Lente :)

De eerste contrasten op mijn huid zijn zichtbaar. De rode plekken, die natuurlijk snel bruin worden, heb ik afgelopen weekend, onder het genot van een roseetje, in onvangst genomen op mijn mama’s zonnige terras. Een veel te grote, zeer oncharmante zonnebril bedekte mijn halve gezicht, terwijl ik vrolijk fietsend naar die zomerse bestemming met de naam Achtertuin onderweg was. Handige bescherming tegen de eerste vers ontwaakte insecten, die vervolgens mijn mond uitkozen om binnen te vliegen. Fluitende vogeltjes overstemden het geluid van mijn mp3-speler. Het was een prachtig weekend (op een klein intermezzo met een ontsteking en een dokter na) en dat gevoel houd ik moeiteloos vast zo lang er zon in de lucht hangt.

Oh wat houd ik van de lente.

Mijn winterjassen aan kleerhangers in de verste hoek van mijn kast. De zomerse exemplaren aan de kapstok. Mijn laarzen weggemoffeld onderin diezelfde kast, mijn zomerse schoeisel op een rijtje naast de deur. Sjaals, mutsen en handschoenen verhuisd naar een plastic zak onder mijn bed. Mijn zonnebrillen uitgestald op mijn nachtkastje.

Ik sta vrijwillig eerder op, terwijl ik sinds de verhuizing van mijn werkplek juist langer zou kunnen blijven liggen, om ’s ochtends te voet naar kantoor te gaan. Een heerlijke wandeling van drie kwartier. De lunch wordt niet meer in sneltreinvaart naar binnen gewerkt in te drukke eettentjes, maar gaat mee naar het park. Zware kost als avondeten maakt steeds vaker plaats voor frisse salades.

Oh wat houd ik van de lente.

Jammer dat al die nieuwe, positieve energie me geen steek verder helpt met mijn blauwe enveloppen en andere administratieve achterstanden. Welke werkstukken? Welke sollicitatiebrieven? Lang leve de lente en al haar extra mogelijkheden voor het uitoefenen van werkontwijkend gedrag.

Jammer ook dat die dagelijkse wandeling en die salades nog weinig vetrolletjes hebben doen verdwijnen. Om optimaal van de lente, en straks de zomer, te kunnen genieten, moet ik wel weer in die leuke, vrolijke rokjes passen.

Een eerste, voorzichtige observatie van een nieuweling

Soms, héél soms, leer ik wel eens van mijn fouten. Dus uitgebreid bloggen over collega's, dat doe ik niet meer. Ik schrijf wel, maar publiceer niet. Misschien later als ik groot ben, als ik geen direct gevaar meer loop.

Toch kan ik het niet helemaal achterwege laten om even te illustreren dat ik niet zo'n goede 'match' ben met de mensen die mij onder werktijd omringen. Daar is maandag een nieuwe persoon bijgekomen. Ik vind iedereen aardig, dat dan weer wel. Bovendien zijn de meeste mensen die hier zitten beter gekwalificeerd voor de functie die ze uitoefenen dan ik.

Maar dus, omdat ik het niet kan laten, hieronder een eerste voorzichtige observatie van een nieuweling:

Al sinds de eerste dag praat en doet ‘hij’ net als ‘zij’. Dus lunchen in het park is “niiiiiiiiice”. Een borrel die ter ere van de stagiaires wordt georganiseerd vindt hij een “goed initiatief”. Collega's noemt hij bij afkorting en bijnaam. Op tijd komen, vindt hij niet belangrijk. En hij kan niet wachten om interessant te gaan doen met zijn visitekaartjes op dat ‘Kijk-mij-eens-interessant-zijn-borrelplein’ waar iedere donderdag gelijkgestemde zielen elkaar vinden en zich vol gieten met bier.

Met andere woorden, hij doet sinds dag 1 alsof hij erbij hoort.

Noem het een stom principe, maar ik vind dat je 'erbij horen' moet verdienen. Of ben ik gewoon jaloers?

De vriendin van de zanger van de beste coverband van Nederland

Ik was zo optimistisch dat ik ’s ochtends al een felicitatiekaart gekocht had. Maar toen het moment van de waarheid gekomen was, hield ik toch even mijn adem in. Voor niets. Want Robinson won net als in alle voorgaande rondes de juryprijs. De leuke jongen uit de trein, die ik maandenlang zwijgend bekeek als hij vlak voor het fluitsignaal hetzelfde treinstel instapte en die ik pas aan durfde te spreken nadat ik hem een keer had horen zingen, is nu de zanger van de beste coverband van Nederland.

Ik stormde niet op het podium af om hem als eerste te kunnen feliciteren, maar genoot van het schouwspel. Zijn van trots glimmende broer, zijn traantjes wepinkende ouders, zijn vrienden met hun duimen in de lucht. Fantastisch.

De volgende dag had de leuke jongen uit de trein als basketbalcoach een belangrijke wedstrijd. Nog in de roes van de vorige overwinning, besloot ik de tribune op te zoeken. Ik. De vrouw die telkens weer luid en duidelijk haar desinteresse in ‘mannen met ballen’ kenbaar maakt. De vrouw die naar sport kijken, in plaats van het zelf te doen, de meest tijdverspillende en minst nuttige bezigheid op aarde vind. Het enthousiasme van de joelende en klappende supporters werkte aanstekelijk. De jongetjes op het veld die knokten voor wat ze waard waren en ondertussen zo lief waren voor elkaar. De strenge en tegelijk liefdevolle toespraken van de leuke jongen uit de trein en zijn collegacoach bij elke wissel en elke onderbreking.

Het duurde nog geen vijf minuten voordat ik mee zat te klappen en nog geen kwartier voordat ik mezelf hardop een teleurstelling hoorde uitspreken toen een erg voor de hand liggende bal alsnog niet door de ring ging. De ‘goeden’ wonnen de wedstrijd en ik was er bijna even blij mee als de fanatieke ouders en vriendinnen waarmee ik de ongemakkelijke houten tribunebank deelde.

Oh jee. Ga ik me nu al als ‘de vrouw van’ gedragen? Ik geloof dat ik binnenkort een eigen overwinning nodig heb.

Chaos op bureau als teken van chaos in hoofd

Ik heb twee bureaus en momenteel zijn ze allebei een warboel. Stapels papier. Schreewende post-its. Halfgevulde flesjes. Onleesbare aantekeningen. Afgekloven pennen.

Thuis schreeuwen vooral blauwe enveloppen om aandacht. Jaaromzet eigen onderneming. Inkomstenbelasting algemeen. Eerste kwartaal omzetbelasting eigen onderneming. Ik vrees dat ze alledrie voor 1 april ingevuld hadden moeten zijn. Verder liggen er rekeningen, een bezwaarschrift, half uitgelezen tijdschriften en ‘to-do-lijstjes’ die al lang over hun houdbaarheisdatum heen zijn.

Op het werk smeken slordig uitgeschreven notulen om keurig uitgetypt te worden. Maar er ligt ook nog een onderzoek waar ik iets zinnigs over moet zeggen. Artikelen moeten uitgeprint en naar het archief gebracht. Vertrouwelijke berichten moeten door de schredder.

Helaas ziet de binnenkant van mijn hoofd er ongeveer net zo uit als mijn bureau. Chaos. Dus wat doe ik? Werkontwijkend gedrag vertonen. Verantwoordelijkheden ontlopen. Naar buiten staren als een raamambtenaar. En verzinnen hoe ik alweer onder de wekelijkse borrel uit kan komen, zonder dat mijn collega’s mij écht stom gaan vinden.

Er zijn van die dagen…

Klantenservice

Ik was mijn beurs (zoals we een portemonnee in Limburg noemen) weer eens kwijt. Stom. Zoals ik wel vaker stomme dingen doe. Dus moest ik gaan bellen met ING. In plaats van simpelweg de oude pas blokkeren en een nieuwe aanvragen, werd dat nogal een lijdensweg. Aan de andere kant van de lijn werd beweerd dat ik nooit een adreswijziging doorgestuurd had. Ik weet zeker van wel, maar ja, daar heb ik inmiddels geen bewijs meer van (les geleerd: alles wat je naar een instantie stuurt, ook als het via de automatische verhuisservice van de post is, opslaan en bewaren).

Ze wilden mijn pas niet naar mijn oude adres in Utrecht sturen (dat leek mezelf ook niet heel handig) en ze wilden geen nieuwe pas aanvragen voordat mijn adreswijziging was verwerkt. Dat kon alleen per post. En nadat het nieuwe adres binnen was, zou de verwerking ervan nog twee weken duren. Daarna kon ik dan een nieuwe pas aanvragen, die dan ook een week onderweg zou zijn. Drie weken zonder pinpas?!? Ik zette een zielig verhaal op, waar overigens geen woord van gelogen was, dat ik doordeweeks in het buitenland zit, hier niet zomaar geld bij andere mensen kan lenen, en hier ook niet met mijn paspoort naar de bank kan gaan om geld af te halen. Dat hielp niet.

De leuke jongen uit de trein schoot mij te hulp en dankzij hem kwam ik in het bezit van een faxnummer. Als ik daar mijn adreswijziging naartoe zou sturen, zou het sneller in behandeling genomen worden.

Mijn beurs bleek overigens te liggen waar ik al hoopte dat hij lag. In het restaurantje waar ik afgelopen woensdag was gaan lunchen, maar waarvan de eigenaren daarna op vakantie gingen en tot gister onbereikbaar waren. Dus ik belde weer naar de ING om mijn pas te laten deblokkeren.

"Nee dat kan niet mevrouw"
"Jawel, dat kan wel, mijn nieuwe pas is nog niet aangevraagd omdat ik eerst een adreswijziging moest doorgeven"
"Nee dat kan niet, blokkeren kan niet ongedaan gemaakt worden"
"Op de website staat van wel. Kunt u trouwens even bekijken of de fax met mijn nieuwe adres is aangekomen?"
"Wanneer is die gestuurd?"
"Afgelopen vrijdag"
"Toen waren we gesloten"
"Dus?"
"En gister waren we ook gesloten"
"Maar is de fax aangekomen?"
"Ik zie hier niets liggen"
"Kunt u dat alstublieft even navragen?"
"Uw fax zal wel in behandeling zijn mevrouw"
"Maar kunt u dat even navragen?"
"Belt u later deze week nog eens terug"

Met de hoorn weer op de haak bedacht ik me dat ik nog steeds niet weet of mijn fax is aangekomen en ook niet of het nu mogelijk is om mijn pas te deblokkeren. Waarom weet ik dat niet? Normaal gesproken laat ik me niet zo gemakkelijk afschepen. Ik ben blijkbaar een enorm watje aan de telefoon. En dat betekent nog drie weken zonder pinpas… ? 

Ik laat me afschepen en bij de ING noemen ze dat klantenservice.

Ik hartje Brussel

Bij mooi weer gaat mijn hartje nog sneller kloppen voor de levendige stad waarin ik mij bevind. Ik val in herhaling als ik weer begin over de bakkertjes die al om half zeven open gaan en waar ’s ochtends als ik naar de metro loop met veel plezier croissantjes in kopjes koffie worden gedoopt. Of als ik weer begin over de altijd bevolkte tapasviskraampjes op de Oude Graanmarkt. Ik word er gewoon heel blij van. En als er dan een mooi zonnetje boven schijnt, word ik bijna euforisch. Ik hartje Brussel.

Genoeg van de trein

Wat leuk was voor een half uurtje op de heen- en een halfuurtje op de terugweg (al was het maar vanwege de leuke jongen), zijn nu telkens traag voorbij schuivende, vermoeiende, ergernis opwekkende uren.

Steevast twintig minuten wachten op dat weliswaar prachtige, maar ook winderige station in Luik. Het boemeltje waarin het steeds te koud is, waarin de vuilnisbakken uitpuilen, waarin de drugsrunners zich verzamelen. Gevolgd door de intercity waarin gestookt wordt alsof nog niemand ooit van klimaatverandering heeft gehoord.Die smerige gang tussen Brussel Centraal en de metro waar het merendeel van de zwervers zich ’s nachts verzamelt. De stank van urine. De plasjes uitgetuft of uitgehoest speeksel waar je omheen moet stappen. En dan net de metro voor je neus zien wegrijden.

Ik ben er klaar mee. Ik heb het helemaal gehad. Sinds ik er weg ben, roep ik dat ik er niet terug wil. Er zijn vele steden waar ik liever zou wonen. Maar dat op en neer reizen, ik trek dat niet meer. Na het einde van mijn stage, verhuis ik terug naar Maastricht.

Ik had er weer een heerlijk weekend. Dronk de traditionele kop (vervangen door een glas, maar toch) warme chocomel met mijn lieve vriendin B in ons stamcafé. Dook de stad en de kleedhokjes in met mijn lieve mama. Kroop er tegen de leuke jongen uit de trein aan in een vers opgemaakt bed.

Brussel is fantastisch. Ik voel me hier helemaal op mijn plek. Houd van de geur van versgebakken brood als ik naar de metro loop. Ben dol op de zelfgemaakte soepjes van café De Walvis. Krijg een grote grijns op mijn gezicht van de bedrijvigheid op de Oude Graanmarkt. En waar vind ik, voor de prijs die ik nu betaal, een appartement met zo’n grote woonkamer en zulke fijne huisgenoten?

Toch leg ik me er alvast bij neer dat ik hier niet blijf. Ik ruil deze bruisende stad voor minder reistijd en meer burgerlijkheid. Familie, vrienden en mijn lief in de buurt is ook wat waard. Hoe zielig ben ik geworden? Of heet dat volwassenheid? ’t Is simpelweg een kwestie van eindelijk eens beslissen met mijn verstand in plaats van mijn gevoel. Amai.

Zure studiepunten

Het lijkt alsof ik hier pas twee weken zit. In werkelijkheid is ’t al bijna twee maanden. Voer de van mij verlangde werkzaamheden uit (al dan niet met de hulp van lieve mensen die beter zijn met computers of beter zijn in Engels dan ik) en kan daarover zeggen dat voor het merendeel van die werkzaamheden wel wat hersenactiviteit vereist is. Telefoongesprekken met kabinetschefs, mailwisselingen met senatoren, het beantwoorden van publieksvragen; dat moet voorbereid worden. Mijn oude, vertrouwde werkwijze van vragen en antwoorden ter plekke uit mijn mouw schudden, heb ik (tijdelijk) achter mij gelaten. Ik zou dus zeggen dat een stempel met ‘academisch verantwoord’ wel op zijn plaats is.

Toch hangen de bijbehorende studiepunten nog steeds aan een zijden draadje. Ik ‘mag’ voor de vierde keer (!) een voorstel doen dat de benaming stage- en scriptieplan heeft. Deadline eind van de week. De komende avonden weer zwoegen dus. En vervolgens ben ik opnieuw overgeleverd aan de grillen, hormonen en stemmingswisselingen van mijn stagebegeleidster die nog nooit een kijkje in de echte wereld heeft genomen. Ze bedoelt ’t vast goed, dat aan de regeltjes vasthouden, dat misplaatste perfectionisme, dat overbezorgde… Maarx85

Aaaaaaargh! Tien studiepunten binnenhalen was nog nooit zo moeilijk. Tien studiepunten voor een halfjaar voltijds werken, staat eigenlijk al niet in verhouding, aangezien 16 weken een vak volgen en vervolgens een werkstuk inleveren hetzelfde resultaat oplevert. Maar een halfjaar voltijds werken (oké, inclusief lange lunches en Franse les, dat dan weer wel) en daaraan voorafgaand en daarbovenop eindeloos mailen met een stagebegeleider, onderhandelen, nieuwe voorstellen doen en op en neer reizen naar de VUx85 dat is echt buiten proportie. Bah.

Ontwenningskliniek voor struisvogels

Ik betitel mezelf wel eens als struisvogel. Kop in het zand en vergeten hoe veel krappe deadlines, moeilijke beslissingen en pijnlijke gesprekken op me wachten. Daar ben ik goed in.

Maar baas boven baas. Als er iemand dringend opgenomen moet worden in een ontwenningskliniek voor verslaafden aan struisvogelgedrag dan is het JP wel. Kabinetten onder zijn gebrekkige leiding gaan als jengatorens tegen de grond. Hij heeft niet alleen het hoofd van een playmobilmannetje, hij maakt ook daadwerkelijk deel uit van een speelgoedwereld. Hoe ver kun je van de realiteit afstaan? Voor de vijfde keer lijsttrekker worden!

Hopelijk wordt JP heel gelukkig in de zandbak.

Schorriemorrie in Brussel

De kranten staan vol met verhalen over criminaliteit, straffeloosheid en geweld. Niemand zou meer in Brussel willen wonen. In bepaalde wijken durft er geen agent meer de straat op, laat staan een gewone sterveling.

Ik stap in en uit de metro in Molenbeek, één van die beruchte wijken. Mijn huisgenoten lopen daarom een stuk verder, om binnen de ring op de metro te stappen.

Er hangt veel volk rond bij ‘Graaf van Vlaanderen’. Soms roept er wel eens iemand wat (je zou het als compliment op kunnen vatten) en soms komt er iemand verdacht dichtbij. Schoon is het er nooit en de roltrappen zijn bijna altijd stuk. Sommige jongeren vinden het leuk om op noodknoppen te duwen of de vuilnisbakken een schop te geven. Maar als dat alles is?

Ik voel me er niet onveilig. Sommige vervaarlijk uitziende gasten die de hele dag niets beters te doen hebben dan rondhangen in de metro of op de metrostations zijn zelfs uiterst galant. Wachten netjes tot iedereen is uitgestapt voordat ze zelf instappen en ze laten de zitplaatsen aan de vrouwen en de ouderen.

Het klopt natuurlijk niet, dat die jongens ‘overeind’ blijven met rondhangen. Het klopt ook niet dat andere mensen vanwege het ‘schorriemorrie’ een omweg nemen. Op sommige plekken in Brussel is het blijkbaar écht heel erg en kan niemand nog tellen hoeveel rellen, overvallen en achtervolgingen er langs de voordeur trekken.

Maar wat dan ook niet klopt: dat er rondom ‘mijn’ metrostation hippe, groene hekjes en bijpassende vuilnisbakken verschijnen, glanzende verkeersborden worden opgehangen en de stoep opnieuw wordt aangelegd, terwijl ondertussen hele panden staan te verpauperen. Een soort van verkapte symptoombestrijding, die nieuwe hekjes? Er hangen ook prachtige lantaarns aan totaal verrotte gevels. Is het niet veel logischer om het geld wat daar naartoe gaat te investeren in oorzaakbestrijding?