Draaikolk

De leuke jongen uit de trein is jarig vandaag. Hij viert een halve eeuw leven. En wat zoekt hij daar een mooie, zonnige dag voor uit. Vorig jaar gaf de natuur hem het noorderlicht cadeau op zijn verjaardag. Vandaag krijgt hij zon en volop blauwe druif, witte bloesem en uitbundige magnolia. Ik maakte er mooie foto’s van tijdens mijn ochtendwandeling. Dat het voorjaar wel erg vroeg valt, daar hebben we het even niet over.

Meer dan toen hij 49 werd, komt het vandaag binnen dat hij ouder is dan mijn vader ooit werd. Een jaar en twee maanden min één dag ouder, om precies te zijn. Misschien dat die ‘halve eeuw’ toch iets extra’s doet. Maar ook ‘het universum’ confronteert me heel veel met mijn status van halve wees.

Mijn papa’s enige zus overleed in januari. En daarmee overleed de enige nog levende persoon die hem zijn hele leven heeft gekend. Mijn tante waar ik nog maar weinig contact mee had, maar waaraan ik wel hele fijne herinneringen heb. Aan gezellige verjaardagen, kerstdagen, pretparken en vakanties. Ik herinner me haar vooral vrolijk. Mijn tante aan wie ik nu nooit meer kan vragen hoe mijn papa als kind was. Het afscheid was mooi en bracht beelden terug van plekken, dieren en gebeurtenissen waar ik al jaren niet meer aan had gedacht. Ik denk veel aan mijn oom en mijn nicht die haar lang, maar toch te kort, in hun leven hadden.

Vorige week zaten we in het theater. Bertolf vertelde over een liedje dat hij schreef omdat hij zijn schoonmoeder nooit heeft gekend. Waardoor hij de helft van zijn vrouw eigenlijk niet kent. Bij de zin “She says that you might’ve liked me”, kwamen de tranen. De leuke jongen uit de trein lag al drie zinnen eerder in stukken. Ik denk dat ze hadden kunnen lachen samen, de leuke jongen uit de trein en mijn papa. Maar meer nog dan dat hadden ze samen kunnen genieten, van het stiekem een introvert zijn en van het luisteren naar muziek.

En gisteren bij de voorstelling van Nasrdin Dchar die (kort door de bocht) gaat over hoe hij zijn angsten doorgeeft aan zijn dochter, vroeg ik me af of mijn papa zich net zo zou hebben laten meeslepen door het wereldnieuws. Hoe hij er met ons en zijn kleinkinderen over zou praten. En of hij zou worstelen met zijn gevoel van onmacht. Het gekke is dat ik tijdens de voorstelling ook pijn voelde dat ik geen kind heb, terwijl ik tegelijkertijd ontzettend blij was (en ben) dat ik er geen heb. Iets kunnen doorgeven aan de volgende generatie – zelfs als het angsten zijn – vind ik wel iets heel moois.

Ik hoop dat deze tijd in de geschiedenisboeken komt om daarna nooit meer terug te keren. Het georganiseerd vermoorden van Palestijnen. Het bombarderen van een Iraanse meisjesschool, op initiatief van twee machtswellustige kleuters (wat eigenlijk een belediging is voor alle kleuters). En – dichter bij huis – alles wat er nog mis is als het om gelijkheid tussen mannen en vrouwen gaat en hoe het zelfs achteruit gaat. Afgelopen zondag, Internationale Vrouwendag, zat ik in het theater bij een evenement waar schokkende feiten voorbij kwamen over de loonkloof, de gezondheidszorg die vooral van mannen uitgaat en hoe vaak meisjes en vrouwen slachtoffer zijn van geweld en grensoverschrijdend gedrag. En een jaar geleden zat ik op Internationale Vrouwendag in het vliegtuig naast een man die het nodig vond mij te vertellen dat wat hem betreft alle vrouwen die vonden dat ze geen man nodig hadden wel dood mochten. Een man die zich dit jaar waarschijnlijk nog meer gesterkt voelt in zijn opvattingen.

Mijn papa was een feminist, ondanks dat het ook bij ons thuis vanzelfsprekend was dat hij fulltime bleef werken terwijl mama dat in deeltijd deed toen er kinderen kwamen. Hij was de eerste om toe te geven dat een vrouw intelligenter was of een betere leidinggevende. En de eerste die er iets van zou zeggen als een vrouw minder verdiende voor hetzelfde werk.

En ondertussen, terwijl ik veel aan papa denk en aan de verjaardag van de leuke jongen, heb ik het zo ongelofelijk druk qua werk dat ik ’s nachts wakker schrik met losse eindjes in mijn hoofd. Ondanks dat ik tegenwoordig alle losse eindjes direct opschrijf in een app. Ik ben al weken een slechte partner, vriendin, zus en dochter, want ik kom er niet aan toe om die rollen goed uit te voeren. Mijn hoofd lijkt een soort draaikolk.

Maar dat partnerstuk ga ik nu even goed maken.

Genoeg stilgestaan en geklaagd. Het is tijd om het leven te vieren. Om te proosten op de leuke jongen uit de trein. En op nog een halve eeuw voor ons samen. 50 x hoera!

Goud is voor winnaars

In elke dag zit goud verstopt
Het zit in kleine dingen
Vers brood en dan vooral het korstje
In de auto luidkeels zingen

Het zit in mooie luchten
En wat zijn er dat deze nazomer veel
In dauwdruppels op een bloem
En dromen van een luchtkasteel

Samen lunchen met collega’s
De tevreden klant met haar compliment
De vriendin die voor me kookt vandaag
Wat ben ik toch eigenlijk verwend

In elke dag zit goud verstopt
Als je maar goed kijkt
Als je vaker stilstaat
Is de wereld mooier dan ie lijkt

Ik ben in een sentimentele bui. Blijkbaar krijg ik daar rijmelarij of rijmelarits van 😀

Stress omdat ik weer net te vaak ja zei tegen een opdracht. Stress om die deadline van vandaag in combinatie met de aandachtsspanne van een peuter.

Boos (op mezelf uiteraard) omdat ik dit weekend waarschijnlijk nog ergens een paar uur moet werken, terwijl het prachtig zomerweer wordt (wat eigenlijk niet kan kloppen, maar dat is een ander verhaal).

Verdrietig omdat het beter met mij gaat, maar met sommige mensen om mij heen juist niet. En die mensen krijg ik niet uit mijn hoofd.

Trots omdat ik het – ondanks knetterveel deadlines en 40+ urige werkweken – redelijk goed volhoud om gezonder én minder te eten.

Blij met heel veel lieve mensen om mij heen. En blij dat ik iedere ochtend de tijd neem voor een wandeling. De natuur trakteert mij tijdens die wandelingen regelmatig op goud. En goud is voor winnaars!

Therapie #3

“Maar heb je dat ooit wél gedaan, met een partner gepraat?”, vroeg de therapeut toen ik vertelde dat ik het nog steeds zo moeilijk vind om met de leuke jongen uit de trein over zorgen en gevoelens te praten.
“Nee, ik besprak wel eens iets met vriendinnen, maar nooit met vriendjes.”
“Thuis praatten jullie ook niet over gevoelens, vertelde je. Dus dat heb je nooit geleerd.”
“Oh ja.”

Ik merk dat ik het ‘valt wel mee’, ‘schiet eens op’ en ‘stel je niet aan’ uit mijn jeugd gemakkelijk overneem. Dat ik bijvoorbeeld bij mijn lieve nichtje A snel de neiging heb zo’n opmerking te maken, als ze – in mijn ogen – zeurt, jammert of huilt om niets. Terwijl ik natuurlijk ook gewoon kan proberen te luisteren, door te vragen, te troosten (en dan misschien alsnog te vinden dat ze zich aanstelt).

Ik heb een hele liefdevolle opvoeding gehad. Kom van een thuis waar iedereen altijd welkom was. Een thuis waar veel werd gelachen. Waar altijd muziek was. Maar het was ook een thuis van niet lullen maar poetsen. Van vallen, opstaan en weer doorgaan. Ik heb er veel van geleerd, ben er geen slechter mens van geworden. Alleen is het niet altijd handig of lief om met mijn grote voeten op dezelfde manier over de gevoelens van een ander heen te lopen.

En tegelijkertijd. Er zijn ook volwassen dramabouwers en aandachtvragers die helemaal opleven als ze hun leed met je delen. Als jij net iets persoonlijks hebt verteld waar je echt verdrietig om bent, hebben zij altijd iets meegemaakt wat minstens even erg is. (Terminaal konijn!) Met dat soort mensen zal ik nooit leren omgaan. En daar gaat geen therapie bij helpen.

Foto door Pixabay