Paniek

Okee, ik ben dus echt te stom voor woorden. Waarom ik dit dan schrijf? Misschien om de paniek een beetje onder controle te krijgen. Net ontdekt dat ik me tot uiterlijk gister had kunnen inschrijven voor de colleges die ik ga volgen… of dus niet ga volgen…

Bij de uitnodiging voor de introductie (woensdagavond post geopend na mijn weekje Maastricht) zat ook een brief met algemene informatie. Vluchtig doorgelezen, zo te zien nergens iets belangrijks, niets vetgedrukt, nergens een datum.

Net terug van introductie die brief erbij gepakt. Elke student krijgt een centraal VU-emailadres (..) In de loop van september wordt er voor iedere nieuwe student een postvakje gemaakt (..) Voor het afgeven van werkstukken kun je terecht bij de studentenbalie… Aangekomen bij het kopje ‘inschrijven voor colleges en tentames’ doe ik wat er staat. Inloggen, vakken aanklikken en op enter duwen. In rode letters verschijnt de waarschuwing in beeld dat ik me niet meer kan aanmelden omdat de inschrijftermijn reeds verlopen is. Slik…

Het zal toch niet waar zijn dat ik nog voor ik begin al studievertraging oploop?! Dat ik nog 3 maanden of een half jaar mezelf in de weg loop? Dat ik hals over kop een fulltime baan moet gaan zoeken? Dat ik mijn studiefinanciering weer stop moet zetten en de helft van mijn collegegeld al heb weggegooid? Paniek!

Introductie van een academicus

Ik schreef een paar blogs geleden over mijn Geografische Handicap. Nou, daar heb ik weer een sterk staaltje van laten zien vandaag.

Als een kip zonder kop loop ik rondjes op de begane grond van de VU. Hoe ik daar gekomen ben? In ieder geval niet via de kortste route vanaf Station Zuid. Waarom is dit gebouw zo groot? Ik word er eng van. Het is echt gigantisch. En al die mensen. Volgens mij is dit de reden dat ik hbo ging doen. Niet mijn luiheid of mijn angst voor statistiek. Maar mijn angst voor verdwalen in reusachtige gebouwen. En waarom ligt vleugel A ingeklemd tussen vleugel B en vleugel E? En waarom komt de hoofdingang uit in vleugel C?

Goed, ik vind het lokaal waar ik moet zijn alsnog een half uur van te voren. Dat krijg je als je je Geografische Handicap incalculeert. Had voor de zekerheid een uur bovenop mijn reistijd gegooid, maar vind toch binnen een halfuur de lift naar de twaalfde verdieping van gebouw A. Ik ga daar maar in de hal zitten. Het lokaal is nog leeg. Logisch, een halfuur van te voren.

De tijd kruipt voorbij. Nog maar tien minuten. De eerste vroege vogels zouden toch al richting lokaal moeten wandelen. Maar iedereen die rondwandelt heeft er stevig de pas in. En opent deuren waarachter luid gelach klinkt. Heb ik misschien ergens een mededelingenbord gemist? Hangt er beneden ergens een briefje dat er van lokaal is veranderd? Ongetwijfeld zet ik grote ogen op alsof ik een eerstejaars ben. Ik voel me ook tien jaar jonger. Een week na mijn achttiende verjaardag stapte ik voor het eerst van mijn leven een vliegtuig in naar een totaal onbekende bestemming. En toch voelde ik me toen zekerder van mezelf dan nu, nu ik voor de tweede keer ga studeren.

Nog maar een paar minuutjes en ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. Ik kan toch niet zomaar iemand vragen of ik hier wel moet zijn? Aan de andere kant komt een groep minder snelle lopers de gang binnen. Maar waarom lopen ze nu dat andere lokaal binnen? Ik pak de uitnodiging er nog maar eens bij. LEZEN kreng. Ik zit al de hele tijd voor het verkeerde lokaal. Goed, 1 minuut voor aanvang loop ik de collegezaal binnen.

En daar… blijkt het alleen over masters te gaan. Ben je mooi klaar mee als premasterstudent. Een meisje een paar rijen voor me vraagt hoe het zit. "Nee, dan volg je gewoon bachelor vakken, daar gaan we het niet over hebben." Ehm, waarom zijn de premasterstudenten dan eigenlijk uitgenodigd? De lezingen die volgen zijn gelukkig interessant, ook al gaan ze dan over onderzoeksmasters. En ook de taart die wordt aangesneden als officiele opening van de Graduate School smaakt prima.

De weg naar buiten. Hoe zat het ook alweer? De lift weet ik nog te vinden. Maar de uitgang? En dus loop ik precies aan de andere kant de universiteit uit als waar ik erin kwam. Geografisch Gehandicapt en bovendien geen steek wijzer over wat me komend jaar op de unie te wachten staat. Ik heb best een moeilijk leven soms. En ik word vooral heel moe van mezelf.

Eindelijk!

Ze feliciteerde me en gaf me een stevige hand. De mevrouw van de KvK was klaar met mijn inschrijving. ’s Avonds feliciteerde vriendin K me en hief haar glas. "Je hebt je eigen bedrijf joh, vet stoer!" Zo had ik er zelf nog niet over nagedacht. Meer als een noodzaak. Om fatsoenlijk te kunnen factureren en om een beetje serieus te worden genomen. En dat na maanden uitstel, want hoe lang roep ik ook alweer: "Weet je wat ik zou moeten doen?"

Antwoord:

*Studeren. Er moet een dik boek uit voor ik begin. En ik moet echt een begin maken met statistiek om niet al vanaf het begin hopeloos achter te liggen.

*Een sfeersverslag schrijven over Bruis dat onderhand alweer bijna een week geleden plaatsvond.

*Twee boekenkasten en een bank aanschaffen en die naar mijn kamer verhuizen. Mijn kamer ligt vol wanordelijke stapels waarin niets is terug te vinden. Boeken onder de tafel, boeken tegen de muur, boeken onder mijn bureau… En daar zit ik dan tussen. Op de grond.

*Mijn eigen bedrijf laten functioneren. Dus een website. En klanten. Visitekaartjes. Templates. Dat soort dingen.

In plaats daarvan heb ik mijn weekend alweer volgepland met gezellig bezoek en aangenaam tijdverdrijf. Dus komt het er niet van. Misschien straks. Als ik eenmaal begonnen ben met mijn studie en een beetje regelmaat heb. Zou kunnen. Toch?

IB-Groep # 381

En ja hoor. Heb ik mijn volledige schuld bij de IB-Groep afgelost. Automatische incasso stop gezet. Schrijven ze toch gewoon ‘aflossing langlopende schuld augustus’ van mijn rekening af. Het zal ook eens niet. Grrrrr. En als ze nu nog fatsoenlijk te bereiken waren, maar dat zit er ook al niet in.

Simpel als de NS

Voor als het doorgaat en dat zal wel, want de NS zijn niet voor niets de NS.

Een enkeltje is geen retourtje. Met een enkeltje ga je ergens heen. Met een retourtje mag je ook nog terug naar de plaats waar je vandaan kwam. Simpel, toch? Omdatde OV-chipkaart die al tig keer is gekraakt maar nog steeds niet onveilig genoeg is bevonden om ‘m af te schaffen, het niet kan bevatten, wordt het retourtje opgeheven. Als jedan noodgedwongen twee enkeltjes koopt is dat zes procent duurder dan een retourtje.

Op de meesteperrons zijn geen loketten meer, daar staan alleen kaartjesautomaten (waar mijn pinpas dan ook nog om de haverklap ongeschikt wordt verklaard).Daar kun je dus geen retourtjes kopen met de OV-chipkaart. Op de zeldzame stations waar wel een loket is, blijven de retourtjes bestaan. Maar een kaartje kopen aan het loket, is sowieso weer 50 cent duurder dan via de automaat, dat zijn dan personeelskosten ofzo. Logisch, toch? En die zes procent komt er dan alsnog gewoon bovenop. Dus ook aan het loket is de prijs van een retourtje die van twee enkeltjes + 50 cent. Waarom zou je dan naar het loket gaan om een retourtje te kopen?

Het is dat ik leuke jongen uit de trein soort van een klein beetje aan de NS te danken heb. Het is dat vanaf 1 september mijn OV-studentenkaart geldig is (hosanna, jippiejaaajeeeee!!!), maar anders ging ik nu zitten broeden op actie.

Opleving

Hij straalt. Geniet van de mooie dingen die hij maakt. De reizen die erbij horen. De betrouwbare investeerder die achter hem staat. De dierbare contacten met goede vrienden en familie.

Een paar weken geleden liep hij op de toppen van zijn zenuwen. Kilo’s afgevallen. Sukkelend van slapeloosheid en vage kwaaltjes.

Ex-collega en maatje A is volledig opgeleefd sinds zijn spectaculaire vertrek bij ons beider vijandig gezinde bedrijf. En in wezen is hij niets veranderd. Ik mocht nog steeds mijn lunch en bijbehorende drankjes niet zelf betalen.

Spletsjs

Zielig doen; daar heb ik vooral mijn mama en de leuke jongen uit de trein voor. Mijn huisgenoten zullen zich dus hooguit afvragen waarom ik al twee nachten loop te ijsberen en waar vanmorgen rond een uur of 3 dat gekreun en gevloek vandaan kwam. Het is ze niet eens opgevallen dat mijn rechteroor een heel andere positie inneemt dan mijn linker en ik zal ze er niet op wijzen. 

Vanmorgen hield ik het niet meer en heb ik mezelf aangevallen. Jammer voor de dokter en zijn mes. Bobbel was zo hard gegroeid dat ik dacht dat hij zich een weg dwars door mijn hoofd ging banen als ik ‘m geen andere uitweg bood. Spletjsj… en de verdere details zal ik jullie besparen. Zoals ik die ook mijn huisgenoten bespaar. Maar mama en de leuke jongen uit de trein, daar kan ik lekker zielig tegen doen en daar horen details nu eenmaal bij. Sorry lieverds!

Bobbel

Hij komt als Bobbel voor in een van mijn eerste dagboeken. Het verhaal van onze onaangename kennismaking staat nergens beschreven. Wel ons pijnlijke weerzien een paar jaar later. En dat was niet ons enige weerzien. Bobbel komt telkens terug. Volgens mijn huisarts als ik stress heb. Waar ik het niet mee eens ben, want hoe kan ik na een relaí weekje Berlijn nu stress hebben?!

Wie Bobbel is? Een klier (denk ik) die eens in de zoveel tijd ontsteekt tot pijnlijke proporties. Zodat mijn rechteroorlel een stuk van mijn hoofd af gaat staan om er plaats voor te maken. De eerste dagen doet het nog geen pijn. De laatste paar dagen voor de huisarts er zijn mes in zet, word ik horendol als ik de dosis ibuprofen niet af en toe aanvul. En ’s nachts is het helaal afzien. Ik slaap altijd ‘op rechts’. 

Vrijdag is het zo ver. Als ik niet voor die tijd in een vlaag van krankzinnigheid er zelf al iets scherps in gezet heb. Meestal durf ik dat op het laatste moment toch niet, met een dikke naald al op mijn huid druip ik toch weer af richting bed, bang vitale onderdelen te raken, bang voor meer pijn. Terwijl de huisarts het echt niet zachtzinniger doet dan dat ik het zelf zou doen. Verdoven is bij een ontsteking namelijk niet mogelijk.

Die eerste keer was ik 11 en mocht ik onder volledige narcose, nachtje ziekenhuis erachteraan. Nu, vijf of zes keer verder, is het een kwestie van op mijn tanden bijten. Wie houdt er vrijdag mijn handje vast?

Ik was jarig en ging naar Berlijn

Zo veel gezien en gedaan dat ik niet zo goed weet welk verhaal te vertellen. De leuke jongen uit de trein was een Geweldige Gids (ja, inderdaad met 2 hoofdletters). Ik was een klein beetje bang voor het ’24-uurs-effect’. Ik ben ernamelijk niet zo goed in me 1 of meerdere etmalen in de directenabijheid van dezelfde persoon te bevinden, in dit geval de leuke jongen uit de trein. We waren nog nooit zo lang ‘samen onderweg’. Die angst bleek totaal ongegrond, wevonden elkaar bijna 24 uur per dag lief.

Es war supertoll in Berlin:

De plaatselijke mode is er ultra kort. Liefst in de vorm van een precies onder de zakken afgeknipt spijkerrokje. Lange, dunne stelten eronder. En paraderen maar. Geheel tegen mijn vooroordelen over Duitse vrouwen in: die van Berlijn  weten hoe ze zonder luidruchtig te zijn de aandacht moeten trekken. Toeristen die zich aan het modebeeld aanpassen, snappen er daarentegen helemaal niets van. De Francaise naast ons in het internetcafe moest de rits van haar lakleren, rode hotpants helemaal openzetten om te kunnen gaan zitten. Geen fraai uitzicht.

Toeristen drommen in massale aantallen samen rond de toeristische ‘moetjes’. Ook als ze er uren voor in de rij moeten staan. Onder het mom van ‘dit doen we anders nooit’, had de leuke jongen uit de trein ineens gruwelijk veel last van zijn knie. En zo kwamen we de Rijksdag binnen via de invalideningang. Het was zijn acteerstukje meer dan waard. Prachtig gebouw met nog mooier uitzicht.

Bijna alles is groot of groots in Berlijn. De gebouwen, de pleinen, de parken, de terrassen. Het ene moment ben je omringd door oude gebouwen met een fascinerende geschiedenis. Het volgende moment door wolkenkrabbers, van kleur veranderende lichtkoepels en hijskranen.

Het horecapersoneel verstaat er zijn vak. Tongstrelende, versecocktails worden geserveerd met flair en vriendelijkheid. En als je debordjes met Happy Hour in de gaten houdt, kun je ze de hele dag tegeneen aangename prijs nuttigen. Ze nemen de term ‘uur’ niet zoletterlijk, want een Happy Hour duurt algauw vier keer zo lang. Wanneermerk je dat je verslaafd begint te raken? Als je de cocktails kuntbestellen zonder op de kaart te kijken…

Geografisch Gehandicapt

Ik ben Geografisch Gehandicapt. Mijn richtingsgevoel is dermate onderontwikkeld dat ik standaard de verkeerde kant uit wijs naar oost of west, koffieshop of domtoren, of wat dan ook.

Het is tijdrovend om een uur voor een afspraak te vertrekken, terwijl de ontmoetingsplek nog geen 3 kilometer verderop ligt. Het is treurig om bij elke wegomleiding of onvindbare richtingaanwijzer in de stress te schieten. Het is diep triest om na ruim een jaar nog steeds de verkeerde kant op te lopen als ik het kantoor van de eindredacteur achter me dichttrek en op weg moet naar de receptie.

Ik heb dan ook een diep respect voor mensen die na een eerste bezoek aan een stad de plattegrond meteen voor eeuwig in hun hoofd hebben. Of voor mensen die stranden in plaats X en die dan toch via een binnendoorweggetje richting plaats Y nog keurig op tijd zijn voor hun sollicatatie in plaats Z en dan zonder TomTom. Hoe doen ze dat dan, vraag ik me vertwijfeld af en dan probeer ik me tevergeefs dat binnendoorweggetje voor de geest te halen.

In Utrecht kan dat dus ook, verdwalen. Nu vind ik het nog leuk. Om elke straathoek een nieuwe ontdekking. En ik kom altijd weer thuis. Want de richtingaanwijzers naar Jaarbeurs en Centraal Station zijn niet te missen en laat ik daar nou praktisch naast wonen. Dus ik dank huisgenoot K op mijn blote knietjes voor deze kamer. Want als verdwalen niet meer leuk is (lees: als ik weer een ritme heb en dus altijd haast om van unie naar sportschool of van bijbaan naar kroeg te komen) dan is het verdomde mooi meegenomen  dat ik na een lange dag mijn warme bedje terug kan vinden.