Bejaarde heks

Liefkozend noemde ik haar Vrouwtje Theelepel. "Het arm mensje", dacht ik nog. "Oud, en de hele dag niets anders te doen als uit het raam kijken."

Wat een vergissing. Een korte observatie van de leuke jongen uit de trein en mijzelf en de weg van lief vrouwtje naar boze heks was afgelegd. Het nare mens kijkt altijd sjachereinig, commandeert haar man in het rond, en fixeert haar haviksblik op iedereen die langs komt; met haar neus tegen de ruit of vanuit haar half geopende voordeur. Zojuist nog was de glazenwasser de pineut. Vanuit haar deuropening bleef ze de arme jongen bedelven onder misprijzende blikken net zo lang tot hij boven aan de ladder was.

Maar het allerergste aan de bejaarde heks van tegenover: ze gooit dagelijks haar tuinafval bij haar buren over het muurtje. Ik vermoed dat er iets gruwelijk mis is gegaan in haar opvoeding. En ik ben bijzonder benieuwd naar haar kinderen en kleinkinderen.

De I van Idioot

Na verschillende bijbaantjes in de schoonmaak en de horeca besloot ik het laatste halfjaar (als het goed is) van mijn studie met een ander baantje te financieren. Dus computer aan, headset op en het Grote Rinkelen der Telefoons kan beginnen.

B=beller

B: "Mevrouw, mijne man neemt zijn telefoon niet op."

B: "Ik heb een telefoonnummer met een cijfer te weinig, kunt u mij vertellen welk cijfer ontbreekt?"

B: "Ik heb hier een telefoonnummer uit '78, maar dat werkt niet meer."

B: "Mevrouw ik heb hier een voornaam, heeft u dan een nummer voor mij?"

B: "Mijn dochter is op vakantie in Griekenland en ik heb al een paar dagen niets meer van haar gehoord."

Ik: "Mevrouw, kunt u de achternaam voor mij spellen alstublieft?"
B: "De A van aardappel en dan de I van ehm… idioot"

Ik heb een heerlijk bijbaantje.

Ontnuchtering, de grote mond, het kleine hartje en steenkolenengels

Blijkbaar kom ik best zelfverzekerd over. Als iemand die je niets kunt maken. Nou, niets is minder waar.

Terwijl ik geen nieuwe vrienden meer hoef te maken (de vrienden die ik heb, zijn me zo dierbaar dat ik regelmatig overloop van schuldgevoel dat ik zo weinig tijd aan ze besteed) en terwijl ik meermaals bewezen heb (in elk geval aan me zelf) dat ik soms slimmer ben dan ik dacht, had ik toch last van lichte zenuwen en opborrelende onzekerheid op weg naar mijn eerste college in het nieuwe academische jaar. Ik was een beetje bang voor de 'groepjesvorming' van mijn medestudenten die misschien al jaren bij elkaar in de klas zaten. Ik was vooral een beetje bang voor het niveau Engels waarop de lessen gegeven zouden worden.

Aangekomen op de VU maakte onzekerheid snel plaats voor het ultieme maandagochtendgevoel. Natuurlijk zijn er nog steeds te weinig liften. Dat ik de trap moest nemen naar de 14e (!) verdieping werkte erg ontnuchterend. Nog even snel mijn mail checken zat er ook niet in, want geen enkele computer was beschikbaar.  

Dus dan maar meteen het klaslokaal in. Eerste lessen beginnen standaard met een voorstelrondje. Slechts twee studenten bleken daadwerkelijk uit een Engelse studierichting te komen, dus dat viel mee. En toen het woord aan het meisje rechts van mij gegeven werd, kon ik helemaal opgelucht ademhalen.

"I do my masters. And therefore I did some traveling. And therefore I did my bachelor".
"You mean before that", probeerde de docent haar te verbeteren. Hij kreeg een glazige blik terug.

Mooi. Als dit het niveau is, kom maar op!

P.S. Hoe haal je het in je hoofd op een koude, winderige maandagochtend een jurkje te dragen dat zo kort is dat je billen er bijna onderuit komen? Die kanten mouwtjes, dat diepe decolleté en die zo kunstig er boven en onderuit komende Marlies Dekkers bh-bandjes… doe dat lekker aan als je bepaalde behoeftes hebt waarvan ik me niet kan voorstellen dat die op een maandagochtend in een collegezaal bij je opkomen.

Denken aan papa, 365 dagen per jaar

Papa.

Zou het gekund hebben nu, een gesprek van volwassene tot volwassene?
Zou ik het gekund hebben, me geen klein meisje meer voelen in een discussie?
Zou hij het gekund hebben, zich door mij van iets laten overtuigen als ik sterke argumenten zou hebben?

"Is er een moment waarop je hem niet mist?", vroeg de leuke jongen uit de trein laatst. We luisterden samen naar 'papamuziek'. Ik huilde. Het is zo fijn dat dat kan, huilen op de schouder van mijn lief.

Ja, er zijn momenten waarop ik hem niet mis. Namelijk de momenten dat ik niet aan hem denk. Maar er is geen dag dat ik niet aan hem denk.

Om er een clichétitel tegenaan te gooien: Partir est mourir un peut

Langzaam begint het te wennen: SAMENWONEN. Al moet ik daar eerlijk bij zeggen dat we pas 1 nacht samen in ons nieuwe huis hebben doorgebracht en dat ik nu alweer in Brussel ben.

Het begint te wennen dat er geen spullen meer zijn van mij en van hem, alleen nog maar spullen van ons (alhoewel… sommige dingen blijven het stempel IK dragen tot in de eeuwigheid der eeuwen amen). Dat ik die spullen niet meer op een plek moet zetten die voor mij logisch is, maar op een plek waar hij ze ook terug kan vinden. Dat ik niet meer de enige ben die haar nek breekt als ik iets heb laten slingeren met de gedachte 'dat ruim ik morgen wel op'.

Wat dan weer niet went, nooit, is afscheid nemen. Ik kan (tot nu toe) in iedere stad aarden. Sterker nog, ik kan overal best wel binnen korte tijd gelukkig worden. Ik voel me snel thuis. Waardoor ik me enorm ga hechten aan allerlei kleine dingen die met dat thuis te maken hebben. Mijn straat vol kleine zaakjes en grote bedrijvigheid. Café de Walvis met zijn dagsoepjes en vage dj's. Het hippe publiek dat de terrassen bevolkt waardoor de stoep een hindernisbaan wordt. De geluiden van vriendschappelijke begroetingen en loeiende sirene's. De drommen mensen onder de luifels van Noordzee, slurpend aan oesters, nippend aan glazen cava. Het restaurantje met de roodwitte gordijntjes, de vriendelijke bediening en de jenever van het huis. Zelfs de hangjongeren aan de uitgang van de metro. Ik ga het zoooooo missen.

Om er een clichxc3xa9titel tegenaan te gooien: Partir est mourir un peut

Langzaam begint het te wennen: SAMENWONEN. Al moet ik daar eerlijk bij zeggen dat we pas 1 nacht samen in ons nieuwe huis hebben doorgebracht en dat ik nu alweer in Brussel ben.

Het begint te wennen dat er geen spullen meer zijn van mij en van hem, alleen nog maar spullen van ons (alhoewel… sommige dingen blijven het stempel IK dragen tot in de eeuwigheid der eeuwen amen). Dat ik die spullen niet meer op een plek moet zetten die voor mij logisch is, maar op een plek waar hij ze ook terug kan vinden. Dat ik niet meer de enige ben die haar nek breekt als ik iets heb laten slingeren met de gedachte 'dat ruim ik morgen wel op'.

Wat dan weer niet went, nooit, is afscheid nemen. Ik kan (tot nu toe) in iedere stad aarden. Sterker nog, ik kan overal best wel binnen korte tijd gelukkig worden. Ik voel me snel thuis. Waardoor ik me enorm ga hechten aan allerlei kleine dingen die met dat thuis te maken hebben. Mijn straat vol kleine zaakjes en grote bedrijvigheid. Cafxc3xa9 de Walvis met zijn dagsoepjes en vage dj's. Het hippe publiek dat de terrassen bevolkt waardoor de stoep een hindernisbaan wordt. De geluiden van vriendschappelijke begroetingen en loeiende sirene's. De drommen mensen onder de luifels van Noordzee, slurpend aan oesters, nippend aan glazen cava. Het restaurantje met de roodwitte gordijntjes, de vriendelijke bediening en de jenever van het huis. Zelfs de hangjongeren aan de uitgang van de metro. Ik ga het zoooooo missen.

De jeugd van tegenwoordig

"Jullie hebben met pen op het naambordje geschreven!", brieste H. Ze stak haar hoofd om de hoek van de deur en keek collega P en mij aan met vuurschietende ogen. Het nieuwe naambordje wapperend in haar linkerhand. "Dat is absoluut niet de bedoeling. Het maken van naambordjes behoort tot mijn taken. Jullie hebben geen geduld."

"We hadden drie weken geleden via de mail om een nieuw naamborje gevraagd, omdat er iemand op staat die hier nog niet werkt en iemand niet op staat die hier wel werkt", probeerde ik voorzichtig.

"Niets mee te maken. Naambordjes worden niet met de hand gemaakt. Daar is een bepaald format voor. Ik zorg voor de naambordjes, en die zijn niet binnen twee minuten klaar. Jullie denken allemaal dat jullie op je wenken bediend worden."

"We wilden gewoon graag de correcte namen op het bordje."

"Nogmaals, daar heb ik niets mee te maken!" Het was schreeuwen wat H nu deed. Van een gesprek was sowieso geen sprake, maar nu begon het echt naar te klinken. Ondertussen verving H het oude naambordje door een nieuw… waar wéér niet de correcte namen op stonden… Stampvoetend verdween ze in de richting van de lift. 

Inmiddels hadden zich een aantal mensen verzameld op de gang. Luidkeels werd de buitenproportionele reactie van H besproken. We lachten om haar domheid. Wisten wij veel dat H nog niet in de lift gestapt was, maar om het hoekje stond te luistervinken…

P en ik stuurden H een e-mail. Met allereerst onze excuses voor het met pen veranderen van de namen en daaronder de correcte namen en functies van de personen die in ons kantoor zitten. We sloten de mail vriendelijk af met een 'alvast heel erg bedankt' en hoopten er het beste van.

Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Met een cc naar diverse mensen werd een tirade aan het adres van de jeugd van tegenwoordig over ons uitgestort. Dat ons nooit enige vorm van respect was bijgebracht. Dat we verwend waren en gewend om altijd onze zin te krijgen. Dat we sinds onze geboorte op ons wenken werden bediend. Dat ze de leeftijd had om onze moeder te kunnen zijn. En dat het in haar tijd heel anders was.  

We waren er even stil van, P en ik. Daarna begonnen we te lachen. Het incident kreeg nog allerlei staartjes. Onze stagebegeleider bemoeide zich ermee net als het hoofd van de facilitaire afdeling. Een nieuw naambordje kwam er die dag niet meer. De volgende dag was het zowel H's laatste dag als die van mij. We hebben geen afscheid van elkaar genomen. 

  

Dat verhuizen helpt enorm in het leren kennen van je vrienden

Mijn vrienden zijn fantastisch. Omdat ze buitengewoon gezellig en bijzonder lief zijn. Na vijf keer verhuizen nog steeds bereid om te helpen. Bij elke verjaardag een origineel cadeau. Bij elk van mijn kleine en grote drama's een luisterend oor en een arm om mijn schouders. En bij de zoveelste klaagzang gewoon een schop onder mijn kont.

Ik vergis mij nog wel eens in mensen. Ook in mijn vrienden. Die soms tot vage kennissen vervallen, zodra ze op mijn 'verwaterlijstje' belanden. Laat ik niets meer van me horen, dan doen zij het ook niet. Dat is altijd weer een pijnlijk botsinkje met de realiteit. Vaak houd ik het niet vol en stuur ik toch weer een berichtje, om een paar maanden later dezelfde pijnlijke ontdekking te doen (hoezo ezel?).
Ondertussen blijken mensen die ik niet 'hoger' inschaalde dan 'goede bekende', 'aardige collega' of 'vriend van vriend' vaak van onschatbare waarde. Zodat ik ineens als een emotionele dweil de ontzettend lieve afscheidswensen van sommige 'aardige collega's' lees. Zodat ik aangenaam verrast word als 'vriend van vriend' of 'goede bekende' mij precies op het juiste moment succes wenst of feliciteert.

Verhuizen maakt veel duidelijk. Ik ben beslist niet de makkelijkste om mee af te spreken. Zelden thuis, altijd druk. Maar dan nog. Voor sommige 'vrienden' is mijn fijne appartementje in Brussel het tweede huis op rij waar ze nooit een voet over de drempel zullen zetten, terwijl ik voor de meeste mensen dichterbij ben komen wonen. Anderhalf uur reizen is kennelijk te ver. *Bots*. Weer zo'n onaangename confrontatie met de werkelijkheid.

Over vergissen gesproken. De collega die ik twee maanden geleden nog achter het behang kon plakken omdat hij vooral arrogantie en betweterigheid uitstraalde… Het is een goede jongen. Ik ga hem misschien wel een klein beetje missen.

Wat een weekend

Wauw wonderbaarlijk weekend vol feestgedruis. Het was alweer een tijd geleden dat ik de zon had zien opkomen; dansend, lachend en met een Ierse koffie in de hand. Waar de Gentse Feesten en vriendin V al niet goed voor zijn 🙂

De overige ingrediënten maakten een lekker hapje van de rest van het weekend: vrienden op bezoek, een tocht langs voordien nog onbekende caféetjes en restaurantjes, terrasjes in de zon. Prachtige ontdekkingen gedaan. Zoals het donkere hardrockhol dat me deed denken aan dat andere donkere ding waar ik tijdens mijn journalistiekstudie avond aan avond op de dansvloer stond. Zoals die foute salsatent waar twee stijve, grijze tutmunsen door twee mannen met losse heupen ten dans werden gevraagd. Zoals het stripmuseum. Niet zozeer vanwege de strips als wel vanwege het prachtige gebouw waarin ze al die strips hebben ondergebracht. En zoals het restaurantje met de gezellige binnentuin, heerlijk eten en een slecht vertaalde menukaart.

Het maakt het er niet makkelijker op om Brussel te verlaten.   

Van de andere kant, mijn papa zei altijd; je moet het feest verlaten als het op zijn gezelligst is. Dat geldt voor woonplaatsen misschien even goed.

Mannen borsten billen

Doorgaans draaien er geen mannenhoofden uit hun voegen als ik voorbij loop, maar de afgelopen twee weken lijkt er wel een uithangbord met 'versier mij' boven mijn hoofd te hangen. Het is me al een paar keer gebeurd dat ik op mijn gemakje van werk naar huis wandelde en dan aangesproken of zelfs aangetikt werd (mp3 in mijn oren) door veel te zelfverzekerde types. Niet mijn types, ondanks gespierde lijven, grote bruine ogen en een goed gezichtsvachtje. Zwijgen helpt in deze gevallen maar mondjesmaat; ook in stilte kreeg een kerel het laatst voor elkaar bijna tot aan mijn voordeur met me mee te lopen.

Vandaag besloot ik maar weer eens terug te praten tegen zo'n leeghoofd dat vooral oog voor dikke billen (check) en dito borsten (check) had. Het werd uiteraard een gesprek van niets. Hij wilde iets met me gaan drinken, ergens gaan dansen, samen eten en weet ik wat nog meer. Mijn botte antwoorden dat hij zijn tijd aan het verspillen was, leken hem niet te raken. Dankzij een lamme rotsmoes dat ik haast had en onderweg was naar vrienden, taaide hij uiteindelijk af.

Vermoeiend. Gelukkig heb ik morgen een dag vrij.