Op jouw sterfdag vrat ik een hele zak salmiaklollies leeg. En sabbelen tot het eind, ho maar! Dat kan ik nog steeds niet. Twintig stuks verdwenen binnen twintig minuten. Of zoiets .
Ik probeerde het vaak, als ik naar school fietste en jij tegelijkertijd naar je werk. Aan het begin van de Bonaertsweg gaf je me een King pepermunt. Die van mij was bij de tweede bocht kapotgekauwd en verdwenen. Ik heb misschien één keer het einde van de straat gehaald. Waarop ik trots mijn tong uit stak met het mini stukje pepermunt. Met lollies hetzelfde laken een pak. Eerst likken, maar al snel bijten. (Waarom klinkt dat zo slecht?). Al kregen we lollies een stuk minder vaak.
Bij lollies denk ik aan Dommelen, niet aan Brommelen. Als we lollies in huis hadden, was het zo’n zak met een papegaai erop. Met fruitlollies én salmiaklollies erin. Jij en ik deden nog net geen moord voor de salmiak. Maar jij won altijd als er nog maar één in zat. En dan zat ik opgescheept met de paarse lollie die naar cassis zou moeten smaken, maar dat niet deed. Die paarse bleven altijd als laatste over.
Ik zie het voor me. Jij stapt voorbij de paaltjes van het woonerf, triomfantelijk voor in de auto met de laatste zoute lollie. Ik stap boos achterin. Loes zit naast me en heeft citroen, of sinaasappel of weet ik veel welke smaak, maar de laatste niet-paarse. Dus drie keer raden welke kleur ik heb.
Ik ben best goed bezig met minder snoepen en meer bewegen. Ik sport tegenwoordig drie keer per week, wie had dat ooit gedacht? Jij waarschijnlijk niet. Maar gisteren mocht het, vond ik. Niet sporten en wel snoepen. Bloeddruk door het dak na al die salmiak, maar het was het helemaal waard. Hoge bloeddruk schept een extra band 😉
Ik zou je met liefde nog eens de laatste salmiaklollie uit de zak zien nemen. Dan neem ik als een blij ei de paarse.
23 jaar zonder jou. Er is één ding dat sindsdien niet verandert. Ik blijf me afvragen wat jij van dingen zou vinden.
Wat zou je zeggen iedere keer dat de blonde pruiken van Geert of Donald in beeld kwamen? Wat zou je ervan vinden dat ik ondernemer ben, iets wat totaal niet in de familie zit? Zou je stemmen op de Top 2000 en zo ja, wat zette je er dan in? Ik stemde dit jaar voor het eerst niet op Brown Eyed Girl en voelde me daar een beetje schuldig over. Maar het is helemaal niet het beste nummer van Van. Geen zorgen, de beste man staat met Someone Like You nog wel in mijn lijst. We hebben kaarten voor Joe Jackson volgend jaar november. Ik denk dat je mee zou gaan.
Jij was van de argumenten, net als ik. Je wilde de argumenten van anderen begrijpen. En met een goede onderbouwing van feiten en historische voorbeelden mensen overtuigen dat ze verder moesten kijken dan hun neus lang was. Dat jezelf verrijken ten koste van een ander nooit goed was. Je scriptie ging over te grote inkomensverschillen en de ongelijkheid die dat met zich meebracht. Het is helaas niet beter geworden. Wel enger. Want de allerrijkste mensen in de wereld hebben de media en het internet in handen.
En argumenten? Die blijken maar zelden te werken. Hoe goed en hoe waar ze ook zijn. Inspelen op woede en angst, daar gaan we met zijn allen veel beter op. Ik volgde laatst een cursus gedragsverandering en ook daar kwam het terug. Emoties en ons reptielenbrein bepalen veel meer dan rationele keuzes.
Je hield van geschiedenis en hoopte dat mensen van het verleden leerden. Wat dat betreft verliet je de wereld op tijd. We leren geen zak. Daarom geldt “nooit meer” niet voor alle genocides, maar alleen voor die ene. Ik weet niet wat je zou doen als je er nog was, maar ik kan me voorstellen dat je bepaalde toneelstukken zou regisseren. Om toch te proberen mensen aan het denken te zetten.
Ik zou er nog steeds alles voor geven om met je te praten. Of met je te zwijgen. Woorden waren niet altijd nodig. We wisten sowieso dat we van elkaar hielden.
Vierenveertig min tweeëntwintig De helft van mijn leven Je was er, vanzelfsprekend Ik nam je voor lief Tot later als ik groot was En feesten niet meer zo belangrijk
Dit weekend niet naar huis Misschien volgend weekend Gelukkig dat ik er was Dat weekend voor je stierf Op een maandag, net als vandaag Wat was je blij dat we er waren
Maar ik vertrok op zondagochtend “Gaan jullie nu al?” Mijn toenmalig lief Vond dat hij weer lang genoeg In Bunde was geweest En ik ging mee
Slaafs als ik was (of gewoon zwaar onder de plak) Bepaalde hij vaak wat ik deed Terwijl jij me toch had geleerd Dat voor jezelf opkomen mag Dat ik zelf achter het stuur zit Dat zo gehate stuur
Want rijden, was niet aan jou En is niet aan mij besteed Je kon onredelijk boos worden Als je naar Frankrijk reed (of welke fijne vakantiebestemming dan ook) En wij maakten te veel geluid Op de achterbank
Ik zou er alles voor over hebben Om je nog eens uit je slof te horen schieten
Een tijd van gezamenlijke herfstvakanties in huisjes aan zee. Of met de bus naar Spanje. Van jaarlijkse familiedagen. Van de ene kerstdag met mama’s familie en de andere kerstdag met die van papa. Een tijd dat nichtjes ook vriendinnen waren. Van bij elkaar logeren en samen naar concerten gaan. Dansen op bruiloften. Verjaardagen en jubilea vieren met zijn allen.
In nood kan ik altijd bij mijn mama, zusje en broertje terecht. Ik weet dat ze van me houden en me nooit in de steek laten. En hopelijk weten ze dat ook van mij. We lijken veel op elkaar. Vaak meer dan we willen toegeven.
Verder heb ik nauwelijks nog contact met mijn familie. Aan mama’s kant en aan papa’s kant. Sommige mensen hebben op hun eigen manier laten weten geen behoefte meer te hebben aan contact. Met anderen is het ‘gewoon’ verwaterd. Gelukkig staat de jaarlijkse dameszitting met mijn oudste nicht nog als een huis. Het is wat het is. Ik heb daar inmiddels vrede mee. Denk ik. Dacht ik…
Want er zijn al die mensen die ik zelf koos.
De leuke jongen uit de trein en de allerleukste vrienden van de wereld zijn de rotsen in mijn branding, hoe zoet dat ook klinkt. Om hoogtepunten mee te vieren en om troost van te krijgen bij de dieptepunten. Ze staan me bij met praktische daden, zoals me van een station halen waarvandaan geen treinen meer vertrekken (dankjewel B!). Ze organiseren de jaarlijkse ‘sinterkerstborrel’ en zorgen ervoor dat niemand die datum vergeet (opnieuw dankjewel B!). Ze luisteren naar me als ik in de put zit. Ze sturen lieve appjes met hartjes. Komen langs met een fles wijn. Of lenen boeken uit waar ik onbedaarlijk om moet lachen (dankjewel M!).
We gunnen elkaar alles en feliciteren elkaar bij iedere stap. Sommige vrienden zie ik hooguit twee keer per jaar en toch weten we dat het goed zit. Ik zou onmiddellijk alles uit mijn handen laten vallen en naar de andere kant van het land rijden. En andersom.
En ik heb mijn schoonfamilie. Die koos ik niet. Maar vanaf dag één voelde ik me daar thuis. Pasen 2008. Aan de garnalencocktail met liefde gemaakt door mijn schoonmama. Terwijl ze zelf geen garnalen lust. Ik voelde al snel een soort onvoorwaardelijkheid. Het concept ‘voor wat, hoort wat’ kennen die mensen niet. Dat geldt voor de hele familie aan mijn schoonmama’s kant. Je helpt elkaar waar je kan. Krijgt geen verwijten als je niet kan. En je gaat niet zitten turven of jij vaker iets hebt gedaan dan de ander.
Een potje extra koken van het een of het ander en dat even langs brengen. Muren schilderen, elektra aanleggen, bomen snoeien, dakgoten schoonmaken, verhuisdozen inpakken. Brengen en halen, maakt niet uit waar vandaan of waar naartoe. Noem het en er staat familie klaar. En soms krijg je al hulp voordat je erom kan vragen. Wekelijkse kaartavonden, jaarlijkse familiedagen, nichten en neven die niet alleen familie, maar ook vrienden van elkaar zijn.
Anderhalve week geleden overleed ‘ome M’. Als eerste van acht broers en zussen. De bourgondische en goedlachse oom die ik me vooral zal herinneren door zijn enthousiaste muzikale aanmoedigingen als ik meedeed aan Maastrichts Mooiste. In het crematorium huilde ik eerst en vooral om hem en de vrouw, broers, zussen, kinderen en kleinkinderen die hij achterlaat. Daarna huilde ik om de herinneringen aan die ene crematie, 22 jaar geleden. En tot slot huilde ik om het contrast. Om hoe het misschien in mijn familie nog had kunnen zijn. Namelijk zoals het was, toen mijn oma en mijn papa nog leefden.
Op de foto’s die bij de crematie voorbij kwamen van ver voor mijn tijd tot nu kon iedereen zien dat mijn schoonfamilie altijd al die onvoorwaardelijke zoete inval was. De manier waarop iedereen elkaar vastpakte. De mooie woorden over gezamenlijke activiteiten zoals kelders uitgraven en vijvers aanleggen. Er werd met zo veel warmte aan gebeurtenissen teruggedacht. Herinneringen aan samen keihard werken worden misschien wel meer gekoesterd dan herinneringen aan vakanties en uitstapjes. Dat zegt veel.
Ik wist het al, maar op deze dag van afscheid nemen kwam het extra hard binnen: in mijn schoonfamilie zijn mensen er voor elkaar. En dus ook voor mij, simpelweg omdat ik samen ben met ‘een van hen’.
Eergisteren verzuimde ik de jaarlijkse blog te schrijven, maar ik was wel vaker te laat. Niet dat het een verplichting is, maar toch. Een soort aan mezelf opgelegde verplichting misschien. Ik val in herhaling, want ik herinner me eerder minder dan meer.
Heel lang was jij na het wakker worden mijn eerste gedachte. Niet jij, maar het ontbreken van jij. Soms meteen gevolgd door tranen. Inmiddels is het zo lang geleden dat jij stierf, dat ik vaak al duizenden gedachten heb gedacht voordat jij je opwachting maakt in mijn hoofd. Bij het ontwaken zit ik soms nog in een droom, soms ben ik terug in het boek dat ik voor het slapengaan las of in de serie die ik keek, een andere keer denk ik meteen aan werk. Ik had er eergisteren al een heel gesprek met de leuke jongen uit de trein opzitten, over jou, maar ook over anderen, voordat alsnog de tranen kwamen. Del Amitri op de radio:
And nothing ever happens, nothing happens at all The needle returns to the start of the song And we all sing along like before
And we’ll all be lonely tonight and lonely tomorrow
Niet omdat ik eenzaam ben, wel door het verdriet wat in dit lied klinkt. En de naald die teruggaat naar het begin van de plaat, is een beeld waarbij ik aan jou denk. Jij en muziek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als ik nieuwe muziek hoor die ik mooi vind, probeer ik altijd in te schatten of jij het ook had kunnen waarderen.
Tijdens de verkiezingen moest ik heel vaak aan je denken. De laatste populist die jij meemaakte was Fortuyn en daar vond je iets van. Je kon je opwinden over mensen die niet meer zelf nadachten en hem blind adoreerden. Je kon je opwinden dat iemand met een zilveren lepel in de mond juist de mensen aansprak met veel minder te besteden. Het was niet goed geweest voor je toch al te hoge bloeddruk, maar wat had ik je graag tekeer horen gaan over Baudet, Wilders, Orban, Poetin, Trump. Dat je ‘hornox!” riep naar de televisie en met je ogen rolde.
Je hield van geschiedenis en hoopte dat mensen van het verleden leerden. Wat dat betreft ben je op tijd vertrokken. We trekken met zijn allen steeds minder lessen uit het verleden. Of in ieder geval niet de juiste lessen. Wat zou je mening zijn over het bombarderen van Gaza? Je was van de ‘religie maakt meer kapot dan je lief is’ en je koos doorgaans de kant van de mensen met de minste macht en middelen.
And nothing ever happens, nothing happens at all They’ll burn down the synagogues at six o’clock And we’ll all go along like before
And we’ll all be lonely tonight and lonely tomorrow
De wereld staat in brand. In het rijke Nederland is het leesniveau lager dan ooit, krijgen we wachtlijsten in de (jeugd)hulp niet weggewerkt en hebben we het Rode Kruis nodig om vluchtelingen bij te staan. Maar gelukkig opende het nieuws vanmorgen met wie er naar het Songfestival gaat. Ook daar had jij iets van gevonden. Waarschijnlijk hetzelfde als ik. Man oh man, wat zou ik nog eens graag mét jou tekeer gaan over ‘waar de wereld naartoe gaat’.
Ik zit gelukkig niet waar ik een jaar geleden zat. Omdat ik het een hele tijd qua werk vrij rustig had. Omdat ik bijna elke dag met een wandeling begin. Omdat ik gezonder leef, althans zeker in de zomer als het een minder grote opgave is om water te drinken en fruit te eten. Omdat ik weet dat bepaalde mensen het beste voor me willen, hoe onaardig sommige dingen ook uit hun mond komen. Omdat ik me er (bijna) bij heb neergelegd dat ik mijn familie nog vooral op begrafenissen zie en dat de band die ik graag had willen houden met sommige ooms, tantes en nichtjes er niet meer is of misschien zelfs nooit is geweest. Jammer dat er daardoor minder mensen overblijven om mee over papa te praten, maar het is wat het is.
Mijn coach leerde me om af en toe bewust aan papa te denken op een plek die of met een voorwerp dat ik met hem associeer. In mijn hoofd had ik een vijver of een haardvuur nodig. Tot ik de link legde tussen de enorme platanen in de speeltuin tegenover mijn huis en de vakanties in Frankrijk met mijn ouders. Zo simpel kan het zijn. Daar stond ik laatst, op het pad in de speeltuin, starend naar een boom, denkend aan hoe mijn papa net zo kon staren vanaf zijn campingstoel. Nu is het soms al genoeg om even te knikken naar de bomen. Ik denk dat ik ‘dit’ redelijk onder controle heb.
Kennen jullie dat boekje uit de brugklas nog? A l’ombre des platanes.
Toch begon ik de dag vanmorgen met huilen. Ik heb het op dit moment druk met werken, drukker dan ik had verwacht. Blijkbaar gaan mijn klanten niet meer in het hoogseizoen op vakantie, maar net als ik daarna. Het zijn vooral leuke opdrachten waarvoor ik enthousiaste mensen mag interviewen, dus dat is fantastisch. Laatst plande ik zes interviews achterelkaar en de een kon nog smakelijker vertellen dan de anders. En wat een fijne en onderwerpen! Zoals het terugdringen van plastic afval en het verbeteren van werkplekken. Maar het zorgt ervoor dat ik weinig vrije tijd heb. En dan komt dat knagende gevoel de kop weer opsteken. Dat gevoel op alle fronten tekort te schieten.
Dan word ik wakker en weet ik het zeker: Ik ben geen goede dochter. Geen goede zus. Geen goede partner. Geen goede vriendin.
Dan voel ik een soort paniek over hoe lang ik sommige mensen niet meer heb gezien. Dan voel ik me schuldig omdat ik zo weinig deel met mijn directe familie. Dan krijg ik kortsluiting omdat ik mijn verjaardag wel-niet-wel-niet wil vieren en het in mijn hoofd nooit voor iedereen goed kan doen. Dan denk ik dat de leuke jongen uit de trein beter af is met iemand anders.
Dan schiet me ineens te binnen dat ik ben vergeten te vragen hoe de operatie van haar vader is gegaan, dat ik alweer geen kaartje naar haar jarige zoon heb gestuurd, dat ik te weinig belangstelling heb getoond in haar samenwoonplannen en in zijn zieke moeder. Dan breekt mijn hart omdat F geen visum kreeg. En oh ja, die dag dat ik naar die ene vriendin zou gaan, is dat niet diezelfde dag dat ik met die andere vriendin naar dat festival zou gaan? Weer iemand teleurstellen…
Dus huilde ik vanmorgen toen de leuke jongen uit de trein vroeg om alles eruit te gooien. En zoals niemand anders dat kan, was hij praktisch en lief tegelijkertijd. Toen zag de dag er meteen iets beter uit.
Voel jij je wel eens schuldig omdat je te weinig tijd aan mensen besteedt? En hoe los je dat op?
2022 was bijzonder turbulent en emotioneel, om het zo maar even uit te drukken. 2020 was ‘gewoon’ deprimerend, van lockdown naar lockdown, weinig werk en weinig mogelijkheden om de tijd die daarmee overbleef leuk te besteden. In 2021 ging ik compenseren. En in 2022 werkte ik echt veel te veel, blij dat alles weer kon en mocht. Maar dat had gevolgen…
Hoogtepunten
Privé had het jaar fijne hoogtepunten.
Ik kreeg een neefje in januari.
Carnaval was een groot feest. ‘De bende van ellende’ vierde het leven alsof ons leven ervan afhing. Het hele feest speelde zich af op straat en het was, of leek, uitbundiger dan ooit. Corona kreeg ik gelukkig pas erna (althans, toen testte ik positief) en daar had ik nauwelijks last van.
De 40e verjaardag van mijn zusje was ook een hoogtepunt. Ze vierde het door met vriendinnen en haar zus en broertje naar een concert te gaan en als kers op de taart belandden we na dat concert in een kroeg waar een band optrad. Voor het eerst sinds corona live muziek! Mijn zusje en ik dansten rock en roll zoals we dat op de basisschool leerden. Fantastisch.
De leuke jongen uit de trein en ik bezochten ons geliefde Brussel, waar we onder andere op een bijzondere plek gingen eten bij een restaurant op een eilandje in een groot park. We dronken cocktails in de zon en bezochten een museum waar het binnen nog heter bleek dan buiten. We hingen weer geregeld samen aan de toog of in het theater en gingen zelfs een keer naar de film.
Later in het jaar waren we een paar dagen in Dordrecht, in Villa Augustus. We deden niet veel, maar hadden het heerlijk. Het is zo’n leuke plek.
In juli liet ik mijn eerste tattoo zetten.
Een ander hoogtepunt is pas een paar weken geleden: de jaarlijkse ‘vriendinnendag’. Dit keer niet in een andere stad, maar dicht bij huis in een prachtige spa. De vier vriendinnen genoten volop, zoals we dat al jaren samen doen. Benieuwd waar we dit jaar naartoe gaan. Dat we vriendinnen blijven, staat sowieso vast.
Misschien gek om bij de hoogtepunten te noemen, maar dat er in 2022 niemand doodging die dichtbij stond, hoort zeker in dit rijtje thuis. Leeftijden beginnen te tellen (en zeggen tegelijkertijd niets, maar dat is een ander verhaal) en niet iedereen in onze omgeving houdt er een heel gezonde levensstijl op na.
Zakelijk had het jaar ook veel hoogtepunten. Iets té veel misschien. Ik mocht maar liefst vier nieuwe klanten verwelkomen. En bijna iedereen die al klant was, deed opnieuw een beroep op mij. Netwerken was niet nodig en zelfs als ik weken nauwelijks zichtbaar was op social media kwam het werk gewoon binnen. Ik leerde dankzij mijn werk veel nieuwe mensen kennen en mocht in veel bedrijven een kijkje achter de schermen nemen.
Ik werkte een week in Nice. Ik ‘moest’ voor een project naar een super de luxe hotel in zonnig Split. En in de laatse maand van het jaar was ik een kleine week in Amsterdam waar ik deel uitmaakte van een bont internationaal gezelschap. In een jurk met kikkers stond ik er voor de groep te presenteren.
Dieptepunten
Maar ik kan niet om de dieptepunten heen. Wat voelde ik mij klote, het overgrote deel van het jaar. In 2021 begon ik op iedere opdracht ja te zeggen en daar ging in 2022 mee door. Ik was al snel overspannen en had daar lichamelijk en psychisch last van (zie ook mijn zakelijk blog). Ik dreef de leuke jongen uit de trein regelmatig tot wanhoop. Het lukte me wel om overal waar ik voor werk op moest draven met enthousiasme mijn verhaal te doen, of om gezellig bij vrienden aan te schuiven, maar dan kwam thuis alle frustratie en vermoeidheid eruit. Het werk wat ik in de eerste helft van 2022 afleverde, zou nu mijn kwaliteitstoets niet doorstaan. Ik snauwde te veel en genoot te weinig. En tranen zaten nooit ver weg.
Coach
Ik ging aan de slag met een coach, die al snel veel dieper prikte dan “te veel werk”. Dat ik het overlijden van mijn papa nooit heb verwerkt. Dat ik nooit heb geleerd over gevoelens te praten. Dat ik veel beslissingen zelf neem, zonder anderen daarin mee te nemen (niet trouwen, geen kinderen, toch wel kinderen…). Dat ik kampioen conflictvermijden ben en ik zelfs de mensen die me echt het bloed onder de nagels vandaan halen nauwelijks van een weerwoord voorzie. Dat mijn standaardantwoord altijd “ja” is. Er was genoeg te doen. Dus dat ik ook af en toe ging wandelen met die andere coach waar ik al jaren af en aan een coachwandeling mee maak, was geen overbodige luxe.
Ondanks dat de leuke jongen uit de trein er nog niet altijd iets van merkt, gaat het beter met me. En hoe moeilijk ik het ook blijf vinden, ik praat meer met hem en deel mijn overpeinzingen eerder. Bovendien leverde mijn coachtraject en dat ik er hier over schrijf ook mooie gesprekken met mijn zusje en met vriendinnen op. In de tweede helft van het jaar besloot ik iedere werkdag met een wandeling te beginnen en dat hield ik verrassend goed vol. Zelfs toen ik voor werk in Amsterdam zat, had ik er al 7000 stappen opzitten vóór de eerste bijeenkomst van de dag. En in Split liep ik een stuk over het strand voordat ik me in de concerenciezaal moest melden. Daar ga ik dit jaar dus zeker mee door.
Familie
Mede door wat ik met beide coaches besprak, wilde ik in 2022 meer contact met familie, de familie buiten mijn ‘ouderlijk gezin’. Zij kennen mij doorgaans al mijn hele leven en de meesten kennen mijn vader langer dan ik. In dat opzicht faalde ik hopeloos. De dameszitting, die mijn zusje en ik altijd vieren met de enige nicht aan mijn papa’s kant van de familie ging niet door en er kwam niets voor in de plaats. Ik probeerde herhaaldelijk met haar mama af te spreken, de enige persoon nog in leven die mijn vader zijn hele leven heeft gekend, maar er kwam nooit een datum. Bij de jongste zoon van mijn jongste nicht wilde ik een jaar geleden al op kraamvisite. Maar ook dat kwam nooit tot een datum. Haar zoontje doet inmiddels al lang en breed zelf de deur open. Bij een andere tante nam ik me herhaaldelijk voor op de koffie te gaan als ik toch voor een interview in de buurt moest zijn, maar dan vergat ik het weer. Of ik dacht er wél aan, maar dan liep mijn interview uit en was er geen tijd. Via mijn kerstkaart en een paar appjes erachteraan een afspraak gemaakt.
Er was ooit een familiedag en een nieuwsjaarsborrel, er was ooit een tijd dat in ieder geval de ‘ronde getallen’ in bredere familiekring werden gevierd. Maar die tradities zijn gesneuveld. Nu probeer ik wat vaker persoonlijk af te spreken. Als ik dat niet doe, ben ik bang dat ik familie alleen nog bij begrafenissen zie. Heel veel bruiloften verwacht ik niet meer.
Klimaathypocrisie
In 2022 was ik onverminderd hypocriet, waar het om goed zijn voor de aarde gaat, zoals ik dat eigenlijk ieder jaar ben. Ik deed vrijwilligerswerk voor Fairtrade Beekdaelen, Fairtrade Heerlen en Groene Park Oost. Ik nam af en toe een vuilniszak mee als ik ging wandelen om zwerfafval te verzamelen. Ik kocht veel duurzaam, fairtrade, biologisch en lokaal. Ik vermeed zo veel mogelijk de ketens en de internetbestellingen. Ik douchte maar kort, liet de verwarming zo lang mogelijk uit, zat soms met twee truien over elkaar op mijn werkplek om ook daar niet te stoken. Ik deed veel met de fiets en het openbaar vervoer, ook als het aanzienlijk meer tijd en/of geld kostte dan de auto pakken. Mijn koffiebeker had ik standaard bij me om de wegwerpbekertjes te vermijden. En bij netwerkbijeenkomsten of andere zakelijke bijeenkomsten was ik meestel degene die voorstelde om te carpoolen.
Maar van de andere kant… Ik vloog naar Nice toen ik na twee uur scrollen geen betaalbare treinkaarten vond. Ik genoot regelmatig van een goed stuk vlees. Ik kocht absoluut meer kleding dan ik nodig had. De kraaltjes voor de sieraden die ik maak, worden misschien wel door kinderhandjes gemaakt. En de koekjes op het werk zijn nog steeds allemaal per stuk verpakt, omdat het wel zo makkelijk is met uitdelen. Tot overmaat van (milieu)ramp heb ik de eerste vliegreis voor dit jaar ook al geboekt. Ik heb nog wel gekeken naar de Flixbus, maar dat kwam qua timing niet uit. En toen was ik te lijmen met een natte vinger. In februari zit ik een weekje in Alicante.
Mijn jaar in boeken
Eén van mijn voornemens voor 2022 was om meer te lezen. Dat is bijzonder goed gelukt. Ik las 17 boeken. Naast studieboeken voor de cursus die ik volgde, naast de dagelijkse krant en het tijdschrift Villamedia dat maandelijks op de mat valt. Dark Places van Gillian Flynn liet mij het meeste nagelbijten en om Italiaanse buren van Tim Parks lachte ik het meest. Eén boek las ik niet uit, toen het me na vijf hoofdstukken nog niet te pakken had. Een zeldzaamheid. In 2023 ga ik voor 20 boeken! En ik lees doorgaans geen dunnetjes. Vlak voor de jaarwisseling begon ik in één van de dikste boeken die ik ooit las: Box. Vlak na de jaarwisseling sloeg ik de 633e en laatste bladzijde om. Dus het begin is er. Het tweede boek van dit jaar heb ik ook al bijna uit. Ik ben nooit niet aan het lezen 😉
Meer gewicht
In 2022 was het niet alleen in mijn hoofd zwaarder. Ik droeg ook letterlijk meer kilo’s mee dan ooit. De dagelijkse wandeling en het wekelijkse fitnessen en/of zwemmen konden blijkbaar niet compenseren voor wat ik allemaal in mijn mond stopte. Toch heb ik geen harde voornemens op dit vlak. De leuke jongen uit de trein en ik hebben afgesproken dat we dit jaar proberen vroeger in de avond proberen te eten dan wat in 2022 gebruikelijk was. Maar verder is het wat het is. Mijn conditie is prima. Ik loop gerust 10 km achter elkaar, zwem 60 baantjes in een uur en ben niet gesloopt na een uur fitness.
De kilo’s zullen blijven. Het onwijs irritante hoestje waar ik heel 2022 last van had, hopelijk niet. Het afgelopen jaar ging ik naar de KNO-arts, liet ik een longfoto maken, ging ik drie keer naar de huisarts, slikte ik tig strippen codeïne en broomhexine, dronk ik een fles bronchostop en verschillende kopjes kamillethee, vrat ik ontelbaar veel zakken honingdrop, zoog ik op allerhande keelpastilles en begon ik met pufjes. Dat hielp me allemaal nergens vanaf. Op de longfoto was niets te zien, mijn keel en neus waren prima in orde. In 2021 waren allergieën ook al uitgesloten. Vandaag opnieuw naar de huisarts…
De bulldozer
Het bekende bulldozeren veranderde in 2022 evenmin. De foto’s van Canada (2019!) staan nog steeds enkel op de SD-kaart. Er staan nog steeds schilderijen op de grond en niet omdat het esthetisch verantwoord is. Ik zette een paar keer in mijn agenda dat ik iemand moest laten komen voor nieuwe kozijnen en nieuw glas, maar maakte nooit een afspraak. Het lampje in de oven bleef uit. De kraan in de keuken lekte het hele jaar vrolijk door. En ik nam veel te lang de tijd om de eveneens lekkende regenton helemaal leeg te maken. Wel hield ik iets beter mijn bonnetjes, gewerkte uren en kilometers bij. Maar ook op dit vlak geen voornemens, want daar houd ik me dan toch niet aan.
Geluk
Andere dingen gingen bijzonder goed in 2022. Ondanks de chaos stuurde ik meer kaartjes, dacht ik vaker op tijd aan verjaardagen en andere feestelijkheden en werd ik ‘closer’ met een aantal vrienden die eerder een beetje uit zicht waren geraakt. Het lukte me (op één vriendin na) om er voor vrienden te zijn die wel wat steun konden gebruiken. Of door praktische hulp te bieden (boodschappen doen, koken, sollicitatiebrieven nakijken) of door gewoon te luisteren. Mijn vrienden waren er ook voor mij en hielden nauwgezet in de gaten hoe het met me ging. En ik haalde meer geluk en wijsheid uit de netwerkvereniging waar ik lid van ben. Daar ben ik blij mee en dankbaar voor.
Sowieso is dat wat er overblijft na dat heftige jaar. Dankbaarheid. Want eigenlijk is er niets om over te klagen. Ik woon met de enige echte leuke jongen uit de trein in een prima huis met een prachtige tuin op een leuke locatie in een mooie stad. We verdienen allebei meer dan prima waardoor we de stijgende kosten goed aankunnen. Ik heb de liefste vrienden van de wereld. Ik ben gezond op dat rottige hoestje na. Ik heb (schoon)familie waar ik van houd en vice versa. En ik leer steeds beter omgaan met mezelf. En hopelijk komt dat opkomen voor mezelf daar ook nog bij.
Het eerste weekendje weg van dit jaar begint vrijdag. Met een vriendin naar Keulen. Vlak daarna is er eindelijk weer een dameszitting. De eerste dameszitting na de corona-ellende, dus dat belooft wat! Dan staat carnaval alweer voor de deur. Maar niet voordat ik nog een kleine week met vriendin M in Alicante ben geweest. Decadent? Ja. Genieten? Zeker!
Dankjewel aan jou dat jij er voor mij was in 2022 en er voor mij bent in 2023. En als ik jou nog niets wenste voor 2023, doe ik dat nu:
BEDANKT VOOR ALLES DAT JE MIJ BRACHT IN 2022! IK WENS JE EEN GEZOND, GELUKKIG, GESLAAGD, GRAPPIG, GESTROOMLIJND MAAR SOMS TOCH EEN BEETJE GROEZELIG, GENIAAL, GROOTS MAAR VOL KLEINE GENIETMOMENTEN EN GIGANTISCH GOED 2023. EN IK WENS JE NET ZO’N TOFFE VRIENDEN ALS DIE VAN MIJ, WANT ZIJ MAKEN HET LEVEN EXTRA LEUK. MAAK ER EEN MOOI JAAR VAN!
Mijn laatste brief aan jou schreef ik in de herfst van 2019. Het was dus de hoogste tijd.
Gisteren vierden we kerstmis samen, zoals ieder jaar op 25 december. Jij was een soort Duracell-konijntje. Het leek wel of je op meerdere plekken tegelijk was en je mij kon knuffelen, de tafel kon dekken en een radslag kon maken tegelijkertijd. Een radslag op één hand zelfs.
Ik vind het fantastisch vertederend om te zien hoe je tegelijkertijd nog echt een kind bent dat de hele tijd spelletjes wil doen, terwijl je ook al een ‘kleine grote mens’ bent. Je hielp met tafeldekken, opscheppen en inschenken en dat zag er heel natuurlijk uit. Je bedient de oven en hanteert mes en vork als een pro. Je toekte een champagneglas kapot tegen het aanrecht en stootte een kopje koffie om, maar dat hoort er gewoon bij. Dingen die ik ook nog steeds voor elkaar krijg. Ik hoop voor jou dat je wat dat betreft niet te veel op mij lijkt. Anders staat je nog een leven vol scherven en spetters te wachten.
Dat je echt ‘groot’ wordt, bleek ook tijdens de spelletjes die we speelden. Er was een tijd dat je niet tegen je verlies kon. Nu vind je het geen probleem dat mijn poppetjes eerder uit het spookslot zijn dan die van jou. Ik won zelfs twee keer. Maar verloor kansloos bij het ‘pandaserviesstapelspel’.
Een tijdje geleden zei ik tegen je dat je het eerlijk moest zeggen als je niet meer wil knuffelen. Zelf zat ik er op een bepaalde leeftijd niet meer op te wachten om knuffels en zoenen van ooms en tantes te krijgen. Jij zei gelukkig dat je het fijn vond. En wat vind ik het fijn, die dikke knuffel die ik krijg als ik binnenkom. En wat vind ik het fijn als we samen op de bank liggen terwijl jij op je tablet een huis inricht en ik je daar allemaal (domme) vragen over stel.
Even later ga je dan weer als een turntalent met wervelstormkwaliteiten door de kamer. Dat maakt het extra jammer dat je op dit moment niet ‘op’ een sport zit. Je hebt energie voor tien, je bent een doorzetter (weet je nog hoe lang je probeerde om die koprol voor elkaar te krijgen op de kermis?!) en je bent niet bang om te vallen. Je zegt dat je niet kunt kiezen welke sport je wil doen. Ik ben bang dat je je te veel laat leiden door je vriendinnen, door erbij willen horen. Maar ach, zelfs als je uiteindelijk kiest wat je vriendinnen kiezen, komt het wel goed. Als je maar lekker bezig bent.
Erbij horen is mij nooit helemaal gelukt. En dan werd ik vaak ook nog als laatste gekozen bij gym. Een probleem dat jij nooit zal hebben, haha. Toch heb ik nog vriendinnen uit de tijd dat ik zo oud was als jij. Ik ben benieuwd of jij ook over dertig jaar je beste vriendinnetje van nu nog hebt. Met familie is het natuurlijk anders, maar ik hoop dat wij ook een soort van vriendinnen kunnen blijven. Dat je weet dat je alles tegen me kunt zeggen. Dat je me alles mag vragen. Dat ik probeer niet te oordelen. Met de nadruk op ‘probeer’ want ik weet dat ik soms te snel iets vind of zeg.
Ik ben geen moeder en word er nooit een. Soms spijt me dat. Maar ik denk dat ik net zo hard voor jou vecht als je mama mocht het ooit nodig zijn.
Geniet van je kerstvakantie gek knuffelkonijn. Tot snel! X
Jij was niet bij mijn geboorte. Ik was niet bij jouw sterven. Logisch, we waren allebei te vroeg. Het gebeurde onverwacht. Jij vertrok een jaar of 40 te snel. Ik kwam te vroeg, een week of acht.
Een van mijn twee coaches (ja, je moest eens weten) vroeg me de laatste keer dat ik bij haar was, wat ik je graag zou willen vertellen. En waarom dat zo moeilijk was. “Ik was nog niet af”, zei ik.
Waar hadden we het verdorie over toen jij als antwoord gaf “Daar hebben we het nog wel een keer over als je een baan hebt, als je echt volwassen bent?” Dat antwoord heb ik altijd onthouden, maar wat was mijn vraag?
Ik ben die volwassen vrouw nu. Ik ben veel meer de vrouw die ik wil zijn dan het meisje dat jij kende. Het onzekere meisje dat wel een mening had maar die lang niet altijd durfde te delen. Het onzekere meisje dat vond dat ze nergens goed in was. Dat zichzelf vaak lelijk vond. Het meisje dat voorzichtig een eigen stijl had (herinner je je die oranje broek nog? Of die groene ribbroek met wijde pijpen?) maar tegelijkertijd haar best deed ergens bij te horen. Het meisje dat nog geen diploma had, geen rijbewijs, geen baan, geen huis. Het meisje dat dacht dat ze nooit serieus genomen zou worden. Het meisje in een relatie met een jongen die vooral aan zichzelf dacht. Waarom ik bij hem bleef? De seks was goed 😉 Ik was bang voor de confrontatie. Bang voor conflict. Een probleem waar ik nog steeds last van heb.
Toch ben ik anders nu. Veel meer mezelf. Ik weet dat ik goed ben in het vak waar ik mijn geld mee verdien. Ik vind het ook nog leuk om te doen, hoe mooi is dat? Klanten kiezen bewust voor mij. En ik interview die klanten op mijn kikkerschoenen en met badeendjes in mijn oren. Ik hoef nergens meer bij te horen. Ik hoef vriendschappen niet meer koste wat kost in leven te houden. Ik heb precies de juiste mensen om me heen. Mensen die me nemen zoals ik ben. En het ook nog eens prima vinden als ik mijn (afwijkende) mening geef. Vrienden die vandaag aan me denken. Zelfs jouw en mama’s ideale schoonzoon is terug in mijn leven. Al heb jij niet meegemaakt dat we een hele tijd geen contact hadden.
Sorry pap, het is met die ideale schoonzoon niets geworden. Wel met de leuke jongen uit de trein. En ik zie jullie samen voor me. Buiten. Sigaretje in de mond. Praten over muziek. De leuke jongen uit de trein had jou heel veel mooie muziek leren kennen, dat weet ik zeker. Ik kan me zelfs voorstellen hoe jullie grappend tegen elkaar staan te klagen over ‘jullie vrouwen’. Hoe veeleisend we zijn en hoe we zeuren dat jullie meer aandacht aan jullie vrienden moeten besteden. Ik vind het ontzettend jammer dat jullie elkaar nooit hebben ontmoet. Dat de leuke jongen uit de trein niet weet waar de helft van mij vandaan komt. Ik ga jou binnenkort aan hem voorstellen, op aanraden van de coach. Wil je me even laten weten wat ik hem absoluut over jou moet vertellen? Ik ben bang dat ik van alles vergeet. Of al voorgoed vergeten ben.
Als ik aan jou denk, zie ik je boekentas voor me. Ik zie je op de bank liggen slapen (“nadenken”) met een hand in je gezicht waarmee je jezelf vaak per ongeluk kraste. Je fiets naast me ’s ochtends en geeft me een King-pepermuntje. Jij sabbelt op die van jij. Die van mij heb ik al stuk gebeten en opgegeten voor het einde van de Bonaertsweg. Je staat aan het fornuis en maakt spaghetti met tonijn. Je zegt “ga je al?” op die zondag voor die fatale maandag. Ik had langer willen blijven, maar J wilde terug naar Tilburg. En natuurlijk ging ik mee. Ik zou het een ander weekend wel weer goedmaken…
Terwijl het absoluut beter gaat dan voordat ik met twee coaches, een dagelijkse wandeling, een betere werkplanning en een vrije woensdagochtend begon, is het momenteel niet top. Het is DIE tijd van het jaar.
Zombie
Het is lang donker. Het is koud. In mijn kantoor al helemaal. Ik slaap slecht. We hebben nieuwe lattenbodems en een nieuwe matras. Dat is absoluut beter dan de doorgezakte exemplaren waar we voorheen op lagen. Maar ik mis het gevoel van een veilig holletje, aldus mijn eigen psychoanalyse van de koude grond. Dus vanmorgen zag ik een soort zombie in de spiegel. Mijn ‘langste’ vriendschap ging pas geleden in de ijskast. Ik huilde er verschillende keren om. Soms tegen de schouder van de leuke jongen uit de trein. Soms alleen. Terugdenkend aan al die keren dat we bij elkaar logeerden, samen op stap gingen, festivals bezochten, tegen elkaar klaagden over familie of collega’s. Terugdenkend aan hoe we elkaar steunden toen mijn papa stierf en later haar mama. Het voelt als falen. Want lange vriendschappen zijn mijn super power. Of zoals de leuke jongen uit de trein het zegt: ‘niemand heeft zo veel vrienden vanuit de zandbak als jij’.
Al bijna 20 jaar
Ondertussen blijft voor mezelf opkomen een lastig ding. Heb ik alweer ‘ja’ gezegd op meerdere vragen van meerdere personen waar ik keihard nee op had moeten zeggen. Omdat de mensen die met de vragen kwamen, misbruik van me maken. En in één geval werd het niet eens vriendelijk gevraagd, eerder opgedragen. Waarom was mijn reflex dan ‘ja’? Is dat echt alleen omdat ik een conflictvermijder ben? Of vind ik mezelf nog steeds niet belangrijk genoeg? En tot slot staat 9 december weer voor de deur. De 20e sterfdag van mijn papa. Geen idee waar onze fetisj voor ronde getallen vandaan komt, maar ik voel het ook. Twintig jaar. Dat is echt heel lang. Hij is er bijna langer niet dan wel in mijn leven. En dan ben ik een bofkont, omdat ik de oudste ben van zijn drie kinderen.
Dankbaar voor flauwe zeiver
Gelukkig heb ik heel veel om dankbaar voor te zijn. De leuke jongen uit de trein, zijn luisterend oor en zijn formidabele stoofgerechten. De leuke opdrachten waar ik mee bezig ben. Het saunadagje volgende maand met drie ‘zandbakvriendinnen’ om onze vriendschap en niet gevierde verjaardagen te vieren. De knusse avonden onder een fleecedekentje. De gezellige, flauwe ‘zeiver’ op kerstavond met de schoonfamilie.
“Wat zijn het weinig saucijzenbroodjes!” “Krijgen we geen pasteitje?” “Er zit vast geen spijs in de stol.” “Dat luchtje vroeg je de afgelopen 100 jaar ook al.”
Het verrassingsmenu als we met mijn familie kerst vieren, omdat de verschillende gangen uit verschillende keukens komen en niet noodzakelijkerwijs bij elkaar passen, maar wel altijd lekker zijn. De uitslaap- en uitbuikdagen tussen kerst en nieuw. De klanten die al hebben laten weten dat ze volgend jaar weer graag met al hun tekst- en communicatievraagstukken bij mij komen.