verkeerde keuze. Of simpelweg geboren in het verkeerde land.

Hoe ver moet je gezonken zijn om andere mensen een kartonnen bekerje in hun gezicht te duwen? Hoe klein is je eigenwaarde of hoe groot is je honger als je mensen zelfs achterna loopt en aanklampt? Verdrietig word ik ervan.

Maar die moeders die hun kinderen op voorbijgangers afsturen. En die moeders die met veel te stille, bewegingsloze (gedrogeerde?) kinderen op schoot midden in de winkelstraat gaan zitten. Die maken me kwaad. Het zal niet allemaal perfect geregeld zijn, maar er zijn sociale voorzieningen genoeg, zeker in Belgie, om ervoor te zorgen dat een kind kan leven als een kind. Met een dak boven zijn hoofd. Eten. Onderdak. Wat ben je voor moeder als je je kind zijn jeugd afneemt?

En wat ben je voor man en vader als je je vrouw en kinderen de straat op stuurt?   

Goede genen

De eerste dagen op een nieuwe werkplek, zijn de dagen van de vragen. ‘Waar kom je vandaan’, ‘waar woon je’, ‘hoe bevalt ’t in Brussel’ en dat soort dingen. Halverwege vorige week ontstond het volgende gesprek tussen mij en mijn kantoorgenoot:

"Wat studeert ge eigenlijk?"
"Ik heb eerst journalistiek gestudeerd en nu…"
"Journalistiek? Dat is in Nederland toch ook vier jaar?"
"Ja dat klopt. Ik ben in 2003 afgestudeerd. Daarna heb ik vijf jaar gewerkt en nu studeer ik CIW."

Tegenover mij worden de ogen zo groot als schoteltjes en de kin zakt op het bureau.

"Hoe oud bent ge dan?"
"29"

Stilte.
En daarna:
"Wauw, dan hebt ge echt goede genen. Daar gaat ge later nog veel profijt van krijgen!"

Alice in Wonderland

Ik voel me Alice in Wonderland. Ik woon in een stad. Voor het eerst in mijn leven. Ik hoor de tram voorbij rijden als ik in bed lig. Sirenes loeien de hele dag. In het portiek aan de overkant staan altijd een paar hangmannen. De belwinkel is altijd open. Achter scheefgezakte, rotte kozijnen, achter smerige, gerafelde glasgordijntjes, maar ook achter het strakke kunststoffen venster in een barokke omlijsting; overal wonen mensen.

Waar ik naar binnen kan kijken, zie ik ontelbare voorbeelden van creatief omgaan met ruimte. Het ene opbergrek boven het andere. Het ene bed boven het andere. Waslijnen buiten het raam. Maar ook op straat wordt efficient met ruimte omgegaan. Auto’s geparkeerd op de oppervlakte van een postzegel.

Tussen de woningen wemelt het van de soms prachtige, soms obscure zaakjes waarvan ik me voortdurend afvraag hoe ze kunnen bestaan. Neem nou de parapluwinkel een paar deuren verder. Of ‘RnB’, iets wat aan de schijnwerpers boven de deur te zien ooit een discotheek was, maar waar ik nog nooit licht heb zien branden.

Eten en drinken lijkt hier de hoofdzaak. Het vistapasstraatbarretje is altijd bemand. Met een muts op, een sjaal om en een plastic schort voor staat er de hele dag, ook bij -10, iemand in een grote ketel vissoep te roeren. Het is niet ongewoon dat er om 11 uur ’s ochtends iemand gefrituurde inktvisringen en een glas cava naar binnen slurpt. De handschoenen op het barretje. De handen om het plastic bakje geslagen. Wat ik een schitterend gezicht vind.

Ruwweg tussen 12 en 2 zitten alle eettentjes in de buurt (en dat zijn er heel veel) stampvol. Het lijkt of er niemand hoeft ‘over te blijven’ in troosteloze bedrijfskantine’s. Voor het middageten wordt tijd gemaakt, en de portemonnee getrokken. En er wordt niet zuinig met drank omgesprongen tijdens die lunch, zo halverwege de werkdag.

Voor mensen die al hun hele leven in een stad wonen, zijn dit waarschijnlijk overduidelijk de observaties van een wereldvreemd dorspmeisje (waarvan ik echt niet dacht dat ik dat was). Dat maakt me niet uit. Ik hoop hier nog lang verwonderd rond te blijven lopen.

Wat dan weer een beetje van de drie werkmannen in de woonkamer afhangt die momenteel groot materieel inzetten om ook de rest van het plafond naar beneden te halen…

Als het regent in de woonkamer

"Dat is wel heel gevaarlijk. Ge moet aan uw veiligheid denken. En ge moet echt die familiale verzekering afsluiten. Ik ga een offerte voor u opstellen. Ge moogt ook gerust weten, dien situatie is een reden om het volledig af te trappen met uwen huisbaas. Tenzij ge hier graag woont natuurlijk."

De man van de verzekering trekt een ernstig gezicht. Zijn ogen dwalen telkens van zijn papieren naar het verontrustende gat in het plafond. Zijn thee wordt koud. Hij zucht nog eens diep: "Ge moet echt aan uw veiligheid denken. De rest van het plafond komt subiet naar beneden als ze hierboven gaan dansen."

Hij komt sympahtiek op ons over, al kan dat ook een slimme verzekeringsmenerentruc zijn. We vragen hem om nog even te blijven om de loodgieter te woord te staan. Hij maakt ongetwijfeld meer indruk als hij in zijn degelijke verzekeringsmenerenfrans zijn verhaal doet, dan twee meisjes die vooral veelbetekenend naar het gat in het plafond en de waterschade op de grond kunnen wijzen.

De loodgieter mompelt in het Waals over de douche van de bovenburen, dat het komt omdat er geen tegels onder liggen of omdat ze geen douchegordijn gebruiken. Dat de twee meisjes sputteren dat het vooral lekt als de wasmachine draait en dat de douche helemaal niet op de door de man veronderstelde plek ligt omdat het dak daar schuin loopt, negeert hij gemakshalve. Gelukkig staat de verzekeringsmeneer ons bij. Ook de loodgieter trekt een ernstig gezicht en zegt dat er snel iets moet gebeuren. "Mais je ne decide pas".

Nee, de beslissing is aan de huisbaas. Hij wordt sinds een maand nauwkeurig, compleet met beeldmateriaal, op de hoogte gehouden van eerst een scheur, toen een gat en toen een plaatselijke regenbui. Tot nu toe voelt hij zich nog niet geroepen een kijkje te komen nemen.

De beslissing is aan de huisbaas. De beslissing voor de reparatie die inhoudt dat woonkamer en keuken in het gunstigste geval drie dagen onbruikbaar zijn omdat er over een lengte van 5 meter, precies tussen zitgedeelte en keuken in, een strook plafond uit moet (lees: door vocht aangevreten gipsplaten en alle gruis dat zich in de loop der jaren daarop verzameld heeft), een nieuw plafond erin, en dat moet dan ook nog geschilderd. Althans, dat is het oordeel van de loodgieter die denkt dat de douche het lek veroorzaakt…

Dacht ik eindelijk verlost te zijn van mijn logeerpartijtjes, kan ik weer op zoek naar tijdelijk onderdak. Al zal dat nog wel even duren…

Ontdekkingsreis in Brussel

Zoals ik in mijn eerste week in Utrecht door Lombok struinde, met grote ogen en wijd opengesperde neusvleugels, zo zwierf ik vanmorgen door Molenbeek (zonder kaart!). De aan het spit draaiende kippetjes, de grote hoeveelheden kleurrijk fruit, de geur van vers gebakken Turks brood; ik werd er weer blij van.

Toch voelde ik me (waarschijnlijk onterecht) niet helemaal op mijn gemak. In Lombok weten naast de inwoners van de wijk ook studenten en plat dialect pratende, geboren en getogen Utrechters de weg te vinden naar ‘Slagerij Rif’ of ‘Koning Kebab’, zodat je er eigenlijk nooit opvalt. In Molenbeek voelde ik me als een verdwaalde toerist. Iedereen leek er rond te lopen met een doel. Tamelijk gehaast, ondanks het verraderlijke laagje ijs op de stoepen. Dat rare meisje dat om de paar passen plotseling stilhield om met open mond naar de prachtige vergane glorie gevels van oude panden en de glas-in-lood ramen van grijs uitgeslagen kerken te staren, paste niet in dat straatbeeld.

Maar heb ik ooit ergens volledig tussen gepast? Ik houd nu al van Brussel.

 

Simpel

Hoe simpel kan het leven zijn. Voedsel, warme kleren, boeken en spelletjes inpakken. Naar een huisje in een afgelegen wonderwinterland rijden. Top 2000 op de achtergrond. Bij mooi weer de deur uit, bij slecht weer wegkruipen op de bank. Obsakels uit het dagelijkse leven vergeten (we zijn alle vier goede struisvogels). En dan met volle teugen genieten.
We aten wortelstamppot met worst terwijl duizenden andere mensen zich uitsloofden op een Kerstdiner. We deelden geen cadeautjes, maar goede gesprekken. Bij elk glas proostten we op leuke en mooie dingen.

Terug in het normale leven heb ik alweer ruzie met de struisvogel in mij. Die deadlines die ik mezelf gesteld had, maar niet gehaald heb, daar moet ik toch nog iets mee? En was het niet de bedoeling dat ik een paar mensen nog zou zien voor het nieuwe jaar? Ik zit nog steeds in pyjama op de bank… 

Eindejaarslijstjes

We zijn inmiddels halverwege december! Het perfecte jaargetijde voor eindejaarslijstjes. Deadlines zijn niet meer te negeren, maar voor studieontwijkend gedrag heb ik altijd tijd. Dus.

Mijn 3 grootste ergernissen in 2009:

  • Jaarbeursbezoekers: maakten van Hoog Sjachereine een hindernisbaan from hell. Bezoekers van de Jonge Gezinnen Beurs met stip op een. Hoe veel kinderwagens, kinderen en tassen kun je links en rechts dragen, achter je aantrekken of voor je uit duwen?
  • Mr. Tangconstructie: wist van een heel interessant vak (institutionele communicatie) een wekelijkse kwelling te maken. We haalden er een 7,5 voor, dat dan weer wel. En inmiddels hebben onze inktzwarte evaluaties hem bereikt. De arme man…
  • Mijn ex-huisgenoten: kregen het voor elkaar dat ik me soms een vreemde voelde in mijn eigen huis.

De 3 beste aankopen van 2009:

  • Mijn bordeauxrode mini-laptop: Hoe ik ooit zonder dat staaltje van technologisch vernuft heb gekund, ik weet het niet meer. Een laptop nog kleiner dan mijn toilettas, die nauwelijks een kilo weegt, die wel gemaakt lijkt voor de tafeltjes in de trein en waarop ik dus al reizend teksten kan tikken in plaats van te zitten denken hoe erg ik mijn tijd aan het verdoen ben op weg van en naar huis (wat momenteel een rekbaar begrip is).
  • Muts en handschoenen: vooral de handschoenen zijn met hun knalroze kleurtje bijzonder lelijk, maar omdat ze ook zoooooo welkom waren op het moment dat ik ze kocht, maken ze dat ruimschoots goed.
  • Boeken: dit in meervoud, omdat ik er in 2009 heel veel van aanschafte en ze allemaal op hun eigen manier goed waren.

Deze tijd van het jaar, feestdagen enzo, is de tijd bij uitstek om te delen. Dus, kom op, deel jullie eindejaarslijstjes met mij! Het lezen ervan bezorgt mij ongetwijfeld vele zalige studieontwijkende momentjes.