Ik heb een scheve mond vooral als ik ‘m open trek, een onhandelbare, eigenwijze bos krullen en altijd blauwe plekken. Ik friemel constant aan mijn haar, zie overal een verhaal in en ben niet vooruit te branden zonder muziek. Ik ben een twijfelkont, een piekeraar, een denker die toch heel vaak eerst doet en dan pas denkt. Ik durf niet, maar doe meestal wel. Ik hou van knuffelen (en oh wat zou ik ongelukkig zijn als de leuke jongen uit de trein daar niet van hield), van Zweedse misdaadromans en van reizen. Ik geniet van onweer (en oh wat baalde ik dat ik de meeste flitsen vannacht niet door mijn raam kon zien), van lekker eten en van witbiertjes op een zonovergoten terras. Autorijden is niet aan mij besteed. Wiskunde ook niet. En scripties en andere opdrachten tot een goed einde brengen nog het allerminst.
Categorie archief: Blanco
Ik faal
De afgelopen week ging elke ochtend behalve zaterdag de wekker om 8. De afgelopen week zat ik elke ochtend behalve zaterdag om 9.30 achter mijn laptop. De afgelopen week gaf ik er elke middag behalve zaterdag tegen een uur of 3 de brui aan. Afgelopen vrijdag was de deadline voor onze XHTML-opdracht, maar ik heb 3 dagen na de deadline nog zo’n 90 pagina’s te gaan. Aanstaande vrijdag is de deadline voor de eerste twee hoofdstukken van mijn scriptie, maar het ziet er naar uit dat ik dan pas 1 hoofdstuk in te leveren heb.
Wat me wel is gelukt de afgelopen week behalve zaterdag: veel fruit eten, veel water drinken, veel zon absorberen en minimaal 30 minuten sporten (joggen, steppen, badmintonnen). Dan is al dat studieontwijkende gedrag tenminste nog een beetje goed voor mijn lijf. Mijn hoofd blijft hopeloos achter. Zoals gewoonlijk.
Schooljaar op z'n eind
Gister was ik rond deze tijd net pas thuis. Na het ALLERLAATSTE college van het premaster jaar had ik nog wat uitzoekwerk te doen op de VU. Ja, dat was ‘t dan. De laatste keer dit schooljaar opzitten en pootjes geven in een klein lokaaltje op de elfde verdieping van het hoofdgebouw.
De tijd is zo snel gegaan. Het lijkt pas een paar weken geleden dat ik me een nietig, klein, onwetend wezen voelde dat verdwaasd door de gangen van de VU dwaalde. Alles was groot en overweldigend en ik dacht dat ik er nooit mijn draai zou vinden. Die paar weken waren in werkelijkheid acht maanden en inmiddels weet ik hoe de printer werkt (al doet die lang altijd wat ik wil), kan ik soms de juiste artikelen vinden in de bieb en wijst de geur van geneeskundekoffie me feilloos de weg. Mijn draai heb ik gevonden, vooral dankzij een aantal studiegenoten waarmee ik een prima ‘werkstukkenteam’ vorm. Studiegenoten waar ik heerlijk tegenaan kan klagen, maar waarmee ik ook ontzettend kan lachen.
Betekent dat het laatste college voorbij is dat het nu vakantie is? Nee. Helaas. Voor me ligt een 137 pagina’s tellend XHTML-practicum. Rechts van mij een stapel artikelen, aantekeningen en transcripten die samen een scriptie moeten gaan vormen. Links mijn agenda vol onmogelijke deadlines. En recht vooruit een laptop die de laatste tijd meer kuren vertoont dan ooit tevoren. Er kwam al een Trojaans paard voorbij en de melding dat ik elders al was ingelogd op hotmail…
Als alles goed gaat (lees: als ik ooit een stop met dit vervloekte studie ontwijkende gedrag) zit het er 30 juni op. Dan moet alles ingeleverd zijn. Dan is er niets meer aan te doen. Betekent het dat het dan vakantie is? Nee. Helaas. Dan ga ik 6 weken fulltime werken. Maar dan ben ik wel super trots op mezelf!
Spelling
Vanmorgen gelezen in de etalage van een uitzendbureau:
"Heb je een taxipas of ben je berijt er een te halen…"
Auw.
Kwijt, vermist, verdwenen, onvindbaar, zoek
Het ging al zo lang goed dat ik bijna dacht dat ik genezen was. Of gemuteerd. Maar mijn naarste eigenschap, mijn ongewenste super power, blijkt niet verdwenen en slaat lekker hard terug.
Zondag liet ik een boek in de trein liggen. Een op-het-puntje-van-de-treinstoelboek. Elk moment kon de dader van een gruwelijke moord en verkrachting worden onthuld.
Vandaag concludeerde ik dat ik niet 1 maar 2 zonnebrillen als vermist kan opgeven. Terwijl het seizoen nog maar nauwelijks is begonnen.
Daar gaan we weer… Grumnbl.
De wonderlijke weg naar Paradiso
"Jij moet zo zeker optreden?", vraagt de vrouw naast me.
"Nee", antwoord ik verbaasd.
"Wat brengt je dan hier?"
"Hij is mijn vriendje", zeg ik, en wijs naar de leuke jongen uit de trein die op het podium zijn hele ziel en zaligheid in een nummer van Tracy Chapman steekt.
"Gefeliciteerd."
"Ehm, dankjewel."
"Wauw, hij kan echt goed zingen. Zingt hij ook wel eens voor jou? Hoe heet hij eigenlijk? En waar komt ie vandaan?"
De vrouw naast mij is in de afgelopen minuten duidelijk een fan geworden. Terwijl ze voor een andere groep naar de Clash of the Coverbands is komen kijken, vermoed ik dat haar stem naar Robinson gaat. Niet dat Robinson haar stem nodig heeft, want de winnaar volgens de jury is: Robinson!!!
De stemmen uit het publiek zorgden ervoor dat de weg naar Paradiso voor nog twee bands niet doodliep in Den Bosch.
De ene band staat volkomen terecht in de volgende ronde. De stemmen van de twee zangeressen pasten perfect in elkaar. De podiumpresentatie van de hele zevenmansformatie was top, omdat iedere muzikant plezier uitstraalde.
Over de andere band heb ik vannacht wakker gelegen. Ik vat het nog steeds niet. Behalve dat de zanger niet kon zingen had hij ook nog de uistraling van een platgereden egel. Bovendien waren de nummers die ze speelden pas herkenbaar aan het refrein. En dan nog met moeite.
Het is dus niet alleen bij programma’s als X-Factor en Idols dat ik het Nederlandse publiek niet snap. Maar wat doet het er eigenlijk toe? De leuke jongen uit de trein heeft gewonnen en vakjury’s hebben altijd gelijk 😉
Nederlanders in Zweden
We zitten in een Zweeds specialiteitenrestaurant. Op de kaart veel lekkers, zoals gebakken haring, gehaktballetjes van wild en rendierbiefstuk. De entourage is prachtig: het interieur heeft warme kleuren, de bediening is super vriendelijk en de cognac wordt ter plekke uit grote, houten vaten geschept. Het Nederlandse stel naast ons kijkt nogal verveeld en blijft ook tijdens het bestellen ongeinteresseerd op de ellebogen leunen. Terwijl wij genieten van onze maaltijd, wordt het eten van de buren geserveerd. De ober heeft zijn kont nog niet gekeerd of het meisje roept hem terug. "Do you have some meejooo?" Niet eens voor de frietjes, want die zitten er niet bij. Nee, het wicht bedelft haar hele ELANDburger onder een dikke laag mayonaise. Auw.
Nederlanders in Zweden. En dan heb ik het nog niet eens over die eerstejaarsstudenten die met hun luidruchtige stemmen en (be)tastgrage handjes de gids in het paleis onverstaanbaar maakten en tot wanhoop dreven.
Zweedse uiterlijkheden
De leuke jongen uit de trein en ik vielen ontzettend uit de toon in Stockholm.
De mannen hadden iets met de kleur lichtgeel en echt niet alleen voor hun haar. Ze vonden het ook een uitstekende kleur voor broeken, V-hals truien en bloesjes met rechtopstaande kraagjes. Sommige gasten leken regelrecht van een tennisbaan gestapt… ergens eind jaren ’70. En dat haar, dat zat steevast met een hele pot gel naar achter of opzij geplakt.
De vrouwen (waaronder veel minder knappe, blonde exemplaren dan dat de leuke jongen uit de trein had gehoopt) droegen meestal rokjes in de breedte van een grote riem, of jurkjes (vaak in houthakkersruit) die de onderkant van hun derriere maar net haalden. Gelukkig zat er meestal nog een paar afgeknipte steunkousen onder die men legging placht te noemen, want ook de exemplaren zonder slanke benen staken zich in niemandalletjes. De voetjes verdwaald in reusachtige sportschoenen. Het bovenlijf gehuld in iets rose.
De leuke jongen uit de trein en ik hebben een fantastische tijd gehad. Veel gezien, veel gedaan, genoten van de zon, genoten van heerlijk eten, genoten van elkaar. En… we hebben ons hele middagen geamuseerd met kijken.
Terug bij de vis van Karate Henkie
Het kon niet anders dan dat oud-collega M en ik gister bij de vistoko van Karate Henkie zouden belanden. Ik was er al een maand of 8 niet meer geweest. De laatste keer was zonder meer memorabel te noemen. Het was de dag dat collega A in navolging van mezelf de Firma Leugen en Bedrog voor de laatste keer zou verlaten. Maar behalve ik was nog niemand daarvan op de hoogte. Ook DD niet, die net binnen kwam toen we een grote hap van ons broodje garnalen namen. Het was vlak na dat hij mijn vorige blog had ontdekt…
Het belletje van de deur bracht een hele reeks herinneringen naar boven. Het altijd slechte humeur van Karate Henkie. Zijn klaagzangen waar hij altijd moslims of Endemol bij wist te halen. Hij noemde me nooit bij mijn naam, ik was een smurf als ik iets blauws aan had, de hulk als ik iets groens aanhad, of gewoon een kleine opdonder als hem dat beter uitkwam. Toch was hij altijd blij me te zien. Niet voor niets bewaarde hij een bak ijs voor me tussen de diepvrieszakken inktvisringen. Niet voor niets kwam de horecagrootverpakking koekjes boven tafel als we koffie bestelden. En niet voor niets reageerde hij telkens verontwaardigd als ik een keer afrekende voor mij en mijn collega’s. Want dat moesten de mannen toch doen.
De collega’s van Karate Henkie waren toen al de echte toppers. Altijd vriendelijk. Altijd belangstelling in wat je deed. En een ongelofelijke productkennis. Welke vis wanneer het lekkerst is en hoe je ‘m dan moet klaarmaken.
Karate Henkie was er gister niet, van zijn collega’s kregen we een warm onthaal. Ze waren oprecht blij ons weer te zien. Ze wisten zelfs nog dat ik naar Utrecht ben verhuisd om in Amsterdam te studeren. Wauw. De kibbeling en de maatjes smaakten voortreffelijk als vanouds. Er zijn maar heel weinig dingen die ik mis aan mijn tijd bij de Firma Leugen en Bedrog. De vistoko van Karate Henkie hoort daarbij.
Mooie binnenkomer
Jarige: "Hee, ben je maar alleen? Waar is Ben?"
Vriendin: "Die is er niet. Of niet meer eigenlijk. Sinds een half uur."