Wie ben ik?

Laat ik bij het begin beginnen. Geboren in 1980. Oudste van drie kinderen. Na mij kwamen nog een zusje (1982) en een broertje (1991). Opgevoed door twee eigenwijze, nieuwsgierige, avontuurlijke ouders met een groot hart en een grote algemene kennis. PvdA-stemmers. Goede doelen steuners. Mijn papa stierf eind 2002. Hij was toen 48.

Ik ben leergierig en nieuwsgierig. Chaotisch in mijn huishouden, maar gestructureerd in mijn werk als tekstschrijver, eindredacteur en woordvoerder. Ik ben zelfstandig ondernemer tegen wil en dank, maar vind steeds leuker en word er steeds beter in. Ik woon in Maastricht, samen met mijn lief, die ik voor het eerst ontmoette in de trein. Vandaar dat ik hem ‘de leuke jongen uit de trein’ noem. Onze eerste date was met Valentijn, wat een vrij stomme dag is om een relatie te beginnen.

Sinds ik kan schrijven, doe ik dat ook. Op de basisschool schreef ik een oneindig vervolgverhaal over Soppie de mier die een relatie had met Tina de miereneter. Elke ochtend las ik een nieuw hoofdstuk voor in het kringgesprek. Later vulde ik dagboek na dagboek met mijn overpeinzingen, pende ik agenda’s van klasgenoten vol en schreef ik lange brieven naar mijn vriendinnen.

Mijn vrije tijd besteed ik graag aan lezen (dit is gerust een verslaving te noemen), luisteren, kijken, koken, proeven, snoepen, wandelen, zwemmen en reizen. Ik ga veel naar het theater, soms naar de bioscoop. Ik houd van festivals en voel mij thuis in heel veel steden. De lijst van landen die ik nog wil bezoeken is lang. En die blijft lang, omdat ik óók altijd terug wil  naar landen waar ik al ben geweest.

En verder, in willekeurige volgorde:

  1. Ik heb platvoeten.
  2. Ik kreeg al borsten toen ik 10 was en had altijd ‘de grootste van de klas’.
  3. Ik droom enkel dingen die ‘in het echt’ niet kunnen. Vliegen in een wasmand. In een split second iemand anders zijn. Met mijn papa aan de keukentafel zitten.
  4. Ik vind Engels een moeilijke taal. Ik spreek goed Frans en versta uitstekend Duits.
  5. Ik heb talent voor het matchen van dingen. Sieraden in dezelfde kleur als mijn rok. Schoenen in dezelfde kleur als mijn shirt.
  6. Ik houd van groen. Ik heb bijna alles in deze kleur. Kleding, sieraden, kopjes, borden, tassen, telefoonhoesje, portemonnee…
  7. Ik heb veel littekens, waarvan één in mijn linker wenkbrauw. Ik kopte daarmee ooit een vensterbank.
  8. Ik wil nooit trouwen.
  9. Mijn mama en zusje zijn even klein als ik, maar wegen minstens 20 kilo minder.
  10. Soms voelt het alsof mijn leven voorbij vliegt en dan ben ik bang dat ik niet genoeg tijd heb om mijn dromen te realiseren. En dat ik niet genoeg geniet. Toen mijn papa veel te jong stierf, stonden er nog veel dromen op zijn lijst.
  11. Ik houd van bewegen, wandel veel, zwem graag, doe aan fitness, ga op de fiets naar afspraken, maar zie er niet zo uit. Dat komt omdat ik ook veel van eten houd.
  12. Ik wilde heel lang geen kinderen. Tot ik ze wel wilde. Maar toen wilde de leuke jongen uit de trein niet meer.
  13. Ik huil heel snel. De trigger is meestal een liedje.
  14. De liefste, eerlijkste, gezelligste en grappigste vrienden en vriendinnen zijn die van mij.
  15. Ik heb een vriendin die mij al kent sinds ik besta en een aantal vriendinnen ‘uit de zandbak’. Ik ben daar dus best goed in, in vriendschappen.
  16. Ik ben oneindig onhandig, je kunt het ook lomp noemen.
  17. Ik ben allergisch voor hulpverlenersjargon (in je kracht zetten) en kantoortaal (piketpalen slaan, een stip op de horzion).
  18. Ik kom heel zelfverzekerd over, zo wordt mij verteld, maar ben dat vaak niet.
  19. Ik kan niet stoppen met lezen halverwege een hoofdstuk.
  20. Ik houd van de zon.
  21. Ik schrijf veel kaartjes. Voor verjaardagen, verhuizingen, geboortes, of om harten onder riemen te steken.